Vertrutting of Verkutting

In 2007 schreef ik naar aanleiding van een documentaire van journaliste Sunny Bergman een blogje met bovenstaande titel. Op dit moment is Sunny Bergman met een vrolijker seksueel onderwerp bezig en dit legt ze uit bij Pauw & Witteman. Ik zal het in de herhaling bekijken, maar donderdag a.s. is haar documentaire Sunny side of sex op tv te zien. Er zit mogelijk wel weer een blogje in, maar eerst even een ‘gouwe ouwe’ op mijn blog gooien. (In het reageergedeelte, zet ik ook nog de reacties die het toen kreeg bij het volkskrantblog.)

UIT 2007: Vertrutting of verkutting, that’s the question. Na Sunny Bergman’s documentaire over de maakbaarheid van de mens, zijn er nieuwe groeperingen waaronder die van Myrthe Hilkens (zie bijvoorbeeld http://www.iaspm.nl/Opinie%20NRC.pdf ) die zich inzetten tegen de verseksualisering van de maatschappij. Vaak worden dit soort initiatieven door zich liberaal noemende mensen, of anderszins vastgeroeste hippe vogels, weggehoond. De initiatiefnemers worden gezien als moraalridders of preutse Victorianen. De persoonlijke vrijheid wordt ingedamd is hun argument. Nou, mijn persoonlijke vrijheid wordt ernstig belemmerd omdat een groep mensen die publieke ruimte in toenemende mate denkt te moeten gebruiken als één grote huiskamer. En ik wil niet weten wat iedereen doet, draagt of niet draagt in zijn eigen territorium, dus zeker niet op straat.

Minister Plasterk heeft zich geschaard achter de ideeën van deze nieuwe Victorianen. Plasterk bekent dus kleur. Daarvoor mijn nadrukkelijke hulde. Nu maakt Plasterk deel uit van een kabinet dat voor grote groepen in de samenleving toch al een spruitjesgeur uit de jaren vijftig met zich meedraagt. Veel commentaar is dus zijn deel nu de overheid zich bemoeit met vermeende vrijheden van individuen. Maar als nota bene Femke Halsema zich ook tot deze groep schaart, breekt mijn traditionele klomp. Zij vraagt zich af of dit een overheidstaak is en betwijfelt de effectiviteit ten zeerste.
Tegelijkertijd roept ze dat allerlei economische maatregelen en vergroting van maatschappelijke participatie van vrouwen hetzelfde resultaat zullen hebben. Graag wil ik Femke wijzen op het feit dat vrouwen in toenemende mate maatschappelijk deelnemen, al zal dat terecht in haar ogen nog niet voldoende zijn. Maar het lijkt erop dat hoe meer vrouwen maatschappelijk participeren, des te nadrukkelijker de verseksualisering van de maatschappij zich manifesteert. Een oorzakelijk verband? Nee, natuurlijk niet, maar het toont wel aan dat haar argumenten niet deugen en dat een uitspraak zoals die van minister Plasterk meer zoden aan de dijk zet. De maatschappelijke discussie wordt er mee aangescherpt.

Over vier jaar stem ik bovendien liever op mensen of partijen die ook op immaterieel gebied zaken uitdragen, al is dat truttigheid ten top. Leven Trut(h) Plasterk.

Kakelkrant van Sprakeloos 30: Je hebt zijksnorren en zijksnorren……

Het was vrijdag moeilijk. Als vader heb je soms verplichtingen, die geen verplichtingen mogen heten, om in gezamenlijkheid naar een tv programma te kijken. ‘The voice of Holland’ is zo’n programma waar mijn jongste zoon nog graag naar kijkt. De eerlijkheid gebied me te zeggen, het zit fantastisch in elkaar, amusementswaarde is goed en ik verveel me geen moment, al zou ik er nooit alleen naar gekeken hebben. Tegelijkertijd zaten de jongens van Voetbal International hun programma rondom de uitreiking van de Televisierring te maken. Mijn oudste zoon vindt dat dan weer leuk, maar sinds we “een kastje hebben dat alles kan” is dat geen probleem meer, dat kijken we later dan wel. Vindt de oudste ook leuk om samen te kijken. Voetbal International(VI) is ook zo’n programma dat ik nooit uit mezelf zou bekijken. Naar voetbal kijk je, daar lul je niet over. In de pauzes van belangrijke wedstrijden ben ik ook meestal niet aanwezig om naar de zogenaamde kenners te luisteren. Maar VI is geniaal, tenminste qua amusementswaarde, de combinatie voetbal en humor is voor mij perfect.. De chemie van de heren, met af en toe een dame (Barbara Barend) is met geen enkel duur betaald televisieconcept te vergelijken. Ik was verbaasd dat ze wonnen, maar tegelijkertijd verheugd, het zegt iets over de smaak van de Nederlanders.

Nog meer verbazing wekte het feit dat hele volksstammen, met Bert van de Veer voorop, vond dat VI niet de terrechte winnaar is. Sterker nog, hij wauwelt het volgende:

‘De tv-kenner vindt dat de stemprocedure moet worden aangepast. Anders is het een nutteloze prijs geworden. Een prijs die niets waard is.’

