De Kraai / Kader Abdolah

 En wederom heb ik het boekenweekgeschenk in huis en ook nu ben ik vergeten dat dit een gratis dagje reizen is met de NS. Dat is jammer, maar als troost heb ik een klein reisje met Kader Abdolah’s De Kraai in het verschiet. Ik ben benieuwd. Mijn nieuwsgierigheid klinkt benepen, omdat ik niet zo goed weet wat ik van de reis moet denken. Kader Abdolah is al jaren te lezen in de Volkskrant onder het pseudoniem Mirza, ik heb meestal het nagelaten. Zijn verschijning is bekend van tv en ik zag een enthousiaste, maar tegelijk bedachtzaam sprekende man, die van onder zijn karakteristieke snor bloemrijke woorden over ons heen strooide. Ik luisterde vast wel, maar veel is er niet blijven hangen. Kortom, ik ken Kader Abdolah nog niet. Het feit dat hij, misschien gedwongen door de fotografen, ik weet het niet, tijdens het boekenbal op de plek van wijlen Harry Mulish is gaan zitten, pleitte niet voor hem. Ik ben geen fan van de man die nooit de Nobelprijs heeft gewonnen. Maar wie ben ik om hierover te oordelen ten aanzien van Kader Abdolah? Het boekenweekgeschenk van de hand van Kader Abdolah is een mooie gelegenheid om hem in ieder geval beter te leren kennen.

Voor mij kwam De Kraai, na de opzienbarende opening, toch wat langzaam op gang. Zijn openingszin, ‘Lezer, Ik ben makelaar in koffie…..’ vond ik uitnodigend, maar toen liep het toch wat stroever. Ik moest wennen aan zijn, in mijn ogen, toch nog te bloemrijke taalgebruik. Misschien is dat mijn eigen vooringenomenheid, hoewel ik de indruk heb dat als hij over zijn vaderland schrijft, ook het Nederlands bloemrijker is dan wanneer hij later in het boek passages over Nederland beschrijft. Verder ben ik me bewust dat mijn kennis van de literatuur en dan met name de dichtkunst te kort schiet om meteen gepakt te worden door het enthousiasme van Kader Abdolah. Mijn beperkte referentiekader zorgt ervoor dat ik niet meteen kan aanhaken.

Na ongeveer dertig pagina’s vallen bovenstaande bezwaren weg en de schrijver weet me mee te nemen met de hoofdpersoon, ongetwijfeld Kader Abdolah zelf of in ieder geval doordrenkt met vele autobiografische feiten. Het verhaal ontrolt zich dan in het negentig pagina’s tellende boekenweekgeschenk, waarbij politieke omstandigheden in Iran, vluchtverhaal, heimwee naar het vaderland en opbouw van een leven in een nieuw land gemakkelijk verteld worden. Tussendoor blijkt in alles de liefde voor het geschreven woord van de hoofdpersoon. Allereerst in het Farsi, in navolging van een betovergrootvader die ook dichter/schrijver was, later in Nederlands. De wil om het Nederlands te leren en zich hierin zelfs te bekwamen is groot bij de makelaar in koffie, zijn waardering voor de Nederlandse literatuur misschien nog wel groter.

Kader Abdolah

De Kraai

Boekenweekgeschenk 2011

Uitgeverij De Geus BV, Breda

Ik vind het de kracht van De Kraai dat Kader Abdolah in relatief korte hoofdstukjes zijn vluchtverhaal kan vertellen en rake typeringen weet te geven. Zelf heb ik beroepshalve te maken gehad met vluchtelingen, maar zonder die ervaring is het alom bekend dat de lange wachttijden voor een verblijfsvergunning desastreus zijn voor veel vluchtelingen. Kader Abdolah laat via de hoofdpersoon, zonder te oordelen, de lezer weten, hoe het is in een Nederlands vluchtelingenoord. Heel herkenbaar, maar ook een beetje beschamend. Het valt me trouwens op dat de schrijver eigenlijk helemaal geen negatief oordeel velt over zijn nieuwe vaderland, maar wel nauwkeurig observeert.

Ruim over de helft van het boekje zegt de hoofdpersoon:

‘Je schrijft om te delen, anders verstik je in je eigen woorden. Ik had geen lezer, bovendien werd mijn dierbare Perzische taal beheerst door de geestelijken. Mijn taal was giftig en hij beklemde me.’

Ik vond dat misschien wel het mooiste uit het boek en wel om twee redenen. De eerste en de meest belangrijkste is de blijk van zelfkennis, maar ook objectiviteit, of noem het afstand die de hoofdpersoon neemt, om de nieuwe taal onder de knie te krijgen met de wetenschap van zijn eigen taalsocialisatie. Als lezer word je geconfronteerd met een open deur die vaak vergeten wordt. Taal is namelijk meer dan een optelsom van woorden en grammatica, er ligt een heel sociaal en cultureel proces aan ten grondslag. Een proces waardoor jezelf gevormd bent en een onderdeel van uit maakt.

Het tweede dat ik uit de bovenstaande zinnen haal, is meer op mezelf gericht. Iedere schrijver, of het nu een woordkunstenaar is wiens werken geduid mogen worden als literatuur (met kapitalen); of een blogjesschrijver zoals ondergetekende, zonder lezer bloedt het schrijven volgens mij dood. De lezer zorgt voor de broodnodige communicatie, bevestiging en waardering of juist niet. Het gelezen worden is, op welke schaal dan ook, de voeding om verder te schrijven. Voor Kader Abdolah in zijn nieuwe taal, het Nederlands, dat hij ongetwijfeld beter onder de knie heeft dan de meeste Nederlanders. Voor mij als blogjesschrijver zijn enkele lezers vaak al genoeg om ook het volgende blog te schrijven.

De Kraai eindigt met wederom een herkenbaar thema bij veel vluchtelingen, namelijk de desintegratie van het gezin door de nieuwe omstandigheden, ook als het goed gaat met de individuele gezinsleden. Er moet gezocht worden naar nieuwe evenwichten, oude herinneringen moeten verwerkt worden en opnieuw ingekaderd en dat kost tijd, zweet en vooral waarschijnlijk heel veel tranen. Kortom via het boekenweekgeschenk heb ik Kader Abdolah ontdekt en zal beslist meer van hem willen lezen.

Op een schaal van 1 tot 10 waardeer ik zijn werk met een: 7,5

Vrouwensolidariteit in lentekriebels

 Als ik lentekriebels zou moeten krijgen, dan is het vandaag. Vanochtend viel het tegen, nu is de lucht nog grijs, maar het is onmiskenbaar zachter. Met de jas open loop ik naar het station om het weekend te vieren. Mijn goede stemming is daar aan te danken, niet aan zogenaamde lentekriebels. Ik heb geen last van lentekriebels, nooit gehad trouwens. Volgens mij zijn dat bakerpraatjes uit de vrouwenbladen. Uiteraard is het fijn dat het niet meer koud is, maar om nu een hormoonkwestie te maken van de getijdewisselingen gaat mij te ver. Bovendien worden er in de wintermaanden niet meer kinderen geboren dan in andere maanden.

 Er is plaats in de trein en ik stort me op een sudoku. Een nietszeggende bezigheid, waarmee je je kunt afsluiten van andere reizigers. Na mij komen meer mensen in de trein. Drie bakvissen discussiëren omstandig waar ze gaan zitten. De blonde, met de grootste mond, dirigeert haar vriendinnen naar twee lege plaatsen Zelf gaat ze naast mij zitten, in gezichts- en op gehoorafstand van haar vriendinnen. Het meisje bij het raam is zichtbaar verlegen met de situatie, want ze doet niet mee met de gesprekken. Ze luistert wel, want ze kan haar heftig orerende vriendinnen niet de indruk geven dat ze hen afvalt. Ze lijkt me een kwetsbaar type, die de andere twee Xantippes niet tegen zich in het harnas wil jagen. Dan ben je de klos, dat zag ik ook wel.

 Het blonde meisje is hevig in de weer met haar telefoon. Ik zie slechts haar steile haren langs haar gezicht, kijkend naar haar heen en weer bewegende vingers. Tegenover me zit een fors roodharig meisje met een foute blauwe bril. Ze kijkt heel gemeen en is eveneens met haar telefoon bezig. Het is het type dat graag bij de ‘boss’ in het gevlei wil komen, doodsbang om in de impopulaire positie te belanden waarin dit soort meisjes doorgaans terechtkomt in meisjesgroepen, want haar leven geven voor een vriendje zit er nog niet in.

