Wandelen langs de boeren op het Norderpad

De afspraak stond al geruim een half jaar met mijn wandelmaatje voor vandaag. Ze ging met pensioen en ik heb het afscheid niet kunnen opleuken met aanwezigheid destijds. We zouden een keer samen gaan wandelen. Dit werd al een keer uitgesteld door gebroken tenen van de nieuwbakken pensionado, maar vandaag was het zo ver. Op naar Putten, het Norderpad gaan we beslechten. Dit plan bestond dus al een tijdje, het is dus geen ramptoerisme onzerzijds om ons in de buurt van het kerngebied van de boerenprotesten te begeven. Geen files voor mij om in Putten te komen.

Met de actualiteit op de hielen besef ik dat ik al 97 wandelingen geniet van de klompenpaden, met name ook door de landerijen in Gelderland en Utrecht. En onderweg kwamen we ook genoeg boeren tegen die ‘gewoon’ aan het werk waren om te hooien, koeien te verzorgen en anderszins boeren dingen te doen. Ze moesten gewoon boeren. Ik wil het maar even gezegd hebben.

Mijn mening over stikstof? Heb ik niet en nooit gehad ook. Maak ik mij zorgen over die stikstof? Ja heel erg, maar ik maak me vooral zorgen over de stand van Nederland ongeacht welke crisis dan ook op dit moment. Zorgen over de polarisatie, zorgen over de zorg, zorg over de capaciteiten van politie en justitie, zorgen over incapabele politici en hijgerige media. Het probleem van de boeren is al een lang bestaand probleem net zoals meerdere crisissen waar we nu mee geconfronteerd worden. Ik zie door de bomen het bos niet meer. Maar een klompenpad is om zorgen ook beetje achter je te laten en tot het besef te komen dat ik er niet zoveel aan kan veranderen, misschien door op de juiste partijen te stemmen. Maar wat is de juiste, dat is misschien wel het grootste probleem in heel Nederland.

Dan kan de BV Nederland nog zo’n grote modderpoel lijken, een stukje licht en helderheid is er altijd wel weer te vinden. En zolang er klompenpaden zijn waar je foto’s kunt maken van troebele vennen met helder blauwe weerspiegelingen, komt het wel goed. We keuvelen gedurende wandeling gewoon verder over gewone mensendingen. Zolang mensen, mensen zijn en wandelaars kunnen wandelen ga ik de 140 klompenpad wel redden. Binnenkort de100e, deo volente en met ook een beetje als de boeren het willen. Ze moeten natuurlijk wel kunnen boeren.

Plaatjes en kletspraatjes: Waarom? Nou daarom!

Afgelopen zondag ietwat somber, maar wel goed zomers weer. Ik had kunnen wandelen, in de tuin werken of zomaar een eind fietsen. Ik heb het niet gedaan, ik ging samen met mijn partner naar de film en wel in Zevenaar. Kan dat in Zevenaar zal een grote groep lezers kunnen denken. En dan weet je, ze wonen in de Randstad of in de grotere steden in de buurt, maar Zevenaar heeft misschien wel een van de mooiste filmhuizen van Nederland. Maar dit ter zijde. Er draaide een leuke film namelijk Falling for Figaro. Mijn vrouw is namelijk fan van Absolutely Fabulous, voor intimi ABFAB. Een typische vrouwen humorserie die in zijn soort best aardig is, denk ik. Ik geniet er ook van op afstand dat wil zeggen, de aaneenschakeling van gierende uithalen en het bijna stikken van het lachen is heel vermakelijk om op afstand te volgen. De blonde dame in ABFAB, Patsy speelt in Absolutely Fabulous, Joanna Lumly.

Falling for Figaro heeft alles wat een Engelse feelgood movie moet hebben. Allereerst een slap maar aanstekelijk liefdesverhaal waarbij het aanvankelijk heel erg stroef gaat tussen de geliefden. Vervolgens een mooi gedoseerde bak Engelse droge humor tegen de achtergrond van het hippe London, maar vooral het mooie stilistische Schotland. Tussen door lekkere muziek uit bekende opera’s, ook mooi voor de minder grote operaliefhebber. Het heet niet voor niets Falling for Figaro. Een fijne zondagmiddag is gegarandeerd.

