The King’s Speech

20200420_160030

De voorbereiding

Terwijl de foyer vol loopt met vrouwen, jong en oud, want de all-time bestseller ‘Gooische Vrouwen’ draait ook in Doetinchem, hebben wij kaartjes voor ‘The King’s Speech”. Een film die gekozen wordt op basis van het afstrepen van het aanbod ter plekke in combinatie met de aanvang van de film. Er moet namelijk wel eerst een hapje gegeten worden. Op een lege maag is het namelijk slecht film kijken, op een te volle trouwens ook.

Geheel onbevooroordeeld zullen wij de film gaan aanschouwen, want zelfs in de media heb ik niet stil gestaan bij deze film. Achteraf heeft mijn vrouw me op deze film gewezen, met de woorden dat ze het vermoedelijk een hele mooie film vindt, maar ze twijfelde of ik de film kon waarderen. Ze had het dan ook slecht aangepakt door het woord ‘kostuumfilm’ te gebruiken. Het is ontegenzeggelijk mijn eigen gebrek, maar bij de woorden kostuumdrama of film haak ik af.

Op vrijdag 18 maart 2011 zit ik samen met oud-collega en vriend onbedoeld in een kostuumdrama naar het schijnt. Uiteraard beide voorzien van een boertige schnitzel. In de zaal zaten hooguit twintig mensen en de onbevangenheid maakte me blij, een soort sneak preview als het ware. De titel suggereert natuurlijk het een en ander, maar ik wist niet in welke tijd de film zich afspeelde, ik wist niets van wie er in meespeelden, laat staan dat ik op de hoogte was van professionele kritieken. Een Engelse film was het enige dat ik vooraf wist en dat schept in ieder geval enig vertrouwen.

Het filmverhaal

De film pakt eigenlijk vanaf het eerste moment. De zoon van koning George V moet een publieke speech houden. Hij heeft echter een spraakgebrek, hij stottert. Een persoonlijk drama, maar gelukkig is hij niet de beoogde troonopvolger, dat is zijn oudere broer David. In een tijd waarin ook het koningshuis moet geloven aan de nieuwe media zoals de radio, is een spraakgebrek voor een publieke persoon natuurlijk een regelrechte ramp. Er wordt naarstig gezocht naar methodes om de koningszoon te helpen, zonder resultaat. Zijn vrouw (Queen mum) vindt buiten de koninklijke relatiesfeer een hoog aangeschreven spraaktherapeut uit Australië. Deze man houdt er onconventionele methodes op na en gaat vooral uit van psychische blokkades en minder van technische mankementen bij een spraakgebrek.

De relatie tussen de koningszoon ‘Bertie’ en de therapeut Lionel staat centraal in de film. Een clash tussen de adel en het gewone volk, een clash tussen conventies en het onconventionele en een relaas van het Engeland tussen de beide wereldoorlogen. Tussen de bedrijven door speelt de affaire Wallis Simpson nog mee, nu niet vanuit de romantische kant zoals de liefde tussen troonopvolger en de Amerikaanse burgerdame Simpson normaliter wordt bezien. Kortom, een ‘kostuumdrama’ maar dan in de zin dat voor de kijker de sfeer uit die tijd uitstekend filmisch wordt weergeven. En met mijn beperkte definitie zou ieder ‘goede’ historische film dan een kostuumdrama zijn, want het is ‘not done’ om het Engelse koningshuis uit die tijd in spijkerbroek te laten fungeren.

Als de affaire Simpson leidt tot het aftreden van koning Edward VIII en de stotterende Bertie koning George VI wordt, zijn de rapen gaar. De apotheose van de film is de uiteindelijke zeer geslaagde radiospeech van de koning bij de aankondiging dat Engeland en Duitsland andermaal met elkaar in oorlog zijn.

 

Mijn filmblik op ‘The King’s speech’

Allereerst word ik andermaal bevestigt dat ik een gemiddelde Engelse film prefereer boven veel Amerikaanse films. De mensen zijn meer mensen en minder getransformeerde plaatjes. De film wordt daarmee geloofwaardiger. De onderkoelde humor is natuurlijk spreekwoordelijk, maar ook in The King’s Speech op gezette tijden meesterlijk gebruikt. De sfeer uit de jaren twintig en dertig wordt mijns inziens op voortreffelijke wijze weergegeven en ook de leden van het koningshuis zijn met al hun emoties echte mensen geworden, weliswaar mensen op stand, maar toch.

Het einde van de film, de geslaagde oorlogsspeech is op dusdanige wijze vertolkt, dat ik als Nederlands kijker, bijna vaderlandse gevoelens koesterde voor Engeland. Ik had de neiging om na ‘The King’s Speech’ op te staan en uit volle borst ‘Rule Britannia, Britannia rules the waves’ te zingen. En dat mag een groot compliment voor de film heten waarin ik meegezogen ben, want waarom zou ik als Nederlander patriottistische gevoelens koesteren voor een ander land?

Zoals ik al aangaf, de acteurs en actrices kwamen bij mij zeer geloofwaardig over, maar één rol mag niet onvermeld blijven namelijk die van Timothy Spall. Op gezette tijden kom ik deze prachtige acteur tegen in films (bv. All or nothing en de verschillende films van Harry Potter) en ook in ‘The King’s Speech’ zet hij een prachtige Winston Churchill neer, een geniale bijrol van een van mijn favoriete acteur, Timothy Spall.

Mijn filmblikwaardering voor The King’s Speech is op een schaal van 1 tot 10

8,5

De officiële site van The King’s Speech

Philippe Claudel/ Rivier van Vergetelheid

Met een vluchtige blik heb ik wel eens in serieuze recensies gelezen dat Philippe Claudel een meester is in het neerzetten van grijstinten. Ik kan dat in zekere zin beamen na het lezen van zijn Verslag van Brodeck en Grijze Zielen.

Nu ik ‘Rivier van Vergetelheid’ ken, constateer ik dat er sprake is van een diep donker grijze kleurschakering. Ik wist echter niet dat donkergrijs zo mooi kan zijn. En dat is vooral ook te danken aan het feit dat het grijze palet op de meest onverwachte momenten literair wordt opgesierd met felle rode verfspatten, maar ook verstaat Claudel de kunst om verloren hoekjes in het donkergrijs, fijnzinnig te voorzien van pastelkleurige miniatuurtjes.

