2. Liederlijke kerstfabel met verlicht einde

Jomus vliegt lodderig achter Marmus aan. Zijn boosheid is weg. De onzekerheid speelde al weken en kwam gisteravond tot een ontlading.
‘Van wie is het kind?’ had hij geschreeuwd.
Marmus keek hem begripvol aan en antwoordde slechts:
‘Ik weet het echt niet, maar het kind is verlicht.’
Vol afgrijzen vloog Jomus weg en laafde zich aan jeneverbessen. Hij wilde vergeten. Vergeten dat zijn vrouw onteerd was. Vergeten dat hij de liefde niet met haar had mogen bedrijven.
Gisteravond beet hij haar toe:
‘Ik had je moeten nemen, lang, hard en vaak.’

Die ochtend heeft hij spijt, en hoofdpijn. Jomus laat zich beschaamd verzorgen door zijn zwangere Marmus. Vol barmhartige devotie masseert ze zijn kater weg. Alle anderen zijn al vertrokken, als Marmus en Jomus de reis aanvaarden.

Sinds weken reist de kolonie in opdracht van koning Herodantimus richting Damaskmus. Hun koning is zich zelf niet meer sinds zijn veroordeling door de Voorzienigheid.
De Voorzienigheid heeft hem gestraft voor het doden van een van zijn onderdanen. De straf was mild, maar de koning woest. Per decreet verordonneerde hij: “Ik, koning van Domimus tot Damaskmus, eis dat alle onderdanen per direct naar Damaskmus vliegen. Zij blijven daar tot de revolutionaire geesten, die mij willen onttronen, gepakt zijn.”

Damaskmus is een woestijnachtig landschap met een enkele oase, waar plaats is voor weinigen, niet de duizenden die het moet herbergen.
Tegen de avond is de oase nog niet in zicht. Marmus is moe en bij Jomus wint het schuldgevoel van zijn kater. Hij herneemt de leiding. Jomus beseft, hoewel hij niet de vader is, dat het ei die avond gelegd moet worden. Als de zon verdwijnt, koelt het snel af.
Dan horen ze gelukkig in de verte hun soortgenoten, ze naderen de oase.
‘We zijn er bijna’ roept Jomus.
Marmus knikt slechts beminnelijk.
Eenmaal in de ‘Oase van Damaskmus’ aangekomen, vernemen ze dat er geen plaats meer is. Het enige dat ze vinden is een beetje eten en de tip dat in de periferie van de oase enkele rotsen zijn die mogelijk soelaas kunnen bieden.

Marmus neemt een kloek besluit.
‘Jomus, wij hebben elkaar en het ei, we redden het samen wel.’
Jomus negeert zijn gekrenkte mannelijke ego, besluit dat het ook zijn kind zal worden en met zijn tweeën vliegen ze naar de rotsen.

Ze vinden een spelonk voor de nacht. Uitgeput valt Marmus in een diepe slaap. Jomus kijkt vertedert toe. Na een inspectie van de omgeving besluit hij ook te gaan slapen. Maar dan ziet hij dat er licht uit de spelonk komt. Ongerust hipt hij naar het licht. Bij binnenkomst ziet hij Marmus opgewekt zitten. Ze perst hun ei uit. Een ei dat licht geeft.
‘Kijk Jomus, ik zei toch, het is een verlicht kind.’

Het ei gaat feller schijnen en het licht is zichtbaar in de oase. Van alle kanten komen nieuwsgierige soortgenoten. Zij brengen voedsel en bewonderen het ei. En vele avonden later breekt het verlichte ei. Onder luid getjilp worden Marmus en Jomus omringd door hun soortgenoten. Zij feliciteren het versbakken echtpaar met de geboorte van hun zoon. Een koningszoon, is de overtuiging van de menigte en hij zal door het leven gaan als ‘Jemus, koning der mussen en de zuivere wedergeboorte van het slachtoffer van koning Herodantimus.’

 

2 gedachtes over “2. Liederlijke kerstfabel met verlicht einde

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s