Het kijken naar groeiend gras vind ik vele malen interessanter dan het gejakker van Formule 1 autootjes op het Zandvoortse circuit. Duidelijk dus, ik ben geen liefhebber, maar de azijnflessen laat ik achterwegen. Ik ga het plezier van velen niet vergallen, al was Assen om meerdere redenen een beter alternatief als het dan toch zo nodig moet. Prins Bernard jr. rules. Beleid op dit gebied van een standvastig kabinet hoeven we niet te verwachten, want geen kabinet, hoewel Mark rules. En als Max morgen wint, want Max rules, dan gaat het Oranjelegioen van links, naar rechts. Ze weten het eigenlijk niet, links of rechts, net als Mark. Hierbij wil ik dan graag de terugkeer van een hele grote popband, ABBA, aanhalen. Ook ABBA rules nog steeds na zoveel jaren. Zij wisten het toen al, The Winner takes it all. Mark, Max en Bernard jr.!
Na in de vakantie zo’n 140 kilometer te hebben gewandeld op de Hünsruck en het Saarland, stond de eerste wandelafspraak al weer gepland twee dagen later. Het Boereneschpad in Gelselaar (en Geesteren). Hoewel het reliëf beduidend minder zwaar was dan in Duitsland, blijkt een ieniemienie heuveltje toch een rol te spelen tijdens deze wandeling’. Hierover later meer. Laten we eerst eens beginnen met een eerste indruk. Je hebt Achterhoek, Achterhoeker en het Achterhoekst. Ik weet niet hoe het komt maar de klompenpaden in de Achterhoek hebben bij mij altijd een streepje voor, ook deze. Prachtig rustgevend landschap, afwisselend weilanden en bossen en in dit geval twee alleraardigste plaatsjes uit het liedje van Wim Sonneveld. Dus eigenlijk een soort afterparty na een geslaagde vakantie.
Maar naast de natuurlijke schoonheid van het Boereneschpad zal deze wandeling om meerdere reden in het geheugen gegrift blijven staan.
Allereerst omdat ik met mijn passieve kennis van het Achterhoeks me veel narigheid heb kunnen besparen. Onderweg bij zo’n heerlijk en eerlijk erfterras (De Busker) worden we geconfronteerd met het volgende bord:
Ik heb een klacht, ie was d’r niet. Moar ik blief met de klauw’n van de knop. Ik heb ’t goed wies echt nog we’ in orde!!!!
Het tweede toeval was dat ik in het Saarland werd overvallen door de hoeveelheid slakken, die ook in Nederland dit jaar goed renderen. Ik besefte dat ik eigenlijk helemaal niets van slakken afwist, dus dat heb ik maar eens onderzocht en een blogje over geschreven met de welluidende titel ‘slakkenseks’. En dan kom je zomaar een paar dagen een heuse slakkenorgie tegen. Het kan geen toeval zijn. Praktiserend onderwijs in de Achterhoek.
Maar het allermooiste vond ik wel de kennismaking met het beeld van ‘de vrouw van het Starveld in Geesteren. Dit beeld is gemaakt met de legende van de Sprakelberg als inspiratiebron. Nu kende ik deze legende niet, maar Sprakelberg is wel een berg naar mijn familienaam vernoemd en ik kende de Sprakelberg dus ook niet. Nu is het geen imposante berg, het schijnt niet meer dan zeven meter te zijn, maar toch schrijft in de 19e eeuw de schrijver Maalderink een heuse verhaal over de gebeurtenissen rondom jaloezie over geld en goed, volksgebruiken en natuurlijk intriges rondom de liefde. Ook toen al. De navolgende link gaat naar een prettige samenvatting die je lekker terugbrengt naar de 19e eeuw.
Kortom een fijne gedenkwaardige wandeling. Voor meer foto’s zie ook Instagram titiissprakeloos.
Kom je thuis van vakantie en je valt midden in een nieuwe Netflix-serie. Iedere dag een nieuwe bloedstollende aflevering vanuit Kabul. Een dramaserie waar de hele wereld naar kijkt en politici in verschillende landen acteren om hun foute beslissingen goed te praten. Ze zijn verantwoordelijk voor achtergebleven landgenoten en eigenlijk ook wel voor het lot van de Afghanen zelf. Het plot van deze serie is niemand meer duidelijk, want de schrijver van de serie is onbekend of heeft meerdere (spook)auteurs die elkaar bevechten. We realiseren ons amper dat het realiteit is en geen Netflix meer. Te triest voor woorden en het liefst wil ik de realiteit ontvluchten, met passende muziek bijvoorbeeld. Dan kan tegenwoordig gratis toch? In navolging van superboef prins Bernard doe ik een verzoek voor een gratis live optreden bij mij thuis. Ik denk aan De Dijk met ‘Mag het licht uit’.
