Daar komt de zwarte vogel / Ludwig Hirsch

Op 28 november 2011 maakte een van de lezers van dit blogje me erop attent dat Ludwig Hirsch op 24 november 2011 gestorven is. Hij zou het lichamelijk lijden als gevolg van kanker niet meer dragelijk hebben gevonden en heeft zich gesuïcideerd. Zie ook navolgende link op de fanpage.

BLIJFT STAAN ZIJN KWALITEITEN en dit blog beschouw ik dan als een eerbetoon aan een man die ik pas onlangs heb leren kennen als artiest.

 

Er zijn van die momenten dat bij je voorraadje ‘joi de vivre’ de bodem in zicht is, tenminste dat heb ik wel eens. Een dipje kun je het noemen en als de dipjes in een kort tijdsbestek elkaar opvolgen, dan is het heel hard zoeken naar voldoende levenslust.

Och, een depressie is een veel te groot woord voor die gemoedstoestand, al vallen de blaadjes op het moment met bosjes. De stoepen zijn zelfs bijna omgetoverd tot heuse glijbanen, als een waarschuwing dat een barre koude winter in aantocht is. U ziet het al,  zelfs de weerskundige toekomstperspectieven worden beïnvloed door de karige voorraad ‘joi de vivre’.

De gelijkenis met het gebrek aan zout in het begin van dit jaar doemt op. Daar waar zout de sneeuw laat verdwijnen, of in ieder geval een minder weerbarstige materie wordt voor de mensheid, zo moet levenslust een probaat middel zijn voor weltschmerzen. Een stemming die ervoor zorgt dat je boos en gefrustreerd raakt door allerlei wereldse zaken die ver boven je macht liggen. Je piekert over de mismaakte voortvarendheid van ene Rutte. “Who the hell is Rutte?” Je ziet ineens overal bruine stropdassen, dat kan toch niet een vooraf bepaald modebeeld zijn door allerlei nichterige modeontwerpers? Nee, je bent er zeker van dat het een propaganda stunt is van duistere krachten. Obama krijgt gevoelige politieke klappen en stelt zich deemoedig op. In de VS lijkt het potje joi de vivre ook al op en daar kunnen ze niet eens psychische bijstand krijgen, want niet in het ziekenfondspakket.

Och, je piekert zelfs over de woorden ‘joi de vivre’ en ‘weltschmerzen’. Zijn die Duitsers nu veel somberder? De Fransen zijn volgens mij niet vrolijker.

Tja, als je zaterdagmiddag wordt goed gemaakt met het draaien van een handdoekenwas want dat is zo lekker gemakkelijk vouwen, dan ben je niet het zonnetje in huis, een droefsnoet eigenlijk.

Onlangs, geheel onverwacht kwam er een mailtje van een oud-collega via de Youtube-service. Ik kende haar voorliefde voor bepaalde Duitstalige muziek en somtijds was ik ontvankelijk voor haar enthousiasme. Ze stuurde me het volgende liedje van Ludwig Hirsch – Komm grosser schwarzer Vogel.

 

Met die zwarte vogel kun je alle kanten op, zelfs een desastreuze richting, maar voor mij is het vooral een idyllische vlucht. Een vlucht zonder oplossingen weliswaar, maar even lekker meevliegen met het warme stemgeluid van Ludwig Hirsch en de sprookjesachtige, bijna religieuze tekst van hem.

Een aanrader dus voor alle droefsnoeten, melancholici en treurnieten om even ‘weg’ te zijn. Voor de echte zwartgalligen is dit Duitse liedje mogelijk een contra-indicatie.

Met de groeten en een sprakeloze service even de tekst,van het web geplukt, zonder de juiste umlauten etc.

Komm grosser schwarzer Vogel, komm jetzt!
Schau, das Fenster ist weit offen,
schau, ich hab Dir Zucker auf’s
Fensterbrett g’straht.
Komm grosser schwarzer Vogel, komm zu mir!
Spann’ Deine weiten, sanften Fluegel aus
und leg s’ auf meine Fieberaugen!
Bitte, hol mich weg von da!
Und dann fliegen wir rauf, mit in Himmel rein,
in a neue Zeit, in a neue Welt,
und ich werd’ singen, ich werd’ lachen,
ich werd’ “das gibt’s net” schrei’n,
weil ich werd’ auf einmal kapieren,
worum sich alles dreht.
Komm grosser schwarzer Vogel, hilf mir doch!
Press’ Deinen feuchten, kalten Schnabel
auf meine wunde, auf meine heisse Stirn!
Komm grosser schwarzer Vogel,
jetzt waer’s grad guenstig!
Die anderen da im Zimmer schlafen fest
und wenn wir ganz leise sind,
hoert uns die Schwester nicht!
Bitte, hol mich weg von da!
Und dann fliegen wir rauf, mit in Himmel rein,
in a neue Zeit, in a neue Welt,
und ich werd’ singen, ich werd’ lachen,
ich werd’ “das gibt’s net” schrei’n,
weil ich werd’ auf einmal kapieren,
worum sich alles dreht.
Ja, grosser schwarzer Vogel, endlich!
Ich hab’ Dich gar nicht reinkommen g’hoert,
wie lautlos Du fliegst,
mein Gott, wie schoen Du bist!
Auf geht’s, grosser schwarzer Vogel, auf geht’s!
Baba, ihr meine Lieben daham!
Du, mein Maedel, und du, Mama, baba!
Bitte, vergesst’s mich nicht!
Auf geht’s, mitten in den Himmel eine,
nicht traurig sein, na, na, na,
ist kein Grund zum Traurigsein!
Weil ich werd’ singen, ich werd’ lachen,
ich werd’ “das gibt’s net” schrei’n,
weil ich werd’ auf einmal kapieren,
ich werd’ gluecklich sein!
Ich werd’ singen, ich werd’ lachen,
ich werd’ “das gibt’s net” schrei’n,
weil ich werd’ auf einmal kapieren,
ich werd’ gluecklich sein!
Ich werd’ singen, ich werd’ lachen,

TIJD, vriend of vijand

Tijd
Eindeloos en zo beperkt
Waait voorbij, ongemerkt
Somtijds een magistrale dwingeland
Het leven ‘in moeten’ verzand

 

Tijd
On(be)grijpbaar, maar zeer beslissend
In vloek en zucht het leven wissend
Je leven voorbij, maar wat gedaan?
In dat somtijds eindeloze bestaan.

Tijd
Vriend of vijand in het menslijk leven
‘k Weet het niet, het is om het even
Tijdloos zweven of de tijd verdreven?
Ik zal er mee moeten leven.

Charles Lewinsky/ De verborgen geschiedenis van Courtillon

‘Het lot van de familie Meijer, dat is een fantastisch boek voor jou.’

Mijn vrouw heeft dit vaak tegen me gezegd. Net zo vaak realiseren we ons dat het boek is uitgeleend. Haar aanbeveling is me veel waard, want van die typische vrouwenboeken zal ze me nooit aanraden. Als dan ‘De verborgen geschiedenis van Courtillon’ van Charles Lewinsky voorbij komt, neem ik dat als alternatief. Dat klinkt oneerbiedig, maar zo is het niet bedoeld, integendeel. ‘De verborgen geschiedenis van Courtillon’ is een heel fijn boek. De hunkering naar ‘het lot van de familie Meijer’ wordt daarmee des te groter.

De wijze waarop Charles Lewinsky mij in de verborgen geschiedenis van Courtillon heeft gekregen, kan ik het beste omschrijven met ‘Zuigen’.

De eerste zin al:

‘De wereld is duizend passen lang.’

Vervolgens worden die duizend passen, Courtillon, relatief droog en feitelijk weergegeven. De ik-figuur, een leraar Frans uit Duitsland, schrijft als het ware een brief aan een voormalige geliefde die vooral ongelezen moet blijven. Later in het verhaal blijkt dat de liefde die hij voelde voor een leerlinge, een onmogelijke liefde is. De hoofdpersoon verblijft in Courtillon als een soort banneling, hij kon niet meer functioneren op school.

