Wandelen rond de hoogmis. Neder. Herv. Kerk te Achlum

Even buiten Achlum (Fr) was ons vakantieverblijf, ’t Nije Bûthús, een woning op het Friese platteland. Bijna iedere avond probeerde ik de ideale foto te maken van de ondergaande zon, met het kleine dorpje en de kerk als middelpunt in de skyline. De eerste avond was de rode ondergaande zon overweldigend, een vuurrode bal, direct naast het dorp. Enkele minuten later was de bal verdwenen en een felrode gloed verscheen als een soort ‘Heilige Geest’ boven Achlum. Helaas had ik geen fototoestel bij me. De poging de zon te vangen was voor mij de reden om op 22 augustus 2010 de Nederlands Hervormde kerk te bezoeken in mijn reeks ‘Wandelen rond de hoogmis’.

 

 

 Aanvankelijk wilde ik een katholieke kerk bezoeken, want voor mij geldt een beetje ‘onbekend maakt onbemind’. Naast een aantal oecumenische diensten heb ik slecht één keer een protestantse dienst meegemaakt. Een beetje drempelvrees was er wel. Ik wilde me beter voorbereiden, dus aanvankelijk koos ik voor de katholieke kerk aan de haven in Harlingen. Maar ja, de zon bleef maar ondergaan in Achlum. Dus het diepe maar in en ik toog naar de Nederlands Hervormde Kerk van Achlum.

 

 

 Tijdens de vakantie bezocht ik de elf steden in Friesland. De provincie, maar ook rondom Achlum, viel me de gemoedelijkheid al op. In Achlum groette bijna iedere automobilist of fietser. Achlum is een zeer kleine gemeenschap, die heel hard moet werken om het dorp leefbaar te houden. Een eigen website moet een bijdrage bieden. In het achterhoofd heb ik het boek van Geert Mak over Jorwerd en hoe God er verdween. God is in Achlum nog niet verdwenen, de Hervormde kerk staat midden in de gemeenschap, al is er geen supermarkt of snackbar meer. Dat is allemaal geschiedenis. Trouwens de historie van Achlum is prachtig gedocumenteerd door Klaas van der Pol, eveneens op internet te vinden. Een absolute aanrader voor geschiedenisfreaks.

 

Zondagmorgen dus, en ik mag mezelf een schouderklopje geven voor de plichtsbetrachting. Ik geef u te doen om half negen op te staan in de wetenschap dat vijf uur ervoor het laatste borreltje nog verorberd werd. Eigenlijk best calvinistisch dat plichtsbesef, niet die biertjes natuurlijk, dat was eerder Bourgondisch.

Alleen de buurvrouw was bezig in de tuin, verder was het stil, alsof de ochtend voor de mensheid nog niet begonnen was. Een wandeling van een klein kwartiertje was nodig om de kerk te bereiken en halverwege klonken de kerkklokken. Ik zou zeker op tijd komen. 

 

De historie van de kerk in Achlum gaat ver terug.

 Via de zijdeur kwam ik in een gangetje en aan het einde links de kerk in om zo spoedig mogelijk in de laatste kerkbank kruipen om een totaaloverzicht te hebben. Een compleet andere kerkindeling bracht me ernstig van mijn stuk. Over de hele lengte stond een soort van tribuneopstelling met zicht op de preekstoel. Licht verbouwereerd liep ik de hele kerk door en wilde zo snel mogelijk de achterste kerkbank induiken, maar de klapdeuropening was aan de andere kant. Een vriendelijke Friese kerkganger onderbrak zijn gesprek en wees me de weg. Nog even werd ik opgehouden door een knipje om het deurtje te kunnen openen, maar dan kon ik toch plaatsnemen op de tribune, mijn luister- en observatiestek voor de komende tijd. Ik was namelijk op de hoogte van de spreekwoordelijke lengte van de preken, dus de gebruikelijke drie kwartier in de katholieke kerk kon ik op mijn buik schrijven. 

 

Foto uit het archief van website van en over Achlum zelf. Mijn eigen foto’s waren mislukt, te veel beweging. Maar deze is ook bijzonder mooi en veel is er nog niet veranderd volgens mij. 

De dominee kwam met vijf casual geklede mensen binnen. Twee van hen, een man èn een vrouw, bleken later met de collectezakjes rond te gaan. Een lange blozende en gebruinde man heette de gemeente welkom. Hij is met zekerheid een ouderling, maar kwam toch ontspannen over. De gezangen en Psalmen waren via een schoolbord bekend en ik was alert genoeg het gezangenboek mee te nemen in de consternatie bij binnenkomst. Toen de organist inzette bij het eerste gezang dacht ik:

‘De volumeknop mag wel een beetje zachter.’

Maar tot mijn verbazing wist de gemeente er wel weg mee en de pakweg vijftig aanwezigen galmden lustig mee, alsof ze een wedstrijdje deden met de organist. En gezien de leeftijd van de meesten, weliswaar iets jonger dan ik gewend ben in de katholieke kerk, een hele prestatie. De meeste liederen waren ouder dan 200 jaar, dus hier geen gedoe dat de liedjes te nieuwbakken zijn. Het zal beslist interessant zijn om de kerkelijke historie van de gezangen aan een inspectie te onderwerpen. Ik besluit me echter te richten op de preek, die als ik goed heb opgelet door dominee Kroon uit Beetgemermolen ‘Verkondiging’ werd genoemd.

Na de dienst hoorde ik dat hij niet de vaste voorganger is, maar deze week mevrouw Reitsema-Ferwerda vervangt.

 

Dominee Kroon kondigde tijdens de opening aan dat hij Genesis 3 wilde bespreken. Een hele uitdaging. want heel lang heeft hij niet over Adam en Eva durven preken.

‘Het roept zoveel vragen op.’

Dat klopt, want met een beetje logistieke en biologische kennis is de geschiedenis van Adam en Eva gemakkelijk te ontkrachten. Ik ben benieuwd. De voorganger memoreerde nog de heerlijkheid van de stilte in de kerk, in tegenstelling tot de drukte van alledag. Ik kan het beamen, al vind ik Friesland behoorlijk stil.

In de preek kwam hij terug op de stilte, het Huis van Stilte, in dit geval de kerk van Achlum. De heer Kroon veralgemeniseerde de wens tot stilte tot de maatschappelijke context.

 

‘Wanneer ben je maar met één ding bezig in een tijd van multitasken? Wie gaat er tegenwoordig in de tuin zitten en doet niets, geen radio, geen boek en geen telefoon?

Niemand, we luisteren niet meer naar één stem, er zijn altijd meerdere stemmen aanwezig.

 Ik kan niet meer met hem eens zijn, we zijn druk, druk, druk. We stapelen de prikkels op en als we niet uitkijken, worden we horendol. In eerdere stukken op mijn blog heb ik al eens afgevraagd of autisme nu toeneemt of dat de maatschappij autistisch wordt. Een eensluidend antwoord op die vraag heb ik niet, maar ik weet wel dat de maatschappij rusteloos is met negatieve gevolgen voor veel mensen. Een contemplatief moment in de kerk kan ik dus erg waarderen.

 

Op momenten dat ik niet naar de dominee keek of geen aantekeningen maakte was dit het beeld dat ik had. Een model van de kerk op een oude piano.

 

‘Zelfs in de kerk zijn we vaak met meerdere dingen bezig, al is het maar om het pepermuntje te zoeken.’

 

Ik had geen pepermunt, maar ben wel bezig met mijn nek. Ik vond de preekstoelopstelling niet prettig. Ik kijk graag naar de plek waar het geluid vandaan komt en moest constant schuin naar boven kijken, een belasting voor mijn nekspieren. De volgende keer ga ik hoger zitten. Ik vind het trouwens sowieso vervelend, een dominee boven de gemeente, maar dat is vast een kwestie van wennen. Desondanks lukte het me goed te luisteren en vooral veel aantekeningen te maken, ik durf alleen niet te beweren of dit de gewenste ‘stilte’ is.

 

 

 ‘Adam en Eva in de Tuin van Eden kenden al meerdere stemmen, naast de stem van God was er de stem van de slang. Toen waren er al twee stemmen door elkaar. En ik vertel dit verhaal niet om nog eens aan te tonen dat de hedendaagse last allemaal veroorzaakt wordt door de slang die Eva zou hebben verleid. Het verhaal van de slang is niet dat de mens hopeloos verloren is, machteloos in zijn doen en laten en troosteloos in het lijden. Dat is niet de boodschap.’

 

Goed zo. Ik ben allang over het stadium dat alles uit de Bijbel letterlijk genomen moet worden. Er moet gezocht worden naar symboliek en levenswijsheden.

 

‘Veel mensen, net als Eva, horen meerdere stemmen en kunnen zich niet meer concentreren op die ene Stem. En dat is niet dankzij het lot, de natuur, de Goden of God zelf. Je hebt je lot in eigen handen om die Stem te horen. We worden te veel afgeleid door andere stemmen in het leven.’