Waarom hierover schrijven? Het is een leuke film, maar hoe mooi het filmhuis ook moge zijn, het is er best vaak rustig. Jammer, dus een beetje promotie mag best wel. Zelfs in de pauze voor een noodzakelijk sigaretje, heb je een prachtige blik op het plein van de voormalige Turmac fabriek. Roken is dan geen straf meer. Als er door dit nietszeggende blogje ook maar een extra bezoeker is, heb ik mijn doel bereikt. Als vanaf nu de bezoekcijfers echt omhoog vliegen, klop ik wel aan bij het filmhuis voor een gratis abonnement. Zo ben ik dan ook wel weer.

O sétimo dia: De restjes van een week?

De laatste vakantiedag kan beginnen. Ik zit op het bankje op het erf en kijk naar de sinaasappelboom. Ook constateer ik dat de zon nog even moet werken om de lucht weer strak blauw te krijgen en het waait behoorlijk, dus een pietsie hooikoorts, ook hier. Maar de temperatuur is aangenaam en ik drink mijn eerste bakkie leut voor dat we gaan ontbijten. Ik sprak deze week al eerder over de weelde van alle sinaasappelen die maar op de grond vallen en waarmee niets gedaan wordt. Maar zo’n boom staat er niet voor de consumptie, maar voor de toerist natuurlijk. Die kan het thuisfront lekker maken met de rustiek van Portugal die uit deze foto door het scherm spat. Echte engerds maken er ook nog een blogje van. Wat zal de dag vandaag brengen? We gaan naar Lagos aan de Zuidkust. Schijnt een mooie stad te zijn. Mijn herinnering laat me in de steek of we nu in Lagos of Portimão zijn geweest vijftien jaar geleden. We gokten op Lagos, maar we hadden het mis. Lagos was het product dat iedere vakantieganger die dat niet wil toch één keer meemaakt, je wordt toerist. (Ik weet echt wel dat ik dat zeven dagen ben geweest hoor, ik ben ook niet gek dus laat me lekker in die waan op de berg) Ons lukt het vaak om iedere vakantie toch één keer in de toeristenfuik te stappen. Vandaag was dat Lagos. Geen aanrader en bij een langer verblijf dan 2 uur slaat de misantropie toe, zelfs in de vakantie. Dus maar weer snel terug naar huis, naar de berg en onze tuin met sinaasappelboom. Bij het schrijven van het blog besefte ik dat ik niet eens een foto in Lagos had gemaakt.

Op de berg nam ik een kloek besluit toen we in de middagrust werden opgeschrikt door de vallende sinaasappels. Back to basic en leven met de natuur, ik ga onszelf trakteren op een overheerlijk glaasje sinaasappelsap, suco de laranja van eigen bodem. Mag vast wel van de eigenaar, hij heeft bij de keukenuitrusting niet voor niets een citruspers. Een man en man, een woord een woord.

Waar gewerkt wordt, vallen spaanders.
Voor niets gaat de zon op, voor een eerlijk product zonder toegevoegde suikers waren 35 apelsienen nodig.
Aan reclame en marketing hoef ik niets meer te doen. In vijf minuten (30 dus) vers van de boom, vers in het glas.
En binnen een tel bij de consument: Proost op een geslaagde vakantie.

En morgen de terugreis. Ik weet niet of er nog een afsluiting komt, dat zien we morgen wel weer. Ik heb één goed voornemen en dat is dat als mijn enthousiasme voor de terugreis een kwart is van de reis naar Portugal, ik tevreden ben. Als dat lukt, ben ik een blijvende blije Dodo.

Eerder verschenen in deze reeks:

O primeiro dia: Vind ik me toch zomaar terug in de Algarve. Errug

O sedundo dia: Back to the future.

