De Haan van Avessadas

Wie heeft er tegenwoordig nog boerenroots? Mijn voorouders zijn uiteindelijk allemaal plattelanders, want in tegenstelling tot velen die beweren adellijk bloed te hebben, ben ik van eenvoudige afkomst. En het feit dat ik in Raalte ben opgegroeid, heeft als voordeel dat ik weet dat melk uit een koe komt en kippen eieren leggen, maar dat maakt mij nog geen boer. Dus ook ik moet erg wennen aan een kraaiende haan en nog wel op vakantie.

We bewoonden een prachtig huis in de buitengebieden van Noord-Portugal, zo’n 45 kilometer ten oosten van Porto. Weinig directe buren, maar vlak bij ons een oud Portugees echtpaar met een varken, een paar honden, kleinschalige druiventeelt en een paar kippen. En bij die kippen hoort een haan. Bij de dageraad doet hij trouw zijn plicht en menig ochtend worden we even wakker. Meestal slapen we uiteindelijk wel verder, want de haan is gelukkig geen echte repeteerhaan. Eén keer ging hij wel lang door, sloegen de honden aan en greep de buurvrouw met haar welluidende stem in. Een beetje reuring, maar dat is de charme van het Portugese platteland.

Er was echter ook een nadrukkelijke afwijking in het kraaigedrag van de haan. Op zaterdag, we lagen amper in bed, kwam een heel zwak keelgeluid van het erf van de buren. Het klonk vreemd, maar het was onmiskenbaar de haan met een heel afgetrokken geluidje. Wat is er aan de hand, moeten we ons zorgen maken en in ons beste Portugees de buren waarschuwen? Na een paar minuten nog een keer. We wisten het zeker, dit was beslist geen victorie kraaien, hoewel het zaterdagavond was. Misschien had hij wel grote nood en mocht hij er niet op. Dat deed me denken aan een Brabants mopje dat ik al meer dan twintig jaar geleden hoorde. Wat is nog erger dan ‘mugge’? Het antwoord is: ‘Nie mugge.’ Misschien had de haan er wel last van aan zijn zielige geluid te horen. Of had hij zojuist zijn verplichte zaterdagavond gangbang afgewerkt. Geheel uitgeput kon hij nog net zijn mannelijkheid de Portugese nacht in kraaien. Als derde optie bedenk ik dat de haan zijn libido kwijt was en pinnige verwijten kreeg van de dames om hem heen. Vrouwen kunnen hard zijn, kukelde hij waarschijnlijk. Ik weet niet hoe het met de Sire-spotjes voor hanen is gesteld, maar mogelijk geeft het soelaas voor het beest, want ook hij is vast niet de enige.

Ik sukkel weg met de gedachte dat het boerenleven ingewikkelder is, ook in Portugal. Ik begrijp niet wat de haan dwars zit, maar laat ie mij er niet mee dwarszitten.

Kakelkrant van Sprakeloos 3: Schiet mij maar naar de maan.

‘Waar ga jij na je dood naar toe?’

Twee collega’s zitten in de trein. De een bladert in papieren, de ander leest de krant. Met een zucht vouwde de één zijn dagblad en staart ernstig naar buiten. Zijn collega is inmiddels uitgebladerd en ordent alles in een koffertje. Verbaasd kijkt hij zijn collega aan. Is dit een geintje? Maar de vraag blijft hangen.

‘Naar de hemel, neem ik aan.’ Het was duidelijk dat de ander het gesprek luchtig wil houden. De man ziet er ook niet uit alsof er voor hem geen plek is in het hiernamaals. ‘Tuurlijk, maar dat bedoel ik niet.’ Hij legt zijn collega uit dat je vroeger werd begraven en tegenwoordig veel mensen liever gecremeerd worden. ‘Dat is goedkoper en milieuvriendelijker, omdat begraven zoveel ruimte kost.’ Hij pakt de krant erbij en legt zijn collega nieuw ontwikkelde technieken voor. Ook ik luister ademloos. Onderzocht wordt of resomeren mogelijk is. Dat gebeurt al in Amerika en Canada. Dat is het oplossen in een vloeistof van het lichaam. Dat verwateren brengt geen milieubelasting met zich mee. Geheel nieuw is het bevriezen. Na bevriezing, ofwel cryomeren, blijft slechts wat poeder over.

