Hoe doen de buren het, in Zevenaar?

En hoe zullen ze het doen bij de buren. Een prangende vraag in meerdere situaties, maar het gaat nu over de communicatie op de website tussen lokale politieke partijen en hun burgers. Via een collegablogger uit Raalte (Roalte.net) kwam ik op het idee. Dat doen we ook voor Duiven was mijn eerste ingeving. En zo gezegd zo gedaan. En waarom niet eens kijken bij de buren in Zevenaar. Hoe actueel zijn de websites van de politieke partijen aldaar? Ik kijk dan vooral naar het laatste nieuws en de aanwezigheid van een deugdelijke agenda. Ik weet niet of het de gemiddelde burger interesseert wat hun partij op het world wide web presteert, maar ik zie er toch een visitekaartje in. De websites van de partijen zijn geplukt van de officiële gemeentelijke website. Uiteraard zal ik alle partijen per mail op de hoogte stellen van mijn blogje. Bovendien probeer ik via twitter er ook nog enige ruchtbaarheid aan te geven.

Resultaten van de collega’s in Duiven

Resultaten van de collega’s in Westervoort

Lokaal belang

Meteen zoekend naar het laatste nieuws, hé 1 april nog. Nadere beschouwing leert dat het ging om de eerste van april 2010 en dat is geen grap. Planstudie derde Spoor door Prorail was het onderwerp. Ja, op de voorpagina wordt de halvastenoptocht genoemd op 7 maart. Was het toen geen carnaval, dus dat nieuws is ook niet van dit jaar. Een specifieke (vergaderagenda) kon ik ook niet vinden, of het moeten de vergaderingen zijn die netjes overgenomen zijn van de gemeentesite.

CDA

Er is een agenda, duidelijk en overzichtelijk, maar niet ingevuld. Het laatste nieuws dateert van 15 maart 2011 en heeft ook duidelijk betrekking op de actualiteit en de standpuntbepaling van de partij ten aanzien van de raadsvergadering van 23 februari 2011.

PvdA

Op een oogopslag is te zien dat er in de maand maart in ieder geval na de verkiezingen drie keer gecommuniceerd is met de lezer. Het laatste bericht dateert van 30 maart 2011, waarin de sociaaldemocraten in Zevenaar hun visie geven over de geldbesteding ten aanzien van de kerk in Giesbeek. De agenda is actueel, maar hoe symbolisch voor de PvdA, loopt slechts tot 1 mei 2011.

VVD

Onder het kopje actueel kom ik terecht bij 30 juli 2010 en dat is niet bemoedigend. De agenda heeft twee Algemene Ledenvergaderingen in verschiet. Maar zelfs de fractievergaderingen of lokale partijbijeenkomsten kan ik niet vinden. De afdeling van de VVD behelst wel twee gemeenten, naast Zevenaar, ook Rijnwaarden.

D66

D66 bedankt de kiezers voor hun steun ten tijde van de provinciale verkiezingen, maar verder actueel nieuws is er niet te vinden nadien. Het laatste echte nieuws gaat over de motie ten aanzien van de BAT (30 januari 2011). De agenda is nadrukkelijk zichtbaar, maar niet ingevuld.

Sociaal Zevenaar

Bij het zoeken van de site van Sociaal Zevenaar kom ik terecht bij een ‘collega’ blogger (WordPress) en constateer frequent bijgehouden actualiteiten. De optie ‘reageren’ is echter uitgeschakeld. Een agenda is niet te vinden, maar de subtitel van het blog/site maakt dit goed namelijk: ‘We streven naar eenheid in hoofdzaken, vrijheid in bijzaken en liefde in alles”. (Maldenius)

SP

De SP site van Zevenaar is geïntegreerd in de landelijke site van de partij. Het laatste nieuws van de SP betreft de kosten van het gemeentehuis in hun gemeente. Het bericht is van 15 maart 2011. Op deze site is geen agenda te vinden.

GroenLinks

Het laatste nieuws is de aankondiging van de provinciale verkiezingen. Daarvoor prijkt een specifiek GroenLinks-thema van januari 2011, even goed kijken, nee toch van een jaar ervoor nog. De link van de agenda werkt goed, maar is verrassend leeg.

En wat zijn onze lokale bestuurders van plan in Duiven?

Als enthousiast blogger over heel veel zaken, maar ook politiek, kijk ik nog wel eens bij collega bloggers in de keuken en vond bij Roalte.net een onderzoekje over de actualiteit van de websites van politieke partijen op lokaal niveau. Dat moet voor Duiven dan ook maar even gebeuren lijkt me dan. Ik baseer me daarbij op de links die de gemeente Duiven op haar site heeft staan. Uiteraard zal ik alle betrokken partijen berichten van mijn bevindingen.

Inmiddels ook een onderzoekje bij de buren in Zevenaar

Alsmede bij de buren in Westervoort

Resultaten voor Duiven:

CDA

Bij het CDA dateert het laatste nieuws van 28 februari 2011. Op die dag verschenen er twee berichten over actuele zaken namelijk de windmolens in ’t Broek en nieuws inzake Huize Welleveld. Nieuwsbrieven zijn er bij het CDA niet te vinden over eerdere berichten. En voor het plannen van je agenda, kom je met de CDA agenda ook niet erg ver. Eén vergadering van 4 april 2011 staat vermeld, maar verder gaan ze bij het CDA blijkbaar uit van flexibele geesten, die à la minuut worden opgeroepen voor ingelaste vergaderingen, want na 4 april is de agenda helemaal leeg. Niet erg uitnodigend voor passieve leden, belangstellenden of aspirant leden.

GroenLinks

GroenLinks Duiven meldt kort over de samenwerkingsvergadering van de verschillende Liemerse gemeenten. Het nieuws daarvoor is van een maand eerder, te weten 23 februari 2011 toen ze een Linde plantte om de doortrekking van het tracé A15 tegen te gaan. Zou er tussendoor niets gebeurd zijn? En wat de Groenlinksers verder gaan doen, blijft voor de buitenstaander een groot geheim. Of er moeten andere wegen gevonden worden dan de website om erachter te komen. De agenda op de website is namelijk helemaal leeg.

Lokaal Alternatief

De agenda tot aan de zomervakantie is erg duidelijk bij Lokaal Alternatief. Op de homepage staat in ieder geval iets over de carnaval van de eerste week van maart 2011, met daarboven twee stukjes over de aanwijzing van natuurgebieden in relatie met de doortrekking van de A15 en een stuk over de Verordening Leerlingenvervoer. Een datum zou handig zijn geweest. Op de site zijn een aantal Pdf bestanden te vinden vanaf november 2010. Het vermoeden bestaat dat de site nog niet zo oud is.

ProDuiven

Agenda is goed aanwezig en qua standpunten over actuele zaken is er wekelijks wel iets te melden vanuit deze partij. Het meest recente bericht is zelfs van 1 april 2011.

PvdA

Voor de onbekende volger maakt de PvdA er een potje van. De agenda is niet in te zien. Actuele standpunten zijn niet beschreven en het laatste bericht dateert van 21 december 2010. Daarvoor was het ook al weer een half jaar geleden.

SP

De SP site van Duiven is geïntegreerd in de landelijke site. De regionale / lokale items betreffen nog de provinciale verkiezingen en teleurstelling over de Gelderse formatie. Andere informatie is voor een vluchtige lezer niet te vinden op de site. Ook geen agenda, wel veel landelijk nieuws uiteraard.

VVD

Op 28 maart 2011 bericht de VVD hun standpunt over de herindeling binnen de Liemerse gemeenten. Er is een duidelijke agenda aanwezig. Iedere maand verschijnt er wel een bericht over een actueel lokaal item.

Wandelen rond de hoogmis. Stephanuskerk te BORNE

 

 

INLEIDING

Het is weer eens nodig, een wandeling rond de hoogmis. De laatste keren betrof het wandelingen op plekken waar ik op vakantie was, maar een actieve wandeling vanuit de thuissituatie is langer geleden. De winterse weersomstandigheden laten een autorit toe. De zon schijnt zelfs tegen soms donkere luchten, hetgeen prachtige plaatjes met eigenaardige lichtvallen oplevert langs de A1 richting Twente. U moet het maar van me aannemen, want foto’s heb ik er niet van.

De ‘wandeling’ gaat naar Borne, het hart van Twente, maar ongetwijfeld zullen meer trotse Twentse dorpen zichzelf die eigenschap toedichten. Borne, de geboorteplaats van mijn vader en al zijn broers en zussen. Mijn grootouders bestierden een kleine supermarkt en alle jeugdverhalen van mijn vader vinden hier plaats. De kerk nam (en neemt) nog steeds een substantieel deel in als het zijn verhalen uit de oude doos betreft. Er woont niemand meer van de familie en dat is eigenlijk onbegrijpelijk, want Borne is best een aardige plaats om te wandelen. In mijn optiek een typische Twentse plaats qua atmosfeer en architectuur. Beide eigenschappen kan ik niet eens bondig omschrijven, maar, het is gewoon Twents.