O terceiro dia: Boven op de berg

O quarto dia: De dag van Portugal

O quinto dia: Daar is ie….Het klompenpad op zijn Portugees

O sixto dia: Mijn liefde voor de zee

O sexto dia: Mijn liefde voor de zee

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, ik heb een haat-liefde verhouding met de kust en de zee, waar ook ter wereld. Met name de strandcultuur staat me tegen. Het is kijken of gezien worden door allerlei hippe types met cocktails in protserige strandpaviljoens. Bakken in de zon heb ik ook altijd al een heel merkwaardige hobby gevonden. Ik ben niet zo’n gebronsd type, nu niet en ook 25 kilo geleden niet. En toch vind ik de zee mooi, machtig en rusteloos intrigerend. Ik herinner me levendig het wegdoezelen op het strand, met de zee op de achtergrond waarbij geluiden van spelende kinderen en jongens en meisjes die wel gezien willen worden langzaam wegvagen.

Ruim vijftien jaar geleden hadden we een fijne gezinsvakantie in de Algarve. Ik was toen gecharmeerd van het kustlandschap in het Zuidwesten van Portugal, zowel de kust als de weg ernaartoe. Deze herinnering bleek geen hersenspinsel te zijn, want ook nu, op weg naar de Atlantische Oceaan vond ik de kronkelige bergweggetjes als ook de baaien langs de kust erg mooi. Maar wat ik ook nog heel goed weet dat we bij zo’n baai met twee overenthousiaste jongetjes arriveerden (9 en 12) en ze waren niet te houden bij het zien van de hoge golven. De zee heeft hier niet alleen hoge golven, maar is ook behoorlijk koud. Zelf wijs ik al het zwemwater onder de 25 graden systematisch af als zijnde pure marteling en zelfkastijding. We hadden weliswaar geen surfbenodigdheden, maar ze wilde het water in. Van het ijskoude water hadden de jongetjes pas na 25 minuten last, zelf had ik het na 1 minuut al helemaal gehad, maar ja er is zoiets als vaderverantwoordelijkheid want de zee was wel zeer ruig. Het was zeker geen hoogtepunt in mijn leven, maar als vader was ik wel een held voor zolang het duurde. De schoonheid van de zee alhier is me ondanks dit trauma wel bijgebleven.

Het voorstel om op zondag met zijn tweeën richting de zee te rijden werd met algemene stemmen aangenomen. Ik had er zelfs een zwembroek voor gekocht al wist ik echt wel dat ik de zee niet in zou duiken. Zelf had ik romantische ideeën om er om negen uur al te zijn, het was slechts drie kwartier rijden. Het liefst wilde ik er om half acht al zijn, maar de haalbaarheid van dat plan was bij voorbaat kansloos. Ondanks dat we om half negen wakker waren, lukte het ons ook zonder kinderen pas om rond kwart voor elf te vertrekken. Met nog even tanken arriveerden we om 12 uur bij Praia da Arrifana. Nu moeten we dat natuurlijk wel even in de juiste context plaatsen. Ons eerste gezamenlijke uitje was in januari 1991 naar Amsterdam. We sliepen op de studentenkamer van mijn broer in Uilenstede. Anne Frankhuis was ons eerste geplande museumbezoek. Om kwart voor vijf arriveerden we ter plekke, een kwartier later was het Anne Frankhuis gesloten. Lekker dan, maar ruim dertig jaar later zijn we wel mooi vijf uur eerder op de plek van bestemming. Progressie lijkt me dus, maar dit ter zijde. We hadden een half uur eerder kunnen vertrekken ware het niet dat mijn lief nog een gedichtje moest maken over ooievaars die we gisteren hier vlak in de buurt in grote getale hebben gezien. Heel mooi, maar was dit nu het uitgesproken moment? Kunst laat zich niet dwingen natuurlijk.

Ik wist
Niet
Waarom
Ooievaars
Klepperen
 
Nu
Weet ik
Het wel
Ze tonen elkaar
Hun Liefde
 
Laten
Wij ook
Vooral
Met overgave
Klepperen

Dat dus, Klepperen vandaag. Om twaalf uur zagen we inderdaad een lieflijk strandje van boven op de rotsrand, een lieflijk surfstrandje, maar ik zei het al, ik ben geen strandjongen en al helemaal geen surfjongen. Fysiek ben ik er niet toe in staat, ik heb geen half lang geblondeerd haar of een kek knotje op mijn kop en de zonnebrandcrème van factor 100 of meer hadden we niet bij ons toevallig. Ook ontbeer ik een buitenissig grote tattoo om te showen bij het aan- en uittrekken van het surfpak. Bovendien, over surfpakken gesproken, zo te zien hebben ze die niet in mijn maat. En mocht er een XXL pak te koop zijn, dan word ik echt geen jongen die graag gezien wordt/wil worden op het strand. Ik zei het al, ik ben geen strandjongen.