Ik vind dat Beun de Haas ook specifiek zijn eigen auto’s moet beoordelen door zijn naaste familie en dat voor de Televisierring slechts mensen woonachtig in Naarden, Blaricum, Bussum en omgeving mogen stemmen voor het programma dat de Televisierring in ontvangst mag nemen. En dan nog liefst een stemrecht dat gebaseerd is op censusstemrecht.

De publieke omroep is niet goed in de prijzen gevallen. Zelf ben ik een sterk voorstander van een kwalitatief sterke publieke omroep en hoewel geen vriend van de commerciële omroep kan een individueel programma wel heel goed kan zijn. Voetbal International bijvoorbeeld, ook als de ‘fine fleur’ van het Gooi hier anders over denkt.

Vanavond zitten de winnaars, maar ook Bert van der Veer bij Pauw & Witteman. Ik ben benieuwd of het noodzakelijk is om morgen een tweede stukje te schrijven. Voorlopig denk ik dat Johan Derksen zijn zijksnor maar moet ontmantelen en het overdoen van Bert van der Veer.

Congo, een geschiedenis van David van Reybrouck

Deze zomer las ik Congo van David van Reybrouck, niet op de minste plaats door de prijzen die het boek had gewonnen. Dat stond marketing-uitdagend op een stickertje: Bekroond met de AKO literatuurprijs & Libris Geschiedenis Prijs.

Die laatste prijs is eigenlijk zeer vanzelfsprekend, het staat immers in de subtitel, Congo, Een geschiedenis. Bovendien, ik kan het nu al verklappen, Congo evenaart de klasse van de boeken van Geert Mak ‘Een eeuw van mijn vader’ en ‘Europa’. Voor de liefhebber al voldoende reden om naar de boekwinkel te hollen. Dat David van Reybrouck ook de AKO literatuurprijs heeft gewonnen, pleit vooral voor het lef van de jury. Een ongewone keuze, maar daarom niet minder terecht. Wie meer dan 600 pagina’s weet te boeien met historische feiten, politieke structuren, mondiale verhoudingen en individuele verhalen van bekende en minder bekende Congolezen en anderen in de Congolese geschiedenis, verdient die prijs.

 

David van Reybrouck

Congo, Een geschiedenis

De Bezige Bij, Amsterdam

2011

De opbouw van het boek zorgt ervoor dat ik mijn ervaring gemakkelijk kan delen, maar een samenvatting is een schier onmoglijke opgave. Dat laat ik dan maar. Ook heb ik lang nagedacht hoe ik mijn boekervaring op papier moest krijgen. Nu weet ik het door de recente gebeurtenissen rond de ‘Occupybeweing‘.

Voor mijn gevoel heeft de geschiedenis van Congo, tot op de dag van vandaag, te maken met met geld, het grote geld en het massieve graaien. Dat weet je als je over Afrika spreekt, maar hoe Van Reybrouck dat heeft weten weer te geven, is fenomenaal. Hij begint feitelijk in 1870 met korte uitstapjes naar de periode ervoor, toen de Afrikaanse geschiedenis nog niet op papier stond. De Belgen beginnen een achterhoede gevecht om de gebieden die feitelijk nog niet gekoloniseerd werden en weten uiteindelijk van Belgisch Congo een groot Afrikaans land te maken niet in de minste plaats door een schat aan grondstoffen. Met name dat laatste maakt het land in Centraal Afrika in de moderne mondiale geschiedenis enorm belangrijk, want oorlog betekent behoefte aan grondstoffen. In iedere mondiale oorlog, beide Wereldoorlogen, Koude Oorlog en vele andere brandhaarden in de wereld, werd meteen gevoeld in Congo. Zelden is het ten goede gekomen aan de Congolezen zelf.

De geschiedenis van het land was voor mij compleet onbekend, met uitzondering van een boekwerkje van Jef Geeraert (Gangreen). Een mens kan ook niet alles weten, maar vanaf 1870 is er in Congo duizelingwekkend veel gebeurd. De opbouw van de Belgische kolonie, met daarbij het verlies van de eigen cultuur, of eigenlijk moet men spreken over het verlies van veelheid aan culturen in het land. Belgen gingen zich vestigen in Congo, Congolezen kwamen naar België. Tegen de tijd dat de Belgen door hadden, vanuit Europees perspectief, dat ze koloniale verantwoordelijkheden hadden, begon de dekolonisatie zich al te ontpoppen. En gelijk bijna iedere voormalige kolonie, is de zelfstandigheid niet vanzelfsprekend, in zoverre je over zelfstandigheid kunt spreken met nog steeds economische afhankelijkheid in eerste instantie van het Westen, later ook van Rusland en inmiddels vooral China. Het klinkt stom, maar ik besefte niet hoe ver China al in de hedendaagse Congolese economie is doorgedrongen en hoeveel Congolezen in China bivakkeren met handel. Wederom een blinde vlek die Van Reybrouck bij mij iets heeft belicht. Ook de gekte de leider Mobutu, met vreselijke gevolgen voor zijn bevolking en de diplomatieke ramp die hij moet zijn geweest voor menig wereldleider, wordt inzichtelijk beschreven. Bij Mobutu komt het vergelijk met de Libische leider Khadaffi boven. Hij had vrienden bij de vleet zolang men hem (olie) nodig had, maar gezien zijn wandaden wordt hij meteen verguisd. Zo is het ook Mobutu vergaan.