 

Nu begrijp ik dat de core business van dominee Kroon is mensen te overtuigen van die ene Stem en ik vind dat hij dat beeldend doet met een consistent verhaal. Ik haal eruit, op basis van mijn eigen levenservaring dat luisteren naar die ene Stem heel belangrijk is. Of die stem nu God is of eerlijkheid en zuiverheid naar jezelf en je medemensen, de kern van het leven, doet niets af aan de preek. Een mens is snel afgeleid van hetgeen wezenlijk is in zijn of haar leven. Ik denk namelijk, al zou er één Stem zijn, dat de mensen die ene Stem ieder op hun eigen manier interpreteren zonder dat de ene uitleg beter of slechter is. Iedereen moet op zoek naar zijn eigen Stem. De dominee en ik zijn het hier niet helemaal met elkaar eens, maar ik kan dominee Kroon nog steeds goed volgen. Zeker als hij zegt:

 

‘Hebben Adam en Eva bestaan? Ze bestaan nog steeds, hier en nu. Heeft de slang daadwerkelijk gesproken? In 1926 heeft dit tot een van de vele scheuringen in het protestantisme geleid naar aanleiding van de bevindingen van dominee Buskus. Maar dit terzijde, ook de slang spreekt nog steeds in vele gedaanten. Maar ook God bestaat nog steeds en spreekt nog immer.’

 

Wijze woorden en een constructieve preek, maar als de dominee met een voorbeeld komt over de vele stemmen in ons leven, frons ik mijn wenkbrauwen.

 

‘Wat doe je als een collega die niet in God gelooft, vriendschap met je wil sluiten. Je vrouw is tegen, maar je accepteert de vriendschap. Je luistert naar een andere stem dan die ene Stem.’

 

Wat zegt dominee Kroon nu dan, begrijp ik het niet helemaal? Natuurlijk kan ik niet buigen op goed onderbouwde Bijbelkennis, maar mijn kennis van de Nederlandse taal is ruim voldoende. Moet de man naar zijn vrouw luisteren? Hoewel ik dit grappig vind, is dit niet conform gangbare Bijbelse opvattingen. Of mag je geen vriendschap sluiten met een niet gelovige omdat zoiets zou afleiden van die ene Stem? Als hij dat bedoelt, dan ben ik het er niet mee eens, sterker nog, ik denk dat mijn Stem de vriendschap zou aanmoedigen. Vriendschap sluiten kan nooit aanleiding zijn voor het doof worden voor de Stem.

 

 

Ik weet niet hoe hij het heeft bedoeld, ik kan het niet meer navragen. Nadat de laatste combinatie van zang en orgel wegstierven, stelde de dominee zich bij de kerkdeur op en gaf iedereen een hand. Terwijl ik de foto’s maakte, merendeels mislukt helaas, ben ik te laat om nog uitleg te vragen. Eenmaal buiten werd ik aangesproken of ik van de pers ben. Na mijn ontkenning, meld ik wel dat ik een blogje maak over de dienst en deze zeker richting Achlum, de gemeente en naar dominee Kroon zal sturen.

 

Mijn eerste niet katholieke wandeling rond de Hoogmis zit er op, na één uur en tien minuten sta ik weer buiten. Ik moet zeggen dat van de dienst werk is gemaakt. Het begin, de preek en de afsluiting hadden een duidelijk verband, hiervoor hulde. Er zat voldoende stof in om over na te denken en het is nu eenmaal zo als je veel s()preekt, is er voor de buitenstaander ook veel om het niet eens te zijn, of niet te begrijpen.

 

Terug naar ons tijdelijke huis, is het nog steeds stil en de zon schijnt niet. Gelukkig heb ik enkele foto’s kunnen maken van de zonsondergang boven Achlum al verbleken die bij die ene foto in mijn hoofd. Helaas kan ik dat niet delen, maar de wandeling wel.

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Pathetisch einde van mijn jeugd / SUPERTRAMP

Vroeger wilde ik altijd volwassen worden, want dat stond voor mij gelijk aan evenwichtig en doordacht, in ieder geval niet kinderachtig. Het was (en is) een grote teleurstelling dat je hierop kunt wachten tot Sint Juttemis. Ik heb het immers bij mezelf amper kunnen constateren, bij veel anderen evenmin. Gelukkig had ik dat al snel door en heb deze teleurstelling inmiddels min of meer verwerkt. De volgende vraag doet zich dan voor ‘Wanneer eindigt je jeugd?’ Is dat bij je 18e, wanneer je je eerste baan hebt, wanneer je kinderen krijgt, of op het moment dat je ouders sterven? Ik heb eigenlijk nooit stil gestaan bij die vraag, maar na 44 jaren, 135 dagen en ongeveer 20 uur op deze Aarde te hebben voortbewogen, wist ik het ineens. Het moment dat mijn jeugd ten einde is, is nabij.

Zaterdag 3 oktober 2010 ergens tussen 19.00 en 23.00 uur. Er is geen twijfel mogelijk.

KEULEN – Maanden heb ik uitgekeken naar het moment dat ik samen met mevrouw Sprakeloos naar het concert van Supertramp in Keulen zou gaan. Ze spelen weliswaar een dag later in Arnhem, maar agendatechnisch kwam dat niet uit. En met het concert plakten we een lang weekend Keulen erbij. Het is immers helemaal geen straf een aantal dagen in Keulen te verblijven. Integendeel.

We kwamen er achter dat Supertramp, hoewel zeker niet dagelijkse kost in huize Sprakeloos, warme gevoelens opriep bij ons. Zelf had ik een Keulse onkel Hans und tante Else, die bij een bezoek in Nederland mijn broertje en mij altijd enige Duitse Marken toeschoven. Het was een dusdanig bedrag, dat ik in één keer in staat was het dubbelalbum van Supertramp ‘Paris’ te kopen. Mijn allereerste LP, en ik was er helemaal weg van. We hebben het dan over 1981 en terugkomend van school luisterde ik toen dus Supertramp.

School

I can see you in the morning when you go to school
Don’t forget your books, you know you’ve got to learn the golden rule,
The teacher tells you stop your playin’ get on with your work
And be like Johnnie – “too-good”, don’t you know he never shirks
– he’s coming along!

After school is over you’re playing in the park
Don’t be out too late, don’t let it get too dark
They tell you not to hang around and learn what life’s about
And grow up just like them – won’t let you work it out
– and you’re full of doubt

Don’t do this and don’t do that
What are they trying to do? Make a good boy of you
Do they know where it’s at?
Don’t criticize, they’re old and wise
Do as they tell you to
Don’t want the devil to
Come and put out your eyes

Maybe I’m mistaken expecting you to fight
Or maybe I’m just crazy, I don’t know wrong from right
But while I am still living, I’ve just got this to say
It’s always up to you if you want to be that
want to see that
want to see it that way
– you’re coming along!

(opname Arnhem 5 oktober 2010)

Na genoten te hebben van rust, cultuur en zonneschijn in de Keulse binnenstad, liepen we naar de andere kant van de Rijn op weg naar de Lanxess Arena, blij met de kaartjes in mijn binnenzak. We waren ruimschoots op tijd en als een van de eersten zaten we op onze plaatsen, dronken een biertje en zagen langzaam maar zeker de mensen binnenstromen, sporadisch enkele twintigers, iets meer dertigers, maar vooral veertigers en vijftigers. Bijna allemaal koppels en bij het zien van ‘die anderen’ kijk je in de spiegel van je eigen ziel. Het is een soort thuis komen al twijfel je nog ernstig of dit wel je thuis is.      Hier ergens heb ik mijn jeugd achtergelaten

(Take the long way home)

But then your wife seems to think you’re losing your sanity,
oh, calamity, is there no way out?
Does it feel that you life’s become a catastrophe?
Oh, it has to be for you to grow, boy.
When you look through the years and see what you could
have been oh, what might have been,
if you’d had more time.
So, when the day comes to settle down,
Who’s to blame if you’re not around?
You took the long way home
You took the long way home………..

 (Studio-opname met clip)

Met nog een biertje kijk je je vrouw aan, knijpt haar in haar hand en zend haar je liefste glimlach, terwijl je meteen beseft dat je ogen niet helemaal meedoen. Je bent immers naarstig opzoek naar je verleden, je toekomst, zodat je amper kunt beseffen dat je het in het hier en nu moet beleven. Alle levenslogica lijkt in een split second te zijn verdwenen, heel even maar, en bij het terugkomen bij jezelf staat ALLES je helder voor de geest, hoewel de vragen blijven.

(Logical song)

When I was young, it seemed that life was so wonderful,
a miracle, oh it was beautiful, magical.
And all the birds in the trees, well they’d be singing so happily,
oh joyfully, oh playfully watching me.
But then they sent me away to teach me how to be sensible,
logical, oh responsible, practical.
And then they showed me a world where I could be so dependable,
oh clinical, oh intellectual, cynical.

There are times when all the world’s asleep,
the questions run too deep
for such a simple man.
Won’t you please, please tell me what we’ve learned
I know it sounds absurd
but please tell me who I am
I said now watch what you say they’ll be calling you a radical,
a liberal, oh fanatical, criminal.
Won’t you sign up your name, we’d like to feel you’re
acceptable, respectable, oh presentable, a vegetable!
Oh Take it take it yeah!

But at night, when all the world’s asleep,
the questions run so deep
for such a simple man.
Won’t you please, please tell me what we’ve learned
I know it sounds absurd
but please tell me who I am,
Who I am x 3 !!!