 

Rivier van Vergetelheid

Philippe Claudel 

Bezige Bij

Amsterdam 

2006

 

Toch overheerst het soms adembenemende grijs bij Claudel. Ook Rivier van Vergetelheid gaat over oorlog. Maar nu niet over die allesvernietigende oorlog van op drift geraakte mensenmassa’s. Nee, het gaat over de oorlog die de ik-figuur voert met en in zichzelf over het intense verdriet na het verlies van zijn levensgezel Paule. Wanneer is hij haar fysiek kwijtgeraakt, bij haar werkelijke dood of al eerder gedurende haar ziekbed? En de centrale vraag in de vertelling is wanneer raakt hij het allesoverheersende verdriet kwijt. Mag hij dat wel kwijtraken? Is dat niet een onwenselijke schoffering aan het adres van Paule en de liefde die hij nog steeds in iedere vezel van zijn lichaam voelt?

In de eerste periode na haar dood zuipt de ik-figuur vooral en is apathisch. Na ruim zestig dagen komt hij op een soort tweesprong in zijn leven. (pag. 20/21)

‘Het zou beter zijn als ik alles van me af had gegooid toen het nog kon. Me had vermand, had geneukt met de eerste de beste griet die ik ontmoette. Weer aan het werk was gegaan, mijn werk dat niet stommer is dan dat van een ander. Me niet te veel gehecht had, afstand had bewaard. Ik had me onnozel moeten houden, en dan hadden de dagen, de rimpels en de glazen wijn de rest wel gedaan. Maar dan had ik de wegen weer moeten nemen die jij had genomen, de gezichten moeten terugzien die jij nog had gekend, vragen moeten beantwoorden; en op die manier zou ik gedwongen zijn om jouw dood steeds weer tegen te komen in de woorden van die anderen, in een eeuwige heropvoeding van jouw dood.’

De ik-figuur kiest voor de vlucht met medeneming van drie brieven van Paule en haar angora trui. Uiteindelijk belandt hij in het nietszeggende dorpje Feil aan de Maas in de Ardenne. Hij neemt zijn intrek bij een hospita, de oudere weduwe mevrouw Outsander en koopt drie schriften bij de neringdoende kantoorwinkel. De schriften zijn van het merk Conquérant. (veroveraar.)

In zijn Conquérants beschrijft de ik-figuur zijn verlies. Het verdriet komt op de meest onverwachte momenten. Iedere eenzame wandeling en ontmoeting met één van de dorpsbewoners kan aanleiding geven voor een flashback met Paule, maar ook met betrekking tot zijn negatieve gevoelens over zijn jeugd. Hij was immers maar een ongewenste hoerenzoon en dat liet zijn moeder maar al te graag weten.

De ik-figuur wordt als vreemdeling op een organische manier opgenomen door de dorpsgemeenschap, dat wil zeggen de klaverjassers in het café, de grafdelver Maltoorp, maar ook door de jonge en mooie Reine, die werkt bij de bakker. Ieder op zijn eigen manier helpt de ik-figuur zijn verdriet een plaats te geven, vaak niet eens bewust, maar gewoon vanuit volkswijsheden of opgedane zelfkennis op basis van hun eigen grijze leventje in Feil.

Als de lange winter voorbij is, komt het punt om het verdriet af te ronden, het is klaar. De relikwieën (brieven, trui en Conquérants) worden in de Maas gegooid. (p. 126/127)

Ik hurkte neer bij het water, ver weg van de pontons, dicht bij de brug. De brieven lagen plat op het wateroppervlak, ze bleven dicht bij de kant en draaiden rond. Het was alsof ze niet zo ver de rivier op durfden te gaan. Toen werd het papier zwaarder, het veranderde van kleur. Al Paules woorden raakten één voor één verstrikt in de blauwgroene netten van uitgelopen inkt, als bewegend, piepkleine delta’s, zo weer verdwenen, van een land dat toen ik ernaar keek mijn eigen beeld terugkaatste, het gezicht dat ik zelf niet kende. Mijn ogen volgden de brieven die wegdreven en uiteindelijk op de stroom werden meegevoerd. Niets kon ze ertoe bewegen kopje-onder te gaan. Ik had graag gezien dat ze in slaap vielen en wegzonken in de loop van de rivier, tussen de warrige algen en de schaduwen van het water, maar ze gingen richting horizon, daar waar hemel en Maas tezamen komen en hun licht uitwisselen, zodat de hemel helder en oneindig wordt en de rivier koud en winderig. Tussen die twee putten met hun onstoffelijke wanden gingen de brieven van Paule uiteindelijk ten onder.

En ik betrapte me erop dat ik helemaal geen verdriet voelde, geen steek in het hart, ook niet toen ik de trui zo ver mogelijk het water in gooide. Even vouwden de trui zich open, met wijd uitgestrekte mouwen, daarna verdween hij als een stuk lood in de diepte.’ 

Hij laat de grafdelver dan nog zeggen: (pag. 127)

‘Ieder op zijn eigen manier, je begraaft zo goed als je kan…’

Een heel fijn en vooral ontroerend boek(je) is dit van Philippe Claudel. Qua dikte denk je het in twee uur weg te lezen, maar zijn schrijfkunst noopte me tot herlezing en nagenieten. In de eerder genoemde werken van Claudel viel mij de relatieve ‘eenvoudige’ stijl op. De kunst om in alle eenvoud een heel levendig verhaal te boetseren. In Rivier van Vergetelheid wordt dat afgewisseld met bijna barokke zinnen en vooral heel gedetailleerde biologische en plantkundige beschrijvingen. Maar ook op culinair gebied laat Claudel zich niet onbetuigd als het gaat om opsommingen van voedsel in literaire hoogstandjes.

Nu wil het toeval dat ik tijdens het lezen van zijn werk een autorit maakte via de E40 van Duinkerken via Brugge, Gent en Antwerpen naar Turnhout, de Nederlandse grens over. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik de autorit dwars door België op zijn minst deprimerend vindt en uitstekend past bij de grijstinten van Claudel, al ben ik ervan overtuigd dat Philippe Claudel ook deze reis kan beschrijven op een manier die uitstekend past bij mijn donkergrijze oordeel. Na lezing van dit werk krijgt een mens sowieso geen vrolijk gevoel bij België. Het Bureau voor Toerisme van Vlaanderen en Wallonië adviseer ik daarop ten stelligste Claudel niet in de huren voor het schrijven een kleurige reclamefolder.

