Plaatjes en kletspraatjes: Vervanging voor kankerverwekkende zonnebrand!

Omdat zitten het nieuwe roken is, probeer ik minimaal twee keer per dag tijdens mijn zittende werk een kort verkwikkend wandelingetje te maken. Het gaat om de beweging, maar het is wel geinig dat je binnen  korte tijd de stuwwal in Arnhem kan aflopen om een snufje Rijn te pakken. Of je loopt achter de kunstacademie langs en kijkt in de spannende ondoordringbare tuinen naar boven. Vandaag liep ik achter Artez in Arnhem en bijna toen ik weer terug wilde, stond mijn hart even stil.    ,, What the fuck!?”

In een splitsecond bevond ik me in een achtbaan van allerlei vreemde gedachten. Is er een chemische oorlog uitgebroken? Het kan maar zo in deze tijden. Misschien is het nu echt vijf over twaalf en geselen de weerelementen de mensheid. De ene biologische rampspoed volgt de andere op.  Ook dit is niet ondenkbeeldig, maar dan toch niet zo dicht bij huis? Ik houd wel van de ‘vervanmijnbedshow’, dus deze aanblik tijdens mijn gezondheidsloopje bevalt me niet. Of hebben de jongens en meisjes kunstenmakers een opdracht gekregen: , Doe een bekende kunstenaar na, maar gebruik natuurlijke materialen.’ Het ene clubje dresseert een grote hoeveelheid rupsen, de andere pakt een paar bomen in vlak achter de school en ze noemen het de ondraaglijke lichtheid van de raffelmaatschappij. Ik zeg maar wat. En de meester of juf van de kunstenaars vertelt een pakkend verhaal over Christo uit Bulgarije.

 
Die splitsecond is gelukkig zo klaar, ik denk weer na en vermoed rupsjes, maar niet de eikenprocessierups. Nader onderzoek leert dat de spinselmot (of stippelmot) zulke spooky bomen creëert. Weer wat geleerd, ik had het overigens nog niet bewust gezien. Het brengt me wel op een lumineus idee. Want het produceren van schone kunsten al dan niet door de rupsen, mag best gepaard gaan met een commerciële insteek.
Als we nu eens het gerucht de wereld in helpen dat het ragfijne spinselmottenweb goed is om het kankerverwekkende zonnebrand te vervangen. Er is zo een groep mensen te overtuigen dat dit echt waar is. Voor €50,- mogen zonaanbidders met angst voor zonnebrandcrème een bad nemen in deze natuurlijke toestand. Ik wil er wel staan en het geld innen. Let op, staan, want zitten is immers het nieuwe roken.

Begrip, van de dag (184) Vroeger was alles beter

 

 

 

VROEGER WAS ALLES BETER

 

Als ik ergens een hekel aan had, dan is het de opmerking: Vroeger is alles beter. Meestal zijn het zuinige zuurpruimen, uitgedroogde wentelteven of een categorie babyboomers, of een combinatie van deze. Sinds gisteren had ik het ook op de lippen. Ik kon me net inhouden. Ondertussen denk ik het wel. Wat is het geval? Zoonlief was gevallen donderdagavond, sprintend de trein halen om naar zijn lief te gaan. Een gladde putdeksel was hem fataal. Volgens zijn zeggen had hij zich mooi op zijn arm laten vallen een doorgerold. Ik was er niet bij, maar hij deed zich voor als een professional. De volgende dag was zijn elleboog dik geweest. Uit eigen beweging heeft hij een afspraak bij de huisarts gemaakt. Dit volwassen gedrag kan ik waarderen.