De leraar wordt geaccepteerd in Courtillon, maar is vooral ook een buitenstaander. Hij kijkt en luistert naar en drinkt met de lokale bevolking. Gaandeweg het verhaal komen meerdere details van de geschiedenis naar boven en de dorpelingen krijgen een meer uitgelezen karakter. De geschiedenis maakt dat iedere dorpeling zijn plaats krijgt en verdient, maar voor een buitenstaander is de geschiedenis niet altijd begrijpelijk. Ook actuele gebeurtenissen krijgen via de dorps tamtam hun eigen plaats in die geschiedenis. Omdat de hoofdpersoon steeds meer meekrijgt van het dorp, ontkomt hij er niet aan dat hij langzaam maar zeker zijn status als observant en figurant kwijt raakt en een onderdeel uit gaat maken van de dorpsgeschiedenis.

De verborgen geschiedenis van Courtillon

Charles Lewinsky

Signatuur

2010

In dit kader wil ik graag een stuk uit het boek aanhalen, niet eens wetende of ik hiermee auteursrechtelijk wel conform de wet handel. Ik waag het erop, want ik vind het een prachtig tekst:

(p. 253)

‘Het mag een toeval zijn.

We hebben godsdiensten bedacht en er kerken voor gebouwd en brandstapels voor opgericht, alleen omdat we de gedachte niet kunnen verdragen dat er geen web is van verbanden en consequenties, dat er alleen om ons wordt gedobbeld en er niemand is die de dobbelbeker schudt, omdat we niet willen toegeven dat ons leven uit de tijd rijst als deeg uit een machine, een kleverige vormloze massa, en pas achteraf, als alles voorbij is, geleefd en gestorven, kneden we de gebeurtenissen, geven we er vorm aan, vlechten we er broden en kransen van, beweren we dat het zo was omdat we bedacht hebben dat het zo geweest zou kunnen zijn.

Als we iets hebben beleefd, als we door iets zijn geleefd, moeten we het net zo lang vertellen en vertellen tot we het erover eens zijn, met onszelf en met de anderen, wat voor soort verhaal het was, een legende of een klucht, een tragedie of een parabel, tot we overeen zijn gekomen wat er is gebeurd, en dat is dan ook gebeurd. Soms worden we het niet eens en dat vinden we de ander dom of kwaadaardig, soms worden twee volken het niet eens en dan voeren ze oorlog tegen elkaar, eeuwenlang, en het gaat dan niet eens om recht of onrecht, maar alleen om verhalen en wie mag bepalen hoe ze verteld moeten worden.’

Ik vind de bovenstaande tekst een prachtige beschrijving van wat we instinctief allemaal al wel weten. Wie heeft het recht om het verhaal te vertellen en wie bepaald de geschiedenis en daarmee de gemeenschapszin. Dat geldt voor Courtillon, maar ook voor iedere familiegeschiedenis, nationale geschiedenis en zelfs de mondiale historie.

Charles Lewinsky beschrijft de verborgen geschiedenis van Courtillon op dusdanige wijze dat het voor de hoofdpersoon uiteindelijk een rond verhaal wordt en daarmee ook voor de lezer.

Tijdens het lezen kwam bij mij onwillekeurig het vergelijk met het boek van Philippe Claudel (Het verslag van Brodeck) naar boven. Voor de kritische lezer van dit blogje kan mogelijk enige ergernis naar boven komen, want boeken zijn vaak niet te vergelijken. Misschien niet, maar ik heb te maken met mijn eigen referentiekader en daarin zit de positieve ervaring met het genoemde boek van Claudel. Dus naast de verschillen tussen beide boeken, vind ik de beklemming van de kleine dorpsgemeenschappen in beide boeken indringend goed geschreven, zuigend als het ware.

Ik eindig met een puntje van kritiek. Lewinsky voert de lezer mee via de hoofdpersoon in zijn ordening van gedachten en overpeinzingen met betrekking tot de dorpsgeschiedenis. Daarbij wordt de lezer soms letterlijk meegevoerd. De hoofdpersoon licht dan een tipje van de sluier op van een stukje geschiedenis of gebeurtenis, maar corrigeert zich ter plekke, want eerst moet er nog iets anders verteld worden. Het geeft de zoektocht binnen Courtillon en haar geschiedenis duidelijk weer en zorgt voor een inkijkje in het inburgeringsproces van de Duitse leraar in de dorpsgemeenschap. Het zou mijn keuze niet zijn geweest.

 

Charles Lewinsky

Naar mijn bescheiden mening mag dit boek goed beoordeeld worden: 8

==============================================================

ANDERE BOEKERVARINGEN BEOORDEELD

Boeken lezen, voor mijn bovenal een prettig tijdsverdrijf. Soms wordt ik er ingezogen, soms koester ik de taal en soms ‘slechts’ tijdspassering. Maar ik vind er altijd wel iets van of het nu literair is of niet. Geheel losgekoppeld van de eisen van de middelbare school beoordeel ik mijn leesvoer. In de volle overtuiging dat mijn eigen socialisatieproces hier debet aan is en vooral ook mijn eigen beperkingen. Het mag de pret niet drukken om cijfers uit te delen.

Mijn kleine Waanzin / Jan Brokken                                                                            7+

Winter in Madrid / C.J. Sansom                                                                                   8-

Harry Potter en de relieken v.d. dood /J.K. Rowling                                           7,5

De nazi en de kapper/ Edgar Hilsenrath                                                                    8-

Afrika / Jan Brokken                                                                                                         7,5

Pauperparadijs / Susanna Jansen                                                                              7,5

De Schaduw van de wind / Carlos Ruiz Zafón                                                          8+

De overgave / Arthur Japin (Na 200 pag. opgegeven)                                          5-

Erasmus en het poldermodel / Herman Pley                                                           7

Het woeden der gehele wereld / Maarten ’t Hart                                                   8-

Het verslag van Brodeck / Philippe Claudel                                                          8,5

De hand van mijn moeder / Nafisa Haji                                                                     7+

Knielen op een bed violen/ Jan Siebelink (na 250 pag. opgegeven)               5

Kleine landjes -berichten uit de Kaukasus / J.B. Cortius                                    7

Caesarion / Tommy Wieringa                                                                                        8

Harlekino / Tessa de Loo                                                                                                 8-

Grijze Zielen / Philippe Claudel                                                                                    8

Het Rozeneiland / Sanne Terlouw                                                                                7

Brug der Zuchten / Richard Russo                                                                                8-

Het diner / Herman Koch                                                                                                 7+

IJskastmoeder / Janneke van Bockel                                                                         7,5

God is Gek / Kluun                                                                                                               5

Duel / Joost Zwagerman                                                                                                   6,5

De hand van Fatima / Ildefonso Falcones                                                                 8-

Het zwijgen van Maria Zachea / Judith Koelemeijer                                             7,5

God’s Gym / Leon de Winter                                                                                            7+

Zoete Mond / Thomas Rosenboom                                                                                 7,5

Eenzaamheid van de priemgetallen / Paolo Giordano                                          8-

 De verborgen geschiedenis van Courtillon / Charles Lewinsky                         8

River van Vergetelheid / Philippe Claudel                                                                 8+

Het spel van de engel                                                                                                           7,5

Quadriga / F. Springer                                                                                                          7-

Sonny Boy / Annejet van der Zijl                                                                                       7,5

 

Er zijn altijd Naturträne / NINA HAGEN

Nina Hagen is in de Here, tenminste dat las ik vandaag in een rondslingerende Esta. Nu ben ik over het algemeen niet meteen geneigd om een stukje te lezen als Jezus op iemands levenspad is gekomen. Mijn eerste neiging is dan altijd het wat lacherig weg te wuiven. Mijn tweede reactie is die van onverschilligheid en pas in derde instantie maakt zich een mate van toegeeflijkheid van mij meester. Uiteindelijk vind ik dat ieder zijn contactpersonen hier en in hogere sferen zelf maar moet uitzoeken Daarbij hoop ik van ganser harte dat iedereen daarbij  een grote mate van zorgvuldigheid betracht. Dat is beter voor je eigen gezondheid en meestal ook voor je sociale omgeving.