De band komt op en zo’n tienduizend soortgenoten, peno- en menopauzers van veelal Duitse kunne, verwelkomen Supertramp. Enthousiast, maar vooral ook ingetogen. Veel intgetogener dan menig herinnering zal zijn bij het terughalen van jeugdbeelden en Supertramp. Een midlifecrises enthousiasme misschien?

Het gevoel verdwijnt echter snel en koude rillingen lopen me over de rug bij de eerste tonen van de bekende stemmen en ik word rechtstreeks in mijn hart geraakt als de saxofoon in het concert betrokken wordt. Toch zal het melancholische gevoel nog tijdens het concert met regelmaat als zachte regen neerdalen.

( It’s raining again)

You’re old enough some people say
To read the signs and walk away.
It’s only time that heals the pain
And makes the sun come out again.

C’mon you little fighter
No need to get uptighter
C’mon you little fighter
And get back up again.

Met volle teugen geniet ik van de fantastische muziek en tegelijkertijd weet je dat het einde nabij is bij het zien van de band, het publiek en de spiegel in jezelf. De jeugdherinneringen vervormen zich langzaam maar zeker tot jeugdsentimenten in het leven van een vierenveertig jarige (+ 135 dagen en ruim twintig uur). Je wordt heen en weer geslingerd in tegenstrijdige gevoelens.

(Breakfast in America)

I’m a winner, I’m a sinner
Do you want my autograph
I’m a loser, what a joker
I’m playing my jokes upon you
While there’s nothing better to do

Terwijl de muziek van de band blijft komen, het is geweldig, het is kunstzinnig en overweldigend, maar je dromen dalen neer in het hier en nu.

(Dreamer)

I said
Far out, what a day, a year, a life it is!
You know,
Well you know you had it comin’ to you,
Now there’s not a lot I can do

En natuurlijk dromen kan nog steeds, het fantaseren is vanaf nu is de fantasie van een 44-plusser die beseft dat zijn jeugd definitief is afgesloten.

Dus volwassen geworden, stabiel en evenwichtig? Dat dan weer niet, maar toch anders.

(From now on)

Guess I’ll always have to be
Living in a fantasy
That’s the way it’s got to be
From now on

Yes I’ll always have to be
Living in a fantasy
Though it won’t be really me
From now on

You think I’m crazy I can see

It’s you for you, and me for me
Living in a fantasy
From now on

PS. En toch is het oneerlijk, wat zeg ik, de misdaad van de eeuw dat je beseft dat je jeugdigheid is afgelopen. Wat voor acties ga je ondernemen?

Crime of the century

Now they’re planning the crime of the century
Well what will it be?

(Live in Köln 3 oktober 2010)

Zoete Mond / Thomas Rosenboom

Voor het eerst in mijn serie boekervaringen had en heb ik de neiging om eens te gaan kijken wat anderen nu van het boek ‘Zoete Mond’ vinden. Ik heb zojuist de laatste bladzijde gelezen en ik ben blij dat ik doorgegaan ben, maar regelmatig overviel me het gevoel: “Wat moet ik er mee.”

In mijn boekenkast staat nog een ongelezen werk van Thomas Rosenboom namelijk ‘Publieke Werken’ , maar door niet nader te verklaren omstandigheden kwam ‘Zoete Mond’ . Ik was niet meteen razend enthousiast om het boek te beginnen, maar de doorslag gaf dat het zich in de omgeving van Duiven afspeelde, een decor dat nog weinig schrijvers, geheel ten onrechte trouwens,  tot de verbeelding spreekt.

Met name de vraag wat ik er mee moest, bracht me in de verleiding om eens te kijken wat anderen er van vinden. Dit is echter tegen mijn principe bij de boekervaringsblogs, want de lol in lezen ligt vooral in het afstand nemen van verplichte nummertjes zoals die op de middelbare school zijn aangeleerd. Thema’s, motieven, leidmotieven en verklaring van titel of doorspitten van de psychologie van de hoofdpersonen, het kan me wat. Natuurlijk gebeurt dat onwillekeurig, maar dan bij voorkeur op basis van mijn eigen socialisatieproces met al zijn beperkingen.

Zoete Mond

Thomas Rosenboom

Querido Antwerpen/Amsterdam

2010

 

Korte beschrijving in eigen woorden

Zoete Mond van Rosenboom dus. Het begint met een gevangen witte walvis/ dolfijn die tijdens zijn vervoer ontvlucht, hetgeen goed is voor het dier. Vervolgens wordt de adolescent Rebert ten tonele gevoerd. Een jongeman op de vooravond van zijn studentenleven, waarvan hij zich voorstellingen maakt die niet uitkomen. Geen feesten, geen studentenleven en zeker geen vrouwen voor Rebert, terwijl hij het in zijn directe omgeving wel ziet gebeuren. Met name zijn huisgenoot Marc, kunst en modestudent, leeft het leven dat Rebert ogenschijnlijk zou willen leven. Voor Rebert is het reizen naar Wageningen en later naar Utrecht, alwaar hij zich tot een zeer goed student ontwikkelt. Zijn leven blijft echter behoorlijk mechanisch en plichtmatig. Al tijdens zijn studietijd werkt hij bij een dierenarts en komt na zijn afstuderen zelfs in de maatschap.

Gelijktijdig wordt een tweede hoofdpersoon opgevoerd, Jan de Loper, heer van Angelsdijcke. Een buitenissige rijke man die een zekere faam verkrijgt tussen de beide wereldoorlogen door wereldreizen, avonturen en grappen en grollen. Het leven dat Jan de Loper leeft kan gefinancierd worden door zijn rijke ouders. Jan de Loper vestigt zich in Angelen (volgens mij is dat Angerlo).

Rebert vindt in zijn reddende functie als dierenarts zijn vrouw en komt langzaam tot leven via haar. Hij krijgt vrienden en een sociaal leven, totdat het noodlot toeslaat en zijn vrouw bij een ongeluk overlijdt. Ondertussen ziet Jan de Loper dat zijn de roem en reputatie tanende is, niemand zit meer te wachten op verhalen van een ‘oude gek’. Mensen maken in toenemende zelf hun avonturen. We hebben het over midden jaren zestig als beide hoofdpersonen elkaar tegen gaan komen in Angelen.

De een gedesillusioneerd door het lege leven zonder zijn vrouw en zijn onvermogen om zijn eigen leven te gaan leiden. In Angelen verwerft hij nog een zekere reputatie als onbezoldigd dierenarts/ dierenredder van allerlei kleine huisdieren. De ander suddert nog een beetje op zijn vergane glorie en als vrijgevig man verdient hij nog enig aanzien in het dorp. Af en toe heeft Jan de Loper nog een opleving, die echter niet meer aanslaat bij het grote publiek. Twee zonderlinge eenzame zielen komen elkaar af en toe tegen, maar lijken elkaar eerder als concurrenten te zien. De een zoekt contact met de buitenwereld, door toevalligheden en situaties te ensceneren, maar hij blijft introvert en op zichzelf. De andere probeert zijn extroverte persoonlijkheid in te zetten om opnieuw in het middelpunt van belangstelling te komen. Het lukt ze geen van beide, hoewel ze elkaar uiteindelijk toch echt zullen tegenkomen.

In het laatste deel komt de gevluchte witte walvis/dolfijn weer in het boek voor. Het dier is via de haven van Rotterdam in de Rijn terechtgekomen en zorgt in Europa voor veel roering. Ook in Angelen, waar de beide hoofdpersonen op hun eigen wijze de witte walvis in hun leven krijgen, of beter, hun leven proberen te keren door middel van de walvis. Hetgeen voor beide jammerlijk mislukt.

En wat vind ik van het boek

In het bovenstaande heb ik in vogelvlucht , ‘Zoete Mond’ beschreven. Een verhaal dat vrij minutieus de gedachtewereld van beide hoofdpersonen beschrijft, waardoor het boek in mijn optiek aan de ene kant een zeer indringend beeld geeft van binnenwereld van beide heren. Aan de andere kant is het erg filmisch beschreven met als gevolg dat er een onnodige stroperigheid insluipt. Juist deze tegenstelling maakte dat ik soms de neiging had om te kappen met lezen, aan de andere kant intrigeerden de hoofdpersonen wel. Hun ogenschijnlijke verschillen, maar vooral ook hun onmiskenbare overeenkomsten en de vraag die ik me stelde, hoe gaat hun onderlinge relatie aflopen. Die nieuwsgierigheid oproepende verhaallijn van Thomas Rosenboom heeft mij uiteindelijk over de streep getrokken.

