Dubbel nieuw, maar ook vertrouwd op het Uchtapad

Een nieuw pad en na een jaar van uitstel nu toch maar met nieuwe wandelschoenen, maar wel met mijn eigen vertrouwde partner. De dag presenteerde zich als een herfstdag na gisteren, maar in de zon was het lekker en afhankelijk waar de ‘Hollandsche Luchten’ naar toe gejaagd worden, wordt het herfst of misschien toch nog wel een ouwe wijvenzomer, wie zal het zeggen. De illusie dat je als eerste een nieuwe klompenpad loopt had ik niet, het was vandaag zelfs best wel druk voor een zondag in Ochten op het Uchtapad. Deze nieuwe loot aan de klompenpadfamilie is gisteren officieel geopend. Dus na dit pad beslecht te hebben moet ik net als gisteren er nog 34 lopen. Voor de mensen die niet meer echter fris zijn is dit een nadenkertje!!

Meestal heb ik wel een actualiteit of een persoonlijke noot die me vergezeld op de wandeling, vandaag was het alleen mijn vrouw. Ik laat de foto’s bij dit klompenpad vooral het werk doen. Voor nog meer foto’s verwijs ik naar mijn Instagram account : titiissprakeloos.

Een bietje van alles op het Moas-Wetteringpad

Ga ik vandaag wel of niet werken? Het werd een bietje werken. De weersverwachtingen waren onzeker en ik wilde wel met een goed gevoel de laatste zomerse wandeling maken. Na vele wandelingen in tropische omstandigheden dit jaar, hoopte ik nog op een soort van zomerse dag. Misschien vanmiddag, dus eerst maar een paar uur thuis werken, dan kan ik de vrije uren elders wel een keer inhalen. Om 12 uur gokte ik erop dat ik niet nat zou regenen, of in ieder geval niet meer dan een bietje. Heb ik de zon deze middag gezien? Ja, een bietje. De wandeling was in Alphen (Gld), dat wil in de praktijk dus zeggen: een dijkdorpje, de Maas en jawel, een wetering, fruitbomen, uiterwaarden en plukjes historische gebouwen. Eigenlijk was het Moas-Wetteringpad van alles een bietje.
Dus een aangename wandeling maar dat is afhankelijk hoe je het bekijkt: of je uitgaat van alles of toch van een bietje? Is het glas half vol of half leeg?
Het begon in ieder geval bij de lokale winkel/horeca-gelegenheid ‘Bij van alles een bietje’ met een cappuccino en appelgebak met appels uit de omgeving. Het gebak was trouwens geen bietje moet ik stellen als veelvraat. Een leuke winkel/horecagelegenheid. Op een op andere manier zorgt het voor leven in de brouwerij.

Zou veel meer moeten gebeuren in kleine kernen of waar dan ook. Het is ook een gelegenheid voor mensen met iets meer afstand tot de arbeidsmarkt om er te werken en/of ervaring op te doen. Er is zoveel werk besef ik en er zijn zoveel mensen die niet kunnen of mogen meedoen in het maatschappelijke leven.

Ik nam er na 12 uur vanmiddag een beetje afstand van de arbeidsmarkt door het werk achter me te laten en te constateren dat ik volgens mij vandaag de enige klompenpadder was. Hoe ik dat weet? Ik ben door niemand ingehaald met loopschoenen, rugzak of anderszins rustieke en/of sportieve wandeloutfit zoals ik mezelf graag zie. Het was, ondanks dat het maar een bietje had geregend, toch overwegend nat in de weilanden en langs de slootkanten. Vorig jaar november zeurde ik er al over, maar nu weet ik het zeker. Mijn schoenen zijn niet meer waterdicht. Ik had, we zullen in stijl blijven, een bietje natte voeten.

Om toch met een bietje leuke foto te eindigen in plaats van stinkende wandelschoenen, een echt Nederlands plaatje. Voor meer foto’s zie ook Instagram, account titiissprakeloos.

Plaatjes en kletspraatjes: Aalborg zien…..en dan sterven

The New York Times wist te melden dat Aalborg één van de 52 steden is die je moet bezoeken in Europa. En wie trapt er in? Ondergetekende!!!! Maar dat weten we nu. Gisteren maakte we nog plannen en na de rust van de rest van Noord Jutland, ook maar eens een echte stad. De nummer vier van Denemarken, niet groter dan Arnhem of Nijmegen. Dus het moest te doen zijn. De plaatjes waren heel veelbelovend.