In een van zijn kronkels beschreef Simon Carmiggelt eens een mopperige drinkebroer in een café die mismoedig de krant terzijde legde. ,,Nog steeds één grote klerezooi.” Daar dronk hij er nog maar eentje op. De man had niet door dat hij een krant van de stapel oud papier had gelezen. Tja, nieuws wat is dat. Bepleitte ik vorige week nog dat ik mijn best ging doen om tijdens mijn vakantie wel een stukje te schrijven, maar niet achter hypes aan te jagen. Deze week ben ik tot het inzicht gekomen dat het helemaal niet uitmaakt of de schrijver van dit stukje weet of Mark het nu wel of niet met Sigrid doet en hoe. Wat is nu nieuws? Volgende week jaag ik wel weer achter de hypes aan. Trouwens goed nieuws is dat Feyenoord in een goede flow zit. Daar drink ik dan op.
Bij de planning om naar het Saarland te gaan speelden een aantal overwegingen een rol. We waren er nog nooit geweest, het was niet zo ver weg en we vonden een alleraardigst onderkomen. Dat laatste is bewaarheid geworden en met dat we er nog nooit waren geweest, constateren we, al dan niet door corona, dat er weinig Nederlandse nummerplaten op de weg zijn. We zullen niet de eerste Nederlanders zijn, maar het is hier geen Costa Brava. 6 dagen geleden kwamen we vanuit Metz aan in Völklingen dat als verkoopargument had dat het eerste industriële werelderfgoed monument hier was gevestigd. De hoogovens van ‘Saarstahl’ hebben ruim honderd jaar gedraaid. Prachtige foto’s lokten, dus Völklingen ‘here we come’. Omdat onze vorige plek vanuit Metz nog geen uur rijden was, waren we ruim te vroeg dus maar even naar downtown Völklingen of ‘Die Altstadt’. Dat viel even tegen zeg. Bij het “nieuwe” jaren 70 raadhuis parkeerden we onze auto en de stedelijke allure kwam niet veel verder dan een plaats zoals Emmerich of laten we zeggen Tiel. We hadden ons niet gerealiseerd dat bij de voormalige staalindustrie, want de fabriek is in 1986 gesloten, een dito bevolkingsaanbod is. Na een rondwandeling door de vervallen winkelstraten met veel Kebabzaken en bijbehorende kruidenierszaken uit niet Duitse landen die elkaar traditiegetrouw wegconcurreren, vonden we een heuse Konditorei met alles erop en er aan. De uitbaatster was weliswaar geen pronte hoogblonde dame, maar een zeer vriendelijke Turkse maar niet minder pront. Dit mocht de pret niet drukken. Bij het verorberen van het broodje was ik vastbesloten om een cultureel-antropologisch verslag te doen van hetgeen we zagen. Hier, op de rand van Duitsland en Frankrijk, in het hart van een van de grootste Europese zware industriegebieden, komt het nieuwe Europa bijeen zonder meteen te denken aan de grootstedelijke problemen van Rotterdam, Parijs of Manchester. Van de Duitse gründlichkeit en sauberkeit is weinig te vinden. Aan het openbare meubilair en straatwerk was aan alle kanten te merken dat de gemeente armlastig is of andere prioriteiten heeft. Het was rommelig, met veel gesloten winkels (corona en internet?) en juist een plek waar het geld niet tegen de plinten op klotst is dat des te sneller te voelen. Er heerste een wat arbeideristische sombere sfeer, waarin armoede en hard werken al van generatie op generatie over is gegaan. Inmiddels heeft de sfeer een internationale allure gekregen.
Hoe nu verder?
We waren een beetje teleurgesteld. Geen mooie pittoreske dorpsplaatjes, geen kolossale gebouwen of indrukwekkende kerken of andere toeristisch vakantiegeluk. Wel interessant hoor, maar gaat het lukken vakantie te vieren in deze omgeving? Het antwoord is driewerf ja. We hebben een aantal mooie wandelingen gemaakt, heel veel geschiedenis mogen ervaren in het gebied dat al heel lang betwist wordt tussen de Fransen en de Duitsers en nu rustig ingebed ligt midden in Europa. Het huisje is een terugkomhuisje en de kers op de taart is toch wel de staalindustrie omgetoverd tot een werelderfgoed-attractie en terecht. Dat weten we nu en we begrijpen al een stukje beter dat onze eerste indruk misschien niet verkeerd was, maar wel gezien moet worden in het licht van de staalindustrie die inmiddels verdwenen is, met de daarbij behorende werkeloosheid waarvan ik niet weet in hoeverre deze inmiddels is verdisconteerd in de rest van de Duitse economie.
