Bornwater’s Brillemans: De kruisiging van Christus 1554, Jacob Gerritsz. Bornwater

De Kruisiging van Christus, 1554 door Jacob Gerritsz. Bornwater, Dordrechts Museum

Jacob Gerritsz. Bornwater, wie kent hem niet? Ik wel vanaf zaterdag 7 maart 2026. Al weet ik nog niet zoveel, maar daar ga ik de komende tijd verandering in brengen.

We hadden gehoord dat Dordrecht een hele mooi stad is. Wat we niet wisten is dat de oudste stad van Holland een verborgen parel bleek. Met relatief weinig toeristen, de afwezigheid van Nutellawinkels en vrijgezellenfeesten, hebben we genoten van de historische entourage. Een van de doelen was het Dordrechts Museum. Dit stond al een tijd op ons wensenlijst, maar de expositie van William Turner bracht het in een stroomversnelling. Een goed gevuld weekend dus, mooi weer en als toetje op de maandag nog een wandeling door de Dordtse Biesbosch. Ik zal eens kijken of deze inleiding de VVV in Dordrecht wat waard is.

Naast de mooie expositie van de werken van William Turner, zijn tijdgenoten en inspiratiebronnen, wilden we uiteraard ook de vaste collectie bezichtigen. In de eerste zaal kwamen we een 16e -eeuws schilderij tegen van de vermoedelijk Dordtse schilder Jacob Gerritsz. Bornwater. Het heet de kruisiging van Christus uit 1554. Een weinig verrassend onderwerp uit die tijd. Ik las het bijschrift: “Het lijden van Christus, letterlijk, een lijdensweg. Als in een stripverhaal gaf Bornwater het weer, van begin tot eind. Met veel gevoel voor drama.”  

De eerlijkheid biedt mij te zeggen dat ik niet meteen aansla op kerkelijke kunst. Ik weet inmiddels voldoende van de kunstgeschiedenis dat de functie van schilderijen en beelden voor de middeleeuwers heel belangrijk waren. Dit was een periode waarin de ongeletterdheid nog sterk aanwezig was en alle middelen gebruikt werden om het geloof inzichtelijk te maken. 1554 was al iets later, de Reformatie had zich al in al haar glorie vertoont in ons land met alle gevolgen van dien voor de mensheid en de kunst.

Ik sloeg vooral aan op het woord stripverhaal en wilde de kruiswegstaties eens goed bekijken. Ik ging ervan uit dat ik die aan zou treffen. Met mijn neus op het doek bekeek ik het werk van Bornwater. Mijn blik trof meteen een van de figuranten. Een mannetje met bril, direct achter de paarden. Zit hij ook op een paard, of staat hij erachter geschilderd zonder acht te slaan op de perspectiefregels. De mannen zijn in oosterse kledij getooid. Het mannetje waarop ik aansla, heeft een bril op. Een bril? Ik vraag aan mijn partner, bestonden er toen al brillen? Zij bevestigt het na snel op haar mobiel te hebben gekeken, vanaf de eind 13e eeuw een uitvinding uit Noord-Italië.

Maar waarom afgebeeld op een schilderij dat zich zo’n 1500 jaar eerder heeft afgespeeld? Wie is die man, waarom had hij een bril op en wat was er zo belangrijk aan die man om hem met bril op te tekenen. Daar moet ik meer van weten, dus thuis maar een beetje googelen.

Eenmaal thuis was er even de angst dat ik bij het openbaar maken van het brilletje beticht zou worden van vernieling. Het brilletje lijkt er min of meer op gekladderd met balpen. Op internet zag ik gelukkig ook hetzelfde stripbrilletje getekend, dus het bijschrift had niets te veel gezegd. Nu een potentiële verdenking niet op mij zou vallen, ga ik verder met mijn zoektocht. Allereerst naar de schilder, Jacob Gerritsz. Bornwater.

Ik weet dat ik een luie onderzoeker ben en als ik niet meteen op een duidelijke wikipagina kom, ga ik er van uit dat er niet zoveel is. Er was geen wikipagina en er waren maar heel weinig bronnen over Bornwater te vinden. Wel kwam dit schilderij steeds naar boven. Er waren bronnen die zeiden dat dit het enige stuk van de schilder is, maar anderen meldden ‘St. Jerome in his study’, ook uit die tijd. De kruisiging, of inmiddels ònze kruisiging, was een onderdeel van een altaarstuk in het Augustijnerklooster in Dordrecht.

