Plaatjes en kletspraatjes: Aalborg zien…..en dan sterven

The New York Times wist te melden dat Aalborg één van de 52 steden is die je moet bezoeken in Europa. En wie trapt er in? Ondergetekende!!!! Maar dat weten we nu. Gisteren maakte we nog plannen en na de rust van de rest van Noord Jutland, ook maar eens een echte stad. De nummer vier van Denemarken, niet groter dan Arnhem of Nijmegen. Dus het moest te doen zijn. De plaatjes waren heel veelbelovend.

Het was even zoeken, want hoewel echt druk in de beslist niet onaardige stad,  was het netwerk van toeristeninformatie verre van volmaakt. Normaal gesproken zou dat een pré zijn, maar nu wilde we naar het Quartier Latin van Aalborg. Schuimen en scharrelen langs de pittoreske straatjes die op internet werden beloofd. Uiteindelijk vonden we het door eerst langs andere de monumentale panden elders gelopen te hebben met dezelfde winkelshit als overal. De panden waren aardig, maar mijn hart ging niet sneller kloppen. De beroemde straatjes bleken er welgeteld twee te zijn. Diep teleurgesteld dronken we een cappuccino tegenover het pand van de plaatselijke afdeling van het Leger des Heils.

En ja, er leek een markt te zijn voor de onbehuisden. Ik denk dat de enige grote stad in de omgeving alle Malle Pietjes in de wijde omgeving aantrekt. Het aangeharkte Denemarken was hier iets minder aangeharkt. Toen ik even bij de voordeur keek, hing er een jaarprogramma. Een lieve bejaarde soldate kwam naar me toe en nodigde me uit om binnen koffie te komen drinken als ons duurbetaalde cappuchino op was. Als we dat eerder hadden geweten hadden we zomaar 98 Kronen bespaard en die had ik graag geschonken aan het Leger te plekke. (voor de Nederlandse rekenaars, €13,- ) Het mocht niet zo zijn. Op het terras bekeken we de plaatjes op internet en nader beschouwd waren dezelde straatjes  1.000.000 keer gefotografeerd. Vandaag voeg ik mijn aandeel er aan toe. Met goed zoeken vonden we nog een paar huisjes die we niet gezien hadden, dus toch maar even terug nu we er toch waren!

We kunnen stellen dat de citymarketing van Aalborg aardig heeft gewerkt. Er is niets mis met de stad en goed, eerlijk gezegd we waren met onze hond, dus geen museum; en goed het was vandaag de derde dag van mijn zoveelste poging om te stoppen met roken. Dat zijn weliswaar hindernissen, maar het viel toch een beetje tegen. Echt al liegen de foto’s mogelijk anders.

Plaatjes en Kletspraatjes: De zeehond van dienst.

Een beetje vertederd was ik wel bij het zien van zo’n aaibare zeehond op luttele meters afstand. Op de uiterste punt van Denemarken, voorbij Skagen komen twee zeeën bij elkaar. Het Kattegat en het Skagerrak zorgen voor een zeer gevaarlijke stroming omdat ze elkaar bevechten. Van links het Skagerrak die uitkomt in de Noordzee en rechts het Kattegat, de alom bekende tongbreker van de topografie op de middelbare school. Noorwegen, Zweden en Denemarken delen het Kattegat, een zee waar in vroeger tijden veel oorlogen zijn uitgevochten en waar de Duisters veel bunkers hebben gebouwd. In Denemarken is het relatief rustig gebleven in de Tweede Wereldoorlog, maar de strategische ligging was reden om bunkers te bouwen. De punt waar de zeeën elkaar tegenkomen heet Grenen, Scandinavischer kunnen we het niet krijgen.