Het was even zoeken, want hoewel echt druk in de beslist niet onaardige stad,  was het netwerk van toeristeninformatie verre van volmaakt. Normaal gesproken zou dat een pré zijn, maar nu wilde we naar het Quartier Latin van Aalborg. Schuimen en scharrelen langs de pittoreske straatjes die op internet werden beloofd. Uiteindelijk vonden we het door eerst langs andere de monumentale panden elders gelopen te hebben met dezelfde winkelshit als overal. De panden waren aardig, maar mijn hart ging niet sneller kloppen. De beroemde straatjes bleken er welgeteld twee te zijn. Diep teleurgesteld dronken we een cappuccino tegenover het pand van de plaatselijke afdeling van het Leger des Heils.

En ja, er leek een markt te zijn voor de onbehuisden. Ik denk dat de enige grote stad in de omgeving alle Malle Pietjes in de wijde omgeving aantrekt. Het aangeharkte Denemarken was hier iets minder aangeharkt. Toen ik even bij de voordeur keek, hing er een jaarprogramma. Een lieve bejaarde soldate kwam naar me toe en nodigde me uit om binnen koffie te komen drinken als ons duurbetaalde cappuchino op was. Als we dat eerder hadden geweten hadden we zomaar 98 Kronen bespaard en die had ik graag geschonken aan het Leger te plekke. (voor de Nederlandse rekenaars, €13,- ) Het mocht niet zo zijn. Op het terras bekeken we de plaatjes op internet en nader beschouwd waren dezelde straatjes  1.000.000 keer gefotografeerd. Vandaag voeg ik mijn aandeel er aan toe. Met goed zoeken vonden we nog een paar huisjes die we niet gezien hadden, dus toch maar even terug nu we er toch waren!

We kunnen stellen dat de citymarketing van Aalborg aardig heeft gewerkt. Er is niets mis met de stad en goed, eerlijk gezegd we waren met onze hond, dus geen museum; en goed het was vandaag de derde dag van mijn zoveelste poging om te stoppen met roken. Dat zijn weliswaar hindernissen, maar het viel toch een beetje tegen. Echt al liegen de foto’s mogelijk anders.

Plaatjes en Kletspraatjes: De zeehond van dienst.

Een beetje vertederd was ik wel bij het zien van zo’n aaibare zeehond op luttele meters afstand. Op de uiterste punt van Denemarken, voorbij Skagen komen twee zeeën bij elkaar. Het Kattegat en het Skagerrak zorgen voor een zeer gevaarlijke stroming omdat ze elkaar bevechten. Van links het Skagerrak die uitkomt in de Noordzee en rechts het Kattegat, de alom bekende tongbreker van de topografie op de middelbare school. Noorwegen, Zweden en Denemarken delen het Kattegat, een zee waar in vroeger tijden veel oorlogen zijn uitgevochten en waar de Duisters veel bunkers hebben gebouwd. In Denemarken is het relatief rustig gebleven in de Tweede Wereldoorlog, maar de strategische ligging was reden om bunkers te bouwen. De punt waar de zeeën elkaar tegenkomen heet Grenen, Scandinavischer kunnen we het niet krijgen.

Maar goed, de kans op een zeehond was aanwezig. En we hadden geluk. We zagen er één zwemmen en tien minuten later kwam het beestje ook op het strand. Het leek wel of de zeehond te lui was om de uiterste landpunt te trotseren. Of misschien was de stroming te sterk voor het beest. Wie zal het zeggen. Ze was bovendien alleen en dacht, ik snijd een stukje af om naar het Skagerrak te wiebelen. Met grote ogen keek het naar de voorbijlopende toeristen of het veilig was. Ik vraag me dan af, waarom ben je alleen. Misschien had het beestje dienst. Het is immers de laatste zondag van augustus. En hoewel het beste aangenaam weer was, het toeristenseizoen is in deze contreien toch echt afgelopen. De vriendjes van het beestje hebben vast gezegd, jij heb dienst vandaag. Ga jij de mensen maar vermaken. Deze zondagsdienst voor de zeehond levert misschien een extra visje op. En ze vermaakte niet alleen de mensen, ook de landtegenhanger, onze hond toonde nadrukkelijk zijn interesse. Ze was inmiddels over de angst van de zee heen, al bleef ze voorzichtig. Maar toen ze de zeehond zag, wilde ze kennismaken. Het mocht niet van ons. En ze was al teleurgesteld toen we haar tegenhielden om een zieke Jan van Gent te begroeten. Het zat haar niet mee vandaag. Maar wij daarentegen hebben ons prima vermaakt bij zee van de voormalige Noormannen. Onze Pippa kreeg wel een extra hondesnoepje voor het getoonde goede gedrag. Ik hoop maar dat de collega’s van de zeehond van dienst zich ook aan hun belofte hebben gehouden.