‘Stom zeg, nu durft Samantha wel te zeggen dat Ruth niet deugd, vanmiddag zei ze niets,’ roept de rooie tegen de blonde.

‘Ja en die Ruth maar zielig doen, een beetje stom gillen om de aandacht te krijgen, maar achter je rug maar ‘pingen’ en vals zijn, die heks,’ repliceert de blonde.

De rooie kijkt blij om de bevestiging van haar ‘hartsvriendin’. Het verlegen meisje bijt op haar lip en kijkt weg. En ik vind de oplossing voor alle zessen in de sudoku, terwijl ik waarneem dat ik niet de enige ben die luistert naar het stel. Naast me begint de blonde omstandig heen en weer te schuiven en omdat ze dicht bij me zit voel ik haar boosaardige aura.

‘Angelique zegt dat ze van Tim had gehoord dat er meer was, alsof wij dat niet wisten. Had ze ook vanmiddag moeten zeggen.’

De rooie neemt de verontwaardiging over van haar vriendin en blaast bijna ziedend in het gezicht van haar overbuurman. Ze heeft niets door, want ze kijkt al weer op haar pingapparaat.

‘Dat is nu altijd zo, als je ze nodig hebt dan zijn ze er niet, maar achteraf wel aardig willen doen. Nou, ik trap daar mooi niet in.’

‘Toch heeft Angelique ook wel goeie dingen gedaan.’

De rooie tempert haar woede om qua emoties in de pas te blijven met de blonde. het verlegen meisje kijkt stuurs, krult haar lippen een beetje om de blonde te bevestigen, maar die merkt het niet eens op.

‘Moet je horen.’ Ze leest van haar telefoontje. ‘Die stomme bitch is aan het pingen, zegt ze dat wij niet moeten denken dat we alles weten.’

‘Ach het is zo duidelijk als maar wat, iedereen weet het, maar niemand durft het te zeggen.’

De rooie kijkt nu smekend en vals tegelijk naar haar vriendin, hunkerend om bevestiging. Het kwetsbare meisje probeert zich onzichtbaar te maken. Haar vriendinnen zijn te veel in beslag genomen door de pings die binnenstromen. Ondanks dat de decibels toenemen, vind ik ook de ‘achten’ van mijn puzzel en kan heel snel een aantal andere open plekken invullen. Ik weet hoe vrouwen in groepen kunnen zijn. Vrouwensolidariteit is een uiterst instabiele substantie en vrouwenruzies zijn eerder regel dan uitzondering, zeker op de leeftijd van de middelbare school. Want hoe oud zullen deze kinderen zijn, vijftien, hooguit zestien. Ik ken ook de verhalen van pesterijen op school van de nietsontziende ‘bijenkoninginnen en hun gevolg’ die de sfeer in hun klas op een drastische en intens gemene wijze kapot kunnen maken. Vriendschap met deze meisjes is soms de enige overlevingsstategie. ‘If you can’t beat them, join de valse loeders’ is een heel begrijpelijke strategie op de middelbare school.

De trein nadert zijn eindbestemming, ik heb mijn sudoku af ondanks de afleiding. Het gevoel voor decorum is tanende, terwijl de conversatietoon nog verder oploopt.

‘Weet je wat het is met die slet’

Ze kijkt de rooie aan, die wat dommig, maar nog steeds intens gemeen terugkijkt. Beide hebben ze niet door dat er zeker twintig mensen heel nieuwsgierig zijn om kennis te nemen wat er nu met die ‘slet’ aan de hand is.

‘Als het nu alleen tongen is, maar ze gaat ook nog met hem zitten neuken. Stomme doos’

Dat is het laatste wat de blonde te zeggen heeft, haar vriendinnen achterlatend. Zonder de blonde is die rooie niet zo stoer meer. Ze kijkt nog wel gemeen. Het kwetsbare meisje kijkt alleen nog maar naar buiten. Ik denk haar te begrijpen. Zelf krijg ik oogcontact met twee jonge vrouwen die besmuikt lachen alsof ze zeggen, het zijn wel onze seksegenoten, maar zo zijn wij niet hoor. Wanneer ik uitstap, miezert het een beetje, maar het is nog steeds zacht. Als ik al lentekriebels zou hebben gehad, dan zijn ze nu weer weg. Ik ben nog wel blij dat de kou uit de lucht is en dat het weekend is natuurlijk.

ALLE TUNESIËRS EUROPA UIT

Graag zou ik pretenderen dat we allemaal wereldburgers moeten zijn. Maar ik zie hoe moeilijk het is om altijd maar verdraagzaam te zijn naar andersdenkende, al vind ik ‘multiculti’ nog steeds geen vies woord. Maar moeten we nu lijdzaam toezien hoe hele groepen vitale en sterke jonge mannen uit Tunesië vaste voet gaan zetten in Europa?

Ik ben een sterk voorstander om de stroom vluchtelingen, ik spreek vooralsnog alleen over Tunesiërs, in te dammen. En dan wel heel snel, voordat allerlei rechtse sentimenten de vluchtelingenstroom op hun eigen onsmakelijke wijze gaan agenderen.

Libische vluchtelingen naar Tunesië

Want laten we de feiten zoals ik ze voorgeschoteld krijg eens op een rijtje zetten.

  1. Tunesië moet zelf een onmogelijke taak verrichten om de oorlogsstroom uit Libië op te vangen, terwijl ze net de eerste schuchtere pasjes maken naar meer vrijheid.
  2. Het aandeel vrouwen en jonge kinderen die de overtocht moeten wagen naar Lampedusa (Italië) is verwaarloosbaar, dus is er sprake van acuut gevaar in Tunesië?; Of zijn er grote stromen politieke vluchtelingen? Volgens mij niet.
  3. Is de EU bereid de grote stroom samen met Italië te delen? Nee, een beetje geld sturen, dat nog wel, maar verder.
  4. Staat Italië bekend om de fijnzinnigheid waarmee vluchtelingen bejegend worden? Nee, integendeel, de meesten rest een illegaal verblijf in het land. Met als gevolg dat allerlei destructieve sentimenten in Italië en elders in Europa gratis argumenten krijgen aangereikt om tegen vreemdelingen te zijn.
  5. Mag ik de conclusie trekken dat de meeste ‘bootvluchtelingen’ een soms heel gevaarlijke bootreis hebben geriskeerd om hooguit een armoedig bestaan in de marges van de samenleving te kunnen opbouwen. Amper genoeg om moeder de vrouw in Tunesië een brief te sturen, laat staan de beloofde ‘melk en honing.’ En al spreek ik geen oordeel uit over deze zogenaamde ‘gelukszoekers’, ik denk dat er sprake is van een win-win situatie om alle Tunesiërs meteen terug te sturen naar hun eigen land. Winst voor de mensen zelf, al zullen ze dat niet als zodanig ervaren in eerste instantie. Winst voor de eilandbewoners van Lampedusa, want die 22km2 is amper toereikend voor 5000 eilandbewoners, laat staan voor grote groepen ‘gelukszoekers’ uit Tunesië. Winst voor Tunesië, want een land in opbouw zou gebruik moeten maken van jonge krachten in de bloei van hun leven. Winst voor een beetje frisdenkende Europeanen die Berlosconi in Italië of de PVV in Nederland geen munitie willen geven voor nog meer anti-moslimsentimenten.

 

Voornamelijk Tunesische vluchtelingen (nog) in Italië

Soms heb ik op een willekeurige middag een oplossing die zo aan de borreltafel gemaakt zou kunnen worden, maar wel een humanitaire oplossing volgens mij.