Tien voor drie bij de huisarts. Uitloop van twintig minuten, kan gebeuren. Arts in opleiding, weet het niet. Misschien een scheurtje? Toch maar foto’s maken in het ziekenhuis. Half vijf gaat de afdeling fotografie dicht. Er is acuut geen auto ter beschikking, bellen naar werkende vrouw kost tijd en levert op korte termijn niets op. Doktersassistentie bitst tegen minderjarige zoon dat vervoer zijn probleem is. Vijf voor vier besluit ik auto van buuf te lenen, haal mijn zoon bij huisarts en krijg de optie Arnhem of Zevenaar, kan beide. Voor Zevenaar komen we zeker op tijd, richting Arnhem betekent file. We zijn de laatste, mijn zoon glimlacht bij het maken van de foto’s, dat staat leuker. Mogelijk vocht, waarschijnlijk niet gebroken maar doorverwezen naar Arnhem. Vanaf vier uur is er geen beoordelend arts meer, bovendien is de EHBO-post gesloten. Een verzorgingsgebied van bijna 80.000 is niet meer rendabel voor de basiszorg. Op naar Arnhem!

Auto terug naar buurvrouw, eigen auto inmiddels gearriveerd, zoonlief met vriendin als een taxichauffeur gebracht naar Rijnstate. Pondskaart was gelukkig in Zevenaar gemaakt, dus in een streep naar Spoedeisende Hulp. Eerste Hulp Bij Ongelukken is toch een treffender naam. Door een man met weinig arbeidsvreugde worden we achterdochtig binnengelaten en verwijst ons naar de incheckbalie. Een iets vriendelijker dame die laat blijken dat ze de vrijdagavond toch anders had gezien, verwijst ons naar de wachtkamer. Na een twintig minuten komt de intake van een paar minuten. De ernst wordt ingeschat en dan is het wachten in een andere wachtkamer. Geschatte wachttijd is ongeveer anderhalf uur. Met kwetsuren van divers pluimage wachten we ruim twee uur. Dan is hij aan de beurt, samen met potentiële schoondochter, een lief meisje, wachten we op behandeling en definitieve uitslag. Misschien een scheurtje? Drukverband en een stoere blauwe hangsling met de mededeling volgende week terugkomen, er wordt nog een afspraak naar hem toegestuurd.

We hebben zeker dertien medische professionals ontmoet. Om negen uur was ik thuis, we moesten dus wel friet halen. Volgens mij liet vroeger een huisarts de vriendelijke doktersassistent een mitella aanleggen, zo nodig een paracetamol en volgende week verder kijken. Je hoort mij niet zeggen dat vroeger alles beter was. Echt niet. Het gaat overigens al een stuk beter met zoonlief.

Begrip, van de dag (105) Verblindt identiteit

20160128_151629

 

VERBLINDT IDENTITEIT

 

Een gezondheidswandelingetje om de rug te ontlasten na uren zitten achter de computer, bracht me op vijftig meter van het kantoor tot nieuwe inzichten. Na een klein rondje richting de Rijn liep ik terug weer naar boven, de stuwwal op, om mijn rug verder te belasten. Maar nu deed ook mijn hoofd mee, want op de trappen naar de Vijfzinnenstraat werd ik geconfronteerd met de volgende tekst: VERBLINDT IDENTITEIT. Er staat geen vraagteken achter en volgens mij is het ook niet de gebiedende wijs. Het zou wat zijn om identiteiten te verblinden, zoiets van ontregel je omgeving? Ik liep van beneden naar boven, maar als je andersom zou lopen krijg je IDENTITEIT VERBLINDT. Daar moest ik over nadenken en vergat mijn vermoeide rug. Een wandelingetje tussendoor is heel gezond blijkt maar weer.

Mijn eerste conclusie is dat, mocht ik ooit naar mijn identiteit op zoek zijn via moeilijke therapieën, kerkelijke instanties of in Oosterse sferen, moet ik me eerst afvragen of het zoeken wel zo slim is? Het hebben van een identiteit zou volgens deze woorden verblinden. In zekere zin is dat natuurlijk waar. Je eigen identiteit bepaalt je denken, doen en het waarderen van anderen. Dat kan heel negatief zijn, verblindend werken dus. Je hebt minder zicht op het palet aan andere mogelijkheden in jezelf en je omgeving. Maar zonder identiteit ben je slechts een amorfe poepfabriek, een mens met kraak noch smaak. Je moet je referentiekader toch ergens vandaan halen? Een identiteit wordt aan de andere kant gevaarlijk als je jouw identiteit als dwingende norm voor anderen gaat stellen. Dat zien we in het dagelijkse leven vaak dat identiteit verblindend kan zijn.

