3. Kerst, een vriend?

De ruitenwissers piepen gelijkmatig. Met een zakdoek veegt Dorus de condens aan de binnenkant weg. Met een lange rij forenzen probeert hij de stad uit te komen. Door de natte sneeuw en het slechte zicht gaat het tergend langzaam.
‘Ja, kom er maar tussen’ moppert Dorus tegen een medeweggebruiker die zich tussen hem en zijn voorganger manoeuvreert.
Lang heeft Dorus het weggestopt, dat gevoel van winter, kou en donkere dagen. Ieder jaar ziet hij op tegen de decembermaand en ieder jaar gaat die ook weer voorbij. Dit jaar heeft de lange nazomer gezorgd voor het uitblijven van dat negatieve kerstgevoel. Maar met dit weer kan Dorus er niet om heen.

Eigenlijk wist hij het deze ochtend al, toen de kerstsingel van Fay Lovsky met ‘Christmas was a friend of mine’ door de luidsprekers galmde.
Als dit prachtige nummer gedraaid wordt, weet Dorus dat de narigheid gaat beginnen. Het lied straalt een landerige opgewektheid uit die Dorus zo verfoeit.
Voordat Dorus naar huis gaat, moet hij eerst de kerstboom halen.
‘Hij staat al klaar’ had zijn vrouw Dora nog nageroepen.

Terwijl Dorus gehypnotiseerd naar de koplampen van de andere auto’s kijkt, vraagt hij zich af:
‘Wat is er misgegaan, met mij en het kerstgevoel.’
Dorus weet nog goed hoe hij zich als kind kon verheugen op de feestdagen. Buiten het feit dat hij twee weken vakantie had en vaak tevergeefs hoopte op sneeuw, staan de geweldige maaltijden en de gezellig volle kelder met etenswaren Dorus op het netvlies gebrand. Zijn moeder was dagen bezig geweest met boodschappen, bakken en braden en het huis was sfeervol ingericht. En na de kerstdagen kwamen de oliebollen. Nog dagen geurde het huis ervan.

‘Ja, ja, ik rij al.’
Dorus wordt opgeschrikt door een ongeduldige automobilist, die Dorus attendeert op het groene licht.
‘De kerst, het is geen vriend van me’ concludeert Dorus als hij eindelijk kan doorrijden naar het adresje voor de kerstbomen.

Bij het verkoopadres staat Dorus opnieuw in de file, maar nu met allemaal lotgenoten die ook na hun werk nog snel een kerstboom halen. Zoetgevooisde kerstliedjes komen uit de radio en een hip meisje in een sexy kerstoutfit schenkt warme chocolademelk in voor de wachtenden.
‘Dat zal wel bij de prijs van de boom worden berekend’ mompelt Dorus mismoedig.
‘Een pracht boompje voor u, dat maakt dan 20 euro’ krijgt Dorus te horen als hij aan de beurt is.
‘Hele fijne feestdagen gewenst en tot volgend jaar maar weer.’
‘Ik denk het niet’ denkt Dorus vals en zegt; ‘Hetzelfde en tot ziens.’

Dorus wurmt de boom met moeite in zijn auto, terwijl de allergische reactie van de naalden zich al op zijn hand aftekenen. Het sneeuwt niet meer. De maan komt tevoorschijn en laat een winters landschap zien.
‘Nog even en dan ben ik eindelijk thuis.’

In de verte ziet Dorus zijn kinderen al bij de voordeur springen. Dorus wordt enthousiast begroet.
‘We gaan samen de kerstboom versieren’ zegt de jongste uitgelaten, ‘Mamma heeft de spullen al klaar staan.’
Dorus laat de drukte gelaten over zich heen komen en vraagt zich af: ‘Is kerst nu wel of niet een vriend van mij?’
Fay Lovsky eindigt trouwens met ‘happy new year’. En ook deze kerst gaat weer over.Vol overgave stort Dorus zich op de kerstballen.

 

Een gedachte over “3. Kerst, een vriend?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s