4. Kerst met mijn zussie

Weinig fijnbesnaard zingt Alex ‘Midden in de winternacht’. Zijn stem galmt over het water en lijkt te weerkaatsen tegen de dijk aan de overkant.
‘Laat de beltrom gaan, laat de beltrom gaan, laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen, Jezus is geboren.’
Gedurende een korte onderbreking weerklinkt de echo nog. En dan is het stil. Te stil in de optiek van Alex die prompt heel vals Gloria in Excelsis Deo zingt of eigenlijk schreeuwt.

Alex gaat zo op in zijn devote gezang dat hij niet eens opmerkt dat twee haastige voorbijgangers hem verbaasd gadeslaan.
Op het moment dat Alex de wandelaars waarneemt, staakt hij abrupt zijn lied en begint meteen een conversatie.
‘Een echte familiebijeenkomst, hè’ zijn de eerste woorden.
Oprecht verheugd door de aanwezigheid van anderen zegt hij:
‘Kerst is een echt…… een echt familiefeest, toch?’
Onder het mompelen van een goedenavond versnellen de twee hun pas. Ze worden nog nageschreeuwd door Alex.
‘Ze is mijn zuster hoor, mij zus uit Italië. Niet mijn eigen zus, maar zo voelt het wel.’
Alex denkt na over zijn eigen woorden en mompelt nog een keer:
‘Mijn zussie.’
Dan staat hij plotseling op en loopt naar de rand van de kade om te piesen. Zijn straal klatert in de rivier en door de kou slaat de damp er vanaf.
‘Ook dat nog, niet alleen de geboorte van Christus, ook de Heilige Geest is vanavond present.’
Alex schatert om zijn eigen grap. Als hij klaar is met plassen, neemt hij zijn omgeving eens ernstig in zich op.

De brug over de rivier staat in de blauwe schijnwerpers. In de verte liggen passagiersboten te wachten op reislustigen voor een reisje langs de Rijn. Op kerstavond zullen die zeker niet komen. De kerstverlichting op het zomerdek bewijst dat het december is. Voor de rest ziet Alex een desolate omgeving van beton en oude containers. Het is er verder stil, kaal en koud. De kou voelt Alex nu op zijn buik, want hij staat nog steeds in de plashouding. Rustig en kalm kuist hij deze onbetamelijke positie en doet vervolgens zijn gulp dicht.

In de verte schreeuwen een paar junks. Ze zijn vast boos omdat ze de boot niet op mogen, zelfs niet op kerstavond. De boot is de opvang voor onverbeterlijke junks. Alex moet niets hebben van die junks.

‘Ik ga maar weer eens naar mijn zussie, ze zit daar maar alleen te wachten.’
Alex neemt de fles aan zijn mond en drinkt het laatste restje. Automatisch graait hij met zijn andere hand in de plastic boodschappentas. Tevergeefs zoekt hij naar de derde fles. Hij voelt nog eens goed en ziet dan even verder op twee flessen staan, allebei leeg.
‘Ach, ach, ach’ kreunt Alex, ‘Lieve eerwaarde zuster, nu laat je me helemaal alleen achter.’
Nog een keer doorzoekt hij zijn tas tegen beter weten in. Geen Pleegzuster Bloedwijn meer te bekennen. Ook de fles sterke drank om ‘zijn zusje’ mee op sterkte te brengen was leeg.
‘Dan maar een plekkie zoeken om te slapen.’
Alex schuifelt wankel in de richting van het centrum. Hij zingt nog zachtjes van midden in de winternacht. De goede stemming is echter met zijn zusje verdwenen.

 

Een gedachte over “4. Kerst met mijn zussie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s