Maar goed, de kans op een zeehond was aanwezig. En we hadden geluk. We zagen er één zwemmen en tien minuten later kwam het beestje ook op het strand. Het leek wel of de zeehond te lui was om de uiterste landpunt te trotseren. Of misschien was de stroming te sterk voor het beest. Wie zal het zeggen. Ze was bovendien alleen en dacht, ik snijd een stukje af om naar het Skagerrak te wiebelen. Met grote ogen keek het naar de voorbijlopende toeristen of het veilig was. Ik vraag me dan af, waarom ben je alleen. Misschien had het beestje dienst. Het is immers de laatste zondag van augustus. En hoewel het beste aangenaam weer was, het toeristenseizoen is in deze contreien toch echt afgelopen. De vriendjes van het beestje hebben vast gezegd, jij heb dienst vandaag. Ga jij de mensen maar vermaken. Deze zondagsdienst voor de zeehond levert misschien een extra visje op. En ze vermaakte niet alleen de mensen, ook de landtegenhanger, onze hond toonde nadrukkelijk zijn interesse. Ze was inmiddels over de angst van de zee heen, al bleef ze voorzichtig. Maar toen ze de zeehond zag, wilde ze kennismaken. Het mocht niet van ons. En ze was al teleurgesteld toen we haar tegenhielden om een zieke Jan van Gent te begroeten. Het zat haar niet mee vandaag. Maar wij daarentegen hebben ons prima vermaakt bij zee van de voormalige Noormannen. Onze Pippa kreeg wel een extra hondesnoepje voor het getoonde goede gedrag. Ik hoop maar dat de collega’s van de zeehond van dienst zich ook aan hun belofte hebben gehouden.

Plaatjes en Kletspraatjes: De Catwalk lonkt!

Met kleding kopen ben ik heel gemakkelijk. Binnen een minuut weet ik wat ik wil, en vooral wat ik niet wil. Ik moest een broek. Maar ik was nu niet alleen en dan wordt het in de regel iets gecompliceerder. Mijn ongelooflijke koopsnelheid wordt dan geremd door ,,O dit is leuk!, of dat kan absoluut niet! of nog erger ,,Dit is helemaal in!” Vooral die laatste opmerking slaat bij mij helemaal dood. Als ik twee jaar geleden een broek mooi vond, dan vind ik het nu nog steeds mooi ook al zeggen ze op TikTok, in Milaan of het modeblad KNIP dat een broek die ik mooi vind zo 2021 is, dan word ik recalcitrant. Natuurlijk ga ik niet in een wijde rode tuinbroek uit de jaren zeventig lopen. Niet omdat het uit de jaren zeventig is, maar omdat ik niet van een wijde rode tuinbroek houdt. Nu niet, tien jaar geleden niet en over 20 jaar nog steeds niet.

Na twee winkels had ik er al genoeg van, maar gewillig liet ik me meevoeren naar nog een winkel. Ik moest nog steeds een broek. Een vriendelijke dame met winkelpekinees monsterde ons en schatte ons in. ,,Ik wil een broek.” Ze trok mijn polo een beetje omhoog om te kijken welke maat ik had. Samen kwamen we uit op maatje 36, of maat 36 zo u wilt. Ze legde me uit dat ze ieder klant qua postuur vergeleek met haar echtgenoot en ze  zat er zelden naast. De eerste de beste broek die ze pakte beviel me. Ze wees me voor de zekerheid nog op een artificiële beschadiging. Ik kon er mee leven, modieus of niet, zolang er maar geen gat in zit. Hij paste, zat lekker en eigenlijk een beetje te lang. Maar geen nood, de mode schrijft voor dat het omslaan van de broek in is. Mijn recalcitrante ik wilde reageren, maar och. Ze bracht het vol overtuiging en mijn eega was blij met een medestander om mijn eigenwijze modebeeld een beetje bij te schaven. En toen kwam het, hoe ze het wist weet ik niet, maar ze wilde me een wit overhemd laten passen. Om te laten zien hoe je die, ondanks wat welvaartsproblemen rond de navel, goed kunt dragen. Ik houd van witte overhemden. Netjes met het overhemd in de broek kwam ik aan paraderen. ,,Nu moet ik even met de hand achter je broekrand, vind ik niet erg hoor!? Mijn hele Victoriaanse inborst protesteerde, maar allez, mijn vrouw was erbij dus ik voelde me veilig. Mijn mouwen werden eigentijds in orde gebracht, een paar kekke schoenen voor het plaatje, een bijpassende riem en twee kettinkjes om het zaakje te complementeren.