Hoewel, toen ik onderweg, een eind voor Antwerpen de afslag Lochristi zag staan, was ik ervan overtuigd dat ook Feil of de andere plaatsen als Minelseen en Zoosten daadwerkelijk bestonden. Het raadplegen van Google-maps hielp me uit de droom. Want in een melancholieke stemming zou ik graag een tijdje in Feil willen logeren om uiteindelijk mijn zorgen in de Maas te gooien.

Rivier van Vergetelheid, misschien wel het mooiste boek dat ik in lange tijd heb gelezen. In ieder geval voor dit moment.

 

NIEUW, gadverdamme

Op mijn achttiende was ik eigenlijk al een oude opa. Ik zag er weliswaar nog niet zo uit, maar allerlei muziekvernieuwingen konden me al gestolen worden. Soms pakte ik een nieuwe groep mee, maar vaak ook niet. Ik vond het niet zo erg om niet hip te zijn, of cool, of vet. Dat laatste word je trouwens vanzelf wel als het echte opa-stadium dichter bij komt, maar dat terzijde.

Ook allerlei snufjes op het gebied van stereo en hifi, nu worden dat steevast heel nieuwerwets gadgets genoemd, interesseerde me niet bovenmatig. Goed, ik vond het best aardig om op vakantie een moppie muziek mee te kunnen nemen, maar als het er niet was, vond ik het ook best. Toen de leeftijd van het autorijden aanbrak, moest ik gewoon van A naar B en dat deed ik beter met een solide auto. Of er nu ABS, VTS of anderszins buitenissige en geilmakende nieuwigheden in zaten, van mij hoefde het niet. Ik rijd inmiddels bijna vier jaar een Volvo 850 uit 1995, niet een auto voor de PC Hooftstraat en  al helemaal geen verlenging van mijn mannelijkheid.

Ik ben dus niet zo heel erg van nieuw. Des te harder kan ik lachen om allerlei reclames die iedere keer weer verbetering, verandering en vooral vernieuwing aankondigen. Waspoeders zijn vernieuwd, al jaren lang. Verouderingscrêmes worden ieder jaar onder nauwgezette wetenschappelijke begeleiding vernieuwd. De meest onbenullige kok, kan met de vernieuwde sausen van merk A in een keer de keukenprins uithangen, immers het is nieuw. En wat te denken van de constante evolutie op het gebied van maandelijkse ongemakken van de vrouw. Absorptie-vermogen sterk verbeterd, vormgeving wordt aangepast aan de nieuwe onderbroekenmode en het is een tijd heel nieuw geweest dat vleugels ernstig noodzakelijk waren. Ik kan niet meepraten over nut of noodzaak van de vernieuwingen, maar constateer slechts dat de marketeers gigantische creatieve mensen zijn en consumenten soms akelig domme koeiekoppen.

Ik zag de lol er nog wel van in als ik de reclameblokken zo langs zag komen terwijl ik met mijn oude vertrouwde Grolschje al zappend op de bank zat. Toch begin ik het verzadigingspunt allengs te bereiken. Al jaren horen we dat Europa aan de man gebracht moet worden, we moeten gaan geloven in een NIEUW Europa. Enige jaren geleden lieten allerlei spotjes ons weten dat we ook al niet goed konden autorijden, dus werd ons aangeleerd om te wennen aan het NIEUWE RIJDEN. Het nieuwe rijden???? Ja, het bestond al voor de invoering van de 130km zones. De laatste jaren wordt de term het NIEUWE WERKEN ook steeds meer gemeengoed. Dat schijnt thuiswerken te zijn om het NIEUWE RIJDEN te vermijden, maar dan weer anders. Vanavond kwam er nog iets bij zag ik op tv: ‘Het NIEUWE PINNEN.’

‘Jawel hoor, we deden het weer niet goed, we zijn allemaal randdebiel en we worden beter mens als we met zijn allen NIEUW gaan PINNEN. Bij voldoende deelname bereiken we gezamenlijk de orgastische staat van het NIEUWE PINNEN. Het pasje moet namelijk niet meer door de gleuf getrokken worden, maar moet in de gleuf geplaatst worden.’

Een waanzinnige jeukmoment was dat voor mij en recalcitrant als ik kan zijn, denk ik in mijn eerste opwelling dan; “Maar, ik doe lekker niet mee.” Omdat ik besef dat zoiets niet haalbaar is, verzoen ik me er maar mee dat de wereld gek is. Tegelijkertijd probeer ik na te gaan waarom dat woordje NIEUW zo’n allergische reactie opwekt bij mij.

Ik kan er zo snel niet opkomen.

Of toch wel? Leven we op dit moment niet onder de bezielende leiding van de NIEUWE POLITIEK. Sterk verbeterd, wetenschappelijk bewezen en handzaam NIEUW, dus vooral geen OUDE POLITIEK? Zou het zo simpel zijn, die NIEUWE POLITIEK?

VERNIEUWD? Driewerf gadverdamme

Man Cave

Op facebook word je op de hoogte gebracht van allerlei wetenswaardigheden en zo verschijnt al enige tijd dat een van mijn facebookvrienden dol is op de man cave. Had ik daar vorig jaar ook al eens niet iets over geschreven? Even op de documentenzolder kijken en ja hoor. Onderstaande blogje gaat er over.

Gisteren vielen alle puzzelstukje op hun plek. Ik wist in een keer wat er ontbeerde in mijn leven. Een man cave. Een plek waar je als man je mag gedragen als een echte Al Bundy, een plek waar je schaamteloos seksistische grappen mag maken, waar een scheet een uiting van welwillende overgave is en niet iets is om voor te schamen. En een boer is niet meer dan een logisch peristaltisch proces dat inherent is aan het drinken van een goed glas bier. Geen feministische scherpslijperij komt er aan te pas, geen fatsoensrakkers die je storen, gewoon een plek waar een man een man kan zijn. Per slot van rekening ‘A man has got to do what a man has got to do.’

Voorlopig was mijn eigen blog de plek ‘to be’ in dit kader, maar nu weet ik dat dit beter kan. Want op dit blog komen ook vrouwen, mijn moeder leest het per slot van rekening, dus al kan ik de schijn ophouden dat bloggen mijn eigen man cave is, mijn geweten haalt die vermeende testosteronvrijheid dan wel weer in.

Dus deze week maar gewoon een cake op week zes met, vooral liedjes en Europa.

