Scharen?

De onschuld van een 43 jarige man kan ik met geen enkele formule definiëren, maar er zijn momenten dat ik dat stadium, mogelijk onbewust, wel eens benader. En al klinkt het ongeloofwaardig, hedenmiddag was zo’n moment. Nog snel even een vergeten boodschap doen en met de lentezon op mijn gezicht fiets ik rustig in een zorgeloos vacuüm. Dit is een staat van zijn, die helaas maar zelden voorkomt, bij mij in ieder geval niet.

Bij het naderen van de supermarkt in de buurt zie ik groepjes jeugdigen zich ophouden op het pleintje. Zij hebben ook de lente ontdekt. Nu weet ik dat er mensen zijn bij wie meteen alle alarmbellen gaan rinkelen bij het ontwaren van bij elkaar klittende jeugdpuistjes. Dat gevoel heb ik nooit. En met de huidige eufore stemming al helemaal niet. Ik stal mijn fiets in de directe nabijheid van twee meisjes die zitten te keuvelen met een onnozelaar op een brommertje.

Nu gebied de eerlijkheid mij te zeggen dat een categorie pupergrietjes nog wel eens heel akelig onverwacht uit de hoek kan komen, zeker als ze met meer zijn. Ze kijken in je richting, lachen soms besmuikt, maar vaker gieren ze het uit van de zenuwen. Meestal blijft het bij een geforceerde groet door de heldhaftigste van het stel die heel hard zegt:

“Dag mijnheer”

Een neutrale droge tegengroet, blijkt meestal voldoende te zijn voor een oorverdovend gegiebel van het hele stel, maar daarmee is voor mij de ergste ellende ook voorbij.

Een van de meisjes zit met de rug naar mij toe op een fietsenrek, terwijl de brommerpukkel van het ene meisje naar het andere meisje kijkt. Mijn inschatting is dat hij een keus wil maken wie hij het leukste vindt. Maar voorlopig zal hij de hond nog in de pot vinden, denk ik. Uit haar ooghoeken neemt het tweede meisje me waar. En ja hoor, daar begint het giechelen al. Ze smiespelt iets tegen haar vriendin, die meteen haar gezicht naar me wendt. Beide meisjes zijn dertien, misschien veertien jaar oud. De hoeveelheid make-up laat ze beslist niet ouder lijken. Nu is het giechelen in stereo, terwijl de jongen op zijn brommer emotieloos blijft kijken. Hij lijkt de lol er niet van in te zien of meer waarschijnlijk hij begrijpt er helemaal niets van. Dat deel ik dan met de jongeman, hoewel ik mezelf veel minder onnozel vind.

Met dat ik naar de winkel loop, vraagt het meisje, nu weer met de rug naar me toe.

‘Mijnheer, mijnheer, weet u wat scharen is?’

De gierende uithaal van beide dames hoor ik amper, terwijl ik wel zie dat de jongen zich ietwat ongemakkelijk begint te voelen.

‘Misschien toch maar geen van beide dames zie je hem denken.’

In mijn inmiddels niet zo zorgeloze gemoedstoestand, werken mijn hersenen op volle toeren. Wat moet ik antwoorden, het mag niet al te sukkelig lijken. Een joviaal antwoord met spitsvondigheden is aan mij nooit besteed. Dat weet ik van mezelf. De humor komt altijd pas achteraf.

‘Scharen’ dat is een woord dat ik diep uit mijn geheugen moet graven. Het woord zoals de premature bakvissen het bedoelen, maakt geen deel uit van mijn dagelijkse vocabulaire. Het staat buiten kijf dat binnen de damesliefde de terminologie uitgebreider is dan ik mogelijk kan bevroeden, maar het woord ‘scharen’ is me bekend.

Ik kan natuurlijk zeggen dat het een naaiwerktuig is, maar in deze context helemaal fout natuurlijk. Bovendien is het in deze tijd ongepast dat een veertiger aan wildvreemde meisjes seksuele voorlichting gaat zitten geven, hoe onschuldig de man ook is.

Deze zaken bedenk ik me in luttele seconden en op de automatisch piloot probeer ik zo olijk mogelijk te zijn door te zeggen:

‘Scharen? Dames, ik zou niet weten.’

Terwijl ik nonchalant doorloop, krijg ik meteen repliek van de kinderen.

‘Dan moet u dat uw vrouw maar vragen, die weet het vast wel.’

Kijk, daar zie ik de humor dan wel weer van in, ondanks de grofheid die de opmerking in zich herbergt. Maar zouden ze wel beseffen hoe onhoffelijk en beledigend zo’n opmerking naar mij is? Ik denk het niet en kijk de meisjes even aan trek mijn wenkbrauw omhoog en loop stoïcijns verder. De jongen wendt zijn gezicht af, want ondanks zijn onnozelheid lijkt hij te beseffen in welke genante vertoning hij zelf onderdeel is geworden. Hoewel ik me afvraag of hij wel weet wat ‘scharen’ is.

Terwijl ik me onder het winkelende publiek schaar, overweeg ik even twee kinderschaartjes te kopen en ze aan de meisjes uit te reiken. Maar ik besef dat dit misschien aanzetten is tot onoorbare acties bij minderjarigen en dat wil ik niet. Ik had ze natuurlijk ook kunnen verbeteren in hun Nederlandse taalgebruik.

‘Scharen is meervoud, dus de vraag moet zijn ‘Mijnheer, scharen wat zijn dat.’ En dat weten jullie toch wel als meisjes van elf of twaalf jaar.’

Want dat vinden ze niet leuk als je ze jonger inschat. Ik voel dat de humor zich in mij begint los te wrikken.

Ik moet echter maar enkele boodschappen, dus ik ben al snel weer bij mijn fiets. De meisjes giechelen nog een beetje en eentje krijgt zelfs blosjes op haar wangen van schaamte. De jongen kijkt omstandig naar het motorblok van zijn brommer. Zelfs daar lijkt hij amper iets van te begrijpen.

En ik, ik stap heel volwassen op mijn fiets, geniet nog wel van de lentezon, maar het onschuldige gevoel is wel helemaal verdwenen.

Klein Orkest/ 26000 dagen – Middel tegen weltschmerzen

Hoe een column te beginnen als je kop helemaal vol zit en tegelijkertijd leeg is? Dat is de vraag die ik me stel. Ondertussen is de beginzin geschreven, maar had moeten zijn: ‘The day after the nigth before.’ Het kwaad is echter al geschied, dus we gaan gewoon door.