En het plaatje kwam. Mag ik een foto maken voor Facebook en Instagram? Dat is een slimme zeg, je geeft de eerste de beste Sallandse boer het gevoel dat ie fotomodel is en hij wordt zo toegeeflijk als wax. Ik zei al, de dame monsterde ons en heeft dat goed gedaan. Ik een meegaand type en mijn vrouw die met mij als lijdend voorwerp graag wat mode-educatie in mij wilde pompen. Met een belangrijk deel van de outfit liepen we de winkel uit en we hebben ook de foto’s nog. Al met al een geslaagde vakantiedag en stof tot nadenken om mijn loopbaan misschien nog een andere draai te geven. Wie weet word ik nog wel een modepoppetje, of modepop zo u wilt.

Plaatjes en Kletspraatjes: De zwarte cross-ontmaagding.

Kun je je aangesproken voelen bij de warme woorden ‘Welkom Thuus’ als je er nog nooit geweest bent? Voor mij is het antwoord volmondig ja, dat kan. 15 juli 2022 was ik voor het eerst op de Zwarte Cross in Lichtenvoorde. Ik voelde me welkom en ik was meteen thuus. Het kan echt. Zo’n kleine 20 jaar geleden stond ik op camping Beusink in Lievelde. Toen heb ik over het terrein terrein van de Zwarte Cross gelopen (De Schans) Op die camping kwamen steeds meer tenten van de bouwers van de Zwarte Cross. Je voelde wel de kriebelende spanning van alle betrokkenen. Ik had geen aandrang om te gaan. Ook niet toen ik naar een concert van Jovink was geweest in Didam omdat ik er voor de Gelderlander een stukje over mocht schrijven. Het is een lovend stuk geworden en dat kwam toen recht uit mijn hart. Het heeft tot 2022 geduurd toen ik ja zei op de suggestie van mijn vrouw die opperde “Zullen we naar de Zwarte Cross op vrijdag?” Het kwartje is gevallen, een soort van Zwarte Cross-ontmaagding als het ware.

Wat is dan thuiskomen? Biertje, ongedwongen sfeer, humor en veel, heel veel keus in muziek en theater. Maar het is volgens mij vooral, naast de uitstekende organisatie op alle fronten waar bijna aan ieder detail is gedacht, het publiek dat het festival maakt. Ik ben geen Achterhoeker, getogen in Salland en woon inmiddels al weer zo’n 25 jaar in de Liemers. Het bijt elkaar allemaal niet, sterker wat bijt elkaar wel op de Zwarte Cross?  Het is een beetje één grote love&peace-attractie in de boertige weide van Tante Rikie. In tijden waarin we van de ene naar de andere crisis denderen, is het ook wel een beetje een festival van de Hoop.

In dit thuisgebeuren was het eerste dat we zagen een band De Ponders. Jordanese Levensliederen op een reggaebeat, een geniaal concept. Stukjes race meegepakt en slenteren, toen we onverwacht werden geconfronteerd met Drukwerk. Jaren niet meer aan Harrie gedacht (sorry Harrie) maar veel liedjes kwamen als vanzelf weer boven. Tussendoor lopen over het immense terrein (24.000 passen gemaakt) hier en daar stilstaan en even kijken. De planning voor de avond was Danny Vera, De Heinos en Dropkick Murfys. Danny was goed, De Heinos betekende met Normaalnummers feest en toen werd het tegen elf uur. Op aanraden van mijn zoon naar de Dropkick Murfys, maar we waren moe na 12 uur Zwarte Cross. We keken elkaar aan en geloofden het wel. Misschien heel jammer en een gemiste kans, maar het voordeel van thuis welkom zijn: Alles kan, maar niks mot.

Volgend jaar weer.

