Slingers ophangen op het Pelserpad

Er zijn van die uitdrukkingen die mij diep laten nadenken over de houdbaarheid ervan. Zo is tegenwoordig een veel gehoorde uitdrukking, ‘het leven is een feestjes, maar je moet zelf de slingers ophangen!!’ Ik heb daarbij twee levensgrote bezwaren. Wie beweert dat het leven (altijd) een feestje is? Wil ik wel altijd feest? Misschien ben ik wel de notoire partypooper met kritische vragen die zich standaard ontpopt tot de muurbloem op het feest? En dan het tweede bezwaar, stel dat ik dat allemaal toch niet ben. Dus iemand met een opgeruimd karakter en een optimistische levenswandel, altijd in voor feestelijkheden en niemand in de weg zal lopen bij welke feestgedruis dan ook. In dat geval vraag ik me af moet een feest met slingers en andere uiterlijkheden worden gevierd? Een feestje zonder dat er allerlei uiterlijke kenmerken aan te pas komen, is dat ook een feest?

Vandaag was het zo ver, mijn 100e klompenpad in de ideale omstandigheden gelopen met mijn vrouw. Het Pelserpad was bovendien een erg aangename wandeling weten we nu, dus inwendig is het een feestje geworden met een heerlijke schnitzel na afloop in Ermelo, over inwendig gesproken! Maar moet iemand dat aan mij zien? Ik heb geen slingers meegenomen om het heuglijke feit te benadrukken. Tegenwoordig mag dat niet misschien niet meer in verband met milieuoverwegingen. De stikstofwaarde van slingers is me volledig onbekend trouwens. Onderweg hingen er wel heel veel vlaggen en ik had net kunnen doen alsof deze voor mij waren Maar u weet wel beter.

Mijn honderdste dus, 98 verhaaltjes, twee klompenpaden moeten nog overgedaan worden omdat ik toen nog geen foto’s maakte en klompenpadblogjes schreef. Dat komt helemaal goed. Een mijlpaal op het Pelserpad en ik heb feestelijk genoten. Kiekjes heb ik in ruime mate gemaakt waarvan er een paar op dit blog en een deel op Instagram (titiissprakeloos).

Na bovenstaande gelezen te hebben kunt u bedenken, waarom zoveel woorden èn een blog terwijl hij geen feestje wil, laat staan slingers. Nu, mijn antwoord is, het leven hoeft geen feest te zijn, maar het leven hoeft ook niet met consequent gedrag aan elkaar te hangen. Misschien is dat wel het feest?

Positief Karma op het Gravenslootpad

En dan sta je in een keer in Woerden. Geheel tegen mijn gewoonte in startte ik niet bij het officiële begin van het Gravenslootpad, maar bij het station in Woerden vanwege zekerheid van parkeren. In Kamerik was dat niet helemaal duidelijk voor mij. Woerden, ik was er ooit geweest in 1990 voor een sollicitatiegesprek. Ik herkende het niet terug, of beter gezegd, ik had geen actieve herinneringen meer aan Woerden. Maar het zal wel helemaal veranderd zijn. De dag zelf herinner ik me nog als de dag van gisteren. Ik was veel te vroeg in Woerden en ik nam de bus naar Kamerik. Daar zat toen de Algemeen Christelijke Politiebond. Als net afgestudeerd bestuurskundige solliciteerde ik maar een eind in het rond. Een baan vinden voor jongeren was toen net zo moeilijk als tegenwoordig een huis vinden voor jongeren. Te vroeg in Kamerik, in de hoop dat er een horecagelegenheid open was. Niets, dan lopen we maar weer terug naar Woerden, tijd zat en nemen we een latere bus weer terug naar Kamerik. Had ik even geen rekening gehouden met het feit dat de bussen maar heel sporadisch liepen. Geen bus meer om op tijd voor de tweede keer in Kamerik te geraken. Wat nu? Flink doorstappen maar, en met een bezwete kop bij mijn sollicitatie aankomen. Er zit niets anders op, geld voor een taxi had ik niet bij me. Maar na 200 meter werd er achter me gebeld. Twee bakvissen van 14 jaar op grote omafietsen reden langs me op en riepen: ,,Spring maar achter op, we moeten naar Kamerik.” Ik weet niet of ze van een strak in het pak zittende ex-student hadden verwacht dat ik het aanbod zou aannemen, maar ik deed het wel. Ze hadden blijkbaar niet geleerd van hun ouders dat ze geen vreemde mijnheren mochten meenemen. Kijkend tegen een ranke meisjesrug, weliswaar 25 kilo terug, kwam ik op tijd voor mijn gesprek. Het mocht niet baten, afgewezen. De wereld van de politie met mij erbij had er anders uitgezien, in ieder geval mijn leven zou anders gelopen zijn. Dan had ik de dames misschien mijn hele leven tegengekomen en glimlachend gezegd, dank zij jullie heb ik de baan. Het mocht niet zo zijn en nu maak ik blogjes over klompenpaden.