Maar dit allemaal bij elkaar mijmerend hoor ik de golven hun hypnotiserende mantra bulderen en de stemmen verstommen. Misschien moeten we in het najaar toch maar eens een weekje boeken in de Algarve, een huisje aan de kust. Zal maar eens flink klepperen de komende tijd.

Eerder verschenen in deze reeks:

O primeiro dia: Vind ik me toch zomaar terug in de Algarve. Errug

O sedundo dia: Back to the future.

O terceiro dia: Boven op de berg

O quarto dia: De dag van Portugal

O quinto dia: Daar is ie….Het klompenpad op zijn Portugees

O quinto dia: Daar is ie……het klompenpad op zijn Portugees.

Ik ben er nog niet uit hoe ik het klompenpad ga noemen, maar de voorlopig werknaam is ‘Caminho de obstrucão’ Andar pela casa oftewel Klompenpad Wandeling rondom huis, circa 1 km in Monchique.

Het is eindelijk zover, klompen aan, rugzak op en gaan. Ik had de schutkleur van de Portugese lucht als klederdracht genomen. Verder zonnebril, zonnebrand en genoeg water bij me om de buurt te verkennen, want het is me wel duidelijk dat, hoewel het aantal buren schaars is, ze onmiskenbaar direct of indirect te maken hebben met de landbouw, dus het basismateriaal voor een klompenpad. En net zoals bij veel Nederlandse klompenpaden, val je vaak van de ene verrassing in de andere en is het er over het algemeen rustig. En de mensen die je tegenkomt zeggen vriendelijk Bom Dia. In dit geval was het mijn partner die de 36 graden Celsius iets te veel vindt voor een gezonde wandeling en onder de boom bleef lezen. Ik kwam in deze Caminho de obstrucão twee keer over ons eigen boerenerf.

En dan denken wij het alleenrecht te hebben op de geuzennaam Kikkerlandje, maar nee hoor, na nog geen 50 meter wandelen een heuse pad (sapo) op het ‘Andar pela casa’ Je verzint het niet. Even verder wilde ik nog wat landbouw geheimen ontdekken, want tot mij verbazing waren er overal kleine en iets minder kleine aardappelveldjes. Ik wilde een stukje rots beklimmen om nieuwe ontdekkingen te doen, maar mijn evenwichtsvermogen is iets uit vorm en ik had mijn niet meelopende eega belooft me niet te gedragen als een jonge God living on the edge. Ondertussen had ik wel gezien dat er plukjes wijnranken waren, naast de citrusvruchten en zag ik ook pruimen- en kersenbomen waar ogenschijnlijk niets mee gedaan werd. Misschien dat de vrienden van Caroline van der Plas hier nog een sinaasappeltje kunnen schillen om de boerenstand te verheffen in een eco-neutrale organisatie. Ik vind het zonde van al dat verloren fruit. Maar ik heb er dan ook geen verstand van, niet hier, maar ook niet in Nederland. Ook daar vind ik de Randstedelijke kijk op landbouw op zijn minst eigenaardig. Goed, ik heb er geen verstand van, wel van klompenpaden, dus ik vermaak me verder kostelijk.
Geheime kleine aardappelveldjes
Terwijl ik langs natuur, boerenlandschap en landweggetjes loop, zie ik het mondaine Monchique op de achtergrond. Een doorkijkje op zijn tijd is ook hier de charme van een klompenpad.

De tevredenheid als de finish in het zicht is net zo’n overwinning als in Nederland, dus bij het zien van de eindstreep, snel de klompenpas er nog in. Oost, west, thuis best. In Nederland is het dan je klompen bij de deur en een kop koffie, hier gaan we voor een koude douch.

Voor de precieze route verwijs ik naar mijn Komoot app onder de naam Vincent ID Sprakeloos. Ook alle 350 foto’s zijn er te bewonderen. Echt waar.

Eerder verschenen in deze reeks:

O primeiro dia: Vind ik me toch zomaar terug in de Algarve. Errug

O sedundo dia: Back to the future.

