Een Kuip dagje is een puik dagje: Feyenoord – VVV (16 oktober 2011)

INLEIDING
Hoe heeft Feyenoord zich ontwikkeld na het dramatische verlies tegen de Hagenezen, het lijkt al weer weken geleden. En het is nog langer geleden dat ik voor het eerst met mijn deelseizoenkaart in De Kuip was. Eind augustus tegen Heerenveen was mijn primeur. Mijn broer en zijn oudste zoon hadden de wedstrijden tegen ADO en De Graafschap en vandaag dus VVV met mijn oudste zoon, die me in de tussenliggende periode van alle ins en outs, belevingen en bevindingen rond Feyenoord op de hoogte heeft gehouden.

Ruim op tijd parkeren we bij metrostation Lombardije. Nu weten we dat we betalen moeten, de parkeerbon van de vorige keer is trouwens nog niet binnen. We lopen mee met de stroom richting het stadion. Onderweg een enorme vuurwerkknal. ‘Als ze dat in het stadion doen, wordt dat weer betalen.’ Ik kijk mijn zoon aan en denk, sommige weetjes weet ik ook wel. Maar anderen blijkbaar niet, want in de twaalfde minuut ging er inderdaad een enorme knal af, dus dat wordt betalen?

Op onze tribune zie ik weinig bekende gezichten. Mogelijk dat meer mensen hun kaart delen met anderen. Mijn zoon en ik hebben er zin in. We gaan beide uit van een duidelijke overwinning, het Haagse drama zijn we al weer vergeten. Zelf denk ik nog aan het advies dat ik aan Ronald Koeman gaf na de wedstrijd tegen Heerenveen, dat hij de spelers duimschroeven mee moet geven. Ik wil daarmee zeggen dat als een tegenstander zwakker is, erop en erover en vooral niet verzuimen de kansen te verzilveren.

HET VIEL NIET MEE

Je hoopt natuurlijk op een spetterende wedstrijd, veel doelpunten en dat VVV als een soort oefenwedstrijd moest fungeren voor DE wedstrijd van volgende week. Het liefst met mooi (werk) voetbal, maar in ieder geval met passie en inzet. En dat viel verdorie tegen. Goed, Ron Vlaar heeft het hele veld wel gezien, Clasie toonde inzet en ook Guidetti stond vaker en sneller vrij dan veel medespelers door hadden, maar toch. 1-0 met rust uit een strafschopp gaf de veldverhouding en het klasseverschil tussen Feyenoord en VVV wel weer, niet het aantal kansen dat Feyenoord heeft weten te creëren. Na het doelpunt was er even wat agressie, maar het waren vooral veel fouten en gebrek aan initiatief in de voorhoede, met uitzondering van Cabral. Maar Cabral is een hoofdstuk apart en daar kom ik nog op terug. Nadat VVV in de tweede helft met tien man kwam te staan, was het duidelijk dat de strijd ongelijk zou zijn, maar met nog twee doelpunten, was het een overtuigende overwinning, maar geen overtuigende wedstrijd. 4-0 tegen VVV en boven Ajax staan in de competitie was in augustus nog de natte droom van menig Feyenoordfan. Vanmiddag is het geen droom, maar de werkelijkheid. En vorig jaar verloren we dit soort wedstrijden, dus ik moet niet lullen, drie punten zijn binnen, en toch……Toch wil ik meer, in ieder geval meer passie en werklust zien en vooral niet dat angstige getik rond de zestien omdat niemand echt het initiatief durft te nemen met uitzondering van Cabral, maar die was vanmiddag ook enkele hele belangrijke lessen uit de basis van het voetbal vergeten.

EEN CABRALLETJE

Samen met mijn zoon vonden we tijdens de wedstrijd het Cabralletje uit. Een Cabralletje staat voor een maximum aan bewegingen met een minimaal resultaat. We zagen ze te veel deze middag, vooral bij Cabral, de uitvinder van het Cabralletje. Er waren voorbeelden te over waarbij een eenvoudige pass op Guidetti of meteen een voorzet in het zestienmetergebied kansen zouden opleveren. Dat zag het publiek heel goed, maar de rechter spits van Feyenoord niet. Hij had wel de ene schaar na de andere in de aanbieding, maar draaide de tegenstander niet dol, vooral zichzelf. Ook het Cabralletje buitenom, dat is een zinloze loopactie richting de cornervlag, waarbij een corner het hoogst haalbare is. Een voorzet werd vakkundig tegen de moegelopen VVV verdediger aangeschopt. Vaak werd het helemaal niets. En ik zal eerlijk zijn, een cabralletje is leuk als er 1 op de 10 tot een prachtig doelpunt leidt, maar een cabralletje is uiterst irritant als het niet helemaal loopt met het team. Er komen zelfs allerlei flauwe rijmpjes in me op, want er zijn veel woorden die rijmen op Cabral. Ik noem er een paar: bal, verval, gebral, vazal, getal, mal.

Beste Cabral

Maak ’t niet te mal

met 100.00 scharen in getal

speel liever op tijd die bal

Ik houd het simpel, want zo’n jonge jongen moet je ook niet kapot schrijven. Het uitfluiten vind ik dan ook jammer, hoewel ik het wel begrijp. Soms is simpel beter, voor jezelf en voor het publiek. Aan de andere kant als het beslissende doelpunt volgende week tegen Ajax via een Cabralletje wordt gemaakt dan gun ik hem weer een oneindige hoeveelheid scharen. Zo ben ik dan ook wel weer, bovendien zal ik dan proberen een heel ander rijmpje te maken.

DE GENERALE

Ze zeggen vaak dat een slechte generale repetitie de beste voorbereiding is op het echte werk. Laten we het hopen. Volgende week zal ik om half één klaar zitten voor Eredivisie Live. Ik hoop dan na afloop van die wedstrijd met een opgelucht hart naar Wijchen te rijden, om de verjaardagen van mijn neefjes te vieren en de seizoenskaart aan mijn broer te overhandigen die op 5 november tegen NEC paraat zal zijn. Nu dacht na de toch wel iets tegenvallende wedstrijd te kunnen eindigen met de woorden: ‘Maar we hebben in ieder geval het boek nog.’ Ik verheugde me namelijk op het boek over Coen Moulijn, maar de rij was zo lang, dat ik vreesde dat we alnog te laat zouden komen en dus weer een parkeerbon. Dat boek heb ik dus tegoed. Trouwens dit is in heel mijn leven de tiende livewedstrijd van Feyenoord en de eerste keer dat Feyenoord won. Alle voorgaande wedstrijden eindigden in gelijkspel als ik er bij was.

