Tessa de Loo/ Harlekino

Het meest bevrijdende van het schrijven van een boekervaring, of boekbespreking zo u wilt, is dat het niet aan regels gebonden is. Dit was op de middelbare school wel anders. Naast een samenvatting die in mijn tijd nog niet op het internet zweefde, moest per boek een lijst met vragen beantwoord worden. Thema’s, motieven, leitmotieven (of leidmotieven), als scholier moest je in de huid kruipen van de auteur. Het zal beslist heel leerzaam zijn geweest, maar het heeft er voor gezorgd dat ik enige jaren niet meer gelezen heb, maar hele volksstammen doen het nooit meer, ondanks hun gedegen vervolgopleiding. Ik heb de draad, zij het nog te spaarzaam, wel weer een beetje opgepakt.

Het fraaie van je eigen boekervaring is dat je steunend op je eigen kennis en ervaring het boek gaat interpreteren. Een boekervaring is derhalve vooral ook zelfprojectie. Wat zie jij er in op basis van je eigen kennis? Hoe ervaar jij de setting waarin het geschreven is? Dit neemt niet weg dat het interessant kan zijn wat de auteur erin kwijt wil. Ik ben er vooral te lui. Ik ben al tevreden als ik een boek kan lezen als alternatief voor bloggen of tv kijken.

Harlekino

 Tessa de Loo

 Uitgeverij De Arbeiderspers

 2008

Harlekino van Tessa de Loo heb ik gekozen omdat eerdere ervaringen met deze schrijfster me goed bevallen waren. Eind jaren tachtig las ik Meander als één van de eerste romans na de middelbare schooltijd en ik was enthousiast. De meisjes van de suikerwerkfabriek was voor mij een afknapper, maar toen ik De Tweeling had gelezen stond Tessa de Loo definitief in mijn rijtje van favoriete schrijvers. De verfilming van De Tweeling heb ik zelfs in huis, maar wil er niet aan beginnen omdat ik bang ben dat mijn beeld van het boek bezoedeld gaat worden. Nu kan Harlekino aan dit rijtje worden toegevoegd en Tessa de Loo maakt haar faam als favoriet helemaal waar.

 

Mijn belevingswereld

Als ik zou moeten zeggen waar het boek over gaat, geef ik u vooral ook een inkijkje in mijn belevingswereld, zo mogelijk ook mijn maatschappelijke opvatting. Ik vroeg me tijdens het lezen met enige regelmaat af  ‘Hoe zullen al die anti- multiculti’s dit boek lezen?’

De hoofdpersoon Saïd, een Nederlandse jongen met een Marokkaanse vader die hij niet gekend heeft, zoekt vriendschap met een Marokkaanse jongen, Hassan, als ze ongeveer twaalf zijn.

Saïd krijgt een Nederlandse opvoeding, dat wil zeggen, zijn moeder een adept van de jaren zeventig is zoekende naar de juiste partner en de juiste levensfilosofie en dat wil in de loop der jaren nog wel eens veranderen, afhankelijk van de partner die op haar levensweg komt.

Saïd kijkt niet terug op een slechte jeugd, maar wel op een ietwat eenzame jeugd. De constante factor is jarenlang de opbouw van een fictieve wereld, waarin hij zelf koning is. Zijn wereld wordt zelfs gevisualiseerd en een eigen taal wordt ontworpen. Hassan, en later ook zijn zus Aziza, totdat ze te oud werd om met jongens te mogen spelen, worden betrokken in deze fantasiewereld op de kamer van Saïd. In deze fantasiewereld wordt ook een hofnar gecreëerd, Harlekino. De hofnar, het geweten van de monarchie in de fantasiewereld, wordt later op gezette tijden ook het geweten van Saïd in het echte leven. Een geweten dat zich ogenschijnlijk openbaart als terugkerende psychotische belevingen.

De thuissituaties van Hassan en Saïd vullen elkaar aan met hun goede en slechte eigenschappen. Daarmee kom ik terug op de vraag:

‘Hoe zullen anti-multiculti’s  dit boek lezen?’

Hoewel er geen sprake is van goed of fout, fundamentalisme of vrijgevochtenheid in de beschreven Marokkaanse gemeenschap, kun je er twee kanten mee op. Je kunt lezen: Zie nu wel, in wezen zijn het allemaal achterlijke ‘geitenneukers’ die moslims. Je kunt ook willen zien: “Ondanks de achtergrond, probeert een ieder zijn eigen plekje te veroveren in de Nederlandse maatschappij, inclusief de omarming van de vrijheden die er te vinden zijn voor ieder individu.’

Nu gaat dit boek niet over multiculturele zaken, maar het is mijn belevingswereld die juist deze vraag naar boven doet komen. Ik neig zelf heel erg naar de tweede beleving, die in mijn optiek uitstekend is beschreven door Tessa de Loo.

Waar gaat het boek wel over?

Het boek is in eerste instantie een zoektocht naar de vaderfiguur. De zoektocht wordt door Saïd ondernomen als hij adolescent is. Uiteraard doet Saïd dit niet alleen, maar met zijn vriend Hassan. Daarmee komt het tweede belangrijke thema naar voren, vriendschap. Vriendschap die niet alleen zijn perikelen vindt in de deels culturele verschillen, maar ook als gevolg van de socialisatieprocessen van Saïd en Hassan binnen de gezinnen van herkomst ongeacht de culturele achtergrond. Bovenal gaat het om de ontwikkeling van de vriendschap zoals iedere vriendschap door fasen van goede en slechte tijden heen worstelt.

De zoektocht wordt door De Loo prachtig beschreven in het hedendaagse Marokko. Het inkijkje in de Marokkaanse maatschappij anno Nu is een prachtig sausje waarmee de genoemde thema’s gelardeerd worden.

Naast de genoemde thema’s is de psychische ontwikkeling van de hoofdpersoon de rode draad in het boek. Deze ontwikkeling krijgt op het einde van het boek een voor mij onverwachte negatieve apotheose.

Deze klankkleur over het einde van het boek zegt natuurlijk weer vooral iets over mijzelf als lezer. Ik houd vooral van boeken die een open einde hebben of desnoods goed aflopen. Met die wens lees ik ook onbewust waarschijnlijk ieder boek. Achteraf beredenerend is het einde van Harlekino veel minder onverwacht en kan ik Tessa de Loo ook met dit werk weer complimenteren. Ze heeft mij in ieder geval menig uur van tv en computer gehouden, hetgeen op zich al een enorme prestatie mag heten. Kortom een boek dat ik een ieder kan aanbevelen.

Klaar zijn of klaar komen?