De mannen stappen uit en ik staar nu ernstig naar buiten. Ik begrijp de vraag van die ene man wel. Wat zou ik willen? Als eerste zal ik mijn vader moeten waarschuwen, die uit economisch oogpunt eens heeft gesuggereerd hem maar bij de vuilnis neer te zetten. ‘Pa, dat mag niet meer van de milieupolitie.’ Over de ‘oldschool’ methodes om tot stof terug te keren, was ik zelf nog helemaal niet mee bezig. Nu moet ik ook al nadenken over resomeren en cryomeren. Het zal mijn onbekendheid met het onderwerp zijn, maar het klinkt zo onethisch. De mens reduceren tot een milieu-aspect, zelfs na diens dood. Hoe lang zal het duren dat effectieve recycling tot de mogelijkheden behoort , tot kannibaliseren toe? Gadverdamme, ik ben sprakeloos van mezelf dat ik zulke opties bedenk.

Ik staar weer naar buiten en zie de maan in het schemer duidelijker worden. Dan weet ik het, als je niet meer nuttig bent of ongewenst, dan wens je een ander naar de maan. Ik wil bij het verwisselen van het tijdelijke naar het eeuwige afgeschoten worden naar de maan. Tegen die tijd zal er vast een gerenommeerd instituut zijn die dit positief milieutechnisch kan beargumenteren.

Ik mijmer gerustgesteld verder en droom voorlopig nog maar over het zonlicht.

 

Kakelkrant van Sprakeloos 2: Nederland Muziekland

 

De lynx uit Limburg, Maxime Verhagen, verdedigt premier Mark Rutte na de oppositionele aanval op zijn leiderschap. De kritiek op diens gebrek aan leiderschap, zichtbaarheid en visie mag dan volkomen terecht zijn, maar in het algemeen is het ook oorverdovend stil bij de PvdA, GL, SP en zelf bij D66. Dus heeft Verhagen een beetje gelijk om die oprisping met ketelmuziek af te doen. Ik zou het alleen geen ketelmuziek willen noemen, slechts wat loos tromgeroffel, alsof er iets spannends staat te gebeuren. Borstklopperij voor de bühne.

Misschien dat links niet meer de hoogste toon zingt in de media dat volgens sommigen ten onrechte tot vorig jaar als een arrogant muliculti bolwerk is geoormerkt. Misschien is het hedentendage wel gewoon een rechts bolwerk? Of weten de linkse politici de weg niet meer zo goed? In politieke zin zijn ze de weg namelijk wel kwijt. Geen goede samenwerking tegen een kabinet waarbij oppositievoeren kinderspel moet zijn. Ze opereren zo visieloos, zo apathisch, zo weinig bevlogen, alleen heel veel valse noten, Bovendien uiten de meeste VVD’ers en CDA’ers in het kabinet, en daarbuiten ook, over het algemeen via hun lichaamstaal andere boodschappen uit dan hun woorden doen vermoeden. Dat krijg je als je uit de maat van het liberale of christelijke gedachtengoed loopt.

In ons kabinet zit weinig muziek, heel weinig, maar dat kan ook niet anders met de verborgen dirigent en meester van de dissonanten. Geert Wilders blaast hoog van de toren, maar zijn riedeltje is weinig muzikaal, hoewel veel mensen het blijkbaar goed in het gehoor vinden liggen. Dat is pas ketelmuziek van de eerste orde dat verdedigd wordt door het echtpaar Rutte-Verhagen. En die verdediging gaat met een arrogantie en gebrek aan empathie gepaard die doet vermoeden dat de heren het slotakkoord al in zicht denken te hebben. Het tegendeel is waar, maatschappelijke verantwoord regeren begint met empathie en luisteren. Dus om dat te leren gooi ik een echte Nederlander in de strijd. Een man van stavast die nog meer fans heeft dan de Grote Gijzelnemer van dit kabinet. Bovendien is het een echte bouwer. Luister en geniet, Maxime. Kom dan pas met het verwijt van ketelmuziek, al heeft Verhagen wel gelijk.