Ik ben u een korte verklaring schuldig om het begrijpelijk te maken. Met een oud-collega uit de verslavingszorg heb ik gisteren de achterstanden weggewerkt als het gaat om wederzijdse wetenswaardigheden in ons bestaan. Partnerkeuze, gezin, vakantieplannen en uiteraard het werken binnen de bureaucratie, die wij in Nederland zorg plachten te noemen, zijn in ruime mate aan bod gekomen. Kortom we bespraken het leven in al zijn aspecten, eerst bij mijn zeer gewaardeerde collega thuis, onder het genot van een aantal heerlijke Palmbiertjes. Omdat wij beide uit het Oosten van het land komen, is wijn in dit soort situaties niet aan ons besteed. Het kan me niet schelen dat ik daarmee een Randstedelijk vooroordeel over cultuurarme boeren mogelijk bevestig. Het zal me een worst wezen, bovendien dronken we geen Grolsch, maar goddelijk Belgisch gerstenat.

Na een eenvoudige doch voedzame maaltijd, waren we verzekerd dat een goede bodem is gelegd voor een prettige voortzetting in het centrum van Doetinchem. De terrassen zaten gezellig vol, maar een verwarmd plekje onder een van de immense parasols was snel gevonden. Immers ook een sigaretje is onontbeerlijk voor een goed gesprek. Ook anderen voerden liever hun gesprekken buiten, binnen zat niemand.
De stemming was en bleef goed, persoonlijke besognes kwamen ter tafel, onderwijl kijkend naar het uitgaanspubliek. Soms stokte het gesprek, omdat de aandacht werd afgeleid door een Achterhoekse schone, maar het kostte weinig moeite de draad snel weer op te pakken. Naast onze eigen belevingswereld kwamen ook meer wereldse thema’s ter sprake. Literatuur, muziek en uiteraard de politiek. We deelden de zorgen over bureaucratie in de zorg en het onderwijs, we verafschuwden de steeds sterker wordende voedingsbodem voor obscure partijen in Nederland en vonden eensgezind dat er geen enkele partij goede oplossingen bood, die we uiteraard naarmate de avond vorderde zelf wel hadden. Gezeten onder het hittekanon delibereren we verder over het milieu en over de deeltjesversneller die het mogelijke einde van de wereld zal inluiden. En als de deeltjesversneller niet de oorzaak van het eind der tijden is, dan doen we dat eigenhandig wel in onze strijd om energie. We zijn er met zijn allen gek genoeg voor.

Voor het slapen gaan nog de laatste Palmpjes opgedronken met de zekerheid dat we de wereldproblemen konden oplossen als de mensen maar naar ons, gewone stervelingen zonder al te grote ego’s luisteren. Het kostte daarna weinig moeite de nachtrust te aanvaarden. Uiteraard maakte ik als verslavingsdeskundige gebruik van zijn gastvrijheid. In de auto stappen doe je natuurlijk niet in deze omstandigheden.

Met mijn ietwat calvinistische achtergrond van “’s avonds een kerel, dus ook ’s morgens een kerel,” stond ik die ochtend relatief fris op, genoot van het ontbijt. Daarna namen hartelijk afscheid met de belofte vaker eens ‘een biertje’ te gaan drinken.
Eenmaal in de auto en geheel op me zelf aangewezen, overdenk ik het bezoek en kom tot de conclusie dat alle besproken problemen van die avond ervoor me nog helder voor de geest staan, maar onze oplossingen zijn verdampt in mijn brein. En dan is de wereldpolitiek een grote kluwen aan problemen, die voor een eenvoudig verslavingsdeskundige en amateurcolumnist schier onoplosbaar zijn. Een oplossing voor mijn opkomende hoofdpijn heb ik dan nog wel, maar wat te doen tegen de toenemende expansiedrift van de grootmachten, wat te doen met de dreigende brandstoftekorten, wat te doen tegen verkilling en verzakelijking in de Nederlandse maatschappij? Ik zou het niet weten. De vragen bonken in mijn hoofd en maken me triest en leeg.
Thuis aangekomen pak ik snel een paracetamol, waarmee de hoofdpijn snel minder wordt. Voor de Weltschmerzen heb ik een ander middel. Ik pak de CD van Het Klein Orkest met het liedje 26.000 dagen.

Kinderen die mogen spelen
In luchtkastelen die bestaan en nooit zullen vergaan
Vroeg of laat gaat zand vervelen, moet je daar niet blijven spelen
Je kunt als je wilt ook op zoek naar de rand van de zandbak gaan

Jong zijn dat is uitproberen, leren balanceren, blijven staan
Vallen, verder gaan
Je kunt volwassen willen lijken, alvast naar rijtjeshuizen kijken
Je kunt als je telt voor hetzelfde geld naar het eind van de wereld gaan

Je hebt zo’n 26.000 dagen tussen niets en eeuwigheid
Je kunt lachen, je kunt klagen, maar elke dag ben je voor eeuwig kwijt
Je hebt zo’n 26.000 dagen tussen niets en eeuwigheid
Je kunt lachen, je kunt klagen, maar elke dag ben je voor eeuwig kwijt

Volwassen, evenwichtig lijken, niks laten blijken, nog geen traan
Maar twijfel blijft bestaan
Gelukkig zijn is uit de mode, zomaar lachen streng verboden
Je kunt ook hup voor de lol nog een keer gewoon op je kop gaan staan

Eenmaal oud en grijs geworden in bejaardenoorden van de baan
Op een zijspoor staan
Klaverjassend tijd verkwisten, laat je niet voortijdig kwisten
Je kunt als je wil ook gewoon zonder pil lekker aan het vrijen slaan

Je hebt zo’n 26.000 dagen tussen niets en eeuwigheid
Je kunt lachen, je kunt klagen, maar elke dag ben je voor eeuwig kwijt
Je hebt zo’n 26.000 dagen tussen niets en eeuwigheid
Je kunt lachen, je kunt klagen, maar elke dag ben je voor eeuwig kwijt

26.000 dagen, 26.000 dagen, 26.000 dagen, 26.000 dagen
26.000 dagen tussen niets en eeuwigheid
Je kunt lachen, je kunt klagen, maar elke dag ben je voor eeuwig kwijt
Je hebt zo’n 26.000 dagen tussen niets en eeuwigheid
Je kunt lachen, je kunt klagen, maar elke dag ben je voor eeuwig kwijt
Voor eeuwig kwijt, voor eeuwig kwijt

Het liedje van Harrie Jekkers helpt net zo goed tegen Weltschmerzen, zoals een paracetamol tegen hoofdpijn helpt. Ik weet, de problemen zijn er en blijven er. Ik hoef ze gelukkig niet in mijn eentje allemaal op te lossen.