Kakelkrant van Sprakeloos 27: Het is kruipen voor Geert!

 

De sorry-cultuur is misschien wel de basis waaraan de PVV zijn bestaansrecht te danken heeft, naast natuurlijk de intense afkeer jegens moslims en het voor de gek houden van Henk en Ingrid. De sorry-cultuur staat voor oude politiek en achterkamertjes en dat lusten Wildersianen niet. Nu constateer ik dat het gedoogmonster grote gelijkenissen vertoont met hetgeen Geert Wilders zo verafschuwt. Misschien kan het met politiek niet anders en komt ook Wilders tot die conclusie. Tenminste één ding doet Geert Wilders anders, buiten natuurlijk het bezigen van onparlementair taalgebruik hetgeen Geert duidelijkheid noemt, dat is verongelijkt klikken bij de bovenmeester. Misschien is dat een trenbreuk oftewel nieuwe politiek? Voorlopig zijn vooral CDA-ers hiervan het slachtoffer, al hebben ze dat vooral aan zichzelf te danken.

Ik neem u even terug naar de oude politiek of misschien wel naar algemene menselijke waarden via de spreekwoorden ‘Waar gehakt wordt, vallen spaanders’ of ‘fouten maken is menselijk’. Kortom een mens is niet onfeilbaar, de slager niet, de timmerman niet, u en ik niet, dus ook politici niet. En als je fouten maakt dan zeg je sorry en doet vervolgens je stinkende best om dezelfde fout niet opnieuw te maken. Zo doen ook politici dat, want ze zijn niet alleswetend en alleskunnend, integendeel zou ik haast zeggen. Maar wij hebben ze per slot van rekening gekozen. Mocht je echter willens en wetens fouten maken, met in gedachte dat, als ze erachter komen, een ‘sorry’ voldoende is als een aflaat voor je slechte (politieke) geweten, dan is dat zwendel en geen transparantie politiek.

Ook het CDA zal in principe voorstander zijn van transparante politiek. Zeker nu ze gekozen hebben ‘om met hun poten in de modder te staan’ en ‘hun verantwoordelijkheid te dragen‘. Met een beetje kennis van (christelijke) solidariteit en meededogen, snap ik dat niet. Aan de andere kant heb ik voldoende zelfkennis. Ik snap heel veel niet in het (politieke) leven en kan daar mee leven.

Een aantal CDA-ers vindt heel terecht dat zij ook moeten zeggen wat ze vinden op basis van hun geweten en politieke principes. Maar ze moeten blijkbaar tegenwoordig oppassen met wat ze zeggen. Als een heuse Inquisiteur van het gedoogbeleid, waakt Geert namelijk. Als het hem niet welgevallig is, gaat hij stuiteren en rent naar bovenmeester Rutte. En hoewel ik vind dat Rutte nog minder charisma heeft dan Balkenende en de authenticiteit van Chinese koopwaar uitstraalt, is dat voor menig CDA-er voldoende om hun oprechte woorden in te trekken. Sterker nog, ze verexcuseren zich voor het hebben van een eigen mening. Zo ontstaat de nieuwe sorry-cultuur, met nu Gerd Leers als duidelijk exponent door te kruipen voor Geert Wilders. Het gedoogmonster ontpopt zich in een heus gijzelingsdrama waarbij de eigen mening wordt opgeofferd. In navolging van Descartes (Je suis, donc j’existe) hebben ze een nieuwe levensvisie bij de christendemocraten: ‘Ik verexcuseer, dus ik ben een CDA-politicus’.

Het begin van iets moois? Rohda Raalte maatje te groot voor koploper Alcides

 Twee voor de prijs van één, dat was het zondag 9 oktober 2011. Een bezoek aan mijn ouders en als toetje de wedstrijd van Rohda Raalte tegen koploper Alcides. De openingswedstrijd van dit seizoen had ik gezien in Lichtenvoorde tegen Longa ’30. Het viel niet mee en via de media heb ik de daarop volgende wedstrijden meegekregen. Tegen Longa ’30 vond ik Rohda te afwachtend en vooral te weinig initiatiefrijk. De tweede wedstrijd werd verloren, maar nadien zijn er drie op rij gewonnen. Voor mij als toeschouwer is er dus hoop op een mooie wedstrijd. Samen met mijn trouwe metgezel, mijn oudste zoon, rijden we naar Sportpark Tijenraan. Een naam trouwens die ik als jeugdspeler nooit heb gebruikt, Tijenraan was voor mij alleen de sporthal. Wie lang niet bij de Rohdavelden is geweest, herkent het echt niet meer. Na 1985 was ik er twee jaar geleden voor het eerst weer en ik moet stellen, het was een mooie accommodatie en dat is het nog steeds en geheel eigentijds. ‘Pa, waar komt Alcides vandaan?’ Ik vertel hem dat ze uit Meppel komen en ik herinner me dat ik in C1 tegen ze heb gevoetbald, ze heetten toen nog MVV Alcides volgens mij. ‘Gewonnen?’ Ik kijk hem aan, trek een laatje herinneringen, in combinatie met bluf, open in mijn bovenkamer en zeg zonder blikken en blozen. “Natuurlijk, 5-3 in Meppel wel te verstaan!’ Honderd procent zeker ben ik niet, maar als keeper herinner ik me een natte regenachtig zaterdag, waarbij me een bal tussen de handen glipte, maar in de rest van de gelijkopgaande wedstrijd een uitstekend herstel. Een van mijn betere wedstrijden in C1.

Bij aankomst kopen we uiteraard een programmaboekje, eentje te vroeg blijkt, want het winnende lot valt op het boekje na ons. We lopen meteen naar het staangedeelte van de tribune aan de linkerzijde van de zitplaatsen. De spelers lopen zich warm, pupillen met vlaggen eveneens en André Hazes zingt over ‘Bloed, zweet en tranen‘. Dat moet ook zeker gelden voor de pupil van de week, Simon Veenhuis. Hij dribbelt net als alle andere pupillen die ik gezien heb heldhaftig naar het doel, schrikt zich te pletter van de keeper, maar gelukkig weet hij in de rebound toch te scoren. En dan……

Dan zie ik een onherkenbaar Rohda in vergelijking met ruim een maand geleden. Wat een gretigheid en compassie etaleert Rohda vanaf de eerste minuut, agressie bij balverlies en de opbouw bij de verdediging is meteen gericht op winst. Ze vinden dat geen Alcides speler iets te zoeken heeft op de helft van Rohda. Het resultaat is er naar want in de 10e minuut scoorde Sahbaz en zeven minuten later was het Thije ten Den die voor de 2-0 zorgde. Als toeschouwer vergeven we de misser van Melvin Velthuis tussendoor omdat hij een goede wedstrijd speelde, dus dan mag je een keer voor open doel missen. Tussen de twintigste en dertigste minuut kwam Alcides terug, kreeg kansen en scoorde de aansluitende treffer. K** denk je als Rohdasupporter, maar het belooft dan wel een heel spannende wedstrijd te worden, het draaiboek voor een thriller ligt eigenlijk klaar om gespeeld te worden. Echter als in de 31e minuut de 3-1 wordt gescoord kunnen die boeken ook weer dicht. Een ander genre lijkt zich te ontpoppen, want de wedstrijd wordt iets grimmiger en het krijgt alle ingrediënten voor een knokfilm al blijft het echte ‘vuurwerk’ nog uit.