Voor mij persoonlijk vind ik het erg leuk te ervaren dat het verhaal zich afspeelt in een omgeving die ik goed ken. Bovendien geeft juist de filmische wijze van vertellen een prachtig tijdsbeeld de jaren vijftig en zestig. Ook zie ik een prachtige parallel tussen de huidige tijd en de tijd waarin ‘Zoete Mond’ plaats vindt. Ook toen waren er grote veranderingen in het leven van alledag door technische vooruitgang door middel van radio, tv en ruimere vervoersmiddelen. Marc, oud kamergenoot van Rebert vervult hierin de wereldse leegheid van de reclamewereld, die voor huidige maatstaven aandoenlijk overkomt. Het dorp Angelen verandert mee, met als gevolg dat Jan de Loper zijn tijd niet meer kan volgen. Door de nieuwe sociale media tegenwoordig, wordt de wereld nog kleiner of bereikbaarder zo je wilt. Dit heeft gevolgen voor het sociale leven in dorpen en sociale gemeenschappen. Een analoge roman in de huidige tijd met soortgelijke hoofdfiguren is gemakkelijk voor te stellen. Deze eenzame mensen kunnen niet mee, maar hebben wel ambities. Door de jaren zestig te pakken, krijgen de hoofdpersonen iets romantisch en aandoenlijks, maar het lijkt vooral aan de personen te liggen, niet aan het tijdsbeeld.

Al met al een leesbaar boek, maar zal niet meteen aan een tweede Rosenboom beginnen. De eerlijkheid gebied te zeggen dat dit ook komt omdat de nieuwste van Maarten ’t Hart me toelacht en vraagt om gelezen te worden.

Mijn eindbeoordeling van dit boek op een schaal van 1 tot 10 is: 7,5

==============================================================

ANDERE BOEKBEOORDELINGEN

Boeken lezen, voor mijn bovenal een prettig tijdsverdrijf. Soms wordt ik er ingezogen, soms koester ik de taal en soms ‘slechts’ tijdspassering. Maar ik vind er altijd wel iets van of het nu literair is of niet. Geheel losgekoppeld van de eisen van de middelbare school beoordeel ik mijn leesvoer. In de volle overtuiging dat mijn eigen socialisatieproces hier debet aan is en vooral ook mijn eigen beperkingen. Het mag de pret niet drukken om cijfers uit te delen.

Mijn kleine Waanzin / Jan Brokken                                                                            7+

Winter in Madrid / C.J. Sansom                                                                                   8-

Harry Potter en de relieken v.d. dood /J.K. Rowling                                           7,5

De nazi en de kapper/ Edgar Hilsenrath                                                                    8-

Afrika / Jan Brokken                                                                                                         7,5

Pauperparadijs / Susanna Jansen                                                                              7,5

De Schaduw van de wind / Carlos Ruiz Zafón                                                          8+

De overgave / Arthur Japin (Na 200 pag. opgegeven)                                          5-

Erasmus en het poldermodel / Herman Pley                                                           7

Het woeden der gehele wereld / Maarten ’t Hart                                                   8-

Het verslag van Brodeck / Philippe Claudel                                                          8,5

De hand van mijn moeder / Nafisa Haji                                                                     7+

Knielen op een bed violen/ Jan Siebelink (na 250 pag. opgegeven)               5

Kleine landjes -berichten uit de Kaukasus / J.B. Cortius                                    7

Caesarion / Tommy Wieringa                                                                                        8

Harlekino / Tessa de Loo                                                                                                 8-

Grijze Zielen / Philippe Claudel                                                                                    8

Het Rozeneiland / Sanne Terlouw                                                                                7

Brug der Zuchten / Richard Russo                                                                                8-

Het diner / Herman Koch                                                                                                 7+

IJskastmoeder / Janneke van Bockel                                                                         7,5

God is Gek / Kluun                                                                                                               5

Duel / Joost Zwagerman                                                                                                   6,5

De hand van Fatima / Ildefonso Falcones                                                                 8-

Het zwijgen van Maria Zachea / Judith Koelemeijer                                             7,5

God’s Gym / Leon de Winter                                                                                            7+

Zoete Mond / Thomas Rosenboom                                                                                 7,5

Eenzaamheid van de priemgetallen / Paolo Giordano                                          8-

 De verborgen geschiedenis van Courtillon / Charles Lewinsky                         8

River van Vergetelheid / Philippe Claudel                                                                 8+

Het spel van de engel                                                                                                           7,5

Quadriga / F. Springer                                                                                                          7-

Sonny Boy / Annejet van der Zijl                                                                                       7,5

 

Heel gewoon, Kom d’r bi-j, een jeneverstokeri-j/ NORMAAL

“Ich bin ein Berliner”

Een gevleugelde uitspraak van Kennedy in de moderne geschiedenis. Een oneliner die hout snijdt. Over vijftig jaar zal dit nog een begrijpelijke tekst zijn waarbij de meesten de historische context ongetwijfeld nog zullen begrijpen. Andere steden die kunnen buigen op een vergelijkbare kreet ken ik eigenlijk niet. ‘I ‘m living in de Big Apple’ komt daarbij het meest in de buurt. Het is dat New York dusdanige mondiale bekendheid heeft dat het niet per definitie een pathetische uitspraak is. Maar op de keeper beschouwd is New York niet meer of minder dan elke willekeurige andere stad. Goed, er wonen meer mensen, maar dat is dan ook alles. Een grove schatting van mij is dat er misschien wel vijftig steden in de wereld zijn die meer inwoners hebben. Toch zijn er velen die hun verblijf, tijdelijk of langdurig, in New York vergezelt laten gaan met een air van ‘nou, daar heb je niet van terug.’ Dat zul je bewoners van Mexico City, Karachi of enkele Chinese steden nimmer horen zeggen.

 In Nederland heb je iets soortgelijks, weliswaar op kleinere schaal, maar er is een categorie mensen die het wonen in Amsterdam en daarmee het Amsterdammer zijn erg bijzonder vinden. ‘Neij, moet je waitu, ik wown in Amsterdam, midden in de Paip. Dus…….?Dus wat, denk ik dan. Moet ik medelijden hebben met je omdat geluidshinder, parkeeroverlast en gebrek aan frisse lucht je parten speelt zodat je niet meer normaal kunt denken. Of moet ik nu tegen je opkijken? Uiteraard doe ik geen van beide. Ik vind Amsterdam een leuke stad om te zijn en een leuke stad om weer te vertrekken. Een mooie stad zoals er vele anderen zijn, in Nederland en daarbuiten. Geen reden om specifiek trots op te zijn. Net zo min als het statusverhogend is om te vermelden Fries, Groninger of Brabander te zijn.

Begrijpt u me misschien niet?

“Ik ben groots een Duivenaar te zijn.!!!!

Dat is toch zielig? Meteen denk ik dan waarop die Mokummers, Friezen of Brabo’s dan zo trots zijn? Waaraan meten zie die fierheid? De grootte, de mate van uitzondering of het aantal kroegen, musea of hoerententen? Of is het gewoon een beperkt ego dat jengelt om bevestiging omdat ze niet gewoon blij kunnen zijn met de plaats waarin ze wonen of geboren zijn.

Bovenstaande tekst is enorme lange brug om tot mijn eigenlijke onderwerp te komen, want u had waarschijnlijk niet door dat dit een muziekcolumn was. Echt waar.

Een groep Nederlanders heeft zich de laatste decennia pas een beetje geëmancipeerd in het trots zijn op hun achtergrond, hun tongval, taal of dialect, hoe u het ook maar noemen wilt. Dat zijn de Achterhoekers. Hun voorganger is jarenlang Benny Jolink van Normaal geweest en hij doet dat op bescheiden schaal nog steeds. Een fenomeen in de Achterhoek en inmiddels voor een groot deel van Nederland.

Ik weet dat dit ten Westen van Utrecht niet altijd begrepen wordt en de term provinciaal vooral een hele negatieve lading heeft. Maar och, wat maakt dat uit, emancipatie is vooral een beweging die de groep zelf verheft en waarbij het niet nodig is om je eigen vreugde, of trots zo u wilt, te meten aan het geluk of de eigengereidheid van anderen. De Achterhoeker is dus trots en terecht.

En even voor de goede orde, Duiven is geen Achterhoek, want leer mij de Westerling kennen die alles ten Westen van Utrecht en tussen Groningen en Nijmegen al snel Achterhoek noemt. Ik weet het, te bizar voor woorden, want wanneer je Leiden in de kop van Noord-Holand plaatst, wordt er al snel aan je geestelijke vermogens getwijfeld. Ik wil daarmee zeggen dat ik niet aan zelfpromotie doe, integendeel.

Ik vind De Achterhoek leuk en Benny Jolink met zijn band Normaal een topgast.

Wat is er trouwens mis met boeren? Zondag gaan we weer met miljoenen kwijlen bij het programma ‘Boer zoekt vrouw’ waarbij de mooie en ideale schoondochter Yvon Jaspers de plattelandse romantiek toont.

Graag wil ik een nummertje met u delen. Het repertoire is vanaf 1975 bijna oneindig en ik vind het moeilijk om een representatief liedje te kiezen. Ik heb het uiteindelijk gevonden in ‘De jeneverstokeri-j. Een boertig liedje dat vrolijk, simpel, maar in mijn optiek ook zo tijdloos en alleszeggend is.

Ik zou zeggen, luistert en geniet en zing vooral uit volle borst mee. Geneer u niet.

 

 

Ik heb speciaal slechts een beeld in het filmpje gemaakt. Allereerst dat leidt niet af van de tekst. Iets anders kan ik trouwens ook niet.