Driftig hoort de wandelaar een fietsbel achter hem rinkelen. Hij stopt even om plaats te maken, maar eigenlijk is dat niet nodig, want er is genoeg ruimte om te passeren. Een zeventiger peddelt langs met een korte hoofdknik, ook al zo driftig.

“Het ongeduldige bellen past bij de man’, constateert de wandelaar.

Een blozend gezicht met felle oogjes achter een zilver brilmontuur en natuurlijk goed ingepakt tegen de winterse frisheid. Hij fietst op een moderne herenfiets in een iets te felle kleur blauw.

Koninklijk fiets hij vooruit. Want, merkt de wandelaar, op een bescheiden afstand van twintig meter komt nog een fietser. Dit keer een vrouw. Ook goed aangekleed tegen de kou en gezeten op een soortgelijke blauwe fiets, alleen een damesmodel uiteraard. Ze kijkt lijdend, alsof het van haar allemaal niet zo nodig hoeft. Liever had ze thuis bij de verwarming gezeten.

‘Schiet nou op,’ klinkt het voor haar, terwijl de man kwaaiig omkijkt en drukke handgebaren maakt.

De wandelaar loopt verder terwijl hij tegen twee zwoegende ruggen aankijkt, de een boos en de ander lijdzaam berustend. Langzaam verdwijnen ze uit zijn beeld. De wandelaar kan zich zo een voorstelling maken hoe het die ochtend gegaan is. De man gaat naar het schuurtje toe en controleert de fietsen die de hele winter werkeloos binnen hebben gestaan. De vrouw beziet het vanuit haar leesstoel en heeft al bange vermoedens. Haar man is de hele winter al ongedurig geweest. Het was geen weer om er uit te gaan. Gisteravond op het journaal hoorde ze hem al goedkeurend knikken toen de dame van het weerpraatje aankondigde dat het ’s ochtends zonnig zou zijn met temperaturen even boven nul.

‘Veel te koud voor een oud wijf als ik’, had ze nog gedacht.

Die ochtend begreep ze het knikken van haar man. Die heeft geen zitvlees en de goede maanden komen er weer aan, dus wordt het fietsen en ze moet mee. Zij heeft immers de koffiekan en broodjes bij zich.

‘We gaan fietsen, het is genoeg met het geluiwammes’ hoort ze bij de achterdeur.

Er tegenin gaan heeft geen zin. Bovendien zo gezellig is het thuis ook niet met die humeurige man van haar. Bijna vijftig jaar zijn ze bij elkaar en het is zoals het is. Dat is haar levensvisie geworden.

‘Gaan we nog wel naar de kerk, het is Aswoensdag.’

Ze krijgt geen antwoord, maar neemt het voor een bevestiging. Ze heeft een rotsvast vertrouwen in haar geloof en meestal gaat ze nog wel naar de kerk. Tenminste als er niet zo’n onbekende pastor is met moderne verhaaltjes. Dat vindt ze niets. Die ochtend kan ze het askruisje ophalen. Dat past zo lekker bij haar levenshouding.

‘Stof zijt Gij en tot stof zult Gij wederkeren’.

De oude pastoor zal het zachtjes zeggen, maar desondanks zullen zijn woorden maar langzaam wegsterven in de bijna lege kerk. Prachtig vindt ze dat, zo lekker rustgevend. Rust en een relativerende houding zijn hard nodig met zo’n brombeer in huis.

‘Zo moet het ongeveer gegaan zijn’ glimlacht de wandelaar die opgaat in zijn fantasie.

Hij kent dat soort stellen maar al te goed. Na vijftig jaar is er niet zoveel meer te veranderen, denken de meesten. Ze berusten in zoals het is. Misschien is dat wel goed zo.

Hij moet denken aan een liedje van de band ‘The Frames’  met People all get ready.’

We have all the time in the world
To get it right, to get it right
We have all the time in the world
To set alight, to set alight

De vrouw is ogenschijnlijk klaar en heeft de berustende tijd. De man is er nog niet klaar mee blijkbaar en wil vooruit, maar waar naar toe? Na tien minuten wandelen, ziet hij de twee besluitloos bij een kruising staan. De man wil verder, maar de vrouw geeft te kennen dat ze het koud heeft en het liefst terug wil. Het is een discussie met ingehouden woede en frustratie aan zijn kant. Zodra het fietsbaasje de wandelaar ziet, lacht hij de hem toe als blijk van herkenning. Alleen de mond lacht, de rest van het gezicht doet niet mee.

‘Derde keer trakteren’, groet hij joviaal.

De wandelaar lacht terug en knikt even kort naar de vrouw en loopt verder. Hij zal niet weten of de korte of de lange route genomen is. Hij denkt nog even na over het stel en over de vergankelijkheid van het leven in het algemeen en van sommige relaties in het bijzonder. De Rooms Katholieke Kerk heeft het nooit over de vergankelijkheid van relaties, want immers wat God verbonden heeft, zal de mens niet scheiden. Voor ondeugdelijke relaties die dood zijn, is er immers geen equivalent van het askruisje.

‘En wie ben ik trouwens om dit stel te veroordelen.’

We have all the time in the world
To get it right, to get it right
We have all the time in the world
To set alight, to set alight

Na ruim een uur te hebben gelopen is hij terug bij zijn hotel, als hij aan de overkant van de weg het oude paar langs ziet lopen. Beide met de fiets aan de hand. Hij loopt nog steeds voorop, maar nu niet meer zo koninklijk. Hij heeft een lekke band. De man kijkt naar de wandelaar zonder hem te zien.

‘De fietscontrole van die ochtend is niet afdoende geweest’, mompelt de wandelaar vals.

Hij kijkt naar de vrouw en ontwaart een flauwe glimlach op haar mond. Op het moment dat de vrouw en de wandelaar elkaar aankijken, trekt ze haar wenkbrauwen licht spottend omhoog als teken van herkenning. Ze heeft iets triomfantelijks in haar houding. De man ziet het niet.

“Van trakteren zal wel niet veel meer komen, ik haal mezelf maar een warme kop koffie.’ En de wandelaar loopt naar binnen.