Een ruststand van 3-1 schept vertrouwen. Samen met mijn zoon loop ik een rondje om het veld om sfeer te proeven. Ik merk stoeltjes en dug-outs op bij alle velden en zie dat de bosjes bij het oude veld vier, bij het tennispark, er niet meer zijn. Omdat het begint te spetteren, lopen we naar de rechterkant van de zittibune, de plek waar ik de gloriedagen van Rohda menig zondag heb bekeken. We staan bovendien weer aan de kant waar we de Rohdadoelpunten verwachten, hoewel Rohda vroeger het liefst de tweede helft richting de kantine speelde. Ze zullen de tos wel verloren hebben en dat is dan ook het enige die middag. Ook de tweede helft is voor Rohda, al proberen de Meppelaren het nog wel in het begin. Nog een keer komen ze met een prachtig doelpunt uit een vrije trap, maar ze hebben geen antwoord op de wil om te winnen bij de Raaltenaren, die tussen het fysieke tumult ook gewoon hun vierde en vijfde doelpunt scoren.

En tumult is er af en toe met halverwege de tweede helft een heus opstootje, maar tot een echte knokfilm komt het gelukkig niet. In mijn optiek was Rohda mogelijk af en toe een pietsie te gretig, zonder echt smerig voetbal te spelen. Je kunt het ook mannelijk spel noemen en dat komt niet lekker over bij Alcides dat misschien een pietsie gefrustreerd is omdat het de verwachting van de status als koploper deze middag niet waar kan maken. Toch hebben de Meppelaren geen onaardig team, maar het Rohda van 9 oktober solliciteert wel heel nadrukkelijk naar de bovenste plek, misschien wel een treetje hoger nog? Tot de laatste minuut bleven ze knokken en als ze dat de rest van het seizoen blijven doen, dan…….dan zal ik zeker nog eens een sfeerverslagje schrijven in Raalte of elders langs de velden. Misschien dan met de hoeveelheid supporters om me heen die doen denken aan de glorietijden waarbij 1500 voetballiefhebbers langs de lijn geen uitzondering was. Wie weet.

Kakelkrant van Sprakeloos 26: De liefde voor de Huppelkut

 

Er zijn van die dagen. Het is vrijdagavond en eigenlijk, na een dag veel achter het beeldscherm denk je, laat ik de sociale media, de sociale media maar. Bovendien kan de wereld ook wel één dag zonder een blogje van mijn hand. Ik kijk nog even naar het nieuws op nu.nl en ben terstond sprakeloos. Silvio Berlosconi laat weer van zich horen, en hoe.

Tja en als je na gaat denken over de Italiaanse wereldleider, beschermer van het grote Romeinse cultuurgoed en baas van ook alle weldenkende Italianen, dan prijs ik me gelukkig met Wilders. Die mafkees in Rome wil een naamsverandering van zijn partij. Na de populariteit van Forza Italia (Hup Italië) denkt hij met Forza Gnocca opnieuw aan de weg te timmeren. Nu is mijn Italiaans niet zo goed, maar als de genoemde site de vertaling geeft dat het HUP KUT betekent, dan heb ik niet het idee dat ik dit moet controleren. Erger nog, ik twijfel niet eens of dit nieuws mogelijk verzonnen is. Ik ben er van overtuigd dat de man zo knettergek is, om maar eens een Wilderiaanse term te gebruiken. ‘De Laars van Europa’, lijkt met Griekenland het drijfzand in te glijden en wat denk je, de premier van Italië laat zijn adoratie voor het vrouwelijk geslachtsdeel wereldkundig maken op deze manier. Want je denkt toch niet dat dit een vreemdsoortige actie ten behoeve van de vrouwenemancipatie is?

 

Ik heb een advies voor onze Europese testosteronkeizer. Hij moet de haren rond zijn mond laten groeien om zo een ‘mondbaardje’ te kweken, je weet wel, zo’n sprekende kut. Dan kan hij de hele dag in de spiegel praten, Forza Gnocca, Forza Gnocca. Forza Gnocca. Dat zal deze seksverslaafde narcist vast ontzettend geil vinden.

Ondertussen moet Geert Wilders maar even moeite doen om bij de plaatselijke Italiaan in Venlo te vragen wat ‘Doe eens normaal man’ in het Italiaans is. Want nu is er wel reden om dat te roepen.

De vertaalmachine zegt:

Prendere un altro ragazzo normale

Wandelen rond de hoogmis: Vrij Katholieke ChristusPantocrator Kerk te Raalte

Inleiding

Ik ben spaarzaam opgevoed en verspilling is een zonde. Ik durf niet te beweren dat ik dit in alle aspecten nog volg. Het bewustzijn is er echter nog wel. Zo zijn mijn ouders altijd, nu nog steeds, bezig met het doelmatig plannen van uitstapjes. Als je toch van A naar B rijdt, dan neem je C ook meteen mee, want dat ligt op de route, hoef je maar één keer te rijden. Zo wilde ik op zondag 2 oktober mijn ouders een bezoek brengen, wist ik dat mijn echtgenote interesse had om eens een Vrij Katholieke dienst mee te maken en zelf vond ik dat mijn serie ‘Wandelen rond de hoogmis‘ een kwijnend bestaan leed. Bezoek ouders, spirituele interesse bij mijn vrouw en een stukkie schrijven, konden gecombineerd worden in één rit, naar Raalte dus. Op een zomerse zondag in oktober togen wij naar de Vrij Kathollieke Christus Pantocrator Kerk.