Plaatjes en Kletspraatjes: De Catwalk lonkt!

Met kleding kopen ben ik heel gemakkelijk. Binnen een minuut weet ik wat ik wil, en vooral wat ik niet wil. Ik moest een broek. Maar ik was nu niet alleen en dan wordt het in de regel iets gecompliceerder. Mijn ongelooflijke koopsnelheid wordt dan geremd door ,,O dit is leuk!, of dat kan absoluut niet! of nog erger ,,Dit is helemaal in!” Vooral die laatste opmerking slaat bij mij helemaal dood. Als ik twee jaar geleden een broek mooi vond, dan vind ik het nu nog steeds mooi ook al zeggen ze op TikTok, in Milaan of het modeblad KNIP dat een broek die ik mooi vind zo 2021 is, dan word ik recalcitrant. Natuurlijk ga ik niet in een wijde rode tuinbroek uit de jaren zeventig lopen. Niet omdat het uit de jaren zeventig is, maar omdat ik niet van een wijde rode tuinbroek houdt. Nu niet, tien jaar geleden niet en over 20 jaar nog steeds niet.

Na twee winkels had ik er al genoeg van, maar gewillig liet ik me meevoeren naar nog een winkel. Ik moest nog steeds een broek. Een vriendelijke dame met winkelpekinees monsterde ons en schatte ons in. ,,Ik wil een broek.” Ze trok mijn polo een beetje omhoog om te kijken welke maat ik had. Samen kwamen we uit op maatje 36, of maat 36 zo u wilt. Ze legde me uit dat ze ieder klant qua postuur vergeleek met haar echtgenoot en ze  zat er zelden naast. De eerste de beste broek die ze pakte beviel me. Ze wees me voor de zekerheid nog op een artificiële beschadiging. Ik kon er mee leven, modieus of niet, zolang er maar geen gat in zit. Hij paste, zat lekker en eigenlijk een beetje te lang. Maar geen nood, de mode schrijft voor dat het omslaan van de broek in is. Mijn recalcitrante ik wilde reageren, maar och. Ze bracht het vol overtuiging en mijn eega was blij met een medestander om mijn eigenwijze modebeeld een beetje bij te schaven. En toen kwam het, hoe ze het wist weet ik niet, maar ze wilde me een wit overhemd laten passen. Om te laten zien hoe je die, ondanks wat welvaartsproblemen rond de navel, goed kunt dragen. Ik houd van witte overhemden. Netjes met het overhemd in de broek kwam ik aan paraderen. ,,Nu moet ik even met de hand achter je broekrand, vind ik niet erg hoor!? Mijn hele Victoriaanse inborst protesteerde, maar allez, mijn vrouw was erbij dus ik voelde me veilig. Mijn mouwen werden eigentijds in orde gebracht, een paar kekke schoenen voor het plaatje, een bijpassende riem en twee kettinkjes om het zaakje te complementeren.

En het plaatje kwam. Mag ik een foto maken voor Facebook en Instagram? Dat is een slimme zeg, je geeft de eerste de beste Sallandse boer het gevoel dat ie fotomodel is en hij wordt zo toegeeflijk als wax. Ik zei al, de dame monsterde ons en heeft dat goed gedaan. Ik een meegaand type en mijn vrouw die met mij als lijdend voorwerp graag wat mode-educatie in mij wilde pompen. Met een belangrijk deel van de outfit liepen we de winkel uit en we hebben ook de foto’s nog. Al met al een geslaagde vakantiedag en stof tot nadenken om mijn loopbaan misschien nog een andere draai te geven. Wie weet word ik nog wel een modepoppetje, of modepop zo u wilt.