People all get ready
‘Cos we’re tearing down the stand
Rebuild what’s gone unsteady
And see it through with newer hands
And what has gone between us
Is a lot, is a lot
And who’ll be there to clean us
If you’re not, if you’re not

People all get ready
‘Cos we’re breaking down again
Rebuild what’s gone unsteady
And see it through with wiser hands
And what has gone between us
Is a lot, is a lot
And who’ll be there to ignore us
When you’re not, when you’re not

We have all the time in the world
To get it right, to get it right
We have all the time in the world
To set alight, to set alight

People all get ready
‘Cos we’re breaking down the band
Rewrite what’s gone already
And see it through with wiser hands
And what has gone between us
Is a lot, is a lot
And who’ll be there to ignore us
When you’re not, when you’re not

And we have all the time in the world
To get it right, to get it right
And we have all the love in the world
To set alight, to set alight
Just look up, just look up

We have all the time in the world
To get it right, to get it right
And we have all the love in the world
To set alight, to set alight
Just look up, just look up

We have all the time in the world
To get it right, to get it right
And we have all the love in the world
To set alight, to set alight

In de malle molen

In de malle molen van het leven
Draait iedereen zijn eigen rondje mee
De woorden ‘eigen rondje’ doen mij beven
‘eigen rondje’, een richting, heel gedwee

Een rondje als kind
Een rondje als vrind
Een ronde als puber,
Anarchistisch, heel luguber
Een rondje als minnaar
Een midlife-rondje, veel gevaar
Een rondje als pa
Rustig het laatste rondje, met oma

Maar wat doe IK in de malle molen
Slechts separaat rondjes draaiend
Deprimerend, het maakt me laaiend
IK wil geïntegreerd in die molen dolen

Een rondje als kind
Èn als vrind
als aso,
en als bonobo
Als schrijver, dichter en analfabeet
Als vreetzak en sportende asceet
Totaal verloederd als man die zoop
Tegelijkertijd van de blauwe knoop
Als rokkenjager, onbetwist
En evenwicht als boeddhist
Vrezend voor een God
En levend zonder een enkel gebod

De ultieme ronde in die carrousel
IK weet het wel
Een utopisch rondje, een apart geval
En na dit rijmpje draai ik weer mijn eigen rondje mee, heel gedwee
In mijn eigen mal

Caesarion/ Tommy Wieringa

Ik probeer terug te halen wat de keuzemomenten zijn geweest om het schitterende boek Ceasarion, zo weet ik nu, van Tommy Wieringa te kopen en te consumeren. Natuurlijk is de marketing van uitgeverij de Bezige Bij een onmiskenbare schakel. Tommy Wieringa hoorde ik op de radio en hij verscheen op tv. Omdat ik zijn vorige boek Joe Speedboot met plezier heb gelezen, was mijn belangstelling gewekt.

En of het nu de journalistieke wijze van gespreksvoering er debet aan was of een bewuste tactiek van de uitgever en schrijver, het viel mij op dat met name het Jeff Koons en Ilone Staller (beter bekend als pornoster Cicciolina) het meest besproken werden. Het verhaal van het inmiddels gescheiden kunstenaarspaar was immers één van de inspiratiebronnen voor schrijver Wieringa. Het kreeg daardoor voor mij een dubieuze bijsmaak.

Ceasarion

Tommy Wieringa

De Bezige Bij 2009

Oorsprong

 Waarom deze bijsmaak? Kunst is voor mij iets dat mooi is, of niet. Soms helpt het om de achtergrond te begrijpen en daardoor bepaalde kunstwerken te leren waarderen. Als voorbeeld heb ik altijd het werk van Matisse, dat ik erg mooi vind. Zijn latere werk, heb ik me laten vertellen, is het gevolg van een logische kunstontwikkeling. Ik begrijp het, maar daarmee vind ik het nog niet mooi.

Jeff Koons is in mijn ogen gewoon een handige Amerikaanse jongen, die met de pornoster Cicciolina, hun copulatiegedrag in de markt heeft gezet als kunst. De daad als oorsprong van alles? Kunst of porno, het maakt mij niet zoveel uit, ik was toen niet echt onder de indruk van hun statement. Als het om de oorsprong gaat van het leven had ook gekozen kunnen worden voor bloemzaadjes of van mijn part eencelligen, desnoods visualiseert de kunstenaar het zwarte gat. Allemaal associaties met de oorsprong, maar porno verkoopt natuurlijk beter en als het stempel kunst eraan gegeven kan worden is het zelfs big business.

 

 Het bezit van een aantal boekenbonnen, heeft uiteindelijk te doorslag gegeven het boek te kopen. Ik heb er geen spijt van.

 

Koppeling naar Jeff Koons

De hoofdpersoon van Ceasarion heet Ludwig. Niet zonder toeval heet het liefdesproduct van Koons en Cicciolina ook Ludwig. Een ander historisch liefdespaar, Julius Ceasar en Cleopatra noemde hun zoon, kleine Ceasar ofwel Ceasarion. De moeder van de Ludwig gaf haar zoon ook de bijnaam Ceasarion. In hoofdlijn kun je Ceasarion beschrijven als het losmakingproces van Ludwig van zijn moeder en de zoektocht naar zijn ontbrekende vader.

In eerste instantie wordt de bijna symbiotische relatie tussen moeder en zoon beschreven. De zoektocht naar zijn vader wordt pas actueel als Ludwig er achter komt dat zijn moeder een gevierd pornoster is geweest en dat zijn eigen oorsprong, de daad van zijn moeder en inmiddels afwezige vader, ook kunstzinnig vereeuwigd is.

En openlijke sexbeleving mag dan, ondanks de schijnbare openheid in de westerse samenleving, al twijfelachtig zijn, maar wanneer je moeder het publieke lustobject is voor vreemde mannen, dan schudt de basis voor een zoon behoorlijk op zijn grondvesten. Zo ook voor Ludwig. Dit losmakingproces met zijn moeder, terwijl hij zijn vader, een woest en maatschappelijk ambivalenties oproepende kunstenaar, aan het zoeken is, zie ik als de rode draad in het boek. Maar om hiermee het boek van Wieringa af te doen, doe je de schrijver tekort. In mijn beleving is er namelijk nog veel meer te genieten.

Mijn eigen Ceasarion ervaring.

 

Boven alles vind ik dat Tommy Wieringa er in is geslaagd een bijzonder boeiend verhaal te schrijven. Hij beschrijft het leven van de nog zeer jeugdige Ludwig in Egypte, zijn kennismaking met het Oost-Groningse Bourtange en zijn verdere jeugd aan de Oost Engelse kust. Vooral deze eerste pakweg 130 pagina’s vond ik geweldig geschreven. Het opgroeien als puber en adolescent aan de desolate en afbrokkelende Engelse Oostkust, staat in schril contrast met de kennis die je hebt van de inspiratiebron van Wieringa, namelijk de kunstenaar Jeff Koons. In prachtige zinnen, voorzien van veel zeer toepasselijke bijvoeglijk naamwoorden, heeft Wieringa mij meegenomen in zijn verhaal.