Vrije Katholieke Kerk

Zoals ik in eerdere ‘Wandelingen rond de hoogmis’ heb gedaan, bezoek ik een kerkdienst zonder specifiek doel. Ik laat me verrassen door het spirituele aanbod, ik kijk om me heen en laat mijn gedachten gaan. Zelfs bij de uitwerking kan het idee van de wandeling op papier weer helemaal anders worden, al naar gelang de inspiratie ter plekke. De prikkels om een stukje te schrijven kunnen van mezelf komen, de radio op weg naar de kerkdienst of nadien, bijvoorbeeld door een opmerking van mijn zoon.

Sinds kort heb ik een een alles-is-mogelijk telefoon. Er is echter één voorwaarde aan zo’n ding, de eigenaar moet ook compatible zijn en ik heb mijn zoons daarbij nog wel nodig. Zo heb ik een App genaamd dropbox. Een foto die ik maak wordt met een relatief eenvoudig handeling, ongeacht de plek waar ik ben, op mijn computer gedropped. De finesse zit hem in het woord ‘relatief’, want het aantal handelingen voor deze hocuspocus is me toch te groot, dus roep ik de hulp in van mijn zoon. Hij bekijkt de foto’s en leest: ‘Vrij Katholieke Kerk?’ Hij kijkt me bedenkelijk aan en concludeerd spottend: ‘Ze zijn dus behoorlijk katholiek.’

Aan zijn stem hoor ik het puberale geluid. Hij is eigenlijk tegen ieder vorm van godsdienst en we laten hem daar vrij in. De scheiding van Kerk en Staat is voor hem heilig, en dat je op vrijwillige basis iets met een kerk wil vindt hij best, maar begrijpen doet hij het niet. Hij heeft inmiddels voldoende vertrouwen in zijn ouders dat ze niet zomaar in één of ander sektarische gemeenschap belanden, maar verder hij heeft er niets mee.

‘Vrij katholiek, nee dat zijn ze niet’, doceer ik hem.

Maar wat zijn ze dan wel? Ik vaar in deze voor een deel op het kompas van mijn vrouw en heb ter voorbereiding van het schrijven van dit stukje wat foldertjes doorgebladerd. En weet je wat zo fijn is van het ‘lekker niet weten’? Ik krijg zo’n gevoel van een kleine jongen, die er vrede mee heeft het niet te begrijpen, maar geconfronteerd wordt met iets relatief nieuws en pogingen doet die beperkte informatie toch handen en voeten te geven. En omdat ik degene ben die de regie over dit blog heeft, hoeft het nergens aan te voldoen, alleen aan mijn eigen voorwaarde. Ik ga vanuit mijn onkunde, misschien wel beperkte spiritualiteit, u meenemen in een inleidende cursus ‘Vrij Katholiciteit’. En dat heeft dan weer helemaal niets met Rome te maken. Voor velen is dat positief. Ook voor mij, want ik verbaasde me als kind al over het keurslijf van Rome. De hiërarchische opbouw van veel protestantse kerken oordeelde ik als veel positiever, maar daar spat de levensvreugde ook niet door de kerkmuren heen.

De wandeling naar de ‘hoogmis

Op weg naar Raalte speken we kort over de zaken waar mijn vrouw zich mee bezig houdt. Sinds ze serieus yogadocente is, komt haar spirituele interesse meer naar voren. Ik ben vooral volger, niet zozeer van de spiritualiteit, meer van haar en haar kennis. Ze praat over non-dualisme en gnostische stromingen. Ik weet dat er boeken vol geschreven zijn, maar zelf heb ik er nog nooit één ter hand genomen. Op spiritueel gebied ben ik nu eenmaal lui, maar niet ongeïnteresseerd. Dus af en toe pak ik wel enige kennis van haar op. Vooral als het gaat om de vorming van de vroeg katholieke kerk, dat al gebaseerd is op politieke keuzes welke evangeliën wel of niet tot de richtinggevende geschriften moesten behoren. Nieuwe vondsten van oude geschriften geven inzichten die mogelijk de mores van de katholieke kerk niet welgevallig waren en nu zeker niet populair zijn, want het christendom, verankerd in onze samenleving, kent veel waarheden. En deze waarheden zijn niet bijvoorbeeld: Dat Jezus getrouwd was met Maria Magdelena en mogelijk kinderen heeft, dat er aan het laatste avondmaal ook dames aanwezig waren. En het feit dat ik dit interessant vind, om vooral ook een tegengeluid te laten horen tegen het machtsdenken van de Rooms Katholieke Kerk geeft al aan dat mijn nondualistische onderstroom nog niet geworteld is in mij. Meer kennis is noodzakelijk, dus meer gnostische onderbouwing is wenselijk. En dat doen ze ook bij de Vrij Katholieke Kerk middels lezingen op velerlei gebied en met behulp van wijsheden en geschriften, ook die van andere geloven.

‘Weet je precies waar het is?’

‘Ja natuurlijk, ik heb 16 jaar in Raalte gewoond, maar ik was altijd in de overtuiging dat het de Oud-Katholieke Kerk was die gevestigd was in de Stationsstraat.’ Navraag bij mijn ouders leerde me dat zij dat ook dachten. Niets is minder waar. Het gebouw is van oorsprong een synagoge, maar sinds 1943 definief in onbruik geraakt. Nadien heeft de Vrij Evangelische Kerk het gebouw betrokken en sinds 1985 de Vrij Katholiek Kerk. Een jaar nadat ik uit Raalte vertrok.

De hoogmis’

Entourage

Het is voor de meeste mensen altijd even zoeken naar een houding in nieuwe situaties, bij ons binnentreden in het kerkje is dat niet anders. In een flits tel ik vijf mensen in een ruimte waar volgens mij 27 zitplaatsen zijn. We gaan meteen in de eerste bank zitten en kijken mogelijk onwennig om ons heen. Voordat we ons bewust waren van die onwennigheid, kwam een vriendelijke dame naar ons toe met het nodige lees- en zangvoer en werden we wegwijs gemaakt in het abc van de dienst. Een man, waarvan ik dacht dat het de priester was, heette iedereen welkom, om vervolgens opnieuw op te komen, maar dan nu met de echte priester en nog een misdienaar, of eigenlijk misdienette, al weet ik niet of dat van toepassing is in deze kerk.

Het feit dat we met volgens mij twaalf mensen aanwezig waren, de priester, twee ‘misdienaars’, een organist en een 1 hoofdig koor en 7 kerkgangers, had voor mij als observant een groot nadeel. Ik kon niet terugvallen op de door mij zo gekoesterde anonimiteit. Voor mijn gevoel wordt iedere beweging waargenomen en om nu de helft van de dienst schrijvend door te brengen, vond ik niet erg respectvol. Terugkijkend op mijn korte aantekeningen, moet ik het doen met mijn algemene ervaring. Hetgeen me in eerste instantie opviel is de zang onder begeleiding van het orgel en vol geluid gaf. Nu was het gebouw niet groot, maar de muziek vulde de lichte en heldere kerk. Want tien mensen zongen uit volle borst, er was geen sprake van meemurmelen zoals ik dat regelmatig heb ervaren.