Voorlopige conclusie, Jacob Gerritsz. Bornwater komt uit Dordrecht of heeft er langere tijd gewerkt. Zijn kunstzinnige nalatenschap is beperkt en zijn vader heette waarschijnlijk Gerrit. De essentie van mijn zoektocht is echter niet de schilder, maar het brilletje en de vragen van het hoe en waarom van het brilletje van het mannetje bij de paarden. Het mooie van kijken naar kunst en haar geschiedenis is, dat het mij in dit geval brengt naar de oorsprong van de bril! Mijn eega had gelijk, er wordt vanuit gegaan dat rond 1280 de bril in Italië is uitgevonden. Dit is de zogenaamde nietbril, waarbij twee geslepen glazen gebruikt werden voor verziendheid. In de klassieke oudheid was er al veel kennis van de optometrie, maar van een bril was nog geen sprake. Ook is de uitvinding wel aan China toegeschreven. Daar was de kennis rondom glas, glasslijpen en optometrie op een hoogstaand niveau, maar de Chinese bril is waarschijnlijk vanuit Europa gekomen. In ‘In de Naam van de Roos’ (film naar het boek van Umberto Eco) droeg Sean Connery een nietbril!

Conclusie, historisch kan het brilletje geschilderd zijn door Jacob Gerritsz. Bornwater. De vraag blijft, waarom op dit schilderij. Wie was deze brillemans. Was het een grap van de schilder, immers een soort van stiptekenaar, was het mogelijk een bekende van hem of is er tussen 1554 en heden toch een onverlaat geweest die deze vernieling heeft aangebracht?

Wie iets meer weet mag het melden. Ik ga de vragen ook stellen aan het Museum Dordrecht en de ondersteuners bij de aankoop van dit werk, de Vereniging Rembrandt. Wordt vervolgd, alsof het een striptekening is.

Dit blog is een onderdeel van VinDoré, Kunst beleven we samen. Interesse in de nieuwsbrief VinDoré of meer weten over VinDoré, laat het ons weten via vindore2026@gmail.com. De eerste nieuwsbrief verscheen op 31 januari 2026.

Meer weten over de geschiedenis van de bril, een zeer lezenswaardig blog, volg de link:

De Rob van Jut, het hier en nu in 144 woorden

Waarin ben ik beland? Een prangende vraag terwijl ik kijk naar een judopartij, met de premier in de houdgreep van Dilan, maar weigert af te kloppen? Dat kan ook niet, want dat is zijn uitgestoken hand. Je weet wel, die kleine jongetjesgrap. De hand uitsteken en op het moment suprême, duim tegen de neus, lekker pûh! Bij kleine jongetjes is dat grappig, maar bij premiers niet. De D66er moet dealen met rechtse praat, maar mag niet  participeren met sociaal beleid. Dilan bepaalt. En wat houdt Jetten over? Complimenten dat hij aalglad zich netjes handhaaft. Mogelijk zie ik het verkeerd en is die lachende Dilan iemand die slechts van kermis houdt. Haar lievelingsattractie is de Rob van Jut. Ze laat de niet meewerkende oppositie  hameren op de Kop van Jetten. En als de lol eraf is geeft ze Nederland van Jetje, in haar griezelige spookhuis.

Een nieuw begin op het Greffelkampsepad

Carnaval staat op het punt van losbarsten, maar dat is op de achtergrond in Didam op het Greffelkampsepad. Sneeuwklokjes kwamen we tegen, maar voor de rest doet dit klompenpad nog erg winters aan, en zompig. Toch was het niet echt koud op deze vrijdag de 13e. Het is bijna 9 maanden geleden dat ik hiervoor een klompenpad heb gelopen. Ik voel me bijna bezwaard, alsof ik een oude liefde heb verwaarloosd. Of zal ik de omkering gebruiken, ik word ontvangen als de verloren zoon, nooit weggeweest van ‘thuis’. Al met al het 129e pad in een nog weinig kleurrijke omgeving, maar het voelde goed.

Het einde van de winter, onlangs hoorde ik dat Maria Lichtmis het katholieke feest is van het einde van de winter, de dagen gaan echt lengen. Dat hadden onze Germaanse en Keltische voorouders ook al door. Dus voor de zekerheid maar even opzoeken waar Carnaval voor staat in de oorsprong. Natuurlijk de omkering van de rangen en standen, even alles vergeten en losgaan met alle plichtplegingen en tradities.