Over de Engelse Oostkust schrijft Wieringa bijvoorbeeld: (pag. 80/81)

De toren van de Holy Trinity is een verhaal op zich. Hij heeft op wonderbaarlijke wijze nog tientallen jaren standgehouden, en zakte langzaam, onder zijn eigen gewicht, van het klif tot op het strand, waar hij rechtop bleef staan – een wonder dat in kronieken en op schilderijen en tekeningen uit die tijd is vastgelegd. Zo stond hij daar, een eenzame, reumatische wijsvinger, waarschuwend voor een noodlot dat zich allang voltrokken had. Ze zeggen dat je bij zwaar weer de klokken van de Holy Trinity nog kunt horen in de golven.

Dit is één van de vele mooie passages in het boek, in dit geval de letterlijke afbrokkeling van de Engelse Oostkust.

De zoektocht van Ludwig

Na met afgrijzen kennis te hebben genomen van het verleden van zijn moeder, nota bene van zijn rugbyvrienden, is de tijd nabij dat moeder en zoon hun eigen weg gaan. Het is ook de tijd dat hun eigen huis op de nominatie staat om bij de volgende storm die op de kust beukt, meegenomen te worden door de golven. Ludwig bouwt een leven op als barpianist, moeder zoekt het geluk elders. Naar later blijkt in de Verenigde Staten om een hernieuwde pornocarrière op te bouwen. Ludwig komt langzaam achter de redenen waarom zijn moeder de porno-industrie is ingerold in de jaren zeventig. De waarden en normen van toen, oosterse filosofieën en het hippiedom hebben onderliggend een rol in gespeeld. Als Ludwig indicaties heeft waar hij zijn vader mogelijk kan vinden, kruisen het pad van moeder en zoon zich al weer snel en Ludwig vergezelt zijn moeder met tegenzin bij haar comeback in de filmwereld. In die periode blijkt de onlosmakelijkheid van beide levens, maar ook de tegenstrijdigheden die moeder en zoon bij elkaar ervaren.

(pag. 257 als moeder vraagt of Ludwig zijn Amerikaanse vriendin nog spreekt, laat Wieringa moeder het volgende zeggen)

Liefde is geen principe. De liefde hoort meegaand en mededogend te zijn. Je kunt de loop van de liefde niet bepalen, zegt Kahlil Gibran. De liefde bepaalt juist de loop der gebeurtenissen voor jou, als ze denkt dat jij het waard bent. Niet andersom.

Waarop Ludwig spottend antwoord:

Het spirituele duizenddingendoekje Gibran.

De verschillen in de gevoelswereld tussen moeder en zoon komen tot uiting, maar bovenal ook de loop der dingen die het leven hebben bepaald van moeder en daardoor ook de gevolgen voor Ludwig.

Rond verhaal

Hierboven benadrukte ik al het prettig verhalende vermogen van Tommy Wieringa die de lezer op vele plekken brengt en je laat meevoeren in het ontwikkelingsproces van Ludwig. Na de dood van moeder, gestorven aan kanker terwijl ze zoekende was naar allerlei alternatieve geneeskunsten, brengt Ludwig een geslaagde zoektocht naar zijn vader in de oerwouden van Panama. Hij spreekt zijn vader, maar het doel van de tocht is ook om een deel van het as van zijn moeder aan hem te overhandigen, als teken van de eeuwige liefde die zij voor hem heeft gevoeld.

Het boek begint bij de terugkeer van Ludwig in het Engeland waar hij is opgegroeid om daar een begrafenisceremonie van een buurman bij te wonen en het eindigt ook op de plek waar hij is groot geworden.

(pag. 366)

Ik keerde de urn om boven de afgrond. Een deel viel recht naar benden, een ander deel werd opgenomen door de wind – daar waai je moeder, daar waai je.

Ik stapte terug. Met de urn in mijn hand keek ik uit over het water. Dit was dan de plaats van ons afscheid geworden, aan de rand van de wereld, bij de blikkerende zee. Niets was ongedaan gebleven, er was niets wat ik verlangde. Ik was alleen. En alles begon.

Al met al een echte aanrader, waarbij ik al snel over mijn vooroordelen met betrekking tot Jeff Koons ben heengekomen. Sterker nog, al lezende ben ik de man vergeten, en ben gaan geloven in de personages die Tommy Wieringa heeft gecreëerd. Een boek met prachtig taalgebruik dat nimmer obsceen of plat wordt en dat vraagt om het volgende boek van de schrijver geheel onbevangen te gaan lezen.

Onze eigenste Araneus Diadematus

 

Het is weer herfstig aan het worden, daarom een kort verhaaltje over onverwachte genoegens van dit jaargetijde. Een In Memoriam aan een ex-huisgenoot.

Sinds kort hebben we gezinsuitbreiding. Nee, u hoeft ons niet te feliciteren, wacht u even op nadere uitleg. Het zit zo, eind augustus begint de kans op herfstachtig weer toe te nemen. Zo ook bij ons. De struiken in de tuin en de gemeentegazons laten steeds meer spinnenwebben zien. Soms komen deze spinnen ook naar binnen en zijn een plaag voor iedere huisvrouw. Als ik mezelf als representant mag beschouwen van alle mannen, dan hebben mannen minder last van deze nuttige insectenverdelgers. Ik zie de webben pas als ik er op gewezen wordt, althans binnen. Buiten is een ander verhaal.
Vroeger maakte ik de webben buiten stuk zonder te beseffen welk leed ik daarmee aanrichtte voor het ecologische evenwicht in het algemeen en voor de spin in kwestie in het bijzonder. Met een takje draaide je een rondje en daarmee ving je het spinnenrag. Bij voldoende aanbod had je een spiegelachtige substantie die erg stevig was.