De derde kaars van de adventskrant is aangestoken vandaag.

DE STEPHANUSKERK

Midden in Borne staat de Stephanuskerk, gebouwd in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Een van de vele kerken die juist in die periode van bloei van de katholieke kerk in Nederland is gebouwd. Met het huidige referentiekader zou je verwachten dat het een economische bloeiperiode moet zijn geweest, want veel bouwen, betekent dat het economisch goed gaat. De katholieke kerk ging het in ieder geval goed in die periode en ook in Borne. Zo goed zelfs dat een tweede katholieke kerk vijftig jaar later noodzakelijk was. Mijn vader herinnert zich de bouw van de zusterkerk in Borne, de Theresiakerk, nog goed.

TIPJE VAN HET RIJKE ROOMSCHE LEVEN

De Stephanuskerk te Borne, middelpunt van het dorp, maar voor mijn vader, als ik zijn verhalen mag geloven, vaak een lijdensweg, met meerdere diensten op zondag.

‘Toch zal hij als klein jongetje in ieder geval vroom en erg katholiek zijn geweest, want hij wenste Paus van Borne te worden of in ieder geval bisschop. Het is er niet van gekomen, maar mijn grootouders konden tevreden zijn, het Roomsche gezin heeft in ieder geval één priester afgeleverd, met daarbij de nadruk op ‘konden’.

Na enige jaren een priesterleven in Brazilië te hebben doorgemaakt, lonkte het wereldse leven, mogelijk vooraf gegaan aan twijfels aan de Roomsch katholieke leer. Dat vertelt het familieverhaal voorlopig nog niet, in ieder geval niet aan mij.

De kerkgang was vaak een gruwel voor mijn vader, want als oudste zoon van een kruidenier was hij samen met zijn broers en zussen, ook tijdens de kerkdiensten, het uithangbord van de winkel. En zekerheid voor voldoende klandizie was naast het bieden van kwaliteit, vooral ook het zijn van een vroom katholiek gezin. Misdragingen, hoe miniem dan ook, vaak geklikt door andere kerkgangers, werden door mijn grootvader op niet mis te verstane wijze gecorrigeerd.

Als kruideniersgezin behoorde je niet tot de notabelen van het dorp, maar enige status had je zeker en dat uitte zich door het bankrecht dat je je moest verwerven in de kerk. Je zat niet vooraan, maar zeker niet achterin. Een lege plek tijdens de mis leverde vragen op van de gemeenschap.

Misdragingen moesten bovendien verteld worden aan de biechtvader, want zonder een schoon geweten geen communie. En als vrouwen niet ter communie gingen, dan wist de hele gemeenschap dat er binnen onafzienbare tijd een nieuwe kerkgenoot op komst was. In die tijden, jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw was het nog: ‘Gaat heen en vermenigvuldig u.’ Dat hiervoor acties ondernomen moesten worden die voor vrouwen zondig waren en dus biechtplichtig, werd als vanzelfsprekend aangenomen, er is immers maar één Heilige Maagd Maria. Voor mannen gold een soortgelijke plicht overigens niet.

En verzaken van je eerlijkheid tijdens de biecht was er niet bij, want hoe veel rozenhoedjes als genoegdoening ook gebeden moesten worden, de straf van de Allesziende was nog veel draconischer. Het vagevuur, hel en verdoemis speelden mogelijk een vooraanstaande rol. De boetvaardigheid was dus groot, maar dat is in de loop der jaren belangrijk minder geworden bij mijn vader (en zijn broers en zussen.)’

 De biechtstoel, volgens welingelichte kringen nog op dezelfde plaats.

DE ‘WANDELING’ NAAR DE KERK

Een kleine honderd kilometers moeten afgelegd worden om Borne te bereiken. Dat kan in alle rust en ik verheug me op het programma ‘Vroege vogels’ op Radio 1. Dat geeft zo’n lekker solidair gevoel als je rond negen uur als een van de weinigen op de weg bent. Ik kom het programma binnen als het over de mergelgrotten in Zuid-Limburg gaat. Pleitbezorgers voor het behoud van de grotten, willen dat deze ondergrondse landschappen een beschermde status krijgen. Een van hun argumenten is ook de kunstuitingen door Jezuïeten gemaakt aan het begin van de twintigste eeuw.

‘Ik vind het goed.’

Eigenlijk zit ik te wachten op het volgende onderwerp, maar het hele uur staan de mergelgrotten centraal. Een tegenvaller, ik had gehoopt om meer contemplatieve onderwerpen van het nog immer populaire radioprogramma. Ruim op tijd arriveer ik in Borne om nog wat foto’s te maken en naar het grootouderlijk huis te lopen. Zo kan ik me een voorstelling maken van de kerkgang naar de Stephanuskerk, toentertijd.

  Grootouderlijk huis en de weg naar de kerk

Eenmaal binnen valt me het licht op, terwijl de neogotische kerk alleen maar glas-in-lood ramen heeft, die volgens mij beperkt licht doorlaten. De aangebrachte partijen elektrische verlichting, maakt het kerkgebouw helder, zonder kil te worden. In combinatie met de kleurrijke glas-in-loodramen, oogt het gebouw in deze adventperiode feestelijk. Dit moeten ook anderen gedacht hebben, want meer dan honderd gelovigen, weliswaar veelal zestigplussers, maar ook een enkel kind en/of jongere, bezochten de dienst. Dat heb ik bij menig wandeling wel anders meegemaakt. Het grote nadeel van niet alleen in een kerkbank te kunnen zitten, is het ontbreken van volledige anonimiteit. De dame naast me kijkt menigmaal naar haar schrijvende medekerkganger. Gelukkig ziet ze ook dat het ‘staan, knielen, mee prevelen en de communie’ gewoon werd ondergaan door haar buurman. Zelf een bijdrage aan de collecte ontbreekt niet.

DE KERKDIENST

Tijdens de dienst heb ik weinig opvallende zaken waargenomen. Er is een gemengd koor dat af en toe zelfs een Latijns ‘moppie’ ten gehore brengt. Borne heeft nog de luxe van twee misdienaars die pastoor van der Sman bijstaan. Een koster en een voorganger van de Eerste Lezing completeren het personeel ten tijde van de dienst. De vrouw die deze lezing voordraagt (Jesaja 35, 1-6a.10) ontlokt me nog een enorme glimlach. Haar tekst begint met:

‘Zo spreekt de Heer:’

En de wijze waarop de ‘o’ van ‘zo’ uitgesproken wordt was wel zòòòòò onvervalst Twents, prachtig gewoon, want ‘Zo spreekt immers een Twentse.’

Een kleine meid van ongeveer 7 of 8 jaar met de naam Loes, leest ter gelegenheid van de derde adventzondag een gedichtje voor. Zij is samen met, volgens mij de zoon van de koster, de enige minderjarige in de kerk. Wel wordt de dienst gevolgd in het parochiehuis door kinderen met behulp van een pastor, die mogelijk een eigen draai aan de sobere dienst zal geven. Ik kan het u niet vertellen, ik was er niet bij.

De soberheid van de dienst moet vertaald worden met volledige herkenbaarheid mijnerzijds. De gebeden en woordkeuze ken ik uit mijn eigen jeugd (als misdienaar) en met weinig moeite gaan de laatjes in mijn geheugen open. En als er op het eerste gezicht geen opvallende zaken tijdens de dienst gebeuren, mensen allemaal in hun rol blijven, dan rest mij slechts de preek om inhoudelijk te bespreken, want die is volgens mij iedere zondag anders en vaak de persoonlijke boodschap van de pastoor. Nee, deze dienst was in mijn optiek een typische katholieke mantra en er is natuurlijk niets mis met een mantra om naar binnengekeerd de zondag te starten.

De preek

In de preek komen meer wereldse zaken ter sprake, al zal iedere pastoor mogelijk terecht opmerken dat ook de Bijbelse teksten per definitie actueel zijn. Echter taalgebruik is niet altijd up-to-date en de vertaalslag naar het hier en nu niet altijd eenvoudig. De preek is voor mij vaak een houvast van de sfeer van dat moment of in ieder geval van de pastoor. Na aanleiding van het evangelieverhaal vraagt pastoor van der Sman zich af hoe wij zouden hebben gereageerd op (de komst van) Jezus. Zouden wij vol verlangen zijn geweest? Hij maakt het vergelijk met het verlangen van kinderen rondom de Sinterklaastijd. Dat verlangen van de kinderen is gelijk aan het verlangen naar de geboorte van Jezus, de adventperiode dus. Maar het verlangen van kinderen gaat vaak gepaard met ongeduld of erger nog, ontevredenheid. Het moet beter, groter en sneller. Onwillekeurig moet ik denken aan een stukje cabaret van Youp van ’t Hek, die deze problematiek ook beschrijft.