TIP

Voor de Zwarte Crossgangers die dit vanavond in hun bedje lezen en dit te veel woorden vinden, morgen weer een nieuwe dag want Alles kan, maar niks mot. Misschien wel herlezen na de ongetwijfeld wijze preek van Eus ( Özkan Akyol) in de oecumenische dienst. Ik zou er graag bij zijn geweest. Veel plezier nog.

Wijsheden van een Amsterdams filosoof krijgt op humoristische wijze een eigen(tijdse) invulling. Humor een belangrijk concept van de Zwarte Cross die niet overal goed begrepen wordt.
Als de humor niet vanuit de Zwarte Cross organisatie komt, dan nemen de bezoekers ze zelf wel mee. Een van de vele voorbeelden.
Alsof tante Rikie hier optreedt als Anny Vera, de zus van de beter bekende Danny. Eigen humor.

Plaatjes en een kletspraatjes: Pas op, heksenverbranders in aantocht.

Op zomaar een zondag loop ik geheel onverwacht mee met een stille tocht ter herdenking van ene Aleyda uit Almen die in 1472 levend verbrand werd als heks. Nu ken ik Aleyda niet persoonlijk, maar twee jaar geleden ging mijn vrouw al naar de voorstelling De heks van Almen. Ik had er wel wat van meegekregen. Of ik zondag mee naar de openluchtvoorstelling in Bredevoort ging? Ik zou liegen als ik meteen stond te springen, maar met de kennis van nu heb ik er geen spijt van, De heks van Almen. (Zou dat tegenwoordig niet beter ‘totheksgemaakte’ kunnen heten? Het is zomaar een oprisping.)

Na afloop wilde mijn vrouw ook even mee ter herdenking en een kaarsje branden op het kerkplein. En daarna was er een schnitzel op het plein, want we liepen toch toevallig langs een gezellig terras in Bredevoort. Maar vooraf dus de voorstelling. Ik vat het even heel kort samen. Voor meer details verwijs ik naar de site, want ze spelen komend weekend weer in Bredevoort en ook elders in het land.

Aan het einde van de middeleeuwen was de opkomst van het protestantisme. Geloofsoorlogen in heel Europa, ook in Nederland, gaf dit de bewoners van de Achterhoek veel onzekerheid. Naar wie moeten ze luisteren, de katholieke kerk of naar de opkomende ketters, naar de Paapsen of naar de Staatsen. Onzekerheid is altijd een belangrijke bron om zondebokken te zoeken. Om hen de schuld te geven van het onverklaarbare of onwenselijke, in die tijd bijvoorbeeld aan wijze vrouwen (en ook mannen). Door de kerk, katholiek en protestant, werden onwelgevallige meningen of leefwijzen gezien als het werk van de duivel. En die mag je, of beter gezegd moet je aanpakken. Katholieken en protestanten wedijverden hierin om maar in een zo’n goed mogelijk blaadje bij god te komen. Zo ook vroedvrouw Aleyda uit Almen die verantwoordelijk werd gehouden voor een geboorte met hazenlip, het werk van de Duivel.

In het stuk werden linken gelegd met de tegenwoordige tijd. Oh, maar we leven niet meer in de middeleeuwen toch? Nee, maar de mens is in essentie in mijn optiek niet zo ver geëvolueerd, of eigenlijk helemaal niet. Het zijn onzekere tijden in Nederland en in de wereld en 15 jaar geleden had nog niemand gehoord van fakenews, waren complottheorieën een eigenaardige hobby van gekkies die nu, misschien wel door het onverklaarbare en onwenselijke (corona), de indruk wekken dat ze de wereld gaan overnemen (great reset). Dit alles wordt versterkt door de sociale media, de nieuwe heksenbrandstapels.

Om het terug te brengen op de onderdrukking van de vrouw door het patriarchaat. Zaterdag las ik een tweet van Thierry Baudet dat werkende vrouwen een doorn in het oog zijn. En wat te denken van de abortuswetgeving in de VS? Een stapje terug of een tendens die veel Verlichtingsverworvenheden in één klap teniet doen.