Inmiddels ouder geworden, voel ik die behoefte niet meer om dat spinnenrag te verzamelen. Bij ons keukenraam zat sinds eind augustus ook een enorm groot spinnenweb. Het feit dat de spin gekozen heeft voor de goede zijde van het glas is voor de spin van levensbelang geweest. Onze spin is een zogenaamde Araneus diadematus, oftewel een kruisspin. De eerste keer dat we kennismaakten met het beestje was toen hij op een zonnige ochtend bij het openen van het rolgordijn in de keuken midden in het web zat te wachten op zijn prooi. Het beestje was niet zo groot, en zelfs iemand met een beetje afkeer van spinnen zou niet diep onder de indruk zijn geweest. In de ochtendzon was het kruis op zijn lijfje duidelijk te zien. Geboeid bekeken we de verrichtingen van de spin. Aan de natuurlijke omgeving van de spin mochten geen veranderingen worden aangebracht, zo hadden we besloten.
Iedere ochtend en avond, tijdens de keukenwerkzaamheden, zagen we onze Araneus diadematus. Vaak zagen we hem rustig wachtend in zijn web zitten. Soms was hij even weg, maar met een beetje zoeken, vonden we hem een eindje verder, in de periferie van zijn jachtterrein. Een mug of vlieg en soms een trage wesp werd dan vakkundig ingepakt, om op een voor onze huisspin welgevallig moment opgepeuzeld te worden. Ons kleine huisdiertje groeide gestaag en eind september stelden we trots vast:
“Onze Araneus diadematus heeft het goed, een echte Araneus diadematus van Jan de Witt.”
Het lijfje had al zeker de grootte van een flink vogelei en samen met zijn pootjes imponeerde hij. Hij zou nog groter worden.
Maar naast de lusten, komen ook de lasten bemerkten we al spoedig. Het natuurlijke afval dat deze spin veroorzaakte begon op te vallen. We hadden nooit gedacht dat een spin zoveel rotzooi kon veroorzaken. Het anders redelijk heldere, witte kozijn werd smoezelig. Spinnenpoep, voedselresten en andere ondefinieerbare organische substanties ontsierden het kozijn.
Nu wonen we in een nette nieuwbouwwijk waar de sociale controle aan ons voorbijgaat. Dus we besloten onze huisspin zijn gang te laten gaan. Buren moesten dan maar denken dat we aan het verslonzen waren.
Met één ding hadden we echter geen rekening gehouden. In verband met jonge kinderen, die net als wij het lief en leed van de Araneus diadematus nauwlettend in de gaten hielden, komen op gezette tijden moeder of schoonmoeder op bezoek. Als de kinderen dan op school zitten, zijn het beide types die de tijd nuttig willen besteden. Onbaatzuchtig bemoeien ze zich dan even met het huishouden van een jong gezin. Wij maken geen bezwaar.
Het moet eind oktober zijn geweest dat bij thuiskomst, na een arbeidzame dag, de ogen van mijn schoonmoeder verwachtingsvol glinsterden. Ze volgde mijn binnenkomst nauwgezet om te kijken of ik door had dat de orde in ons huishouden enigszins hersteld was. Ik zag het en was oprecht blij.
“Ik heb de ramen aan de buitenkant ook maar even gedaan. Dat was wel nodig.”
Ja, dat was wel nodig, dat wel…….

Ik heb maar niets gezegd. De volgende ochtend, terwijl de koffie pruttelde, deed ik het rode rolgordijn naar boven. De zonnestralen verlichtten de keuken en weerkaatsten op de helderwitte kozijnen, dat wel. Maar we misten Sebastiaan, want zo noemden we onze Araneus diadematus postuum. Hij is vernoemd naar zijn illustere voorvader, Sebastiaan van Annie M.G. Schmidt. Een spin die wel naar binnen durfde. Ook hij kwam noodlottig aan zijn einde.

Toeval? Arcade Fire/ NO CARS GO

 Toeval bestaat niet. Tenminste er zijn geesten in ons midden die dat beweren. Zij zien bestemmingen die normale zielen niet waarnemen, zij dichten de Voorzienigheid in welke hoedanigheid dan ook, regietalenten toe, die voor mij niet te bevatten zijn. Het zij zo, maar soms, heel toevallig komen dingen samen die er zorg voor dragen dat een blogje zo geschreven is. Vandaag is het zo’n gemakkelijk blogdagje.

Over het sociaal akkoord is al veel gezegd, geschreven en geblogt. En ook de komende periode zal de onvrede nog uit vele uithoeken van de (blog)samenleving te horen en te lezen zijn. Ik heb me vooralsnog het meest verbaasd over het afschaffen van de vliegtax. Het luttele bedrag van ongeveer €11, – gaat een substantiële bijdrage leveren om onze economie in zijn algemeenheid te redden en Schiphol in het bijzonder. Nu, ik denk het niet hoor. Het is symboolpolitiek in ons polderlandje en dit zijn een van de winstnemingen die het werkgeversgedeelte van de sociale partners mag incasseren. Ik zal niet onder stoelen of banken steken dat symboolpolitiek een belangrijk glijmiddel is in onze samenleving. En nu het kwartje van Kok nog terug en dan is iedereen tevreden, alleen de milieubeweging staat op haar achterste benen. Al begrijpen zij ook wel dat vliegtax ook niet meer dan symboolpolitiek is als de rest van Europa niet mee doet.

Voor zover de actuele politiek.

Iets van een geheel andere orde is dat ik per toeval nog wel eens op youtube kijk, al dan niet op basis van een welgemeende suggestie van een collega, medeblogger of gewoon per toeval. Ja, daar is het weer, die toeval in mijn leven. Zo werd ik enkele weken geleden geattendeerd op de groep Arcade Fire. En ik was meteen onder de indruk.

Nu moet u weten dat ik qua muziek het prototype ouwe lul ben. Niet omdat ik 42 ben, maar omdat dat bij mij hele constitutie past. Dat was al op mijn twintigste. Ik vond het ook helemaal niet erg om niet hip, vet of cool te zijn. Dat neemt niet weg dat ik wel van muziek houd, sterker nog er zijn momenten dat muziek mij meer zegt dan woorden die ik niet kan vinden voor gevoelens of situaties. Ook zorgt muziek ervoor dat ik lekker kan weg mijmeren of melancholisch kan terugblikken. Muziek verbind ik namelijk met enige regelmaat aan een gebeurtenis of een persoonlijk tijdperk. Dit alles zorgt ervoor dat ik weinig ontvankelijk ben voor nieuwe muziek.
Natuurlijk hoor ik ook best wel wat de hedendaagse top40 cultuur te bieden heeft, maar echt vrolijk word ik er niet van. Voor mij is de popwereld een beetje stil komen te staan zo rond 1986 en ik vind het wel best. Maar zoals gezegd af en toe dringt er toch wel iets nieuws en moois bij me binnen. Ik ben dan wel conservatief, maar niet geheel inflexibel.

Arcade Fire dus. Een beetje vreemde muziek zonder het nu meteen als buitenissig te betitelen. Een viool, accordeon of andere niet standaardinstrumenten in de popscene, maken een bandje al snel anders dan de middenmoot. Arcade Fire is zo’n typisch voorbeeld daarvan.

Speciaal voor allen die de natuur een warm hart toewensen en geen begrip kunnen opbrengen voor het verdwijnen van de vliegtax heb ik dit blog geschreven en het nummertje ‘No cars go’ van youtube geplukt. Trouwens ook voor mensen die gewoon van goede muziek houden is dit een aanrader om in ieder geval eens te proeven. Misschien dat u het toevallig ook nog leuk vindt.