Beperkte observaties

Trouwens ik leerde dat het getal twaalf een magisch, heilig of anderszins een belangrijk getal is. Er wordt gesproken over twaalf leerlingen van Jezus, twaalf aartsengelen, maar ook zijn er twaalf ridders van de ronde tafel en 12 sterrebeelden, en nu dus ook 12 mensen bij mijn première in de Vrije Katholieke Kerk. Dat kan geen toeval zijn.

Bij de start van de dienst werd uitgebreid stil gestaan bij een klein Maria, laten we het kapelletje noemen, en Moeder Gods geëerd. Verder stond de dienst in het teken van Michaël en de Engelen. In verband met de reeds genoemde spirituele luiheid in combinatie met de beperkte aantekeningen, kan ik de dienst lithurgisch niet duiden en ik wil al helemaal niet nadrukkelijk ingaan op allerlei vergelijkingen met de mij meer bekende katholieke kerk. In dit kader benadruk ik dat ik ‘ergens’ heb gelezen ter voorbereiding dat de Vrij Katholieke Kerk uitgaat dat het Christendom geen vervanging is van andere bestaande kerken, maar hooguit een aanvulling.

Met die wetenschap vielen mij de woorden van de priester op dat bij de Vrij Katholieke Kerk engelen bijvoorbeeld geen mensachtige figuren zijn met vleugeltjes. De basis voor het geloof, of mogelijk kun je beter beleving zeggen, is de kracht in ieder mens zelf. Je mag dat wat de priester betreft engelen, noemen. Het zoeken naar kennis en wijsheid moet vanuit de mens zelf komen, daar heeft hij een heel leven voor en als dat niet voldoende is, dan mag hij zijn taak in een volgend leven vervolbrengen. En zie daar, het element van reïncarnatie wordt ingebracht. Nadrukkelijk wordt voor de eerste en enige keer volgens mij het vergelijk met de Roomse Kerk door de priester zelf gemaakt. Rome legt de menselijke verantwoordelijkheid veel meer bij het correct opvolgen van wetten en dictaten voor het Eeuwige Leven. Ik denk dat de Vrij Katholieke Kerk daarmee niet meteen een kerk is voor luie of mensen met een lethargische inslag.

Op zoek naar mijn definitie

Tijdens de dienst ben ik hevig zoekend naar een definitie van het Vrij Katholiscisme. Volgens mij is het een persoonlijke zoektocht met het leven van Jezus Christus als leidraad, waarbij kennis en kunde van andere godsdiensten gebruikt worden, of waarvan kennis mag worden genomen, misschien wel ‘het husselen van meerdere godsdiensten’ of eigenlijk misschien wel een universele zoektocht van, door en met mensen naar het Goddelijke in jezelf.

Dat maakt de communie bijvoorbeeld ook vrij toegankelijk voor iedereen, mits de basishouding er een van respect is. En dat is mooi, heel mooi.

Verder mag gesteld worden dat er tijdens de dienst niet op een minuutje meer of minder wordt gekeken, dus de afspraak met mijn ouders dreigt in het gedrang te komen, hetgeen de nondualistische elementen in mezelf enigszins op de proef stelde.

De wandeling terug

Het einde van de dienst vond ik mooi. In het dienstboekje werd er al gewaarschuwd, alsof de Vrij Katholieken ervaring hebben dat er met regelmaat Roomse passanten in hun kerk zitten. Tja, en daar is het vrij gebruikelijk dat na het laatste belletje een ieder zijn eigen leven weer in sjokt. ‘De kerkganger wordt gevraagd te blijven zitten, nadat de priester met zijn gevolg is verdwenen.’ Ze komen terug en in serene rust en met gevoel voor timing, worden alle kaarsen gedoofd. Een fijn introspectief moment. Het is jammer dat we niet in konden/ wilden gaan op de uitnodiging koffie te drinken, want ik wilde toch niet te laat bij mijn ouders aankomen. Een gesprek achteraf met aanwezigen had met zekerheid een ander verhaal opgeleverd. Bovendien hadden ze me mogelijk de volgende termen kunnen uitleggen ‘Checibim’ en Serafim. Nu moet ik het doen met Google. Checibim kan ik al helemaal niet vinden en bij Serafim kom ik terecht bij een Hulporganisatie voor ontwikkelingswerk en een bisschop uit de jaren twintig van de vorige eeuw.

Het is ook goed zo, ik heb de eerste kennismaking als zeer zinvol ervaren.

 

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Kakelkrant van Sprakeloos 25: PvdA mag niet vernieuwen.

 

Vernieuwingsdrang is in zijn algemeenheid vaak misplaatst, heel erg misplaatst. In de praktijk wordt gesproken over vernieuwingsdrang als:

  1. Gemaakte afspraken niet worden nagekomen
  2. En de schuldvraag niet boven tafel mag komen

Actuele geluiden beweren dat de PvdA ook weer toe is aan vernieuwing. Bullshit natuurlijk, de afspraak binnen het sociaaldemocratische gedachtegoed is toch opkomen voor de zwakkeren in de samenleving, of dit nu arbeiders, allochtonen, ouderen of PGB-ers zijn: Samen Delen, de welvaart en het welzijn. Hiervoor is nodig dat er een stabiele en goeddraaiende economie is en blijft. In de jaren negentig heeft de PvdA dat onvoldoende gedaan. Onder Paars en de wereldeconomie is de welvaart wel gegroeid, de eerlijke verdeling was minder en daarmee stonden de welzijnsgevoelens sterk onder druk. Het is de PvdA te verwijten dat ze te ver en te lang zijn meegegaan met hedonistische tendensen en het (extreme) marktdenken gebruikte als hun vervoermiddel. Toen is het verkeerde transportmiddel gekozen om de sociaal democratische principes te vervoeren. Ze hebben schade geleden, maar niet onherstelbaar. In de jaren tachtig werd de sociaaldemocratie te ouderwets gevonden, via prachtige interne boekwerken als Schuivende Panelen moest het allemaal in een nieuw jasje. Maar nieuwe jasjes of niet, het blijft dezelfde drager en die moet zich er comfortabel in voelen en dat geldt nu nog steeds.