Ik ben het eens met de pastoor, maar vind daarbij de kinderen slechts exemplarisch voor de hele maatschappij. Gelukkig komt hij meteen ook met een voorbeeld van het ongeduld bij de bakker, bij wie de keuze voor twintig broden nog niet voldoende is. Hij zet dit af tegen de nooddruftigen elders in de wereld. Pastoor van der Sman wil dat ook benadrukken ter gelegenheid van zijn 25 jarig priesterschap in januari 2011 om geld in te zamelen voor projecten in Sri Lanka. Ik denk dat maar weinigen de pastoor ongelijk zullen geven in het meer, beter en sneller in de Westerse wereld. Nu de daad nog bij het woord voegen.

‘Dat is de oude Stephanuskerk, maar dat weten niet zoveel mensen meer in Borne. Deze kerk is al sinds mensenheugenis in gebruik door de Nederlandse Hervormden.’

WANDELING TERUG

De kerk loopt vrij snel leeg, dus de gelegenheid om de laatste foto’s te schieten. Ik word gewezen op de mogelijkheid om vanaf het in onbruik geraakte kerkkoor een foto te maken. Ik benader daarvoor de koster (volgens mij) die de sleutel ophaalt.

Op weg naar de auto zie ik de andere katholieke kerk en maak een foto om het Rijke Roomse leven van Borne in vroeger tijden te symboliseren. Na afloop rijd ik naar mijn ouders voor een kop koffie en op de radio gaat het nog steeds over de mergelgrotten in Zuid-Limburg.

Het is trouwens maar goed dat ik mijn vader consulteer over mijn wandeling rondom de hoogmis in Borne.

‘Dat is de oude Stephanuskerk, maar dat weten niet zoveel mensen meer in Borne. Deze kerk is al sinds mensenheugenis in gebruik door de Nederlandse Hervormden.’

 

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Alle boekervaringen van Sprakeloos bij elkaar

Boeken lezen, voor mijn bovenal een prettig tijdsverdrijf. Soms wordt ik er ingezogen, soms koester ik de taal en soms ‘slechts’ tijdspassering. Maar ik vind er altijd wel iets van of het nu literair is of niet. Geheel losgekoppeld van de eisen van de middelbare school beoordeel ik mijn leesvoer. In de volle overtuiging dat mijn eigen socialisatieproces hier debet aan is en vooral ook mijn eigen beperkingen. Het mag de pret niet drukken om cijfers uit te delen.

NB: Nu ook alle filmbeoordelingen te vinden

 

Mijn kleine Waanzin / Jan Brokken                                                                            7+

Winter in Madrid / C.J. Sansom                                                                                   8-

Een keukenmeidenroman/ Kathryn Stockett                                                        7,5

Harry Potter en de relieken v.d. dood /J.K. Rowling                                           7,5

De nazi en de kapper/ Edgar Hilsenrath                                                                    8-

Afrika / Jan Brokken                                                                                                         7,5

Pauperparadijs / Susanna Jansen                                                                              7,5

De Schaduw van de wind / Carlos Ruiz Zafón                                                          8+

De overgave / Arthur Japin (Na 200 pag. opgegeven)                                          5-

Erasmus en het poldermodel / Herman Pley                                                           7

Het woeden der gehele wereld / Maarten ’t Hart                                                   8-

Het verslag van Brodeck / Philippe Claudel                                                          8,5

De hand van mijn moeder / Nafisa Haji                                                                     7+

Knielen op een bed violen/ Jan Siebelink (na 250 pag. opgegeven)               5

Kleine landjes -berichten uit de Kaukasus / J.B. Cortius                                    7

Caesarion / Tommy Wieringa                                                                                        8

Harlekino / Tessa de Loo                                                                                                 8-

Grijze Zielen / Philippe Claudel                                                                                    8

Het Rozeneiland / Sanne Terlouw                                                                                7

Brug der Zuchten / Richard Russo                                                                                8-

Het diner / Herman Koch                                                                                                 7+

IJskastmoeder / Janneke van Bockel                                                                         7,5

God is Gek / Kluun                                                                                                               5

Duel / Joost Zwagerman                                                                                                   6,5

De hand van Fatima / Ildefonso Falcones                                                                 8-

Het zwijgen van Maria Zachea / Judith Koelemeijer                                             7,5

God’s Gym / Leon de Winter                                                                                            7+

Zoete Mond / Thomas Rosenboom                                                                                 7,5

Eenzaamheid van de priemgetallen / Paolo Giordano                                          8-

 De verborgen geschiedenis van Courtillon / Charles Lewinsky                         8

River van Vergetelheid / Philippe Claudel                                                                 8+

Het spel van de engel                                                                                                           7,5

Quadriga / F. Springer                                                                                                          7-

Sonny Boy / Annejet van der Zijl                                                                                       7,5

Dienstreizen van een thuisblijver/ Maarten ’t Hart                                                    8

De Kraai / Kader Abdolah                                                                                                   7,5 

 Mannen die vrouwen haten / Stieg Larsson                                                                8,5

De vrouw die met vuur speelde / Stieg Larsson                                                          8,5

Gerechtigheid / Stieg Larsson                                                                                               8

Verlovingstijd / Maarten ’t Hart                                                                                        7,5

Een Asielverhaal in Nederland/ Mahmoud Kamarzadeh                                          8

Baltische Zielen / Jan Brokken                                                                                            8-

Een keukemeidenroman / Kathryn Stockett                                                          7,5

Congo, een geschiedenis/David van Reybrouck                                                            8

Het lot van de familie Meijer/ Charles Lewinsky                                                        8,5

Reizen zonder John/ Geert Mak                                                                                       8+

Vijftig tinten grijs/ E.L. James                                                                                              5-

Papegaai vloog over de IJssel/ Kader Abdolah                                 8+

Het achtste leven (voor Brilka) / Nino Haratischwili                     9+

De Kraai / Kader Abdolah

 En wederom heb ik het boekenweekgeschenk in huis en ook nu ben ik vergeten dat dit een gratis dagje reizen is met de NS. Dat is jammer, maar als troost heb ik een klein reisje met Kader Abdolah’s De Kraai in het verschiet. Ik ben benieuwd. Mijn nieuwsgierigheid klinkt benepen, omdat ik niet zo goed weet wat ik van de reis moet denken. Kader Abdolah is al jaren te lezen in de Volkskrant onder het pseudoniem Mirza, ik heb meestal het nagelaten. Zijn verschijning is bekend van tv en ik zag een enthousiaste, maar tegelijk bedachtzaam sprekende man, die van onder zijn karakteristieke snor bloemrijke woorden over ons heen strooide. Ik luisterde vast wel, maar veel is er niet blijven hangen. Kortom, ik ken Kader Abdolah nog niet. Het feit dat hij, misschien gedwongen door de fotografen, ik weet het niet, tijdens het boekenbal op de plek van wijlen Harry Mulish is gaan zitten, pleitte niet voor hem. Ik ben geen fan van de man die nooit de Nobelprijs heeft gewonnen. Maar wie ben ik om hierover te oordelen ten aanzien van Kader Abdolah? Het boekenweekgeschenk van de hand van Kader Abdolah is een mooie gelegenheid om hem in ieder geval beter te leren kennen.

Voor mij kwam De Kraai, na de opzienbarende opening, toch wat langzaam op gang. Zijn openingszin, ‘Lezer, Ik ben makelaar in koffie…..’ vond ik uitnodigend, maar toen liep het toch wat stroever. Ik moest wennen aan zijn, in mijn ogen, toch nog te bloemrijke taalgebruik. Misschien is dat mijn eigen vooringenomenheid, hoewel ik de indruk heb dat als hij over zijn vaderland schrijft, ook het Nederlands bloemrijker is dan wanneer hij later in het boek passages over Nederland beschrijft. Verder ben ik me bewust dat mijn kennis van de literatuur en dan met name de dichtkunst te kort schiet om meteen gepakt te worden door het enthousiasme van Kader Abdolah. Mijn beperkte referentiekader zorgt ervoor dat ik niet meteen kan aanhaken.

Na ongeveer dertig pagina’s vallen bovenstaande bezwaren weg en de schrijver weet me mee te nemen met de hoofdpersoon, ongetwijfeld Kader Abdolah zelf of in ieder geval doordrenkt met vele autobiografische feiten. Het verhaal ontrolt zich dan in het negentig pagina’s tellende boekenweekgeschenk, waarbij politieke omstandigheden in Iran, vluchtverhaal, heimwee naar het vaderland en opbouw van een leven in een nieuw land gemakkelijk verteld worden. Tussendoor blijkt in alles de liefde voor het geschreven woord van de hoofdpersoon. Allereerst in het Farsi, in navolging van een betovergrootvader die ook dichter/schrijver was, later in Nederlands. De wil om het Nederlands te leren en zich hierin zelfs te bekwamen is groot bij de makelaar in koffie, zijn waardering voor de Nederlandse literatuur misschien nog wel groter.