O terceiro dia: Boven op de berg

O quarto dia: De dag van Portugal

O quarto dia: De dag van Portugal.

Het is vandaag de dag van Portugal, een nationale feestdag alhier. Welke revolutie wordt herdacht? Ik wist het niet. Maar even googelen en dan blijkt het te gaan om een literair held, namelijk de dichter Luís Vaz de Camões wiens sterfdag vandaag herdacht wordt. Ik wist al wel dat de Portugezen een hyperbeschaafd volkje zijn. Geen koninklijke bobo’s die ter verhoging van de feestvreugde WC-potten werpen. Nee, niets van dit alles. Omdat als gast in dit fijne land ik een beetje aangepast gedrag wil vertonen, besloten we gewoon lekker thuis te blijven. Ja op de berg is al thuis, en op onze eigen wijze dragen wij bij aan de dag van Portugal. Omdat ik in eerste instantie dacht aan de Anjerrevolutie van 1974 die vandaag herdacht werd, wilde ik iets met bloemen en planten doen. En zo geschiedde, al wordt er een dichter geëerd vandaag, de Portugezen zullen mij niet kwalijk nemen dat ik hun zeden en gewoonten nog niet helemaal in mijn poriën heb zitten. Ik gooi in ieder geval geen plee van de berg.

Ik koester warme herinneringen aan de biologieweek in mijn verre verleden als middelbare scholier. Een biologieweek in Zuid-Limburg in de vijfde klas vind ik om meerdere redenen nog steeds het hoogtepunt van de middelbare school. We moesten al een herbarium maken van vijftig planten en o wee als er een beschermde soort bij zat dan was je zuur. De afsluiting was drie dagen wandelen in het Geuldal met de apotheose een overhoring van de 150 soorten die we gezien hadden. Sinds die tijd is de belangstelling voor plantjes en vooral determineren gebleven, maar lui als ik ben, heb ik er nooit iets mee gedaan. Tot vandaag, om de Portugezen niet in de weg te lopen, heb ik het determineren opnieuw opgepakt, maar wel in een eigentijds jasje natuurlijk. De anjer ben ik niet tegengekomen, maar in onze tuin een keur aan bloemen en planten. Ik deel ze graag me u, mede mogelijk gemaakt door de App PlantNet

1. Nerium Oleander (L), in gewoon Nederlands gewoon Oleander. De kans wordt door de App als 99% gegeven dus daar ga ik maar vanuit. De Oleander ìs natuurlijk Zuid-Europa.
2. Citrus sinensis (L) ofwel de Sinaasappel. De App gaf de kans dat dit de juiste benaming was op 19%, ik durf het aan dat dit goed is al zullen er vele soorten sinaasappelen zijn.
3. Citrus Limon (L) met als ‘Nederlandse benaming’ Bergamot. De kans dat dit het is, zou 24% zijn. Met mijn beperkte kennis van citroenen durf ik het aan, dit is de citroen.
4. Abutilon megapotamicum, de App zegt 99% en het bloemetje krijgt als werknaam in het Nederlandse taalgebied mee Belgische Vlag. Ik besluit geen flauwe Belgen- of voetbalhumor ten toon te spreiden.
5. De kans dat dit de Mandewilla sanderi is, ofwel de Mandevilla is 37%, maar ook een aanzienlijke kans is dat het de Chileense Jasmijn (Mandevilla laxa) is. Aan mij is geen echt onderzoeker verloren gegaan, maar hier wilde ik nog wel even checken wat de App zegt over het blad. PlantApp oordeelt dat dit de Chileense Jasmijn is en dus nu voor mij ook de rest van mijn leven.
6. Dit is de Hemerocallis Lilioasphodelus (29% kans) ofwel de Gele daglelie. Maar het kan ook de Lilium Bulbiferum zijn. (27% kans) en dan noemen we het in het Nederlandse taalgebied de Roggelelie. Omdat ik deze thuis ook in de tuin heb, wilde ik het wel even zeker weten, dus nader bladonderzoek is vereist. Toen stuitte ik op een probleem waar ik in 1983 in de vijfde VWO geen weet van had en nu ook niet weet wat ik er mee moet. Het bladonderzoek geeft aan dat dit voor meer dan 30% zeker de Bruine daglelie is????? En nu? geel of bruin, maar mag ik met mijn lelieblanke huid hier wel een oordeel over vellen?
7. Dit is de Erica arborea. (34%). Als alternatief wordt gegeven de Rosmarinus officinalis (19%). Het is dus geen rozemarijn want geen geur besluit ik. Op de Dag van Portugal is dat jammer, want een van de mooiste fado’s van Amàlia Rodrigues bezingt een hoofdrol voor de rozemarijn (Um cheirinho à alecrim) in het portugese huishouden. Maar hier niet in de tuin.
8. Limonium Sinuatum oftewel Bochtig Lamsoor. De Plantapp is hier 98% zeker van.
9. Bougainville. Er worden 2 soorten gegeven, de een 51% en de ander 46%. Het zal me een rotzorg wezen welke het is, iedere keer word ik weer verrast door het palet aan kleuren de Bougainvillea heeft.
10. Campanula Lusitanica, in het latijn is dat voor 73% zeker. Er wordt geen Nederlandse naam gegeven of je moet tevreden zijn met 9% kans dat dit de Tuinlobelia is. Ik ben er niet voor, dus misschien dat de mensheid voor dit kleine lilla ding nog een Nederlandse naam mag verzinnen?