 

 Drie belangrijke leiders uit de Congolese geschiedenis met in het midden Mobutu, links Kabila en recht Lumumba

David van Reybrouck beschrijft zoveel in zijn boek, dat ik het zeker niet zou aandurven om ook maar een benadering van een samenvatting te maken. Als ik al in één zin zou moeten samenvatten dan is de recente geschiedenis van Congo vanaf pakweg 1870 als volgt de definiëren: ‘Een dramatische geschiedenis van een land, bestaande uit een vele volkeren, dat sinds het contact met de blanken noodgedwongen in de achtbaan van mondiale verhoudingen moest stappen, terwijl het van te voren mogelijk wist dat het louter narigheid zou opleveren qua politieke, economische, humane en culturele structuren.

Ik kan het boek aan iedereen met interesse in geschiedenis, sociologie, economie, psychologie, politicologie en culturele antropologie van harte aanbevelen. Ook voor hen die ‘slechts’ iets willen begrijpen van de positie van ‘zomaar’ en Afrikaans land zou ik zeggen, lees het vooral.

=================================================================

Mijn waardering voor dit boek in een cijfer uitgedrukt: 8

Meer boekervaringen zie ook het overzicht

Een Keukenmeidenroman van Kathryn Stockett

Als ik mezelf zou moeten omschrijven, dan weet ik dat ik niet voldoe aan de kwalificatie macho. Ik vind dat niet erg, maar een boek met de titel ‘Een keukenmeidroman‘ is nu niet meteen het boek dat ik ambieer om in de vrije tijd te lezen. En toch kwam het zo ver. Het boek stond in onze boekenkast en de achterkant gaf louter lovende kritieken. Dus het boek van Kathryn Stockett gaat onderdeel uitmaken van mijn boekervaring. Via mijn blog wil ik dat uiteraard weer graag met u delen.

Allereerst de voorkant, zo’n sfeervolle zwartwitfoto, zoals ieder zichzelf respecterend boek tegenwoordig heeft, is niet voor niets. Een foto kan de atmosfeer van een verhaal in een oogopslag weergeven. Een blond afwassend meisje, lakschoentjes en witte sokjes en een erg onhandige onderbroek geven spruitjeslucht en gezinsgeluk weer uit de jaren zestig. Niet meteen een aanrader, maar zoals gezegd, ik had de lovende kritieken reeds gelezen.

 

Een keukenmeidenroman

Kathryn Stockett

Mistral Uitgeverij

2011 (1e druk 2010)

Voor mij kwam het boek de eerste pagina’s wat langzaam op gang,. Zelf ben ik voorstander om snel in het verhaal te zitten. Het voordeel is dan dat het boek weg te leggen is, maar in je brein aanwezig blijft. Bij het verder lezen zit je er meteen weer in. Dat viel een beetje tegen, maar het thema was verrassend, de rassenverhouding in het zuiden van de Verenigde Staten vanuit in eerste instantie het perspectief van de huishoudelijke hulp Aibileen. Deze keukenmeid, werkzaam bij een wit middenklasse gezin, zoals nog gebruikelijk in de jaren zestig van de vorige eeuw, sleept de lezer met haar alledaagse beslommeringen mee in de sfeer uit die periode. Stocket beschrijft haar verhouding met de mevrouw, de liefde voor de jonge kinderen in het gezin, ze zijn immers grotendeels haar verantwoordelijkheid en ook de economische afhankelijkheid binnen de scherpe raciale tweedeling in de kleinsteedse omgeving. Ik denk dat de traagheid in het boek nodig is geweest om later in het boek echt meegezogen te worden.

Interessant in het boek vind ik ook de nadrukkelijk wijzigingen van het vertelperspectief. Waar Aibileen aanvankelijk nog de volgzame zwarte hulp in de huishouding is, die ook mededogen kent naar haar witte ‘onderdrukkers’, wordt een deel van het verhaal verder verteld door haar vriendin, de recalcitrante Minny. De derde personage is Miss Skeeter, representant van de blanke middenklassers. Haar liefde voor de zwarte vrouw die haar opvoedde als kind, diens plotselinge verdwijning uit haar leven en de confrontatie met ‘nieuwe’ keukenmeiden als jong volwassene bij haar vriendinnen brengen Miss Skeeter aan het denken. Dit bewustwordingsproces over de raciale verhoudingen en haar ambities om te schrijven, brengen haar tot een stoutmoedig plan om de levens van de verschillende keukenmeiden te gaan beschrijven. En stoutmoedig is het omdat Miss Skeeter zich (mentaal) moet losmaken van haar socialisatieproces, maar ook wordt er veel lef gevraagd van de keukenmeiden die hun verhaal wereldkundig willen maken. Bovenal wordt er veel gevraagd van de vrijwillige medewerking door Aibileen en de minder coöperatieve samenwerking met Minny.

 

De algemene lijn van de vertelling ligt dus bij de drie personages, die steeds vanuit hun eigen belevingswereld de lezer verder brengen in de sociale en maatschappelijke gebeurtenissen in het kleine stadje in het Zuiden van de VS. Naast lokale gebeurtenissen, komen ook de individuele zielenroerselen van de vrouwen aan bod. Maar ook de historische achtergronden met een Martin Luther King en J.F. Kennedy, maken dat het boek een realistische weergave is van een tijdsbeeld, de kentering van de officiële rassenscheiding in het Zuiden van de VS.