Hier is mijn borrelpraatoplossing:

Hoeveel zal de opvang van een vluchteling kosten qua politie, hulpverlening en controle? En dan te bedenken wat de maatschappelijke kosten zullen worden als ze massaal in de illegaliteit verdwijnen? Is €100, – per dag, per vluchteling een overdreven schatting? Ik hoorde zojuist dat er 7000 voornamelijk Tunesiërs op het eiland bivakkeren. Dus per dag zijn de kosten om en nabij de €700.000, -, laten we het gemakshalve afronden naar 1 miljoen en dat gedurende een jaar voor alleen deze groep van 7000. Europa bespaart 365 miljoen Euro door een duidelijk nee te zeggen. En wat doen we met dat geld? Investeren in Tunesië, het land een eerlijke toegang geven tot de Europese markt, de mensen ondersteunen met het opbouwen van eigen bedrijfjes en werken aan een hoger welvaartsniveau in het algemeen. Als dit gaat op basis van gelijkwaardigheid, denk ik dat de vriendschappelijke banden voor jaren gegarandeerd zijn.

Ach het is maar borrelpraat midden op de dag, ik pak mijn kopje thee en verbaas me hogelijk over mijn ‘rechtse’ praat: Alle Tunesiërs Europa uit, te beginnen op Lampedusa.

 

Maatschappelijk autisme of autismisering van de maatschappij.

En iedereen heeft tegenwoordig maar wat om niet naar zichzelf hoeven te kijken.’

‘Het ligt aan de ouders dat al die kinderen op school niet meer mee kunnen en afwijkend gedrag vertonen.’

‘De scholen deugen niet, de zorg deugd niet, dus vind je het gek dat we massaal ADHD-ers creëren en de pdd-nossers als paddenstoelen uit de maatschappelijke drek schieten, of eigenlijk er weer in terugschieten.’

 

Om in de complexiteit van het leven enige simpelheid te geven, probeer ik mezelf wel eens te voorzien van een denkmodelletje. Een theorie mag je het niet noemen volgens de wetenschappelijke standaarden. Dat hoeft ook niet, want ik besef terdege dat er geen onderzoek aan vooraf is gegaan en het onderstaande slechts gebaseerd is op mijn eigen indrukken en subjectieve waarneming. Aan de andere kant heb ik voldoende zelfvertrouwen om te beseffen dat ik niet gek ben.

Sinds de jaren negentig stuiteren de ADHD-ers van de schoolpleinen, in het uitgaansleven en verder de maatschappij in. Sommigen hebben een vrolijke, aantrekkelijke stuiter, anderen hebben het stuiteren nog niet echt onder de knie en zijn een last voor zich zelf en anderen. En vooral dat laatste brengt negatieve ontwikkelingservaringen met zich mee, die mogelijk ernstiger zijn dan de diagnose ADHD zelf. Je zult maar horen dat je niet zo druk mag zijn, je gedragen moet en een last voor je omgeving bent. De negatieve feedback van je omgeving, dag in dag uit, leidt tot meer problemen bij veel ADHD-ers dan de ADHD an sich. Misschien heb ik een beperkte kijk, maar vanuit mijn werk (reclassering) kom ik nogal wat ADHD-ers tegen. ADHD is inmiddels een ingeburgerde term.

Iets ‘moderner’ is ASS (Autisme Spectrum Stoornis) waaronder de meest bekende vormen pdd-nos en Asperger zijn, naast het klassieke autisme uiteraard. Genetisch schijnen ADHD, ASS, maar ook bijvoorbeeld dyslectie broertjes te zijn. Of zusjes zo u wilt.

‘En iedereen die niet mee kan krijgt tegenwoordig maar het predicaat pdd-nos. Lekker gemakkelijk.’

En ik beweer dat het aantal pdd-nossers nog een tijdje zal doorstijgen en dat het helemaal niet zo gemakkelijk is.

In dit betoog richt ik me op de ASS-problematiek, maar even zo goed mag u daarvoor ADHD invullen. De ASS diagnose komt voor bij mensen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis. In gewone mensentaal kan hierover ook heel veel gezegd worden maar ik verwijs gemakshalve maar even naar de legio informatie op internet.

 

Mijn stelling is dat ASS problematiek in de komende tijd alleen nog maar toeneemt, in kwantiteit maar ook in intensiteit met grote maatschappelijke gevolgen.

De maatschappij als geheel en de ontwikkelingen daarbinnen, zijn in mijn optiek de oorzaak. Het is inherent aan het leven in de moderne maatschappij dat ASS problematiek wel toe moet nemen.

Randvoorwaarden om deze stelling te kunnen verdedigen:

1. Ik ga uit dat de genetische samenstelling van de moderne mens niet anders is dan  vijftig jaar geleden. De genetische kwetsbaarheid zal zeker nog op een zelfde wijze worden overgeleverd van ouder op kind. Of dat via de vader gaat (aanvankelijke theorie) of net zo goed door de genen van moeder (meer recente inzichten), doet daarbij niet zoveel ter zake.

2. Ik ben me ervan bewust dat de diagnostiek zich aan het verfijnen is en dat men gemakkelijker in staat is om de diagnose binnen het autisme spectrum te kunnen stellen. Ook besef ik dat de diagnostiek aan mode onderhevig is en dat de psychiatrische wetenschap nog verre van volmaakt is.

3. Er in mijn optiek geen schuldige is voor de autistenexplosie. Het zijn niet de ouders, de school of de zorg die met een beschuldigende vinger kunnen worden aangewezen. Het is de maatschappij als geheel die de tendensen in zich heeft van ‘autismisering’.

Ouders, school en zorginstanties maken immers integraal onderdeel uit van de maatschappij en worden daarom gelijkertijd zelf gevormd door die maatschappij, maar zijn tevens op hun beurt vormend voor de maatschappij als geheel. Sterker nog, beide ontwikkelingen versterken elkaar.

Op de functie van het onderwijs zal ik nog apart terugkomen als voorbeeld van één van de maatschappelijke tendensen die autismisering van de maatschappij bevorderen.

Twee hoofdoorzaken van de autismisering in de moderne westerse maatschappij.

  1. Opkomst van een scala aan nieuwe communicatiemiddelen.
  2. Feminisering van het onderwijs (Hierbij wordt het onderwijs als voorbeeld gegeven voor misschien wel een algemene tendens van feminisering. Ik gebruik dit voorbeeld omdat het voor mij tastbaar is. De feminisering van de maatschappij heeft nog net zoveel tegenargumenten in het dagelijkse leven, dat ik me afvraag of die stelling al hard gemaakt kan worden.)

Nieuwe communicatiemiddelen

Hoe oud moet je zijn om als opa versleten te worden? Een opa die niet meer met de tijd mee kan en gaat zitten mopperen op allerlei noviteiten en moderne uitvindingen? Het antwoord blijf ik schuldig, maar ik constateer op 44 jarige leeftijd een groot verschil met pakweg twintig jaar geleden. De computer was nog iets voor nerds en de PC was voor de wat rijkere student die het nog hoofdzakelijk gebruikte als een uitgebreide tekstverwerker. De mobiele telefoon was tot diep in de jaren negentig een lacherig attribuut dat door patsers gebruikt werd. Internet leek in 1990 voor de meesten nog iets dat bestond in SF-series of hooguit de CIA kon van de ene naar de andere computer. Ik hoef de mogelijkheden die tv, telefoon en computer in het hedendaagse huishouden bieden niet eens op te sommen. Ik neem aan dat ze genoegzaam bekend zijn. Sterker nog, ze zijn op die manier ingeburgerd dat het vanzelfsprekende grootheden zijn geworden in het moderne leven waarbuiten we niet meer kunnen. Naast de verdiensten die de apparaten ieder op zich hebben, benoem ik ook nog maar eens hun onderlinge uitwisselbaarheid. De nieuwe communicatiemiddelen maken het leven sneller en beter? Of om met Youp van ’t Hek te spreken hoger, harder en hyper. (bijbehorende youtubefilmpje is niet meer te vinden door mij, helaas)

De relatie met de ASS problematiek

De prikkelgevoelheid bij mensen met ASS problematiek is groter dan bij de gemiddelde mens. Ze hebben meer tijd nodig om communicatief te schakelen en zullen de plank in het dagelijkse leven sneller misslaan. *

Hieperdepiep en dan komen de nieuwe communicatiemiddelen. Telefoneren wordt gemakkelijker dan naar een vriend fietsen, de computer geeft een scala aan chatmogelijkheden met vrienden. Sterker nog, nieuwe vrienden worden over de hele wereld gevonden. Mensen met een communicatief smetje hebben nieuwe mogelijkheden.