Ik verdenk de makers van de tekst student te zijn aan de kunstacademie in Arnhem (Artez) die op een steenworp afstand ligt. En voor kunstenaars in een dop is vrijelijk kunnen denken van groot belang, maar dat betekent natuurlijk niet dat je geen identiteit hoeft te hebben, want anders krijg je amorfe kunst. De makers hebben gelijk als je van boven naar beneden loopt, identiteit verblindt met andere woorden beperken je in je vrije expressie. Echter als je van beneden naar boven loopt slaat het nergens op, tenzij ze als luie studenten gewoon het vraagteken zijn vergeten.

 

PS. Na plaatsing kwam heel snel een nadere verklaring van de teksten en kunstzinnige opknapbeurt van de trap –>volg de link

Begrip, van de dag (67) Er ist wieder da

 

ER IST WIEDER DA

,,Er ist wieder da” is geen uitroep van een blije dochter die vader ’s avonds uit het werk ziet terugkomen. Het is de titel van een Duitse film naar het gelijknamige boek van Timur Vermes. Ik heb de film vanavond gezien in het nieuwe Pathé in Arnhem. Een lekkere film qua humor, maar tevens met een ernstige ondertoon naar het heden in Duitsland, Nederland en de rest van Europa. Trouwens naast het prachtige station in Arnhem is ook het nieuwe Pathé een hele fijne bioscoop qua kijk- en zitgenot. Maar terug naar de film, een prachtig concept om een historische figuur terug te laten komen in de actuele situatie. En met Adolf Hitler hebben we een historische figuur van formaat te pakken.

Het is vooral heel leerzaam om met de ogen van de dictator naar de hedendaagse problematiek en ontwikkelingen te kijken. Zo zou je eigenlijk een hele serie moeten maken met historische figuren. Er ist wieder da 2,3 enzovoort…Of ‘Sie ist wieder da’ natuurlijk. Wat zouden de Russen kunnen leren van Stalin, Lenin of tsaar Peter de Grote in de huidige tijd? Napoleon die langs de Moulin Rouge wandelt in Parijs of ‘Vive La France’ schreeuwt en al rennend met een wielrenner de Alp d’ Huez op rent. Kostelijk vermaak met heel veel mogelijkheden om kritisch naar de huidige maatschappij èn naar de geschiedenis te kijken. Of wat te denken van de terugkeer van de Founding Fathers in het straatbeeld van NewYork, lijkt me lachen. In dat geval zou ik het lekker vinden dat de film niet in Amerika zelf wordt gemaakt, dat is beter voor de kwaliteit.

En in Nederland? Ik vind het een stuk moeilijker om dan actualiteit en humor bij elkaar te bedenken. Willem van Oranje? Misschien om een blik te werpen op zijn nazaten van het koningshuis. Thorbecke om ons hedendaagse politieke stelsel onder handen te laten nemen? Pim Fortuyn is denk ik nog te dicht bij om humor en actualiteit met elkaar te verbinden. De klapper zou aan het eind van de serie moeten komen met de veelbelovende titel ‘Sie sind wieder da’ met Jezus en Mohammed. Dat lijkt e opperst leerzaam en vermakelijk en wat een werk hebben ze samen te verrichten.