Kader Abdolah

De Kraai

Boekenweekgeschenk 2011

Uitgeverij De Geus BV, Breda

Ik vind het de kracht van De Kraai dat Kader Abdolah in relatief korte hoofdstukjes zijn vluchtverhaal kan vertellen en rake typeringen weet te geven. Zelf heb ik beroepshalve te maken gehad met vluchtelingen, maar zonder die ervaring is het alom bekend dat de lange wachttijden voor een verblijfsvergunning desastreus zijn voor veel vluchtelingen. Kader Abdolah laat via de hoofdpersoon, zonder te oordelen, de lezer weten, hoe het is in een Nederlands vluchtelingenoord. Heel herkenbaar, maar ook een beetje beschamend. Het valt me trouwens op dat de schrijver eigenlijk helemaal geen negatief oordeel velt over zijn nieuwe vaderland, maar wel nauwkeurig observeert.

Ruim over de helft van het boekje zegt de hoofdpersoon:

‘Je schrijft om te delen, anders verstik je in je eigen woorden. Ik had geen lezer, bovendien werd mijn dierbare Perzische taal beheerst door de geestelijken. Mijn taal was giftig en hij beklemde me.’

Ik vond dat misschien wel het mooiste uit het boek en wel om twee redenen. De eerste en de meest belangrijkste is de blijk van zelfkennis, maar ook objectiviteit, of noem het afstand die de hoofdpersoon neemt, om de nieuwe taal onder de knie te krijgen met de wetenschap van zijn eigen taalsocialisatie. Als lezer word je geconfronteerd met een open deur die vaak vergeten wordt. Taal is namelijk meer dan een optelsom van woorden en grammatica, er ligt een heel sociaal en cultureel proces aan ten grondslag. Een proces waardoor jezelf gevormd bent en een onderdeel van uit maakt.

Het tweede dat ik uit de bovenstaande zinnen haal, is meer op mezelf gericht. Iedere schrijver, of het nu een woordkunstenaar is wiens werken geduid mogen worden als literatuur (met kapitalen); of een blogjesschrijver zoals ondergetekende, zonder lezer bloedt het schrijven volgens mij dood. De lezer zorgt voor de broodnodige communicatie, bevestiging en waardering of juist niet. Het gelezen worden is, op welke schaal dan ook, de voeding om verder te schrijven. Voor Kader Abdolah in zijn nieuwe taal, het Nederlands, dat hij ongetwijfeld beter onder de knie heeft dan de meeste Nederlanders. Voor mij als blogjesschrijver zijn enkele lezers vaak al genoeg om ook het volgende blog te schrijven.

De Kraai eindigt met wederom een herkenbaar thema bij veel vluchtelingen, namelijk de desintegratie van het gezin door de nieuwe omstandigheden, ook als het goed gaat met de individuele gezinsleden. Er moet gezocht worden naar nieuwe evenwichten, oude herinneringen moeten verwerkt worden en opnieuw ingekaderd en dat kost tijd, zweet en vooral waarschijnlijk heel veel tranen. Kortom via het boekenweekgeschenk heb ik Kader Abdolah ontdekt en zal beslist meer van hem willen lezen.

Op een schaal van 1 tot 10 waardeer ik zijn werk met een: 7,5

Vrouwensolidariteit in lentekriebels

 Als ik lentekriebels zou moeten krijgen, dan is het vandaag. Vanochtend viel het tegen, nu is de lucht nog grijs, maar het is onmiskenbaar zachter. Met de jas open loop ik naar het station om het weekend te vieren. Mijn goede stemming is daar aan te danken, niet aan zogenaamde lentekriebels. Ik heb geen last van lentekriebels, nooit gehad trouwens. Volgens mij zijn dat bakerpraatjes uit de vrouwenbladen. Uiteraard is het fijn dat het niet meer koud is, maar om nu een hormoonkwestie te maken van de getijdewisselingen gaat mij te ver. Bovendien worden er in de wintermaanden niet meer kinderen geboren dan in andere maanden.

 Er is plaats in de trein en ik stort me op een sudoku. Een nietszeggende bezigheid, waarmee je je kunt afsluiten van andere reizigers. Na mij komen meer mensen in de trein. Drie bakvissen discussiëren omstandig waar ze gaan zitten. De blonde, met de grootste mond, dirigeert haar vriendinnen naar twee lege plaatsen Zelf gaat ze naast mij zitten, in gezichts- en op gehoorafstand van haar vriendinnen. Het meisje bij het raam is zichtbaar verlegen met de situatie, want ze doet niet mee met de gesprekken. Ze luistert wel, want ze kan haar heftig orerende vriendinnen niet de indruk geven dat ze hen afvalt. Ze lijkt me een kwetsbaar type, die de andere twee Xantippes niet tegen zich in het harnas wil jagen. Dan ben je de klos, dat zag ik ook wel.

 Het blonde meisje is hevig in de weer met haar telefoon. Ik zie slechts haar steile haren langs haar gezicht, kijkend naar haar heen en weer bewegende vingers. Tegenover me zit een fors roodharig meisje met een foute blauwe bril. Ze kijkt heel gemeen en is eveneens met haar telefoon bezig. Het is het type dat graag bij de ‘boss’ in het gevlei wil komen, doodsbang om in de impopulaire positie te belanden waarin dit soort meisjes doorgaans terechtkomt in meisjesgroepen, want haar leven geven voor een vriendje zit er nog niet in.

‘Stom zeg, nu durft Samantha wel te zeggen dat Ruth niet deugd, vanmiddag zei ze niets,’ roept de rooie tegen de blonde.

‘Ja en die Ruth maar zielig doen, een beetje stom gillen om de aandacht te krijgen, maar achter je rug maar ‘pingen’ en vals zijn, die heks,’ repliceert de blonde.

De rooie kijkt blij om de bevestiging van haar ‘hartsvriendin’. Het verlegen meisje bijt op haar lip en kijkt weg. En ik vind de oplossing voor alle zessen in de sudoku, terwijl ik waarneem dat ik niet de enige ben die luistert naar het stel. Naast me begint de blonde omstandig heen en weer te schuiven en omdat ze dicht bij me zit voel ik haar boosaardige aura.

‘Angelique zegt dat ze van Tim had gehoord dat er meer was, alsof wij dat niet wisten. Had ze ook vanmiddag moeten zeggen.’

De rooie neemt de verontwaardiging over van haar vriendin en blaast bijna ziedend in het gezicht van haar overbuurman. Ze heeft niets door, want ze kijkt al weer op haar pingapparaat.

‘Dat is nu altijd zo, als je ze nodig hebt dan zijn ze er niet, maar achteraf wel aardig willen doen. Nou, ik trap daar mooi niet in.’

‘Toch heeft Angelique ook wel goeie dingen gedaan.’

De rooie tempert haar woede om qua emoties in de pas te blijven met de blonde. het verlegen meisje kijkt stuurs, krult haar lippen een beetje om de blonde te bevestigen, maar die merkt het niet eens op.

‘Moet je horen.’ Ze leest van haar telefoontje. ‘Die stomme bitch is aan het pingen, zegt ze dat wij niet moeten denken dat we alles weten.’

‘Ach het is zo duidelijk als maar wat, iedereen weet het, maar niemand durft het te zeggen.’

De rooie kijkt nu smekend en vals tegelijk naar haar vriendin, hunkerend om bevestiging. Het kwetsbare meisje probeert zich onzichtbaar te maken. Haar vriendinnen zijn te veel in beslag genomen door de pings die binnenstromen. Ondanks dat de decibels toenemen, vind ik ook de ‘achten’ van mijn puzzel en kan heel snel een aantal andere open plekken invullen. Ik weet hoe vrouwen in groepen kunnen zijn. Vrouwensolidariteit is een uiterst instabiele substantie en vrouwenruzies zijn eerder regel dan uitzondering, zeker op de leeftijd van de middelbare school. Want hoe oud zullen deze kinderen zijn, vijftien, hooguit zestien. Ik ken ook de verhalen van pesterijen op school van de nietsontziende ‘bijenkoninginnen en hun gevolg’ die de sfeer in hun klas op een drastische en intens gemene wijze kapot kunnen maken. Vriendschap met deze meisjes is soms de enige overlevingsstategie. ‘If you can’t beat them, join de valse loeders’ is een heel begrijpelijke strategie op de middelbare school.

De trein nadert zijn eindbestemming, ik heb mijn sudoku af ondanks de afleiding. Het gevoel voor decorum is tanende, terwijl de conversatietoon nog verder oploopt.

‘Weet je wat het is met die slet’

Ze kijkt de rooie aan, die wat dommig, maar nog steeds intens gemeen terugkijkt. Beide hebben ze niet door dat er zeker twintig mensen heel nieuwsgierig zijn om kennis te nemen wat er nu met die ‘slet’ aan de hand is.