Ik heb het boek met plezier gelezen. De beklemming van de lokale verhoudingen worden beelden beschreven en met name de wisselende vertelperspectieven zijn een verrijking voor de lezer en geven daarmee een completer beeld. Het maakt voor de lezer weinig uit of het vertaal verder gaat vanuit Aibileen, Minny of Miss Skeeter, de spanning blijft aanwezig. Nu ik het boek uit heb, moet ik echter zeggen dat de Miss Skeeterrol toch nadrukkelijker blijft hangen. Mogelijk is dat omdat ik onwillekeurig de schrijfster Kathryn Stockett identificeer met Miss Skeeter. Mogelijk dat deze verbinding de schrijfster juist die rol op een meer natuurlijke wijze heeft kunnen schrijven en daardoor onbedoeld krachtiger is overgekomen. Al met al, een aanrader met een ontroerend einde, ook voor hen die niet meteen warmlopen voor de titel ‘Een keukenmeidenroman’.

======================================================================

Mijn waardering voor dit boek in een cijfer uitgedrukt: 7,5

Meer boekervaringen zie ook het overzicht

Kakelkrant van Sprakeloos 29: De middeleeuwse markt met Khadaffi

 

Onweerstaanbaar is het nieuws voor me, ook in de baas zijn tijd heb ik altijd wel een nieuwssite openstaan om snel even te kijken of ‘er nog iets gebeurd is’. En ja hoor, via twitter (heb ik ook vaak openstaan om even te kijken en soms te reageren) Mag waarschijnlijk niet van de mensen die de gedragscode hebben opgesteld voor internet op het werk, maar laat mij ook mijn onhebbelijkheden hebben.

Vandaag dus ‘hot news’ Khadaffi is in Sirte gevonden, belaagd en aan zijn verwondingen bezweken. Veel moeite hoef je niet te doen om te zien dat de beschikbare foto’s verschrikkelijke beelden zijn. Een man in doodsangst gaat de hele wereld over en we willen het blijkbaar zien? Er is behoefte aan bloed aan de muur en collectieve wraak.

Goed het merendeel van de tijd ben ik toch echt bezig met die taken waarvoor ik betaald wordt, dus doorzoeken naar het precieze nieuws doe ik niet. Maar ik vrees vanavond het nieuws, de actualiteitenrubrieken en vooral het internet. Hele rauwe beelden van weliswaar een nietsontziende dictator, in doodsstrijd, maar toch.

Ik zal het zeker zien, of ik wil of niet, want de nieuwshonger is groot. Maar wil ik het zien? Hoe lang is het geleden dat we met zijn allen op de jaarmarkt publieke executies of folteringen gadesloegen. Was dat in de middeleeuwen of nog veel later? Na de Franse Revolutie is er slechts een vernislaagje beschaving gekomen, maar het vernis is aan het bladderen en de behoefte aan onderhoud is blijkbaar beperkt.

Goed ik sluit de dag maar af en begeef me naar de middeleeuwse Markt, het is mooi geweest voor vandaag. Een mens moet zich tenslotte ook ontspannen.

 

Kakelkrant van Sprakeloos 28: Occupy, is dat bevrijdend?

Als wereldburgers zijn we het zat. Een kleine groep begon in New York, maar de Occupy beweging is zich aan het globaliseren. Dat is mooi, want ik ben een wereldburger, wie niet trouwens. Bovendien behoor ik tot 60% van de Nederlanders die sympathiseert met de Occupy-beweging. De aversie tegen banken, pathetische grootgraaiers en ander multinationaal gespuis is groot. In Nederland heb ik ook al andere ontevredenen gezien bij de beweging, ‘Free Palastina’ om maar eens wat te noemen. Er is ook zoveel om ontevreden te zijn, bijvoorbeeld bij de Italianen. De massademonstratie in Rome van afgelopen weekend is natuurlijk maar een slap aftreksel van de weerzin die Berlosconi oproept. Je premier zal maar van de Forza-Gnocca zijn, dat is mooi kut. Ik zou ook demonstreren.

 

 New York

Onvrede, verontwaardiging en bezorgdheid over de toekomst van de wereld en er iets aan willen doen, dat is de basis van de Occupy beweging. Ook ik vind het raar dat in Nederlandse verhoudingen de één twintig keer meer heeft dan de ander en dan hebben we het nog niet eens over de mondiale verhoudingen. Stuitend is het dat een goed draaiende economie om zeep wordt geholpen door zoiets banaals als geld, terwijl de schuldigen waarschijnlijk rijker worden en de gemiddelde belastingbetaler er voor op moet draaien. Maar mijn ontevredenheid reikt verder. Ik kan me bijvoorbeeld heel boos maken over de oneindige nutteloze bureaucratie in onderwijs en zorg. Ook ik begin, als politicoloog nota bene, steeds minder respect te krijgen voor veel politici en dan beperk ik me tot Nederland. Iemand die zich christen noemt kan zich eigenlijk niet vertonen als gedoger van dit kabinet. CDAers grimasseren tegenwoordig massaal bij ieder interview, want hetgeen hen gedicteerd wordt door de PVV, stralen ze non-verbaal niet uit. En Rutte, ze zeggen dat hij het goed doet, maar mind my words, over 10 jaar zijn er Rutte harlekijnpoppen. Maar goed we hebben ze zelf gekozen, evenals de PVV.