 

Voor meer filmbelevenissen, volg de link

 

56. ARNHEM CENTRAAL uit de serie de kabbelende 100

foto 1

Vandaag was het zover, na bijna twintig jaar. Het treinstation in Arnhem is officieel geopend. We zijn 163 miljoen verder, menig (politiek) crisis is doorstaan en de reiziger zal langzaam maar zeker moeten wennen aan enig comfort, want dat was de afgelopen jaren ver te zoeken. Zelf kom ik vanaf 1993 met enige regelmaat in of langs Arnhem voor mijn werk, maar het grootste deel daarvan had ik te maken met een hele grote bouwput. Het heeft er lang naar uitgezien dat er een hele vette vieze lelijke puist het stadscentrum van de stad blijvend zou ontsieren. Het is echter prachtig geworden. Met name het laatste jaar waarbij ik bijna dagelijks op het station moest zijn, werd het iedere dag een stukje mooier. Het station, de perrons, de gang naar de perrons en de directe omgeving van het station. Prachtig gewoon, een kniesoor die nog moet opmerken dat ze het in Rotterdam in de helft van de tijd doen.

foto 2

Vandaag dus de opening en vanochtend werd nog de laatste hand gelegd en de ramen werden gelapt.

Als eerste station buiten de Randstad mag het station mogelijk Arnhem Centraal heten. Het is de Arnhemmers gegund. In de volksmond worden namen als De Schelp of Wokkel ook al gebezigd. Ik vind dat erg oneerbiedig voor zo’n perfect staaltje esthetiek. In dit geval moet een station met deze allure een andere benaming krijgen met meer allure, passend bij de stad. Zelf zou ik willen voorstellen Port de Nijmegen, zoals in Parijs ook menig metrostation heet. Port de Nijmegen, proef dat maar eens goed. Dat klinkt. Bovendien hebben connaisseurs waar ik mezelf in dit geval onder schaar, een vooruit zienende blik gehad. Want op de vraag wat is het mooiste van de stad Arnhem, werd steevast geantoord: De plek waar de trein naar Nijmegen vertrekt. Nu, ik geloof met recht dat we hier niet meer onderuit kunnen. Port de Nijmegen is vandaag geopend.

 

Ik heb vandaag een aantal foto’s gemaakt die ik u niet wil onthouden, maar komt vooral zelf eens een kijkje nemen op Port de Nijmegen.

 

foto 3

Naar de perrons

foto 3a

Kijk op de stationshal

foto 4

Blik op de stationshal

foto 5

Blik op stationshal vanaf eerste verdieping, op voorgrond kunstzinnige verlichting

foto 6

voetgangersgedeelte van en naar het busstation

foto 7

Feestelijke uitdossing voor de opening

foto 8

Blik op het stationsplein met de WTC-torens

foto 9

Bezijden het stationplein, bioscoop Pathé, een van de grotere in Nederland met de onvermijdelijke McDonalds ernaast.

foto 10

Rondleiding vandaag & niet officiële opluistering door onze mede-Europeanen uit Zuid-Europa

foto 12

Op het perron naar de treinen.

39. De grote Stad uit de serie de kabbelende 100

Af en toe overkomt je dat. Terwijl het waterkoud miezert, loopt je op een plek die de plaatselijke VVV niet op de cover van een toeristisch reclameboekje zou zetten. Bovendien is het in Arnhem. Toch zie je de omgeving ineens anders. Of het nu komt door sporadische oplettendheid, autonome prettige gedachten of de belichting van dat moment? Ik weet het niet, maar ineens ben ik blij met de aanwezigheid van de techniek middels een mobieltje die mijn oplettendheid in combinatie met mijn prettige gedachten en de juiste belichting probeert vast te leggen. In eerste plaats voor mezelf, maar ook anderen gun ik het delen van mijn momentopname in de grote stad. De plek had bij het invallen van de avond iets heel kosmopolitisch.  Met mijn verlichte gemoed zag ik grootstedelijke lampen en een mooie symmetrie. Achteraf zie ik vooral dat ikzelf de fotograaf ben in de grote stad Arnhem.
20141216_165659