 

Laatste t-shirt product + jaarcijfers

De directeur van de Sprakeloos T-shirt company maakt gebruik van het onlangs verschenen nieuwste shirt ontwerp om de jaarcijfers over 2010 bekend te maken.

De omzet was precies €20, 05

De netto winst was -€0,05

De ontwikkelingskosten en arbeidskosten zijn hierin niet verdisconteerd.

Aantal dragers van heuse Sprakeloos T-shirts is: 4.

Dat is een spectaculaire stijging in vergelijking met 2009, maar we gaan voor 2011 voor minimaal vier nieuwe ontwerpen en een omzet stijging die minimaal boven het Break Even Point ligt. Moet haalbaar zijn, misschien moet de marketing beter? Zie hieronder, suggesties zijn welkom.

Het regent winterfoto’s en voorlopig vindt iedereen het nog prachtig. Ook ik ben gisteren aan de slag gegaan om de witte pracht voor de eeuwigheid vast te leggen. Het doel was echter wel een foto voor mijn tweede Sprakeloos T-shirt. Om dit te bereiken zijn er nog al een aantal hobbels te overwinnen.

Allereerst natuurlijk de kou, maar daar is iets tegen te doen. Vervolgens heb ik te maken met mijn dinky-toy fototoestelletje, leuk voor vakantiekiekjes, maar tegen het fotografeergeweld op het vk-blog vaak een zwak aftreksel. Ik moet stellen de foto die ik uiteindelijk heb uitgekozen stemde me tot tevredenheid.

Het derde opstakel is de bewerking van de foto. Een beetje snijden, een beetje nuances aanbrengen in het simpele programma van Microsoft (zonder toeters en bellen) leverde voor mij het juiste resultaat.

Dan komt het moeilijkste, de foto bewerken met, wederom een simpel Paint programma van Microsoft. Het was vechten gedurende drie uur om het te krijgen totdat ik enigszins content was. Een van de belangrijkste ‘missing links’ is het ontbreken van een meetlintje en ook de basiskennis van het programma uiteraard.

Op het blote oog en met veel gvd’s uiteraard, staat hieronder het resultaat.

.

(in het echt wel leesbaar)

Vanaf woensdag draag ik dus mijn TWEEDE Sprakeloos T-shirt. Belangstelling? Mail gerust en we overleggen hoe jij het shirt kan krijgen (€20,- euro exclusief € 2,- verzendkosten voor Nederland.)

Reeds eerder verschenen: Wasbordjes

Swaffelen, gadverdamme

 

En nu moet het niet gekker worden. Ik wil best trots zijn op Nederland. Maar als we met zijn allen besluiten dat het woord van 2008 ‘Swaffelen’ moet zijn, dan kost het me wel moeite om met enige fierheid het Nederlanderschap te accepteren. Ik vraag me in arren moede af of de Universele rechten van de mens wel gediend zijn om swaffelen te introduceren bij de inburgeringscursus. Maar dit ter zijde.

Swaffelen, u kent het niet? Schaamt u zich vooral niet, want tot voor enkele dagen wist ik niet van het bestaan. Dat wil zeggen, het fenomeen ben ik wel eens tegengekomen, maar dat hieraan een benaming is gegeven, wist ik niet. Swaffelen is dus: ‘(van mannen) het geslachtsdeel laten slingeren en moedwillig tegen een object aantikken, o.a. met het oogmerk hierdoor een ander of zichzelf op te winden.’

Laat het even op u inwerken en besef dat onze volkscultuur verworden is tot deze minimale keuze. Swaffelen! Nu moet iedereen maar doen wat hij (zij kan in dit geval niet, of je moet het lijdend voorwerp willen zijn) denkt te moeten doen. Ieder zijn meug, mijn zegen heb je als het vooral maar achter gesloten deuren blijft. Ik wil het niet zien of weten. Ik moet er toch niet aan denken, de historische held van 2009: Jan van Swaffelaar. Hij beukte zijn piemelot langdurig tegen de kerktoren van Barneveld of all places en verwierf daarmee eeuwige roem. Waar zijn we aanbeland in Nederland? In 2007 was Bokitoproof nog alleszins acceptabel als woord van het jaar, maar swaffelen. Het mag aan mijn deur voorbijgaan.

Dit moeten we in 2009 toch anders aanpakken, lijkt me. Ik wil wel een voorzetje geven, al heb ik natuurlijk ook geen voorspellende gaven en kan het jaar er ineens heel anders uitzien dan mijn huidige verwachtingen zijn. Mijn rijtje woorden voor het komende jaar:

1. Bosgang
De koene wijze waarop Wouter Bos ons Nederlanders leidt in de kredietcrisis. Hoewel alle eer zijn deel is, mag verondersteld worden dat de positieve klankkleur van dit woord hevig zal veranderen als het veel slechter zal gaan. Bosgang staat dan gelijk aan martelgang. Vooralsnog is het een moeizame wandeling die vol moed wordt aangegaan.

2. Verkoost (verkozen)
Teruggrijpend op de jaren tachtig, ja het mag weer in 2009, is verkozen een werkwoord dat aangeeft dat iemand werkeloos is geworden als gevolg van de economische rampspoed. Hij of zij kan er niets aan doen en voor zijn eigen gemoed moet hij of zij de situatie accepteren zoals die is. Verkozen (naar het nummer van Harry Jekkers van het Klein Orkest met ‘Koos Werkeloos’) is dus blijmoedig accepteren van je werkeloze maatschappelijke status.

3. Monddialiseren De Nederlandse taal krijgt steeds meer woorden die letterlijk zijn overgenomen uit andere talen, inclusief geografische benamingen. Recent is Mumbai zo’n voorbeeld, terwijl in onze gedachte de geplaagde stad nog gewoon Bombay heet.

4. Wii-lichaam
In navolging van de muisarm, zullen de lichamelijke gevolgen van exorbitant veel wii-en (ook in de top 10 van 2008) vallen onder de verzamelnaam wii-lichaam. Hij of zij is dus lijdende aan het wii-lichaam.

