12. EEUWIG TROUW uit de serie de kabbelende 100

 

Tegenwoordig zitten de zakken van mijn jas overvol. Naast mijn portemonnee, autopapieren, hondendrollenzakjes en sigaretten, is er sinds een week iets nieuws bijgekomen. Een chique doosje met de e-sigaret. Vorige week heb ik me laten overtuigen dat de elektrische sigaret een middel moet zijn om het roken te verminderen. Over stoppen met roken durf ik nog niet te dromen. Meerdere maandsalarissen heb ik al gespendeerd aan stoppen, dus toekomstvoorspellingen hieromtrent laat ik achterwegen. Het doel is halvering van mijn sigarettenbehoefte. Als dit lukt heb ik mijn investering binnen een maand eruit en moet het ‘winst’ op gaan leveren. Natuurlijk weet ik dat ook de elektrische sigaret niet gezond is. Ik ben toch niet gek! Er zitten in ieder geval minder slechte stoffen in. Dus sinds een week puilen mijn jaszakken uit. Ik heb inmiddels geleerd dat ik niet alles in mijn broekzak moet stoppen. Dat zou zo’n raar gezicht zijn.

 

2013-11-30 14.13.22

 

En dat heb ik weer, alles overwogen, van alle kanten bekeken en gerationaliseerd, komt er deze week een hausse aan anti-informatie over de e-sigaret. Natuurlijk is het goed dat we in Nederland instanties hebben die ons gewone stervelingen waarschuwen voor verderfelijk gedrag, maar dan graag op een volwassen manier. Ik heb in een week twee pakjes minder sigaretten gerookt en dat is pure winst, voor zowel mijn kredietwaardigheid als ook voor mijn gezondheid. (Ja hoor, ik begrijp best wel dat mijn gezondheid zo minder hard achteruit holt) Gisteravond was er een debat bij onze nationale grachtengordeltrollen Pauw en Witteman over de e-sigaret. Niets geen nieuws, behalve dan dat ik bevestigd werd in de alom aanwezigheid van fundamentalisten en gezondheidsfreaks. De directeur van het voormalige Astmafonds, de heer Michael Rutgers triggerde mij om de volgende tweet de wereld in te helpen.,,Moet het even ophoesten #penw Bij zo’n #ayatollah vd longstichting zou je toch bijna wensen dat roken de norm gaat worden #rutgers.”

 

Ik weet dat het niet genuanceerd is, maar weet je wat ongezond is? Kinderarbeid, vrouwenhandel en oorlog. Maar ook een kabinet Rutte die willens en wetens de economie naar de mallemoer helpt. Machtswellustelingen en persoonlijkheidsgestoorden in de to(p van allerlei organisaties, dat is ook ongezond. En ja, roken ook, heel ongezond, maar laat mij zelf bepalen hoe ik mijn leven inricht. Ja, of voor de cynici: Laat me effe zelf de regie van mijn dood in eigen hand nemen (t.z.t.). Betutteling is misschien wel het meest ongezonde in Nederland.

 

4. CANDY CRUSH CALVINISME uit de serie de kabbelende 100

Ogen turen naar het scherm op zoek naar een opening om dit level alsnog te halen. Het mag niet nog meer levens kosten, want anders sta ik weer voor uren in de wachtstand. Of ik moet natuurlijk leuren bij mijn facebookvrienden om nieuwe levens te krijgen. ‘Yes, een onverwachte knal van zo’n gespikkelde bonbon, het veld ligt weer open.’ Nu is het een kwestie van uitspelen. ‘Shit, zo’n tijdbom over het hoofd gezien.’ Het treurige achtergrondmuziekje, dat ik meestal afzet, klinkt. Niet naar het volgende level. Herkent u dit, dan bent u met zekerheid een CandyCrush speler. Mocht u het idee hebben dat hier een vreemde taal wordt gesproken, dan hoort u niet tot de groep die zich heeft ingelaten met de Candy Crush Saga. Mogelijk dat u met dedain neerkijkt op al die leeghoofden die bezig zijn met drie op een rij en knallende snoepjes. Het zij zo.