Al met al een heerlijke vakantiedag. Zon, rust, een hobby bij de hand pakken en lekker oude herinneringen de revue laten passeren over de Biologieweek in 1983. En lekker onzin verkopen in blogvorm, wat wil een mens nog meer. Als afsluiter hieronder, dat is de Monsterica deliciosa oftewel de Gatenplant, ook zomaar binnen 10 meter van het terras in Monchique.

O terceiro dia: Boven op de berg……

Boven op de berg daar woont Sinterklaas helemaal niet. Al zou je het haast denken. Het is heel warm, de appeltjes van oranje hangen bij de alom bekende schoorsteen, maar geen Sinterklaas te bekennen hoor. Samen met mevrouw Sprakeloos woon ik hier de komende vijf dagen. Geweldig. Een huisje met alle moderne voorzieningen die een mens nodig denkt te hebben bij de hand, geen buren op gehoorsafstand en slechts de honden die met elkaar door de bergen heen communiceren. En uiteraard de vogels, insecten en kikkers. Ik ben benieuwd wat we de komende uren nog aan ‘wilde dieren’ zullen tegenkomen. Naast de noodzakelijke hedendaagse voorzieningen om een flauw stukje te schrijven, voor het optimale Sinterklaasgevoel ook de appeltjes van oranje en een heuse schoorsteen dus.

Ik ben hier net en ik wil nu al niet meer weg, ik heb mijn stek gevonden. En als Sinterklaas onverhoeds toch langskomt, Spanje is immers niet zo ver weg, is hij van harte welkom. Het huis heeft nog een tweede slaapkamer met twee bedden. Dus zijn, dinges die geen knecht meer genoemd mag worden en zeker niet zwart is, maar alle kleuren kan zijn, in Portugal bijvoorbeeld blauw naar de luchten, al mag die ook hier best rood, oranje of gevlekt zijn……. nu, die medereiziger van Sinterklaas is ook gewoon welkom. Wordt vast gezellig en ze kunnen me waarschuwen als het te gezellig wordt op de berg en mijn nek echt begint te schroeien en toch zwart wordt, want dan heeft Sinterklaas toch weer een zwarte metgezel voor de komende dagen. De marketingafdeling van het Sinterklaasjournaal moet in dat geval overuren draaien.

EEN TOTAAL NIET TER ZAKE DOENDE EPILOOG

Hoewel dit geen redneck is, het heeft tegenwoordig zo’n negatieve connotatie. Je wilt het niet zijn, maar ook niet hebben. Ik heb het even gegoogeld, maar de term redneck heeft best een roerige geschiedenis en die kennis pak je boven op de berg dan zomaar weer even mee. Blijf ik wel met de vraag zitten, is mijn nek nu bruin, of roodbruin. Het is in ieder geval niet wit of blank. Maar het kan nog wel verkleuren, dus alle mensen die hierover zorgen hebben, ik zal me netjes insmeren. (Bij gelegenheid zie ik dat ik wel netjes geknipt ben.)