Nederland gaat Europa in en we mogen trots zijn. Sieneke gaat ons vertegenwoordigen met Shallalie. Oef, nu heb ik het moeilijk als mens om hier niets over te zeggen, want het afbreukrisico en een traumatische ervaring voor het arme zeventienjarige kind is levensgroot. Ik wil daar geen bijdrage aan leveren, maar ik wil wel even een momentje stilte om alle verantwoordelijken voor het arme kind alle wijsheid mee te geven om haar netjes te begeleiden. Ik ben er niet TROTS op.

Een liedje van het zelfde kaliber, het is tenslotte bijna carnaval, is “Ik heb een zachte G, maar ook een harde  L” . Het zal vast heel kolderiek zijn in het hosgebeuren, maar mij zakt de boks van mijn reet.

Over Europa gesproken, het is toch maar goed dat Balkenende, die van de Balkende B (= bullshit) niet de eerste Europese president is geworden, want die was vast niet zo daadkrachtig opgetreden als onze Zuiderbuur Herman van Rompuy. Die weet alle Europese leiders wel te mobiliseren voor maandelijks overleg. En dat is hard nodig, want na IJsland met Ice-Save, dreigt door Griekenland de Europese beschaving ruim tweeduizend jaar na dato wederom meegenomen te worden in een eeuwenlange degeneratieve toestand. Toen pikten de Romeinen het nog wel op en stelde het proces nog een tijdje uit. Maar van de Italianen hoeven we ook niets verheffends meer te verwachten.

Misschien kan Nederland ondanks ‘Shallalie’ en die harde L weer eens een deuntje meezingen op het wereldtoneel. Te beginnen met een paar stoere gouden medailles op de Winter Spelen en onze politieke Jolly Joker zal er zeker garen bij spinnen. U weet wel, niet natuurlijk die man uit Venlo met zijn zachte G, over zijn L doe ik verder geen uitspraken. Nee, die ander van Trots op Nederland. Zij zal ongetwijfeld uitgroeien tot de hedendaagse Jeanne D’Arc van het nieuwe Europa. Vandaag heeft ze de eerste stap gezet door haar partij al een nieuwe naam te geven. Trots op Nederland wordt simpelweg TROTS, dus ook op Europa denk ik dan. Misschien wel met ROTS Rita als opvolger van Rompuy. Vandaag kwam ze het soppend vertellen bij ‘De wereld draait Door’ op de haar bekende mediageile wijze.

In 2011 zal ze zeker meedoen met het Eurovisie Songfestival tevens haar carnavalshit. En dan is het dweilen met ‘ Ik heb een harde G, maar ook een natte K….’

Ik zei u toch, mijn blog is ook een beetje mijn man cave.

Sorry mam.

Daar komt de zwarte vogel / Ludwig Hirsch

Op 28 november 2011 maakte een van de lezers van dit blogje me erop attent dat Ludwig Hirsch op 24 november 2011 gestorven is. Hij zou het lichamelijk lijden als gevolg van kanker niet meer dragelijk hebben gevonden en heeft zich gesuïcideerd. Zie ook navolgende link op de fanpage.

BLIJFT STAAN ZIJN KWALITEITEN en dit blog beschouw ik dan als een eerbetoon aan een man die ik pas onlangs heb leren kennen als artiest.

 

Er zijn van die momenten dat bij je voorraadje ‘joi de vivre’ de bodem in zicht is, tenminste dat heb ik wel eens. Een dipje kun je het noemen en als de dipjes in een kort tijdsbestek elkaar opvolgen, dan is het heel hard zoeken naar voldoende levenslust.

Och, een depressie is een veel te groot woord voor die gemoedstoestand, al vallen de blaadjes op het moment met bosjes. De stoepen zijn zelfs bijna omgetoverd tot heuse glijbanen, als een waarschuwing dat een barre koude winter in aantocht is. U ziet het al,  zelfs de weerskundige toekomstperspectieven worden beïnvloed door de karige voorraad ‘joi de vivre’.

De gelijkenis met het gebrek aan zout in het begin van dit jaar doemt op. Daar waar zout de sneeuw laat verdwijnen, of in ieder geval een minder weerbarstige materie wordt voor de mensheid, zo moet levenslust een probaat middel zijn voor weltschmerzen. Een stemming die ervoor zorgt dat je boos en gefrustreerd raakt door allerlei wereldse zaken die ver boven je macht liggen. Je piekert over de mismaakte voortvarendheid van ene Rutte. “Who the hell is Rutte?” Je ziet ineens overal bruine stropdassen, dat kan toch niet een vooraf bepaald modebeeld zijn door allerlei nichterige modeontwerpers? Nee, je bent er zeker van dat het een propaganda stunt is van duistere krachten. Obama krijgt gevoelige politieke klappen en stelt zich deemoedig op. In de VS lijkt het potje joi de vivre ook al op en daar kunnen ze niet eens psychische bijstand krijgen, want niet in het ziekenfondspakket.

Och, je piekert zelfs over de woorden ‘joi de vivre’ en ‘weltschmerzen’. Zijn die Duitsers nu veel somberder? De Fransen zijn volgens mij niet vrolijker.

Tja, als je zaterdagmiddag wordt goed gemaakt met het draaien van een handdoekenwas want dat is zo lekker gemakkelijk vouwen, dan ben je niet het zonnetje in huis, een droefsnoet eigenlijk.

Onlangs, geheel onverwacht kwam er een mailtje van een oud-collega via de Youtube-service. Ik kende haar voorliefde voor bepaalde Duitstalige muziek en somtijds was ik ontvankelijk voor haar enthousiasme. Ze stuurde me het volgende liedje van Ludwig Hirsch – Komm grosser schwarzer Vogel.

 

Met die zwarte vogel kun je alle kanten op, zelfs een desastreuze richting, maar voor mij is het vooral een idyllische vlucht. Een vlucht zonder oplossingen weliswaar, maar even lekker meevliegen met het warme stemgeluid van Ludwig Hirsch en de sprookjesachtige, bijna religieuze tekst van hem.

Een aanrader dus voor alle droefsnoeten, melancholici en treurnieten om even ‘weg’ te zijn. Voor de echte zwartgalligen is dit Duitse liedje mogelijk een contra-indicatie.

Met de groeten en een sprakeloze service even de tekst,van het web geplukt, zonder de juiste umlauten etc.