De boodschap van Samen Delen is blijkbaar de afgelopen tien jaar niet goed genoeg onder het daglicht gebracht, maar de behoefte is er nog wel, gezien de groei van de SP.

Schade dus door de verkeerde keuze van het transportmiddel, maar Samen Delen is meer dan ooit van belang. Met samen delen bestaat er geen onoverbrugbare kloof tussen mensen, zowel sociaaleconomisch, maar ook cultureel. Zo simpel moet de boodschap blijven. En Job Cohen dat als burgermeester van Amsterdam de boodschap kon uitdragen, kan hij dat wat mij betreft ook als oppositieleider, als een partij maar achter de boodschap blijft staan, Samen Delen. Ik heb geen last van een minder mediageniek optreden van Cohen tegen de inhoudsloosheid van de PVV. Jammer dan, want de PvdA wil natuurlijk ook Samen Delen met Henk en Ingrid, al willen zij dat nu nog niet. Ik heb geen last van een theeslurpende Cohen als dat bijdraagt om de angel uit de vastgelopen sociaal-maatschappelijke verhoudingen te halen. Als er maar duidelijkheid bestaat. En dat is (strategisch) oppositie voeren tegen Rutte 1. Het CDA en de VVD zijn verantwoordelijk voor het gedooggedrocht. Als dat weg kan, liever gisteren nog dan vandaag. Compromissen sluiten met deze regering is meedoen aan de gedoogconstructie, dus per definitie afdwalen van het Samen Delen. Duidelijkheid betekent ook dat de PvdA niet alleen naar het midden van de macht moet kijken, maar ook naar links. De PvdA is misschien wel de grootste blokkade om de SP in de regering te krijgen. Laat die jongens en meisjes meedoen, ze hebben meer overeenkomsten met de PvdA dan leden van het minderheidskabinet. PvdA: “If nothing goes right. Go left.” En ga niet zitten zwetsen over vernieuwingsbehoefte. Misschien heeft Wilders wel eens een keer gelijk en hebben we behoefte aan een bedrijfspoedel, niet voor dit kabinet, maar wel voor heel Nederland.

Mijn filmblik op: Gooische Vrouwen

Als de 21e eeuw het tijdperk van de vrouw wordt; als ik me moet aanpassen aan de Shevolutie en moet accepteren dat ik tot de menssoort behoor dat beperkt kan communiceren….. en Gooische vrouwen staat voor de humor die daarbij hoort, dan heb ik mijn beste portie humor in mijn leven inmiddels gehad. Ik heb zo ontzettend NIET moeten lachen….

Linda de Mol heb ik hoog staan, laat daar geen misverstand over zijn. Al is het maar dat ik met volle teugen kon genieten, terwijl ik achter de computer heel belangrijke dingen aan het doen ben, dat de kamer gevuld wordt met de ene na de andere lachsalvo van mijn vrouw bij het zien van de serie Gooische Vrouwen. Ik lachte vanzelf mee. Zelf ben ik niet zo’n Gooisch type, de ene ervaring heb ik vorig jaar aan het blog toevertrouwd, een cultureel antropologische verhandeling over Naarden, maar dit terzijde. Mijn vrouw en ik delen veel, maar Gooische vrouwen is voor haar. Ik vind dat goed……

Nu had ik stiekem wel gedacht, misschien moet ik de film wel gaan kijken in de bioscoop, maar honderd van die lachsalvo’s à la mijn vrouw kan mijn gestel niet aan, sowieso denk ik in zo’n oestrogenencircus nog subjectiever zal worden. Sinds deze week hebben we de mogelijkheid om films ‘on demand’ te kijken en in volledige harmonie kozen we voor ‘Gooische Vrouwen’. Dat viel niet mee. Mijn echtgenote had de film al gezien, dus genoot al voordat de eerste beelden langs kwamen. Ik heb heel hard mijn best gedaan om te genieten, maar ik moest niet lachen, nauwelijks glimlachen. Tja, het schijnt erg grappig te zijn om een donkere baby in een Burberry pakje te zien. Mij moest uitgelegd worden wat ‘Burberry’ was. Ook glijden mijn lachspieren niet uit bij een homo met een dalmatiërkapsel, laat staan als hij nichterig door Parijs loopt met een stokbrood handtas. Nee, ik moest niet lachen. Ja, één keer, toen het kunstzinnig busje op weg naar Parijs benzine nodig had en dus vaginaal bevredigd werd. Dat ik juist hier om moest lachen is wel echt iets van Mars.

 

Het einde van de film werd iets beter, een fractie. De verbale communicatie werd minder belangrijk en overgenomen door muziek en beelden. Mannen zijn blijkbaar visueler ingesteld, dus ik kan nog een beetje mee genieten met het feelgood gevoel.

Vrouwenfilms, ik ben er vaker ingetrapt. Nu was ik al op mijn hoede, dus echt teleurgesteld was ik niet. Dat had ik wel bij Bridget Jones Diary, waarbij ik na vijftien minuten echt afhaakte. Na vanavond weet ik het, een vrouwenfilm, niet meer aan beginnen. Wat ik trouwens wel humor vond is dat het Gouden Kalf voor de beste bijrol door Paul Muller als Martin Morero geschonken werd aan een kinderboerderij.

Mijn waardering in cijfers uitgedrukt. Moeilijk, ik vind een zes voor de moeite te veel, zelfs een magere 5,5 staat niet in verhouding tot het geboden amusement. Een 5, ondanks Linda de Mol.

Mijn eerste multiculti-verrassing

Naar aanleiding van de uitzending van Pauw&Witteman van 30 september 2011, maakte ik kennis met Karin Amatmoekrim die haar belevenissen beschrijft als allochtoon op een kakkersgymnasium met honderd procent blanken. 100% – Karin natuurlijk. Haar belevenissen heeft ze in een boek gegoten. Ik zal het zeker gaan lezen. Het deed me denken aan een verhaaltje dat ik schreef in 2004 dat teruggreep op mijn eerste ervaringen met Surinamers. We hebben het dan over 1976 in Raalte.