5. verliesminimalisering In de nadagen van het neokapitalisme en het marktdenken is verliesminimalisering nog een laatste stuiptrekking van dit fenomeen dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw is ingezet. De beste bedrijfsresultaten die te behalen zijn, vinden plaats onder de noemer ‘in quarantaine zetten van alle bedreiging’, ofwel verliesminimalisering. Banken doen dit al, zij lenen geen geld meer uit ondanks de miljarden van overheden.

6. Onttutteling De aversie tegen te betutteling van de Christelijke partijen en de PvdA krijgt vaste vorm in de Nederlandse samenleving. De onttutteling dus.

7. Smirthuwelijk
Een huwelijk ontstaan als gevolg van het smirten. (smirten is een woord uit de top 10 van 2008. Dit is: ‘flirten terwijl men met iemand staat te roken voor een gebouw waarin roken verboden is, bv. een café.’

8. Toptepunt
Het winnen van het Eurovisiesongfestival met de Toppers

9. Trotspolderen
De economische neergang zorgt voor een bescheidener invulling van de vakanties. De neiging bestaat om in eigen land te gaan fietsen en niet uitgesproken te raken over het fantastische landschap in Nederland. Trotspolderen dus.

10. Dreesseksueel
Na de metroseksueel en de gastroseksueel (in de woordenlijst van 2008: ‘man die zijn kookkunst aanwendt om een vrouw te verleiden of te behagen.‘) wordt het tijd voor de Dreesseksueel. Dit is de man die vooral aanbeden wordt om zijn degelijkheid, spaarzaamheid en verantwoordelijkheidsgevoel. Minister-president Drees is de belichaming van deze man uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het Dre(e)suurtje is de wekelijkse seksuele uitspatting op zaterdagavond.

Ik heb hiermee een aanzet gegeven voor 2009. Stuk voor stuk betere alternatieven dan het vermaledijde swaffelen.

Lekker lol maken, gadverdamme

foto extra wazig gemaakt in verband mededogen voor de dragers van rode hoedjes

 

Leven en laten leven is eigenlijk een levensdevies dat binnen de marges van het betamelijke een universele wijsheid is die we standaard in de grondwet moeten opnemen. Bovendien moeten we de betrekkingen met ieder land dat niet iets soortgelijks heeft in hun nationale constitutie meteen uitbannen. Dan zou de wereld er mooi uitzien. Langzaam maar zeker zal iedere vorm van intolerantie, al dan niet verkregen door dogma’s uit Bijbel, Thora of Koran, naar de achtergrond verdwijnen. Fundamentalisme zal slechts verworden tot een vreemd historisch verschijnsel.

Maar de geschiedenis heeft al uitgewezen dat utopieën nooit verwezenlijkt worden en eerder vervallen tot nieuwe onverdraagzaamheid.

Dit gezegd hebbende kan ik dus eigenlijk zonder gêne toegeven aan mijn eigen intolerantie.  En die is bij tijden vrij groot. Meestal laat ik mijn donkere gedachten voor mezelf, ze huizen in de donkerste krochten van mijn hersenen, nauwkeurig afgeschermd door zoiets dat we geweten noemen. Maar daarom zijn ze niet minder. Eentje zal ik met u delen.

Hedenochtend, breekbaar vanwege te weinig slaap en enigszins gestrest over de zaken die de komende dagen nog moeten gebeuren, lees ik de krant. Kopje koffie erbij, het recept om ook een mindere dag toch goed door te komen. Mijn stellingname over het leven in het algemeen en mijn eigen leven in het bijzonder worden allengs minder hoekig met als gevolg dat ik vandaag nog als acceptabel sociaal wezen door het leven kan gaan.
Stuit ik al lezende op een nieuw fenomeen namelijk ‘The Red Hat Society’. Een fenomeen dat snel in opmars blijkt te zijn. Vanuit Amerika overgewaaid (het zal ook weer eens niet van de andere kant van de oceaan zijn overgewaaid) verschijnsel van 50+ dames die met elkaar lol maken. Hun herkenbaarheid is naast de leeftijd, slechts een rode hoed. Een hoed die symbool voor frivoliteit, vrijheid en dus lol maken. Gadverdamme.

Nu moet ik heel eerlijk zeggen dat ik spontaan moet kotsen op het moment dat ik bakvissen hoor praten wanneer hen gevraagd wordt naar hun hobby’s, ze nogal eens plachten te zeggen:
‘Nou gewoon muziek, uitgaan en natuurlijk lekker gek doen en lol maken met vriendinnen!’
Lekker lol maken met vriendinnen, een grotere jeukopmerking is bijna niet te verzinnen. Maar dan kun je nog vergoelijkend denken:
“Och, het zijn nog bakvissen en ze worden wel wijzer.”

Maar dat laatste wordt natuurlijk helemaal ontkracht als de afdelingen van de Red Hat Society als paddenstoelen uit de grond schieten. Lekker lol maken met een rood hoedje op. De winkelpromenades in den lande onveilig maken, met een rood hoedje op. Groepsgewijs een theater bezoeken, met een rood hoedje op. Internationale contacten leggen met andere rode hoedjes, ook weer met een rood hoedje op. O, o, o wat een frivoliteit, want enig emancipatorisch gedachtegoed zit er niet achter en over moeilijke levenszaken mag in principe niet gesproken worden, want ze hebben zich verenigd om…… lekker lol te maken. Gadverdamme. Doe ff normaal en pleur dat rode hoedje in de vuilnisbak.

Zo ziet u, de mooie gedachte van leven en laten leven is soms ook aan mij niet besteed, maar door het weg te schrijven, kan ik de dag wel weer doorkomen en probeer maar niet meer aan rode hoedjes te denken.

Je eigen ding doen, gadverdamme.

Enkele jaren geleden hoorde ik het voor het eerst. Je moet gewoon je ding doen!!!!!!!! Getverdemme, dacht ik toen, naïef als ik was. Waar bemoei je je mee, mijn ding is mijn ding en wanneer ik die doe en met wie, ……..dat gaat niemand wat aan. Ik had me te snel boos gemaakt, de betekenis was minder plastisch en eerder beschouwelijk en filosofisch bedoeld. Daar zou ik mee kunnen leven als ik het sindsdien niet te pas en te onpas hoor. ‘Weet je, je moet gewoon je eigen ding blijven doen!’ Driewerf gatverdarrie en zeker als het met Randstedelijke nieuwsspraak wordt uitgesproken. Dan krijg je fonetisch geschreven het volgende: “Waeit je, je  moet gewoann je aigen ding blaiven doen!’ Bij het schrijven van deze tekst moet ik zo walgen, dat mijn kerstdiner er subiet uit ‘draigt’ te komen.