Het Gravenslootpad is een alleraardigste wandeling, maar wel een tussendoortje. Voor 6 augustus heb ik met mijn partner afgesproken het 100e klompenpad te lopen, maar dan moet nummer 99 ook voltrokken zijn. Het Gravenslootpad had ik uitgekozen. Een prachtig begin vanaf het station in Woerden, je loopt door landgoed Bredius. En heel opvallend voor mij als Oosterling, de hoeveelheid mensen die vriendelijk goedendag zeiden. Ik moet iets aan mijn vooroordelen over de Randstad doen. Aan de andere kant, ik had het kunnen weten, want dertig jaar terug werd ik belangeloos vervoerd door twee jonge scholieren. Toch? Al hebben ze me geen toeristische route getoond, want dat doe ik vandaag met de benenwagen. Zoals ik al zei een hele fijne wandeling door weilanden, met prachtig vergezichten.

Nog even in het stadje zelf kijken en op de terugweg naar het station komt de aap uit de mouw. De vriendelijkheid van de gemiddelde Woerdenaar is helemaal niet spontaan, ze moeten van de gemeente. Middels leuzen in het publieke domein worden ze opgeroepen om vriendelijk te doen tegen vreemdelingen zoals klompenpadlopers. Aan de andere kant, er zijn slechtere overheidsmaatregelen te bedenken.
Meer foto’s zie ook mijn Instagram account titiissprakeloos.

Het zondagse zakgeld brandt in de zak op het Schaarsbergenpad

Het is lang geleden, maar gisteren was het een ouderwetse déjà vu momentje. Op je 56e nota bene kreeg ik van moeders zakgeld. Voor een kop koffie met iets lekkers of een lunch. Ze wist dat ik samen met partner een nieuw klompenpad ging lopen in Schaarsbergen. Zelf lopen zit er niet meer bij, maar middels foto’s en/of verhalen kijkt ze op de achtergrond wel eens mee. Het ontbijt was net achter de kiezen, maar bij het pannenkoekenhuis wilde ik al best wel een kop koffie met appeltaart. Was er niet een premier, al weer meer dan vijftien jaar geleden, die riep eerst het zuur en dan het zoet. Ook de wetenschap dat ik de hoon van mijn vrouw zou moeten trotseren om zo snel na het ontbijt de calorieënteller al weer te laten oplopen voor deze dag, weerhield me om het voorstel te plaatsen. Eerst het zuur en dan het zoet. Maar het Schaarsbergenpad was helemaal niet zuur, integendeel.

Deze nieuwste aanwinst in de familie der Klompenpaden mag er wezen. Ik had me geprepareerd op een pure boswandeling, maar het was echt meer. Met hier en daar boerderijen, vennetjes en de al beginnende bloei van de heide. Een zeer afwisselende wandeling. Verder hadden we op dit tijdstip, op deze plek nabij Arnhem op de Veluwe veel meer mensen verwacht. We waren niet de enige, maar het was eigenlijk best rustig. Wat doen die mensen allemaal na het ontbijt op zondagochtend vraag ik me af. Ik heb me al jaren verzoend dat het lopen van een klompenpad wel een beetje begint te passen bij mijn leeftijd, maar al die anderen dan. Misschien hebben zij geen zakgeld gekregen van hun moeder en zijn ze nu op de koffie bij hun moeders om geld los te peuteren? Wie zal het zeggen.