 

Kakelkrant van Sprakeloos 1: Op naar 2012

 

Het is me het nieuwsjaartje wel, heftige gebeurtenissen volgen elkaar in een rap tempo op. Als er geen sprake is van een ad hoc (humanitaire) ramp, dan zijn er politieke en economische schandalen en rampen die zich aandienen. En ontbreekt de spreekwoordelijke komkommertijd, dan treedt een echte komkommerhype nadrukkelijk op de voorgrond. Zouden alle negatieve noviteiten iets met elkaar te maken hebben? Deels natuurlijk wel als het om de economie gaat. Hoewel ik geen econoom ben, is het economische leven voor een deel afhankelijk van de politieke besluitvorming. Of was het nu andersom? De marktwerking blijkt al jaren niet meer goed te werken en hoe hier adequaat op te reageren? Nog geen politiek econoom heeft een syntese kunnen maken tussen de geleerdheid van Keynes, Marx en Milton Friedman om maar wat namen te noemen, daar zullen de machtige machthebbers wel voor zorgen.

Er zijn mensen die 2012, vrij naar de Maya-kalender, als het ultieme rampjaar bestempelen. Anderen zien het als het overgangsjaar, waarbij toenemende rampjes, rampen en catastrofes, de mensheid naar een andere dimensie zullen brengen en daarmee dus verlichting. Ik geloof er niet in, maar bij het maken van een korte opsomming, raak ik bijna van mijn ongeloof af. Om zo maar eens een aantal voorvallen, totaal 2012 zal me niet lukken, te noemen: Amerikaanse politici die elkaar in gijzeling nemen, Europese politici die uitblinken in dadengebrek, een Nederlands kabinet dat gegijzeld wordt door een rechtse populist met een arbeideristisch gedachtengoed, met als gevolg besluiteloosheid en gebrek aan visie. Syrië, Libië, de Hoorn van Afrika, toenemende onvoorspelbaarheid van weersgesteldheden over de hele wereld, noem het van mijn part opwarming van de Aarde, loslopende gekken over de hele wereld buiten die regeringsverbanden om welteverstaan, Amerikaanse schietlustigen, Nederlandse schietlustigen en inmiddels ook Noorse schietlustigen. En recent opgekropte ontevredenheid in Engeland. In dat geval is er een lichtpuntje. Een meerderheid in het Britse koninkrijk wil dit niet en via de sociale media zijn er meteen oproepen geweest de rotzooi op te ruimen.

Nee, ik geloof niet in 2012, maar we hebben volgens mij wel mondiaal de behoefte aan gecoördineerde schoonmaakacties tegen de ongelooflijke rotzooi die ook namens ons wordt gemaakt. Geen populisten die inspelen op angst en onwetenheid, gewoon gezond verstand aangelenkt met een kleine schoonmaakneurose. Zou niet verkeerd zijn en laat 2012 dan maar komen.

 

Locals, gadverdamme

Afgelopen week was het weer zo ver, kotsneigingen bij het moeten aanhoren van het woordgebruik in de algemene omgang. Ook een typisch woord dat past bij de vakantiesfeer, maar die erdoor meteen bedorven wordt. Enthousiaste vakantieverhalen worden tegenwoordig ook op het sociale medium gedeeld en ook daar kom ik steeds vaker de term ‘Locals’ tegen. De rode bultjes schieten weer als paddestoelen uit mijn huid, alsof de herfst reeds in augustus is ingetreden. Locals, je haalt het toch niet in je bolle hersens om dat woord te bezigen. Het heeft impliciet zo’n denigrerende klankkleur. ‘Wij zijn op bezoek vanuit een hogere orde en verwaardigen ons om op te trekken met de plaatselijke bevolking.’ Het hanteren van de term ‘plaatselijke bevolking’ klinkt ook dullig, dus we verangliceren de handel maar, met een woord dat binnenkort, als ik niet ingrijp, ook nog in de Dikke van Dale komt te staan. Het zal niet gebeuren, spreek gewoon je moers taal.

Wereldburgerachtig hoor, als je een vakantiefoto van je de wereld inslingert met het bijschrift:

  • Hier typisch streekgerecht eten met ‘locals.’
  • Proosten met de ‘locals’ als je ladderzat de slobberwijn naar achter klokt.
  • Dansend met de locals’ op vakantie in Naïrobi

Etc.

 

O, o wat zijn we geïntegreerd na een paar dagen vakantie, wat voelen we ons één met de Servische local die je een stinkende brandewijnachtige substantie aanbiedt. De Griekse locals dansen speciaal voor jou natuurlijk de sitarki en hoe authentiek denk je dat die locals op je safari zijn als ze bij het naderen van de bus snel voor hun hut gaan zitten en een strooien rokje dragen en het opperhoofd een leeuwenvel van de plaatselijke ‘Bart Smit’ op zijn knar zet. Gaat toch gauw heen. Maar vanuit de hoogte, het achterblijvende huttenvolk je sociale gaven showend, is een vakantie niet geslaagd met foto’s en contacten met de locals. Gadverdamme.