Komm grosser schwarzer Vogel, komm jetzt!
Schau, das Fenster ist weit offen,
schau, ich hab Dir Zucker auf’s
Fensterbrett g’straht.
Komm grosser schwarzer Vogel, komm zu mir!
Spann’ Deine weiten, sanften Fluegel aus
und leg s’ auf meine Fieberaugen!
Bitte, hol mich weg von da!
Und dann fliegen wir rauf, mit in Himmel rein,
in a neue Zeit, in a neue Welt,
und ich werd’ singen, ich werd’ lachen,
ich werd’ “das gibt’s net” schrei’n,
weil ich werd’ auf einmal kapieren,
worum sich alles dreht.
Komm grosser schwarzer Vogel, hilf mir doch!
Press’ Deinen feuchten, kalten Schnabel
auf meine wunde, auf meine heisse Stirn!
Komm grosser schwarzer Vogel,
jetzt waer’s grad guenstig!
Die anderen da im Zimmer schlafen fest
und wenn wir ganz leise sind,
hoert uns die Schwester nicht!
Bitte, hol mich weg von da!
Und dann fliegen wir rauf, mit in Himmel rein,
in a neue Zeit, in a neue Welt,
und ich werd’ singen, ich werd’ lachen,
ich werd’ “das gibt’s net” schrei’n,
weil ich werd’ auf einmal kapieren,
worum sich alles dreht.
Ja, grosser schwarzer Vogel, endlich!
Ich hab’ Dich gar nicht reinkommen g’hoert,
wie lautlos Du fliegst,
mein Gott, wie schoen Du bist!
Auf geht’s, grosser schwarzer Vogel, auf geht’s!
Baba, ihr meine Lieben daham!
Du, mein Maedel, und du, Mama, baba!
Bitte, vergesst’s mich nicht!
Auf geht’s, mitten in den Himmel eine,
nicht traurig sein, na, na, na,
ist kein Grund zum Traurigsein!
Weil ich werd’ singen, ich werd’ lachen,
ich werd’ “das gibt’s net” schrei’n,
weil ich werd’ auf einmal kapieren,
ich werd’ gluecklich sein!
Ich werd’ singen, ich werd’ lachen,
ich werd’ “das gibt’s net” schrei’n,
weil ich werd’ auf einmal kapieren,
ich werd’ gluecklich sein!
Ich werd’ singen, ich werd’ lachen,

TIJD, vriend of vijand

Tijd
Eindeloos en zo beperkt
Waait voorbij, ongemerkt
Somtijds een magistrale dwingeland
Het leven ‘in moeten’ verzand

 

Tijd
On(be)grijpbaar, maar zeer beslissend
In vloek en zucht het leven wissend
Je leven voorbij, maar wat gedaan?
In dat somtijds eindeloze bestaan.

Tijd
Vriend of vijand in het menslijk leven
‘k Weet het niet, het is om het even
Tijdloos zweven of de tijd verdreven?
Ik zal er mee moeten leven.

Charles Lewinsky/ De verborgen geschiedenis van Courtillon

‘Het lot van de familie Meijer, dat is een fantastisch boek voor jou.’

Mijn vrouw heeft dit vaak tegen me gezegd. Net zo vaak realiseren we ons dat het boek is uitgeleend. Haar aanbeveling is me veel waard, want van die typische vrouwenboeken zal ze me nooit aanraden. Als dan ‘De verborgen geschiedenis van Courtillon’ van Charles Lewinsky voorbij komt, neem ik dat als alternatief. Dat klinkt oneerbiedig, maar zo is het niet bedoeld, integendeel. ‘De verborgen geschiedenis van Courtillon’ is een heel fijn boek. De hunkering naar ‘het lot van de familie Meijer’ wordt daarmee des te groter.

De wijze waarop Charles Lewinsky mij in de verborgen geschiedenis van Courtillon heeft gekregen, kan ik het beste omschrijven met ‘Zuigen’.

De eerste zin al:

‘De wereld is duizend passen lang.’

Vervolgens worden die duizend passen, Courtillon, relatief droog en feitelijk weergegeven. De ik-figuur, een leraar Frans uit Duitsland, schrijft als het ware een brief aan een voormalige geliefde die vooral ongelezen moet blijven. Later in het verhaal blijkt dat de liefde die hij voelde voor een leerlinge, een onmogelijke liefde is. De hoofdpersoon verblijft in Courtillon als een soort banneling, hij kon niet meer functioneren op school.

De leraar wordt geaccepteerd in Courtillon, maar is vooral ook een buitenstaander. Hij kijkt en luistert naar en drinkt met de lokale bevolking. Gaandeweg het verhaal komen meerdere details van de geschiedenis naar boven en de dorpelingen krijgen een meer uitgelezen karakter. De geschiedenis maakt dat iedere dorpeling zijn plaats krijgt en verdient, maar voor een buitenstaander is de geschiedenis niet altijd begrijpelijk. Ook actuele gebeurtenissen krijgen via de dorps tamtam hun eigen plaats in die geschiedenis. Omdat de hoofdpersoon steeds meer meekrijgt van het dorp, ontkomt hij er niet aan dat hij langzaam maar zeker zijn status als observant en figurant kwijt raakt en een onderdeel uit gaat maken van de dorpsgeschiedenis.

De verborgen geschiedenis van Courtillon

Charles Lewinsky

Signatuur

2010

In dit kader wil ik graag een stuk uit het boek aanhalen, niet eens wetende of ik hiermee auteursrechtelijk wel conform de wet handel. Ik waag het erop, want ik vind het een prachtig tekst:

(p. 253)

‘Het mag een toeval zijn.

We hebben godsdiensten bedacht en er kerken voor gebouwd en brandstapels voor opgericht, alleen omdat we de gedachte niet kunnen verdragen dat er geen web is van verbanden en consequenties, dat er alleen om ons wordt gedobbeld en er niemand is die de dobbelbeker schudt, omdat we niet willen toegeven dat ons leven uit de tijd rijst als deeg uit een machine, een kleverige vormloze massa, en pas achteraf, als alles voorbij is, geleefd en gestorven, kneden we de gebeurtenissen, geven we er vorm aan, vlechten we er broden en kransen van, beweren we dat het zo was omdat we bedacht hebben dat het zo geweest zou kunnen zijn.