Maar de kans is echter groot dat zij zich gaan verschuilen achter de nieuwe communicatiemiddelen. De computer geeft een gevoel van communiceren, maar de communicatie thuis, in de buurt, school of werk wordt alleen maar moeilijker. Ik heb het dan over dagelijks menselijk contact met alle verbale, maar bovenal non-verbale communicatie. De non-verbale interpretaties bij mensen met ASS problematiek is bijna spreekwoordelijk een ramp. Kijkt iemand boos, is iemand verdrietig of juist blij? De computer, de mobiel of Xbox vertelt het niet, of in ieder geval niet zoals in reallife. Het is ook niet, of de mobiel, of de tv, of de computer die een belangrijke bijdrage leveren aan de ASS epidemie, maar de massiviteit van de communicatiemiddelen.

De massiviteit ervan bemoeilijkt een leerproces bij mensen met minder communicatieve vaardigheden. Bovendien vervormt het de communicatie ook bij mensen zonder diagnose. Ik hoef maar te wijzen op de scheldpartijen op het internet bij ogenschijnlijk ‘gezonde’ mensen. De anonimiteit van de nieuwe communicatiemiddelen brengt een verharding met zich mee, die door velen als negatief wordt gezien, maar voor mensen met ASS gevoeligheid mogelijk helemaal een ondoordringbaar woud wordt van communicatieve gedragingen. Het is dan weliswaar veilig te hanteren, maar de barrière om te schakelen naar het echte leven wordt alleen maar groter en moeilijker.

De toch al prikkelgevoelige ASS-er (of ADHD-er) krijgt steeds meer prikkels te verduren en steeds vaker zullen kinderen, maar ook in toenemende mate volwassenen ‘afhaken’ of beter gezegd op hun eigen wijze de hoeveelheid prikkels pareren. Dat kan externaliserend zijn bij ADHD-ers en bij een deel van de pdd-nossers, met alle negatieve maatschappelijke gevolgen van dien voor school, werk en het sociale leven. Maar ook ASS-ers met een internaliserende ‘oplossing’ zoals angst en depressieve gevoelens, kunnen op deze wijze gemakkelijk in een sociaal isolement geraken.

De nieuwe communicatiemiddelen geven weliswaar een gevoel van communicatie, die op andere fronten verloren dreigt te gaan, ook bij mensen en kinderen die twintig jaar geleden niet eens zo’n diagnose zouden hebben gekregen. Er waren immers niet zulke grote problemen bij de meesten, want ze werden nog veel vaker gedwongen om de dagelijkse omgang met communicatieve vaardigheden te trainen. Goed, sommigen waren misschien een beetje vreemd, maar och iedereen heeft wel eens wat. **

Schuldigen

In mijn betoog begon ik met een paar gemeenplaatsen, die het schuldige vingertje wijzen naar ouders, onderwijs of zorg. Alle drie maken ze immers deel uit van de maatschappij die ze mede vormen, maar ook op haar beurt is de maatschappij sterk vormend voor ouders, onderwijs en zorg.

Ook ouders moeten zich handhaven met nieuwe communicatiemiddelen zowel in het privéleven, maar ook op het werk. Ook als 44 jarige wordt van je verwacht mee te gaan met de eisen van de tijd. Ook als ouder wordt je begeesterd door de mogelijkheden van internetwinkelen, chatcontacten en bloggen. Ik noem speciaal ook bloggen, want inmiddels begrijp ik dat juist bloggen voor de oudere jeugd is, dus zo van rond de veertig, want andere multimediale mogelijkheden zijn bij nog jeugdigen veel belangrijker. (Facebook, hyves, twitteren etc.) Ook ouders zijn kinderen van hun tijd.

Dit zelfde geldt voor scholen, waarbij de nieuwe media vooral aangemoedigd worden. Het onderwijsaanbod is voor een belangrijk deel gestoeld op de nieuwe media, waarbij de vakleerkracht in toenemende mate de functie van begeleider krijgt. Ook hier verandert de communicatie tussen leerkrachten en leerlingen, vaak ongewild, of in ieder geval tot groot verdriet van veel leerkrachten. Kinderen worden grootgebracht met een onderwijssysteem waarbij aan de ene kant de sociale vaardigheden een belangrijke rol spelen, maar de communicatie van het leerproces voor een belangrijk deel loopt via de moderne communicatiemiddelen.

Dan de zorg, de opvang voor al die kinderen en volwassenen, waarmee het mis gaat. Hier is het systeemdenken, gebaseerd op de nieuwe communicatiemiddelen mogelijk nog wel het grootst. Steeds meer diagnostiek, logistiek en zorgcontacten gaan via de moderne middelen. En dan niet alleen tussen cliënten en hulpverleners, maar ook tussen collega’s en collega-instellingen. Steeds vaker worden ogenschijnlijk logische zaken geprotocoliseerd en inzichtelijk gemaakt en worden indicaties gesteld door mensen die geen contact hebben met de cliënt. Het hele zorgsysteem heeft een autismiserende werking in zichzelf. We noemen het vaak verzuchtend die bureaucratie. En op de keeper beschouwd heeft bureaucratie in zich dat er veel miscommunicatie is en in ieder geval de cliënt bij veel hulpverleners, noodgedwongen niet meer centraal staat. Het zijn de eisen van productieverhoging en verbeteringen, die zogenaamd mogelijk zijn geworden door onder andere de nieuwe communicatiemiddelen. Veel hulpverleners willen wel anders, maar worden door het zorgsysteem, dus ook naar wensen van ‘de maatschappij’, gedwongen in dit systeem te werken. In plaats van een goed gesprek van mens tot mens, moet een cliënt van meet af aan een hulpvraag formuleren. Dat is lekker als je communicatief net iets minder bent.

Ouders, school en zorg zijn niet de schuldigen, zeker niet, maar ze dragen wel een steentje bij aan de verdere autismisering.

 

De positie van het onderwijs

Het onderwijs wil ik heel kort even aanstippen, niet omdat deze sector meer schuldig is aan het door mij bedachte begrip autismisering, maar omdat het als voorbeeld exemplarisch is. De sociale vaardigheden en zelfwerkzaamheid van leerlingen worden in toenemende mate centraal gesteld. Kennis is ondergeschikt gemaakt aan ‘leren leren’ en samenwerking lijkt steeds belangrijker te worden. De noodzakelijke ‘ouderwetse’ schoolstructuur komt daarmee in het gedrang.

Structuur die als zeer wezenlijk wordt gezien voor opgroeiende kinderen en waarbij de noodzaak voor de onrijpe jongenshersens nog groter is dan voor meisjes. Tel daarbij op dat de relatieve vrijheid *** binnen het onderwijs en de verplichte hoeveelheid keuzes die er gemaakt moeten worden, terwijl kinderen daar vaak nog helemaal niet rijp voor zijn.

De onzekerheden die het onderwijssysteem met zich meebrengt, geldt voor jongens en meisjes. De manier waarop gereageerd wordt, is echter wezenlijk verschillend. Ik ga in dit deel van mijn betoog geen psychologische wetenschap beoefenen, maar hanteer slechts een aantal algemeenheden.

  1. Meisjes zijn over het algemeen sociaal vaardiger, communicatiever en taalvaardiger
  2. Het rijpingsproces bij meisjes komt vroeger op gang. Structuur is voor jongens en meisjes van belang, maar nieuwe inzichten leren dat jongens eigenlijk tot hun vijftiende levensjaar erg gebaat zijn bij structuur.

Het onderwijs biedt dus voor jongens achterstanden die zij eerst niet hadden. (Je zou kunnen zeggen dat het meer voordelen biedt voor meisjes, maar dat zijn relatieve voordelen ten opzichte van jongens, ik denk namelijk dat veel meisjes in een gestructureerde omgeving ook beter zullen presteren) Meer jongens zullen niet mee kunnen komen met de eisen die het onderwijs hen stelt. Frustraties zullen tot reacties leiden bij groepen jongens. Hun gedrag wordt als vervelend ervaren. Ze zijn druk, brutaal en zullen uiteindelijk mogelijk zelfs een psychiatrisch stempel krijgen zoals ADHD of pdd-nos.

Het is een compleet onmogelijke opgave voor reguliere scholen om binnen de bestaande kaders dit probleem te keren, dus kiest men in toenemende mate voor de ‘gemakkelijke’ leerlingen die wel binnen de mal van het onderwijs passen. Het speciaal onderwijs loopt over en meer kinderen zullen onnodig psychiatriseren.