‘Als het nu alleen tongen is, maar ze gaat ook nog met hem zitten neuken. Stomme doos’

Dat is het laatste wat de blonde te zeggen heeft, haar vriendinnen achterlatend. Zonder de blonde is die rooie niet zo stoer meer. Ze kijkt nog wel gemeen. Het kwetsbare meisje kijkt alleen nog maar naar buiten. Ik denk haar te begrijpen. Zelf krijg ik oogcontact met twee jonge vrouwen die besmuikt lachen alsof ze zeggen, het zijn wel onze seksegenoten, maar zo zijn wij niet hoor. Wanneer ik uitstap, miezert het een beetje, maar het is nog steeds zacht. Als ik al lentekriebels zou hebben gehad, dan zijn ze nu weer weg. Ik ben nog wel blij dat de kou uit de lucht is en dat het weekend is natuurlijk.

ALLE TUNESIËRS EUROPA UIT

Graag zou ik pretenderen dat we allemaal wereldburgers moeten zijn. Maar ik zie hoe moeilijk het is om altijd maar verdraagzaam te zijn naar andersdenkende, al vind ik ‘multiculti’ nog steeds geen vies woord. Maar moeten we nu lijdzaam toezien hoe hele groepen vitale en sterke jonge mannen uit Tunesië vaste voet gaan zetten in Europa?

Ik ben een sterk voorstander om de stroom vluchtelingen, ik spreek vooralsnog alleen over Tunesiërs, in te dammen. En dan wel heel snel, voordat allerlei rechtse sentimenten de vluchtelingenstroom op hun eigen onsmakelijke wijze gaan agenderen.

Libische vluchtelingen naar Tunesië

Want laten we de feiten zoals ik ze voorgeschoteld krijg eens op een rijtje zetten.

  1. Tunesië moet zelf een onmogelijke taak verrichten om de oorlogsstroom uit Libië op te vangen, terwijl ze net de eerste schuchtere pasjes maken naar meer vrijheid.
  2. Het aandeel vrouwen en jonge kinderen die de overtocht moeten wagen naar Lampedusa (Italië) is verwaarloosbaar, dus is er sprake van acuut gevaar in Tunesië?; Of zijn er grote stromen politieke vluchtelingen? Volgens mij niet.
  3. Is de EU bereid de grote stroom samen met Italië te delen? Nee, een beetje geld sturen, dat nog wel, maar verder.
  4. Staat Italië bekend om de fijnzinnigheid waarmee vluchtelingen bejegend worden? Nee, integendeel, de meesten rest een illegaal verblijf in het land. Met als gevolg dat allerlei destructieve sentimenten in Italië en elders in Europa gratis argumenten krijgen aangereikt om tegen vreemdelingen te zijn.
  5. Mag ik de conclusie trekken dat de meeste ‘bootvluchtelingen’ een soms heel gevaarlijke bootreis hebben geriskeerd om hooguit een armoedig bestaan in de marges van de samenleving te kunnen opbouwen. Amper genoeg om moeder de vrouw in Tunesië een brief te sturen, laat staan de beloofde ‘melk en honing.’ En al spreek ik geen oordeel uit over deze zogenaamde ‘gelukszoekers’, ik denk dat er sprake is van een win-win situatie om alle Tunesiërs meteen terug te sturen naar hun eigen land. Winst voor de mensen zelf, al zullen ze dat niet als zodanig ervaren in eerste instantie. Winst voor de eilandbewoners van Lampedusa, want die 22km2 is amper toereikend voor 5000 eilandbewoners, laat staan voor grote groepen ‘gelukszoekers’ uit Tunesië. Winst voor Tunesië, want een land in opbouw zou gebruik moeten maken van jonge krachten in de bloei van hun leven. Winst voor een beetje frisdenkende Europeanen die Berlosconi in Italië of de PVV in Nederland geen munitie willen geven voor nog meer anti-moslimsentimenten.

 

Voornamelijk Tunesische vluchtelingen (nog) in Italië

Soms heb ik op een willekeurige middag een oplossing die zo aan de borreltafel gemaakt zou kunnen worden, maar wel een humanitaire oplossing volgens mij.

Hier is mijn borrelpraatoplossing:

Hoeveel zal de opvang van een vluchteling kosten qua politie, hulpverlening en controle? En dan te bedenken wat de maatschappelijke kosten zullen worden als ze massaal in de illegaliteit verdwijnen? Is €100, – per dag, per vluchteling een overdreven schatting? Ik hoorde zojuist dat er 7000 voornamelijk Tunesiërs op het eiland bivakkeren. Dus per dag zijn de kosten om en nabij de €700.000, -, laten we het gemakshalve afronden naar 1 miljoen en dat gedurende een jaar voor alleen deze groep van 7000. Europa bespaart 365 miljoen Euro door een duidelijk nee te zeggen. En wat doen we met dat geld? Investeren in Tunesië, het land een eerlijke toegang geven tot de Europese markt, de mensen ondersteunen met het opbouwen van eigen bedrijfjes en werken aan een hoger welvaartsniveau in het algemeen. Als dit gaat op basis van gelijkwaardigheid, denk ik dat de vriendschappelijke banden voor jaren gegarandeerd zijn.

Ach het is maar borrelpraat midden op de dag, ik pak mijn kopje thee en verbaas me hogelijk over mijn ‘rechtse’ praat: Alle Tunesiërs Europa uit, te beginnen op Lampedusa.

 

Maatschappelijk autisme of autismisering van de maatschappij.

En iedereen heeft tegenwoordig maar wat om niet naar zichzelf hoeven te kijken.’

‘Het ligt aan de ouders dat al die kinderen op school niet meer mee kunnen en afwijkend gedrag vertonen.’

‘De scholen deugen niet, de zorg deugd niet, dus vind je het gek dat we massaal ADHD-ers creëren en de pdd-nossers als paddenstoelen uit de maatschappelijke drek schieten, of eigenlijk er weer in terugschieten.’

 

Om in de complexiteit van het leven enige simpelheid te geven, probeer ik mezelf wel eens te voorzien van een denkmodelletje. Een theorie mag je het niet noemen volgens de wetenschappelijke standaarden. Dat hoeft ook niet, want ik besef terdege dat er geen onderzoek aan vooraf is gegaan en het onderstaande slechts gebaseerd is op mijn eigen indrukken en subjectieve waarneming. Aan de andere kant heb ik voldoende zelfvertrouwen om te beseffen dat ik niet gek ben.

Sinds de jaren negentig stuiteren de ADHD-ers van de schoolpleinen, in het uitgaansleven en verder de maatschappij in. Sommigen hebben een vrolijke, aantrekkelijke stuiter, anderen hebben het stuiteren nog niet echt onder de knie en zijn een last voor zich zelf en anderen. En vooral dat laatste brengt negatieve ontwikkelingservaringen met zich mee, die mogelijk ernstiger zijn dan de diagnose ADHD zelf. Je zult maar horen dat je niet zo druk mag zijn, je gedragen moet en een last voor je omgeving bent. De negatieve feedback van je omgeving, dag in dag uit, leidt tot meer problemen bij veel ADHD-ers dan de ADHD an sich. Misschien heb ik een beperkte kijk, maar vanuit mijn werk (reclassering) kom ik nogal wat ADHD-ers tegen. ADHD is inmiddels een ingeburgerde term.

Iets ‘moderner’ is ASS (Autisme Spectrum Stoornis) waaronder de meest bekende vormen pdd-nos en Asperger zijn, naast het klassieke autisme uiteraard. Genetisch schijnen ADHD, ASS, maar ook bijvoorbeeld dyslectie broertjes te zijn. Of zusjes zo u wilt.

‘En iedereen die niet mee kan krijgt tegenwoordig maar het predicaat pdd-nos. Lekker gemakkelijk.’

En ik beweer dat het aantal pdd-nossers nog een tijdje zal doorstijgen en dat het helemaal niet zo gemakkelijk is.

In dit betoog richt ik me op de ASS-problematiek, maar even zo goed mag u daarvoor ADHD invullen. De ASS diagnose komt voor bij mensen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis. In gewone mensentaal kan hierover ook heel veel gezegd worden maar ik verwijs gemakshalve maar even naar de legio informatie op internet.

 

Mijn stelling is dat ASS problematiek in de komende tijd alleen nog maar toeneemt, in kwantiteit maar ook in intensiteit met grote maatschappelijke gevolgen.

De maatschappij als geheel en de ontwikkelingen daarbinnen, zijn in mijn optiek de oorzaak. Het is inherent aan het leven in de moderne maatschappij dat ASS problematiek wel toe moet nemen.

Randvoorwaarden om deze stelling te kunnen verdedigen:

1. Ik ga uit dat de genetische samenstelling van de moderne mens niet anders is dan  vijftig jaar geleden. De genetische kwetsbaarheid zal zeker nog op een zelfde wijze worden overgeleverd van ouder op kind. Of dat via de vader gaat (aanvankelijke theorie) of net zo goed door de genen van moeder (meer recente inzichten), doet daarbij niet zoveel ter zake.