In de voorchristelijke tijd werden de boze wintergeesten verjaagd in deze periode. Dat gebeurde met maskers en lawaai. Het einde van het jaar, want ik lees, en het klinkt plausibel, vroeger was februari de 12e maand. (Interessant, zie ook de linken hieronder.)

Ik loop in relatieve stilte, met twee wandelcollega’s, op het Greffelkampsepad. Carnaval is ver weg maar de hoop, de hoop van het nieuwe begin is aanwezig. In de natuur, in onszelf en natuurlijk is het wandelseizoen 2026 echt begonnen, dus beloof ik dit jaar meer klompenpaden te lopen.

Pedagogische achtergronden vanuit de vrije school over Carnaval

Nog meer achtergronden

Aan de slag…..4 wijd! Het hier en nu in 144 woorden

Het verhaal van de uitgestoken hand, maar de potdichte deur.

Aan de slag, het credo van Rob en zijn nieuwe vrienden. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat het tandem Jetten-Bontebal nog beviel. We moeten immers verder in Nederland. Na jaren van stilstand en Trumpiaans gewauwel en getreiter, ook hier, besef ik dat we verder moeten. Toen de tandem een Trojka werd ging het mis. De dame die hardwerkende Nederlanders definieert als driemaal de Balkenendenorm met belastingvoordelen, ziet dat de tandem is verworden tot twee lulletjes rozenwater. Jetten van slag? De Volkskrant kopte: D66 mag de premier leveren, de VVD bepaalt het kabinetsbeleid. Wat je ook van de Volkskrant vindt, een loepzuivere analyse, toch?

Rob van slag, maar Dilan aan slag. Pensioenleeftijd, zorg, sociale zekerheid, asielbeleid? 1 slag, 4 wijd. Vrije loop naar het eerste honk voor Dilan. Maar het is toch wie betaalt, bepaalt? Dàt zijn de hardwerkende Nederlanders. Leg dat Dilan maar uit Rob.

Schilderachtig mooi: Jo Koster Interieur met piano 1916

Jo Koster Interieur met piano 1916

Het is november 2024, geheel onverwacht reageerde mijn moeder positief om samen een bezoekje aan het nabijgelegen kasteel ’t Nijenhuis. Vroeger fietsten we er wel eens langs en ik herinner me een bezoek begin jaren tachtig. Nu is het onderdeel van museum de Fundatie in Zwolle. Mijn inmiddels 90-jarige moeder overwon haar weerstand tegen de stok en we stapten meteen de auto in. Het was niet koud, maar wel wat druilerig, dus de beeldentuin zat er niet in.

Van vroeger herinner ik me de bijgebouwen, maar mijn moeder wist te vertellen dat veel van de exposities tegenwoordig in het kasteel waren. Het kasteel werd tot 1934 bewoond door verschillende adellijke families, het laatst was dat de familie Van Pallandt. Mijn ouders waren zelf wel eens rondgeleid, maar mijn moeder wist niet meer precies door wie. De kasteelheer?

Een kasteel dus, zonder liften werd het een fysieke uitdaging. Gelukkig waren we op een doordeweekse dag rond het middaguur in november en de eerste bezoekers. Ik vond het een onverwacht genoegen om er met mijn moeder rond te dwalen. Ik had net de gewoonte aangenomen om van een aantal werken foto’s te maken. Eén werk trok mijn aandacht meteen. Jo Koster was de schilder.

Dat zoeken we thuis even op. Ik was getroffen door de kleuren en huiselijkheid, met mijn beperkte kennis schatte ik het een soort van impressionistisch in. De streepjes en puntjes zouden ook iets pointillistisch kunnen zijn. En hoewel ik geen piano speel, was dit een interieur waarin ik me zou kunnen thuis voelen met een goed boek en kijkend in de bloemrijke tuin, een beetje wegdromen. Het prikkelde, het was nostalgie met een zweem van romantiek.