Ik mag me voor vandaag gelukkig prijzen. Een fijne wandeling met het beste gezelschap, ik kan mijn eigen lunch zonder problemen betalen, maar ik krijg het ook nog in mijn schoot geworpen. En het is rustig, heel rustig. Ik weet niet of ik wel op vakantie hoef deze zomer. Ik heb gedurende de hele wandeling niet meer aan appelgebak of uitsmijters gedacht, maar tegen het einde van de wandeling plopte het op, alles kwam bij elkaar. Een fijne wandeling afgerond en een gesubsidieerde lunch in nog steeds goede gezelschap. Praise the Lord, Halleluya !
Voor meer foto’s zie ook Instagram account titiissprakeloos

Plaatjes en Kletspraatjes: De zwarte cross-ontmaagding.

Kun je je aangesproken voelen bij de warme woorden ‘Welkom Thuus’ als je er nog nooit geweest bent? Voor mij is het antwoord volmondig ja, dat kan. 15 juli 2022 was ik voor het eerst op de Zwarte Cross in Lichtenvoorde. Ik voelde me welkom en ik was meteen thuus. Het kan echt. Zo’n kleine 20 jaar geleden stond ik op camping Beusink in Lievelde. Toen heb ik over het terrein terrein van de Zwarte Cross gelopen (De Schans) Op die camping kwamen steeds meer tenten van de bouwers van de Zwarte Cross. Je voelde wel de kriebelende spanning van alle betrokkenen. Ik had geen aandrang om te gaan. Ook niet toen ik naar een concert van Jovink was geweest in Didam omdat ik er voor de Gelderlander een stukje over mocht schrijven. Het is een lovend stuk geworden en dat kwam toen recht uit mijn hart. Het heeft tot 2022 geduurd toen ik ja zei op de suggestie van mijn vrouw die opperde “Zullen we naar de Zwarte Cross op vrijdag?” Het kwartje is gevallen, een soort van Zwarte Cross-ontmaagding als het ware.

Wat is dan thuiskomen? Biertje, ongedwongen sfeer, humor en veel, heel veel keus in muziek en theater. Maar het is volgens mij vooral, naast de uitstekende organisatie op alle fronten waar bijna aan ieder detail is gedacht, het publiek dat het festival maakt. Ik ben geen Achterhoeker, getogen in Salland en woon inmiddels al weer zo’n 25 jaar in de Liemers. Het bijt elkaar allemaal niet, sterker wat bijt elkaar wel op de Zwarte Cross?  Het is een beetje één grote love&peace-attractie in de boertige weide van Tante Rikie. In tijden waarin we van de ene naar de andere crisis denderen, is het ook wel een beetje een festival van de Hoop.

In dit thuisgebeuren was het eerste dat we zagen een band De Ponders. Jordanese Levensliederen op een reggaebeat, een geniaal concept. Stukjes race meegepakt en slenteren, toen we onverwacht werden geconfronteerd met Drukwerk. Jaren niet meer aan Harrie gedacht (sorry Harrie) maar veel liedjes kwamen als vanzelf weer boven. Tussendoor lopen over het immense terrein (24.000 passen gemaakt) hier en daar stilstaan en even kijken. De planning voor de avond was Danny Vera, De Heinos en Dropkick Murfys. Danny was goed, De Heinos betekende met Normaalnummers feest en toen werd het tegen elf uur. Op aanraden van mijn zoon naar de Dropkick Murfys, maar we waren moe na 12 uur Zwarte Cross. We keken elkaar aan en geloofden het wel. Misschien heel jammer en een gemiste kans, maar het voordeel van thuis welkom zijn: Alles kan, maar niks mot.

Volgend jaar weer.

TIP

Voor de Zwarte Crossgangers die dit vanavond in hun bedje lezen en dit te veel woorden vinden, morgen weer een nieuwe dag want Alles kan, maar niks mot. Misschien wel herlezen na de ongetwijfeld wijze preek van Eus ( Özkan Akyol) in de oecumenische dienst. Ik zou er graag bij zijn geweest. Veel plezier nog.