Wat is dat nu, je eigen ding blijven doen? Ik weet het niet zeker, maar al observerend en luisterend is dat uiteindelijk goede raad van een vriend of vriendin die na een oersaai persoonlijk verhaal je goede raad wil geven, maar het eigenlijk ook niet weet. Met glazige ogen krijgt die verteller, die heel zijn ziel en zaligheid heeft blootgegeven en met volle verwachting naar goede raad zit te hunkeren, het meest stompzinnige antwoord dat je kunt bedenken. Och, kan het schaeilen, waeit je joh, waeit je wat jaii gewoan moet doen, gewoan je aigen ding blaiven doen. De raadgever kijkt dan indringend naar zijn of haar beste vriend(in), knikt lichtelijk zijn hoofd en wacht op de bevestiging van de zojuist gegeven toptip hoe in het leven te staan. Ronduit belachelijk.

Je moet helemaal niet altijd je ding zitten doen. Er zijn al veel te veel gekken die denken hun ding te moeten doen. De geschiedenisboeken staan er vol mee geschreven en ook de hedendaagse politiek in binnen- en buitenland kent legio voorbeelden van mannen en vrouwen die nu bezig zijn de geschiedenisboekjes van over vijftig jaar te vullen. In het buitenland hoeven we maar te denken aan Bush, Poetin, Mugabe, rotte appels uit het Midden Oosten en vul die hele rottige rij maar aan. De dingen die bijvoorbeeld ene Wilders denkt te moeten doen, staan mij ook helemaal niet aan. Met die haatdragende houding doet die zijn eigen ding, maar zorgt ervoor dat anderen zijn rottigheid vroeg of laat moeten gaan opruimen. Die mensen doen helemaal niet hun eigen ding, maar zijn de rotzooi van een ander aan het opruimen.

Ik dreig nu een beetje door te draven, maar dat eigen ding doen is in veel gevallen natuurlijk maar fictie. Op kleine schaal kun je je eigen ding doen in Nederland, je hebt nu eenmaal rekening te houden met anderen. Poedelnaakt de Kerstviering bijwonen mag niet al is het je eigen ding om maar eens iets te noemen. Je familie negeren met de kerstdagen, soms best fijn. Echter je hoeft helemaal geen ruzie te hebben met elkaar, maar ik kan u verzekeren dat het opgeprikt bij elkaar zitten ‘echt niet mijn ding’ is. Ik doe het wel en vele met mij.
Weet je wat mijn eigen ding is in microformaat? Dat is iets kleins als het uitkloppen van het tafellaken na de traditionele kerstavondgourmet en dan geconfronteerd worden met de volle maan. Je slaakt een bewonderende zucht, holt naar het digitale cameraatje van je jongste zoon en probeert dat voor de eeuwigheid vast te leggen. Dat is mijn ding voor dat moment, niet meer en niet minder.

 

 

Schelden, een ware volksaard

Dit stuk is in 2008 al geschreven, schelden zou eigenlijk ieder jaar geëvalueerd moeten worden, dit geeft een mooie sociologische reeks.

Niet alleen eten en drinken zeggen iets over de volksaard, scheldwoorden doen dat ook. Althans dat hoorde ik hedenmiddag op de radio waarin een Groningse psycholoog vertelde over een onderzoek in elf landen onder studenten nadat zij iemand (moedwillig) op hun voeten stonden. Voorzichtige conclusies kunnen hieruit getrokken worden.

In landen rondom de Middellandse Zee is de familieband heel erg belangrijk. Dus wil men daar een opponent treffen dan moeten de familiebanden gehekeld worden. Hoerenzoon of je zuster is een hoer is dan ook een heel treffend scheldwoord. Dit hebben we bij het laatste kampioenschap voetbal in de finale mogen aanschouwen. Nadat de Italiaan Materazzi de stervoetballer Zidane toeriep dat zijn zus een hoer was, keerde Zidane zich om en gaf een kopstoot. Het redden van de eer van de familie was belangrijker dan een waardig afscheid als voetballer. Over voetbal gesproken, ik weet me nog een schok te herinneren. Begin jaren negentig acteerden de Egyptenaren ook op een groot voetbaltoneel. Hun voorbereidingen verliepen niet goed en dat gaf natuurlijk hommeles. Voor de kijker was het aardig dat de camera hierbij was. Een geagiteerde speler riep naar een medespeler dat hij ‘maar met de kut van zijn moeder moest spelen, hoerenzoon dat ie was.’ Ik kan u melden dat ik volkomen verbouwereerd was. Na kennis genomen te hebben van het onderzoek kan ik de klankkleur plaatsen.
In Noorwegen wordt veelvuldig de duivel erbij gehaald en de Nederlanders en Duitsers halen hun inspiratie om te schelden uit de onderbroek. Er is echter tussen beide bevolkingsgroepen een pikant verschil. Daar waar de Duitse scheldwoorden vooral een anale herkomst hebben, mogelijk verwijzend naar reinheid, bezigen de Nederlanders scheldwoorden met verwijzingen naar de genitaliën. Onze calvinistische achtergrond zou hier debet aan zijn.

Gevoeligheden en taboes in het land van herkomst komen in scheldwoorden tot uiting. Ik vraag me zelf af of mogelijk een evolutie in scheldwoorden te achterhalen valt en of er specifieke tijdsgebonden scheldwoorden zijn die iets over de actuele geschiedenis zeggen. Tot ver in de 20e eeuw was het niet ongebruikelijk iemand een fascist of nazi te noemen, verwijzend naar de Tweede Wereldoorlog. Nu gebeurt dat minder.

Om taalverrijkend te zijn moet je zoeken naar gevoeligheden en taboes in een samenleving. ‘Ouwe lul’ is in deze heel treffend en zeer Nederlands. Jong blijven is in en oud zijn een taboe, maar erg taalverrijkend is het niet. Het wordt al erger als je iemand verkrachter van de hypotheekaftrek noemt, want dat is wel het kraken van een taboe. Of verwijs naar een naam van een politicus bij het schelden, want die staan wel heel laag in aanzien momenteel in Nederland. Over politici gesproken, ik heb nog wel een scheldwoord in de aanbieding dat gebruikt kan worden voor een grote groep aanhangers van een grotbewoner uit Afghanistan, maar dit terzijde.