 

Rome

Over de PVV en de Occupy-beweging gesproken, ik zie grote overeenkomsten. Beide putten ze uit de beerput van ontevredenheid. En toch zijn er verschillen. Geert Wilders doet dat op een VVD manier, terwijl hij Henk en Ingrid laat geloven dat hij voor de kleine man zorgt. Een ander verschil is dat, hoewel de Occupy heel divers is, argumenten een belangrijke rol spelen. Daar heb ik de PVV als bijna grootste partij in Nederland nog niet op kunnen betrappen. En mijn ontevredenheid ten spijt, geen haar op mijn hoofd die denkt om PVV te stemmen. De Occupy beweging zie ik wel zitten.

 

 Amsterdam

Maar met welk spandoek zou ik willen rondlopen? Als ik ontevreden ben, denk ik dan dat het komt door de banken, door Berlosconi of de PVV? Nee, ik mag dan af en toe wat last hebben van weltschmerzen, maar gek ben ik niet. ’s Ochtends als ik opsta, denk ik niet wat een pipo is die Mark Rutte en daarom staat mijn dag op onweer. Zelfs de afkeer tegen bureaucratie, waarin ik zelf werk, zorgt niet voor onmiddellijke ontevredenheid bij het opstaan. Ik denk vaak wel, was ik de avond ervoor maar op tijd naar bed gegaan. Of als ik de trap oploop met een kloppend hart en ‘dikke benen’ omdat mijn conditie slecht is, ga ik niet zitten schelden op de tabaksindustrie. Dan ben ik ontevreden over mezelf. Maar met dit soort futiliteiten kan ik me toch niet vertonen bij een Occupy demonstratie? Ontevredenheid is in eerste instantie vooral een zaak van het individu. Maar hoe kun je je zelf nu bezetten, terwijl je je zelf eigenlijk zou moeten bevrijden? Dat is bijna een onmogelijke opgave. Het is gemakkelijker boos te zijn op de banken, hoe terecht dan ook, dan boos zijn op jezelf.

‘Selfoccupying-movement, het klinkt niet, maar je hoeft er tenminste niet de deur voor uit om jezelf te bevrijden’

 

Een Kuip dagje is een puik dagje: Feyenoord – VVV (16 oktober 2011)

INLEIDING
Hoe heeft Feyenoord zich ontwikkeld na het dramatische verlies tegen de Hagenezen, het lijkt al weer weken geleden. En het is nog langer geleden dat ik voor het eerst met mijn deelseizoenkaart in De Kuip was. Eind augustus tegen Heerenveen was mijn primeur. Mijn broer en zijn oudste zoon hadden de wedstrijden tegen ADO en De Graafschap en vandaag dus VVV met mijn oudste zoon, die me in de tussenliggende periode van alle ins en outs, belevingen en bevindingen rond Feyenoord op de hoogte heeft gehouden.

Ruim op tijd parkeren we bij metrostation Lombardije. Nu weten we dat we betalen moeten, de parkeerbon van de vorige keer is trouwens nog niet binnen. We lopen mee met de stroom richting het stadion. Onderweg een enorme vuurwerkknal. ‘Als ze dat in het stadion doen, wordt dat weer betalen.’ Ik kijk mijn zoon aan en denk, sommige weetjes weet ik ook wel. Maar anderen blijkbaar niet, want in de twaalfde minuut ging er inderdaad een enorme knal af, dus dat wordt betalen?

Op onze tribune zie ik weinig bekende gezichten. Mogelijk dat meer mensen hun kaart delen met anderen. Mijn zoon en ik hebben er zin in. We gaan beide uit van een duidelijke overwinning, het Haagse drama zijn we al weer vergeten. Zelf denk ik nog aan het advies dat ik aan Ronald Koeman gaf na de wedstrijd tegen Heerenveen, dat hij de spelers duimschroeven mee moet geven. Ik wil daarmee zeggen dat als een tegenstander zwakker is, erop en erover en vooral niet verzuimen de kansen te verzilveren.

HET VIEL NIET MEE

Je hoopt natuurlijk op een spetterende wedstrijd, veel doelpunten en dat VVV als een soort oefenwedstrijd moest fungeren voor DE wedstrijd van volgende week. Het liefst met mooi (werk) voetbal, maar in ieder geval met passie en inzet. En dat viel verdorie tegen. Goed, Ron Vlaar heeft het hele veld wel gezien, Clasie toonde inzet en ook Guidetti stond vaker en sneller vrij dan veel medespelers door hadden, maar toch. 1-0 met rust uit een strafschopp gaf de veldverhouding en het klasseverschil tussen Feyenoord en VVV wel weer, niet het aantal kansen dat Feyenoord heeft weten te creëren. Na het doelpunt was er even wat agressie, maar het waren vooral veel fouten en gebrek aan initiatief in de voorhoede, met uitzondering van Cabral. Maar Cabral is een hoofdstuk apart en daar kom ik nog op terug. Nadat VVV in de tweede helft met tien man kwam te staan, was het duidelijk dat de strijd ongelijk zou zijn, maar met nog twee doelpunten, was het een overtuigende overwinning, maar geen overtuigende wedstrijd. 4-0 tegen VVV en boven Ajax staan in de competitie was in augustus nog de natte droom van menig Feyenoordfan. Vanmiddag is het geen droom, maar de werkelijkheid. En vorig jaar verloren we dit soort wedstrijden, dus ik moet niet lullen, drie punten zijn binnen, en toch……Toch wil ik meer, in ieder geval meer passie en werklust zien en vooral niet dat angstige getik rond de zestien omdat niemand echt het initiatief durft te nemen met uitzondering van Cabral, maar die was vanmiddag ook enkele hele belangrijke lessen uit de basis van het voetbal vergeten.