Hej ’t al geheurd, ‘t mot gisteren zijn gebeurd

Zie hebt bij Manus Mazzelkamp een inval gedoan

Ik heb altied al gedacht da’k iets aan Manus zag

Jeneverstokeri-j had ie op de dèle stoan

Toen de politie kwam op het erf sjouwen

Was Manus net begonnen een jenevertjee te brouwen

Hie had toen weinig keus, hie pakte toen een deus

Die dijen vol met flessen schreeuwen met een rooie neus

Kom d’r bi-j (4x)

In mien illegale jeneverstokeri-j

Kom d’r bi-j (4x)

Twee kwartjes veur een borrel en de toegang die is vri-j.

De stoere hermandad, dach bi-j zien eigen wat
Kan ’t ok verdommen, zunde van ’t jenevertjeee
As wi-j dit zaakjen meldt, dan kost ‘m dat völ geld
Wi-j holt ’t onder ons en dan is iedereen tevree
Wi-j doet veur disse keer een rechteroogjen dicht
Manus draaien deur tot an ’t ochtendlicht
Der wier ok noageproat deur de gemeenteroad
Zie hielden ’s margens vrog een polonaise op de stroa

Kom d’r bi-j (4x)

In mien illegale jeneverstokeri-j

Kom d’r bi-j (4x)

Twee kwartjes veur een borrel en de toegang die is vri-j.

Moar Manus hiel gin moat
Zie vonnen um langs de stroat
Doar lag hi-j te kreperen
Zien leaver was niet best
De rest van ’t stel was niet te pas
En vuulen zich onwel
Moar zie bunt allemoal op de begrafenis gewes

In de ri-j (4x) met ’t verlies van Manus was niemand bli-j
Kom d’r bi-j (4x) Noa ’t condoleren ston een pötjen pils der bi-j

Kom d’r bi-j (4x) as wi-j schuunsmarcheren kump d’r nog een pilsjen bi-j

Kom d’r bi-j (4x) Een borreltjen mag ok wel, maar nimmer dan slechts twe-j

Kom d’r bi-j (4x) Ie drinkt moar wat ie wilt, want in dit land bun ie doar in vri-j

Kom d’r bi-j (4x) En ai n keertjen niks drinkt bun je d’ andere murgen blij

God’s Gym/ Leon de Winter

De ingrediënten die Leon de Winter in zijn boek God’s Gym heeft verwerkt, geven een groot potentieel voor een fijn boek. Zonder uitputtend te zijn, noem ik: ‘Rouwverwerking, vader-dochter(kind) relatie, de Joodse zaak, de Palestijnse zaak, de Joods-Palestijnse zaak, vriendschap en bedrog.’ Misschien is dit wel een heel algemeen lijstje, dat op meerdere boeken van toepassing kan zijn. In ieder geval heeft het boek God’s Gym me aangenaam verrast.

 Een kleine toelichting op die aangename verrassing is noodzakelijk omdat ik zeker weet dat er voldoende mensen zijn die een boek van Leon de Winter standaard per definitie een leesfeestje vinden. Ik heb echter de onhebbelijke eigenschap om me iets aan te trekken van mijn al dan niet bekrompen (voor)oordelen over een schrijver. Harry Mulisch lees ik niet bijvoorbeeld ondanks zijn hooggeprezen ‘wannebe Nobel-status.’ Zo heb ik Leon de Winter altijd een te fanatieke verdediger van Israël gevonden, een beetje fundamentalistisch bijna. En het flauwe is dat ik niet eens zeker weet of ik dit moet baseren op feiten. In 2009 heb ik vluchtig een interview gezien met Leon de Winter waarbij ik mijn visie moest herzien. Ik vond hem genuanceerder dan ik voor ogen had Ook dit kan ik amper beargumenteren. Kortom ik stond open voor een De Winter die toevallig in huis rondslingerde. Trouwens Kaplan ligt amper belezen in de boekenkast, misschien krijgt het een nieuwe poging.

 Ik heb voor mezelf proberen te achterhalen wat het boek voor mij zo aardig maakte. Ik denk dat de volgende beschrijving recht doet aan mijn oordeel:

‘Een ogenschijnlijk realistische omgeving, met ogenschijnlijk normale mensen, zij het iets aan de bovenkant van de sociale ladder, worden geconfronteerd met bijzondere, bijna bizarre zaken, die op hun beurt het gewone leven niet in de weg lijkt te staan. De nadruk ligt hierbij wel op de laatste drie woorden ‘lijkt te staan.’ Want als je dochter door een motorongeluk sterft en de bestuurder (Errol, ook God genoemd) geeft zijn hele leven op, om uit schuldgevoel de vader Joop, hoofdpersoon in het boek, van dienst te zijn, dan is dit enigszins vreemd.

Als je als scriptschrijver door een oude schoolvriend wordt gevraagd een vermeende terrorist te volgen ten behoeve van de staat Israël en hem van informatie te voorzien, dan kun je stellen dat dit niet alledaags is.

Als een oude vlam, de vrouw die je als puber heeft ontmaagd, opeens weer in je leven komt als bevlogen boeddhist en de liefde blijkt weer op te bloeien hoewel je niets moet hebben van het zweverige van haar, dan wordt je door gevoelens heen en weer geslingerd.

Als diezelfde vriendin met een zogenaamde leraar komt die vanuit een gereïncarneerd verleden je opa zou moeten zijn, dan kijk je heel raar op. Het wordt nog vreemder als vanuit de kennis van/ of over de opa, je bij de Zwitserse bank recht heb op twee miljoen dollar nalatenschap, dan heb je nog maar weinig commentaar te leveren op dat rare boeddhisme van je oude vlam. En last but not least, als al die zaken sterk met elkaar verweven worden, dan heb je een spannend boek. Niet meer en niet minder.

 

Je hebt boeken die ervoor zorgen dat je in het verhaal gezogen wordt, dat is het boek van Leon de Winter niet. Het kan ook zijn dat ik weinig tijd heb genomen om de rust te vinden door te lezen. God’s Gym las ik vooral bij het slapen gaan, een of twee hoofdstukjes en dat was voldoende om de verhaallijn vast te houden.

 

Het boek begon wat vreemd. De proloog heet ‘De samenloop der omstandigheden op 22 december 2000’. God (de eigenaar van de sportschool en vermeend verantwoordelijk voor het ongeluk van zijn dochter) heeft allerlei omstandigheden bij elkaar geharkt die op een of andere wijze te maken zouden kunnen hebben met het feit dat de dochter van Joop Koopman die dag stierf. Toevalligheden, of toeval bestaat niet, voor de lezer is het in eerste instantie een opsomming van ‘droge’ feiten, die mogelijk later in het boek duidelijk zouden worden. Bij mij is dat niet echt gebeurd. Sterker nog, de epiloog blijkt terug te komen op die samenloop van omstandigheden, maar het bleef enigszins vaag voor mij. Met de epiloog en de vrij plotseling afloop van het boek, bleef bij mij een wat onbevredigend gevoel achter. Een kater is een te strenge kwalificatie, maar echt een fijne afsluiter van de dag was het boek niet.

 

Nu ben ik de eerste om toe te geven dat ik mogelijk niet alles begrijp van het boek, maar ook het lezen van een Leon de Winter is vooral een prettig tijdverdrijf voor mij, dus dan heb ik geen zin in allerlei zoekacties in het boek om alle eindjes precies aan elkaar te knopen. Zo goed vond ik het boek nu ook weer niet, maar in ieder geval goed genoeg om een volgende keer niet meteen het werk van Leon de Winter af te wijzen.

 

Bericht van een modehork. Of toch een kenner.

En soms komt de hulp uit onverwachte hoek en dat is fijn. U kunt zich voorstellen dat van een gemiddelde man de kennis en kunde op het modevlak door de andere sekse niet hoog wordt aangeslagen. Ik kan er mee leven en ze hebben groot gelijk als het om mijn persoontje gaat. Ik weet er weinig van en het interesseert me ook niet zo. Natuurlijk kijk ik wel om me heen, als het om mijn eigen kleding gaat, maar ik vind ‘middleoftheroad’ meestal goed genoeg. Ik ben inmiddels getrouwd en wervend gedrag hoef ik niet meer te vertonen en bovendien geldt: “Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.” Spreekwoordelijke tegenargumenten in de vorm van: “Kleren maken de man”, glijden moeiteloos langs mijn confectiekloffie af.

Toch ben ik af en toe een beetje op de hoogte, ik kijk in ieder geval wel om me heen en vind nog wel eens wat. Maar zoals ik zei, een autoriteit op dit gebied ben ik niet, dus wie luistert er naar mij.

Zo ben ik bijvoorbeeld een uitgesproken tegenstander van broekrokken die eind jaren zeventig in zwang raakten. Mijn afkeer was dusdanig groot, dat ik dit niet eens onder woorden kon brengen. Gelukkig zijn het slechts enkele hippe dames uit de Biblebelt die zich nog durven te tonen in deze kledij. Ik heb bovendien een hartgrondige afkeer van wijde pijpen. Dit kan ik wel verklaren, want met het hippiedom heb ik niet zo veel.