Screenshot 2013-10-29 22.31.24

Een sigaret is verslavend, zeker weten. Drugs, werk, seks en alcohol zijn bewezen stoffen en/of activiteiten die als verslavend bestempeld kunnen worden. Ik ga u niet vermoeien met de definitie van verslaving, maar de essentie daarbij is dat jezelf of je omgeving last heeft van je verslavingsgedrag. Criminaliteit bij gokken of drugs geeft maatschappelijke problemen, roken geeft kanker en van drank is het duidelijk dat de drinkebroer en/of zijn omgeving in de problemen kan komen, de verslaving wordt manifest. Maar Candy-Crush Saga zou ook een verslavende werking hebben? Vind ik het leuk om op mijn beeldscherm allerlei knallen te zien? Word ik een gelukkiger mens als ik vele levels beter ben dan anderen in mijn facebookclubje? Het antwoord is nee. Hebben anderen last van mijn gedrag? Ik zorg immers nog voor geld op de plank middels werk, vervul mijn maatschappelijke rol als vader, echtgenoot en zoon. Zelfs van afkickverschijnselen is geen sprake als er niet gespeeld kan worden. Ik speel het sinds enkele maanden en toch voelt het verslavend. Wat is dat dan? Weet ik niets anders te doen? Ik kan een boek lezen, in de tuin werken of een taal leren. Candy Crush appelleert aan leegte en leegte mag niet bestaan. Je moet nuttig bezig zijn is mij ingeprent. Maar wat is nuttig? Candy Crush bijvoorbeeld, want ik ben liever een leeghoofd dan een calvinistische dwangneuroot. Dan doe ik maar mee met het leger van huisvrouwen voor wie Candy Crush een vervanger is voor hun dagelijkse portie sherry. Proost!

Eerder verschenen in de kabbelende 100

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. Kerst met mijn zussie

Weinig fijnbesnaard zingt Alex ‘Midden in de winternacht’. Zijn stem galmt over het water en lijkt te weerkaatsen tegen de dijk aan de overkant.
‘Laat de beltrom gaan, laat de beltrom gaan, laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen, Jezus is geboren.’
Gedurende een korte onderbreking weerklinkt de echo nog. En dan is het stil. Te stil in de optiek van Alex die prompt heel vals Gloria in Excelsis Deo zingt of eigenlijk schreeuwt.

Alex gaat zo op in zijn devote gezang dat hij niet eens opmerkt dat twee haastige voorbijgangers hem verbaasd gadeslaan.
Op het moment dat Alex de wandelaars waarneemt, staakt hij abrupt zijn lied en begint meteen een conversatie.
‘Een echte familiebijeenkomst, hè’ zijn de eerste woorden.
Oprecht verheugd door de aanwezigheid van anderen zegt hij:
‘Kerst is een echt…… een echt familiefeest, toch?’
Onder het mompelen van een goedenavond versnellen de twee hun pas. Ze worden nog nageschreeuwd door Alex.
‘Ze is mijn zuster hoor, mij zus uit Italië. Niet mijn eigen zus, maar zo voelt het wel.’
Alex denkt na over zijn eigen woorden en mompelt nog een keer:
‘Mijn zussie.’
Dan staat hij plotseling op en loopt naar de rand van de kade om te piesen. Zijn straal klatert in de rivier en door de kou slaat de damp er vanaf.
‘Ook dat nog, niet alleen de geboorte van Christus, ook de Heilige Geest is vanavond present.’
Alex schatert om zijn eigen grap. Als hij klaar is met plassen, neemt hij zijn omgeving eens ernstig in zich op.

De brug over de rivier staat in de blauwe schijnwerpers. In de verte liggen passagiersboten te wachten op reislustigen voor een reisje langs de Rijn. Op kerstavond zullen die zeker niet komen. De kerstverlichting op het zomerdek bewijst dat het december is. Voor de rest ziet Alex een desolate omgeving van beton en oude containers. Het is er verder stil, kaal en koud. De kou voelt Alex nu op zijn buik, want hij staat nog steeds in de plashouding. Rustig en kalm kuist hij deze onbetamelijke positie en doet vervolgens zijn gulp dicht.

In de verte schreeuwen een paar junks. Ze zijn vast boos omdat ze de boot niet op mogen, zelfs niet op kerstavond. De boot is de opvang voor onverbeterlijke junks. Alex moet niets hebben van die junks.