Wijsheden van een Amsterdams filosoof krijgt op humoristische wijze een eigen(tijdse) invulling. Humor een belangrijk concept van de Zwarte Cross die niet overal goed begrepen wordt.
Als de humor niet vanuit de Zwarte Cross organisatie komt, dan nemen de bezoekers ze zelf wel mee. Een van de vele voorbeelden.
Alsof tante Rikie hier optreedt als Anny Vera, de zus van de beter bekende Danny. Eigen humor.

Plaatjes en een kletspraatjes: Pas op, heksenverbranders in aantocht.

Op zomaar een zondag loop ik geheel onverwacht mee met een stille tocht ter herdenking van ene Aleyda uit Almen die in 1472 levend verbrand werd als heks. Nu ken ik Aleyda niet persoonlijk, maar twee jaar geleden ging mijn vrouw al naar de voorstelling De heks van Almen. Ik had er wel wat van meegekregen. Of ik zondag mee naar de openluchtvoorstelling in Bredevoort ging? Ik zou liegen als ik meteen stond te springen, maar met de kennis van nu heb ik er geen spijt van, De heks van Almen. (Zou dat tegenwoordig niet beter ‘totheksgemaakte’ kunnen heten? Het is zomaar een oprisping.)

Na afloop wilde mijn vrouw ook even mee ter herdenking en een kaarsje branden op het kerkplein. En daarna was er een schnitzel op het plein, want we liepen toch toevallig langs een gezellig terras in Bredevoort. Maar vooraf dus de voorstelling. Ik vat het even heel kort samen. Voor meer details verwijs ik naar de site, want ze spelen komend weekend weer in Bredevoort en ook elders in het land.

Aan het einde van de middeleeuwen was de opkomst van het protestantisme. Geloofsoorlogen in heel Europa, ook in Nederland, gaf dit de bewoners van de Achterhoek veel onzekerheid. Naar wie moeten ze luisteren, de katholieke kerk of naar de opkomende ketters, naar de Paapsen of naar de Staatsen. Onzekerheid is altijd een belangrijke bron om zondebokken te zoeken. Om hen de schuld te geven van het onverklaarbare of onwenselijke, in die tijd bijvoorbeeld aan wijze vrouwen (en ook mannen). Door de kerk, katholiek en protestant, werden onwelgevallige meningen of leefwijzen gezien als het werk van de duivel. En die mag je, of beter gezegd moet je aanpakken. Katholieken en protestanten wedijverden hierin om maar in een zo’n goed mogelijk blaadje bij god te komen. Zo ook vroedvrouw Aleyda uit Almen die verantwoordelijk werd gehouden voor een geboorte met hazenlip, het werk van de Duivel.

In het stuk werden linken gelegd met de tegenwoordige tijd. Oh, maar we leven niet meer in de middeleeuwen toch? Nee, maar de mens is in essentie in mijn optiek niet zo ver geëvolueerd, of eigenlijk helemaal niet. Het zijn onzekere tijden in Nederland en in de wereld en 15 jaar geleden had nog niemand gehoord van fakenews, waren complottheorieën een eigenaardige hobby van gekkies die nu, misschien wel door het onverklaarbare en onwenselijke (corona), de indruk wekken dat ze de wereld gaan overnemen (great reset). Dit alles wordt versterkt door de sociale media, de nieuwe heksenbrandstapels.

Om het terug te brengen op de onderdrukking van de vrouw door het patriarchaat. Zaterdag las ik een tweet van Thierry Baudet dat werkende vrouwen een doorn in het oog zijn. En wat te denken van de abortuswetgeving in de VS? Een stapje terug of een tendens die veel Verlichtingsverworvenheden in één klap teniet doen.

Ik vond het een mooi theaterstuk dat mij stof tot nadenken gaf en in ieder geval reden tot een blogje. Een kaarsje branden is dan wel het minste dat een mens kan doen.