Word ik nu uitgescholden, ga ik de persoon die mij voor iets lelijks uitmaakt nader psychologiseren de scheldwoorden tegen het licht te houden. Ik denk dat dit me veel sterker maakt. Maar eigenlijk is er ook niet zo veel nieuws onder de zon, want een bekende volkswijsheid is toch dat schelden meer zegt over de verzender dan de ontvanger.

Mijn absolute favoriete gedicht

Toen mijn kinderen nog iets kleiner waren, heb ik ze heel veel voorgelezen en met mijn jongste( toen10) doe ik dat nog bijna iedere avond. Vaak waren het verhalen (Harry Potter, Kameleon, boeken van Jacques Vriens of Carry Slee en helaas te weinig van bijvoorbeeld Thea Beckman, maar de smaak als vader mag je niet opdringen vind ik) en soms gedichtjes en/of liedjes.

Heel smakelijk heb ik samen met mijn kinderen, tot op de dag van vandaag gelachen om het volgende gedicht:

 

Dag papegaai, zei de pinguïn
Dag papegaai, zei de papegaai
Nee, zei de pinguïn, jij moet dag pinguïn zeggen
Nee, zei de papegaai, jij moet dag pinguïn zeggen
Jij bent een papegaai, zei de pinguïn
Jij bent een papegaai, zei de papegaai
Stomme papegaai, zei de pinguïn
Stomme pinguïn, zei de papegaai

Het is een gedicht van Erik van Os. Ik zou niet weten hoe Erik van Os gezien moet worden in de literaire hiërarchie en het kan me ook niet schelen, ik vind het erg grappig en daarmee is misschien wel alles gezegd over mijn kunstzinnigheid.

Onderwijs? Van boven niet goed wijs!

Een kleurige folder met mogelijkheden

Al jaren maak ik me zorgen over het onderwijs. Het is weinig verrassend om te stellen dat ik niet de enige ben. Nederland Kennisland is het devies, maar de dagelijkse praktijk laat te wensen over. Tenminste, dat horen we als Nederlanders al jaren. Mijn persoonlijke ervaringen komen sterk overeen met de algemene teneur van slecht schrijvende kinderen, rekenanalfabeten en noem de rest van de rampspoed maar op. Ik denk dat de bureaucratie, ook in het onderwijs, hierbij een grote rol speelt. De circulairecultuur bij het ministerie van Onderwijs was in de jaren negentig al spreekwoordelijk, zelfs niet politicologen, onderwijskundigen en bestuurskundigen hadden het woord reeds op een natuurlijke wijze in hun vocabulaire opgenomen. Ik berust me er in, bureaucratie en andere onzin kennen we in vele sectoren onder het mom van ‘Beter en Efficiënter’ met de marktwerking als gidsend wondermiddel.

Onzin natuurlijk, maar dat weten u en ik, maar niet de beleidsmakers en managers die vooral gericht zijn op het Haagse jargon. Dit is vreselijk natuurlijk, maar mijn echte zorgen betreffen de grote uitval van jongens. Zondagavond zag ik de bevestiging op tv langskomen bij Brandpunt. De uitval van jongens is enorm op de middelbare school. Terwijl de CITO scoren bij jongens nog vaak iets beter is op de basisschool, valt de een na de ander af, te beginnen op het VWO. Verspilling van talent wordt geroepen. De jongens zijn geen probleem meer, maar er speelt zich een compleet drama af op de scholen.

Een heuse piramide, zouden kinderen nog weten wat dat is?

Nu kun je denken, och vroeger hadden meisjes dat. Maar stelt u zich eens voor wat de maatschappelijke gevolgen kunnen zijn van een steeds groter wordende groep loslopend testosteron dat voor hun twintigste al is uitgekotst of zwaar onderpresteert. Er is niet zoveel fantasie nodig om te constateren dat ze naast uitvallers ook een zware maatschappelijke last gaan vormen. Criminaliteit, verdere druk op de geestelijke gezondheidzorg en dan noem ik nog niet eens het menselijke leed voor die jongens zelf en hun directe omgeving.

Voor mezelf heb ik al jaren de indruk dat de te ver doorgeschoten feminisering van het onderwijs een van de oorzaken is waar we vroeg of laat echt de tol gaan betalen. Daar komt bij, ik word hierin bevestigd door genoemde uitzending, dat we steeds meer te weten komen over het functioneren van het brein en ook de verschillen tussen jongens en meisje. De rijping van hersenen loopt anders, terwijl er steeds meer zelfstandigheid gevraagd wordt en keuzemomenten zijn legio in het onderwijs. Trouwens in de hele maatschappij zijn de keuzes gekmakend en staan steeds meer mensen lang de kant.

‘We moeten toch bezuinigen, ook in het onderwijs, zeggen bijvoorbeeld VVD’ers. Het is toch te gek voor woorden dat 1 op de 5 kinderen inmiddels in het slecht functionerende speciaal onderwijs loopt.’

Hollands trots, folders en onderwijs, een prachtige combi

 Ja, heren en dames van de VVD (en CDA) dat is ook te gek om los te lopen, maar vraag eerst eens hoe dat kan. Ik kan me boos maken over de feminisering, de bureaucratie, de lompe voorstellen van de regering of zelfs op de staat van het hele onderwijs. Het heeft geen zin. Het komt mijn slaap niet ten goede en ik krijg er een vet hart van. Ik kan wel denken dat het eenvoudig is kennis en discipline bijbrengen (en misschien extra gymlessen voor de jongens) of in markgericht jargon ‘back to basics & the search to the corebusiness), maar dat krijg je echt niet door de dikke laag aan bureaucratie en beleidsmakers. In mijn optiek vooral veroorzaakt door marktgericht denken in alle sectoren. Maar wie ben ik?

Verander wat je kunt veranderen en berust in hetgeen je niet kunt veranderen. Wijsheid is vooral het verschil te kunnen zien tussen beide. Dus ik ga over tot de orde van de dag.