EEN CABRALLETJE

Samen met mijn zoon vonden we tijdens de wedstrijd het Cabralletje uit. Een Cabralletje staat voor een maximum aan bewegingen met een minimaal resultaat. We zagen ze te veel deze middag, vooral bij Cabral, de uitvinder van het Cabralletje. Er waren voorbeelden te over waarbij een eenvoudige pass op Guidetti of meteen een voorzet in het zestienmetergebied kansen zouden opleveren. Dat zag het publiek heel goed, maar de rechter spits van Feyenoord niet. Hij had wel de ene schaar na de andere in de aanbieding, maar draaide de tegenstander niet dol, vooral zichzelf. Ook het Cabralletje buitenom, dat is een zinloze loopactie richting de cornervlag, waarbij een corner het hoogst haalbare is. Een voorzet werd vakkundig tegen de moegelopen VVV verdediger aangeschopt. Vaak werd het helemaal niets. En ik zal eerlijk zijn, een cabralletje is leuk als er 1 op de 10 tot een prachtig doelpunt leidt, maar een cabralletje is uiterst irritant als het niet helemaal loopt met het team. Er komen zelfs allerlei flauwe rijmpjes in me op, want er zijn veel woorden die rijmen op Cabral. Ik noem er een paar: bal, verval, gebral, vazal, getal, mal.

Beste Cabral

Maak ’t niet te mal

met 100.00 scharen in getal

speel liever op tijd die bal

Ik houd het simpel, want zo’n jonge jongen moet je ook niet kapot schrijven. Het uitfluiten vind ik dan ook jammer, hoewel ik het wel begrijp. Soms is simpel beter, voor jezelf en voor het publiek. Aan de andere kant als het beslissende doelpunt volgende week tegen Ajax via een Cabralletje wordt gemaakt dan gun ik hem weer een oneindige hoeveelheid scharen. Zo ben ik dan ook wel weer, bovendien zal ik dan proberen een heel ander rijmpje te maken.

DE GENERALE

Ze zeggen vaak dat een slechte generale repetitie de beste voorbereiding is op het echte werk. Laten we het hopen. Volgende week zal ik om half één klaar zitten voor Eredivisie Live. Ik hoop dan na afloop van die wedstrijd met een opgelucht hart naar Wijchen te rijden, om de verjaardagen van mijn neefjes te vieren en de seizoenskaart aan mijn broer te overhandigen die op 5 november tegen NEC paraat zal zijn. Nu dacht na de toch wel iets tegenvallende wedstrijd te kunnen eindigen met de woorden: ‘Maar we hebben in ieder geval het boek nog.’ Ik verheugde me namelijk op het boek over Coen Moulijn, maar de rij was zo lang, dat ik vreesde dat we alnog te laat zouden komen en dus weer een parkeerbon. Dat boek heb ik dus tegoed. Trouwens dit is in heel mijn leven de tiende livewedstrijd van Feyenoord en de eerste keer dat Feyenoord won. Alle voorgaande wedstrijden eindigden in gelijkspel als ik er bij was.

Kakelkrant van Sprakeloos 27: Het is kruipen voor Geert!

 

De sorry-cultuur is misschien wel de basis waaraan de PVV zijn bestaansrecht te danken heeft, naast natuurlijk de intense afkeer jegens moslims en het voor de gek houden van Henk en Ingrid. De sorry-cultuur staat voor oude politiek en achterkamertjes en dat lusten Wildersianen niet. Nu constateer ik dat het gedoogmonster grote gelijkenissen vertoont met hetgeen Geert Wilders zo verafschuwt. Misschien kan het met politiek niet anders en komt ook Wilders tot die conclusie. Tenminste één ding doet Geert Wilders anders, buiten natuurlijk het bezigen van onparlementair taalgebruik hetgeen Geert duidelijkheid noemt, dat is verongelijkt klikken bij de bovenmeester. Misschien is dat een trenbreuk oftewel nieuwe politiek? Voorlopig zijn vooral CDA-ers hiervan het slachtoffer, al hebben ze dat vooral aan zichzelf te danken.