Zelfcensuur op mijn eerste vakantieavontuur met de Grutto!

Waar dit blogje naar toe moet gaan, ik heb nog geen idee. Het kan een eerste verslag zijn van een geslaagde vakantiedag thuis. Of misschien wordt het wel een filmrecensie. Mogelijk evolueert het tot een maatschappij kritisch stukje, hoewel voor de hits is dat niet zo slim. Mijn lezerspubliek opteert voor luchtigheid en niet nog een meninkje in de mêlee van andere meninkjes. We zullen wel zien.

Omdat we niet meteen weg gaan in onze vakantie, besloten we om de dagen niet in landerigheid te ver-rommelen ondanks de hitte. De warmte weerhield ons ook al van allerlei projecten en projectjes waar we ook geen reet zin in hadden. Het was dus een uitstekend idee om naar de film te gaan in misschien wel het mooiste filmhuis van Gelderland, namelijk Zevenaar. Sinds ik eind mei een voltreffer heb gemaakt op mijn mobiel van een grutto, ben ik fan. Zeker met de wetenschap dat de vogel in 2015 is uitgeroepen tot de nationale vogel van Nederland. En sinds vandaag begrijp ik waarom.

In de prachtige docufilm van Ruben Smit wordt uiteengezet wat de grutto bindt aan Nederland. Hoe dit in de loop der eeuwen is toegenomen, maar de laatste decennia weer minder wordt, met name de door de intensivering van de landbouw ondanks de ondersteuning van veel boeren om achteruitgang van de soort tegen te gaan. De kijker wordt vanuit het perspectief van de grutto meegenomen van Estland naar Nederland, vanuit Senegal op de tocht terug naar Nederland via Portugal en Frankrijk. Maar ook de IJslandse Grutto komt ter sprake. Op IJsland wordt door klimaatverandering, een vroeger beginnende lente de omstandigheden voor de Grutto steeds beter. Het is vergelijkbaar met Nederlandse omstandigheden tot 1980 wat van Nederland een typisch gruttoland maakte. Ik vond de documentaire af en toe thrillerachtige moment hebben. Hoewel, je kan de documentaire ook bekijken als een jaardagboek van de vogel in alle seizoenen en tijdens zijn reizen. Het altijd maar doorgaan van het leven, oftewel het petermobilé van de grutto. Tegelijkertijd word je geconfronteerd met de klimaatsveranderingen die het leefgebied van de grutto sterk doen veranderen. Het altijd maar doorgaan van de grutto is dus helemaal niet zo vanzelfsprekend. Voor een vogel die de status heeft van nationale vogel in Nederland zou dat heel jammer zijn.

Grutto van Ruben Smit, Gouden Kalf winnaar heeft van onze eerste vakantiedag een geslaagde dag gemaakt. Het is dus een beetje een filmrecensie geworden met een licht maatschappelijke kritische ondertoon. Bovendien waande ik me als klompenpadwandelaar anderhalf uur in de weilanden zonder last te hebben van de tropische hitte. Grutto! Een aanrader.

Naschrift:

Nu kan ik het hierbij laten, maar niet zonder de vermelding dat ik het verslag nog veel spannender had kunnen maken. Tijdens de film had ik uit voorzorg een paar foto’s gemaakt ter opleuking van dit blogje. De reacties van mijn huisgenoten waren van bijna hysterisch tot opperste verbazing. Ik zou me schuldig maken aan diefstal door een eigen kiekje in het donker te gebruiken voor dit blog!!! Belachelijk natuurlijk, maar ik ben er van overtuigd dat om hun gelijk te krijgen ze me nog zouden aangeven. In mijn recalcitrante bui zag ik er wel een leuk verhaal in. Dat ik ontboden wordt op het politiebureau omdat ik de foto’s niet van mijn blog wil halen in verband met de auteursrechten. Zou misschien leuk zijn geweest, maar ja, het is niet alleen mijn eerste vakantiedag. Ik ben gezwicht voor de druk. Mochten mensen bovenstaande foto van mijn hand willen gebruiken. Ga gerust je gang. Het is leuk dat je me daarbij noemt, maar wil je dat niet, ook goed. Ik heb toch geen zoekmachines om dat te traceren. De grutto, zeker deze van mij, is van iedereen toch?