Met de voortschrijdende technische verfijning kan iedereen fotograaf spelen. De sociale media wordt vooral gevuld met allerlei groepjes vriendinnen die gezellig op de foto staan in een uitgaansgelegenheid, of voetbalmatties die stoer een clubje vormen op de gevoelige plaat. Het is niet anders dan vroeger alleen vluchtiger en iedereen kan het delen. Het mobiele gemak zorgt ook voor meer ‘kunstzinnige’ foto’s van wannebee artistiekelingen, soms niet eens onverdienstelijk. Zelf schaar ik me niet onder die groep kunstzinnigen, ik ken mijn beperkingen en wordt bij het eindresultaat hierin bevestigd. Toch voel ik ook de drive om ‘het moment’ te willen delen en op dusdanige wijze dat anderen mee kunnen genieten. Dat zij ook voelen, zien en ervaren wat ik op dat moment ervoer. Ik had geen last van de miezerige koude regen, mijn gedachten waren bij het zojuist opgehaalde rapport van mijn zoon en dat stemde tevreden. Ik was op weg naar een provisorische kerstborrel bij ons vrimibo-kroeg en voelde me één met het beton, asfalt en de lichtval van dat moment bij het Arnhemse station. Het vertalen en overbrengen van (kunstzinnige) gevoelens is toch echt een vak apart besef ik. Was het niet Winnie-the-Pooh die zei: “When you are a Bear of Very Little Brain, and you Think of Things, you find sometimes that a Thing which seemed very Thingish inside you is quite different when it gets out into the open and has other people looking at it.”

Misschien is dat wel het wezen van vele menselijke emoties en communicatie.

Filmblik: Clouds of Sils Maria

 

,,Ga je zaterdagavond mee naar de film.”
Die vraag werd me onlangs gesteld door niemand minder dan mijn vrouw. Dan zeg ik geen nee, ze weet namelijk echt wel wat ik leuk vind en vooral wat ik niet te pruimen vind. Vrouwenfilms in het algemeen en Bridget Jones’s Diary in het bijzonder, tenminste dat gehalte is aan mij niet besteed. Noem het inflexibel, bot, ongeëmancipeerd, of beschouw me vooral niet als metroman, ik vind het allemaal best. Mijn vrouw weet het immers allemaal, dus ‘in the blind’ zeg ik ja, is goed. Leuk, zeker als we vooraf ook nog ergens gaan eten, al is het in Arnhem.

,,We gaan naar ‘Clouds of Sils Maria’ in het filmhuis in Arnhem.”

Ik was nog nooit in het filmhuis in Arnhem geweest, dus dat is mooi, maar bij de titel van de film ging geen lampje branden. Tussen neus en lippen door gaf ze te kennen dat het de nieuwste film met Julliette Binoche is. Ze kon mijn verbaasde gezicht niet gezien hebben, want de mededeling kwam via de telefoon. Maar ik weet nu dat ik op mijn hoede moet zijn. Bij de keuze van de namen voor de kinderen kwam bij mij de naam Julliette zeer hoog op het namenlijstje, sterker nog het had mijn sterke voorkeur. Sinds 1986 ben ik onder de indruk van de actrice Binoche en haar vertolking in ‘The Unbearable Lightness of Being’, als actrice en als onbereikbare vrouw. Dit zal ongetwijfeld de reden zijn geweest dat de naam Julliette resoluut werd afgestreept van het lijstje van mogelijke namen voor een dochter. We kregen twee zoons, dus ik hoefde hierover niet lang te treuren. Een kleine drie jaar geleden kregen we een hond, een teefje, dus opnieuw probeerde ik mijn heldin in mijn dagelijkse leven te krijgen. No way, het werd Pippa. En nu ineens neemt zij het initiatief voor juist een film met haar. Ik vroeg haar waarom deze keuze en ze wist waar ik op doelde.
,,Ze heeft inmiddels ook een ouwe kop gekregen.” Ook had ze gelezen dat ze de rol vertolkte van een ietwat verlopen actrice. Ik had het kunnen weten. Vrouwen!!!