“Groningen met Groningen, Friesland met Leeuwarden, Drenthe met Assen, Overijssel met Zwolle,……..”
Zo worden alle provincies op aanwijzing van de meester opgedreund. Veel inspiratie heeft de klas niet, gezien het slome tempo. Buiten is het ook ongewoon weer voor april, de zon schijnt en de warmte komt met vlagen binnen via de openstaande ramen, boven in de klas. Ramen die alleen met een lange stok zijn te openen en weer dicht te doen. Deze ochtend heeft de meester voor het eerst dit voorjaar de bovenramen geopend. Een teken voor alle kinderen van de dorpsschool dat de lente echt is begonnen.
“Noord-Brabant met Ben Bosch en Limburg met Maastricht.”
“Hans opletten, buiten is het helemaal niet interessant, hierbinnen gebeurt het. Omdraaien!”
De meester uit op een gedoceerde manier zijn professionele boosheid. Het maakt dan ook niet veel indruk op Hans. Ook andere kinderen proberen te ontwaren waar de aandacht van Hans naar uit gaat.
Ze kijken naar de hoofdingang waar meester Pietersen, het hoofd der school, afscheid neemt van een donkere man. Meester Pietersen is nog zo’n ouderwets hoofd der school dat zelfs in de jaren zeventig al in onbruik dreigde te geraken. Netjes in het pak, een bril die minstens tien jaar uit de mode is en die hem zo mogelijk nog strenger maakt dan hij in de ogen van de meeste kinderen al is.
De donkere man heeft geen last van de strengheid. Hij glimlacht zijn witte tanden bloot en geeft het hoofd der school vriendelijk een hand ten teken dat het gesprek is afgelopen.
“Hè, zwarte piet loopt daar.”
Na deze opmerking van Fred, is er geen houden meer aan. Kinderen verdringen zich voor het raam en kijken met open mond naar de donkere man. Geroezemoes gaat over in gepraat en een enkeling begint zelfs al Sinterklaasliedjes te zingen. Anderen staren gebiologeerd naar buiten. De belevingswereld van velen in de klas is niet ingespeeld op donkere mensen.

De meester overziet de situatie en begrijpt de consternatie. Hij komt tot een wijs besluit als de meeste herrie is overgewaaid.
“Jongens en meisjes, boeken opruimen. De aardrijkskunde les is afgelopen voor vandaag.”
Toch haalt hij een landkaart uit een andere klas. Het is de wereldkaart. De vierdeklassers zijn nog niet zover, dus kijken verbaasd naar hun meester.
“Wie van jullie weet waar Suriname ligt?”
De meeste kinderen kijken glazig naar de landkaart, een enkele wijsneus steekt de vinger in de lucht en hoopt een beurt te krijgen om zo zijn of haar wijsneuzigerheid te tonen.
Gezamenlijk komen de slimmeriken er uit en zo wordt het kennisniveau deze middag onverwacht omhoog gekrikt in de klas.
“De meneer die jullie net zagen, komt uit Suriname.”
De meester legt vervolgens uit dat hij drie dochters heeft en die komen vanaf morgen op school. Eentje in de eerste klas, eentje in de derde klas en eentje in vijfde klas. De vierde klas heeft dus zijdelings te maken met het verschijnsel van donkere klasgenootjes. Toch heeft de meester het verstandig geacht ook zijn klas een eerste les te geven in het multicultureel samenleven.

In het dorp wonen eigenlijk geen donkere mensen. In de nabijgelegen provinciestad kun je ze wel zien. Meestal zijn ze dan niet eens zo donker. Ze bewonen een huizenblok nabij het station en komen uit Turkije, al worden ze meestal wel zwarten genoemd. Dus enige uitleg van de meester is wel op zijn plaats. Duidelijk is echter dat ook de meester niet precies weet hoe hij zijn klas duidelijk moet maken dat het heel gewone kinderen zijn en dat ze Nederlands spreken. De meester komt ook uit het dorp.
“Dus gewoon mee spelen net als met alle andere kinderen.”
Dit waren zijn laatste woorden toen de bel ging.

Bij het naar buiten gaan heerste er een opgewonden stemming in de klas. Maar ook in andere klassen heeft de aardrijkskundeles langer geduurd dan gebruikelijk.
“Mijn vader zegt dat ze in Suriname nog in bomen wonen.”
Een ander beweert:
“Ze lopen daar allemaal op blote voeten en zijn beresterk.”
“Ja en ze kunnen allemaal judo en zijn heel snel.” zegt weer een ander.
Het hoofd der school maant een ieder tot rust, maar laat zijn strenge blik achterwege. Ook een streng hoofd der school begrijpt de opgewonden stemming een beetje. Hij is ook niet geheel gerust over de pedagogische aanpak, die vooraf strategisch is gepland met alle onderwijskrachten.

De volgende ochtend om half negen stroomt het schoolplein langzaam vol. Het is nog steeds prachtig voorjaarsweer. De opwinding en nieuwsgierigheid van gisteren hangt nog steeds op het schoolplein. Niemand mag naar binnen want een donkere vader, de man van gisteren, een donkere moeder en drie donkere meisjes worden ontvangen door het hele onderwijsteam. Het hoofd der school heeft duidelijk de regie, want breed gesticulerend wijst hij naar de juf van de eerste klas die het jongste meisje een hand geeft. Zo wordt er ten overstaan van meer dan honderd kinderen een soort pantomime opgevoerd.
Want bijna het hele schoolplein is naar de ramen toegestroomd. Overwegend blonde koppies en snotneusjes staan met hun voorhoofd tegen de ruiten het toneelstuk gade te slaan. De pantomime wordt van zeer mild commentaar voorzien door de aanwezige kinderen.
“ Jeetje, wat zijn ze donker.”
“ Wat een leuke vlechtjes heeft dat kleine meisje.”
“  Die grote heeft een stadse spijkerbroek aan.”

Het hoofd der school heeft door dat er een enigszins absurde situatie ontstaat en neemt een kloek besluit. De drie meisjes worden afgevoerd door ieder hun eigen meester en juf en de deur wordt voor de overige kinderen tien minuten te laat opengedaan. Alle kinderen worden geacht zo snel mogelijk naar een eigen klas te gaan.

In het eerste daaropvolgende speelkwartier dringen grote groepen kinderen zich op aan de Surinaamse meisjes. Met een mengeling van nieuwsgierigheid en gehoorzaamheid, de meester had immers gezegd dat je gewoon met ze kon spelen, hebben de meisjes vriendinnetjes in overvloed. De jongens bekijken de situatie op een afstand, maar al snel is de aantrekkingskracht van een bal groter dan die van donkere meisjes. Want donker of niet, het blijven meisjes per slot van rekening.

Het heeft amper een week geduurd en de nieuwigheid is eraf en de situatie normaliseert zich. De eerste les in multicultureel samenleven heeft het dorp met glans doorlopen.

Ik vraag me wel eens af, hoe zou het de meisjes zijn vergaan en hoe hebben zij het ervaren?

Kakelkrant van Sprakeloos 24: Suske & Wiske dreigen uit te sterven.