Slingers ophangen op het Pelserpad

Er zijn van die uitdrukkingen die mij diep laten nadenken over de houdbaarheid ervan. Zo is tegenwoordig een veel gehoorde uitdrukking, ‘het leven is een feestjes, maar je moet zelf de slingers ophangen!!’ Ik heb daarbij twee levensgrote bezwaren. Wie beweert dat het leven (altijd) een feestje is? Wil ik wel altijd feest? Misschien ben ik wel de notoire partypooper met kritische vragen die zich standaard ontpopt tot de muurbloem op het feest? En dan het tweede bezwaar, stel dat ik dat allemaal toch niet ben. Dus iemand met een opgeruimd karakter en een optimistische levenswandel, altijd in voor feestelijkheden en niemand in de weg zal lopen bij welke feestgedruis dan ook. In dat geval vraag ik me af moet een feest met slingers en andere uiterlijkheden worden gevierd? Een feestje zonder dat er allerlei uiterlijke kenmerken aan te pas komen, is dat ook een feest?

Vandaag was het zo ver, mijn 100e klompenpad in de ideale omstandigheden gelopen met mijn vrouw. Het Pelserpad was bovendien een erg aangename wandeling weten we nu, dus inwendig is het een feestje geworden met een heerlijke schnitzel na afloop in Ermelo, over inwendig gesproken! Maar moet iemand dat aan mij zien? Ik heb geen slingers meegenomen om het heuglijke feit te benadrukken. Tegenwoordig mag dat niet misschien niet meer in verband met milieuoverwegingen. De stikstofwaarde van slingers is me volledig onbekend trouwens. Onderweg hingen er wel heel veel vlaggen en ik had net kunnen doen alsof deze voor mij waren Maar u weet wel beter.

Mijn honderdste dus, 98 verhaaltjes, twee klompenpaden moeten nog overgedaan worden omdat ik toen nog geen foto’s maakte en klompenpadblogjes schreef. Dat komt helemaal goed. Een mijlpaal op het Pelserpad en ik heb feestelijk genoten. Kiekjes heb ik in ruime mate gemaakt waarvan er een paar op dit blog en een deel op Instagram (titiissprakeloos).

Na bovenstaande gelezen te hebben kunt u bedenken, waarom zoveel woorden èn een blog terwijl hij geen feestje wil, laat staan slingers. Nu, mijn antwoord is, het leven hoeft geen feest te zijn, maar het leven hoeft ook niet met consequent gedrag aan elkaar te hangen. Misschien is dat wel het feest?

Positief Karma op het Gravenslootpad

En dan sta je in een keer in Woerden. Geheel tegen mijn gewoonte in startte ik niet bij het officiële begin van het Gravenslootpad, maar bij het station in Woerden vanwege zekerheid van parkeren. In Kamerik was dat niet helemaal duidelijk voor mij. Woerden, ik was er ooit geweest in 1990 voor een sollicitatiegesprek. Ik herkende het niet terug, of beter gezegd, ik had geen actieve herinneringen meer aan Woerden. Maar het zal wel helemaal veranderd zijn. De dag zelf herinner ik me nog als de dag van gisteren. Ik was veel te vroeg in Woerden en ik nam de bus naar Kamerik. Daar zat toen de Algemeen Christelijke Politiebond. Als net afgestudeerd bestuurskundige solliciteerde ik maar een eind in het rond. Een baan vinden voor jongeren was toen net zo moeilijk als tegenwoordig een huis vinden voor jongeren. Te vroeg in Kamerik, in de hoop dat er een horecagelegenheid open was. Niets, dan lopen we maar weer terug naar Woerden, tijd zat en nemen we een latere bus weer terug naar Kamerik. Had ik even geen rekening gehouden met het feit dat de bussen maar heel sporadisch liepen. Geen bus meer om op tijd voor de tweede keer in Kamerik te geraken. Wat nu? Flink doorstappen maar, en met een bezwete kop bij mijn sollicitatie aankomen. Er zit niets anders op, geld voor een taxi had ik niet bij me. Maar na 200 meter werd er achter me gebeld. Twee bakvissen van 14 jaar op grote omafietsen reden langs me op en riepen: ,,Spring maar achter op, we moeten naar Kamerik.” Ik weet niet of ze van een strak in het pak zittende ex-student hadden verwacht dat ik het aanbod zou aannemen, maar ik deed het wel. Ze hadden blijkbaar niet geleerd van hun ouders dat ze geen vreemde mijnheren mochten meenemen. Kijkend tegen een ranke meisjesrug, weliswaar 25 kilo terug, kwam ik op tijd voor mijn gesprek. Het mocht niet baten, afgewezen. De wereld van de politie met mij erbij had er anders uitgezien, in ieder geval mijn leven zou anders gelopen zijn. Dan had ik de dames misschien mijn hele leven tegengekomen en glimlachend gezegd, dank zij jullie heb ik de baan. Het mocht niet zo zijn en nu maak ik blogjes over klompenpaden.