Trouwens, wist je dat hele horden Randstedelingen die zelfde term gebruiken als ze in Meppel op de camping staan, of Hilverenbeek of Losser aandoen. We zijn van provincialen en boeren verworden tot ‘locals’, het moet toch niet gekker worden. Locals, driewerf gadverdamme.

Meer gadverdammes o.a. swaffelen, eigen ding doen en vele anderen: zie in het kader hiernaast. (In talig sprakeloos)

Uit de kast met mijn eigen ultieme flapdrolmoment

Ik miste iets in mijn leven. Een kleine onmiskenbare leegte van ontbrekende zelfkennis moest gevuld worden. Maar ineens was daar Bastiaan Ragas, ja die van Tooske (in huiselijke kring goedmoedig ‘Tooske ’t Dooske genoemd). In de Volkskrant benoemde hij de rol van de man bij de bevalling ‘HET ULTIEME FLAPDROLMOMENT.’

Dat is het dus, dat ondefinieerbare dat ik zo’n 17 jaar geleden voor het eerst ervaren heb. Een ultiem flapdrolmoment, de komst van mijn eerst geborene. En ga ik er gemakshalve vanuit dat het echt mijn zoon is, want 10%, volgens de statistieken, heeft ook een flapdrolmoment zonder dat zijn eigen kind geboren wordt. Dat lijk me pas echt erg.

Overigens is hetgeen Ragas in het interview zegt waar. De zwangerschap is voor niemand leuk en felicitaties naïef (van kinderloze mensen) of vals van hen die weten waarover ze praten. Reproduceren zit ons blijkbaar in de genen, want welk weldenkend hedonistisch mens kiest nu daadwerkelijk heel bewust voor kinderen? Je hebt er toch geen weet van en bovendien moet je als man een flapdrolmoment doorstaan.

Onwillekeurig ga ik terug naar mijn eigen ultieme flapdrolmoment. Die voorafgaande periode was zeker geen hoogtepunt in mijn leven. Naast hormonale stemmingsnarigheid (zij) en existentiële vragen (ik), kan ik me geen enkel echtelijk gesprek herinneren waarin twijfel, angst of anderszins vragen over onze lippen kwamen. Het moet er toch zeker geweest zijn, in ieder geval bij mij.

Na een avonddienst kwam ik thuis, dronk een biertje en als verstandige aanstaande ouders gingen we op tijd naar bed. (01.00)Het is wel wat onrustig‘ kreeg ik te horen. Een half uur later kon ik de verloskundige bellen, die natuurlijk niet kwam. Ze had de hele zwangerschap al zitten zeiken dat iedere kilo te veel er na de zwangerschap ook weer af moest. Als man van de zwangere wist ik dat natuurlijk ook wel, maar zoiets blijf je toch niet herhalen tegen een zwangere vrouw? Goed om 01.30 wenste mevrouw niet te komen. We moesten de weeën bijhouden. Dat deed ik, op afstand, want mijn directe nabijheid was niet gewenst. Verder deed ik dan maar de afwas en provisorisch probeerde ik een vluchtkoffertje te maken. Dat stond in de voorschriften van de kruisvereniging. Het was nog niet gebeurd want het zou nog drie weken duren. 02.45 weer bellen, maar mevrouw de verloskundige kwam nog niet. 03.10 andermaal bellen en ‘mevrouwtje’ zou komen om ‘haar’ even gerust te stellen.03.35, de bel, ze kwam binnen zonder koffer en een bozig gezicht, ik wees haar de slaapkamer.03.36 kreeg ik een autosleutel in de hand en uitleg waar haar auto stond in de binnenstad van Nijmegen, want volledige ontsluiting. 03.45 was mevrouw voorzien van haar spullen. 03.46 kreeg ik de opdracht om kraamhulp en haar vervoer via zwager te regelen. Dat moest toen nog. Daar had mevrouw geen tijd meer voor. 04.00 kwam een ultieme krijs vanuit de slaapkamer van mijn vrouw, ze was bang dat ik het moment zou missen. En terecht, want twee minuten later, een gezonde zoon.