Ik vond het een mooi theaterstuk dat mij stof tot nadenken gaf en in ieder geval reden tot een blogje. Een kaarsje branden is dan wel het minste dat een mens kan doen.

Plaatjes en kletspraatjes: Waarom? Nou daarom!

Afgelopen zondag ietwat somber, maar wel goed zomers weer. Ik had kunnen wandelen, in de tuin werken of zomaar een eind fietsen. Ik heb het niet gedaan, ik ging samen met mijn partner naar de film en wel in Zevenaar. Kan dat in Zevenaar zal een grote groep lezers kunnen denken. En dan weet je, ze wonen in de Randstad of in de grotere steden in de buurt, maar Zevenaar heeft misschien wel een van de mooiste filmhuizen van Nederland. Maar dit ter zijde. Er draaide een leuke film namelijk Falling for Figaro. Mijn vrouw is namelijk fan van Absolutely Fabulous, voor intimi ABFAB. Een typische vrouwen humorserie die in zijn soort best aardig is, denk ik. Ik geniet er ook van op afstand dat wil zeggen, de aaneenschakeling van gierende uithalen en het bijna stikken van het lachen is heel vermakelijk om op afstand te volgen. De blonde dame in ABFAB, Patsy speelt in Absolutely Fabulous, Joanna Lumly.

Falling for Figaro heeft alles wat een Engelse feelgood movie moet hebben. Allereerst een slap maar aanstekelijk liefdesverhaal waarbij het aanvankelijk heel erg stroef gaat tussen de geliefden. Vervolgens een mooi gedoseerde bak Engelse droge humor tegen de achtergrond van het hippe London, maar vooral het mooie stilistische Schotland. Tussen door lekkere muziek uit bekende opera’s, ook mooi voor de minder grote operaliefhebber. Het heet niet voor niets Falling for Figaro. Een fijne zondagmiddag is gegarandeerd.

Waarom hierover schrijven? Het is een leuke film, maar hoe mooi het filmhuis ook moge zijn, het is er best vaak rustig. Jammer, dus een beetje promotie mag best wel. Zelfs in de pauze voor een noodzakelijk sigaretje, heb je een prachtige blik op het plein van de voormalige Turmac fabriek. Roken is dan geen straf meer. Als er door dit nietszeggende blogje ook maar een extra bezoeker is, heb ik mijn doel bereikt. Als vanaf nu de bezoekcijfers echt omhoog vliegen, klop ik wel aan bij het filmhuis voor een gratis abonnement. Zo ben ik dan ook wel weer.

Plaatjes en Kletspraatjes: Kunstige aardappeleters in het Gooi.

Was ik gisteren nog zwaar onder de indruk van mijn zelfgefabriceerde Hollandsche Meesters, vandaag ga ik een internationaal uitstapje maken en wel in Laren. Maar niet voordat we een uitstekend ontbijt hadden genoten in Kontakt der Kontinenten in Soesterberg. Ik zei al, we gaan internationaal. Dit congreshotel in de bossen had ook een heel uitnodigende leestafel waar we onder genot van een cappuccino heerlijk nog even het mondiale nieuws lezen voordat we bij het Singer Laren Museum terecht konden. Een expositie van Theo van Rijsselberghe gaan we bezoeken.

Leestafel bij Kontakt der Kontinenten, een genoegen dat ik iedere ochtend wel zou willen hebben. In alle rust de kranten doornemen. Dat is toch echt veel fijner dan het lekker gemaakt worden met artikelen en je weer door wachtwoorden moeten wroeten op je mobiel.