Het Gravenslootpad is een alleraardigste wandeling, maar wel een tussendoortje. Voor 6 augustus heb ik met mijn partner afgesproken het 100e klompenpad te lopen, maar dan moet nummer 99 ook voltrokken zijn. Het Gravenslootpad had ik uitgekozen. Een prachtig begin vanaf het station in Woerden, je loopt door landgoed Bredius. En heel opvallend voor mij als Oosterling, de hoeveelheid mensen die vriendelijk goedendag zeiden. Ik moet iets aan mijn vooroordelen over de Randstad doen. Aan de andere kant, ik had het kunnen weten, want dertig jaar terug werd ik belangeloos vervoerd door twee jonge scholieren. Toch? Al hebben ze me geen toeristische route getoond, want dat doe ik vandaag met de benenwagen. Zoals ik al zei een hele fijne wandeling door weilanden, met prachtig vergezichten.

Nog even in het stadje zelf kijken en op de terugweg naar het station komt de aap uit de mouw. De vriendelijkheid van de gemiddelde Woerdenaar is helemaal niet spontaan, ze moeten van de gemeente. Middels leuzen in het publieke domein worden ze opgeroepen om vriendelijk te doen tegen vreemdelingen zoals klompenpadlopers. Aan de andere kant, er zijn slechtere overheidsmaatregelen te bedenken.
Meer foto’s zie ook mijn Instagram account titiissprakeloos.

Het zondagse zakgeld brandt in de zak op het Schaarsbergenpad

Het is lang geleden, maar gisteren was het een ouderwetse déjà vu momentje. Op je 56e nota bene kreeg ik van moeders zakgeld. Voor een kop koffie met iets lekkers of een lunch. Ze wist dat ik samen met partner een nieuw klompenpad ging lopen in Schaarsbergen. Zelf lopen zit er niet meer bij, maar middels foto’s en/of verhalen kijkt ze op de achtergrond wel eens mee. Het ontbijt was net achter de kiezen, maar bij het pannenkoekenhuis wilde ik al best wel een kop koffie met appeltaart. Was er niet een premier, al weer meer dan vijftien jaar geleden, die riep eerst het zuur en dan het zoet. Ook de wetenschap dat ik de hoon van mijn vrouw zou moeten trotseren om zo snel na het ontbijt de calorieënteller al weer te laten oplopen voor deze dag, weerhield me om het voorstel te plaatsen. Eerst het zuur en dan het zoet. Maar het Schaarsbergenpad was helemaal niet zuur, integendeel.

Deze nieuwste aanwinst in de familie der Klompenpaden mag er wezen. Ik had me geprepareerd op een pure boswandeling, maar het was echt meer. Met hier en daar boerderijen, vennetjes en de al beginnende bloei van de heide. Een zeer afwisselende wandeling. Verder hadden we op dit tijdstip, op deze plek nabij Arnhem op de Veluwe veel meer mensen verwacht. We waren niet de enige, maar het was eigenlijk best rustig. Wat doen die mensen allemaal na het ontbijt op zondagochtend vraag ik me af. Ik heb me al jaren verzoend dat het lopen van een klompenpad wel een beetje begint te passen bij mijn leeftijd, maar al die anderen dan. Misschien hebben zij geen zakgeld gekregen van hun moeder en zijn ze nu op de koffie bij hun moeders om geld los te peuteren? Wie zal het zeggen.