Eenmaal thuis gegoogeld, kreeg ik de eerste realiteitstest. Bij Jo ging ik uit van een man, Jo Koster was een vrouw, een vrouw met een ooglap. Het was niet eens bewuste onachtzaamheid voor vrouwelijke schilders, maar eerlijk gezegd, ik kende er niet zoveel. Het toeval wilde dat ik, zo werken de algoritmes waarschijnlijk, een cursus tegenkwam over vrouwelijke impressionisten. Ik heb me ingeschreven. En het zijn er veel meer dan ik dacht weet ik nu. Sindsdien ben ik dan ook een verwoed ‘verzamelaar van vrouwelijke kunstenaars’. Niet omdat ze beter of slechter zouden zijn, maar het pure gegeven dat in mijn brein sprake is van een enorme blinde vlek op dit gebied. Het hoe en waarom wil ik graag begrijpen. Inmiddels kent mijn lijstjes van kunstenaars ruim 15% vrouwen. Het niet mee mogen/kunnen doen in de maatschappij of in dit geval als volwaardig kunstenaar, intrigeert me. Dus met speciale aandacht verzamel ik nu vrouwelijke kunstenaars, waaronder Jo Koster.

In de lente van 2025 kreeg ik mijn moeder andermaal zover om ergens te gaan lunchen. We hadden Hattem uitgekozen om dan tegelijk naar het Jan Voerman museum te gaan. En wie hing daar weer, Jo Koster met haar werk uit Staphorst. Geniet er maar van zeiden ze, want na dit weekend gaan ze naar Gouda. Er kwam een grote overzichtstentoonstelling van Jo Koster en tijdgenoten.

Samen met mijn partner gingen we natuurlijk naar Gouda in de zomer van 2025 voor de overzichtstentoonstelling. Voor mij is het vooral een feest geweest dat mijn opmerkzaamheid voor dat ene schilderij en domino-effect heeft gehad. Mijn kennis over vrouwelijke kunstenaars inclusief de tijdgenoten van Jo Koster (1868-1944) is enorm vergroot. Het heeft mij bovendien in het historische Gouda gebracht en dat is helemaal geen straf.

 Over Jo Koster is waarschijnlijk nog heel veel meer te vertellen dan ik nu weet. Ze was vrijgevochten, verdiende haar eigen boterham met de kunst. Ze reisde door heel Europa met de auto samen met andere kunstenaars. Op het einde van haar leven had ze een oogziekte. Bij meerdere tweedehandsboekenwinkels heb ik opgegeven haar biografie te willen kopen. Helaas nergens te verkrijgen. (Jo Koster, een zwervend bestaan van Klaas Roodenburg) Eenmaal kreeg ik een mailtje dat het bij een boekhandel weer binnen was, maar ook weer meteen uitverkocht. Bovendien de prijs was heftig, dus ik ben niet de enige die haar werk en leven interessant vind.

Jo Koster was tot 4 januari 2026 te zien in museum Gouda. Ik mag aannemen dat dit werk weer naar Museum De Fundatie gaat in Heino.

Dit blog is een onderdeel van de nieuwsbrief van VinDoré, Kunst beleven we samen. Interesse in de nieuwsbrief VinDoré of meer weten over VinDoré, laat het ons weten via vindore2026@gmail.com. De nieuwsbrief verschijnt op 31 januari 2026.

Naschrift: Enkele dagen na plaatsing was het boek over Jo Koster in mijn bezit, mede dankzij Wim van boekhandel Meijer & Sieger in Oosterbeek.

Help, ik ben een complotdenker, het hier en nu in 144 woorden

Het hoeft geen betoog, de wereld is knettergek. Mijn moeder (90) zei bij het afscheid vandaag ook: “Wat leven we in een gevaarlijke wereld!” De woorden blijven hangen. Ondertussen controleer ik de files op weg naar huis. Twintig minuten langer rijden? De routeplanner laat me telkens omrijden! Spelen de olie- en techbedrijven onder één hoedje om mij extra kilometers laten rijden voor extra winst? Zo slecht is de mensheid toch niet? Of heeft Poetin zijn trollenleger ingezet om de individuele burger letterlijk op het verkeerde pad te zetten? Completdenken is in, dus ook Gij? Langzaam word ik bozer op het grootkapitaal, op Trump en Poetin………Gelukkig weet ik zonder hen de weg.

Blijk ik thuis met mijn boomerverstand per ongeluk ‘autowegen vermijden’ te hebben getoucheerd. Tòch heeft mijn moeder gelijk, de wereld is best link. Deze kronkels zou ik tien jaar geleden niet gehad hebben.