Wandelen langs de boeren op het Norderpad

De afspraak stond al geruim een half jaar met mijn wandelmaatje voor vandaag. Ze ging met pensioen en ik heb het afscheid niet kunnen opleuken met aanwezigheid destijds. We zouden een keer samen gaan wandelen. Dit werd al een keer uitgesteld door gebroken tenen van de nieuwbakken pensionado, maar vandaag was het zo ver. Op naar Putten, het Norderpad gaan we beslechten. Dit plan bestond dus al een tijdje, het is dus geen ramptoerisme onzerzijds om ons in de buurt van het kerngebied van de boerenprotesten te begeven. Geen files voor mij om in Putten te komen.

Met de actualiteit op de hielen besef ik dat ik al 97 wandelingen geniet van de klompenpaden, met name ook door de landerijen in Gelderland en Utrecht. En onderweg kwamen we ook genoeg boeren tegen die ‘gewoon’ aan het werk waren om te hooien, koeien te verzorgen en anderszins boeren dingen te doen. Ze moesten gewoon boeren. Ik wil het maar even gezegd hebben.

Mijn mening over stikstof? Heb ik niet en nooit gehad ook. Maak ik mij zorgen over die stikstof? Ja heel erg, maar ik maak me vooral zorgen over de stand van Nederland ongeacht welke crisis dan ook op dit moment. Zorgen over de polarisatie, zorgen over de zorg, zorg over de capaciteiten van politie en justitie, zorgen over incapabele politici en hijgerige media. Het probleem van de boeren is al een lang bestaand probleem net zoals meerdere crisissen waar we nu mee geconfronteerd worden. Ik zie door de bomen het bos niet meer. Maar een klompenpad is om zorgen ook beetje achter je te laten en tot het besef te komen dat ik er niet zoveel aan kan veranderen, misschien door op de juiste partijen te stemmen. Maar wat is de juiste, dat is misschien wel het grootste probleem in heel Nederland.

Dan kan de BV Nederland nog zo’n grote modderpoel lijken, een stukje licht en helderheid is er altijd wel weer te vinden. En zolang er klompenpaden zijn waar je foto’s kunt maken van troebele vennen met helder blauwe weerspiegelingen, komt het wel goed. We keuvelen gedurende wandeling gewoon verder over gewone mensendingen. Zolang mensen, mensen zijn en wandelaars kunnen wandelen ga ik de 140 klompenpad wel redden. Binnenkort de100e, deo volente en met ook een beetje als de boeren het willen. Ze moeten natuurlijk wel kunnen boeren.

Plaatjes en kletspraatjes: Waarom? Nou daarom!

Afgelopen zondag ietwat somber, maar wel goed zomers weer. Ik had kunnen wandelen, in de tuin werken of zomaar een eind fietsen. Ik heb het niet gedaan, ik ging samen met mijn partner naar de film en wel in Zevenaar. Kan dat in Zevenaar zal een grote groep lezers kunnen denken. En dan weet je, ze wonen in de Randstad of in de grotere steden in de buurt, maar Zevenaar heeft misschien wel een van de mooiste filmhuizen van Nederland. Maar dit ter zijde. Er draaide een leuke film namelijk Falling for Figaro. Mijn vrouw is namelijk fan van Absolutely Fabulous, voor intimi ABFAB. Een typische vrouwen humorserie die in zijn soort best aardig is, denk ik. Ik geniet er ook van op afstand dat wil zeggen, de aaneenschakeling van gierende uithalen en het bijna stikken van het lachen is heel vermakelijk om op afstand te volgen. De blonde dame in ABFAB, Patsy speelt in Absolutely Fabulous, Joanna Lumly.

Falling for Figaro heeft alles wat een Engelse feelgood movie moet hebben. Allereerst een slap maar aanstekelijk liefdesverhaal waarbij het aanvankelijk heel erg stroef gaat tussen de geliefden. Vervolgens een mooi gedoseerde bak Engelse droge humor tegen de achtergrond van het hippe London, maar vooral het mooie stilistische Schotland. Tussen door lekkere muziek uit bekende opera’s, ook mooi voor de minder grote operaliefhebber. Het heet niet voor niets Falling for Figaro. Een fijne zondagmiddag is gegarandeerd.