2. Ik ben me ervan bewust dat de diagnostiek zich aan het verfijnen is en dat men gemakkelijker in staat is om de diagnose binnen het autisme spectrum te kunnen stellen. Ook besef ik dat de diagnostiek aan mode onderhevig is en dat de psychiatrische wetenschap nog verre van volmaakt is.

3. Er in mijn optiek geen schuldige is voor de autistenexplosie. Het zijn niet de ouders, de school of de zorg die met een beschuldigende vinger kunnen worden aangewezen. Het is de maatschappij als geheel die de tendensen in zich heeft van ‘autismisering’.

Ouders, school en zorginstanties maken immers integraal onderdeel uit van de maatschappij en worden daarom gelijkertijd zelf gevormd door die maatschappij, maar zijn tevens op hun beurt vormend voor de maatschappij als geheel. Sterker nog, beide ontwikkelingen versterken elkaar.

Op de functie van het onderwijs zal ik nog apart terugkomen als voorbeeld van één van de maatschappelijke tendensen die autismisering van de maatschappij bevorderen.

Twee hoofdoorzaken van de autismisering in de moderne westerse maatschappij.

  1. Opkomst van een scala aan nieuwe communicatiemiddelen.
  2. Feminisering van het onderwijs (Hierbij wordt het onderwijs als voorbeeld gegeven voor misschien wel een algemene tendens van feminisering. Ik gebruik dit voorbeeld omdat het voor mij tastbaar is. De feminisering van de maatschappij heeft nog net zoveel tegenargumenten in het dagelijkse leven, dat ik me afvraag of die stelling al hard gemaakt kan worden.)

Nieuwe communicatiemiddelen

Hoe oud moet je zijn om als opa versleten te worden? Een opa die niet meer met de tijd mee kan en gaat zitten mopperen op allerlei noviteiten en moderne uitvindingen? Het antwoord blijf ik schuldig, maar ik constateer op 44 jarige leeftijd een groot verschil met pakweg twintig jaar geleden. De computer was nog iets voor nerds en de PC was voor de wat rijkere student die het nog hoofdzakelijk gebruikte als een uitgebreide tekstverwerker. De mobiele telefoon was tot diep in de jaren negentig een lacherig attribuut dat door patsers gebruikt werd. Internet leek in 1990 voor de meesten nog iets dat bestond in SF-series of hooguit de CIA kon van de ene naar de andere computer. Ik hoef de mogelijkheden die tv, telefoon en computer in het hedendaagse huishouden bieden niet eens op te sommen. Ik neem aan dat ze genoegzaam bekend zijn. Sterker nog, ze zijn op die manier ingeburgerd dat het vanzelfsprekende grootheden zijn geworden in het moderne leven waarbuiten we niet meer kunnen. Naast de verdiensten die de apparaten ieder op zich hebben, benoem ik ook nog maar eens hun onderlinge uitwisselbaarheid. De nieuwe communicatiemiddelen maken het leven sneller en beter? Of om met Youp van ’t Hek te spreken hoger, harder en hyper. (bijbehorende youtubefilmpje is niet meer te vinden door mij, helaas)

De relatie met de ASS problematiek

De prikkelgevoelheid bij mensen met ASS problematiek is groter dan bij de gemiddelde mens. Ze hebben meer tijd nodig om communicatief te schakelen en zullen de plank in het dagelijkse leven sneller misslaan. *

Hieperdepiep en dan komen de nieuwe communicatiemiddelen. Telefoneren wordt gemakkelijker dan naar een vriend fietsen, de computer geeft een scala aan chatmogelijkheden met vrienden. Sterker nog, nieuwe vrienden worden over de hele wereld gevonden. Mensen met een communicatief smetje hebben nieuwe mogelijkheden.

Maar de kans is echter groot dat zij zich gaan verschuilen achter de nieuwe communicatiemiddelen. De computer geeft een gevoel van communiceren, maar de communicatie thuis, in de buurt, school of werk wordt alleen maar moeilijker. Ik heb het dan over dagelijks menselijk contact met alle verbale, maar bovenal non-verbale communicatie. De non-verbale interpretaties bij mensen met ASS problematiek is bijna spreekwoordelijk een ramp. Kijkt iemand boos, is iemand verdrietig of juist blij? De computer, de mobiel of Xbox vertelt het niet, of in ieder geval niet zoals in reallife. Het is ook niet, of de mobiel, of de tv, of de computer die een belangrijke bijdrage leveren aan de ASS epidemie, maar de massiviteit van de communicatiemiddelen.

De massiviteit ervan bemoeilijkt een leerproces bij mensen met minder communicatieve vaardigheden. Bovendien vervormt het de communicatie ook bij mensen zonder diagnose. Ik hoef maar te wijzen op de scheldpartijen op het internet bij ogenschijnlijk ‘gezonde’ mensen. De anonimiteit van de nieuwe communicatiemiddelen brengt een verharding met zich mee, die door velen als negatief wordt gezien, maar voor mensen met ASS gevoeligheid mogelijk helemaal een ondoordringbaar woud wordt van communicatieve gedragingen. Het is dan weliswaar veilig te hanteren, maar de barrière om te schakelen naar het echte leven wordt alleen maar groter en moeilijker.

De toch al prikkelgevoelige ASS-er (of ADHD-er) krijgt steeds meer prikkels te verduren en steeds vaker zullen kinderen, maar ook in toenemende mate volwassenen ‘afhaken’ of beter gezegd op hun eigen wijze de hoeveelheid prikkels pareren. Dat kan externaliserend zijn bij ADHD-ers en bij een deel van de pdd-nossers, met alle negatieve maatschappelijke gevolgen van dien voor school, werk en het sociale leven. Maar ook ASS-ers met een internaliserende ‘oplossing’ zoals angst en depressieve gevoelens, kunnen op deze wijze gemakkelijk in een sociaal isolement geraken.

De nieuwe communicatiemiddelen geven weliswaar een gevoel van communicatie, die op andere fronten verloren dreigt te gaan, ook bij mensen en kinderen die twintig jaar geleden niet eens zo’n diagnose zouden hebben gekregen. Er waren immers niet zulke grote problemen bij de meesten, want ze werden nog veel vaker gedwongen om de dagelijkse omgang met communicatieve vaardigheden te trainen. Goed, sommigen waren misschien een beetje vreemd, maar och iedereen heeft wel eens wat. **

Schuldigen

In mijn betoog begon ik met een paar gemeenplaatsen, die het schuldige vingertje wijzen naar ouders, onderwijs of zorg. Alle drie maken ze immers deel uit van de maatschappij die ze mede vormen, maar ook op haar beurt is de maatschappij sterk vormend voor ouders, onderwijs en zorg.

Ook ouders moeten zich handhaven met nieuwe communicatiemiddelen zowel in het privéleven, maar ook op het werk. Ook als 44 jarige wordt van je verwacht mee te gaan met de eisen van de tijd. Ook als ouder wordt je begeesterd door de mogelijkheden van internetwinkelen, chatcontacten en bloggen. Ik noem speciaal ook bloggen, want inmiddels begrijp ik dat juist bloggen voor de oudere jeugd is, dus zo van rond de veertig, want andere multimediale mogelijkheden zijn bij nog jeugdigen veel belangrijker. (Facebook, hyves, twitteren etc.) Ook ouders zijn kinderen van hun tijd.

Dit zelfde geldt voor scholen, waarbij de nieuwe media vooral aangemoedigd worden. Het onderwijsaanbod is voor een belangrijk deel gestoeld op de nieuwe media, waarbij de vakleerkracht in toenemende mate de functie van begeleider krijgt. Ook hier verandert de communicatie tussen leerkrachten en leerlingen, vaak ongewild, of in ieder geval tot groot verdriet van veel leerkrachten. Kinderen worden grootgebracht met een onderwijssysteem waarbij aan de ene kant de sociale vaardigheden een belangrijke rol spelen, maar de communicatie van het leerproces voor een belangrijk deel loopt via de moderne communicatiemiddelen.

Dan de zorg, de opvang voor al die kinderen en volwassenen, waarmee het mis gaat. Hier is het systeemdenken, gebaseerd op de nieuwe communicatiemiddelen mogelijk nog wel het grootst. Steeds meer diagnostiek, logistiek en zorgcontacten gaan via de moderne middelen. En dan niet alleen tussen cliënten en hulpverleners, maar ook tussen collega’s en collega-instellingen. Steeds vaker worden ogenschijnlijk logische zaken geprotocoliseerd en inzichtelijk gemaakt en worden indicaties gesteld door mensen die geen contact hebben met de cliënt. Het hele zorgsysteem heeft een autismiserende werking in zichzelf. We noemen het vaak verzuchtend die bureaucratie. En op de keeper beschouwd heeft bureaucratie in zich dat er veel miscommunicatie is en in ieder geval de cliënt bij veel hulpverleners, noodgedwongen niet meer centraal staat. Het zijn de eisen van productieverhoging en verbeteringen, die zogenaamd mogelijk zijn geworden door onder andere de nieuwe communicatiemiddelen. Veel hulpverleners willen wel anders, maar worden door het zorgsysteem, dus ook naar wensen van ‘de maatschappij’, gedwongen in dit systeem te werken. In plaats van een goed gesprek van mens tot mens, moet een cliënt van meet af aan een hulpvraag formuleren. Dat is lekker als je communicatief net iets minder bent.