Ik neem u even terug naar de oude politiek of misschien wel naar algemene menselijke waarden via de spreekwoorden ‘Waar gehakt wordt, vallen spaanders’ of ‘fouten maken is menselijk’. Kortom een mens is niet onfeilbaar, de slager niet, de timmerman niet, u en ik niet, dus ook politici niet. En als je fouten maakt dan zeg je sorry en doet vervolgens je stinkende best om dezelfde fout niet opnieuw te maken. Zo doen ook politici dat, want ze zijn niet alleswetend en alleskunnend, integendeel zou ik haast zeggen. Maar wij hebben ze per slot van rekening gekozen. Mocht je echter willens en wetens fouten maken, met in gedachte dat, als ze erachter komen, een ‘sorry’ voldoende is als een aflaat voor je slechte (politieke) geweten, dan is dat zwendel en geen transparantie politiek.

Ook het CDA zal in principe voorstander zijn van transparante politiek. Zeker nu ze gekozen hebben ‘om met hun poten in de modder te staan’ en ‘hun verantwoordelijkheid te dragen‘. Met een beetje kennis van (christelijke) solidariteit en meededogen, snap ik dat niet. Aan de andere kant heb ik voldoende zelfkennis. Ik snap heel veel niet in het (politieke) leven en kan daar mee leven.

Een aantal CDA-ers vindt heel terecht dat zij ook moeten zeggen wat ze vinden op basis van hun geweten en politieke principes. Maar ze moeten blijkbaar tegenwoordig oppassen met wat ze zeggen. Als een heuse Inquisiteur van het gedoogbeleid, waakt Geert namelijk. Als het hem niet welgevallig is, gaat hij stuiteren en rent naar bovenmeester Rutte. En hoewel ik vind dat Rutte nog minder charisma heeft dan Balkenende en de authenticiteit van Chinese koopwaar uitstraalt, is dat voor menig CDA-er voldoende om hun oprechte woorden in te trekken. Sterker nog, ze verexcuseren zich voor het hebben van een eigen mening. Zo ontstaat de nieuwe sorry-cultuur, met nu Gerd Leers als duidelijk exponent door te kruipen voor Geert Wilders. Het gedoogmonster ontpopt zich in een heus gijzelingsdrama waarbij de eigen mening wordt opgeofferd. In navolging van Descartes (Je suis, donc j’existe) hebben ze een nieuwe levensvisie bij de christendemocraten: ‘Ik verexcuseer, dus ik ben een CDA-politicus’.

Het begin van iets moois? Rohda Raalte maatje te groot voor koploper Alcides

 Twee voor de prijs van één, dat was het zondag 9 oktober 2011. Een bezoek aan mijn ouders en als toetje de wedstrijd van Rohda Raalte tegen koploper Alcides. De openingswedstrijd van dit seizoen had ik gezien in Lichtenvoorde tegen Longa ’30. Het viel niet mee en via de media heb ik de daarop volgende wedstrijden meegekregen. Tegen Longa ’30 vond ik Rohda te afwachtend en vooral te weinig initiatiefrijk. De tweede wedstrijd werd verloren, maar nadien zijn er drie op rij gewonnen. Voor mij als toeschouwer is er dus hoop op een mooie wedstrijd. Samen met mijn trouwe metgezel, mijn oudste zoon, rijden we naar Sportpark Tijenraan. Een naam trouwens die ik als jeugdspeler nooit heb gebruikt, Tijenraan was voor mij alleen de sporthal. Wie lang niet bij de Rohdavelden is geweest, herkent het echt niet meer. Na 1985 was ik er twee jaar geleden voor het eerst weer en ik moet stellen, het was een mooie accommodatie en dat is het nog steeds en geheel eigentijds. ‘Pa, waar komt Alcides vandaan?’ Ik vertel hem dat ze uit Meppel komen en ik herinner me dat ik in C1 tegen ze heb gevoetbald, ze heetten toen nog MVV Alcides volgens mij. ‘Gewonnen?’ Ik kijk hem aan, trek een laatje herinneringen, in combinatie met bluf, open in mijn bovenkamer en zeg zonder blikken en blozen. “Natuurlijk, 5-3 in Meppel wel te verstaan!’ Honderd procent zeker ben ik niet, maar als keeper herinner ik me een natte regenachtig zaterdag, waarbij me een bal tussen de handen glipte, maar in de rest van de gelijkopgaande wedstrijd een uitstekend herstel. Een van mijn betere wedstrijden in C1.

Bij aankomst kopen we uiteraard een programmaboekje, eentje te vroeg blijkt, want het winnende lot valt op het boekje na ons. We lopen meteen naar het staangedeelte van de tribune aan de linkerzijde van de zitplaatsen. De spelers lopen zich warm, pupillen met vlaggen eveneens en André Hazes zingt over ‘Bloed, zweet en tranen‘. Dat moet ook zeker gelden voor de pupil van de week, Simon Veenhuis. Hij dribbelt net als alle andere pupillen die ik gezien heb heldhaftig naar het doel, schrikt zich te pletter van de keeper, maar gelukkig weet hij in de rebound toch te scoren. En dan……