O segundo dia: Back to the future

Tijd krijgt in de vakantie zo’n andere dimensie. Onthaasten is de bedoeling en dat lukt goed als moeder Natuur in de Algarve aan het normaliseren is. Na een relatief koude week, ongeveer zoals vorige week in Nederland, wordt de schade ingehaald. 36 graden wordt de norm voor de komende dagen, zeker een paar kilometer landinwaarts. (nu weet ik dat hele volksstammen checken of dat waar is, want als we op vakantie zijn wordt de temperatuur ter plekke altijd overdreven en in het land dat je achterlaat is het veel kouder) Nu zijn de Portugezen sowieso al een volkje met een wat lethargisch gemoed en hoewel onmiskenbaar mediterraans, minder fel of theatraal dan de Spanjaarden of Italianen. Misschien dat het daarom wel mijn meest favoriete land is.

Tijd dus, iets dat ons in de poriën zit of we nu willen of niet. Op tijd zijn, tijdschrijven of tijd is geld………. op vakantie dus tijdelijk niet. We zijn te laat, het is twaalf uur geweest en we kunnen niet meer terug. Ik voel me net Michel J. Fox in Back to the Future. Professor Emmett Brown blijkt een Portugees die gewoon te laat was om de loop der dingen weer gelijk te trekken. Hij is te laat! Het is twaalf uur geweest en de bliksem gloeit nog een beetje na. Wat nu, de tijd maar laten verglijden. Er zit niets anders op.

We zijn zo twee foto’s verder en kijken nog heel even of de professor nog een hulplijntje heeft. Maar niets van dat al, een uur is zo heen gegleden en voor de professor is er geen vuiltje aan de lucht blijkbaar. Volgende week omstreeks dezelfde tijd maar eens kijken of we terug kunnen naar onze toekomst in Nederland. Of dat we die toekomst noodgedwongen moeten vinden in het in het verzengende blauw van de Algarve.

O primeiro dia: Vind ik me toch zomaar terug in de Algarve! Errug!!!!!

Geen groter vermaak dan leedvermaak moeten de talloze kampeerders denken als zij hun eigen leed en huiselijk geweldsessie al weer vergeten zijn, en met het grootste plezier de verhandelingen van de overburen, en toekomstige vrienden voor twee weken, gade slaan. Ook zij moeten de tent of kampeerwagen klaar zetten voor een gerieflijk verblijf in Tirol, de Dordogne of gewoon op de Veluwe. Lachen!!!!!

Gelukkig gaan wij niet met de tent, sleurhut of op een andere manier back to basic. Wij nemen het vliegtuig: klimaat, corona en vliegschaamte in zijn algemeenheid maar even trotserend. Maar daar waar je in het slechtste geval een uur vermaak bent voor de andere campinggasten, biedt het vliegveld waar dan ook ter wereld ook heel wat vermaak van mensen die hard hebben gewerkt om naar de zon te gaan. Of groepjes puistenkoppen en bakvissen die nog even wat hersencellen wegzuipen voor dat ze de examenuitslagen gaan ontvangen en dan maar af moeten wachten wat ze er in de herkansing van gaan maken. Nu heb ik me op het vliegveld nog wel redelijk neutraal gedragen, maar de wijze waarop mensen in een vliegtuig zitten als mestvarkens, waaronder ikzelf, is wel een reden om de lol van de vakantie in twijfel te trekken. Misschien is dit niet zo zeer lachen, maar het geeft wel een grote dosis zelfspot en kritiek en dat is dan weer lachen!!!!

Eenmaal op de plek van bestemming is alles zo vergeten? Of niet. Vakantie is herinneringen maken zeggen ze wel eens. Een jaar of twintig geleden had de reisbranche het over de ‘broodnodige, vitamine V!!!!! Echt waar, maar voor de dertig-minners, dat is net zoiets als tegenwoordig  levensgevaarlijke dingen doen in je vakantie onder het mom, You only live once-mythe. Allebei uitgedokterd door idiote marketeers die nog grotere idioten er in laten geloven. Maar ook ik kijk altijd uit naar de vakantie. Het eerste biertje smaakt goddelijk, het eten, al is het een eenvoudige hamburger in een sloom Portugees plaatsje, het is zonder meer haute cuisine. En vol bewondering kijk ik naar mijn eerste foto’s van de omgeving. Ik overweeg op de eerste vakantiedag al een carrièreswitch te maken, een begenadigd fotograaf is aan mij verloren gegaan. Ik weet het zeker met mijn getroebleerde vakantiebrein.