Theo van Rijsselberghe, ik kende hem zeker qua naam en wist hem ook wel thuis te brengen, zo ergens rond 1900. Hij experimenteerde met meerdere stromingen uit die tijd zoals het fauvisme, pointillisme, expressionisme en zelf het kubisme. Ik heb genoten van de tentoonstelling, maar het bovenstaande schilderij gaf mij het meeste hoofdbrekens. Zonder meer een alleraardigst stukje kunstwerk, maar het viel mij op dat de dame in kwestie volgens mij slanker is dan het spiegelbeeld doet vermoeden. Ik kan me vergissen, maar hoe vaker ik kijk, hoe zekerder ik van mijn zaak ben. Heeft de schilder onbewust een fout gemaakt? Of is er sprake van een vergrootspiegel? Of zit er een psychologische boodschap achter en kende Theo de psyche van de vrouw heel goed. Hij schilderde er immers honderden in zijn leven. Hij wist dat vrouwen heel kritische naar zichzelf kijken en zichzelf altijd dikker zien dan ze daadwerkelijk zijn. Ik zou zeggen, een mooi afstudeerproject voor een student kunstgeschiedenis.

Het Singer Laren Museum kende een rustgevende fijne tuin waar ik de kunstwerken nog even kon overdenken. De Aardappeleters zijn er niet te vinden, de Brabantse armoede is ‘andere stuff’ maar ook moeten er aardappelvelden zijn in de directe omgeving van Laren bemerk ik in het museum en later ook in Laren. Ze praten er zelfs naar in deze contreien.

Nadien lopen we nog even door Laren en dat is een beslist aardige plaats met een keur aan huizen voor de grotere beurs. Veel rieten daken en villa’s waar in vroeger tijden artistiekelingen voor korte of langere tijd verbleven. Ook vielen wij met de neus in de boter, er was een open atelierroute dit weekend. De nieuwe Theo van Rijsselberghe zijn we nog niet tegengekomen. Maar Laren is een alleraerdigst dorpje waar het op zondagmiddag goed toeven is, ook voor de man en vrouw met een iets smallere beurs.

Voor de gelegenheid, een bezoek aan Laren, had ik een passende broek aangetrokken. Ik zal daarom niet uit de toom te vallen.
Laren, alleraardigste zoals ik al vermeldde.

Plaatjes en kletspraatjes: Geen kunst aan?

‘Waaiend bruin in groen’

De keuze voor het Harloërpad dit weekend was mede ingegeven door het initiatief ‘Kunst aan het Klompenpad’. Hoewel ik mezelf verre van een kunstkenner beschouw en vooral een passief liefhebber, want zodra kunst in welke vorm dan ook interactief dreigt te worden haak ik af. Een schilderij, beeldhouwwerk of een gedicht wil ik vooral graag ik mijn eentje beleven of hooguit met de naasten die dit samen met mij bekijken. Ik ga dan ook niet naar cabaret of toneelstukken waar je ongewild deelgenoot kunt worden. Ik heb met mijn 56 jaar ook geen vastomlijnde definitie wat kunst is voor mij. Het moet iets met je doen, het moet je mening vorm geven of je op andere gedachten brengen? Ja dan kunnen velen Johan Derksen ook een kunstvorm vinden. Derksen is veel, maar geen kunst, in ieder geval niet meer of minder dan jij en ik.

Het Harsloërpad aflopend kwam ik het bordje tegen dat wees naar de tijdelijke openluchtgallerij. Ik wist niet precies waar het begon. Het eerste verdachte object dat ik tegenkwam heb ik meteen gefotografeerd. Ik begon te denken, want kunst moest immers iets met je doen of in ieder geval de potentie hebben om iets met je te doen. Het betrof een object ‘waaiend bruin in groen’! Misschien heette het wel ‘vergankelijkheid van de mensch’ of ‘zoals de wind waait, waait mijn jasje’. Wie zal het zeggen, maar de Kunst deed zijn werk zoals kunst zijn werk moest doen. Ik probeerde te duiden. Ik was vooral nog met mijn ratio bezig, andere zintuigen werden nog niet geprikkeld. Ik voelde er nog weinig bij. Was het figuratieve kunst, was het historische kunst, was het toekomstvoorspellende kunst, wilde het mij iets zeggen over de maatschappij? Ik liet het in het midden.