Nina Hagen heeft dus God ontmoet en daarmee drugs, alcohol en het ‘hoeren& snoeren’ afgezworen. Met het beeld dat ik van Nina Hagen heb, lijkt me dat een verstandige keuze. Maar ook bij Nina Hagen doe ik eerst wat lacherig, gevolgd door een schouderophalende berusting en dan pas dringt het tot me door dat ik eigenlijk wel blij ben voor haar. In het geval van Nina Hagen lijkt me het heel rustgevend. Omdat ik Hem zelf nog niet tegengekomen ben, ik zoek hem trouwens ook niet, mag ik ook Nina Hagen niet de maat meten. Ik ben oprecht blij voor haar. U mag hieruit afleiden dat ik het stukje inderdaad gelezen heb, want Nina Hagen ‘verheiratet mit Gott’ is toch opmerkelijk nieuws.

Ik ben geen fan van Nina Hagen, maar ik heb ook geen afkeer van haar persoon, integendeel. In flarden heb ik wel eens stukjes optreden gezien waarbij ik op zijn minst gebiologeerd heb zitten kijken. Het heeft er niet voor gezorgd dat ik muziek van haar kocht. Ik was geen punker, in eerste instantie te jong, maar later ontwikkelde ik me tot een ietwat ingetogen persoonlijkheid, daar paste geen extravagantie bij, zoals ik punk toen zag. Ik was ook niet boos en over mijn toekomst maakte ik me ook geen zorgen.

Nina Hagen was meer een mediafenomeen samen met Herman Brood. Ik heb me dan ook nooit laten verleiden tot het ophangen van posters op mijn puberkamer, want Nina Hagen mag dan Unbeschreiblich weiblich zijn, ik had toen toch andere normen voor mezelf vastgesteld.

Later, toen de hype al voorbij was, heb ik kennisgemaakt met het nummer “Naturträne’  en dat vond ik fantastisch. En nog steeds. Ik moest er vandaag weer aandenken toen ik las dat ze de herkomst van die natuurtranen heeft gevonden, namelijk God.

En als God bestaat, dan heeft Hij Nina in ieder geval gezegend met een prachtige stem en heel veel expressie, onstuimig zelfs. Naturträne past derhalve bij ieder weertype, ook de somberheid van vandaag.

Offnes Fenster präsentiert
Spatzenwolken himmelflattern
Wind bläst, meine Nase friert
Und paar Auspuffrohre knattern

Ach, da geht die Sonne unter:
Rot, mit Gold, so muss das sein.
Seh ich auf die strasse runter,
Fällt mir ein Bekannter ein

Prompt wird mir’s jetzt schwer ums Herz
Ich brauch’ nur Vögel flattern sehen
Und fliegt main Blick dann himmelwärts,
Tut auch die Seele weh, wie schön!

Natur am Abend, stille Stadt
Verknackste Seele, Tränen rennen
Das alles macht einen mächtig matt
Und ich tu’ einfach weiterflennen…
Aaaahhhh…

Eigenlijk is Geer W. gewoon een k*tmarokkaan!

Onderstaande stukje schreef ik als nieuwjaarsopening van het blogjaar 2008. Is er veel veranderd sindsdien? Ja, maar eigenlijk ook weer niet. Het kan verkeren.

 

Allereerst wil ik aan alle lezers van dit blog (en natuurlijk de niet lezers) de beste wensen voor 2008 toezenden. Alle (niet)lezers? Ja, alle (niet)lezers dus ook Geert W. en dat deel van de Marokkanen dat zich mag rekenen tot de elitegroep ‘Kutmarokkanen’. Ten tweede kondig ik bij deze één van mijn goede voornemens aan die rechtstreeks betrekking heeft op mijn blogambities namelijk: ‘Na deze bijdrage op 2 januari 2008, waarin sprake is van een heuse anti-Wildersdiarree, zal ik Geert een heel jaar lang niet benoemen, bespreken of tackelen. Een heel jaar lang, volgens mij is dat moeilijker dan stoppen met roken.

In zijn jonge jaren, 3 à 4 jaar terug, plachtte Geert nog te roepen: ‘Ik ben niet tegen de Islam, slechts tegen de uitwassen van de Islam!’ Op zich is dit nog een te rechtvaardigen standpunt. Ik ben ook tegen uitwassen, of dit nu gaat om uitwassen van de Islam, de RKK of politieke bewegingen, ik ben er gewoon op tegen. Nu heeft voortschrijdend inzicht bij Geert ervoor gezorgd dat de Islam in zijn geheel een uitwas is geworden. Een uitwas waarvan? Ik denk van de meest krankzinnige gedachtenkronkels van Geert zelf. In het radioprogramma ‘Standpunt nl’ zei Harry Mens, geen echte representant van de door Geert c.s. in het leven geroepen verfoeide linkse kerk, dat Geert een patiënt van zichzelf is geworden. Duidelijker kan ik het niet beschrijven en in het kader van de privacy-wetgeving zal ik dan ook niet verder roeren in de zieke geest van Geert, een van de redenen om hem dit jaar niet meer te benoemen. Ik gun hem ook zijn zielenrust, na vandaag dan.

Dan de link met de Kutmarokkanen. Geert wil doorlopend meer respect. Hoplá, daar ontwaar ik een déja-vu bij mezelf als hulpverlener. Regelmatig kom ik in aanraking met criminele jonge Marokkanen. Bij een aantal hoef je maar een beetje tegengas te geven of het woord ‘maar’ in de mond te nemen of je word belaagd met de woorden: ‘Respect man, jij discrimineert.’ Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat het soms hard werken is om niet de hele groep (criminele) Marokkanen te gaan haten. (Tegenoverdracht heet dat in vakjargon.) Er is echter slechts een heel klein beetje relativeringsvermogen nodig om te concluderen dat de grote groep jonge Marokkaanse justitiabelen ook niet trots is om met politie en justitie in aanraking te zijn gekomen. En dan te bedenken dat ik het overgrote deel van de Marokkanen nooit zal treffen! Slechts een ietsiepietsie relativeringsvermogen is er maar voor nodig. Wat rest, en dat is een feit, er zijn Kutmarokkanen die alleen maar respect willen en geen greintje respect hebben voor anderen. En dat heeft Geert W. ook, hij wil wel respect maar heeft dat zelf niet in zich, of laat het in ieder geval niet zien. Mogelijk een van de symptomen van het patiënt zijn?

Een ander symptoom is de mate van besmettelijkheid, want hij is toch ruim vertegenwoordigd in de Kamer. Wie vertegenwoordigt hij dan? Bange mensen, mensen die heel hard roepen dat de Haagse kliek maar potverteerders zijn die geen weet hebben van het dagelijks lijden van de gewone man in het Nederland dat in ras tempo aan het islamiseren is? Ik weet zeker dat er terecht mensen door het leven gefrustreerd zijn en dat de overheid hen niets te bieden heeft. Ik ken de volkswijken in Arnhem, Nijmegen, Ede en Utrecht. Die mensen neem ik ook niet kwalijk dat ze zich bewust hebben laten infecteren door Wilders. Dat zijn mensen die gemiddeld vaker te maken hebben met Kutmarokkanen, Plurkturken of een schreeuwende blingbling Antilliaan. Soms zien zij echter niet meer dat ook tuig van de richel van Nederlandse afkomst, echte jongens van Jan de Witt, een (belangrijk) aandeel hebben in de narigheid in hun buurt. Het zij zo en het is de taak van een ieder, jawel een ieder, om ook deze terecht gefrustreerde mensen mee te laten delen in de welvaart, maar vooral ook het welzijn.

Ik durf zelfs te beweren dat bijvoorbeeld de nieuwjaarsongeregeldheden, buiten de zogenaamde Vogelaarwijken, voor een belangrijk deel veroorzaakt zijn door Wilders-aanhangers. Een boude uitspraak? Nee hoor, in ieder geval niet ongenuanceerder dan Geert W. dat in de regel denkt te moeten doen. En conform de filosofie van Geert W. behoeft er ook geen nadere uitleg gegeven te worden. Het is gewoon zo.

Moraal van dit verhaal?
Er zijn Kutmarokkanen, Kutturken, Kutantillianen, zo u wilt Kutpolen en Kutnederlanders, maar bovenal zijn er Kutpolitici en die zijn het allerergst. De actie van Doekle Terpstra om iets aan het integratieprobleem te doen, onderschrijf ik dan ook van harte, het is ook een Kutprobleem en er moet samengewerkt worden om alle negatieve symptomen te behandelen.
Zo, vanaf nu zal ik in 2008 Geert W. niet meer noemen op mijn blog. Vanaf nu is het dus ‘Hij die niet genoemd mag worden’, analoog aan de boeken van Harry Potter.