‘Ik ga maar weer eens naar mijn zussie, ze zit daar maar alleen te wachten.’
Alex neemt de fles aan zijn mond en drinkt het laatste restje. Automatisch graait hij met zijn andere hand in de plastic boodschappentas. Tevergeefs zoekt hij naar de derde fles. Hij voelt nog eens goed en ziet dan even verder op twee flessen staan, allebei leeg.
‘Ach, ach, ach’ kreunt Alex, ‘Lieve eerwaarde zuster, nu laat je me helemaal alleen achter.’
Nog een keer doorzoekt hij zijn tas tegen beter weten in. Geen Pleegzuster Bloedwijn meer te bekennen. Ook de fles sterke drank om ‘zijn zusje’ mee op sterkte te brengen was leeg.
‘Dan maar een plekkie zoeken om te slapen.’
Alex schuifelt wankel in de richting van het centrum. Hij zingt nog zachtjes van midden in de winternacht. De goede stemming is echter met zijn zusje verdwenen.

 

Let’s make things better- André Hazes

Naar aanleiding van de aankondiging van Joop van den Ende dat hij een musical over het leven van André Hazes gaat maken, herinner ik me een stukje dat ik schreef toen ik nog werkzaam was bij de verslavingszorg (Iriszorg in Arnhem). Hieronder alsnog geplaatst op dit blog. Ben benieuwd naar de musical, ik ga er zeker heen.

Er zijn van die momenten dat ik heel hard Hazes draai. Dat doe ik vooral in de auto, omdat de andere gezinsleden minder gecharmeerd zijn van dit genre. Op andere tijdstippen draai ik ABBA, Status Quo of mooie fado’s al naar gelang mijn stemming. En soms dus vraagt mijn stemming om André Hazes. Lekker heel hard meezingen in de beslotenheid van de auto en je gedachten de vrije loop geven.
En dat ik niet de enige liefhebber ben, was vorig jaar al duidelijk tijdens de indrukwekkende afscheidsceremonie van de volksheld uit de Pijp. Ik ben geen fan, maar ik kan me niet aan de indruk ontrekken dat de overvolle ArenA op alle aanwezigen, H6 incluis, een diepe indruk heeft achtergelaten. Toch keek ik met gemengde gevoelens terug naar het geheel. Ik heb altijd al wat moeite gehad met mensen die denigrerende opmerkingen maakten over zangers als Hazes. Maar nog meer moeite heb ik met sprekers die zelf uit gegoede intellectuele kringen komen en zich willen afficheren met de volksjongen op een manier van: “Ik ben wel erudiet, maar ook ik verkeer in de kringen van de gewone volksjongen.” O, o, o wat is Frits Barend toch een gewone jongen. Ook dit jaar bij de onthulling van het standbeeld van de volkszanger, pikten heel wat BN-ers weer een graantje publiciteit mee.

Verder, was Hazes een fervent liefhebber van een biertje of wat. De eerste zure grapjes over de aandelen Heineken zijn inmiddels al weer gedateerd. Al valt de alcoholistische inslag van de zanger niet te ontkennen, om nu tijdens de ceremonies een ode op de zuchtigheid van Hazes te brengen? Ja, met zijn levensliedjes en zijn manier van leven kunnen we zeggen: “André heeft the blues”. Met zijn allen gaan we dan meedeinen en op de romantische toer over dat bluesleven van André. Maar wie had last van de chronische kater, de instabiele stemmingen. eenzaamheid en mogelijk zelfs last van agressiedoorbraken? Misschien is dat allemaal wel nodig geweest om het artistieke niveau van de volkszanger te bereiken. Maar moeten we daar nu romantisch over doen?
Ik zie dan zijn vrouw in de menigte staan en ik kan alleen maar hopen dat ze echt in hem gelooft. Als ze dat kan, zal het leven voor haar in de toekomst een stuk dragelijker zijn nu ze haar man is verloren. Want hoe gemakkelijk was het samen te leven met de Nederlandse King of Blues?

Onwillekeurig gaan mijn gedachten dan uit naar al die mensen die de blues in onvoldoende mate hebben, maar ook een biertje of wat per dag drinken, zich eenzaam voelen, last hebben van stemmingsschommelingen of agressief zijn op zijn tijd. Ja, we hebben het over een belangrijk deel van de cliëntenkring in de verslavingszorg, de vele niet getalenteerde drinkebroers. De romantiek is vaak ver te zoeken. Hoe vaak zullen ze naar hun hulpverleners komen en zingen ‘ze gelooft in mij’ en belangrijker nog hoe hard wordt er nog in hen gelooft.
Misschien moeten we een kopie van het standbeeld opvragen en gaan gebruiken als een soort wisseltrofee voor een hulpverlener met speciale verdiensten die gelooft in zijn of haar vak. We noemen het dan de “Lets make things better” trofee.

Ik denk dat André vanuit de hemel daar wel tevreden over kan zijn?

Een droefsnoetig blogje, echt waar.