De ‘feminisering’ van het onderwijs wordt verder nog versterkt door de fysieke feminisering van het onderwijzend personeel. De noodzakelijke voorbeeldfunctie voor jongens is veelal afwezig binnen het onderwijs, want hoeveel mannen werken er nog op een basisschool?

Nu wil ik niet meteen pleiten voor gescheiden onderwijs en de jongens- en meisjesscholen propageren. Toch denk ik dat het nog wel eens meer voordelen kan opleveren dan zo op het eerste gezicht gedacht wordt. Ook wil ik de voorsprong van meisjes en vrouwen niet dwarsbomen na jaren van mannenoverheersing. Het baart mij echter zorgen. Wat moet de samenleving doen met kuddes testosteron dat maatschappelijk niet mee kan (of mag) doen in die maatschappij. Als je dan in ogenschouw neemt dat ik hierbij uit ga dat jongens niet dommer zijn geworden dan veertig jaar geleden, dan is de kans op een significante stijging van maatschappelijke testosteronexplosies niet onaanzienlijk.

Conclusie

Maatschappelijke tendensen zorgen voor meer problemen bij kwetsbare groepen zoals ADHD-ers en/of ASS-ers omdat het aantal prikkels toeneemt, de eisen hoger worden en de aard van de communicatie snel veranderd. Schuldigen hiervoor zijn niet aan te wijzen, zoals wel eens gemakzuchtig wordt gedaan ten aanzien van verwennende ouders, een zachtaardig onderwijssysteem of falende hulpverlening. Het is juist de mix, je zou het maatschappelijk autisme kunnen noemen, van allerlei elkaar versterkende ontwikkelingen die zorgen voor een explosieve toename van ADHD-ers en ASS-ers. Dus het toenemende maatschappelijke autisme zorgt voor verdere autismisering van de maatschappij.

Tijdens het plaatsen van dit stukje op 30 maart 2011, verschenen op mijn Twitteraccount twee interessante stukjes.

1. Meisjes veel vaker met ASS-problematiek dan werd aangenomen

2. ADHD is geen modegrill

Dit blog is al een herplaatsing van februari 2009 op het volkskrantblog.

* Ik besef dat de kwalificaties die behoren bij mensen met de diagnose ASS er uitgebreidere beschrijvingen bestaan en dat niet iedere ASS-er aan alle kwalificaties behoeft te voldoen of in ieder geval niet in dezelfde mate. Objectieve maatstaven voor een ieder, ook zonder de diagnose, leert dat bij de lijst van kenmerken een ieder er wel een paar kenmerken in meer of mindere mate op zichzelf kan betrekken. Ten behoeve van het betoog zal ik geen college houden over ASS problematiek of het DSM 4 gaan citeren.

** Ik wil niet de indruk wekken dat er met betrekking tot ASS problematiek helemaal geen problemen waren. Ook wil ik de sociale problemen in de jeugd van mensen die op latere leeftijd een diagnose ASS hebben gekregen niet bagatelliseren. Aan de andere kant heb ik ook vaak genoeg mensen gehoord, of er over gelezen, dat zij zich wel anders voelden, maar pas op latere leeftijd pas in de problemen zijn gekomen. Dat kan liggen aan een nieuwe ontwikkelings- of levensfase, maar evenzo goed aan de communicatieve eisen van de hedendaagse samenleving.

*** Het laatste wat ik wil beweren is dat de gemiddelde school een kweekvijver is voor vrijheid blijheid, zo u wilt, een anarchistische broedplaats is. Ik wil vooral duidelijk maken dat er veel meer ruimte is voor persoonlijke ontwikkeling en planning die door jonge kinderen vooral veel ruis en onzekerheden oproepen.

 

Uitgelezen en meer willen lezen, dat kan: Dit stuk is gebaseerd op eigen ervaringen privé en in werksfeer. Met name is de kritische blik versterkt door zeer negatieve ervaringen met de jeugdhulpverlening. Die frustraties schrijven we weg om een ander blog (waar dit stuk ook op staat) volg de link

De gekste dag, ik kocht mijn aflaat

Enthousiast gemaakt door mijn jongste zoon, zou ik het gaan beleven, een hele avond humor voor een goed doel. Dat viel tegen, want inmiddels is ook mijn zoon afgehaakt. Het feit dat hij wat langer mocht opblijven is de enige motivatie om het héél grappig te blijven vinden. Och, en het hoeft natuurlijk niet grappig te zijn, om niet zulke grappige noden van anderen te stelpen. De Gekste Dag is vooralsnog niet zo heel grappig dus.

De Gekste Dag met als doel de eenzame bejaarden erbij te betrekken, kinderen die niet op een sportclub kunnen te ondersteunen en Alzheimer patiënten en hun familie binnen boord te houden. Kortom, iedereen moet mee doen in Nederland. Ik herhaal deze laatste zin, terwijl ik de vanzelfsprekendheid tot me door laat dringen: Iedereen moet meedoen in Nederland.

Jan-Jaap van der Wal verwoordt het zo: ‘Doelen die niet zo urgent lijken, maar die wel belangrijk zijn.’ Hij kan de waarheid niet beter aan de man brengen. Maar hebben we daar zo’n programma voor nodig? Ik ga geen betoog houden over vergelijkbare acties waarbij andere narigheid te lijf moeten worden gegaan. (India, Afrika, Haïti). Ik ga de woorden eens goed proeven dat iedereen in Nederland mee moet doen. Meedoen! Hebben we daar geen regering voor, die dat streven namens, en met ons, moet waarmaken. En dat moet waarmaken door middel van consistent en ethisch beleid. (Nee, de overheid moet niet alles doen, maar voorwaarden scheppen en niet weghalen!) We hebben daar blijkbaar anders over gestemd vorig jaar. Bovendien kan het gedoogmonster nog engere dingen doen, omdat de PVV namens Henk en Ingrid alleen heel hard blaft, maar niet echt voor zijn kiezers opkomt. De gekste regering ooit als het ware.

Het valt mij zwaar het cynisme dat in iedere vezel zit, te moeten delen. Want op zich een sympathiek idee, met overwegend sympathieke BN-ers die normaliter ook nog wel grappig zijn, doet mij kokhalzen. We zouden het programma niet moeten gedogen in ons land. Zal ik eens wat gekke voorstellen doen? Laten we de niet uitgekeerde bonussen van de bankdirecteuren meteen in het fonds storten, het geld is nu toch over. Laten we alle bekleders van banen in de publieke sector die boven de Balkenendenorm zitten (of is de Ruttenorm ruimhartiger?) afromen tot die norm en storten maar. Gek idee? Nu, dan komt nu de gekste voor het moment. De verwachte groei van het laatste kwartaal in 2010 is een paar tienden van procenten meegevallen. Laten we 10% van die meevaller afromen voor de gekste dag, dan blijft er nog genoeg over om het begrotingstekort te dichten. Bijvoorbeeld om beleid te maken dat allerlei ingezetenen niet meer mee mogen doen!

En mijn cynisme ten spijt, ik zit in een spagaat, want cynisme leidt tot niets. Mijn geweten speelt op, dus ik neig naar een SMSje en daarmee ondersteun ik het programma en de achterliggende nalatigheid van ons hoogste gedooggezag? 4333 en mijn aflaat is een feit. En dat is nu het allergekste, ik doe mee. Ik kan ook meedoen want €2,50 is voor mij geen probleem.

 

Sportverslag? Of gewoon een sfeertekening?

Nostalgie naar de jaren tachtig

Een affiche, begin jaren tachtig in Raalte, met daarop ROHDA- Rheden, deed je als vaste supporter van de roodgelen sidderen. Al had ROHDA inmiddels zijn sporen verdiend, de topclub van de hoofdklasse B (toen nog) was Rheden. Een grote club voor mij als tiener. Sinds 1984 ben ik weg uit Raalte, maar via de verschillende media volg ik de uitslagen nog wekelijks, al zeggen de namen me niets meer. De laatste jaren heb ik af en toe een wedstrijd gezien in de buurt van mijn woonplaats. Onlangs zag ik het eerste elftal niet onverdienstelijk spelen tegen RKHVV. Vanmiddag dus in Rheden en ik ken de stand op dit moment. Een voetbalthriller zal het niet worden.