Op de dag dat Arnhem volgelopen was met mensen die Operation Market Garden herdachten en ’s avonds vooral biertjes dronken op de verschillende pleinen in de stad, vonden wij een tafeltje bij Rubens. Omdat we vrij vroeg waren vertrouwden we erop dat we bij Filmhuis Focus nog wel een kop koffie konden drinken. Dat kon, maar de entourage beviel ons niet zo heel erg. Een holle ruimte met een eenzijdig publiek dat alle stereotypen van filmhuispubliek goed wist te vertolken en personeel dat er die avond weinig zin in had, zo oordeelden wij. Maar het ging uiteindelijk om de film natuurlijk en een beetje om Julliette.

 

Ik had in de krant vluchtig gelezen waarover de film handelde. Julliette Binoche speelt een gevierde actrice (Maria Enders) die twintig jaar daarvoor doorbrak met de rol van assistente van een belangrijke zakenvrouw waarbij een liefdesrelatie aan de orde was. Nu zou ze de rol van die oudere vrouw spelen, een confrontatie van tijd en leeftijd. Ik heb gelezen dat er parallellen lopen met de loopbaan van Binoche zelf en de schrijver van haar eigen filmdoorbraak en de schrijver van Clouds of Sils Maria. Maria Enders gaat de confrontatie aan met de tijd(sgeest) en wordt daarbij geassisteerd door de jonge Valentine (Kirsten Stewart) die haar terzijde staat om zich de rol eigen te maken en de strijd aan te gaan met haar tegenspeelster en enfant-terrible Jo-Ann Ellis (Chloë Grace Moretz).

 

En het was maar goed dat ik wat ankerpunten had om de film te volgen, want zelfs nu kostte het me het moeite om in de film te komen. Het begon nog wel vermakelijk met een veelheid aan moderne middelen qua communicatie. Je doet in de (film)wereld niet meer mee als je niet minimaal twee mobieltjes hebt om te communiceren met ‘tout le monde’, maar dit gegeven had meer te maken met wat projectie op mijn eigen dagelijkse leven en minder met de film. Na ongeveer een half uur was ik in de film en kon ik me losmaken van de geluiden van de Korenmarkt die tot in de filmzaal doordrongen. De oefensessie tussen Maria en Valentine in de Zwitserse Alpen waren soms vermakelijk, soms heel intens en soms ook wat minder begrijpelijk. Ze boeide me wel, maar omdat dit ongeveer het enige was dat me echt raakte, is dit voor de film als geheel wel wat mager. Omdat Jullliette Binoche meespeelde zocht ik nog naar argumenten om de film echt mooi te vinden. Het lukte me niet. Vanwege de dialogen tussen Binoche en Stewart heb ik grote delen zeer aandachtig bekeken. Zo aandachtig dat ik niet merkte dat mijn wederhelft echt afhaakte en haar ogen even heeft gesloten, hoe lang weet ze zelf niet. Ik was vooral geïrriteerd over de slapte van het einde van de film dat voor mijn gevoel een beetje afgeraffeld werd.

Natuurlijk heb ik de parallellen die overal ingeweven waren wel kunnen ontdekken, maar diep onder de indruk was ik niet. Natuurlijk wel over Julliette Binoche, ook nu ze een rijpere actrice speelde. Ze heeft voor mij niet ingeboet in populariteit. Het is bij mij net als bij boeken, die moeten vooral niet over schrijvers en het schrijverschap gaan. Zo moeten films maar niet over het filmwereldje gaan en niet over actrices en hun lege levens. Al met al een film die normaal gesproken een zeer mager zesje zou zijn geweest als Julliette Binoche niet meegespeeld had. Ik ga nu voor een 7-.
Meer filmblikken, volg de link

30. DE VERFOEIDE PAUZEWANDELING uit de serie de kabbelende 100

Ik vind het bijzonder eng. Laat ik er maar eerlijk voor uitkomen. Als ik ergens pukkeltjes van krijg zijn het groepjes wandelende collega’s die hun broodjes oppeuzelen in de straten rondom hun kantoor. Vaak zijn ze nog hevig discussiërend en met volle mond pratend hun werk aan het overdoen. In die pauzes lijken sommigen tot hoogstaande inzichten te komen en proberen een murw gewerkte collega juist op dat moment te overtuigen. Ze praten alsof ze de directeur zijn en dat het bedrijf zonder hun inbreng tot een desolate ruïne van bureaucratische existentie zal verworden. Misschien dat de frisse lucht tot die Einsteinachtige plannen noopt, maar ’s middags zullen ze gewoon weer een radartje zijn in hun eigen machinerie. Andere groepen lopen doods en zwijgend soms met wel acht mannen. Vast een bedrijf met veel bèta’s en die ene vrouw die meehuppelt was blijkbaar goed op haar toekomst voorbereid.

