Nalatenschap

Met de fiets aan de hand, bekijkt de vijftiger de werkzaamheden in de stad. Er is genoeg te zien, mits je er oog voor hebt. De man heeft dat niet. Hij is geboren met twee linkerhanden. Hij kijkt misprijzend naar de enorme hijskraan die een groot roestig stuk ijzer op de kade plaatst. Als dat gebeurd is, kan het heien beginnen. De kade van de rivier moet versterkt worden. Dit hoort hij van de anderen, immers als er leven in de brouwerij is, komen de ‘kijkmannen’ uit de hele stad. Ze vellen hun oordeel over de werkzaamheden en menen dat het vroeger allemaal beter was. Maar vooral komen ze voor elkaar. Met zijn sombere gezicht, beginnende grijze slapen en sportieve fiets is de man een vreemde eend in de bijt. Hij voelt het en weet het als geen ander. Hij staat op gepaste afstand. Hij is te jong om de nostalgie te delen. Hij is nog van de scheppende generatie. Toch staat hij bij de oudere kijkmannen. Hij is ongelukkig. Hij telt niet meer mee en dat steekt. Heel erg.

Als het hem te veel wordt, stapt hij resoluut op zijn eigentijdse fiets en verdwijnt. Weg van de noeste werkzaamheden, weg van de stedelijke verbeteringen, weg van de mannen en vooral weg van zijn eigen gevoel. Doelgericht fiets hij naar de etablissementen, verder op de kade. De eerste koffiedrinkers zitten al onder de felgekleurde parasollen. Hij bestelt zijn koffie en sombert over de trage rivier die voor Henri Marsman zo als inspiratiebron diende.

Een frisgewassen man, die de nacht heeft doorgebracht in een onderkomen voor daklozen, ziet het koffiedrinkende onweersgezicht.

‘Is het weer zover Freek.’ zegt hij vrolijk.

De man kijkt verstoord op en doet zichtbaar moeite zich los te maken van zijn eigen mistroostige realiteitssoap. Met een korte knik nodigt hij de man bij hem aan tafel en bestelt nog een koffie. Samen kijken de mannen nu zwijgend over de rivier, de een vol verwachting wat de dag hem gaat brengen, de ander vechtend tegen zichzelf.

Freek kent de zwerver nu al enkele maanden, sinds hij thuis zit. Op het kantoor ging het niet meer, zijn vrouw en kinderen ziet hij al enige jaren niet. De arts had gezegd dat hij maar eens moest rusten. Dat is goed voor hem. En natuurlijk niet meer drinken.

‘Koop een fiets en trek erop uit.’

Op een dag, na een van zijn eenzame fietstochten, had hij een fles sterke drank gekocht in een van de rustieke dorpjes in de omgeving en was gaan drinken. Heel stiekem, tegen doktersadvies in. Een vriendelijke, ietwat smoezelige man was naast hem komen zitten. Samen hebben ze ook zijn voorraad opgedronken. Een onbezonnen actie van Freek. Hij had niet meer op zijn benen kunnen staan en schreeuwde zijn ellende eruit. Dat hij een mislukkeling was, een ramp voor de mensheid.

‘Een zatlap zijn, is niet erg, maar een zatlap zonder een scheppend vermogen is een verkwisting van Gods zuurstof.’

Even was het stil en dan jammert Freek: ‘Ik heb niets nagelaten. Helemaal niets.’

De zwerver begreep dat Freek kunstenaar wilde worden, maar dit niet gelukt is.

Later op de avond liepen de mannen, de zwerver aanmerkelijk kwieker, naar zijn huis.

Freek werd naar binnen geloodst en de zwerver ging terug naar zijn eigen huis, de stad. Bij het afscheid zei hij:

‘Jij moest maar niet meer drinken, je bent niet het type dat op straat kan leven.’

Nadien komen de mannen elkaar op gezette tijden tegen. Freek dankbaar voor de wijze woorden van de zwerver en de zwerver blij met een vers kopje koffie en niet die flauwe bocht van de goedbedoelde hulpverleners.

‘Ik ga er maar weer eens vandoor’ zei Freek, Èn bedankt.’

‘Jij bedankt’ zei de zwerver, terwijl Freek een briefje van tien op het tafeltje legt.

De zwerver kijkt Freek nog na, als de ober bij hem langs komt.

‘Wenst mijnheer nog wat te drinken?’

De zwerver geeft de ober het geld en bestelt een groot glas bier.

‘Niets nagelaten, niets nagelaten’ mompelt hij, ‘Twee prachtige dochters, de een studeert voor advocaat en de ander op de modeacademie. Onbegrijpelijk.’

Als de bestelling wordt gebracht, proost hij op niemand in het bijzonder en heeft vertrouwen in de zonnige toekomst van die dag.

Een gedachte over “Nalatenschap

  1. Ooit op school tijdens Nederlands twee verhalen van Carmiggelt gelezen die vond ik uit het leven gegrepen als het leven van alledag,
    Daarna heb ik geprobeerd alles te zien wat toen op tv werd uit gezonden.
    Ook dit verhaal vind ik een mooie voorbeeld van een verhaal tussen twee mensen.
    Gewoon een verhaal van alledag.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s