Losse flodders braken, 144 woorden voor het hier en nu

Losse Flodders met nieuws, daarmee borduur ik mijn actuele wereldbeeld. Ik ben ook iemand die door de klikbeets mentaal misvormd dreigt te worden. Dat wil ik niet, dus ik temper mijn nieuwshonger tot een anorectisch niveau. Heel af en toe word je gedwongen om een hapje nieuws tot je te nemen. Je eet zonder smaak en met tegenzin. Iets met een vrijgesproken zanger en een doodgeschoten wolf! Iedereen had het erover. Maar er was toch oorlog in Gaza en Oekraïne, en de vrede van Trump? Maar Marco en Bram domineerden het nieuws gisteren. En een mevrouw van een vrijheidslievende politieke partij die Nederland al jaren gijzelt waardoor iedere positieve ontwikkeling voor de hardwerkende Nederlander stagneert. Tja, als ik die mevrouw een feeks noem, moet ik mezelf ontslaan als columnist van 144 woorden. Dat wil ik niet, maar straks zal ik alle viezigheid stiekem uitkotsen.

Veni, Vedi, Vaasje: 144 woorden voor het hier en nu.

Ons eigen vaasjeskabinet, we zijn er zuinig op

Om het leven te begrijpen heeft een mens ankerpunten nodig. Zo heb je het tientje van Lieftink, de autoloze zondag en het kwartje van Kok. In 2018 kwam daar het vaasje van Rutte bij. Hij werd geridiculiseerd, maar zonder dollen, wat een visionaire premier. Even het geheugen opfrissen. Het vaasje staat voor Nederland, een land om trots op te zijn waar we goed voor moeten zorgen. Met zijn allen. Maar het vaasje is teer en broos. Waar is het vaasje? De voorzittershamer is overgegaan naar Yesilgöz. Wat heeft ze met die hamer gedaan? Het vaasje kapotgeslagen? Misschien verstopt, samen met de voorzittershamer, want van bezielende leiding is zeker geen sprake. Ze houdt ons b(r)oze Nederland sinds het vertrek van profeet Rutte in de houdgreep. Bestaat het vaasje van Rutte nog? Of zullen de archeologen van de toekomst gaan spreken over de scherven van Dilan?

Wat linkjes voor het opfrissen van het geheugen, de ziener en visionair aan het woord.

Plaatsjes en Kletspraatjes (vakantieserie) : De ruziënde mens

Zondagmiddag in Atrecht

Het reisdoel is Amiens, maar omdat Atrecht op de route lag, moest daar maar een pauze worden gehouden, besloten we. Ik had de klok horen luiden, maar wist niet precies waar de klepel hing. Ons vaderlandse geschiedenis maakt melding over de Unie van Utrecht. Ik kan me vaag ook iets herinneren van het 400 jaar bestaan van deze Unie in 1979. De naam Unie van Atrecht kwam later pas bij mij binnen. Ik weet dat er met mijn geschiedenisboeken op vele fronten bedenkelijke keuzes zijn gemaakt. Pas nu besef ik dat het vooral ook de calvinistische heldendaden betreft. Op nog geen vier uur rijden is Willem van Oranje beslist geen held in Atrecht. Arras, de Franse naam voor Atrecht, was een samenwerkingsverband van pro-Spaanse (zuidelijke) gewesten. Hierop reageerden de belangrijkste noordelijke gewesten met de Unie van Utrecht.

Het gaat dus eigenlijk over oorlog tussen protestanten en katholieken, tussen de Spaanse koning en Willem van Oranje. En de tachtigjarige oorlog stond nog maar in de kinderschoenen. Ondertussen zetten we de radio maar om naar Spotify, omdat de onzin over Trump en Poetin de vakantiestemming niet ten goede komt.

Na de koffie nog een goed uur rijden naar Amiens. Een stad waar ik ooit geweest ben, zonder actieve herinneringen. Een stad die niet hoog staat op de verschillende bucketlisten. Het was in mijn beleving een grauwe Noord-Franse industriestad zoals er zoveel zijn. Ook nu blijkt dat Amiens, net als meerdere noordelijke Franse steden,100% meevalt. Eerst nog ernaartoe, langs tientallen erevelden uit de Eerste Wereldoorlog, de Grote Oorlog zoals dat hier heet. Vanaf 1914 is hier vier jaar lang gevochten, met heel veel slachtoffers.

Oorlog in de 16e en 17e eeuw, oorlog in de 20e eeuw en ook nu weer mondiale grote problemen tussen de verschillende machtsblokken. Oorlog, oorlog en ellende. Is het wel ethisch om vakantie te vieren. Ik las vandaag per toeval een bericht van Chief van de Hopi Indianen hij schreef onder andere:

 “This moment humanity is experiencing now can be seen as a door or a hole. The decision to fall into the hole or walk through the door is up to you. If you consume the information 24 hours a day, with negative energy, constantly nervous, with pessimism, then you will fall into that hole. But if you take the opportunity to look at yourself, to think about life and death, to care for yourself and others, then you will walk through the door. Take care of your home, take care of your body. Connect with your spiritual home. When you take care of yourself, you are taking care of everyone at the same time.”