Als we iets hebben beleefd, als we door iets zijn geleefd, moeten we het net zo lang vertellen en vertellen tot we het erover eens zijn, met onszelf en met de anderen, wat voor soort verhaal het was, een legende of een klucht, een tragedie of een parabel, tot we overeen zijn gekomen wat er is gebeurd, en dat is dan ook gebeurd. Soms worden we het niet eens en dat vinden we de ander dom of kwaadaardig, soms worden twee volken het niet eens en dan voeren ze oorlog tegen elkaar, eeuwenlang, en het gaat dan niet eens om recht of onrecht, maar alleen om verhalen en wie mag bepalen hoe ze verteld moeten worden.’

Ik vind de bovenstaande tekst een prachtige beschrijving van wat we instinctief allemaal al wel weten. Wie heeft het recht om het verhaal te vertellen en wie bepaald de geschiedenis en daarmee de gemeenschapszin. Dat geldt voor Courtillon, maar ook voor iedere familiegeschiedenis, nationale geschiedenis en zelfs de mondiale historie.

Charles Lewinsky beschrijft de verborgen geschiedenis van Courtillon op dusdanige wijze dat het voor de hoofdpersoon uiteindelijk een rond verhaal wordt en daarmee ook voor de lezer.

Tijdens het lezen kwam bij mij onwillekeurig het vergelijk met het boek van Philippe Claudel (Het verslag van Brodeck) naar boven. Voor de kritische lezer van dit blogje kan mogelijk enige ergernis naar boven komen, want boeken zijn vaak niet te vergelijken. Misschien niet, maar ik heb te maken met mijn eigen referentiekader en daarin zit de positieve ervaring met het genoemde boek van Claudel. Dus naast de verschillen tussen beide boeken, vind ik de beklemming van de kleine dorpsgemeenschappen in beide boeken indringend goed geschreven, zuigend als het ware.

Ik eindig met een puntje van kritiek. Lewinsky voert de lezer mee via de hoofdpersoon in zijn ordening van gedachten en overpeinzingen met betrekking tot de dorpsgeschiedenis. Daarbij wordt de lezer soms letterlijk meegevoerd. De hoofdpersoon licht dan een tipje van de sluier op van een stukje geschiedenis of gebeurtenis, maar corrigeert zich ter plekke, want eerst moet er nog iets anders verteld worden. Het geeft de zoektocht binnen Courtillon en haar geschiedenis duidelijk weer en zorgt voor een inkijkje in het inburgeringsproces van de Duitse leraar in de dorpsgemeenschap. Het zou mijn keuze niet zijn geweest.

 

Charles Lewinsky

Naar mijn bescheiden mening mag dit boek goed beoordeeld worden: 8

==============================================================

ANDERE BOEKERVARINGEN BEOORDEELD

Boeken lezen, voor mijn bovenal een prettig tijdsverdrijf. Soms wordt ik er ingezogen, soms koester ik de taal en soms ‘slechts’ tijdspassering. Maar ik vind er altijd wel iets van of het nu literair is of niet. Geheel losgekoppeld van de eisen van de middelbare school beoordeel ik mijn leesvoer. In de volle overtuiging dat mijn eigen socialisatieproces hier debet aan is en vooral ook mijn eigen beperkingen. Het mag de pret niet drukken om cijfers uit te delen.

Mijn kleine Waanzin / Jan Brokken                                                                            7+

Winter in Madrid / C.J. Sansom                                                                                   8-

Harry Potter en de relieken v.d. dood /J.K. Rowling                                           7,5

De nazi en de kapper/ Edgar Hilsenrath                                                                    8-

Afrika / Jan Brokken                                                                                                         7,5

Pauperparadijs / Susanna Jansen                                                                              7,5

De Schaduw van de wind / Carlos Ruiz Zafón                                                          8+

De overgave / Arthur Japin (Na 200 pag. opgegeven)                                          5-

Erasmus en het poldermodel / Herman Pley                                                           7

Het woeden der gehele wereld / Maarten ’t Hart                                                   8-

Het verslag van Brodeck / Philippe Claudel                                                          8,5

De hand van mijn moeder / Nafisa Haji                                                                     7+

Knielen op een bed violen/ Jan Siebelink (na 250 pag. opgegeven)               5

Kleine landjes -berichten uit de Kaukasus / J.B. Cortius                                    7

Caesarion / Tommy Wieringa                                                                                        8

Harlekino / Tessa de Loo                                                                                                 8-

Grijze Zielen / Philippe Claudel                                                                                    8

Het Rozeneiland / Sanne Terlouw                                                                                7

Brug der Zuchten / Richard Russo                                                                                8-

Het diner / Herman Koch                                                                                                 7+

IJskastmoeder / Janneke van Bockel                                                                         7,5

God is Gek / Kluun                                                                                                               5

Duel / Joost Zwagerman                                                                                                   6,5

De hand van Fatima / Ildefonso Falcones                                                                 8-

Het zwijgen van Maria Zachea / Judith Koelemeijer                                             7,5

God’s Gym / Leon de Winter                                                                                            7+

Zoete Mond / Thomas Rosenboom                                                                                 7,5

Eenzaamheid van de priemgetallen / Paolo Giordano                                          8-

 De verborgen geschiedenis van Courtillon / Charles Lewinsky                         8

River van Vergetelheid / Philippe Claudel                                                                 8+

Het spel van de engel                                                                                                           7,5

Quadriga / F. Springer                                                                                                          7-

Sonny Boy / Annejet van der Zijl                                                                                       7,5

 

Er zijn altijd Naturträne / NINA HAGEN

Nina Hagen is in de Here, tenminste dat las ik vandaag in een rondslingerende Esta. Nu ben ik over het algemeen niet meteen geneigd om een stukje te lezen als Jezus op iemands levenspad is gekomen. Mijn eerste neiging is dan altijd het wat lacherig weg te wuiven. Mijn tweede reactie is die van onverschilligheid en pas in derde instantie maakt zich een mate van toegeeflijkheid van mij meester. Uiteindelijk vind ik dat ieder zijn contactpersonen hier en in hogere sferen zelf maar moet uitzoeken Daarbij hoop ik van ganser harte dat iedereen daarbij  een grote mate van zorgvuldigheid betracht. Dat is beter voor je eigen gezondheid en meestal ook voor je sociale omgeving.

