Onze eigenste Araneus Diadematus

 

Het is weer herfstig aan het worden, daarom een kort verhaaltje over onverwachte genoegens van dit jaargetijde. Een In Memoriam aan een ex-huisgenoot.

Sinds kort hebben we gezinsuitbreiding. Nee, u hoeft ons niet te feliciteren, wacht u even op nadere uitleg. Het zit zo, eind augustus begint de kans op herfstachtig weer toe te nemen. Zo ook bij ons. De struiken in de tuin en de gemeentegazons laten steeds meer spinnenwebben zien. Soms komen deze spinnen ook naar binnen en zijn een plaag voor iedere huisvrouw. Als ik mezelf als representant mag beschouwen van alle mannen, dan hebben mannen minder last van deze nuttige insectenverdelgers. Ik zie de webben pas als ik er op gewezen wordt, althans binnen. Buiten is een ander verhaal.
Vroeger maakte ik de webben buiten stuk zonder te beseffen welk leed ik daarmee aanrichtte voor het ecologische evenwicht in het algemeen en voor de spin in kwestie in het bijzonder. Met een takje draaide je een rondje en daarmee ving je het spinnenrag. Bij voldoende aanbod had je een spiegelachtige substantie die erg stevig was.

Inmiddels ouder geworden, voel ik die behoefte niet meer om dat spinnenrag te verzamelen. Bij ons keukenraam zat sinds eind augustus ook een enorm groot spinnenweb. Het feit dat de spin gekozen heeft voor de goede zijde van het glas is voor de spin van levensbelang geweest. Onze spin is een zogenaamde Araneus diadematus, oftewel een kruisspin. De eerste keer dat we kennismaakten met het beestje was toen hij op een zonnige ochtend bij het openen van het rolgordijn in de keuken midden in het web zat te wachten op zijn prooi. Het beestje was niet zo groot, en zelfs iemand met een beetje afkeer van spinnen zou niet diep onder de indruk zijn geweest. In de ochtendzon was het kruis op zijn lijfje duidelijk te zien. Geboeid bekeken we de verrichtingen van de spin. Aan de natuurlijke omgeving van de spin mochten geen veranderingen worden aangebracht, zo hadden we besloten.
Iedere ochtend en avond, tijdens de keukenwerkzaamheden, zagen we onze Araneus diadematus. Vaak zagen we hem rustig wachtend in zijn web zitten. Soms was hij even weg, maar met een beetje zoeken, vonden we hem een eindje verder, in de periferie van zijn jachtterrein. Een mug of vlieg en soms een trage wesp werd dan vakkundig ingepakt, om op een voor onze huisspin welgevallig moment opgepeuzeld te worden. Ons kleine huisdiertje groeide gestaag en eind september stelden we trots vast:
“Onze Araneus diadematus heeft het goed, een echte Araneus diadematus van Jan de Witt.”
Het lijfje had al zeker de grootte van een flink vogelei en samen met zijn pootjes imponeerde hij. Hij zou nog groter worden.
Maar naast de lusten, komen ook de lasten bemerkten we al spoedig. Het natuurlijke afval dat deze spin veroorzaakte begon op te vallen. We hadden nooit gedacht dat een spin zoveel rotzooi kon veroorzaken. Het anders redelijk heldere, witte kozijn werd smoezelig. Spinnenpoep, voedselresten en andere ondefinieerbare organische substanties ontsierden het kozijn.
Nu wonen we in een nette nieuwbouwwijk waar de sociale controle aan ons voorbijgaat. Dus we besloten onze huisspin zijn gang te laten gaan. Buren moesten dan maar denken dat we aan het verslonzen waren.
Met één ding hadden we echter geen rekening gehouden. In verband met jonge kinderen, die net als wij het lief en leed van de Araneus diadematus nauwlettend in de gaten hielden, komen op gezette tijden moeder of schoonmoeder op bezoek. Als de kinderen dan op school zitten, zijn het beide types die de tijd nuttig willen besteden. Onbaatzuchtig bemoeien ze zich dan even met het huishouden van een jong gezin. Wij maken geen bezwaar.
Het moet eind oktober zijn geweest dat bij thuiskomst, na een arbeidzame dag, de ogen van mijn schoonmoeder verwachtingsvol glinsterden. Ze volgde mijn binnenkomst nauwgezet om te kijken of ik door had dat de orde in ons huishouden enigszins hersteld was. Ik zag het en was oprecht blij.
“Ik heb de ramen aan de buitenkant ook maar even gedaan. Dat was wel nodig.”
Ja, dat was wel nodig, dat wel…….

Ik heb maar niets gezegd. De volgende ochtend, terwijl de koffie pruttelde, deed ik het rode rolgordijn naar boven. De zonnestralen verlichtten de keuken en weerkaatsten op de helderwitte kozijnen, dat wel. Maar we misten Sebastiaan, want zo noemden we onze Araneus diadematus postuum. Hij is vernoemd naar zijn illustere voorvader, Sebastiaan van Annie M.G. Schmidt. Een spin die wel naar binnen durfde. Ook hij kwam noodlottig aan zijn einde.

6 gedachtes over “Onze eigenste Araneus Diadematus

    • je blogs kennende weet je het vast beter, maar alle spinnen zijn bij mij eender, man of vrouw, ze worden ook gelijk behandeld. Weet je Antoinette, ik ga je ff opzoeken en toevoegen op fbook, kennis van de natuur en de dierenwereld is nooit verkeerd bij stalkende volgdieren 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s