Als hobbyschrijver en blogger over van alles en nog wat, ga ik mijn primeur maar eens maken op het gebied van de sportverslaggeving. Hoewel, mezelf kennende zal het eerder een sfeerverslag worden.

Vroeger was alles beter?

De ambiance van het sportpark in Rheden voldeed in de verste verte niet aan mijn hooggespannen verwachtingen van zo’n club met naam en faam. Weliswaar een vriendelijke uitstraling, maar onmiskenbaar een dorpsclub met bijpassende belevingscultuur. Bij binnenkomst werden alle namen opgenoemd, te laat om dit snel mee te schrijven in het programmaboekje, dus mijn eerste foutje als sportverslaggever. Gelukkig had ik mijn zoon als co-supporter meegenomen, dus we probeerden tijdens de wedstrijd de namen en nummers met elkaar te corresponderen.

 

Vlak voor de aftrap keek ik eens om me heen. Ik wist dat 1500 toeschouwers van vroeger niet meer gehaald werd. Nu zijn er ruim honderd. Ik tel de voetballers zelf gemakshalve maar mee. Een dame zat in de zon te studeren, anderen genoten in het begin vooral van de zon.

 ROHDA speelde de eerste twintig minuten met een indrukwekkend veldoverwicht. Ze wisten elkaar tot aan de zestien meterlijn goed te vinden, maar een echte kans werd er nog niet gecreëerd. Mogelijk dat dit ook aan de assistent-scheidsrechter lag. Hij vlagde drie keer buitenspel, waarvan twee keer onjuist en de derde keer was discutabel. Vanaf onze positie was dit onweerlegbaar duidelijk.

Nu weet ik weer waarom ik als keeper nooit furore heb kunnen maken. Mijn ogen waren (en zijn) te slecht, want de op de shirts gedrukte namen, waren amper leesbaar voor mij (en mijn co-supporter) en daarmee komt er geen contentieus voetbalverslag.

In de 28e minuut scoort Sander Kok de verwachte 0-1.

Terwijl we toch ons best doen de namen te vinden bij de juiste nummers, constateer ik dat naast echt Sallandse namen, ook meerdere buitenlandse namen in ‘loondienst’ zijn van ROHDA. En dat is natuurlijk heel logisch, maar in mijn gedachten speelt het kampioensteam van toen. ‘We’ hadden één donkere jongen, de Parel van Salland en omstreken, Fons van Gorkum, als ik het me goed kan herinneren. Een andere held uit die tijd, was Frans Leushuis, die ondanks zijn weinig atletische voorkomen regelmatig belangrijke doelpunten meepikte.

Met in de 38e minuut het eerste schot op doel van Rheden, blijft ROHDA de duidelijk sterkere partij.

Twee supporters op leeftijd van de thuisclub merken dat ook en mopperen aan een stuk door over het spelniveau van hun cluppie. Dat zijn ze in het verleden wel anders gewend. Terwijl ze de wedstrijd zeer kritisch bekijken, verhalen ze over vroeger tijden als twee volleerde Muppets, die zitting hebben op het balkon van de gelijknamige show.

Met 0-1 wordt de rust ingegaan.

 

 

 

Rust

Op de nauwelijks bezette tribune staat een heel sympathiek hokje waar je koffie kunt halen. Dat is handig, dan hoef je niet naar een drukke kantine. In ‘Willy’s Hôkske’ wordt er gelijk nog een plak koek bij geserveerd. Een clubman loopt langs het veld en ruimt hier en daar een blikje en een prulletje op. En ik, ik verbaas me over de grote hoeveelheid dovenetel lang het veld. Tenminste, ik denk dat het dovenetel is. Wat in al die jaren trouwens niet veranderd is, zijn de cassettebandjes met pauzemuziek. Maar hoe aftands de muziek ook is, het heeft wel iets vertrouwds.

Kom op ‘Réje’ 

Bij aanvang van de tweede helft blijven we in de buurt van Willy’s Hôkske zitten. Bij gebrek aan klandizie gaat, waarschijnlijk Willy zelf, ook maar op de tribune zitten, keuvelen over voetbal en andere zaken met een clubgenote. Bijna smekend klinkt er vanaf de tribune enkele keren ‘Kom op, Reje’. Het mag niet baten.

 Andermaal scoort Sander Kok, 2-0 voor de roodgelen. Heel terecht roept een van de ROHDA-spelers. “We zijn nog niet klaar.”

En dan gebeurt er toch wat ik als voetbalkenner verwacht, maar natuurlijk niet hoop. De thuisclub lijkt zich al verzoend te hebben met de aanstaande degradatie en in plaats van door te drukken, overvalt gemakzucht het elftal uit Raalte. Een collega van Willy schreeuwt vanuit het ‘hôkske’  bijna wanhopig ‘Kop Réje. Het helpt. Alle spelers van ROHDA zitten het derde doelpunt al te bedenken.

Een van de eerste uitvallen van Rheden, levert een corner op, Branco de Kock scoort voor de thuisclub in de 53e minuut. 1-2.

Er gloort weer hoop, het ‘kom op Réje klinkt minder wanhopig. Langs de kant belooft Willy een van de spelers een lekker drankje na afloop van de wedstrijd. ‘Er hoeven er nog maar twee in.’ Het smeergeld van Willy was niet genoeg.

Puntjes op de i

In de 68e minuut vervolmaakt Sander Kok zijn hattrick, 1-3. Daarna is het een kwestie van uitspelen en ruim vijf minuten later scoort Melvin Velthuis uit een goed genomen corner. De hoofden van de Rhedenspelers zijn al bij de eerste klasse. Ze zijn echt een flinke maat te klein voor ROHDA. 1-4 tevens de eindstand.

Willy hoeft geen drankje te betalen, hooguit een troostborreltje. En ROHDA, ik blijf het volgen. Ik vind dat er een goed combinerend team stond vandaag, met fysiek sterke en snelle jongens. Het afwerken kan over de hele linie scherper. De ploeg lijkt, op basis van deze wedstrijd, voor doelpunten te afhankelijk van één speler. Dit jaar zit er geen kampioenschap meer in, misschien volgend jaar. Ik hoop trouwens dat de ambities verder reiken en ROHDA binnen enkele jaren weer bij de topclubs uit Groesbeek in de overgangsklasse komt te voetballen. Ook Groesbeek is relatief gemakkelijk te bereizen voor me.

Dienstreizen van een thuisblijver / Maarten ’t Hart

En dan zit daar Maarten ’t Hart bij Pauw&Witteman, voor mij een reden om vooral wel te kijken. Want na lezing van het boek ‘Het woeden der gehele wereld’ dreig ik zomaar een ’t Hart fan te worden. Maarten ’t Hart is aangeschoven, maar maakt vooral duidelijk dat hij er eigenlijk niet wil zijn, maar dat het de uitgeversverplichtingen zijn die hem nopen om rond middernacht nog van huis en haard weg te zijn. Enige misantropie is hem niet vreemd. Hij moet zijn nieuwe boek ‘Dienstreizen van een thuisblijver’ promoten.

Maarten ‘ t Hart

Dienstreizen van een thuisblijver

Uitgeverij Arbeiderspers

2011

 In het gesprek gaat het vooral over observaties van ’t Hart ten aanzien van een aantal Nederlandse schrijvers. Ik krijg de indruk dat hij een soort Story of Privé heeft gemaakt van een hoog literair gehalte en alle saillante details over de literaire ‘fine fleur’ heeft uitgepoept. ‘Dat boek moet ik hebben.’ En toch kom je dan bedrogen uit als consument, want slechts een verhaal gaat echt over een dienstreis naar Göteborg om aldaar het Nederlandse boek te promoten. Inmiddels weet ik hoe ’t Hart denkt over Conny Palmen en hunkerde om van zijn passie voor de Tjechische componist Smetana te delen, tevergeefs blijkt uit lezing van het vermakelijke relaas.