Nina Hagen heeft dus God ontmoet en daarmee drugs, alcohol en het ‘hoeren& snoeren’ afgezworen. Met het beeld dat ik van Nina Hagen heb, lijkt me dat een verstandige keuze. Maar ook bij Nina Hagen doe ik eerst wat lacherig, gevolgd door een schouderophalende berusting en dan pas dringt het tot me door dat ik eigenlijk wel blij ben voor haar. In het geval van Nina Hagen lijkt me het heel rustgevend. Omdat ik Hem zelf nog niet tegengekomen ben, ik zoek hem trouwens ook niet, mag ik ook Nina Hagen niet de maat meten. Ik ben oprecht blij voor haar. U mag hieruit afleiden dat ik het stukje inderdaad gelezen heb, want Nina Hagen ‘verheiratet mit Gott’ is toch opmerkelijk nieuws.

Ik ben geen fan van Nina Hagen, maar ik heb ook geen afkeer van haar persoon, integendeel. In flarden heb ik wel eens stukjes optreden gezien waarbij ik op zijn minst gebiologeerd heb zitten kijken. Het heeft er niet voor gezorgd dat ik muziek van haar kocht. Ik was geen punker, in eerste instantie te jong, maar later ontwikkelde ik me tot een ietwat ingetogen persoonlijkheid, daar paste geen extravagantie bij, zoals ik punk toen zag. Ik was ook niet boos en over mijn toekomst maakte ik me ook geen zorgen.

Nina Hagen was meer een mediafenomeen samen met Herman Brood. Ik heb me dan ook nooit laten verleiden tot het ophangen van posters op mijn puberkamer, want Nina Hagen mag dan Unbeschreiblich weiblich zijn, ik had toen toch andere normen voor mezelf vastgesteld.

Later, toen de hype al voorbij was, heb ik kennisgemaakt met het nummer “Naturträne’  en dat vond ik fantastisch. En nog steeds. Ik moest er vandaag weer aandenken toen ik las dat ze de herkomst van die natuurtranen heeft gevonden, namelijk God.

En als God bestaat, dan heeft Hij Nina in ieder geval gezegend met een prachtige stem en heel veel expressie, onstuimig zelfs. Naturträne past derhalve bij ieder weertype, ook de somberheid van vandaag.

Offnes Fenster präsentiert
Spatzenwolken himmelflattern
Wind bläst, meine Nase friert
Und paar Auspuffrohre knattern

Ach, da geht die Sonne unter:
Rot, mit Gold, so muss das sein.
Seh ich auf die strasse runter,
Fällt mir ein Bekannter ein

Prompt wird mir’s jetzt schwer ums Herz
Ich brauch’ nur Vögel flattern sehen
Und fliegt main Blick dann himmelwärts,
Tut auch die Seele weh, wie schön!

Natur am Abend, stille Stadt
Verknackste Seele, Tränen rennen
Das alles macht einen mächtig matt
Und ich tu’ einfach weiterflennen…
Aaaahhhh…

Eigenlijk is Geer W. gewoon een k*tmarokkaan!

Onderstaande stukje schreef ik als nieuwjaarsopening van het blogjaar 2008. Is er veel veranderd sindsdien? Ja, maar eigenlijk ook weer niet. Het kan verkeren.

 

Allereerst wil ik aan alle lezers van dit blog (en natuurlijk de niet lezers) de beste wensen voor 2008 toezenden. Alle (niet)lezers? Ja, alle (niet)lezers dus ook Geert W. en dat deel van de Marokkanen dat zich mag rekenen tot de elitegroep ‘Kutmarokkanen’. Ten tweede kondig ik bij deze één van mijn goede voornemens aan die rechtstreeks betrekking heeft op mijn blogambities namelijk: ‘Na deze bijdrage op 2 januari 2008, waarin sprake is van een heuse anti-Wildersdiarree, zal ik Geert een heel jaar lang niet benoemen, bespreken of tackelen. Een heel jaar lang, volgens mij is dat moeilijker dan stoppen met roken.

In zijn jonge jaren, 3 à 4 jaar terug, plachtte Geert nog te roepen: ‘Ik ben niet tegen de Islam, slechts tegen de uitwassen van de Islam!’ Op zich is dit nog een te rechtvaardigen standpunt. Ik ben ook tegen uitwassen, of dit nu gaat om uitwassen van de Islam, de RKK of politieke bewegingen, ik ben er gewoon op tegen. Nu heeft voortschrijdend inzicht bij Geert ervoor gezorgd dat de Islam in zijn geheel een uitwas is geworden. Een uitwas waarvan? Ik denk van de meest krankzinnige gedachtenkronkels van Geert zelf. In het radioprogramma ‘Standpunt nl’ zei Harry Mens, geen echte representant van de door Geert c.s. in het leven geroepen verfoeide linkse kerk, dat Geert een patiënt van zichzelf is geworden. Duidelijker kan ik het niet beschrijven en in het kader van de privacy-wetgeving zal ik dan ook niet verder roeren in de zieke geest van Geert, een van de redenen om hem dit jaar niet meer te benoemen. Ik gun hem ook zijn zielenrust, na vandaag dan.

Dan de link met de Kutmarokkanen. Geert wil doorlopend meer respect. Hoplá, daar ontwaar ik een déja-vu bij mezelf als hulpverlener. Regelmatig kom ik in aanraking met criminele jonge Marokkanen. Bij een aantal hoef je maar een beetje tegengas te geven of het woord ‘maar’ in de mond te nemen of je word belaagd met de woorden: ‘Respect man, jij discrimineert.’ Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat het soms hard werken is om niet de hele groep (criminele) Marokkanen te gaan haten. (Tegenoverdracht heet dat in vakjargon.) Er is echter slechts een heel klein beetje relativeringsvermogen nodig om te concluderen dat de grote groep jonge Marokkaanse justitiabelen ook niet trots is om met politie en justitie in aanraking te zijn gekomen. En dan te bedenken dat ik het overgrote deel van de Marokkanen nooit zal treffen! Slechts een ietsiepietsie relativeringsvermogen is er maar voor nodig. Wat rest, en dat is een feit, er zijn Kutmarokkanen die alleen maar respect willen en geen greintje respect hebben voor anderen. En dat heeft Geert W. ook, hij wil wel respect maar heeft dat zelf niet in zich, of laat het in ieder geval niet zien. Mogelijk een van de symptomen van het patiënt zijn?