Ouders, school en zorg zijn niet de schuldigen, zeker niet, maar ze dragen wel een steentje bij aan de verdere autismisering.

 

De positie van het onderwijs

Het onderwijs wil ik heel kort even aanstippen, niet omdat deze sector meer schuldig is aan het door mij bedachte begrip autismisering, maar omdat het als voorbeeld exemplarisch is. De sociale vaardigheden en zelfwerkzaamheid van leerlingen worden in toenemende mate centraal gesteld. Kennis is ondergeschikt gemaakt aan ‘leren leren’ en samenwerking lijkt steeds belangrijker te worden. De noodzakelijke ‘ouderwetse’ schoolstructuur komt daarmee in het gedrang.

Structuur die als zeer wezenlijk wordt gezien voor opgroeiende kinderen en waarbij de noodzaak voor de onrijpe jongenshersens nog groter is dan voor meisjes. Tel daarbij op dat de relatieve vrijheid *** binnen het onderwijs en de verplichte hoeveelheid keuzes die er gemaakt moeten worden, terwijl kinderen daar vaak nog helemaal niet rijp voor zijn.

De onzekerheden die het onderwijssysteem met zich meebrengt, geldt voor jongens en meisjes. De manier waarop gereageerd wordt, is echter wezenlijk verschillend. Ik ga in dit deel van mijn betoog geen psychologische wetenschap beoefenen, maar hanteer slechts een aantal algemeenheden.

  1. Meisjes zijn over het algemeen sociaal vaardiger, communicatiever en taalvaardiger
  2. Het rijpingsproces bij meisjes komt vroeger op gang. Structuur is voor jongens en meisjes van belang, maar nieuwe inzichten leren dat jongens eigenlijk tot hun vijftiende levensjaar erg gebaat zijn bij structuur.

Het onderwijs biedt dus voor jongens achterstanden die zij eerst niet hadden. (Je zou kunnen zeggen dat het meer voordelen biedt voor meisjes, maar dat zijn relatieve voordelen ten opzichte van jongens, ik denk namelijk dat veel meisjes in een gestructureerde omgeving ook beter zullen presteren) Meer jongens zullen niet mee kunnen komen met de eisen die het onderwijs hen stelt. Frustraties zullen tot reacties leiden bij groepen jongens. Hun gedrag wordt als vervelend ervaren. Ze zijn druk, brutaal en zullen uiteindelijk mogelijk zelfs een psychiatrisch stempel krijgen zoals ADHD of pdd-nos.

Het is een compleet onmogelijke opgave voor reguliere scholen om binnen de bestaande kaders dit probleem te keren, dus kiest men in toenemende mate voor de ‘gemakkelijke’ leerlingen die wel binnen de mal van het onderwijs passen. Het speciaal onderwijs loopt over en meer kinderen zullen onnodig psychiatriseren.

De ‘feminisering’ van het onderwijs wordt verder nog versterkt door de fysieke feminisering van het onderwijzend personeel. De noodzakelijke voorbeeldfunctie voor jongens is veelal afwezig binnen het onderwijs, want hoeveel mannen werken er nog op een basisschool?

Nu wil ik niet meteen pleiten voor gescheiden onderwijs en de jongens- en meisjesscholen propageren. Toch denk ik dat het nog wel eens meer voordelen kan opleveren dan zo op het eerste gezicht gedacht wordt. Ook wil ik de voorsprong van meisjes en vrouwen niet dwarsbomen na jaren van mannenoverheersing. Het baart mij echter zorgen. Wat moet de samenleving doen met kuddes testosteron dat maatschappelijk niet mee kan (of mag) doen in die maatschappij. Als je dan in ogenschouw neemt dat ik hierbij uit ga dat jongens niet dommer zijn geworden dan veertig jaar geleden, dan is de kans op een significante stijging van maatschappelijke testosteronexplosies niet onaanzienlijk.

Conclusie

Maatschappelijke tendensen zorgen voor meer problemen bij kwetsbare groepen zoals ADHD-ers en/of ASS-ers omdat het aantal prikkels toeneemt, de eisen hoger worden en de aard van de communicatie snel veranderd. Schuldigen hiervoor zijn niet aan te wijzen, zoals wel eens gemakzuchtig wordt gedaan ten aanzien van verwennende ouders, een zachtaardig onderwijssysteem of falende hulpverlening. Het is juist de mix, je zou het maatschappelijk autisme kunnen noemen, van allerlei elkaar versterkende ontwikkelingen die zorgen voor een explosieve toename van ADHD-ers en ASS-ers. Dus het toenemende maatschappelijke autisme zorgt voor verdere autismisering van de maatschappij.

Tijdens het plaatsen van dit stukje op 30 maart 2011, verschenen op mijn Twitteraccount twee interessante stukjes.

1. Meisjes veel vaker met ASS-problematiek dan werd aangenomen

2. ADHD is geen modegrill

Dit blog is al een herplaatsing van februari 2009 op het volkskrantblog.

* Ik besef dat de kwalificaties die behoren bij mensen met de diagnose ASS er uitgebreidere beschrijvingen bestaan en dat niet iedere ASS-er aan alle kwalificaties behoeft te voldoen of in ieder geval niet in dezelfde mate. Objectieve maatstaven voor een ieder, ook zonder de diagnose, leert dat bij de lijst van kenmerken een ieder er wel een paar kenmerken in meer of mindere mate op zichzelf kan betrekken. Ten behoeve van het betoog zal ik geen college houden over ASS problematiek of het DSM 4 gaan citeren.

** Ik wil niet de indruk wekken dat er met betrekking tot ASS problematiek helemaal geen problemen waren. Ook wil ik de sociale problemen in de jeugd van mensen die op latere leeftijd een diagnose ASS hebben gekregen niet bagatelliseren. Aan de andere kant heb ik ook vaak genoeg mensen gehoord, of er over gelezen, dat zij zich wel anders voelden, maar pas op latere leeftijd pas in de problemen zijn gekomen. Dat kan liggen aan een nieuwe ontwikkelings- of levensfase, maar evenzo goed aan de communicatieve eisen van de hedendaagse samenleving.

*** Het laatste wat ik wil beweren is dat de gemiddelde school een kweekvijver is voor vrijheid blijheid, zo u wilt, een anarchistische broedplaats is. Ik wil vooral duidelijk maken dat er veel meer ruimte is voor persoonlijke ontwikkeling en planning die door jonge kinderen vooral veel ruis en onzekerheden oproepen.

 

Uitgelezen en meer willen lezen, dat kan: Dit stuk is gebaseerd op eigen ervaringen privé en in werksfeer. Met name is de kritische blik versterkt door zeer negatieve ervaringen met de jeugdhulpverlening. Die frustraties schrijven we weg om een ander blog (waar dit stuk ook op staat) volg de link

De gekste dag, ik kocht mijn aflaat

Enthousiast gemaakt door mijn jongste zoon, zou ik het gaan beleven, een hele avond humor voor een goed doel. Dat viel tegen, want inmiddels is ook mijn zoon afgehaakt. Het feit dat hij wat langer mocht opblijven is de enige motivatie om het héél grappig te blijven vinden. Och, en het hoeft natuurlijk niet grappig te zijn, om niet zulke grappige noden van anderen te stelpen. De Gekste Dag is vooralsnog niet zo heel grappig dus.

De Gekste Dag met als doel de eenzame bejaarden erbij te betrekken, kinderen die niet op een sportclub kunnen te ondersteunen en Alzheimer patiënten en hun familie binnen boord te houden. Kortom, iedereen moet mee doen in Nederland. Ik herhaal deze laatste zin, terwijl ik de vanzelfsprekendheid tot me door laat dringen: Iedereen moet meedoen in Nederland.

Jan-Jaap van der Wal verwoordt het zo: ‘Doelen die niet zo urgent lijken, maar die wel belangrijk zijn.’ Hij kan de waarheid niet beter aan de man brengen. Maar hebben we daar zo’n programma voor nodig? Ik ga geen betoog houden over vergelijkbare acties waarbij andere narigheid te lijf moeten worden gegaan. (India, Afrika, Haïti). Ik ga de woorden eens goed proeven dat iedereen in Nederland mee moet doen. Meedoen! Hebben we daar geen regering voor, die dat streven namens, en met ons, moet waarmaken. En dat moet waarmaken door middel van consistent en ethisch beleid. (Nee, de overheid moet niet alles doen, maar voorwaarden scheppen en niet weghalen!) We hebben daar blijkbaar anders over gestemd vorig jaar. Bovendien kan het gedoogmonster nog engere dingen doen, omdat de PVV namens Henk en Ingrid alleen heel hard blaft, maar niet echt voor zijn kiezers opkomt. De gekste regering ooit als het ware.