Maar goed, wat heet bedrogen, als naast de dienstreis naar Zweden nog 17 uiterst vermakelijke dienstreizen en andere verhalen geschreven zijn. De lezer wordt meegevoerd naar uiteraard Maassluis en Warmond, maar ook naar Duitsland, Hongarije en Engeland. Grappig zijn ook de perikelen rondom het niet tot standkomen van een biografie over Simon Vestdijk door Maarten ’t Hart zelf. Het vermakelijkst vond ik de beschrijving van zijn verblijf in het ziekenhuis na een noodlottig ongeluk. Verder geeft de schrijver een tipje van de sluier over zijn bemoeienis rondom de zaak Lucia de B., inmiddels weer Lucia de Berk. Kortom, Maarten ’t Hart heeft zich goed verkocht bij Pauw & Witteman, maar levert kwaliteit.

Al schrijvende vraag ik me zo af wat mij nu zo trekt in inmiddels het tweede boek van de schrijver in korte tijd. Ik heb geen uitgesproken passie voor klassieke muziek. Ik ben zelf een uitgesproken gammastudent, al was ik erg trots om mijn 8 voor biologie op het VWO. Ik mag graag een potje voetbal kijken en ik heb helemaal niets met de Partij voor de Dieren. Allemaal zaken waarmee ik me moeilijk kan identificeren ten opzichte van Maarten ’t Hart. En toch lezen zijn verhalen al een trein, een dienstreizentrein welteverstaan.

Wat is het dan wat mij trekt? Ik denk zijn humor en zelfspot, zijn prachtige observaties en brede belangstelling. Ik ben na lezing van dit boek overtuigd dat ik meer boeken van hem wil lezen en die status heeft Maarten ’t Hart voor mij gemeen met Simon Carmiggelt en Philippe Claudel. Hij hoeft trouwens niet bang te zijn dat ik als idolate fan in Warmond zal rondlopen om hem te stalken. Ik zal hem zijn rust gunnen, zodat hij nog vele boeken kan schrijven.

Trouwens hij refereerde in het laatste verhaal, waarbij hij de Duitse fotograaf Tobias Todt ontvangt, aan ‘misschien wel de beste roman uit de Nederlands letterkunde, Tobias en de Dood.’ Mogelijk moet ik me schamen, maar ik heb nooit van het verhaal gehoord, terwijl mijn zoon nog wel zo heet. Bij de naam Oudshoorn gaat vaag een lampje branden, maar ook niet meer dan dat. Dus daar moeten we maar naar op zoek gaan. Hiervoor dank aan de schrijver.

Maarten ’t Hart, als het al een misantroop is, dan wel van het aimabele soort. Ik vind alleen de foto op de omslag al prachtig. Het doet me denken aan beelden uit de Griekse oudheid, al waren dat volgens mij vooral jongelingen en geen mannen met een markante kop.

Mijn beoordeling voor dit boek op een schaal van 1 tot 10: 8

==================================================================

EERDER GELEZEN EN BEOORDEELD

Boeken lezen, voor mij vooral een prettig tijdverdrijf. Soms wordt ik in het boek gezogen, soms koester ik de taal en is het lezen soms ‘slechts’ tijdspassering of heeft een goede marketing me in de greep. Maar ik vind er altijd wel iets van of het nu literair is of niet. Geheel losgekoppeld van de eisen van de middelbare school beoordeel ik mijn leesvoer. In de volle overtuiging dat mijn eigen socialisatieproces hier aan ten grondslag ligt en vooral ook mijn eigen beperkingen hiermee in de etalage komt te liggen. Het mag de pret niet drukken om cijfers uit te delen.

Mijn kleine Waanzin / Jan Brokken                                                                            7+

Winter in Madrid / C.J. Sansom                                                                                   8-

Harry Potter en de relieken v.d. dood /J.K. Rowling                                           7,5

De nazi en de kapper/ Edgar Hilsenrath                                                                    8-

Afrika / Jan Brokken                                                                                                         7,5

Pauperparadijs / Susanna Jansen                                                                              7,5

De Schaduw van de wind / Carlos Ruiz Zafón                                                          8+

De overgave / Arthur Japin (Na 200 pag. opgegeven)                                          5-

Erasmus en het poldermodel / Herman Pley                                                           7

Het woeden der gehele wereld / Maarten ’t Hart                                                   8-

Het verslag van Brodeck / Philippe Claudel                                                          8,5

De hand van mijn moeder / Nafisa Haji                                                                     7+

Knielen op een bed violen/ Jan Siebelink (na 250 pag. opgegeven)               5

Kleine landjes -berichten uit de Kaukasus / J.B. Cortius                                    7

Caesarion / Tommy Wieringa                                                                                        8

Harlekino / Tessa de Loo                                                                                                 7,5

Grijze Zielen / Philippe Claudel                                                                                    8

Het Rozeneiland / Sanne Terlouw                                                                                7

Brug der Zuchten / Richard Russo                                                                                8-

Het diner / Herman Koch                                                                                                 7

IJskastmoeder / Janneke van Bockel                                                                         7,5

God is Gek / Kluun                                                                                                               5

Duel / Joost Zwagerman                                                                                                   6,5

De hand van Fatima / Ildefonso Falcones                                                                 8-

Het zwijgen van Maria Zachea / Judith Koelemeijer                                             7,5

God’s Gym / Leon de Winter                                                                                            7+

Zoete Mond / Thomas Rosenboom                                                                                 7,5

Eenzaamheid van de priemgetallen / Paolo Giordano                                          8-

 De verborgen geschiedenis van Courtillon / Charles Lewinsky                         8

River van Vergetelheid / Philippe Claudel                                                                 8+

Het spel van de engel                                                                                                           7,5

Quadriga / F. Springer                                                                                                          7-

Sonny Boy / Annejet van der Zijl                                                                                       7,5

Earth Hour 2011

Op het volkskrantblog ontpopte ik me als virtuele blogdorpsomroeper en deed in 2010 een oproep om stil te staan bij Earth Hour. Toen wel, dit jaar glad vergeten. Ter compensatie en om mijn eigen geweten te sussen een herplaatsing van de oproep van vorig jaar. Het is nog steeds van toepassing, misschien nog wel veel meer.

 

Een unieke mogelijkheid doet zich voor om twee vliegen in één klap te vangen en wel gedurende Earth Hour. Ik meld het u maar even als plaatselijke volkskranblogdorpsomroeper. Zegt het voort.

Mondiaal wordt er een signaal gegeven om spaarzamer om te gaan met energie. De fossiele brandstoffen zijn eindig en de alternatieven nog niet lang niet voldoende ontwikkeld. Warmte, licht en een heel arsenaal apparaten dat ons ter wille is om het leven te veraangenamen, kosten oneindig veel van de natuurlijke hulpbronnen.

Earth Hour moet de mensheid tot bezinning brengen en op zaterdag 27 maart 2010 tussen half negen en half tien ’s avonds wordt een ieder opgeroepen om de lampen een uur lang uit te doen. Deelnemers over de hele wereld doen mee en ook het Wereld Natuur Fonds probeert Nederland er warm voor te krijgen.

Als Dorpsomroeper heeft mij dat geïnspireerd tot een geweldig idee. Op dat tijdstrip wordt er een uur lang niet geblogt bij de Volkskrant. Een uur lang geen laptop of computer meer aanzetten en dat allemaal om ons steentje bij te dragen om moeder Aarde steviger in het zadel te helpen.

En nu komt het, een uurtje niet bloggen heeft oneindig veel meer voordelen. Het brengt niet alleen een klein beetje fysieke hygiëne op Aarde, ook de mentale hygiëne van een individu, u als blogger, zal een steuntje in de rug krijgen.

 

Moet u zich eens voorstellen:

EEN UUR verzekerd van een gezondere lichaamshouding en daarmee verbetering van de bloedsomloop met alle voordelen die daar bij horen.

EEN UUR extra toewijding aan gezin, geliefde, hond of buurvrouw, zomaar in uw schoot geworpen.

EEN UUR geen gezeik over Wilders of andere misantrope verlossers.

EEN UUR geen gezeik over de Islam

EEN UUR geen gezeik over misbruik van de katholieke geestelijkheid.

EEN UUR geen gezeik over gristelijke politiek.

EEN UUR lang geen Bos, Balkenende, Pechtold of Halsema.

EEN UUR geen partijpolitiek gezwets.

Geen terreur van de hits op je eigen blog en wel EEN UUR.

In contact komen met je eigen blogverslaving door het EEN UUR bewust te negeren.

EEN UUR geen verplichte beleefheidsbezoekjes afleggen om daarmee je eigen blog te promoten.