Waarom hierover schrijven? Het is een leuke film, maar hoe mooi het filmhuis ook moge zijn, het is er best vaak rustig. Jammer, dus een beetje promotie mag best wel. Zelfs in de pauze voor een noodzakelijk sigaretje, heb je een prachtige blik op het plein van de voormalige Turmac fabriek. Roken is dan geen straf meer. Als er door dit nietszeggende blogje ook maar een extra bezoeker is, heb ik mijn doel bereikt. Als vanaf nu de bezoekcijfers echt omhoog vliegen, klop ik wel aan bij het filmhuis voor een gratis abonnement. Zo ben ik dan ook wel weer.

O sétimo dia: De restjes van een week?

De laatste vakantiedag kan beginnen. Ik zit op het bankje op het erf en kijk naar de sinaasappelboom. Ook constateer ik dat de zon nog even moet werken om de lucht weer strak blauw te krijgen en het waait behoorlijk, dus een pietsie hooikoorts, ook hier. Maar de temperatuur is aangenaam en ik drink mijn eerste bakkie leut voor dat we gaan ontbijten. Ik sprak deze week al eerder over de weelde van alle sinaasappelen die maar op de grond vallen en waarmee niets gedaan wordt. Maar zo’n boom staat er niet voor de consumptie, maar voor de toerist natuurlijk. Die kan het thuisfront lekker maken met de rustiek van Portugal die uit deze foto door het scherm spat. Echte engerds maken er ook nog een blogje van. Wat zal de dag vandaag brengen? We gaan naar Lagos aan de Zuidkust. Schijnt een mooie stad te zijn. Mijn herinnering laat me in de steek of we nu in Lagos of Portimão zijn geweest vijftien jaar geleden. We gokten op Lagos, maar we hadden het mis. Lagos was het product dat iedere vakantieganger die dat niet wil toch één keer meemaakt, je wordt toerist. (Ik weet echt wel dat ik dat zeven dagen ben geweest hoor, ik ben ook niet gek dus laat me lekker in die waan op de berg) Ons lukt het vaak om iedere vakantie toch één keer in de toeristenfuik te stappen. Vandaag was dat Lagos. Geen aanrader en bij een langer verblijf dan 2 uur slaat de misantropie toe, zelfs in de vakantie. Dus maar weer snel terug naar huis, naar de berg en onze tuin met sinaasappelboom. Bij het schrijven van het blog besefte ik dat ik niet eens een foto in Lagos had gemaakt.

Op de berg nam ik een kloek besluit toen we in de middagrust werden opgeschrikt door de vallende sinaasappels. Back to basic en leven met de natuur, ik ga onszelf trakteren op een overheerlijk glaasje sinaasappelsap, suco de laranja van eigen bodem. Mag vast wel van de eigenaar, hij heeft bij de keukenuitrusting niet voor niets een citruspers. Een man en man, een woord een woord.

Waar gewerkt wordt, vallen spaanders.
Voor niets gaat de zon op, voor een eerlijk product zonder toegevoegde suikers waren 35 apelsienen nodig.
Aan reclame en marketing hoef ik niets meer te doen. In vijf minuten (30 dus) vers van de boom, vers in het glas.
En binnen een tel bij de consument: Proost op een geslaagde vakantie.

En morgen de terugreis. Ik weet niet of er nog een afsluiting komt, dat zien we morgen wel weer. Ik heb één goed voornemen en dat is dat als mijn enthousiasme voor de terugreis een kwart is van de reis naar Portugal, ik tevreden ben. Als dat lukt, ben ik een blijvende blije Dodo.

Eerder verschenen in deze reeks:

O primeiro dia: Vind ik me toch zomaar terug in de Algarve. Errug

O sedundo dia: Back to the future.

O terceiro dia: Boven op de berg

O quarto dia: De dag van Portugal

O quinto dia: Daar is ie….Het klompenpad op zijn Portugees

O sixto dia: Mijn liefde voor de zee

O sexto dia: Mijn liefde voor de zee

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, ik heb een haat-liefde verhouding met de kust en de zee, waar ook ter wereld. Met name de strandcultuur staat me tegen. Het is kijken of gezien worden door allerlei hippe types met cocktails in protserige strandpaviljoens. Bakken in de zon heb ik ook altijd al een heel merkwaardige hobby gevonden. Ik ben niet zo’n gebronsd type, nu niet en ook 25 kilo geleden niet. En toch vind ik de zee mooi, machtig en rusteloos intrigerend. Ik herinner me levendig het wegdoezelen op het strand, met de zee op de achtergrond waarbij geluiden van spelende kinderen en jongens en meisjes die wel gezien willen worden langzaam wegvagen.