Het valt mij zwaar het cynisme dat in iedere vezel zit, te moeten delen. Want op zich een sympathiek idee, met overwegend sympathieke BN-ers die normaliter ook nog wel grappig zijn, doet mij kokhalzen. We zouden het programma niet moeten gedogen in ons land. Zal ik eens wat gekke voorstellen doen? Laten we de niet uitgekeerde bonussen van de bankdirecteuren meteen in het fonds storten, het geld is nu toch over. Laten we alle bekleders van banen in de publieke sector die boven de Balkenendenorm zitten (of is de Ruttenorm ruimhartiger?) afromen tot die norm en storten maar. Gek idee? Nu, dan komt nu de gekste voor het moment. De verwachte groei van het laatste kwartaal in 2010 is een paar tienden van procenten meegevallen. Laten we 10% van die meevaller afromen voor de gekste dag, dan blijft er nog genoeg over om het begrotingstekort te dichten. Bijvoorbeeld om beleid te maken dat allerlei ingezetenen niet meer mee mogen doen!

En mijn cynisme ten spijt, ik zit in een spagaat, want cynisme leidt tot niets. Mijn geweten speelt op, dus ik neig naar een SMSje en daarmee ondersteun ik het programma en de achterliggende nalatigheid van ons hoogste gedooggezag? 4333 en mijn aflaat is een feit. En dat is nu het allergekste, ik doe mee. Ik kan ook meedoen want €2,50 is voor mij geen probleem.

 

Sportverslag? Of gewoon een sfeertekening?

Nostalgie naar de jaren tachtig

Een affiche, begin jaren tachtig in Raalte, met daarop ROHDA- Rheden, deed je als vaste supporter van de roodgelen sidderen. Al had ROHDA inmiddels zijn sporen verdiend, de topclub van de hoofdklasse B (toen nog) was Rheden. Een grote club voor mij als tiener. Sinds 1984 ben ik weg uit Raalte, maar via de verschillende media volg ik de uitslagen nog wekelijks, al zeggen de namen me niets meer. De laatste jaren heb ik af en toe een wedstrijd gezien in de buurt van mijn woonplaats. Onlangs zag ik het eerste elftal niet onverdienstelijk spelen tegen RKHVV. Vanmiddag dus in Rheden en ik ken de stand op dit moment. Een voetbalthriller zal het niet worden.

Als hobbyschrijver en blogger over van alles en nog wat, ga ik mijn primeur maar eens maken op het gebied van de sportverslaggeving. Hoewel, mezelf kennende zal het eerder een sfeerverslag worden.

Vroeger was alles beter?

De ambiance van het sportpark in Rheden voldeed in de verste verte niet aan mijn hooggespannen verwachtingen van zo’n club met naam en faam. Weliswaar een vriendelijke uitstraling, maar onmiskenbaar een dorpsclub met bijpassende belevingscultuur. Bij binnenkomst werden alle namen opgenoemd, te laat om dit snel mee te schrijven in het programmaboekje, dus mijn eerste foutje als sportverslaggever. Gelukkig had ik mijn zoon als co-supporter meegenomen, dus we probeerden tijdens de wedstrijd de namen en nummers met elkaar te corresponderen.

 

Vlak voor de aftrap keek ik eens om me heen. Ik wist dat 1500 toeschouwers van vroeger niet meer gehaald werd. Nu zijn er ruim honderd. Ik tel de voetballers zelf gemakshalve maar mee. Een dame zat in de zon te studeren, anderen genoten in het begin vooral van de zon.

 ROHDA speelde de eerste twintig minuten met een indrukwekkend veldoverwicht. Ze wisten elkaar tot aan de zestien meterlijn goed te vinden, maar een echte kans werd er nog niet gecreëerd. Mogelijk dat dit ook aan de assistent-scheidsrechter lag. Hij vlagde drie keer buitenspel, waarvan twee keer onjuist en de derde keer was discutabel. Vanaf onze positie was dit onweerlegbaar duidelijk.

Nu weet ik weer waarom ik als keeper nooit furore heb kunnen maken. Mijn ogen waren (en zijn) te slecht, want de op de shirts gedrukte namen, waren amper leesbaar voor mij (en mijn co-supporter) en daarmee komt er geen contentieus voetbalverslag.

In de 28e minuut scoort Sander Kok de verwachte 0-1.

Terwijl we toch ons best doen de namen te vinden bij de juiste nummers, constateer ik dat naast echt Sallandse namen, ook meerdere buitenlandse namen in ‘loondienst’ zijn van ROHDA. En dat is natuurlijk heel logisch, maar in mijn gedachten speelt het kampioensteam van toen. ‘We’ hadden één donkere jongen, de Parel van Salland en omstreken, Fons van Gorkum, als ik het me goed kan herinneren. Een andere held uit die tijd, was Frans Leushuis, die ondanks zijn weinig atletische voorkomen regelmatig belangrijke doelpunten meepikte.

Met in de 38e minuut het eerste schot op doel van Rheden, blijft ROHDA de duidelijk sterkere partij.

Twee supporters op leeftijd van de thuisclub merken dat ook en mopperen aan een stuk door over het spelniveau van hun cluppie. Dat zijn ze in het verleden wel anders gewend. Terwijl ze de wedstrijd zeer kritisch bekijken, verhalen ze over vroeger tijden als twee volleerde Muppets, die zitting hebben op het balkon van de gelijknamige show.

Met 0-1 wordt de rust ingegaan.

 

 

 

Rust

Op de nauwelijks bezette tribune staat een heel sympathiek hokje waar je koffie kunt halen. Dat is handig, dan hoef je niet naar een drukke kantine. In ‘Willy’s Hôkske’ wordt er gelijk nog een plak koek bij geserveerd. Een clubman loopt langs het veld en ruimt hier en daar een blikje en een prulletje op. En ik, ik verbaas me over de grote hoeveelheid dovenetel lang het veld. Tenminste, ik denk dat het dovenetel is. Wat in al die jaren trouwens niet veranderd is, zijn de cassettebandjes met pauzemuziek. Maar hoe aftands de muziek ook is, het heeft wel iets vertrouwds.

Kom op ‘Réje’ 

Bij aanvang van de tweede helft blijven we in de buurt van Willy’s Hôkske zitten. Bij gebrek aan klandizie gaat, waarschijnlijk Willy zelf, ook maar op de tribune zitten, keuvelen over voetbal en andere zaken met een clubgenote. Bijna smekend klinkt er vanaf de tribune enkele keren ‘Kom op, Reje’. Het mag niet baten.

 Andermaal scoort Sander Kok, 2-0 voor de roodgelen. Heel terecht roept een van de ROHDA-spelers. “We zijn nog niet klaar.”

En dan gebeurt er toch wat ik als voetbalkenner verwacht, maar natuurlijk niet hoop. De thuisclub lijkt zich al verzoend te hebben met de aanstaande degradatie en in plaats van door te drukken, overvalt gemakzucht het elftal uit Raalte. Een collega van Willy schreeuwt vanuit het ‘hôkske’  bijna wanhopig ‘Kop Réje. Het helpt. Alle spelers van ROHDA zitten het derde doelpunt al te bedenken.

Een van de eerste uitvallen van Rheden, levert een corner op, Branco de Kock scoort voor de thuisclub in de 53e minuut. 1-2.

Er gloort weer hoop, het ‘kom op Réje klinkt minder wanhopig. Langs de kant belooft Willy een van de spelers een lekker drankje na afloop van de wedstrijd. ‘Er hoeven er nog maar twee in.’ Het smeergeld van Willy was niet genoeg.

Puntjes op de i

In de 68e minuut vervolmaakt Sander Kok zijn hattrick, 1-3. Daarna is het een kwestie van uitspelen en ruim vijf minuten later scoort Melvin Velthuis uit een goed genomen corner. De hoofden van de Rhedenspelers zijn al bij de eerste klasse. Ze zijn echt een flinke maat te klein voor ROHDA. 1-4 tevens de eindstand.

Willy hoeft geen drankje te betalen, hooguit een troostborreltje. En ROHDA, ik blijf het volgen. Ik vind dat er een goed combinerend team stond vandaag, met fysiek sterke en snelle jongens. Het afwerken kan over de hele linie scherper. De ploeg lijkt, op basis van deze wedstrijd, voor doelpunten te afhankelijk van één speler. Dit jaar zit er geen kampioenschap meer in, misschien volgend jaar. Ik hoop trouwens dat de ambities verder reiken en ROHDA binnen enkele jaren weer bij de topclubs uit Groesbeek in de overgangsklasse komt te voetballen. Ook Groesbeek is relatief gemakkelijk te bereizen voor me.