Het gebruik van leggings heeft ook, in mijn optiek, grootschalige beperkingen en is voor de meesten sterk af te raden. Ik heb sowieso ernstige twijfels bij zulke strakke kleding, voor hem en haar. Want wanneer je je kunt afvragen of je bloter bent zonder kleding, of met die nietsverhullende leggings, dan zit je fout. Maar dit terzijde.

Ik ben nooit op de hoogte van de aanstaande mode, mode overvalt me meestal. Als het om mezelf gaat, word ik pijnlijk geconfronteerd met te nauwsluitende shirts en overhemden. ‘Die is wel getailleerd’ hoor ik een winkeldame dan al roepen. Gelukkig meestal op tijd, zodat ik me er niet in hoef te wurmen als een volle varkensrollade. Was er vijf jaar geleden ook al ‘getailleerd’?

Ook het straatbeeld is soms in één keer anders, alsof er afspraken gemaakt worden op een geheime plek, waar ik blijkbaar niet uitgenodigd ben. Enkele jaren terug was het blijkbaar noodzakelijk om massaal je bouwvakkersdecolleté te showen, voor hem en haar. Belachelijk, het zit niet lekker zo’n zakkende broek. Jongens en jongensachtige mannen lieten daarbij niet zelden een exclusief duur onderbroekenmerk zien, nog belachelijker. Vrouwen lieten de wereld massaal weten dat ze een reetveter droegen. De zin van een reetveter is me tot op de dag van vandaag niet duidelijk en ik hoef het ook niet te weten. Gelijktijdig moesten de navelpiercings gepromoot worden. U begrijpt het al, ik was slechts zeldzaam een liefhebber.

Ook harembroeken vind ik het toppunt van vervuiling van de openbare ruimte en in een onhebbelijke bui zou ik kunnen uitroepen dat ze verboden moeten worden. In landen waar de sharia heel gebruikelijk is begrijp ik de ratio van een harembroek nog wel, maar waarom zouden we die hier tolereren?

Heel recent schijnen vrouwen zich uiterst hip en hot te voelen in een modernere versies van de harembroek, namelijk de harembroek in denim. Als ze dan gedragen worden met laarzen tot of soms zelfs boven de knieën, dan komt mijn geschiedkundige kennis goed van pas, want ik krijg allerlei rare associaties met de Tweede Wereldoorlog en het Derde Rijk van Hitler. En als ik dit van me af kan zetten, blijft de prangende vraag over: ‘Heeft ze nu in de broek gedaan of niet?’

En wat schetst mijn verbazing toen mijn vrouw lachend een stukje uit de Elle (Maart 2011, pagina 102) voorlas, mijn gelijk wordt door dit blad bevestigd.

Ik citeer letterlijk:

‘Mannen en mode zijn twee hobby’s die niet echt te combineren zijn. Ben je op je hipst uitgedost in een luipaardgewaad dan wel bloemensalopette gecombineerd met torenhoge fluoplateaulaarzen (?) waarvan je zelf dacht dat ze reuze sexy waren, en de mannen in je omgeving schieten onmiddellijk in de fight or flightpositie.’

Of

‘Vrouwen die wij vereren om hun uitgekiende cocktail van nonchalance en up-to-the-minute stijlvermogen vindt hij meestal raar en soms zelfs afstotelijk.

De conclusie van het stuk is dat mode voor vrouwen is en dat ook maar zo moet blijven. Een open deur uiteraard, want dat wist ik al. Echter mijn modegevoel is op één vlak feilloos: “Wat ik nu afschuwelijk, let op draagsters van denim spijkerbroeken, vinden veel dames soms een jaar later al, afschuwelijk.”

Dat ik zoiets heb kunnen dragen, onbegrijpelijk.

Mind my words.

Seks, gadverdamme

De lezer die nu een tirade verwacht, al dan niet geïnspireerd door een strenge edoch rechtvaardige Grote Regisseur, komt bedrogen uit. Ik zal niet pleiten voor strengere waarden en normen, of dat sex behouden moet blijven voor slechts gehuwden. Ook zal ik geen ouderwetse  bakkerpraatjes rondstrooien dat je doof wordt van masturberen dan wel een andere helse ziekte te verduren krijgt. Ook Pauselijke praatjes tegen condoomgebruik zult u hier niet aantreffen.

Maar, ook allen die verwachten hier een pornografisch verhaal aan te treffen, of erger nog deelgenoot te worden van Sprakeloze bedgeheimen, zullen met dit blog niet aan hun gerief komen. Verre van dat, want zij zullen zo mogelijk nog meer teleurgesteld worden dan streng gelovigen in God of Allah.

Seks, gadverdamme gaat hier niet zozeer over ethiek, maar over esthetiek. Niet over de  al dan niet esthetische kant van de daad zelf, maar over de bezoedeling van het woord seks an sich. Seks gadverdamme.

Wat een aanfluiting is de laatste (of voorlaatste) taalvernieuwing toch geweest. Taalverloedering op vele fronten is het gevolg geweest, maar zeker voor de sex. Wie komt er in godesnaam op het idee om sex in seks te laten veranderen. En dat dit idee dan ook nog eens omarmd wordt door vele weledelgeleerde dames en heren Neerlandici uit Vlaanderen en Nederland.

Sex met ks, het ziet er niet uit, maar bovenal is de internationalisering van het woord daarmee verdwenen. We doen het wel op onze eigen Germaanse wijze, de seks, niets geen sex meer. Het heeft iets xenofobisch, seks gadverdamme.

Maar naast het genoemde bezwaar is het vooral ook het zien van het woord ‘seks’. Dan lust je het toch eigenlijk niet meer?

De lettercombinatie ‘ks’ straalt helemaal niets uit, in tegenstelling tot het zwierige van de ‘x’. Prachtig die letter ‘x’, weinig in het publiek gebruikt en toch zo bekend.

Laten we die fraaie letter ‘x’ eens nader beschouwen. In de wiskunde, en inmiddels ook in het figuurlijke taalgebruik, staat de ‘x’ voor het onbekende, of beter gezegd het nog onbekende. De ‘x’ is ervoor om ontdekt te worden. Prachtig toch. Verder staat de x voor het kruis, dit hoeft verder geen betoog. De ‘x’ heeft ook iets geslotens en dat mag van mij, zolang het maar niets verbodens heeft. Kortom de ‘zwierige ‘x’ staat voor ontdekking.

Dan ‘ks’. Als we dit uiteenrijten dan blijft over de letter ‘k’. Een keiharde letter als u het mij vraagt. Was het niet Robert Long in het begin van de jaren tachtig, mogelijk al eerder, die de hele wereld in de letter K wist te persen. Hij had geen ongelijk, want de letter K die stond voor Kroeg, Kerk, Kut en Kapitaal. Onmiskenbaar hele belangrijke zaken die alle vier op een of andere wijze met sex te maken kunnen hebben. Maar de opsomming als geheel is keihard en veel te werelds. Dat dekt de lading niet.

Dan de letter ‘s’. Mijn eerste en enige opwelling is de slang. En of Eva  nu daadwerkelijk het kwaad in de wereld heeft veroorzaakt door middel van de verleidelijke praatjes van de slang, is me om het even. De metafoor van de slang en het kwaad staat gegrift in menig gedachtegoed. Het mag en kan dus niets met sex te maken hebben.

Als persoonlijk argument heb ik nog dat mijn vriendinnetje van de lagere school de initialen KS had. En ik kan u verzekeren, het was (en mogelijk is) een lief meisje, maar het had helemaal niets met sex te maken.

Kortom seks, gadverdamme, daarmee komen we niet verder in het Nederlandse taalgebied. Te hard, te onpersoonlijk en te xenofobisch. Ik denk dat we de seks maar snel moeten veranderen in sex. Maar ik denk niet dat dit seksloze kabinet hiertoe snel een wetsvoorstel zal indienen.

 

Het zwijgen van Maria Zachea – Judith Koelemeijer

Soms is een idee om een boek te schrijven erg eenvoudig, voor de handliggend simpel zelfs. De sleutel tot simpliciteit heeft Judith Koelemeijer gevonden in haar werk: “Het zwijgen van Maria Zachea.” Een boek lag al enige jaren bij ons in de kast zonder mijn warme aandacht. Waarom weet ik eigenlijk niet. Hoe besluit een mens om een boek te lezen?

Allereerst op aanraden van zijn omgeving of door de bekendheid van de schrijfster. In het geval van Koelemeijer ging dat niet op. Soms is een wervende tekst op de achterkant of een spectaculaire voorkant het duwtje in de rug om een boek op te pakken. Uiteindelijk heeft de ondertitel van dit boek de doorslag gegeven, namelijk, ‘Een ware familiegeschiedenis’. De laatste tijd heb ik meerdere romans gelezen die de ontwikkeling van families schetsten. Dat is goed bevallen. De foto op het boek van Koelemeijer, een zwart-wit foto van kinderen in ouderwetse badkleding, brengt spruitjeslucht naar boven. En hoewel zwart-wit foto’s op dit moment erg ‘hot’ zijn, was mijn vooroordeel niet ten onrechte. Echter, goed klaargemaakt zijn spruitjes soms erg lekker. In het geval beschouw ik Judith Koelemeijer als een goede kokkin.