Dan zie ik een onherkenbaar Rohda in vergelijking met ruim een maand geleden. Wat een gretigheid en compassie etaleert Rohda vanaf de eerste minuut, agressie bij balverlies en de opbouw bij de verdediging is meteen gericht op winst. Ze vinden dat geen Alcides speler iets te zoeken heeft op de helft van Rohda. Het resultaat is er naar want in de 10e minuut scoorde Sahbaz en zeven minuten later was het Thije ten Den die voor de 2-0 zorgde. Als toeschouwer vergeven we de misser van Melvin Velthuis tussendoor omdat hij een goede wedstrijd speelde, dus dan mag je een keer voor open doel missen. Tussen de twintigste en dertigste minuut kwam Alcides terug, kreeg kansen en scoorde de aansluitende treffer. K** denk je als Rohdasupporter, maar het belooft dan wel een heel spannende wedstrijd te worden, het draaiboek voor een thriller ligt eigenlijk klaar om gespeeld te worden. Echter als in de 31e minuut de 3-1 wordt gescoord kunnen die boeken ook weer dicht. Een ander genre lijkt zich te ontpoppen, want de wedstrijd wordt iets grimmiger en het krijgt alle ingrediënten voor een knokfilm al blijft het echte ‘vuurwerk’ nog uit.

Een ruststand van 3-1 schept vertrouwen. Samen met mijn zoon loop ik een rondje om het veld om sfeer te proeven. Ik merk stoeltjes en dug-outs op bij alle velden en zie dat de bosjes bij het oude veld vier, bij het tennispark, er niet meer zijn. Omdat het begint te spetteren, lopen we naar de rechterkant van de zittibune, de plek waar ik de gloriedagen van Rohda menig zondag heb bekeken. We staan bovendien weer aan de kant waar we de Rohdadoelpunten verwachten, hoewel Rohda vroeger het liefst de tweede helft richting de kantine speelde. Ze zullen de tos wel verloren hebben en dat is dan ook het enige die middag. Ook de tweede helft is voor Rohda, al proberen de Meppelaren het nog wel in het begin. Nog een keer komen ze met een prachtig doelpunt uit een vrije trap, maar ze hebben geen antwoord op de wil om te winnen bij de Raaltenaren, die tussen het fysieke tumult ook gewoon hun vierde en vijfde doelpunt scoren.

En tumult is er af en toe met halverwege de tweede helft een heus opstootje, maar tot een echte knokfilm komt het gelukkig niet. In mijn optiek was Rohda mogelijk af en toe een pietsie te gretig, zonder echt smerig voetbal te spelen. Je kunt het ook mannelijk spel noemen en dat komt niet lekker over bij Alcides dat misschien een pietsie gefrustreerd is omdat het de verwachting van de status als koploper deze middag niet waar kan maken. Toch hebben de Meppelaren geen onaardig team, maar het Rohda van 9 oktober solliciteert wel heel nadrukkelijk naar de bovenste plek, misschien wel een treetje hoger nog? Tot de laatste minuut bleven ze knokken en als ze dat de rest van het seizoen blijven doen, dan…….dan zal ik zeker nog eens een sfeerverslagje schrijven in Raalte of elders langs de velden. Misschien dan met de hoeveelheid supporters om me heen die doen denken aan de glorietijden waarbij 1500 voetballiefhebbers langs de lijn geen uitzondering was. Wie weet.

Kakelkrant van Sprakeloos 26: De liefde voor de Huppelkut

 

Er zijn van die dagen. Het is vrijdagavond en eigenlijk, na een dag veel achter het beeldscherm denk je, laat ik de sociale media, de sociale media maar. Bovendien kan de wereld ook wel één dag zonder een blogje van mijn hand. Ik kijk nog even naar het nieuws op nu.nl en ben terstond sprakeloos. Silvio Berlosconi laat weer van zich horen, en hoe.

Tja en als je na gaat denken over de Italiaanse wereldleider, beschermer van het grote Romeinse cultuurgoed en baas van ook alle weldenkende Italianen, dan prijs ik me gelukkig met Wilders. Die mafkees in Rome wil een naamsverandering van zijn partij. Na de populariteit van Forza Italia (Hup Italië) denkt hij met Forza Gnocca opnieuw aan de weg te timmeren. Nu is mijn Italiaans niet zo goed, maar als de genoemde site de vertaling geeft dat het HUP KUT betekent, dan heb ik niet het idee dat ik dit moet controleren. Erger nog, ik twijfel niet eens of dit nieuws mogelijk verzonnen is. Ik ben er van overtuigd dat de man zo knettergek is, om maar eens een Wilderiaanse term te gebruiken. ‘De Laars van Europa’, lijkt met Griekenland het drijfzand in te glijden en wat denk je, de premier van Italië laat zijn adoratie voor het vrouwelijk geslachtsdeel wereldkundig maken op deze manier. Want je denkt toch niet dat dit een vreemdsoortige actie ten behoeve van de vrouwenemancipatie is?

 

Ik heb een advies voor onze Europese testosteronkeizer. Hij moet de haren rond zijn mond laten groeien om zo een ‘mondbaardje’ te kweken, je weet wel, zo’n sprekende kut. Dan kan hij de hele dag in de spiegel praten, Forza Gnocca, Forza Gnocca. Forza Gnocca. Dat zal deze seksverslaafde narcist vast ontzettend geil vinden.

Ondertussen moet Geert Wilders maar even moeite doen om bij de plaatselijke Italiaan in Venlo te vragen wat ‘Doe eens normaal man’ in het Italiaans is. Want nu is er wel reden om dat te roepen.

De vertaalmachine zegt:

Prendere un altro ragazzo normale