Een droefsnoetig blogje, echt waar.

Moet een blog altijd hoogdravend zijn. Nee, natuurlijk niet, de blogwereld is al vergeven van betweterige ‘ik vind dat de wereld anders moet’. Soms bezondig ik me eraan, de wereld is nog niet verbeterd, dus waarvoor doe ik het eigenlijk. Maar dat kun je je bij zoveel afvragen, dus tot een subliem tegenargument op me weg komt, zal ik af en toe de wereld mijn ongezouten mening geven. Ze ziet maar wat ze er mee doen.

Nee, ik kom met een heel pathetisch huis-tuin en keukenblogje, alledaags leed betreffend, al zal ik er geen altruïstische zelfhulporganisatie voor op kunnen richten, zo triest is het eigenlijk. Het betreft mijn eigen verslavingsgedrag namelijk en dan niet roken, gokken of drinken, laat staan seks of drugs. Nee, het is een veel geniepiger afhankelijkheid, namelijk een stupide spelletje genaamd Bejeweled. Ik speel de tweede versie en eigenlijk al jaren lang, eigenlijk bijna net zolang als ik op internet ben aangesloten. Hedenmiddag speelde ik voor de zoveelste keer Bejeweled in de hoop mijn eigen record van ruim 2 miljoen te verbeteren, maar wederom geen succes.

Mijn laatste spelletje met geen record en geen roem.

Om te voorkomen dat mensen nu al afhaken, moet ik misschien uitleggen waar het over gaat. Luister en huiver, voor de mensen die niet weten wat Bejeweled is.

‘Een scherm van ongeveer 100 diamantjes in de verschillende kleuren worden gepresenteerd en het is de bedoeling om 3 op een rij te krijgen, beter nog 4 op een rij en de echte Bejeweled speler komt tot orgastische hoogte bij 5 op een rij. Dit kan door er twee van plaats te verschuiven. Lukt dit dan knalt een waarlijk vuurwerk uit je scherm, je puntenaantal loopt en nieuwe kansen om verder tegen de tijd te spelen worden uitgekeerd.’

En wat kun je ermee winnen? Helemaal niets, maar dan ook helemaal niets. Je kunt hooguit je eigen record verbreken, maar dat is me al meer dan driekwart jaar niet gelukt. Mijn streven om op de ‘list of fame’ te komen, al is het maar een uurlijst, is me ook niet gelukt, laat staan dat ik in de top 10 van beste spelers in één week ben gekomen. Dus waar doe ik het voor? Het is niet sexy om tijdens de pauze op je werk een verhaal aan te kondigen dat je dat weekend is lekker heb zitten ‘bejewelen’. Ik kan u verzekeren, collegiale achting kun je er niet meer verdienen. En inmiddels weet ik dat ook je zelfrespect niet gekieteld wordt.

Hedenmiddag heb ik voor de aardigheid eens uitgerekend hoeveel tijd ik aan Bejeweled heb besteed. Ik denk in die tien jaar zeker een heel collegejaar gespendeerd te hebben aan een stom, nietszeggend spelletje. Ik denk richting 2000 uur, zonder te overdrijven.

Waarom?

Ik heb mezelf altijd wijsgemaakt om me te concentreren en ideeën op te doen voor een wereldverbeterend blogje of in ieder geval een leuke dijenkletser. Ik weet nu beter, het is vooral om niet na te denken over dagelijkse beslommeringen of minder dagelijkse zaken waarvoor ik op dat moment toch geen oplossing weet. Het voorkomt weliswaar intensief ‘mindfucken’, maar het leidt verder ook tot niets, misschien wel het absolute niets.

Wat voor geweldige boeken had ik in die tussen tijd niet kunnen lezen, misschien wel eentje schrijven. Ik zou bij de Open Universiteit misschien wel tien vakken op het gebied van sociologie, geschiedenis of psychologie hebben kunnen doen. Ik had mogelijk qua kilometers de hele wereld over kunnen fietsen, hoewel ik vaak ’s avonds speelde en een fietstocht dan niet heel aannemelijk is. Ik had een taal kunnen leren.

Dus, met bovenstaande inzichten heb ik besloten om voor de komende zomervakantie me te bekwamen in het Portugees, het land van onze vakantiebestemming. Ik leer de basisbeginselen van de grammatica en stel me tot doel 1000 woorden in mijn actieve vocabulaire te verwerven.

Nu nog iemand die me wel overhoren?

Verslaafd aan Bejeweled 2, dan ben je de weg goed kwijt!

 

De eenzaamheid van de priemgetallen/ Paolo Giordano

Laat ik beginnen met een ontboezeming. Ik ben een bijna ongeletterde in de wiskunde. In de derde klas van het VWO kon ik nog net mee met maar een mager zesje. In de vierde klas, waar toen de beta’s, gamma’s en alfa’s zich onderscheidden ging het mis. Mis in die zin, dat ik moest toegeven dat wiskunde niet mijn ‘piece of cake’ zou worden.

In mijn jeugdige overmoed heb ik nog geprobeerd wiskunde als achtste vak in mijn pakket te krijgen. Het werd ten strengste afgeraden door de klassenleraar en waarschijnlijk had hij volkomen gelijk. Ter compensatie heb ik wel economie en biologie gekozen om de schijn van een pretpakket niet op me te laten. De statistische vakken later op de universiteit leverde geen noemenswaardige problemen op, maar heeft uiteindelijk geen opleving gebracht in mijn liefde voor wiskunde. De leegte blijft echter ergens knagen. Waarom kan iemand zonder moeite op VWO niveau economie en biologie doen en geen wiskunde. Regelmatig denk ik nog, zal ik alsnog wiskunde op VWO niveau gaan doen, gewoon om mezelf te bewijzen dat het mogelijk is? Maar uiteindelijk doe ik dat af als te calvinistisch, ik ben ook 44 jaar geworden zonder gedegen kennis van wiskunde.

Maar ik weet wel iets van wiskunde. Een simpele vergelijking oplossen is geen probleem, de lengte van de hypotenusa uitrekenen vond ik zelfs leuk en voor een beetje goniometrie draaide ik mijn hand niet om. Bij vectoren ben ik blijven steken, maar de term priemgetal is mij uiteraard bekend.

Met deze wat lange ontboezeming kom ik bij de kern van mijn betoog, namelijk een literaire aanrader onder uw aandacht brengen, te weten het boek van Paolo Giordano, de eenzaamheid van de priemgetallen. In dit boek komt mijn rudimentair aanwezige beta-kennis even bovendrijven. Het kan in ieder geval aangehaakt worden bij mijn liefde voor een goed boek.

 

Ik ben het boek onbevangen begonnen en stuitte op twee vertellingen over jonge levens, twee buitenbeentjes die in de puberteit bij elkaar komen. Alice wordt door haar vader gedrild tot topskiër, hetgeen er niet inzit en uiteindelijk leidt tot een ongeluk. Mattia is één van een tweeling, hij slim en begaafd, zijn zus het tegendeel. Door zijn zus leeft Mattia geïsoleerd van klasgenoten en op een feestje heeft hij zijn zus ergens achtergelaten, met fatale gevolgen. Kortom trauma’s die van de twee hoofdpersonen psychische buitenbeentjes maakt. Ze vinden elkaar op de middelbare school, maar ook niet echt. Alice vechtend tegen de afkeer van voedsel en haar lichaam, Mattia in zijn eenzame element als wiskundig talent.

In het boek wordt uitgelegd dat dicht bij elkaar voorkomende ‘setjes’ priemgetallen zeldzaam zijn en naarmate je verder komt in de getallenreeks, steeds minder vaak te vinden zijn. Het begin bij 3 en 5, 5 en 7,dan het setje 11 en 13 etc. De setjes horen blijkbaar in elkaars nabijheid, maar er zit altijd een ander getal tussen. Wel elkaars nabijheid dus, maar niet elkaars naasten zijn is de kern van de roman van Paolo Giordano. De eenzaamheid van de priemgetallen is een gemakkelijk te lezen boek voor een ieder en de wiskundige achtergrond is absoluut geen beletsel om het te lezen, integendeel. Ik vond de vergelijking met de priemgetallen prachtig.

De opbouw van het boek is enigszins staccato, hetgeen niets af doet aan het inzicht dat je krijgt van de ontwikkeling van de twee hoofdpersonen. Als voordeel vond ik dat je het boek gemakkelijk even weg kon leggen, om de volgende dag verder te lezen. De laatste twintig bladzijden heb ik op Nieuwjaarsavond bewust enige uren uitgesteld, mezelf afvragend of de hoofdpersonen bij elkaar zouden komen. Met mijn rudimentair aanwezige kennis van wiskunde had ik het antwoord al kunnen weten, maar hoe de schrijver het gaat oplossen in zijn werk, dat wilde ik nog even uitstellen.

 

De eenzaamheid van de priemgetallen

Paolo Giordano

De Bezige Bij 2009

Oorspronkelijke titel

La solidudine dei numeri primi

Een aanrader voor een ieder. Tijdens het lezen hoorde ik dat er inmiddels een film is gemaakt die momenteel draait. Vaak stuit een verfilming me tegen de borst na het lezen van een goed boek. In dit geval ben ik uiterst nieuwsgierig. Mogelijk dat een filmverslag op korte termijn volgt.

 

Wandelen rond de hoogmis. Neder. Herv. Kerk te Achlum

Even buiten Achlum (Fr) was ons vakantieverblijf, ’t Nije Bûthús, een woning op het Friese platteland. Bijna iedere avond probeerde ik de ideale foto te maken van de ondergaande zon, met het kleine dorpje en de kerk als middelpunt in de skyline. De eerste avond was de rode ondergaande zon overweldigend, een vuurrode bal, direct naast het dorp. Enkele minuten later was de bal verdwenen en een felrode gloed verscheen als een soort ‘Heilige Geest’ boven Achlum. Helaas had ik geen fototoestel bij me. De poging de zon te vangen was voor mij de reden om op 22 augustus 2010 de Nederlands Hervormde kerk te bezoeken in mijn reeks ‘Wandelen rond de hoogmis’.

 

 

 Aanvankelijk wilde ik een katholieke kerk bezoeken, want voor mij geldt een beetje ‘onbekend maakt onbemind’. Naast een aantal oecumenische diensten heb ik slecht één keer een protestantse dienst meegemaakt. Een beetje drempelvrees was er wel. Ik wilde me beter voorbereiden, dus aanvankelijk koos ik voor de katholieke kerk aan de haven in Harlingen. Maar ja, de zon bleef maar ondergaan in Achlum. Dus het diepe maar in en ik toog naar de Nederlands Hervormde Kerk van Achlum.

 

 

 Tijdens de vakantie bezocht ik de elf steden in Friesland. De provincie, maar ook rondom Achlum, viel me de gemoedelijkheid al op. In Achlum groette bijna iedere automobilist of fietser. Achlum is een zeer kleine gemeenschap, die heel hard moet werken om het dorp leefbaar te houden. Een eigen website moet een bijdrage bieden. In het achterhoofd heb ik het boek van Geert Mak over Jorwerd en hoe God er verdween. God is in Achlum nog niet verdwenen, de Hervormde kerk staat midden in de gemeenschap, al is er geen supermarkt of snackbar meer. Dat is allemaal geschiedenis. Trouwens de historie van Achlum is prachtig gedocumenteerd door Klaas van der Pol, eveneens op internet te vinden. Een absolute aanrader voor geschiedenisfreaks.

 

Zondagmorgen dus, en ik mag mezelf een schouderklopje geven voor de plichtsbetrachting. Ik geef u te doen om half negen op te staan in de wetenschap dat vijf uur ervoor het laatste borreltje nog verorberd werd. Eigenlijk best calvinistisch dat plichtsbesef, niet die biertjes natuurlijk, dat was eerder Bourgondisch.

Alleen de buurvrouw was bezig in de tuin, verder was het stil, alsof de ochtend voor de mensheid nog niet begonnen was. Een wandeling van een klein kwartiertje was nodig om de kerk te bereiken en halverwege klonken de kerkklokken. Ik zou zeker op tijd komen. 

 

De historie van de kerk in Achlum gaat ver terug.

 Via de zijdeur kwam ik in een gangetje en aan het einde links de kerk in om zo spoedig mogelijk in de laatste kerkbank kruipen om een totaaloverzicht te hebben. Een compleet andere kerkindeling bracht me ernstig van mijn stuk. Over de hele lengte stond een soort van tribuneopstelling met zicht op de preekstoel. Licht verbouwereerd liep ik de hele kerk door en wilde zo snel mogelijk de achterste kerkbank induiken, maar de klapdeuropening was aan de andere kant. Een vriendelijke Friese kerkganger onderbrak zijn gesprek en wees me de weg. Nog even werd ik opgehouden door een knipje om het deurtje te kunnen openen, maar dan kon ik toch plaatsnemen op de tribune, mijn luister- en observatiestek voor de komende tijd. Ik was namelijk op de hoogte van de spreekwoordelijke lengte van de preken, dus de gebruikelijke drie kwartier in de katholieke kerk kon ik op mijn buik schrijven. 

 

Foto uit het archief van website van en over Achlum zelf. Mijn eigen foto’s waren mislukt, te veel beweging. Maar deze is ook bijzonder mooi en veel is er nog niet veranderd volgens mij. 

De dominee kwam met vijf casual geklede mensen binnen. Twee van hen, een man èn een vrouw, bleken later met de collectezakjes rond te gaan. Een lange blozende en gebruinde man heette de gemeente welkom. Hij is met zekerheid een ouderling, maar kwam toch ontspannen over. De gezangen en Psalmen waren via een schoolbord bekend en ik was alert genoeg het gezangenboek mee te nemen in de consternatie bij binnenkomst. Toen de organist inzette bij het eerste gezang dacht ik:

‘De volumeknop mag wel een beetje zachter.’

Maar tot mijn verbazing wist de gemeente er wel weg mee en de pakweg vijftig aanwezigen galmden lustig mee, alsof ze een wedstrijdje deden met de organist. En gezien de leeftijd van de meesten, weliswaar iets jonger dan ik gewend ben in de katholieke kerk, een hele prestatie. De meeste liederen waren ouder dan 200 jaar, dus hier geen gedoe dat de liedjes te nieuwbakken zijn. Het zal beslist interessant zijn om de kerkelijke historie van de gezangen aan een inspectie te onderwerpen. Ik besluit me echter te richten op de preek, die als ik goed heb opgelet door dominee Kroon uit Beetgemermolen ‘Verkondiging’ werd genoemd.

Na de dienst hoorde ik dat hij niet de vaste voorganger is, maar deze week mevrouw Reitsema-Ferwerda vervangt.

 

Dominee Kroon kondigde tijdens de opening aan dat hij Genesis 3 wilde bespreken. Een hele uitdaging. want heel lang heeft hij niet over Adam en Eva durven preken.

‘Het roept zoveel vragen op.’

Dat klopt, want met een beetje logistieke en biologische kennis is de geschiedenis van Adam en Eva gemakkelijk te ontkrachten. Ik ben benieuwd. De voorganger memoreerde nog de heerlijkheid van de stilte in de kerk, in tegenstelling tot de drukte van alledag. Ik kan het beamen, al vind ik Friesland behoorlijk stil.

In de preek kwam hij terug op de stilte, het Huis van Stilte, in dit geval de kerk van Achlum. De heer Kroon veralgemeniseerde de wens tot stilte tot de maatschappelijke context.

 

‘Wanneer ben je maar met één ding bezig in een tijd van multitasken? Wie gaat er tegenwoordig in de tuin zitten en doet niets, geen radio, geen boek en geen telefoon?

Niemand, we luisteren niet meer naar één stem, er zijn altijd meerdere stemmen aanwezig.

 Ik kan niet meer met hem eens zijn, we zijn druk, druk, druk. We stapelen de prikkels op en als we niet uitkijken, worden we horendol. In eerdere stukken op mijn blog heb ik al eens afgevraagd of autisme nu toeneemt of dat de maatschappij autistisch wordt. Een eensluidend antwoord op die vraag heb ik niet, maar ik weet wel dat de maatschappij rusteloos is met negatieve gevolgen voor veel mensen. Een contemplatief moment in de kerk kan ik dus erg waarderen.

 

Op momenten dat ik niet naar de dominee keek of geen aantekeningen maakte was dit het beeld dat ik had. Een model van de kerk op een oude piano.

 

‘Zelfs in de kerk zijn we vaak met meerdere dingen bezig, al is het maar om het pepermuntje te zoeken.’

 

Ik had geen pepermunt, maar ben wel bezig met mijn nek. Ik vond de preekstoelopstelling niet prettig. Ik kijk graag naar de plek waar het geluid vandaan komt en moest constant schuin naar boven kijken, een belasting voor mijn nekspieren. De volgende keer ga ik hoger zitten. Ik vind het trouwens sowieso vervelend, een dominee boven de gemeente, maar dat is vast een kwestie van wennen. Desondanks lukte het me goed te luisteren en vooral veel aantekeningen te maken, ik durf alleen niet te beweren of dit de gewenste ‘stilte’ is.

 

 

 ‘Adam en Eva in de Tuin van Eden kenden al meerdere stemmen, naast de stem van God was er de stem van de slang. Toen waren er al twee stemmen door elkaar. En ik vertel dit verhaal niet om nog eens aan te tonen dat de hedendaagse last allemaal veroorzaakt wordt door de slang die Eva zou hebben verleid. Het verhaal van de slang is niet dat de mens hopeloos verloren is, machteloos in zijn doen en laten en troosteloos in het lijden. Dat is niet de boodschap.’

 

Goed zo. Ik ben allang over het stadium dat alles uit de Bijbel letterlijk genomen moet worden. Er moet gezocht worden naar symboliek en levenswijsheden.

 

‘Veel mensen, net als Eva, horen meerdere stemmen en kunnen zich niet meer concentreren op die ene Stem. En dat is niet dankzij het lot, de natuur, de Goden of God zelf. Je hebt je lot in eigen handen om die Stem te horen. We worden te veel afgeleid door andere stemmen in het leven.’

 

Nu begrijp ik dat de core business van dominee Kroon is mensen te overtuigen van die ene Stem en ik vind dat hij dat beeldend doet met een consistent verhaal. Ik haal eruit, op basis van mijn eigen levenservaring dat luisteren naar die ene Stem heel belangrijk is. Of die stem nu God is of eerlijkheid en zuiverheid naar jezelf en je medemensen, de kern van het leven, doet niets af aan de preek. Een mens is snel afgeleid van hetgeen wezenlijk is in zijn of haar leven. Ik denk namelijk, al zou er één Stem zijn, dat de mensen die ene Stem ieder op hun eigen manier interpreteren zonder dat de ene uitleg beter of slechter is. Iedereen moet op zoek naar zijn eigen Stem. De dominee en ik zijn het hier niet helemaal met elkaar eens, maar ik kan dominee Kroon nog steeds goed volgen. Zeker als hij zegt:

 

‘Hebben Adam en Eva bestaan? Ze bestaan nog steeds, hier en nu. Heeft de slang daadwerkelijk gesproken? In 1926 heeft dit tot een van de vele scheuringen in het protestantisme geleid naar aanleiding van de bevindingen van dominee Buskus. Maar dit terzijde, ook de slang spreekt nog steeds in vele gedaanten. Maar ook God bestaat nog steeds en spreekt nog immer.’

 

Wijze woorden en een constructieve preek, maar als de dominee met een voorbeeld komt over de vele stemmen in ons leven, frons ik mijn wenkbrauwen.

 

‘Wat doe je als een collega die niet in God gelooft, vriendschap met je wil sluiten. Je vrouw is tegen, maar je accepteert de vriendschap. Je luistert naar een andere stem dan die ene Stem.’

 

Wat zegt dominee Kroon nu dan, begrijp ik het niet helemaal? Natuurlijk kan ik niet buigen op goed onderbouwde Bijbelkennis, maar mijn kennis van de Nederlandse taal is ruim voldoende. Moet de man naar zijn vrouw luisteren? Hoewel ik dit grappig vind, is dit niet conform gangbare Bijbelse opvattingen. Of mag je geen vriendschap sluiten met een niet gelovige omdat zoiets zou afleiden van die ene Stem? Als hij dat bedoelt, dan ben ik het er niet mee eens, sterker nog, ik denk dat mijn Stem de vriendschap zou aanmoedigen. Vriendschap sluiten kan nooit aanleiding zijn voor het doof worden voor de Stem.

 

 

Ik weet niet hoe hij het heeft bedoeld, ik kan het niet meer navragen. Nadat de laatste combinatie van zang en orgel wegstierven, stelde de dominee zich bij de kerkdeur op en gaf iedereen een hand. Terwijl ik de foto’s maakte, merendeels mislukt helaas, ben ik te laat om nog uitleg te vragen. Eenmaal buiten werd ik aangesproken of ik van de pers ben. Na mijn ontkenning, meld ik wel dat ik een blogje maak over de dienst en deze zeker richting Achlum, de gemeente en naar dominee Kroon zal sturen.

 

Mijn eerste niet katholieke wandeling rond de Hoogmis zit er op, na één uur en tien minuten sta ik weer buiten. Ik moet zeggen dat van de dienst werk is gemaakt. Het begin, de preek en de afsluiting hadden een duidelijk verband, hiervoor hulde. Er zat voldoende stof in om over na te denken en het is nu eenmaal zo als je veel s()preekt, is er voor de buitenstaander ook veel om het niet eens te zijn, of niet te begrijpen.

 

Terug naar ons tijdelijke huis, is het nog steeds stil en de zon schijnt niet. Gelukkig heb ik enkele foto’s kunnen maken van de zonsondergang boven Achlum al verbleken die bij die ene foto in mijn hoofd. Helaas kan ik dat niet delen, maar de wandeling wel.

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Pathetisch einde van mijn jeugd / SUPERTRAMP

Vroeger wilde ik altijd volwassen worden, want dat stond voor mij gelijk aan evenwichtig en doordacht, in ieder geval niet kinderachtig. Het was (en is) een grote teleurstelling dat je hierop kunt wachten tot Sint Juttemis. Ik heb het immers bij mezelf amper kunnen constateren, bij veel anderen evenmin. Gelukkig had ik dat al snel door en heb deze teleurstelling inmiddels min of meer verwerkt. De volgende vraag doet zich dan voor ‘Wanneer eindigt je jeugd?’ Is dat bij je 18e, wanneer je je eerste baan hebt, wanneer je kinderen krijgt, of op het moment dat je ouders sterven? Ik heb eigenlijk nooit stil gestaan bij die vraag, maar na 44 jaren, 135 dagen en ongeveer 20 uur op deze Aarde te hebben voortbewogen, wist ik het ineens. Het moment dat mijn jeugd ten einde is, is nabij.

Zaterdag 3 oktober 2010 ergens tussen 19.00 en 23.00 uur. Er is geen twijfel mogelijk.

KEULEN – Maanden heb ik uitgekeken naar het moment dat ik samen met mevrouw Sprakeloos naar het concert van Supertramp in Keulen zou gaan. Ze spelen weliswaar een dag later in Arnhem, maar agendatechnisch kwam dat niet uit. En met het concert plakten we een lang weekend Keulen erbij. Het is immers helemaal geen straf een aantal dagen in Keulen te verblijven. Integendeel.

We kwamen er achter dat Supertramp, hoewel zeker niet dagelijkse kost in huize Sprakeloos, warme gevoelens opriep bij ons. Zelf had ik een Keulse onkel Hans und tante Else, die bij een bezoek in Nederland mijn broertje en mij altijd enige Duitse Marken toeschoven. Het was een dusdanig bedrag, dat ik in één keer in staat was het dubbelalbum van Supertramp ‘Paris’ te kopen. Mijn allereerste LP, en ik was er helemaal weg van. We hebben het dan over 1981 en terugkomend van school luisterde ik toen dus Supertramp.

School

I can see you in the morning when you go to school
Don’t forget your books, you know you’ve got to learn the golden rule,
The teacher tells you stop your playin’ get on with your work
And be like Johnnie – “too-good”, don’t you know he never shirks
– he’s coming along!

After school is over you’re playing in the park
Don’t be out too late, don’t let it get too dark
They tell you not to hang around and learn what life’s about
And grow up just like them – won’t let you work it out
– and you’re full of doubt

Don’t do this and don’t do that
What are they trying to do? Make a good boy of you
Do they know where it’s at?
Don’t criticize, they’re old and wise
Do as they tell you to
Don’t want the devil to
Come and put out your eyes

Maybe I’m mistaken expecting you to fight
Or maybe I’m just crazy, I don’t know wrong from right
But while I am still living, I’ve just got this to say
It’s always up to you if you want to be that
want to see that
want to see it that way
– you’re coming along!

(opname Arnhem 5 oktober 2010)

Na genoten te hebben van rust, cultuur en zonneschijn in de Keulse binnenstad, liepen we naar de andere kant van de Rijn op weg naar de Lanxess Arena, blij met de kaartjes in mijn binnenzak. We waren ruimschoots op tijd en als een van de eersten zaten we op onze plaatsen, dronken een biertje en zagen langzaam maar zeker de mensen binnenstromen, sporadisch enkele twintigers, iets meer dertigers, maar vooral veertigers en vijftigers. Bijna allemaal koppels en bij het zien van ‘die anderen’ kijk je in de spiegel van je eigen ziel. Het is een soort thuis komen al twijfel je nog ernstig of dit wel je thuis is.      Hier ergens heb ik mijn jeugd achtergelaten

(Take the long way home)

But then your wife seems to think you’re losing your sanity,
oh, calamity, is there no way out?
Does it feel that you life’s become a catastrophe?
Oh, it has to be for you to grow, boy.
When you look through the years and see what you could
have been oh, what might have been,
if you’d had more time.
So, when the day comes to settle down,
Who’s to blame if you’re not around?
You took the long way home
You took the long way home………..

 (Studio-opname met clip)

Met nog een biertje kijk je je vrouw aan, knijpt haar in haar hand en zend haar je liefste glimlach, terwijl je meteen beseft dat je ogen niet helemaal meedoen. Je bent immers naarstig opzoek naar je verleden, je toekomst, zodat je amper kunt beseffen dat je het in het hier en nu moet beleven. Alle levenslogica lijkt in een split second te zijn verdwenen, heel even maar, en bij het terugkomen bij jezelf staat ALLES je helder voor de geest, hoewel de vragen blijven.

(Logical song)

When I was young, it seemed that life was so wonderful,
a miracle, oh it was beautiful, magical.
And all the birds in the trees, well they’d be singing so happily,
oh joyfully, oh playfully watching me.
But then they sent me away to teach me how to be sensible,
logical, oh responsible, practical.
And then they showed me a world where I could be so dependable,
oh clinical, oh intellectual, cynical.

There are times when all the world’s asleep,
the questions run too deep
for such a simple man.
Won’t you please, please tell me what we’ve learned
I know it sounds absurd
but please tell me who I am
I said now watch what you say they’ll be calling you a radical,
a liberal, oh fanatical, criminal.
Won’t you sign up your name, we’d like to feel you’re
acceptable, respectable, oh presentable, a vegetable!
Oh Take it take it yeah!

But at night, when all the world’s asleep,
the questions run so deep
for such a simple man.
Won’t you please, please tell me what we’ve learned
I know it sounds absurd
but please tell me who I am,
Who I am x 3 !!!

De band komt op en zo’n tienduizend soortgenoten, peno- en menopauzers van veelal Duitse kunne, verwelkomen Supertramp. Enthousiast, maar vooral ook ingetogen. Veel intgetogener dan menig herinnering zal zijn bij het terughalen van jeugdbeelden en Supertramp. Een midlifecrises enthousiasme misschien?

Het gevoel verdwijnt echter snel en koude rillingen lopen me over de rug bij de eerste tonen van de bekende stemmen en ik word rechtstreeks in mijn hart geraakt als de saxofoon in het concert betrokken wordt. Toch zal het melancholische gevoel nog tijdens het concert met regelmaat als zachte regen neerdalen.

( It’s raining again)

You’re old enough some people say
To read the signs and walk away.
It’s only time that heals the pain
And makes the sun come out again.

C’mon you little fighter
No need to get uptighter
C’mon you little fighter
And get back up again.

Met volle teugen geniet ik van de fantastische muziek en tegelijkertijd weet je dat het einde nabij is bij het zien van de band, het publiek en de spiegel in jezelf. De jeugdherinneringen vervormen zich langzaam maar zeker tot jeugdsentimenten in het leven van een vierenveertig jarige (+ 135 dagen en ruim twintig uur). Je wordt heen en weer geslingerd in tegenstrijdige gevoelens.

(Breakfast in America)

I’m a winner, I’m a sinner
Do you want my autograph
I’m a loser, what a joker
I’m playing my jokes upon you
While there’s nothing better to do

Terwijl de muziek van de band blijft komen, het is geweldig, het is kunstzinnig en overweldigend, maar je dromen dalen neer in het hier en nu.

(Dreamer)

I said
Far out, what a day, a year, a life it is!
You know,
Well you know you had it comin’ to you,
Now there’s not a lot I can do

En natuurlijk dromen kan nog steeds, het fantaseren is vanaf nu is de fantasie van een 44-plusser die beseft dat zijn jeugd definitief is afgesloten.

Dus volwassen geworden, stabiel en evenwichtig? Dat dan weer niet, maar toch anders.

(From now on)

Guess I’ll always have to be
Living in a fantasy
That’s the way it’s got to be
From now on

Yes I’ll always have to be
Living in a fantasy
Though it won’t be really me
From now on

You think I’m crazy I can see

It’s you for you, and me for me
Living in a fantasy
From now on

PS. En toch is het oneerlijk, wat zeg ik, de misdaad van de eeuw dat je beseft dat je jeugdigheid is afgelopen. Wat voor acties ga je ondernemen?

Crime of the century

Now they’re planning the crime of the century
Well what will it be?

(Live in Köln 3 oktober 2010)

Zoete Mond / Thomas Rosenboom

Voor het eerst in mijn serie boekervaringen had en heb ik de neiging om eens te gaan kijken wat anderen nu van het boek ‘Zoete Mond’ vinden. Ik heb zojuist de laatste bladzijde gelezen en ik ben blij dat ik doorgegaan ben, maar regelmatig overviel me het gevoel: “Wat moet ik er mee.”

In mijn boekenkast staat nog een ongelezen werk van Thomas Rosenboom namelijk ‘Publieke Werken’ , maar door niet nader te verklaren omstandigheden kwam ‘Zoete Mond’ . Ik was niet meteen razend enthousiast om het boek te beginnen, maar de doorslag gaf dat het zich in de omgeving van Duiven afspeelde, een decor dat nog weinig schrijvers, geheel ten onrechte trouwens,  tot de verbeelding spreekt.

Met name de vraag wat ik er mee moest, bracht me in de verleiding om eens te kijken wat anderen er van vinden. Dit is echter tegen mijn principe bij de boekervaringsblogs, want de lol in lezen ligt vooral in het afstand nemen van verplichte nummertjes zoals die op de middelbare school zijn aangeleerd. Thema’s, motieven, leidmotieven en verklaring van titel of doorspitten van de psychologie van de hoofdpersonen, het kan me wat. Natuurlijk gebeurt dat onwillekeurig, maar dan bij voorkeur op basis van mijn eigen socialisatieproces met al zijn beperkingen.

Zoete Mond

Thomas Rosenboom

Querido Antwerpen/Amsterdam

2010

 

Korte beschrijving in eigen woorden

Zoete Mond van Rosenboom dus. Het begint met een gevangen witte walvis/ dolfijn die tijdens zijn vervoer ontvlucht, hetgeen goed is voor het dier. Vervolgens wordt de adolescent Rebert ten tonele gevoerd. Een jongeman op de vooravond van zijn studentenleven, waarvan hij zich voorstellingen maakt die niet uitkomen. Geen feesten, geen studentenleven en zeker geen vrouwen voor Rebert, terwijl hij het in zijn directe omgeving wel ziet gebeuren. Met name zijn huisgenoot Marc, kunst en modestudent, leeft het leven dat Rebert ogenschijnlijk zou willen leven. Voor Rebert is het reizen naar Wageningen en later naar Utrecht, alwaar hij zich tot een zeer goed student ontwikkelt. Zijn leven blijft echter behoorlijk mechanisch en plichtmatig. Al tijdens zijn studietijd werkt hij bij een dierenarts en komt na zijn afstuderen zelfs in de maatschap.