Bezinning en berusting is het devies

Vanavond tijdens een eenvoudige doch voedzame maaltijd horen we de brievenbus klepperen. Mijn jongste zoon loopt nieuwsgierig naar de voordeur, want normaliter krijgen we geen folders en dus moet dit iets bijzonders zijn. Hij komt binnen, kijkt en zegt nonchalant. Een reclamefoldertje van een basisschool in de buurt. Tot mijn grote verbazing zie ik een ingenieuze piramide folder om een plaatselijke school te promoten. En dan breek ik toch met al mijn onverschilligheid, mijn wijsheid is ver te zoeken en ik word echt boos. Heel boos.

Er moet bezuinigd worden op onderwijs, het speciaal onderwijs wordt aan haar lot overgelaten, de bureaucratie dijt uit en politici kramen onzin uit, niet wetend wat er op de werkvloer speelt. En de scholen? Ze maken dure folders en spreiden ze ongericht door de hele buurt. Onze buren hoogbejaard, de rest kinderloos of kinderen in de middelbare school leeftijd. De voedzame maaltijd schiet me in het verkeerde keelgat.

‘En het gaat me nog niet eens om de dure folder, alleen de gedachte dat hele commissies, begeleidingscommissie en externe bureau’s mogelijk bezig zijn geweest met deze onzin.’

En bovendien, ze zullen zeker niet de enige zijn in Nederland. Middelbare scholen zullen het zeker doen, om nog maar niet te spreken over HBO’s en universiteiten.

‘Een folder, mijn reet veeg ik er aan af.’

Gewoon lesgeven en kennis overdragen, dat is wat een lesboer geacht wordt te doen. Daar worden ze voor betaald en daar moet de overheid de voorwaarden voor scheppen.

‘Folders maken!’

 

Dit was het einde.

Wandelen rond de hoogmis. St. Stevenskerk te NIJMEGEN

Toen nog 15 kilo minder Sprakeloos met mevrouw Sprakeloos in 1993. Moenen deerde ons niet, en nog niet trouwens.

Lang heb ik getwijfeld, zal ik de trein nemen of toch maar de auto. Het verschil is één heel uur extra slapen. Ik heb gekozen voor de gemakzuchtige oplossing, boven de kunstzinnige optie. Want graag had ik onderstaande fragment zelf willen beleven en beschrijven:

Toen leunde ze haar bovenlijf uit ’t raampje en keek naar Nijmegen, dat daar lag op de heuvels aan de rivier, zoo on-Hollandsch, zwak romantisch, huizen boven huizen en boomen boven boomen, en zong tegen den wind en ’t gerammel van den trein over de brug.

 

Foto vanaf Lent genomen

 Het stukje tekst van Nescio hangt bij ons in de gang, naast een foto van mijn partner en mij, elkaar innig kussend in jeugdige overmoed, onder het toeziend oog van het standbeeld van Moenen, bij de Sint Stevenskerk. Bovendien moet ik het eigenlijk ook niet willen, zo’n mooie tekst over misschien wel Nederlands mooiste stad te willen beroeren. Die tekst staat gewoon als een Nijmeegs huis aan de Waal, afblijven dus.

Ik stap dus in de auto om mijn wandeling rond de Hoogmis vandaag in Nijmegen te beleven. Voor mij de stad waar ik formeel de jaren des onderscheid heb mogen meemaken, mijn vrouw heb leren kennen en mijn zoons zijn er geboren. Van 1984 tot 1999 heb ik er met ontzettend veel plezier gestudeerd en geleefd. Het woord formeel hanteer ik gemakshalve maar omdat ik altijd nog de stille hoop heb dat er nog veel meer (kennis en levenservaring) te onderscheiden is dan alleen het statische punt van volwassen worden, zo rond je 22e.

De auto parkeer ik in buurt van de Hertogstraat om via het Koningsplein en Plein 44 het gevoel van de wandeling te creëren. Ik heb nog wel even de tijd, want de klokken van de Stevenskerk zijn gaan luiden op het moment dat ik de auto uitstap. Bij de parkeerplaats van Mariënburg is een kleine groep daklozen bijeen, om op hun manier de zondagochtend te starten. Buiten de keuvelende mannen en vrouwen bij de parkeergarage, is er nog weinig leven in de stad.

Nog een een klein stukje Stevenstoren vanaf De Waag, met Mariken op de voorgrond.

 De Sint Stevenskerk (of Grote Kerk)

 De warme plek die Nijmegen in mijn hart heeft, deel ik dus met Nescio en, naar ik met zekerheid weet, met vele anderen. Een bezoek aan de Stevenskerk is dan ook niet meer dan logisch voor mij. Echter laat ik in al die jaren dat ik in Nijmegen heb gewoond, niet geweten hebben dat het geen katholieke kerk is, of beter gezegd niet meer is. In 1591 is de katholieke kerk overgegaan in Hervormde handen, hoewel er nog een jaar is geweest dat de katholieken de kerk nog hebben teruggepikt. De in 1273 door Albertus Magnus gewijde kerk heeft tijdens de bombardementen in 1944 veel te lijden gehad. In 1969 is de Sint Stevenskerk in de oude luister hersteld en doet naast allerlei culturele bijeenkomsten, dienst ten behoeve van kerkvieringen verzorgd door het Oecumenisch City Pastoraat. Vandaag op 11 april is er een tienerdienst georganiseerd.

 

Sint Stevenskerk van binnen

De tienerdienst

Bij binnenkomst van de enorme kerk, krijg ik het misblaadje in handen gedrukt en een ieder wordt vriendelijk verzocht om naar een zijkapel te gaan waar de viering zal plaatsvinden. Bij binnenkomst zingt men al hevig.

‘Ben ik dan toch nog te laat’ denk ik dan.

Maar nee, de organiste geeft een rondje muziekles om het gezang tijdens de viering te optimaliseren. Direct na mij komt een ietwat onvriendelijke man binnen en neemt plaats op de stoel naast me. De aura van de man is niet goed, al heb ik bij mezelf nog nooit bovenzintuiglijke gaven bespeurd. In dit geval was het echter duidelijk. Meteen heb ik spijt van mijn harde oordeel en bestempel het zichtbare chagrijn maar als een bezwaard gemoed. En wie ben ik om daar over te oordelen? Straks, als we elkaar vrede mogen wensen, zal ik hem eens vriendelijk kijkend een stevige handdruk geven in de hoop zijn aura voor in ieder geval vandaag een optimistische glans te geven.