Ruim vijftien jaar geleden hadden we een fijne gezinsvakantie in de Algarve. Ik was toen gecharmeerd van het kustlandschap in het Zuidwesten van Portugal, zowel de kust als de weg ernaartoe. Deze herinnering bleek geen hersenspinsel te zijn, want ook nu, op weg naar de Atlantische Oceaan vond ik de kronkelige bergweggetjes als ook de baaien langs de kust erg mooi. Maar wat ik ook nog heel goed weet dat we bij zo’n baai met twee overenthousiaste jongetjes arriveerden (9 en 12) en ze waren niet te houden bij het zien van de hoge golven. De zee heeft hier niet alleen hoge golven, maar is ook behoorlijk koud. Zelf wijs ik al het zwemwater onder de 25 graden systematisch af als zijnde pure marteling en zelfkastijding. We hadden weliswaar geen surfbenodigdheden, maar ze wilde het water in. Van het ijskoude water hadden de jongetjes pas na 25 minuten last, zelf had ik het na 1 minuut al helemaal gehad, maar ja er is zoiets als vaderverantwoordelijkheid want de zee was wel zeer ruig. Het was zeker geen hoogtepunt in mijn leven, maar als vader was ik wel een held voor zolang het duurde. De schoonheid van de zee alhier is me ondanks dit trauma wel bijgebleven.

Het voorstel om op zondag met zijn tweeën richting de zee te rijden werd met algemene stemmen aangenomen. Ik had er zelfs een zwembroek voor gekocht al wist ik echt wel dat ik de zee niet in zou duiken. Zelf had ik romantische ideeën om er om negen uur al te zijn, het was slechts drie kwartier rijden. Het liefst wilde ik er om half acht al zijn, maar de haalbaarheid van dat plan was bij voorbaat kansloos. Ondanks dat we om half negen wakker waren, lukte het ons ook zonder kinderen pas om rond kwart voor elf te vertrekken. Met nog even tanken arriveerden we om 12 uur bij Praia da Arrifana. Nu moeten we dat natuurlijk wel even in de juiste context plaatsen. Ons eerste gezamenlijke uitje was in januari 1991 naar Amsterdam. We sliepen op de studentenkamer van mijn broer in Uilenstede. Anne Frankhuis was ons eerste geplande museumbezoek. Om kwart voor vijf arriveerden we ter plekke, een kwartier later was het Anne Frankhuis gesloten. Lekker dan, maar ruim dertig jaar later zijn we wel mooi vijf uur eerder op de plek van bestemming. Progressie lijkt me dus, maar dit ter zijde. We hadden een half uur eerder kunnen vertrekken ware het niet dat mijn lief nog een gedichtje moest maken over ooievaars die we gisteren hier vlak in de buurt in grote getale hebben gezien. Heel mooi, maar was dit nu het uitgesproken moment? Kunst laat zich niet dwingen natuurlijk.

Ik wist
Niet
Waarom
Ooievaars
Klepperen
 
Nu
Weet ik
Het wel
Ze tonen elkaar
Hun Liefde
 
Laten
Wij ook
Vooral
Met overgave
Klepperen

Dat dus, Klepperen vandaag. Om twaalf uur zagen we inderdaad een lieflijk strandje van boven op de rotsrand, een lieflijk surfstrandje, maar ik zei het al, ik ben geen strandjongen en al helemaal geen surfjongen. Fysiek ben ik er niet toe in staat, ik heb geen half lang geblondeerd haar of een kek knotje op mijn kop en de zonnebrandcrème van factor 100 of meer hadden we niet bij ons toevallig. Ook ontbeer ik een buitenissig grote tattoo om te showen bij het aan- en uittrekken van het surfpak. Bovendien, over surfpakken gesproken, zo te zien hebben ze die niet in mijn maat. En mocht er een XXL pak te koop zijn, dan word ik echt geen jongen die graag gezien wordt/wil worden op het strand. Ik zei het al, ik ben geen strandjongen.