Niet dat deze (spiritueel) leider antwoord of toestemming geeft of ik op vakantie mag. Hij stelt wel dat je in moeilijke tijden voor de keus staat of om met negatieve energie in een gat te vallen: of door een deur te gaan door je te verbinden met jezelf, je naasten en je omgeving om hierdoor nieuwe positieve kansen kunt ontdekken.

Dat hopen we in Amiens te gaan doen, een beslist aardige stad met prachtige (19e -eeuwse) gebouwen, de geboortestad van Jules Verne, een middeleeuwse Kathedraal van de buitencategorie en een volgens de recensies een heel mooi museum. We zullen zien, we gaan proberen de buitenwereld buiten te sluiten en daarmee mijn binnenwereld niet te vergiftigen en wel te genieten van de mooie zaken die we tegenkomen. Om te beginnen met een B&B met een kamer zo groot, dat we overwegen dansles te nemen, een heuse balzaal. Of indoor jeu de boules, want ik houd niet zo van dansen.

Met op de voorgrond een flipperkast……zonder stopcontact.

Plaatjes en kletspraatjes: Raalte Kunsthoofdstad?

Even een bloemetje kopen voor mijn moeder, ze wordt 90 jaar nota bene. En wat geef je een 90-jarige? Wij kwamen niet veel verder dan een abonnement op de Libelle, want een ballonvaart of ‘skydiven’ is een gepasseerd station oordeelden we zelf. Misschien is dat leeftijdsdiscriminatie, maar ze was blij met de het abonnement en een bijpassend bloemetje. We moesten dus even ‘Raalte’ in. Op de Plas was een alleraardigst marktje van streekproducten, maar de Plaskerk was vooral ook een reden voor een kort bezoekje. Als liefhebber van klompenpaden googelde ik onlangs op klompen en kwam bij de Nachtwacht in Raalte uit. De nachtwacht in Raalte? Ja, en helemaal opgebouwd uit klompen. Dat moest ik zien, als kunstliefhebber, als klompenpad-loper en als ex Raaltenaar natuurlijk!

Ik vond het prachtig en kunstenaar Martin Dijkman uit Luttenberg, in stijl gekleed met een passend giletje, wilde ook best even poseren voor zijn werk. Het Melkmeisje is inmiddels ook klaar, gaf hij te kennen. Mijn advies aan hem, nog even doorwerken om De zonnebloemen van Van Gogh, een paar landschapsschilders uit de buurt zoals G.H. Göbel, Paul Bodifée of Jan Voerman ook in klompjes te vervaardigen en we hebben een museum op wereldniveau. Ik zou zeggen, Raalte denk innovatief……

Maar voor we bij de Nachtwacht kwamen, struikelden we over de schilderijen van een andere kunstenaar. Jan Ophof zat in het midden van de kerk met zijn werk. Een hobbyschilder noemt hij zichzelf in een filmpje. Met rustige passie vertelt hij over zijn werk, geen woord te veel. Nee, volgens mij is Jan geen ‘schrettbuul”, maar wel een fantastische schilder met zeer realistisch aandoend werk. We waren meteen onder de indruk. We zijn nu dan ook de trotste bezitters van een ‘echte’ Ophof’ die al een prominente plaats inneemt in onze kamer. Een weggetje, de Speelmansweg in Boetele, uit de jaren vijftig, heeft hij treffend neergezet. En ik zweer u, als het begint te schemeren in de huiskamer, zo na half tien op dit moment, dan schemert het schilderij mee. En als er meer kunstwerken met klompjes worden gemaakt, raad ik aan het werk van Jan Ophof hierin mee te nemen.

Het was zo maar een onverwachte onderbreking op weg naar mijn lieve moeder. Wij zijn een schilderij rijker. We kregen andermaal een prettige indruk van het zomerse Raalte en weet u, zelfs de Plaskerk is een mooi historisch kunstwerk. Raalte, kunsthoofdstad is misschien een wat overdreven kop, maar wat niet is, kan natuurlijk altijd nog komen. Aan mij ligt het niet.

Eigen foto uit juni 2023, de Plaskerk op de voorgrond, de Kruisverheffing op de achtergrond.