Weltkulturerbe Völklingen Hütte (IJzersmelterij van Völklingen)
Al dagen reden we er langs, maar de aantrekkingskracht van de IJzersmelterij was niet heel groot ondanks de indrukwekkende foto’s van de fabriek bij nacht. Maar op de voorlaatste volle vakantiedag zette we de Hütte op onze agenda en het was me een partijtje indrukwekkend. Natuurlijk allereerst de immense fabriekshallen en alle erbij horende historische en technische informatie. Maar dan wordt ook duidelijk dat je als gemeenschap hele mooie dingen kunt doen met zulke grote ruimtes. Bijvoorbeeld een fototentoonstelling van foto’s uit de jaren 80, om precies te zijn 1986, het jaar dat de fabriek gesloten werd, nu 25 jaar geleden. De jaren 80 een heerlijke memorylane voor wie dit decennium bewust heeft meegemaakt en er volwassen is geworden. En misschien nog wel indrukwekkender is de langzame overname van de natuur, zelfs in een stedelijke omgeving. Van wat ooit eens de trots van het Saarland is geweest wordt langzaam teruggegeven aan de natuur. De totale wandeling door de fabriek en het fabrieksterrein was zo’n 5 à 6 kilometer lang en zeker zo prettig als de vele boswandelingen die er hier ook te maken zijn.
Tijd om te overpeinzen, dat is ook vakantie. De geplande tocht om café Heimat te bezoeken in Morbach met aansluitend een fijne wandeling ging niet door. Om nu 160 kilometer te rijden met regen en kans op onweer is geen aanlokkelijk vooruitzicht om vrijwillig op pad te gaan. Hoeft ook niet, want we hebben een gerieflijk onderkomen, voldoende Wifi-capaciteit en boeken om te lezen. En natuurlijk tijd om een prangende vraag op te lossen die me de laatste dagen bezig hield. Hoe doen slakken het?
We zitten aan de rand van het bos. Regen of de ochtenddauw zorgt voor een grote hoeveelheid slakken. Het viel me al op dat het vooral heel veel solitaire beestjes zijn, dus de vraag hoe babyslakjes worden gemaakt is nog niet zo gek toch? Ik heb nooit parende slakken gezien alleen glibberige beestjes waar je op kunt trappen. Ook onprettig is de gang van een slak tegen een schuifdeur aan. Het summum is trouwens als je als onwetende vakantieganger de slakkengang langs de grote ruiten niet door hebt en niets vermoedend de ochtend wil begroeten door de schuifdeur te openen. Ik laat de verbeelding aan u over. Goed, hoe neuken slakken dus. Even googelen en je weet alles over het seksleven van de slak. Heel interessant dus, ik raad aan het uiterst leerzame filmpje vooral even te bekijken.
Ik heb geleerd dat er geen mannetjes en vrouwtjes slakken zijn, maar dat iedere slak zowel mannetje als vrouwtje kan zijn. Iedere slak heeft een kurkentrekkerachtige penis die tot wel vier maal hun lichaamslengte kan zijn. De hermafrodiete status heeft als bijkomend voordeel dat over de hele woke-discussie in de slakkenwereld niet moeilijk wordt gedaan. Nu is het ook, ondanks de ogenschijnlijke solitaire staat van de slak, dat ze het liefst paren met andere soortgenoten, maar als het moet kunnen ze ook zich zelf bevruchten om een volgende generatie glibbers te produceren. In grote lijnen heb ik nu geschetst hoe slakken het doen, maar dan is nog de vraag waar? Gisterochtend kwam ik een uitgeputte slak tegen op de terrastafel. Ogenschijnlijk levenloos van te veel seks of zelfwerkzaamheid die nacht, een van de twee. Ik dacht lekker je roes uitslapen al is voor pampus liggen in de zon voor een slak niet het aller slimste. Een paar uur later kwam ik dezelfde slak hangend tegen aan de tafelrand. Of hij is met een kater wakker geworden en op de vlucht of hij doet het nog even ongegeneerd met zichzelf. Ik twijfelde heel sterk of het beestje de volgende dag zou halen. ’s Avonds voordat het donker werd keek ik nog even of ik de slak nog een handje moest helpen. Met verhuizen bedoel ik dan, maar het was nergens meer te vinden.
Deze middag, terwijl het deels regende en vochtig was, zag ik helemaal geen slakken. Ik kon me concentreren op boek en op de life-wedstrijd van Feyenoord op mijn laptop. Vroeger in de plaats waar ik vandaag kom was er altijd een zondagmiddagdisco in de buurt. Een schuur werd tot een tijdelijk Sodom en Gomorra -festijn omgetoverd. Het lokaal heette trouwens Amoor in het kippenhok. Misschien dat er hier ergens in het bos ook zoiets is voor slakken, Bumbsen Im Wald. Met allemaal hun kurkentrekker in de aanslag moet het vast een fijn feest worden. Aan de andere kant van het huisje is wel een soort van uithangbord voor het feest.