Wat zijn de ingrediënten? Een eenvoudig recept dus. Men neme een zieke dame op leeftijd die op toerbeurt verzorgd wordt door haar twaalf kinderen. Naast een summiere weergave van de activiteiten van de verzorging, komen de verhalen van ieder kind en hun relatie met hun moeder, hun overleden vader en de andere broers en zussen voorbij. Omdat de eerste in 1934 is geboren en de jongste in 1953 komt er een prachtig tijdsbeeld voorbij, misschien inderdaad te beginnen met spruitjeslucht, maar als de jongeren voorbij komen, dienen andere, meer wereldse geuren zich aan.

Omdat de bereidingswijze misschien simpel is, mag volgens mij niet zomaar aangenomen worden dat er niet secuur te werk gegaan moet worden. Ik vind dat Judith Koelemeijer er in geslaagd is de familieverhoudingen mooi weer te geven, een hardwerkende tuindersfamilie met een groot potentieel tot studerend vermogen. De kansen voor de oudsten waren anders dan die voor jongeren. Meisjes en jongens hebben ook een andere kijk op het familiegebeuren en hun eigen rol in het geheel.

Eigenlijk zou iedereen met een pietsie schrijfvermogen iets soortgelijks moeten doen. Dan zou er een prachtig pallet van familiegeschiedenissen in Nederland ontstaan en daarmee een bijzonder beeld over de 20e eeuw. Want wie heeft er niet een heel scala aan ooms en tantes. Als ik naar mijn eigen familie kijk, waren ze bij mijn vader thuis met acht kinderen, bij mijn moeder met een minder.

Ogenschijnlijk hele normale families, net als de familie Koelemeijer, waarbij ik zeker weet dat meningen, opinie en kijk op het verleden van de verschillende broers en zussen aanleiding tot dynamiek zal geven en dus een potentieel boekwerk.

Een oud Nederlands spreekwoord zegt immers ‘Ieder huisje heeft zijn kruisje.’ Dat was te lezen bij het boek van Judith Koelemeijer en ten aanzien van het lief en leed bij de families van mijn ouders anders zijn. Zal er een rode draad te vinden zijn in het gemeenschappelijk geheugen? Zullen er ‘onbekende zaken’ boven komen?

Ik zal het niet te weten komen, want mijn inschatting is dat de belangstelling bij de verschillende ooms en tantes niet zal overstromen. Judith Koelemeijer heeft het gelukkig wel gedaan en verschafte mij daarmee veel leesplezier en het gevoel dat ik niet zover zal komen.

Het zwijgen van Maria Zachea

(Een ware familiegeschiedenis)

Judith Koelemeijer

Plataan 2001

Wandelen rond de hoogmis St. Mary -Star of the Sea Church te Hastings(GB)

Zicht op Hastings vanuit East Hill met op de voorgrond een kerk die de Church Saint Mary- Star of the sea, onzichtbaar maakt.

De wandeling van vader rond de hoogmis wordt in volledige harmonie ingemetseld in de vakantieplannen van de rest van het gezin. Op vakantie in Hastings aan de Engelse Zuidkust is een prachtig oud Engels huis betrokken. In de vakantievoorbereidingen had ik al gekeken of er een katholieke kerk in de buurt van dit huis te vinden is. Tot mijn grote geluk was op slechts vijf minuten loopafstand het doel van mijn wandeling al snel gevonden. De Saint Mary- Star of the Sea Church in de High Street te Hastings heeft op zondag twee missen, een om tien uur en eentje om half twaalf. Dat is een luxe denk ik met mijn kennis van de beperkingen die de katholieke kerk in Nederland heeft. De wandeling zou om kwart over elf beginnen zodat de ochtend in alle rust gestart kon worden.

Regenachtige blik op High Street met May Day versieringen aan de hekken

Hastings

De wandeling begon natuurlijk al eerder, namelijk de dag ervoor met de reis via Duinkerken naar Hastings, the Land of 1066. Dat wist ik natuurlijk wel, ergens opgediept uit mijn geschiedenisgeheugen. Maar Willem de Veroveraar is niet veel meer dan een naam uit de Engelse geschiedenis, hoe belangrijk ook voor de Engelsen. Ik heb er in ieder geval geen levendige beelden bij. Het plaatsje Battle, waar veel van de narigheid en oorlog met Willem de Veroveraar heeft plaatsgevonden ligt zo’n 15 miles van Hastings.

Trouwens ik heb in de hele periode niet precies geweten hoeveel een mijl is, dus ik hoop dat de Engelsen minder consequent zijn met hun snelheidscontroles dan hier in Nederland. Met name binnen de bebouwde kom had ik het gevoel af en toe te hard gereden te hebben, daarbuiten was ik eerder een veroorzaker van een rij auto’s achter me, dus daar maak ik me niet zoveel zorgen om. Maar dit terzijde.

We bezochten Battle op een wel heel regenachtige dag en de lust om eens echt in de geschiedenis te gaan graven was binnen ons gezin niet alom vertegenwoordigd. Een leuke coffeepub hebben we wel bezocht, maar veel wijzer over Willem de Veroveraar ben ik niet geworden. Hastings is trouwens niet uitgezocht op basis van een historisch besef, maar eerder op basis van beschikbaarheid van een passende accommodatie al dan niet met een katholieke kerk in de nabijheid. Ik wilde speciaal een katholieke kerk in Engeland omdat ik dacht dat het ging om een zeer verdrukte minderheid na het schisma door Henrik de Achtste. Dit bleek een misvatting want ruim 8 procent van Engeland is nog steeds (of weer) katholiek.

St. Mary – Star of the Sea Church

De wandeling naar Saint Mary – Star of the Sea Church

Alleen bij het horen van de naam van deze kerk, slaat mijn hart een beetje sneller, want dat kunnen ze, de katholieke kerk verzint de meest poëtische namen. Maria, Ster van de zee, prachtig. Minder goed ging het zoeken van informatie over de geschiedenis van de kerk. Op internet heb ik niets gevonden, maar ook in de kerk zelf heb ik weinig historische feiten kunnen vinden. Ik kan ze derhalve niet met u delen of een nuttige link ter beschikking stellen.

Iedereen was, mogelijk door het uur tijdsverschil om negen uur al klaar om te ontbijten en om half tien is in democratische eensgezindheid besloten dat ik niet om half twaalf, maar om tien uur mijn wandeling zou genieten. Ondanks mijn eigen instemming, voorvoelde ik al een race tegen de klok. Snel douchen, scheren en aankleden en dan nog de wandeling naar de kerk binnen een half uur. Een riskante onderneming, maar ik wil, onbekend met de mores van de Engelse kerkganger, een beetje fris tevoorschijn komen.

Met een stevige pas, zonder paraplu tegen de gestaag vallende Britse regen, kom ik iets na tienen aan. Ik had de klokken wel horen luiden, maar was niet zeker of ze bij de Saint Mary behoorden.

‘Shit’ zei ik even in vertwijfeling. Tegelijk dacht ik dat de Engelse taal voor religieuzen een fijner vloekmiddel kende dan in het Nederlandse taalgebied. Al weet ik dat een inmiddels overleden tante van mijn vader die vanaf 1945 in Engeland woonde, hevig verontwaardigd was van het ‘geshit’ van allerlei achterneven en nichten op een familiereünie.

In mijn moment van besluiteloosheid zie ik echter nog meer mensen de kerkdeur inschieten, dus zonder dralen loop ik achter hen aan. Na mij zullen er nog meer mensen volgen.

De dienst

Een beetje verregend, onwennig, zonder een misboekje of een liederenboek en tegen een pilaar aankijkend, zit ik op het eerste bankje dat ik bij na de kerkdeur tegenkwam. Ik moest daarvoor eerst nog in een soort van tussenstuk lopen waar zich meerdere mensen ophielden. Het was mij onduidelijk wat zij deden en of zij een functie hadden. Zij hadden middels twee grote ramen wel zicht op het gebeuren in de kerk.

Acclimatiseren en me instellen op de situatie in het hier en nu was mijn eerste doel. Dat is niet zo heel gemakkelijk onder de gegeven omstandigheden. Bovendien had het kerkbankje, het laatste in de rij minder voet- en beenruimte dan de anderen bankjes. Het nadeel hiervan zou ik later tijdens de dienst nog merken bij het staan, ik kon mijn voeten niet kwijt en om nu op het voetenbankje te gaan staan, terwijl gemiddeld al een halve kop groter was dan de gemiddelde kerkganger, vond ik ook geen optie. Het heeft me een serieus gevecht opgeleverd tegen kramp in mijn rechtervoet. Gelukkig wisselde het staan, zitten, maar ook knielen zich heel geregeld af, dus van een blijvende kwetsuur was geen sprake.

Met het ontbreken van meeleesmogelijkheden, moest ik terugvallen op mijn gehoor en mijn actieve kennis van het Engels. Om met het tweede te beginnen, durf ik te beweren dat ik bijna alles kan zeggen in het Engels dat ik kwijt wil aan mijn gehoor. Fraai is het zeker niet en de grammatica lap ik veelal aan mijn laars. Een probleem heb ik wel met de accenten van onze Britse medemens om te begrijpen wat zij aan mij kwijt willen. De verkiezingsdebatten op de BBC kan ik goed volgen, maar het is me vaker opgevallen dat eenvoudige beleefdheidsfrasen in een winkel me ernstig doen twijfelen aan mijn Engelse taalkennis. Zo ook nu. De priester, die ik de eerste twintig minuten niet zag, was voor mij onverstaanbaar. Hij had een accent, maar welk Engels accent, ik durf het niet te zeggen. Later bleek het te gaan om een Aziatische priester, waarschijn India, maar mogelijk ook de Filippijnen. Bovendien speelt het rondzingen van het geluid me ernstig parten.