Na afloop van de viering in het zijkappelletje

In het zijkapelletje kunnen zo’n honderd mensen en de meeste stoelen zijn bezet. Ik kijk eens om me heen, maar zie weinig pubers. Dat is vreemd. Maar om tien uur komt een groepje jongeren binnen, die samen met de voorganger naar het altaar loopt, duidelijk van plan om de dienst ook te gaan leiden. De zanglessen hebben duidelijk zijn vruchten afgeworpen, want er wordt in ieder geval luid meegezongen.

Tijdens het welkomswoord memoreert een van de jongens dat het de laatste zondag van de paasviering is. Hier ontbreekt het mij dus weer aan Bijbelse kennis, want voor mij houdt Pasen toch echt op bij de verrijzenis van Jezus. Goed gemakshalve wil ik de gang naar de meubelboulevard op tweede paasdag nog wel meerekenen.

De jongeren hebben als rode draad uitgezocht de toekomst en dat passen ze in bij het thema van de viering ‘Wie niet geeft wat hij heeft..’

En de jongeren zijn in ieder geval van plan om het anders te doen dan anders, daarbij wijzend op een filmdoek waarop een beamer geprojecteerd kan worden.

Na de opening, als een stukje film wordt aangekondigd, kunnen de allerkleinsten naar de kinderopvang.

Wat zal het worden, een film voor 16 jaar en ouder? De man naast me wacht het verder niet af en verlaat, zonder enige verlichting in zijn aura de dienst. Daar gaan mijn goede voornemens, maar goed een echte aura-healer ben ik natuurlijk ook niet.

Uit het stukje film van ‘Pay it Forward’ van Mimi Leder krijgt de kerkgemeenschap uitleg van de jonge hoofdpersoon over zijn toekomstbeeld. Het klinkt ogenschijnlijk heel utopisch, maar als hij hierop aangesproken wordt, geeft hij als antwoord: ‘Waarom niet.’

En inderdaad, waarom niet? Waarom geen idealen hebben al lijken ze nog zo onwerkelijk of utopisch. Jongeren hebben vaker idealen dan iets meer belegen mensen. Waar en wanneer gaat het mis kun je je oprecht afvragen. Misschien wel door het leven zelf, die mensen cynischer maakt.

Met deze wetenschap kom ik bij de lezing uit Lucas 10. Twee zussen, Martha en Maria, ontvangen Jezus. Martha loopt zich het vuur uit de sloffen om een goede gastvrouw te zijn en ergert zich groen en geel aan Maria, die er maar een beetje dromerig en afwezig bij hangt. Martha weet hoe het moet. En mensen die het goed weten, hebben vaak gelijk. Maar zijn zij nog wel in staat te dromen over wat ze echt willen?

En daarmee is de eerste vraag naar aanleiding van het filmfragment voor mij op dit moment beantwoord. Mensen worden cynischer omdat ze in toenemende mate dingen doen omdat het van ze verwacht wordt. Ze weten hoe het hoort, maar zijn ze nog wel zichzelf.

Rondgang rondom de Stevenskerk

Tijdens de communie word ik geconfronteerd met een nieuwigheid. Mocht ik in Duiven de hostie al dippen in de kelk met wijn, nu mocht een ieder een slok nemen, het delen van brood en wijn in de praktijk. Nu weet ik wel dat Robert Long al zong dat Jezus een hippie en dat daarmee alles communebezit is geworden. Toch laat ik deze beker maar aan mij voorbij gaan. Overigens denk ik zelf dat Jezus helemaal geen hippie was.

De miswijn was, in tegenstelling tot mijn dipervaring in Duiven, nu wel echt rood en dat is toch beter.

De viering werd opgeluisterd door liedjes van Cat Stevens met Morning has Broken en I’ll stand by you van Carrie Underwood. Carrie Underwood? Een American Idol leer ik door even te zoeken op youtube. Kon ik ook niet weten, want ik behoor immers niet meer tot de doelgroep. Ook een nummertje van Billie Holiday (God bless the Child) werd instrumentaal met saxofoon vertolkt, evenals Schostakowitsch en Händel door vioolspel.

Aan (de voorbereiding van) de viering werkten mee:

Cecilia van Berkum, Charlotte Bernts, Jetty Podt, Julia Gijsbers, Lucas Bernts, Marijke Nogarede, Rik van Berkum, Stefien Jansen, Tinneke Nogarede en Yemi Adesanya.

 

 

Kroeg, De Waag en Kerk in één shot

 

De wandeling terug

Het is winderig koud in de stad, dus na het schieten van een aantal foto’s loop ik snel terug naar de auto. Ik rijd nog een eindje rondom het centrum om van een grotere afstand nog een foto te maken van de Stevenstoren, immers al eeuwen is de toren het gezichtsbepalende gebouw in de stad. Ook nu nog, terwijl andere gebouwen ook in de Nijmeegse skyline te bewonderen zijn. De laatste foto wil ik aan de Lentse kant van de Waal nemen. Bij een van de pilaren van de Nijmeegse brug zie ik de volgende tekst:

Het liedje dat tijdens de viering gezongen werd van Carrie Underwood is van toepassing op bijgaande tekst: I’ll stand by you

Overpeinzing

Rijdend naar huis, luister ik naar rapportages over het Poolse verdriet omdat hun president en andere hoogwaardigheid bekleders zijn omgekomen bij een vliegtuigongeluk. Tussendoor wordt verslag gedaan van de marathon van Rotterdam. Jonge Kenyanen en Ethiopiërs doen een aanval op het wereldrecord. Minder dan 2 uur en 3 minuten is daarvoor nodig. Jonge Afrikaanse atleten, met een droom of utopie. Zullen zij ook daadwerkelijk doen wat ze eigenlijk willen doen, of rennen ze hun longen uit het lijf om geld voor hun familie bij elkaar te verdienen. Voor de nieuwe recordhouder is een kwart miljoen euro vrijgemaakt. Veel geld, maar inmiddels weet ik dat de toptijd in Rotterdam niet voldoende is voor een wereldrecord. Misschien dromen de atleten nu wel over New York, Tokyo of Melbourne? Of misschien wel over hele andere dingen.

In mijn achteruitkijk spiegel zie ik de Stevenstoren nog even langs schieten. Een beetje heimwee naar Nijmegen komt boven. Ik moet denken aan het liedje dat woorden aan dat gevoel geeft.

Al mot ik kruupen
Op bloote voeten goan
Ik wil nog een keer de Sint Steven heuren sloan

 

De Stevenstoren vanaf het Kronerburgerpark.

 

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel