Met Paulien op het Pleijenpad

Je verwonderen en je blijven verwonderen, ook over gewone dagelijkse dingen alsof het de eerste keer is. Dat is één van de lessen die Paulien Cornelisse uitdroeg. In Japan noemen ze dat Shosin. Ze heeft wel iets opgestoken in Japan. Iedereen heeft het over Paulien in deze dagen. Ook ik waardeer haar geestige verwondering over het leven van alle dag, vervat in taalkundige spitsvondigheid. Eén ding is zeker, ze zal gemist worden, maar ze heeft ook veel achtergelaten.

De IJssel met Huissen op de achtergrond

Vandaag heb ik met eega het Pleijenpad in Westervoort gelopen. Ik had me voorgenomen om dit klompenpad op een steenworp afstand van mijn woonplaats te bekijken alsof ik het niet ken. Het Pleijenpad was een aangenaam klompenpad. Een peij is trouwens een soort landtong tussen twee rivieren, Neder-Rijn en IJssel. Dit is voor mij ook een” Paulientje”, even onderzoeken wat het is. Bijna iedere week rijd ik wel op de Pleijroute zonder te beseffen wat Pleij is.  Jaren terug werd Westervoort uitgeroepen door Elzeviers Weekblad tot een van de minst bewoonbare plaatsen. Een discutabel onderzoek en de onderzoekers hebben zeker niet in het buitengebied van Westervoort gewandeld.

De zon scheen uitbundig, je kon nog amper spreken van een Indian Summer, het was nog groen. De IJssel stond extreem laag. Dat is eng, maar tegelijkertijd ook indrukwekkend. We zullen Henri Marsman met zijn brede rivieren traag en oneindig maar niet waarschuwen. Hij zal schrikken.

Het was rustig op het pad. Halverwege zat een jonge vrouw op haar knieën. Toen we passeerden, stond ze op met de verontschuldiging om mij erlangs te laten. Dat was niet nodig, de hele uiterwaard was groot genoeg. Ik vroeg haar, wat zie je wat wij niet zien. Ze begon meteen te vertellen dat op die plek een mutatie van klavertjes heeft voorgedaan met als gevolg een grote kans op het vinden van klavertjes vier. Zelfs klavertjes vijf en zes vindt ze af en toe. Ze had al meer dan honderd gedroogde klavertjes. Aangemoedigd door haar enthousiasme wandelden we met een blij gemoed verder. Uiteraard wensten we haar al het geluk toe, op welk gebied dan ook.

Even later een hondendrol op een nog groene distel. Dat is raar. Mijn fantasie sloeg op hol. Niet zo zeer dat ik in de anale fase ben blijven steken, maar de logica ontbrak voor mij. Heeft die hond nu stekels op zijn achterste, of was zijn boodschap zo vruchtbaar dat een klein disteltje heel snel kon groeien. Ik weet niet of dit laatste onderwerp nu echt een Paulientje is, wel de verwondering natuurlijk.

 
Voor een volgende keer in 150 woorden en echt spitsvondig.

Plaats een reactie