 

Sprakeloos t-shirt 1: WASBORDJES

Tromgeroffel zwelt aan, hooggeëerd blogpubliek, heel trots kondig ik u aan mijn eerste produkt van mijn eigenste huisvlijt. Soms heeft een mens zo’n lampje boven zijn hoofd hangen, maar over het algemeen doe je er niets mee, hooguit een beetje dagdromen.

Twee weken geleden dacht ik, waarom zou ik niet mijn eigen t-shirts gaan ontwerpen? Lijkt me leuk. In tweede instantie bedacht ik allerlei zaken die zoiets in de weg kunnen staan, niet in de minste plaats mijn beperkte belangstelling voor allerlei computerprogramma’s.

Smoesjes, afgelopen weekend een paar ontwerpjes gemaakt, ik heb er inmiddels al wel vijftig in mijn hoofd. Vandaag met behulp van mijn oudste zoon heb ik enig afwerking bewerkstelligd en ik toog met een USB stick, die ik nog snel moest kopen, naar een fotowinkel. En zie hier het resultaat.

Natuurlijk kan het beter, maar voor een eerste shirt ben ik dik tevreden.

 

Op een hangertje in de tuin. Misschien ben ik nog wel het meest trots op de tekst rechtsonder ‘© Sprakeloos T-Shirts’

 

Een echte Sprakeloos wappert in de wind.

 

De echte Sprakeloos wordt bewoond door……een echte Sprakeloos. Zijn buik naar voren geduwd als een echte directeur van zijn eigen T-Shirt company.

Belangstelling, mail gerust deze blogger! Voor twintig euro per stuk exclusief verzendkosten bent u in bezit van een heuse Sprakeloos en nog wel van de eerste persing. (titigo@live.nl)

Kleine landjes, berichten uit de Kaukasus/ Jelle Brandt Corstius

Ik kan het niet meer krijgen, want ik het van iemand geleend. Maar mocht u een leuk Vaderdagcadeautje willen,  dan is het boek ‘Kleine Landjes, berichten uit de Kaukasus’  van Jelle Brandt Corstius een goede keus. Het is voor de avontuurlijke vader die houdt van spanning, zuipen en vooral ook geïnteresseerd is in mensen en politiek.

Voor hen die het nieuws een beetje volgt, weet dat de Kaukasus niet enkel bestaat uit Georgiërs en Russen die zijn blijven hangen nadat de Sovjet-Unie uiteen viel. De eerste oorlogsperikelen stammen al van rond 1990 in het huidige Azerbeidzjan, als de republiek Nagorno-Karabach zich vrij wil maken. Bij dit conflict zijn ook de Armenen actief zijn betrokken. Ook de Tsjetsjenen mogen genoegzaam bekend zijn. Deze bevolkingsgroep, de paria’s in Rusland, worden gediscrimineerd en gezien als terroristen door Poetin en Medvedev.

Het boek van Brandt Corstius handelt niet alleen over Tsjetsjenië, maar ook over Kalmaukkië, Abchazië, Karatsjaj-Tsjerkessië en Ossetië. Daarnaast zijn er nog zo’n 300 andere bergvolkeren in de Kaukasus, veelal met eigen gewoontes en taal, die niet genoemd worden. Vanwege de onherbergzaamheid van het gebied hebben veel van deze volkeren hun eigenheid kunnen behouden, maar dat is in de afgelopen eeuwen niet zonder slag of stoot gegaan, gezien de hoeveelheid conflicten die er heersen tot op de dag van vandaag.

De journalist Brandt Corstius doet verslag van zijn vele reizen in de Kaukasus. Hij bezoekt brandhaarden, voor, tijdens en na de gevechten in dit explosieve gebied. Tussendoor ontmoet hij vele ‘gewone’ Abchazen, Osseten en Kalmukken en wat al niet meer en wordt met enige regelmaat gefêteerd op de vaak genante gastvrijheid, waarbij de wodka rijkelijk vloeit zolang het niet om fundamentalistische moslims gaat. Hun verhalen zijn een afspiegeling van het leven in deze contreien waarbij onderlinge haat, strijd en trots op een grappige manier beschreven wordt.

Bijna alle bevolkingsgroepen roemen de knapheid van hun eigen vrouwen en met minachting wordt de desastreuze lelijkheid van de vijandelijke vrouwen benoemd. Zo laat Brandt Corstius optekenen dat de Ossetische vrouwen snorren hebben waarop de Georgische mannen jaloers zouden zijn. De trots op hun vrouwen staat echter in schril contrast met het schaken van vrouwen, hetgeen nog dagelijkse praktijk. Sommige mannen deinzen er zelfs niet voor terug hun eigen zus te laten schaken. Onder het genot van de wodka wordt het verteld alsof het de gewoonste zaak is van de wereld.

Naast de ‘kleine’ verhalen, boeit het boek verder door de opsommingen van rariteiten die de verschillende leiders en/of presidenten met zich meebrengen. De passie voor schaken van de president van Kalmukkië bijvoorbeeld, heeft er voor gezorgd dat schaken een verplicht vak is op de Kalmukkische scholen. Ook de controle op het journalistieke werk van buitenlandse journalisten door Russische of lokale politie en/of militairen levert grappige anekdotes op.

Het boekje van Brandt Corstius geeft een beeld van de Kaukasus, zonder dat je nadien kunt navertellen wie nu met wie in oorlog is. Minderheden in een land, kunnen streekgebonden weer een meerderheid vormen, met alle culturele hektiek van dien. De herkomst van de bewoners van de Kaukasus is dan ook heel divers. Ze komen vanuit Iran, Mongolië, China en India, maar ook Russen, Europeanen, Turken etc. Begrijpen doe je het niet echt, want het is nog complexer dan de Balkan, maar het boeit enorm.

Kleine landjes, berichten uit de Kaukasus

Jelle Brandt Corstius 

Prometheus Amsterdam 2009

Kortom, een echt Vaderdagcadeau voor de avontuurlijke vader die mee kan leven met de journalist vanuit de tuinstoel en wiens lever niet aangetast wordt door de hoeveelheden wodka die de journalist vanuit beroepsethiek moet drinken.

Een en ander wordt ook nog op de website van Jelle Brandt Corstius in beeld gebracht via youtubefilmpjes. Tijdens het lezen wordt je geattendeerd op levende beelden via het internet. Dit is een leuke bijkomstigheid, maar aan de andere kant gaat het ten koste van je eigen beeldvorming.

De filmpjes zijn te vinden via de volgende link.