2014-03-31 12.29.45

Ik heb het niet op de middagwandeling, maar het is wel gezond zeggen mijn collega’s. De hele dag op je krent zittend in ongezonde kantoorlucht, je rug en je ogen naar hun grootje helpend van het computerwerk is ook niks. Ik zou het eigenlijk standaard moeten doen, maar mijn eigen vastgeroeste oordeel over groepjes loonslaven houdt me tegen. Daarmee ben ik dus een rem op mijn eigen gezondheid, want wie mij ziet, denkt niet meteen aan een man die zijn lichaam als een tempel onderhoudt. De oplettende lezer kan nu het verband leggen met een gezonde geest. Dus als de druk van ongetwijfeld goedbedoelde collega’s samenvalt met een opkomende koppijn, ga ik overstag en praat natuurlijk de hele weg over het werk als een directeur die de sleutel in handen heeft voor verbeteringen in de zaak. Of ik praat over Feyenoord en dat is dan wel weer leuk. En eerlijk is eerlijk, er is niets mis met mijn collega’s, maar mogelijk met mij want waar ik ook loop in de pauze, ik zie plukjes werknemers en probeer hun beroepsmatig in te schalen. Wat doe je trouwens als je in de haven van Rotterdam werkt op een bezoedeld kantoortje, of wanneer je je ontspanning moet zoeken tussen de flats van de Zuidas in Amsterdam? Ik moet me dan maar gelukkig prijzen met het Arnhemse Sonsbeekpark in de directe nabijheid. Hoewel ook hier de werktorens oprukken, zijn ze nu nog slechts horinzonvervuiling, een uitzondering, net als ik met mijn rare ideeen over de verfoeide pauzewandeling.

17. PARADIJS VAN DE VROUW? uit de serie de kabbelende 100

Wandelend door de winkelstraten kom ik bedrijvigheid tegen bij het pand waar De Bijenkorf gevestigd was. Een bestelbusje, mannen achter geblindeerde deuren maken lawaai en een beveiliger ziet erop toe dat de geheimen van achter de blindering ook geheim blijven. De Bijenkorf is het Walhalla voor de meeste vrouwen, te vergelijken met een pot voetbal voor mannen. Een zinnig gesprek is dan niet meer te voeren, de hersenen zijn uitgeschakeld en alle zintuigen zijn gericht op de koopwaar van het meest vermaarde warenhuis van Nederland. Met de dolle dwaze dagen, alleen de naam al, is het allemaal nog een graadje erger. Maar het kan niet meer in Arnhem. Ik kan er niet om treuren, er zijn nog genoeg andere winkels. Bovendien er komt iets anders moois voor meisjes en vrouwen, de Primark. Ik vraag me daarbij af of het om dezelfde vrouwen gaat die de Bijenkorf als hun clubhuis beschouwden?

2014-01-10 10.22.09

Ik moet denken aan mijn middelbare schooltijd toen ik het Frans probeerde machtig te worden. Het is nooit echt gelukt. Ik kan een volzin fabriceren. Mocht een Fransman mij verstaan dan zal de vloed aan Frans dat me tegemoet komt te machtig zijn. Ook moest ik boeken lezen. Het is nooit duidelijk geworden of dat percé in het Frans moest, of dat je ook de vertalingen mocht lezen. Gezien mijn staat van Frans, was ik aangewezen op de vertalingen. Dapper begon ik aan ‘Het Paradijs van de Vrouw’ geschreven door Emil Zola. Mijn ouders hadden het in de boekenkast staan. Ik vond er geen klap aan. Het ging over de verwikkelingen rondom het warenhuis Lafayette, één van de eerste in zijn soort. Misschien is dat ook geen leesvoer voor een 17-jarige jongeman. Toch moest er minimaal één dik boek gelezen worden naast de Franse leesliflafjes. Opnieuw de boekenkast van mijn ouders nagespeurd en ja, Simone de Beauvoir. Na de mislukking van Au Bonheur des Dames moest het met de Mémoires d’une jeune fille bien rangée toch lukken. Mogelijk was door het existentialistische gehalte de kost nog zwaarder, maar ik heb me erdoor heen geworsteld. Het eindexamen was zowaar een succes omdat één van de bijpersonen in het boek nog les had gegeven aan de rector, pater Bos. Ik zou zijn laatste kandidaat zijn, ik kon zijn oud-leraar benoemen. Het stemde hem mild.

Zouden de zogenaamde welopgevoede jongedames tegenwoordig wel naar de Primark gaan, of is dat te min voor ze.

15. HOEKIE OM uit de serie de kabbelende 100

Rotterdam
Schiedam
Vlaardingen
Maassluis

hoekie om
trappie af

gekkenhuis

Misschien wel het meest bekende gedicht van Jules Deelder. Dat zegt natuurlijk meer over mijn verhouding tot de hogere kunsten van het dichten dan over Rotterdamse Jules Deelder. Maar dit is het niveau dat ik aankan, zonder op mijn tenen te hoeven staan. Ik moest eraan denken toen ik vanmiddag beroepshalve door Arnhem liep. Het doel was niet het gekkenhuis, maar de rechtbank. Het is aan uw oordeelsvermogen om uit te zoeken of de verschillen wezenlijk zijn. Kuierend door de winkelstraten was ik in gedachten bij de komende zitting. Ik kwam het hoekie om en had zicht op de Eusebiuskerk midden in het centrum van de stad. Nog nooit had ik de ingepakte kerk vanuit dit gezichtspunt gezien. Eigenlijk best wel mooi, hoewel de wereldvermaarde Bulgaarse kunstenaar Christo het vast beter zou hebben gedaan. Mijn gedachten bleven steken bij het inpakken.

2014-01-06 13.27.42

Mijn associatie bij ingepakte kerk liep naar Paus Fransiscus. Hoewel bij mijn weten de Eusebiuskerk geen katholieke kerk meer is, denk ik in deze dagen bij de kerk aan de grote baas in Rome. Het feit dat de kerk ingepakt is, heeft te maken met de langdurige restauratie van mogleijk meer dan 20 jaar. Hoewel de kerk na de oorlogsschade is hersteld, moet met name de toren opnieuw onderhanden genomen worden. Veel vroeger is de kerk ook verwoest, maar dat zullen wij onze hervormende medelanders niet meer kwalijk nemen. Een geste die mijns inziens geheel in de lijn ligt van de Paus. De Paus die katholieken over de hele wereld lijkt in te pakken. En zie daar de associatie.

Of zal de mores de Roomse Katholieke Kerk de Paus uiteindelijk gaan inpakken? Ik hoop het niet, want ik van Fransiscus best wel goed in inpakken. Wat gebeurt er eigenlijk als alles is ingepakt door de Paus. Dan moet het op zeker moment ook weer uitgepakt worden. De vraag is dan hoe het eruit zal zien. Dat blijft voorlopig een verrassing. Net zoals het een geduldig wachten is voor het aanzien van de Gelderse hoofdstad, als de Eusebiuskerk kan worden uitgepakt. Ik kijk naar boven en bedenk dat ik bij een volgende wandeling weer eens in de toren moet stijgen, want er is een fijne lift beschikbaar. Je hebt er een prachtig uitzicht over Arnhem en omstreken. En niet onbelangrijk, bij helder weer is de mooiste Gelderse stad ook te zien.