Gelijktijdig wordt een tweede hoofdpersoon opgevoerd, Jan de Loper, heer van Angelsdijcke. Een buitenissige rijke man die een zekere faam verkrijgt tussen de beide wereldoorlogen door wereldreizen, avonturen en grappen en grollen. Het leven dat Jan de Loper leeft kan gefinancierd worden door zijn rijke ouders. Jan de Loper vestigt zich in Angelen (volgens mij is dat Angerlo).

Rebert vindt in zijn reddende functie als dierenarts zijn vrouw en komt langzaam tot leven via haar. Hij krijgt vrienden en een sociaal leven, totdat het noodlot toeslaat en zijn vrouw bij een ongeluk overlijdt. Ondertussen ziet Jan de Loper dat zijn de roem en reputatie tanende is, niemand zit meer te wachten op verhalen van een ‘oude gek’. Mensen maken in toenemende zelf hun avonturen. We hebben het over midden jaren zestig als beide hoofdpersonen elkaar tegen gaan komen in Angelen.

De een gedesillusioneerd door het lege leven zonder zijn vrouw en zijn onvermogen om zijn eigen leven te gaan leiden. In Angelen verwerft hij nog een zekere reputatie als onbezoldigd dierenarts/ dierenredder van allerlei kleine huisdieren. De ander suddert nog een beetje op zijn vergane glorie en als vrijgevig man verdient hij nog enig aanzien in het dorp. Af en toe heeft Jan de Loper nog een opleving, die echter niet meer aanslaat bij het grote publiek. Twee zonderlinge eenzame zielen komen elkaar af en toe tegen, maar lijken elkaar eerder als concurrenten te zien. De een zoekt contact met de buitenwereld, door toevalligheden en situaties te ensceneren, maar hij blijft introvert en op zichzelf. De andere probeert zijn extroverte persoonlijkheid in te zetten om opnieuw in het middelpunt van belangstelling te komen. Het lukt ze geen van beide, hoewel ze elkaar uiteindelijk toch echt zullen tegenkomen.

In het laatste deel komt de gevluchte witte walvis/dolfijn weer in het boek voor. Het dier is via de haven van Rotterdam in de Rijn terechtgekomen en zorgt in Europa voor veel roering. Ook in Angelen, waar de beide hoofdpersonen op hun eigen wijze de witte walvis in hun leven krijgen, of beter, hun leven proberen te keren door middel van de walvis. Hetgeen voor beide jammerlijk mislukt.

En wat vind ik van het boek

In het bovenstaande heb ik in vogelvlucht , ‘Zoete Mond’ beschreven. Een verhaal dat vrij minutieus de gedachtewereld van beide hoofdpersonen beschrijft, waardoor het boek in mijn optiek aan de ene kant een zeer indringend beeld geeft van binnenwereld van beide heren. Aan de andere kant is het erg filmisch beschreven met als gevolg dat er een onnodige stroperigheid insluipt. Juist deze tegenstelling maakte dat ik soms de neiging had om te kappen met lezen, aan de andere kant intrigeerden de hoofdpersonen wel. Hun ogenschijnlijke verschillen, maar vooral ook hun onmiskenbare overeenkomsten en de vraag die ik me stelde, hoe gaat hun onderlinge relatie aflopen. Die nieuwsgierigheid oproepende verhaallijn van Thomas Rosenboom heeft mij uiteindelijk over de streep getrokken.

Voor mij persoonlijk vind ik het erg leuk te ervaren dat het verhaal zich afspeelt in een omgeving die ik goed ken. Bovendien geeft juist de filmische wijze van vertellen een prachtig tijdsbeeld de jaren vijftig en zestig. Ook zie ik een prachtige parallel tussen de huidige tijd en de tijd waarin ‘Zoete Mond’ plaats vindt. Ook toen waren er grote veranderingen in het leven van alledag door technische vooruitgang door middel van radio, tv en ruimere vervoersmiddelen. Marc, oud kamergenoot van Rebert vervult hierin de wereldse leegheid van de reclamewereld, die voor huidige maatstaven aandoenlijk overkomt. Het dorp Angelen verandert mee, met als gevolg dat Jan de Loper zijn tijd niet meer kan volgen. Door de nieuwe sociale media tegenwoordig, wordt de wereld nog kleiner of bereikbaarder zo je wilt. Dit heeft gevolgen voor het sociale leven in dorpen en sociale gemeenschappen. Een analoge roman in de huidige tijd met soortgelijke hoofdfiguren is gemakkelijk voor te stellen. Deze eenzame mensen kunnen niet mee, maar hebben wel ambities. Door de jaren zestig te pakken, krijgen de hoofdpersonen iets romantisch en aandoenlijks, maar het lijkt vooral aan de personen te liggen, niet aan het tijdsbeeld.

Al met al een leesbaar boek, maar zal niet meteen aan een tweede Rosenboom beginnen. De eerlijkheid gebied te zeggen dat dit ook komt omdat de nieuwste van Maarten ’t Hart me toelacht en vraagt om gelezen te worden.

Mijn eindbeoordeling van dit boek op een schaal van 1 tot 10 is: 7,5

==============================================================

ANDERE BOEKBEOORDELINGEN

Boeken lezen, voor mijn bovenal een prettig tijdsverdrijf. Soms wordt ik er ingezogen, soms koester ik de taal en soms ‘slechts’ tijdspassering. Maar ik vind er altijd wel iets van of het nu literair is of niet. Geheel losgekoppeld van de eisen van de middelbare school beoordeel ik mijn leesvoer. In de volle overtuiging dat mijn eigen socialisatieproces hier debet aan is en vooral ook mijn eigen beperkingen. Het mag de pret niet drukken om cijfers uit te delen.

Mijn kleine Waanzin / Jan Brokken                                                                            7+

Winter in Madrid / C.J. Sansom                                                                                   8-

Harry Potter en de relieken v.d. dood /J.K. Rowling                                           7,5

De nazi en de kapper/ Edgar Hilsenrath                                                                    8-

Afrika / Jan Brokken                                                                                                         7,5

Pauperparadijs / Susanna Jansen                                                                              7,5

De Schaduw van de wind / Carlos Ruiz Zafón                                                          8+

De overgave / Arthur Japin (Na 200 pag. opgegeven)                                          5-

Erasmus en het poldermodel / Herman Pley                                                           7

Het woeden der gehele wereld / Maarten ’t Hart                                                   8-

Het verslag van Brodeck / Philippe Claudel                                                          8,5

De hand van mijn moeder / Nafisa Haji                                                                     7+

Knielen op een bed violen/ Jan Siebelink (na 250 pag. opgegeven)               5

Kleine landjes -berichten uit de Kaukasus / J.B. Cortius                                    7

Caesarion / Tommy Wieringa                                                                                        8

Harlekino / Tessa de Loo                                                                                                 8-

Grijze Zielen / Philippe Claudel                                                                                    8

Het Rozeneiland / Sanne Terlouw                                                                                7

Brug der Zuchten / Richard Russo                                                                                8-

Het diner / Herman Koch                                                                                                 7+

IJskastmoeder / Janneke van Bockel                                                                         7,5

God is Gek / Kluun                                                                                                               5

Duel / Joost Zwagerman                                                                                                   6,5

De hand van Fatima / Ildefonso Falcones                                                                 8-

Het zwijgen van Maria Zachea / Judith Koelemeijer                                             7,5

God’s Gym / Leon de Winter                                                                                            7+

Zoete Mond / Thomas Rosenboom                                                                                 7,5

Eenzaamheid van de priemgetallen / Paolo Giordano                                          8-

 De verborgen geschiedenis van Courtillon / Charles Lewinsky                         8

River van Vergetelheid / Philippe Claudel                                                                 8+

Het spel van de engel                                                                                                           7,5

Quadriga / F. Springer                                                                                                          7-

Sonny Boy / Annejet van der Zijl                                                                                       7,5