“Dark ages”

Een kilometer verder, wederom in het nieuwbakken natuurlandschap de Binnenlandse Hooilanden een object waar mijn fantasie alle kanten mee op kon. Vier of vijf houten spiesen die naar de hemel wezen. Heel apart! Het waren geen bomen, althans niet meer. De rest van de omgeving ademde ook geen vergaand bos uit, dus wat moest ik ermee? Bij het woord spiesen denk ik buiten de BBQ, vooral aan middeleeuwse martelpraktijken. Dit past natuurlijk in het zompige geheel van het landschap van moerasmonsters. Misschien wilde het object me wel waarschuwen en zeggen: cultuur is slechts een heel dun laagje vernis, er verandert niet zoveel. We leven nog steeds in de donkere middeleeuwen!!! En ja, gezien de politieke gebeurtenissen kan ik de kunstenaar geen ongelijk geven.

‘Hoop’

Weer een kilometer verder kwam ik een boomstam tegen op de weg, vlak voor een wegafzetting. Het had die dag ervoor gestormd en geonweerd, maar de stam was zo glad en gaaf op de plekken waar de barst eraf was. Dit moeten mensenhanden zijn geweest, dus kunst!!! Misschien was dit wel de tegenhanger van het vorige object. Al lijkt het allemaal nog zo donker, als we alle onzin afpellen blijft er een gave gladde context over?

Kortom veel om over na te denken, kunst langs de wandelroute, maar misschien heb ik me toch vergist want de ‘echte’ route begon pas bij Landgoed De Lieskamp. Echte mensen van vlees en bloed vormden ‘tableaus vivants’, gedichten konden gelezen worden en figuratieve kunst was voorzien van een titel. Hier was sprake van communicatie tussen zender en ontvanger, tussen consument en kunstenaar. Soms in levende lijve soms met de titel die het kunstwerk heeft meegekregen. Toch geinig dat ik zo de kunstroute gewoon een paar kilometer hebt verlengd, dat hadden ze zeker niet van te voren kunnen ontdekken? Of zouden ze het toch zo bedoeld hebben? Het blijft altijd maar weer onzeker met kunst!

Plaatjes en kletspraatjes: Vervanging voor kankerverwekkende zonnebrand!

Omdat zitten het nieuwe roken is, probeer ik minimaal twee keer per dag tijdens mijn zittende werk een kort verkwikkend wandelingetje te maken. Het gaat om de beweging, maar het is wel geinig dat je binnen  korte tijd de stuwwal in Arnhem kan aflopen om een snufje Rijn te pakken. Of je loopt achter de kunstacademie langs en kijkt in de spannende ondoordringbare tuinen naar boven. Vandaag liep ik achter Artez in Arnhem en bijna toen ik weer terug wilde, stond mijn hart even stil.    ,, What the fuck!?”

In een splitsecond bevond ik me in een achtbaan van allerlei vreemde gedachten. Is er een chemische oorlog uitgebroken? Het kan maar zo in deze tijden. Misschien is het nu echt vijf over twaalf en geselen de weerelementen de mensheid. De ene biologische rampspoed volgt de andere op.  Ook dit is niet ondenkbeeldig, maar dan toch niet zo dicht bij huis? Ik houd wel van de ‘vervanmijnbedshow’, dus deze aanblik tijdens mijn gezondheidsloopje bevalt me niet. Of hebben de jongens en meisjes kunstenmakers een opdracht gekregen: , Doe een bekende kunstenaar na, maar gebruik natuurlijke materialen.’ Het ene clubje dresseert een grote hoeveelheid rupsen, de andere pakt een paar bomen in vlak achter de school en ze noemen het de ondraaglijke lichtheid van de raffelmaatschappij. Ik zeg maar wat. En de meester of juf van de kunstenaars vertelt een pakkend verhaal over Christo uit Bulgarije.