Ik mag me voor vandaag gelukkig prijzen. Een fijne wandeling met het beste gezelschap, ik kan mijn eigen lunch zonder problemen betalen, maar ik krijg het ook nog in mijn schoot geworpen. En het is rustig, heel rustig. Ik weet niet of ik wel op vakantie hoef deze zomer. Ik heb gedurende de hele wandeling niet meer aan appelgebak of uitsmijters gedacht, maar tegen het einde van de wandeling plopte het op, alles kwam bij elkaar. Een fijne wandeling afgerond en een gesubsidieerde lunch in nog steeds goede gezelschap. Praise the Lord, Halleluya !
Voor meer foto’s zie ook Instagram account titiissprakeloos

Plaatjes en Kletspraatjes: De zwarte cross-ontmaagding.

Kun je je aangesproken voelen bij de warme woorden ‘Welkom Thuus’ als je er nog nooit geweest bent? Voor mij is het antwoord volmondig ja, dat kan. 15 juli 2022 was ik voor het eerst op de Zwarte Cross in Lichtenvoorde. Ik voelde me welkom en ik was meteen thuus. Het kan echt. Zo’n kleine 20 jaar geleden stond ik op camping Beusink in Lievelde. Toen heb ik over het terrein terrein van de Zwarte Cross gelopen (De Schans) Op die camping kwamen steeds meer tenten van de bouwers van de Zwarte Cross. Je voelde wel de kriebelende spanning van alle betrokkenen. Ik had geen aandrang om te gaan. Ook niet toen ik naar een concert van Jovink was geweest in Didam omdat ik er voor de Gelderlander een stukje over mocht schrijven. Het is een lovend stuk geworden en dat kwam toen recht uit mijn hart. Het heeft tot 2022 geduurd toen ik ja zei op de suggestie van mijn vrouw die opperde “Zullen we naar de Zwarte Cross op vrijdag?” Het kwartje is gevallen, een soort van Zwarte Cross-ontmaagding als het ware.

Wat is dan thuiskomen? Biertje, ongedwongen sfeer, humor en veel, heel veel keus in muziek en theater. Maar het is volgens mij vooral, naast de uitstekende organisatie op alle fronten waar bijna aan ieder detail is gedacht, het publiek dat het festival maakt. Ik ben geen Achterhoeker, getogen in Salland en woon inmiddels al weer zo’n 25 jaar in de Liemers. Het bijt elkaar allemaal niet, sterker wat bijt elkaar wel op de Zwarte Cross?  Het is een beetje één grote love&peace-attractie in de boertige weide van Tante Rikie. In tijden waarin we van de ene naar de andere crisis denderen, is het ook wel een beetje een festival van de Hoop.

In dit thuisgebeuren was het eerste dat we zagen een band De Ponders. Jordanese Levensliederen op een reggaebeat, een geniaal concept. Stukjes race meegepakt en slenteren, toen we onverwacht werden geconfronteerd met Drukwerk. Jaren niet meer aan Harrie gedacht (sorry Harrie) maar veel liedjes kwamen als vanzelf weer boven. Tussendoor lopen over het immense terrein (24.000 passen gemaakt) hier en daar stilstaan en even kijken. De planning voor de avond was Danny Vera, De Heinos en Dropkick Murfys. Danny was goed, De Heinos betekende met Normaalnummers feest en toen werd het tegen elf uur. Op aanraden van mijn zoon naar de Dropkick Murfys, maar we waren moe na 12 uur Zwarte Cross. We keken elkaar aan en geloofden het wel. Misschien heel jammer en een gemiste kans, maar het voordeel van thuis welkom zijn: Alles kan, maar niks mot.

Volgend jaar weer.

TIP

Voor de Zwarte Crossgangers die dit vanavond in hun bedje lezen en dit te veel woorden vinden, morgen weer een nieuwe dag want Alles kan, maar niks mot. Misschien wel herlezen na de ongetwijfeld wijze preek van Eus ( Özkan Akyol) in de oecumenische dienst. Ik zou er graag bij zijn geweest. Veel plezier nog.

Wijsheden van een Amsterdams filosoof krijgt op humoristische wijze een eigen(tijdse) invulling. Humor een belangrijk concept van de Zwarte Cross die niet overal goed begrepen wordt.
Als de humor niet vanuit de Zwarte Cross organisatie komt, dan nemen de bezoekers ze zelf wel mee. Een van de vele voorbeelden.
Alsof tante Rikie hier optreedt als Anny Vera, de zus van de beter bekende Danny. Eigen humor.