Een ander symptoom is de mate van besmettelijkheid, want hij is toch ruim vertegenwoordigd in de Kamer. Wie vertegenwoordigt hij dan? Bange mensen, mensen die heel hard roepen dat de Haagse kliek maar potverteerders zijn die geen weet hebben van het dagelijks lijden van de gewone man in het Nederland dat in ras tempo aan het islamiseren is? Ik weet zeker dat er terecht mensen door het leven gefrustreerd zijn en dat de overheid hen niets te bieden heeft. Ik ken de volkswijken in Arnhem, Nijmegen, Ede en Utrecht. Die mensen neem ik ook niet kwalijk dat ze zich bewust hebben laten infecteren door Wilders. Dat zijn mensen die gemiddeld vaker te maken hebben met Kutmarokkanen, Plurkturken of een schreeuwende blingbling Antilliaan. Soms zien zij echter niet meer dat ook tuig van de richel van Nederlandse afkomst, echte jongens van Jan de Witt, een (belangrijk) aandeel hebben in de narigheid in hun buurt. Het zij zo en het is de taak van een ieder, jawel een ieder, om ook deze terecht gefrustreerde mensen mee te laten delen in de welvaart, maar vooral ook het welzijn.

Ik durf zelfs te beweren dat bijvoorbeeld de nieuwjaarsongeregeldheden, buiten de zogenaamde Vogelaarwijken, voor een belangrijk deel veroorzaakt zijn door Wilders-aanhangers. Een boude uitspraak? Nee hoor, in ieder geval niet ongenuanceerder dan Geert W. dat in de regel denkt te moeten doen. En conform de filosofie van Geert W. behoeft er ook geen nadere uitleg gegeven te worden. Het is gewoon zo.

Moraal van dit verhaal?
Er zijn Kutmarokkanen, Kutturken, Kutantillianen, zo u wilt Kutpolen en Kutnederlanders, maar bovenal zijn er Kutpolitici en die zijn het allerergst. De actie van Doekle Terpstra om iets aan het integratieprobleem te doen, onderschrijf ik dan ook van harte, het is ook een Kutprobleem en er moet samengewerkt worden om alle negatieve symptomen te behandelen.
Zo, vanaf nu zal ik in 2008 Geert W. niet meer noemen op mijn blog. Vanaf nu is het dus ‘Hij die niet genoemd mag worden’, analoog aan de boeken van Harry Potter.

Een droefsnoetig blogje, echt waar.

Moet een blog altijd hoogdravend zijn. Nee, natuurlijk niet, de blogwereld is al vergeven van betweterige ‘ik vind dat de wereld anders moet’. Soms bezondig ik me eraan, de wereld is nog niet verbeterd, dus waarvoor doe ik het eigenlijk. Maar dat kun je je bij zoveel afvragen, dus tot een subliem tegenargument op me weg komt, zal ik af en toe de wereld mijn ongezouten mening geven. Ze ziet maar wat ze er mee doen.

Nee, ik kom met een heel pathetisch huis-tuin en keukenblogje, alledaags leed betreffend, al zal ik er geen altruïstische zelfhulporganisatie voor op kunnen richten, zo triest is het eigenlijk. Het betreft mijn eigen verslavingsgedrag namelijk en dan niet roken, gokken of drinken, laat staan seks of drugs. Nee, het is een veel geniepiger afhankelijkheid, namelijk een stupide spelletje genaamd Bejeweled. Ik speel de tweede versie en eigenlijk al jaren lang, eigenlijk bijna net zolang als ik op internet ben aangesloten. Hedenmiddag speelde ik voor de zoveelste keer Bejeweled in de hoop mijn eigen record van ruim 2 miljoen te verbeteren, maar wederom geen succes.

Mijn laatste spelletje met geen record en geen roem.

Om te voorkomen dat mensen nu al afhaken, moet ik misschien uitleggen waar het over gaat. Luister en huiver, voor de mensen die niet weten wat Bejeweled is.

‘Een scherm van ongeveer 100 diamantjes in de verschillende kleuren worden gepresenteerd en het is de bedoeling om 3 op een rij te krijgen, beter nog 4 op een rij en de echte Bejeweled speler komt tot orgastische hoogte bij 5 op een rij. Dit kan door er twee van plaats te verschuiven. Lukt dit dan knalt een waarlijk vuurwerk uit je scherm, je puntenaantal loopt en nieuwe kansen om verder tegen de tijd te spelen worden uitgekeerd.’

En wat kun je ermee winnen? Helemaal niets, maar dan ook helemaal niets. Je kunt hooguit je eigen record verbreken, maar dat is me al meer dan driekwart jaar niet gelukt. Mijn streven om op de ‘list of fame’ te komen, al is het maar een uurlijst, is me ook niet gelukt, laat staan dat ik in de top 10 van beste spelers in één week ben gekomen. Dus waar doe ik het voor? Het is niet sexy om tijdens de pauze op je werk een verhaal aan te kondigen dat je dat weekend is lekker heb zitten ‘bejewelen’. Ik kan u verzekeren, collegiale achting kun je er niet meer verdienen. En inmiddels weet ik dat ook je zelfrespect niet gekieteld wordt.

Hedenmiddag heb ik voor de aardigheid eens uitgerekend hoeveel tijd ik aan Bejeweled heb besteed. Ik denk in die tien jaar zeker een heel collegejaar gespendeerd te hebben aan een stom, nietszeggend spelletje. Ik denk richting 2000 uur, zonder te overdrijven.

Waarom?

Ik heb mezelf altijd wijsgemaakt om me te concentreren en ideeën op te doen voor een wereldverbeterend blogje of in ieder geval een leuke dijenkletser. Ik weet nu beter, het is vooral om niet na te denken over dagelijkse beslommeringen of minder dagelijkse zaken waarvoor ik op dat moment toch geen oplossing weet. Het voorkomt weliswaar intensief ‘mindfucken’, maar het leidt verder ook tot niets, misschien wel het absolute niets.

Wat voor geweldige boeken had ik in die tussen tijd niet kunnen lezen, misschien wel eentje schrijven. Ik zou bij de Open Universiteit misschien wel tien vakken op het gebied van sociologie, geschiedenis of psychologie hebben kunnen doen. Ik had mogelijk qua kilometers de hele wereld over kunnen fietsen, hoewel ik vaak ’s avonds speelde en een fietstocht dan niet heel aannemelijk is. Ik had een taal kunnen leren.

Dus, met bovenstaande inzichten heb ik besloten om voor de komende zomervakantie me te bekwamen in het Portugees, het land van onze vakantiebestemming. Ik leer de basisbeginselen van de grammatica en stel me tot doel 1000 woorden in mijn actieve vocabulaire te verwerven.

Nu nog iemand die me wel overhoren?

Verslaafd aan Bejeweled 2, dan ben je de weg goed kwijt!