 
Die splitsecond is gelukkig zo klaar, ik denk weer na en vermoed rupsjes, maar niet de eikenprocessierups. Nader onderzoek leert dat de spinselmot (of stippelmot) zulke spooky bomen creëert. Weer wat geleerd, ik had het overigens nog niet bewust gezien. Het brengt me wel op een lumineus idee. Want het produceren van schone kunsten al dan niet door de rupsen, mag best gepaard gaan met een commerciële insteek.
Als we nu eens het gerucht de wereld in helpen dat het ragfijne spinselmottenweb goed is om het kankerverwekkende zonnebrand te vervangen. Er is zo een groep mensen te overtuigen dat dit echt waar is. Voor €50,- mogen zonaanbidders met angst voor zonnebrandcrème een bad nemen in deze natuurlijke toestand. Ik wil er wel staan en het geld innen. Let op, staan, want zitten is immers het nieuwe roken.

Plaatjes en kletspraatjes: Struis en Elskuiken

,,Wat is er nu zo fijn om een Struis te zijn?” vraagt Elskuiken uit Antartica terwijl ze zich opricht naar haar nieuw verworven vriend. Ze dacht we zijn nu voor eeuwig aan elkaar gekoppeld in een willekeurige slaapkamer, nu wil ik ook de diepte in. Veel heeft ze nog niet meegemaakt. Tja, de kou aan de onderkant van de wereld. Maar als ze haar ouders en opa en oma moet geloven, valt het reuze mee. Vroeger was het veel kouder en beter preekte haar grootvader. Het verdriet van opa is nog altijd op zijn kop af te lezen als hij verhaalt over twee van zijn kleinkinderen die met een losschietende ijsplaat zijn weggedreven naar het warme Noorden, samen met vele andere lotgenoten. Er is nooit meer wat van gehoord.
 
,,Och” zegt Struis terwijl ze olijk in de verte staart zonder echt iets te zien. Ze denkt na over de vraag terwijl ze zich in woestijnen en steppen van Australië ziet rondrennen in de verzengende hitte. ,,Och” zegt ze nog een keer terwijl ze het antwoord wel weet, maar het nog even voor zich houdt. Misschien om de nieuwsgierigheid van het lieve wollige vriendinnetje op de proef te stellen. Mogelijk is het ook omdat ze zich schaamt voor het antwoord. Maar ook Struis beseft dat een goed begin van de vriendschap belangrijk is nu ze de rest van haar leven verbonden is met dit kwetsbare, maar o zo charmante wezentje. Ze wil hun relatie niet op een valse manier starten. ,,Het allerfijnste is om je kop in het zand te steken en de hele wereld bestaat niet meer, alleen jij met je eigen gedachten.
 
Elskuiken kijkt verbaast op en kan zich er weinig bij voorstellen. Zij weet niet beter dan het genieten van de, inmiddels blijkbaar niet zo ijskoude bries om haar hoofd. De frisse gedachten komen dan vanzelf. ,,Waar denk je dan aan?” Struis zwijgt weer en zegt: ,,Dat komt later wel, we hebben nog tijd genoeg. Elskuiken vindt dit een verfrissende gedachte, de rust en wijsheid van Struis is als een rustgevende poolwind. Samen zwijgen ze tevreden in de wetenschap dat ze hun zwijgen nooit meer in eenzaamheid hoeven door te brengen.


CONTEXT
Een befaamde kunstenares in familiekring en tevens dierenvriend trok zich het lot van huisdieren in Kyiv aan. Ze bood een aantal kunstwerken te koop aan om plaatselijke dierenartsen en vrijwilligers te steunen. Elskuiken en Struis zijn derhalve voor eeuwig verbonden met elkaar en bewaken de nachtrust van o.a. ondergetekende en zijn partner. Het heeft even geduurd voordat ik de moed had gevonden om de boormachine ter hand te nemen. Dat vind ik namelijk niets aan. Vandaag is dat gelukt en zoals je op de achtergrond ziet, ook meteen de stofzuiger gepakt om het gruis op te ruimen. Dat ben ik natuurlijk wel verplicht aan onze nieuwe kamergenoten.