Goed, ik geef het grif toe dat ik ze ook verwaarloosd heb en mogelijk niet zonder reden. De laatste die ik gelezen had, zo’n 25 jaar geleden, vond ik al erg slapjes. Maar tot mijn veertiende heb ik ze verslonden, Suske & Wiske. Spannend en toch voorspelbaar, met een beetje historie en vooral op zijn tijd humor. Tenminste dat vond ik. Tot diep in mijn studententijd vertelde ik na een flinke sloot bier in een melige bui, altijd hetzelfde grapje. Een mopje gestolen van Lambik, ik weet niet meer welk album, maar het ging als volgt:

  • Weet je het verschil tussen een eekhoorn en een vulpen?
  • Nee? Nu, hetgeen het eerst in de boom is, is de eekhoorn.
  • Weet je het verschil tussen twee eekhoorns en een vulpen?
  • De twee die het meest op elkaar lijken zijn de eekhoorns.
  • En weet je het verschil tussen drie eekhoorns en een vulpen?
  • Waarmee je schrijft is de vulpen.

Dit ging dan gepaard met een schaterende Lambik. Eenmaal in de olie had ik jaren na dato nog steeds de slappe lach. Of mijn gehoor dat ook grappig vond, deed totaal niet ter zake voor me.

Hedenochtend hoorde ik dat de nazaten van Willy van der Steen, de schepper van de striphelden, het moeilijk hebben. De nalatenschap bepaalt dat er een vast stramien is, waarin de strips gegoten moeten worden. Het past blijkbaar niet meer in de hedendaagse stripcultuur. En eigenlijk kan ik me er wel iets bij voorstellen. Suske en Wiske zijn brave seksloze kinderen van onbestemde leeftijd. Tante Sidonia een heks met een bijpassende neus, schoenen als surfplanken en een kapsel dat doet denken aan een hedendaags Nederlands politicus. Jerommeke is ook uit de tijd, want de hoeveelheid sportschoolboys die een vergelijkbaar torso hebben en tevens dezelfde herseninhoud, is ook legio. Lambik is mogelijk het meest tijdloos, maar zijn kale kop heeft al jaren navolging in de maatschappij, bovendien wie moppert er tegenwoordig niet. Ik denk dat de mate van identificatie met de hoofdpersonen beperkter is geworden. Lezen kinderen nog wel dat soort strips nu de mogelijkheden van cartoons op tv oneindig groot zijn. Zal de stripcultuur, net zoals de literaire leescultuur, verminderen? Het zou mij best aardig lijken Suske en Wiske in een hedendaagse politieke cultuur te plaatsen. Of dit nu België of Nederland is, maakt niet uit. De eerste versie in Nederland zou kunnen heten: “De meedogenloze gedoger. Helaas kan ik niet tekenen, alleen maar blogjes schrijven. Jammer.

Kakelkrant van Sprakeloos 23: Moet ik het verdorie weer over Rob Oudkerk hebben?

 

Het is niet de eerste keer dat ik de sterke behoefte, misschien wel levensnoodzaak, voel om te fulmineren tegen oud PvdA politicus Rob Oudkerk. Wat werd ik gisteravond (26 september) weer een partij misselijk bij het aanhoren van die man bij de Pauw&Witteman. En mijn groeiende antipathie heeft niets te maken dat hij in het verleden de zwakste en meest afhankelijke vrouwen van de straat heeft bezoedeld, helemaal niets, al vind ik dat ook niet getuigen van innerlijke kracht.

Nee, ik ga echt over mijn nek bij Oudkerk als goeroe, vermomd als lector Leefstijlverandering bij Jongeren, zit te preken. Gisteravond gooide hij weer een balletje op om ongezonde levensgewoonten separaat aan pakken. Roken, drinken, vetzucht en gebrek aan beweging wil ook dominee Oudkerk gaan criminaliseren.

Wie is deze man, (nog net) babyboomer, die ons de les moet lezen. Natuurlijk is roken ongezond, ik kan er over mee praten; Natuurlijk is te dik zijn slecht, nog even en ik kan er over meepraten; Natuurlijk is te weinig bewegen niet best, ik zou ook liever meer bewegen dan mijn bureaustoel constant warm te houden. Trouwens, topwielrenster Marianne Vos, ook aan tafel bij P&W, memoreerde dat ook topsport erg ongezond is.

Je moet ook wel een hele druiloor zijn om het tegendeel nog te beweren. Rob Oudkerk is echter ook een druiloor, en stekeblind. Een druiloor omdat hij zijn gewichtsverlies als een overjarige gekerstende EO-er predikt. “Ik heb het licht gezien, dus JIJ MOET ook het licht zien, op wrake van de gesel OUDKERK, dus straf via de zorgpremie. Stekeblind omdat hij amechtig zijn best deed het probleem los te zien van de context van de Nederlandse samenleving. Bevoogdend, betuttelend en vooral hautain kakelt hij zijn bevindingen in de ether over roken en vetzucht. Man, kijk eens om je heen hoe de samenleving georganiseerd is, hoe armoede vetzucht met zich meebrengt, immers goedkoper, hoe verslavingsgedrag, naast een belangrijke genetische (!) component, ook voor een deel met (culturele) armoede heeft te maken. Zie je als gewezen sociaaldemocraat niet meer hoeveel mensen sowieso moeite hebben op alle fronten aan het ideaal plaatje te voldoen. Ze moeten de ideale partner zijn, uitstekende opvoeders, fijne collega’s, sociale buren, betrokken dorpsgenoten en als het om kinderen gaat worden ze al helemaal rondgeslingerd door 1001 ongezonde levensopties. Pak die context aan en vervuil de ether niet met je extreem liberale “eigen schuld, dikke bult-evangelie”.

Ik kan nog wel een lijstje maken, naast alcohol, vet en nicotine dat ook bestraft moet worden. Wielrenster Vos noemde topsport al, maar wat te denken van sport in het algemeen. Als huisarts weet u vast wel hoe de EHBO-posten en huisartsenpraktijken in de weekeinden en de maandagochtend eruit zien. Welke risico’s loop je als je te hard rijd, te veel en te hard werkt, of te fundamentalistisch je eigen gelijk zit te prediken. Ongezondleven-lijstjes zijn oneindig te maken, leven is één groot risico, waarbij het einde vaststaat. Een leefbare samenleving is de enige garantie voor minder expansieve kosten in de zorg. O ja, nog iets dat helpt de gezondheidskosten te reduceren en dat is het ophogen van de gelden voor de Openbare GGZ te verhogen. Zij kunnen dan de Rob Oudkerken uit onze samenleving van de buis weren, dat scheelt in ieder geval heel veel extra maagzuurremmers.