Eigenlijk wilde ik in de 144 woorden helemaal niets zeggen omdat het vakantie is. Mijn streven is wel 52 keer een gros woorden maken. Deze keer wilde ik het grote niets beschrijven. Toch sijpelt er hier en daar wel wat nieuws via de mobiele telefoon door. De gewetensvraag, moet ik daar wat mee? Het antwoord is nee. Kan ik er wat mee en wil ik er wat mee? Je komt er achter dat ondanks flarden (ernstig) nieuws, dat je weinig achtergrondinformatie hebt om die flarden te vatten in een stukje. Zelfs in 144 woorden is dat niet gemakkelijk. Nu weet ik wel dat er hele volksstammen zijn die met een beperkte bagage aan kennis, hele wereldbeelden voor zoete koek slikken. Deze week laat ik de 144 woorden voorbijgaan. Of toch niet, hoe komt de Taliban aan de wapens trouwens? Bestaat het grote niets wel?
Voor drie dagen een nieuwe Heimat want we zijn ‘in der Ferien’ gefahren oder gegangen? Zelf vind ik gefahren iets mooier, want actiever. Gaan heeft iets passiefs, bij fahren lijkt het nog een zoekproces. Een zoekproces naar je eigen Heimat onder nieuwe omstandigheden. Wordt het herijken van jezelf of je omstandigheden, of ben je wel tevreden. Waar moet er geschaafd worden? Kortom een introspectieve zoektocht door lekker in de verte te staren. Naar niets, naar het komende jaar of nog veel verder. Misschien is het goed om ook achterom te kijken, maar daarover zijn de meningen sterk verdeeld. Vandaag is het Heimatsproces begonnen in de Hunsrück in Duitsland. En dat is niet voor niets want de mooiste serie in jaren, of misschien wel aller tijden speelde zich af in deze omgeving. Heimat is echt een magnifieke serie over het wel en wee van de familie Simons in het fictieve dorp Shabbach. Ik ga buiten de zoektocht naar mezelf, ook de roots van de serie in de omgeving opzoeken. Misschien dat beide processen wel parallel gaan lopen. Bij aankomst eerst maar eens de directe omgeving bekeken met een echte Komootwandeling vanuit ons eigen tijdelijke onderkomen. Dat is nog eens Heimat in optima forma.
Een Heilige plek langs de Niers in Duitsland? We waren bijna klaar met de ‘Graefenthal und Kloster’ wandeling in Kessel (D) en worden we hiermee geconfronteerd. Een boomstronk met een hele hoop prullaria zo gekocht in Kevelear een eindje verderop. Heel veel kaarsjes, plastic engeltjes en Maria’s. Maar ook duiveltjes en pentagrammen. De vraag waarom mensen dat doen is niet zo moeilijk, dat is inherent aan het mens zijn. Is het niet in een kerk, moskee of andersoortige tempel, dan maar in de bossen bij de Nederlands-Duitse grens. Ik snap het niet, maar ieder zijn meug. Waarom hier, die vraag triggert me wel. Is de bliksem ooit ingeslagen op deze plek, heeft er een ernstig misdrijf plaatsgevonden of is een Limburgse Bokkenrijder hier nog aan een spoken. Je weet het niet en misschien kom ik het ook wel niet te weten. Het was wel een van gedenkwaardige hoogtepuntjes van tweede wandeling op Komoot, nu als volwaardig betalend lid. Een aanrader voor ieder wandelaar.
Halverwege de week stond mijn onderwerp al vast voor deze “Gros” woorden. Ik wilde met mijn socialistische ego losgaan om de farmaceuten aan te pakken bij het horen van exorbitante prijsverhoging van de covid-vaccinaties. Schaamteloos verdedigden hun woordvoerders deze smeerlapperij met neoliberale prietpraat over de onderzoekskosten en wetenschappelijke doorontwikkeling. Ik heb geen onderzoek nodig om te stellen dat dit de perversiteit in optima forma is. Maar op de valreep van de week blijkt Nederland het beste Olympische land van Europa te zijn, de Brexiteers buiten beschouwing latend. Dat is nog eens andere koek! Dit brengt privileges met zich mee. Ik vind dat wij de nieuwe president van Europa mogen kiezen. Natuurlijk niet Rutte, maar Angela is vrij. Ik heb volledig vertrouwen in haar. Natuurlijk ‘Schaft sie es’ om Europa kleur op de wangen te geven, bijvoorbeeld om het dossier Afghanistan kundig op te pakken.