Maar dit allemaal bij elkaar mijmerend hoor ik de golven hun hypnotiserende mantra bulderen en de stemmen verstommen. Misschien moeten we in het najaar toch maar eens een weekje boeken in de Algarve, een huisje aan de kust. Zal maar eens flink klepperen de komende tijd.

Eerder verschenen in deze reeks:

O primeiro dia: Vind ik me toch zomaar terug in de Algarve. Errug

O sedundo dia: Back to the future.

O terceiro dia: Boven op de berg

O quarto dia: De dag van Portugal

O quinto dia: Daar is ie….Het klompenpad op zijn Portugees

O quinto dia: Daar is ie……het klompenpad op zijn Portugees.

Ik ben er nog niet uit hoe ik het klompenpad ga noemen, maar de voorlopig werknaam is ‘Caminho de obstrucão’ Andar pela casa oftewel Klompenpad Wandeling rondom huis, circa 1 km in Monchique.

Het is eindelijk zover, klompen aan, rugzak op en gaan. Ik had de schutkleur van de Portugese lucht als klederdracht genomen. Verder zonnebril, zonnebrand en genoeg water bij me om de buurt te verkennen, want het is me wel duidelijk dat, hoewel het aantal buren schaars is, ze onmiskenbaar direct of indirect te maken hebben met de landbouw, dus het basismateriaal voor een klompenpad. En net zoals bij veel Nederlandse klompenpaden, val je vaak van de ene verrassing in de andere en is het er over het algemeen rustig. En de mensen die je tegenkomt zeggen vriendelijk Bom Dia. In dit geval was het mijn partner die de 36 graden Celsius iets te veel vindt voor een gezonde wandeling en onder de boom bleef lezen. Ik kwam in deze Caminho de obstrucão twee keer over ons eigen boerenerf.

En dan denken wij het alleenrecht te hebben op de geuzennaam Kikkerlandje, maar nee hoor, na nog geen 50 meter wandelen een heuse pad (sapo) op het ‘Andar pela casa’ Je verzint het niet. Even verder wilde ik nog wat landbouw geheimen ontdekken, want tot mij verbazing waren er overal kleine en iets minder kleine aardappelveldjes. Ik wilde een stukje rots beklimmen om nieuwe ontdekkingen te doen, maar mijn evenwichtsvermogen is iets uit vorm en ik had mijn niet meelopende eega belooft me niet te gedragen als een jonge God living on the edge. Ondertussen had ik wel gezien dat er plukjes wijnranken waren, naast de citrusvruchten en zag ik ook pruimen- en kersenbomen waar ogenschijnlijk niets mee gedaan werd. Misschien dat de vrienden van Caroline van der Plas hier nog een sinaasappeltje kunnen schillen om de boerenstand te verheffen in een eco-neutrale organisatie. Ik vind het zonde van al dat verloren fruit. Maar ik heb er dan ook geen verstand van, niet hier, maar ook niet in Nederland. Ook daar vind ik de Randstedelijke kijk op landbouw op zijn minst eigenaardig. Goed, ik heb er geen verstand van, wel van klompenpaden, dus ik vermaak me verder kostelijk.
Geheime kleine aardappelveldjes
Terwijl ik langs natuur, boerenlandschap en landweggetjes loop, zie ik het mondaine Monchique op de achtergrond. Een doorkijkje op zijn tijd is ook hier de charme van een klompenpad.

De tevredenheid als de finish in het zicht is net zo’n overwinning als in Nederland, dus bij het zien van de eindstreep, snel de klompenpas er nog in. Oost, west, thuis best. In Nederland is het dan je klompen bij de deur en een kop koffie, hier gaan we voor een koude douch.

Voor de precieze route verwijs ik naar mijn Komoot app onder de naam Vincent ID Sprakeloos. Ook alle 350 foto’s zijn er te bewonderen. Echt waar.

Eerder verschenen in deze reeks:

O primeiro dia: Vind ik me toch zomaar terug in de Algarve. Errug

O sedundo dia: Back to the future.

O terceiro dia: Boven op de berg

O quarto dia: De dag van Portugal