Moet een blog altijd hoogdravend zijn. Nee, natuurlijk niet, de blogwereld is al vergeven van betweterige ‘ik vind dat de wereld anders moet’. Soms bezondig ik me eraan, de wereld is nog niet verbeterd, dus waarvoor doe ik het eigenlijk. Maar dat kun je je bij zoveel afvragen, dus tot een subliem tegenargument op me weg komt, zal ik af en toe de wereld mijn ongezouten mening geven. Ze ziet maar wat ze er mee doen.

Nee, ik kom met een heel pathetisch huis-tuin en keukenblogje, alledaags leed betreffend, al zal ik er geen altruïstische zelfhulporganisatie voor op kunnen richten, zo triest is het eigenlijk. Het betreft mijn eigen verslavingsgedrag namelijk en dan niet roken, gokken of drinken, laat staan seks of drugs. Nee, het is een veel geniepiger afhankelijkheid, namelijk een stupide spelletje genaamd Bejeweled. Ik speel de tweede versie en eigenlijk al jaren lang, eigenlijk bijna net zolang als ik op internet ben aangesloten. Hedenmiddag speelde ik voor de zoveelste keer Bejeweled in de hoop mijn eigen record van ruim 2 miljoen te verbeteren, maar wederom geen succes.

Mijn laatste spelletje met geen record en geen roem.

Om te voorkomen dat mensen nu al afhaken, moet ik misschien uitleggen waar het over gaat. Luister en huiver, voor de mensen die niet weten wat Bejeweled is.

‘Een scherm van ongeveer 100 diamantjes in de verschillende kleuren worden gepresenteerd en het is de bedoeling om 3 op een rij te krijgen, beter nog 4 op een rij en de echte Bejeweled speler komt tot orgastische hoogte bij 5 op een rij. Dit kan door er twee van plaats te verschuiven. Lukt dit dan knalt een waarlijk vuurwerk uit je scherm, je puntenaantal loopt en nieuwe kansen om verder tegen de tijd te spelen worden uitgekeerd.’

En wat kun je ermee winnen? Helemaal niets, maar dan ook helemaal niets. Je kunt hooguit je eigen record verbreken, maar dat is me al meer dan driekwart jaar niet gelukt. Mijn streven om op de ‘list of fame’ te komen, al is het maar een uurlijst, is me ook niet gelukt, laat staan dat ik in de top 10 van beste spelers in één week ben gekomen. Dus waar doe ik het voor? Het is niet sexy om tijdens de pauze op je werk een verhaal aan te kondigen dat je dat weekend is lekker heb zitten ‘bejewelen’. Ik kan u verzekeren, collegiale achting kun je er niet meer verdienen. En inmiddels weet ik dat ook je zelfrespect niet gekieteld wordt.

Hedenmiddag heb ik voor de aardigheid eens uitgerekend hoeveel tijd ik aan Bejeweled heb besteed. Ik denk in die tien jaar zeker een heel collegejaar gespendeerd te hebben aan een stom, nietszeggend spelletje. Ik denk richting 2000 uur, zonder te overdrijven.

Waarom?

Ik heb mezelf altijd wijsgemaakt om me te concentreren en ideeën op te doen voor een wereldverbeterend blogje of in ieder geval een leuke dijenkletser. Ik weet nu beter, het is vooral om niet na te denken over dagelijkse beslommeringen of minder dagelijkse zaken waarvoor ik op dat moment toch geen oplossing weet. Het voorkomt weliswaar intensief ‘mindfucken’, maar het leidt verder ook tot niets, misschien wel het absolute niets.

Wat voor geweldige boeken had ik in die tussen tijd niet kunnen lezen, misschien wel eentje schrijven. Ik zou bij de Open Universiteit misschien wel tien vakken op het gebied van sociologie, geschiedenis of psychologie hebben kunnen doen. Ik had mogelijk qua kilometers de hele wereld over kunnen fietsen, hoewel ik vaak ’s avonds speelde en een fietstocht dan niet heel aannemelijk is. Ik had een taal kunnen leren.

Dus, met bovenstaande inzichten heb ik besloten om voor de komende zomervakantie me te bekwamen in het Portugees, het land van onze vakantiebestemming. Ik leer de basisbeginselen van de grammatica en stel me tot doel 1000 woorden in mijn actieve vocabulaire te verwerven.

Nu nog iemand die me wel overhoren?

Verslaafd aan Bejeweled 2, dan ben je de weg goed kwijt!