EEN UUR niet zoeken naar stroperige woorden om bij een ander in het gevlij te komen.

EEN UUR los van virtuele ruziezoekers en dramkonten ter linker en rechterzijde van het politieke spectrum.

En zeker niet onbelangrijk, EEN UUR lang verlost van alle Actuallity’s van welke aard dan ook. Ze zijn vaak niet bij te houden.

Maar ook EEN UUR lang niet de kans om Paco en zijn illustere maat Ab tegen te komen.

EEN UUR geen zedenpreken of onzinnige bevlogenheid.

EEN UUR geen mogelijkheid om te bannen of geband te worden en zeker niet om verontwaardigde metablogs te schrijven.

Kortom, EEN UUR van bezinning.

Het rijtje voordelen is met zekerheid uit te breiden, maar dit is slechts een eerste aanzet en het lijkt me ruim voldoende om een ieder te overtuigen. Doe allen aankomende zaterdag mee met  Earth Hour, voor moeder Aarde en voor je eigen mentale hygiëne.

De dorpsomroeper doet een oproep om de markt voor EEN UUR te sluiten. Zaterdag 27 maart 2010 om half negen tot half tien. Als eerste vrijwilliger heeft Sprakeloos zich aangemeld, wie volgt?

Zijn homo’s veiliger bij ‘kut-Marokkanen’ of Duitse boeren?

Vandaag weer zo’n nieuwsbericht waar ik helemaal niets mee kan. ‘Onze’ moslims – het zijn natuurlijk onze moslims als ze ‘positief’ in het nieuws komen – denken genuanceerder over homo’s dan de boer in Duitsland of de gemiddelde Griek. Allereerst denk ik wie bedenkt nu dit onderzoek, maar goed er zijn wel meer bizarre onderzoeken te vinden. Vervolgens vraag ik me af welk doel het dient? Moet ik de Duitse boer nu verafschuwen, of moet ik de ‘kutmarokkanen’ nu gaan vertroetelen? Of zullen we Griekenland toeristisch massaal gaan boycotten, dan kunnen ze hun staatsschuld helemaal nooit meer afbetalen. Eigen schuld, dikke bult, moet je maar iets toleranter zijn ten opzichte van de ‘anders geaarde’ medemens. De Grieken kennen hun eigen geschiedenis kennelijk niet meer. Het is voor mij bevreemdend om de homofobie van de verschillende groepen met elkaar te vergelijken.

Weet je waar ik nu echt nieuwsgierig naar ben. Hoe denken de Noord-Italiaanse boeren over de smakelijkheid van Irish Stew als we dat afzetten tegen de de smaakvoorkeuren van hun Litouwse of Portugese beroepsgenoten. En hoe denken de Italianen anders over Zweedse blondines in vergelijking met Turken of Zuid-Spanjaarden. En wat mij niet het meest intrigeert, zullen Zweedse lesbo’s anders denken over de zojuist overleden Elizabeth Taylor in vergelijking met lesbo’s uit Istanbul of Belgrado.

Volgens mij is er homofobie of geen homofobie. Wat is dan een beetje homofobie? Is dat (citaat van een fundamentalistische imam) dat je homo’s niet meer van een flat gooit, maar dat een bovenwoning voldoet? Ik weet het echt niet, maar van dit soort onderzoek wordt ik niet wijzer.

TOPTWEET: Harde wetenschap via VVD kamerlid Jeanine Hennis

Twitter is geen verslaving, het is namelijk het medium voor ‘selfmade’ wetenschappers en ander feitjes-fetisjisten. Ik merk het iedere dag weer. Hedenochtend onderschepte ik een tweet van Jeanine Hennis, vooraanstaand VVD kamerlid.

Jeanine Hennis @JeanineHennis Jeanine Hennis

Ja hoor…! ‘Trotse vrouw is onaantrekkelijk voor man’ : http://vl.am/tZ2 Hoe definieer je in vredesnaam een “beschaamde vrouw”?

 

Gezien de inhoud van de tweet, kunt u zich voorstellen dat ik heel erg nieuwsgierig was. Enige feministische verontwaardiging druipt uit het bericht. ‘De man is niet gek op een trotse vrouw.’ Bovendien vraagt ze zich af hoe een beschaamde vrouw eruit ziet?

Om met dat laatste te beginnen, dat weet ik ook niet. Is dat een vrouw die vergeten is de WC deur op slot te doen? Ik denk dat het verschil tussen mannen- en vrouwenbeschaamdheid in deze niet zo heel erg verschillend is? Of is dat die standaard pornolook, met getuite lippen en de wijsvinger op de onderlip, hoogst verbaasd de wereld inkijkend. Je komt ze nog wel eens tegen met een nietje bij hun navel in het betere mannenblad. Mannen schijnen dat best grappig te vinden, in ieder geval leuker dan een trotse vrouw. Maar de echte aantrekkingskracht komt toch van gelukkige vrouwen, leert het artikel dat Jeanine Hennis gelinkt heeft in haar tweet.

Dus eigenlijk best sympathiek denk ik. Met mijn één-dimmensionale mannenhersens denk ik dat mannen visa versa ook als ze een gelukkige uitstraling hebben het meest gewaardeerd worden. Helemaal mis, want de vermaledijde evolutie had ik even over het hoofd gezien. Trotse mannen worden het meest gewaardeerd. Of ze nu gelukkige zijn of niet, het maakt weinig uit, volgens het Canadese onderzoek. Trots staat in dit geval voor status en dat is hetgeen de vrouw het meeste boeit in mannen.

Eigenlijk zijn mannen dus veel socialer al laten ze dat niet echt blijken. De verontwaardiging die spreekt uit de tweet van de VVD dame deel ik dus niet. Stel, ik zou het artikel hebben gevonden, hoe zou ik die de wereld in hebben gezonden?

Vincent @sprakeloosID Vincent

Mannen zijn bewezen socialer dan vrouwen in hun partnerkeuze http://vl.am/tZ2 Het is niet altijd zoals het lijkt in het leven.

‘C’est le ton qui fait la musique’ ook op Twitter. Maar goed, ik dank Jeanine Hennis voor het delen van haar vondst op de nieuwssite. Voor de zekerheid bekijk ik haar profiel nog even op Twitter en constateer op de verkiezingsposter aldaar een uiterst gelukkig kijkende vrouw. Ik ken de burgerlijke staat van Hennis niet, maar zo te zien, zal ze geen gebrek aan mannelijke belangstelling hebben. En als ze trots is op haar politieke loopbaan, dat mag van mij al stem ik echt een ander partij, dan weet ze het heel goed te verbergen.

PS. Bij het vinden van deze poster weet ik vermoedelijk wel de burgerlijke staat van mevrouw Hennis-Plasschaert, maar dit ter zijde.

(ACTUALISERING VAN DIT BLOGJE: HOE HET KAN VERGAAN IN NL POLITIEK ONDER LEIDING VAN SGP http://bit.ly/uvSm3B JAMMER JEANINE, HEEL JAMMER/16-11-11 maar we weten nu wel hoe een beschaamde vrouw eruit ziet)

Stukje van het artikel op www.nu.nl:

AMSTERDAM – Mannen vinden vrouwen over het algemeen niet aantrekkelijk als ze een trotse uitstraling hebben. Dat hebben Canadese wetenschappers aangetoond.

Mannen tonen meer meer interesse in vrouwen met een gelukkige, of zelfs beschaamde gezichtsuitdrukking dan in vrouwen met een trotse uitstraling. Omgekeerd vallen vrouwen juist eerder voor een man die trots kijkt, dan voor een man die een gelukkige uitstraling heeft.

Dat hebben onderzoekers aan de Universiteit van British Columbia aangetoond met een uitgebreide studie.Foto’s

De wetenschappers lieten 1000 mannelijke en vrouwelijke vrijwilligers kijken naar verschillende foto’s van leden van het andere geslacht. Sommige personen keken trots, anderen hadden een gelukkige, neutrale of beschaamde uitstraling.

Vrouwen bleken een grote voorkeur hebben voor mannen met een trotse gezichtsuitdrukking.
Mannen vonden vrouwen met een trotse uitstraling opvallend genoeg juist het minst aantrekkelijk.

Het artikel van nu.nl gaat nog verder, volg daarvoor de link uit de tweet.