Terugkijkend op al mijn vakanties is het best diep graven om te achterhalen wanneer ik waar overal ben geweest. Sterker nog, ik zal beginnend bij 1966, toch voorlopig jaren leeg moeten laten omdat ik wel heel diep moet nadenken. Maar ik troost me met de gedachte van niemand minder dan Emile Zola: “Niets ontwikkelt intelligentie zo veel als reizen.” Ongemerkt heb ik heel wat intelligentie meegepikt. De houdbaarheid van de exacte herinneringen is dan niet meer zo belangrijk. Een troostende gedachte als ik nog eens 20 jaar ouder ben. Of wat te denken van een Loesje spreuk voor als je niet op vakantie kunt: Als je niet op vakantie kunt, ga dan op avontuur. Dat kan iedereen, zelfs in de middagpauze van je inspirerende baan, lekker op avontuur gaan want vitamine V hebben we nodig en natuurlijk YOLO.

Maar de aanleiding van dit eerste vakantievertelseltje is een spreuk die ik toevallig las: “Reizen maakt je eerst sprakeloos en verandert je daarna in een verhalenverteller.” (Ibn Battuta) Toen werd ik even stil, heel stil en ik dacht, dit blogje moest zeker gemaakt worden op mijn site sprakeloosverhalen. Het moest zo zijn en is geen toeval. Na vandaag weer gewone vakantiestukjes schrijven over de dingen die we meemaken in het mooie Portugal tot het moment aanbreekt: Een vakantie is voorbij als je begint te verlangen naar werk.

Ik vrees echter dat vooralsnog de centen de beperkende factor zijn, niet het verlangen naar werk.

Achter elke einder, is weer een andere…. op het Nesserpad

Eergisteren liepen we aan de andere kant van de autobaan en toen dacht ik het ook al. Wat zou er achter de horizon zijn? Vandaag had ik het nog sterker, de einder waren ook nog iets indrukwekkender. Nu is de einder met hele matige ogen toch al vrij snel dichterbij dan bij anderen, maar daar waar het wazig wordt, wil ik weten wat er verder is. Maar waarom? Als kind had ik dat ook al als je naar zee ging, kijkend richting ‘Engeland’ maar zo ver kwamen mijn ogen niet. Wel mijn fantasie natuurlijk.

Ik moest denken aan een liedje van het Klein Orkest:

En achter elke deur is weer een andere deur
Tegen sleur en zekerheid hoeveel lippen kun je kussen
En wanneer raak je iemand kwijt

Zo is het ook met de horizon die we vandaag blijvend tegemoet liepen. Willen we wel weten wat daar achter zit, hoeveel horizons kan een mens verdragen in het leven of hoeveel moet een mens doorstaan om een beetje vredig en rustig te kunnen lopen? Ik heb de antwoorden niet en als ze ik ze weet ben ik mogelijk een horizon te ver gegaan, maar dat weet je dan pas.

Vanuit het perspectief van de Grutto is het allemaal weer heel anders. Deze vogel heeft meer een totaaloverzicht van zijn leven en lijkt er wel tevreden mee te zijn. Maar o wee, wie in zijn territorium wil komen. Ik had de Grutto nog nooit zo veelvuldig gezien in Nederland. Ik moest wel lachen om de beestjes, want ze hebben wel een beetje hoogmoedswaanzin. Zodra we, zonder het te weten, bij hun nestjes kwamen was er altijd wel één die heel opzichtig boven ons lawaai zat te maken. Met een niet al te mooie stemgeluid probeerde de Grutto ons te verjagen, erg indrukwekkend. Een hoop lawaai om niets, want we hadden geen kwaad in de zin. Konden we maar communiceren, dan zouden we de Grutto’s geruststellen. Zij op hun beurt kunnen ons dan een tip van de sluier oplichten wat er aan de einder is.

(meer foto’s op Instagram account titiissprakeloos)