Dorus de Binnenboel en de mamoushkarevolutie

Al roerend in zijn derde mok koffie, kijkt Dorus apathisch naar het draaikolkje dat ontstaat door zijn eigen toedoen. De evolutionaire kwestie die hij zichzelf heeft aangedaan, enkele dagen geleden, houdt hem nog danig bezig. In plaats van kwiek aan de slag te gaan deze ochtend, wordt hij ernstig geblokkeerd door de netelige kwestie. Is de man in het huishouden wel bestendig tegen de evolutionaire eisen van de mensheid? Geeft hij zijn zoons hiermee wel het goede voorbeeld? Dorus twijfelt hevig, al zullen de Joke Smits, Cisca Dresselhuijsen en al hun vriendinnen zijn poetsijver, die staat voor eerlijke verdeling van taken tussen mannen en vrouwen, wel weten te waarderen.

“Verdomme dat ging net goed.”
Dorus roerde iets te hard en zijn volle bak koffie dreigde te vallen, maar door een snelle reactie weet hij een ernstige ravage te voorkomen.
“Ik heb altijd al goede reflexen gehad.”
Een flauwe, maar tevreden glimlach verschijnt op zijn gelaat om vervolgens plaats te maken voor een brede grijns.
“Eureka, ik heb het. Ik ben evolutieproof.”
Dorus komt voorlopig tot een werkbare definitie van de evolutie en zijn plaats daarin. De mate waarin mensen op een goede manier kunnen samenwerken, oftewel hun krachten bundelen tot synergetische hoogtepunten in de jungle van het leven, dat is de nieuwe weg voor Dorus. Zijn aanpassingsvermogen aan de nieuwe huiselijke omstandigheden, ondanks de rudimentair aanwezige jagersinstincten, dat moet zijn kracht zijn.”
“Daar moet ik het vanavond eens met Dora over hebben, benieuwd wat zij van deze nieuw verworven inzichten vindt.”

Het hebben van geen zin is dus slechts een kwestie van definitie, zoals alles in principe een kwestie van definitie is, bedenkt Dorus.
“Pijn en vernedering bijvoorbeeld, vraag het maar aan de mensen die een sadomasochistische voorkeur hebben en daarmee hun leven verrijken,” bedenkt Dorus opeens heel ruimdenkend, na de zelfbevrijding die hij zojuist heeft ondergaan uit zijn theoretische dilemma over de evolutie.

Vol goede moed wil Dorus een vrolijke CD met Braziliaanse liedjes pakken. Onvindbaar, mogelijk in het verkeerde hoesje gestopt. Naarstig gaat hij op zoek naar vervangende muziek en stuit daarbij op een verzameling van bekende klassieke werken. Een typische CD voor culturele onbenullen die op zijn tijd een stukje klassieke muziek hogelijk weten te waarderen zolang het maar door een ander zorgvuldig is geselecteerd. Hoewel Dorus een aantal componisten kent, weet hij daar veelal geen muziekstuk aan te verbinden en andersom.
“Och, dat is ook wel leuk voor het moment” en Dorus plaatst de CD in het mini-stereo-setje.

Terwijl Dorus wil aanvangen met het huishouden, wordt hij gevangen door de klanken die de kamer in denderen. De volumeknop stond bijna voluit en een klagelijk vioolspel komt uit de boxen. Heel teder, maar in zekere zin ook met een klagende teneur. Dorus luistert intens, zeker als de viool bijval krijgt van meerdere violen die zelfs enigszins dreigend klinken. In de muziek lijkt de dreiging dan wel weer te verdwijnen, want vrolijkere stukken volgen. Het eindigt een beetje onbestendig alsof het niet duidelijk is of je blij moet zijn of niet.
“Een beetje een besluitloos einde” concludeert Dorus.
Hij duwt meteen de repeatknop in en kijkt op het hoestje van wie deze muziek is.
“Shostakovich met het stuk Romance from the “Gadfly-suite” leest Dorus op het bijbehorende hoesje.

Een beetje romantiek ziet Dorus er misschien nog wel in, maar het doet hem toch meer aan vertwijfelde Russische Mamoushka’s denken. Veel te dikke plompe vrouwen van begin veertig, die eruit zien alsof ze bijna zestig zijn uit communistische tijdperk van de Sowjets, die de arbeid in de staalfabriek moeten zien te combineren met het onderhoud van een piepklein privé-tuintje op schrale grond en hun misvormde paprika’s moeten zien te slijten op de weekmarkt met vele tientallen lotgenoten.
Wachtend op klandizie overpeinzen ze hun armoedige en zware leven. Melancholisch overdenken ze hun jeugd die zwaar was, maar door hun toenmalige jeugdige elan kunnen ze hier nog met enige lichtvoetigheid op terugkijken. Misschien wel door een liefde die nimmer is beantwoord, maar waarop ze in hun overpeinzing nog immer geloven al turend over de schamele paprika’s en bosjes uien.
Dan komt de grote boze wereld van plichten en amper rechten als een allesoverheersend monster definitief hun persoonlijke leven in. Ze moeten buigen of barsten en leven hun leven, plichtmatig en durven amper te hopen op betere tijden die de propaganda hen al jarenlang beloofd. Ze blijven hopen, ze moeten ook wel.

“Wat is het toch heerlijk om cultureel analfabeet te zijn” prijst Dorus zich gelukkig. Want met enige muzikale onderlegging zou Dorus nooit op dit beeld bij deze muziek zijn gekomen.
Voor de vierde maal hoort hij de muziek van Shostakovich aan. Hij gaat erbij op de tafel staan als ware hij de redenaar en volksmenner Lenin zelf:
“Hierbij beloof ik plechtig nooit en te nimmer meer te zeuren over een beetje huishouding met een overvloed aan elektrische hulpmiddelen. Ik draag mijn arbeid hedenochtend op aan alle Mamoushka’s ter wereld die geleefd hebben, momenteel leven en nog zullen leven in toekomst. Alle Mamoushka’s, verenigt u tegen het juk van welk allesoverheersende regiem dan ook.”

Als een ware revolutionair gaat Dorus die ochtend aan het werk, nadat hij eerst het werk van Shostakovich op een maagdelijke CD heeft gebrand om het de hele ochtend te kunnen beluisteren. Want hij wil niet gestoord worden in zijn heilige en revolutionaire roes door bijvoorbeeld het lichtvoetige pianowerk van Chopin dat volgt op het werk van zijn favoriet van dat moment Shostakovich.

Of zijn revolutionaire daad nu een substantiële bijdrage zal leveren aan het leed der Mamoushka’s is de vraag, Dorus heeft wel een substantiële bijdrage geleverd aan zijn eigen huishouding.