Ik durf daarom ook niets zinnigs te zeggen over een eventuele verheffende boodschap aan mij en mijn kerkgangers. Het voordeel van het mentaal afgesloten zijn van de dienst is dat ik alle tijd heb om mijn omgeving te observeren.

Zicht op het ‘vagevuur’ waar zich actieve kerkgangers ophielden tijdens de dienst

Ik zei het al, na mij kwamen nog meerdere mensen binnen, maar anderen verdwenen weer en kwamen zelfs weer terug. Het was vrij druk in de kerk, zeker voor tweederde deel gevuld met gelovigen en niet alleen ouderen, maar ook gezinnen met jonge kinderen. Mijn kerkbankje deelde ik met een meisje (of vrouw) van zo’n twintig jaar, gekleed in een strakke spijkerbroek, grijs sweatshirt met capuchon en witte sportschoenen. Ze was zeer geconcentreerd bezig met de dienst en volgens mij heeft ze mijn observerende blikken niet waargenomen. Ze zou zomaar een Poolse kunnen zijn. Die conclusie is niet ondenkbeeldig omdat ik met zekerheid weet dat er meerdere ‘slavische koppen’  aanwezig waren, hele gezinnen soms. Het mooie van het gezin voor me, waarbij vader en twee jonge kinderen al aanwezig waren en moeder later aanschoof, zeer nauw betrokken was bij de dienst, maar ook bij elkaar. Intense blikken, strelingen over de nek en een arm om de schouder deden mij geloven dat de viering voor hen een intense familieaangelegenheid is. De Poolse gemeenschap is in de contreien van Hastings dusdanig groot dat het in ieder geval iedere maand een Poolse dienst oplevert in de Saint Mary – Star of the Sea.

Een man aan de andere kant van het kerkpad, was duidelijk ongeschoren en heeft zich niet bovenmatig ingespannen om ‘netjes’ te kerke te gaan. Misschien heeft hij dat ook wel gedaan, maar niet de mogelijkheden om zich anders te presenteren dan hij gedaan heeft. Mogelijk een alleenstaande man voor wie de bewassing zonder een vrouw in zijn leven niet meer zo vanzelfsprekend is. Hij kwam in ieder geval iets zwerverachtig over.

Inmiddels was ik gewend geraakt aan de onrust van binnenkomende mensen via de deur naast mij. De onrust werd groter toen ook de priester met maar liefst vier in hemelsblauw geklede misdienaars en senior accolyten een wandeling ging maken door de kerk en ook in het onbestendige gedeelte achterin kwam via de ene deur en via de deur naast me er weer in de kerk kwam. Nu, op de voet gevolgd door een hele rij jongens en meisjes in de leeftijd van vijf tot acht jaar, sommigen vergezeld door hun ouders anderen min of meer in het gareel gehouden door twee ‘kleuterjuffen’ op leeftijd. Onderwijl werd de muzikale ondersteuning geleid door een goedbedoelde solozangeres die gelukkig het merendeel van de kerkgangers meekreeg, zodat haar vocale capaciteiten, maar vooral het ontbreken hieraan minder opvielen.

Op het moment dat ik na de dienst de foto’s maakte, las ik op de voorste kerkbanken dat deze gereserveerd waren voor deelnemers aan de kinderliturgie. Dat verklaart mogelijk voor een deel de onrust. Maar ook de viering van de Eucharistie leverde weer een stuk onverklaarbare logistiek op, waarbij mensen richting het altaar liepen, maar ook naar achteren om via de andere kerkdeur alsnog de hostie te ontvangen. Ook de mensen achter het glas namen nu actief deel aan de viering van brood en wijn, maar gingen evenzo goed weer terug naar hun plek buiten de kerk.

Zelf bleef ik maar zitten onder het motto:

‘Blijf zitten waar je zit en verroer je niet, houd je adem in en stik niet.’

Nu klinkt dat pathetischer dan het bedoeld is, maar hoewel het geheel voldoende stof oplevert voor een stukje, moet ik helaas zeggen dat ikzelf enige geleiding van een kerkdienst toch erg prettig vind en dat een blinde overgave aan mij niet besteed is.

Wandeling terug naar ‘huis’

Het regent nog steeds en ik laat de nieuwste indrukken op me inwerken. Parallel aan de kerkdienst moet ik denken aan de tegeltjeswijsheid ‘Van het concert des levens, heeft niemand een program.’ Ik had weliswaar geen program van de kerkdienst, maar dat is niet zo erg. Ik kan nu fantaseren dat de kinderliturgie te maken heeft met het vieren van May Day, een soort van lenteachtige vruchtbaarheidsfeest dat in Hastings op 1 en 2 mei op bijna carnavaleske wijze is gevierd. Ik weet het niet en dat is niet erg.

Maar de tegeltjeswijsheid over ‘het concert des levens’ moet ik sterk nadenken. Ik heb het gevoel dat de volkswijsheid eigenlijk niet waar is en ook weer wel. Natuurlijk weten we niet wat de volgende dag gaat gebeuren net zoals ik twee weken geleden hoegenaamd niets wist van Hastings, behalve dan van die gebeurtenis in 1066 en op de tweede mei 2010 loop ik als vanzelfsprekend naar ‘huis.’ Maar dat zijn natuurlijk futiliteiten. Weten we niets over het concert des levens? of is alles toch al een beetje voorgecomponeerd? Willen we nu wel of geen programma voor het concert des levens? Houden we wel van onzekerheden of zoeken we juist uitdaging en zijn we thrillseeking, om het maar eens op zijn Engels te zeggen.

Mijn ‘thrill’ voor die middag is om met zijn allen naar Battle te gaan om iets te weten te komen over Willem de Veroveraar.

Inmiddels weet ik dat ik er nog steeds niets meer van weet behalve dat ene jaartal 1066. En dat is dan weer een mooie onverwachte kentering in het leven.

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

 

The winner takes it all/ ABBA en de verkiezingen

Loze woorden, eineloze woorden en af en toe gewoon sprakeloos. De verkiezingscampagne is ten einde al doet iedere partij nog ongelooflijk zijn best om de overwegend cynische kiezers nog te paaien. Ik begrijp een verkiezingscampagne eigenlijk niet. Je oordeelt toch op wat er gebeurt is de afgelopen jaren en daarbij neem je je eigen uitgangspunten als gids.

Mijn uitgangspunten liggen ter linker zijde van het midden, maar twijfel al jaren tussen de drie alternatieven. Groen Links is voor mij nu echt uitgesloten, dus ik heb nog twee smaken over. De PvdA vind ik te lief de laatste tijd, al wil ik graag een rondje thee meedrinken. SP waardeer ik, heb ook wel eens op ze gestemd, maar …… Ik had ze graag samen in een grote sociaaldemocratische partij, maar ja, ik ben ‘slechts’ een kiezer.

SGP en PvdD zijn voor mij om fundamentele redenen uitgesloten, de PVV die slechts profiteert van de op drift geraakte irrationele gevoelens van veel kiezers, vind ik verwerpelijk. Ik kan het zeggen. Ik ben geen staatssecrataris Bleker die teruggeroepen moet worden. Daarmee stel ik dat voor mij CDA en VVD voor jaren lang besmet zijn uitgaande van het ‘oud hollandsche spreekwoord’ van pek en veren.

An sich niets mis met liberalen of christelijke standpunten, integendeel. Maar de VVD heeft zich in toenemende mate hun conservatieve delen ontwikkeld. D66 is een alternatief, maar wint het in mijn overweging nooit (net niet soms) van mijn ware roots. In toenemende mate zien kiezers dat de christelijke waarden en normen bij het CDA bij het grofvuil zijn neergezet, in ieder geval voor de bühne, ik oordeel niet over innerlijke strijd bij de CDA-ers. Ze weten het alternatief CU blijkbaar niet te vinden, ik begrijp dat niet. CU is niet mijn partij, maar sociaaleconomisch stralen ze mededogen uit en dat vind ik te waarderen.

Maar mijn gepeins ten spijt, vanavond zijn er zich zelf verklaarde winnaars, echte winnaars, verliezers die hun wonden likken en zich krachtdadig verdedigen al dan niet de hand in eigen boezem steken. Wordt het vanavond: “The winner take it all?”

 

Maar wat is alles, wordt Rutte dan de premier van alle Nederlanders en hoeft hij zijn hand niet meer uit te steken? Of kan hij op zoek naar nog meer gedoogpartners, terwijl de oppositie steeds luider tromgeroffel laat horen.

Wie zijn de winnaars, wie zijn de verliezers? Ik weet het niet. Nu niet, vanavond niet en waarschijnlijk morgen ook niet, al zullen ‘de winnaars’ me iets anders willen laten geloven.