 

Dorus de Binnenboel en de evolutie

Dorus zwaait Dora uit en verheugt zich alle tijd voor zichzelf te hebben. Niet omdat hij zonodig voetbal moet kijken of anderszins door Dora gehinderd zou worden. Integendeel. Het vertrek van Dora, die heel nuttige zaken gaat doen voor lichaam en geest, geeft hem de mogelijkheid om alleenheerser te zijn over het huishouden. Dorus heeft zeer recent de geneugten daarvan mogen ervaren.

Eenmaal terug in de huiskamer, overziet hij zijn territorium en constateert dat alle beeldschermen die aan kunnen staan ook daadwerkelijk in gebruik zijn. Zijn kinderen zijn immers thuis.
“Dus geen muziek.” constateert Dorus heel flexibel.
Geen nood voor Dorus, hij loopt naar de keuken. Al converserend met zijn jongste zoon begint hij met het koken. Om strikt pedagogische redenen is vooraf al besloten om geen patat te halen noch chinees. Ook een pizza staat niet op de menulijst.
Dorus wast fluitend de groente, schilt een paar aardappelen en laat het vlees ontdooien in de magnetron. Als alles op het vuur staat, realiseert Dorus dat hij nu even moet wachten totdat alles klaar is.
“Wachten is des duivels oor kussen, wat kan ik in de tussenliggende tijd nog meer doen?”
Hij kijkt in de keuken en beslist dat de kastjes en de stalen afzuigkap best eens schoon gemaakt kunnen worden. Mannen denken immers efficiënt. Wachten op iets dat je verder niet meer in de hand hebt is nutteloos.
“En dan zeggen ze dat mannen maar een ding tegelijk kunnen doen, mooi niet.”
“Wat zei je pap?” zegt zijn jongste zoon.
Dorus hoort het niet, dus komt zijn jongste zoon maar naar hem toe en herhaalt zijn vraag.
“Het ruikt trouwens lekker.”
Als Dorus kijkt wat verantwoordelijk is voor de weldadige geur, pakt hij verschrikt de pan en kan nog net de worstjes redden.
“Ik vind ze als ze zo donkerbruin zijn het allerlekkerst, pap.”
“Ik ook” zegt Dorus, “Je vader kan er wat van en ondertussen ook nog de boel schoon maken.”
Met een innemende glimlach drentelt zijn zoon weer naar zijn computer waar hij al dagen het spel “Age of empire” speelt. Oude tijdperken herleven daarbij hetgeen veel knotsgevechten, maar ook man tegen man gevechten uit het Romeinse Rijk opleveren. Dorus is er de hele dag al getuige van. Mannen van stavast die hun hele hebben en houden verdedigen.
En dit gedacht hebbende, slaat in een keer de twijfel slaat toe bij Dorus.

“Daar sta ik dan in de keuken, een beetje de ideale Opzij-man te spelen. Past misschien wel in deze tijd en op deze plek van de wereld, maar hoe zit dat eigenlijk evolutionair gezien.”
Dorus roert de gemixte wokgroente nog even door elkaar en giet de aardappels af.
“Ben ik eigenlijk wel evolutieproof.” vraagt Dorus zich af.
Plichtmatig maakt Dorus zijn klussen af, eerst het boenen van de keukenkastjes en vervolgens weet hij een voedzame maaltijd te serveren. De swung is er echter volledig uit. Grote denkrimpels tekenen het gelaat van hem.
“Aanpassingsvermogen is er voldoende bij mij, maar is dat het adaptievermogen dat de grote Charles Darwin in gedachte had? ”
Hij roept zijn jongens aan tafel.

Onder het eten kijkt hij zijn zonen liefdevol aan en bedenkt zich hoe hij zijn kroost moet verdedigen in deze roerige en chaotische tijden.
“Mijn verdiensten zijn een partnerschap met een redelijk evenredige verdeling van taken.”
Daar maak je geen indruk mee in een toenemende individualistische wereld waarbij het recht van de sterkste meer en meer van belang lijkt te zijn. De grote bek op straat kan zijn gang gaan, de grote bek op het werk is de ideale manager, de grote bek in de politiek krijgt een horde Neanderthalers met zich mee en de grote bek in de wereld is president van Amerika en ‘if you can’t beat them, join them’. In dat laatste heeft Dorus geen zin, maar hij baalt als een stier dat zijn stemming, ondanks een positieve start in de keuken, grondig verpest is.

Tegen beter weten in en ondanks de kans dat zijn activiteiten niet evolutieproof zijn, stort hij zich met overgave op de afwasmachine. Het schone bestek, borden en kopjes ruimt hij netjes in de kast op en vult de machine met de zojuist gebruikte spullen. Het aanrecht wordt keurig schoongemaakt.
“Dora kan tevreden zijn, wat moeten we verder nog doen?”
Dan bedenkt Dorus het brood voor de volgende dag nog gesmeerd moet worden en gaat aan de slag. Het ene broodtrommeltje is snel gevonden, maar de zoektocht naar de andere neemt enige tijd in beslag.
Zijn oudste zoon weet hem te melden dat de zijne nog op school ligt, dus verder zoeken naar een alternatief. Dan vindt hij ergens onder de jassen nog een tas met daarin een reeds verloren gewaande broodtrommel. Na opening van het groene trommeltje is het verbazingwekkend dat het trommeltje niet uit zichzelf naar de keuken is gemarcheerd, maar Dorus weet wat hem te doen staat.
“Typisch de jagende man, die slechts een spoor of een kleine aanwijzing nodig heeft om zijn prooi te pakken, misschien zit er nog wel iets van de ware evolutie in me en is de voorbeeldfunctie voor mijn nageslacht nog niet zo slecht”, fantaseert Dorus, al gaat het in dit geval maar om het vinden van een groen trommeltje met een al even groene substantie.

Bij het naar bed brengen wordt het denkproces van Dorus over aanpassen in culturele zin of in evolutionaire zin, even geluwd. Als ze allebei dan rustig in bed liggen vraagt hij zich af of het niet onnatuurlijk is voor een man om zorgzaam met zijn kinderen om te gaan.
“Hoeveel mannetjesdieren worden bij hun nageslacht weggehouden of door de moeder totaal niet geduld. Ze zouden hun kinderen anders maar opeten.”
Maar Dorus denkt op tijd aan de mannetjesmerel die naast een monogame levenshouding ook nog de verzorging van zijn kinderen ter hand neemt.
“Toch eens een keer uitzoeken hoe dat zit.”
Voor Dorus is dat een essentiële vraag om zijn houding te bepalen of en hoe hij het huishouden gaat aanpakken de komende periode. Enige kennis van de evolutietheorie is onontbeerlijk om zijn strategie naar Dora te bepalen. Hij moet immers het goede voorbeeld geven aan zijn kinderen die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor het verspreiden van zijn genen.