Mijn ultieme flapdrolmoment beleefde ik dus zo, maar niet alleen want ook de verloskundige stond erbij en keek ernaar. Mijn tweede flapdrolmoment ging in serene rust voor zover mogelijk is en uiteraard met een andere verloskundige.

 

Baltische Zielen van Jan Brokken

Nu wilde ik altijd al een keer een rondreis maken om de Oostzee en met name de Baltische Staten intrigeren me. Hoewel al jarenlang lid van de EU, weten we, of laat ik voor mezelf spreken, bar weinig van die landen. De reis komt nog wel een keer, pricefighter RyanAir vliegt inmiddels al op Riga. Riga, bij wie hoorde die ook al weer, toch voor de zekerheid even opzoeken en inderdaad, bij Letland.

Jan Brokken heeft met zijn nieuwste boek, Baltische Zielen de reis al een beetje voor me gemaakt, hiervoor dank, want onder de Portugese zon heb ik het boek met heel veel plezier gelezen. Nu heb ik al eerder boeken van hem gelezen, Mijn kleine waanzin en Afrika, dus ik wist dat de besteding van een boekenbon aan dit nieuwste werk geen miskoop kon betekenen.

Jan Brokken neemt je via de recente politiek en bekende Balten mee in de onstuimige geschiedenis van de drie landen. Familieportretten passeren de revue, tegen de achtergrond van de roerige geschiedenis met name in de twintigste eeuw. Veel is voor mij relatief onbekend, want dat de Balten zijn overheerst door de Duitsers (Tweede Wereldoorlog) en Russen (Tweede Wereldoorlog en natuurlijk daarna tot de val van de muur) mag genoegzaam bekend zijn. Maar ook door Polen, Pruisen, Finnen, Zweden, Denen en elkaar. Het was voor mij bovendien erg verrassend dat een deel van de Duitse (Pruisische) landadel rechtstreeks afkomt van kruistochtridders die niet alleen naar Jeruzalem gingen, maar klaarblijkelijk ook in deze contreien nog heel wat te kerstenen hadden.

Jan Brokken spreekt met componisten, acteurs, auteurs, filmmakers en vele anderen. Levensgeschiedenissen die verbonden zijn met het grondgebied van de Baltische Staten, gevormd door harde familieverhalen en bovenal de recente historie van onderdrukking en repressie. Sommigen willen, als ze al de mogelijkheid hadden, nooit meer terug. Anderen keerden bij de eerste de beste mogelijkheid terug naar hun geboortegrond zodra ze de kans kregen na 1990 of zijn er altijd gebleven.

Dat mensen gevormd worden door hun sociale achtergrond en bovenal ook door de negatieve ervaringen in oorlog, onderdrukking en discriminatie blijft mij intrigeren. Nu wist ik bijvoorbeeld dat de Polen een heftige geschiedenis hebben ten aanzien van Jodenvervolging, ook na de Tweede Wereldoorlog, maar dat dit ook voor de Baltische Staten gold, is mij nooit nadrukkelijk duidelijk geworden. Er zijn periodes geweest in de vooroorlogse geschiedenis van de Baltische Staten dat de Joodse gemeenschap groeide en in vrijheid kon leven, sterker nog, veel Joden hadden belangrijke posities in het economische en culturele leven. Deze glorierijke periodes werden afgewisseld met grove onderdurkking door de ‘echte Balten’ al dan niet onder bescherming van derden, bijvoorbeeld de Duitsers of Russen.

 Jan Brokken

Baltische Zielen

Uitgeverij Atlas

2010

De in onze geschiedenis soms foute Balten, ze ‘collaboreerden’ immers met de Duitsers, is ook een kwestie die mij deed nadenken over wat nu fout is in een oorlog. De angst, haat en onderdrukking door de Russen kenden ze immers al vele jaren. Anderen zagen de Russen weer als redding om zich te weren tegen de almacht van de Duitse landadel in dit gebied. Goed of fout, ik weet het niet, het maakt echter wel de mensen die ongewild worden meegesleurd in de vaart van de geschiedenis.

De grootste vraag die bij mij bleef hangen was de vraag: ‘Wat is nu een Est, een Let of een Litouwer?’ In het korte tijdsbestek dat Jan Brokken de Baltische geschiedenis weergeeft, wordt mij vooral duidelijk dat de herkomst van veel Balten heel divers is. Sommigen kwamen noodgedwongen van elders, anderen zijn al eeuwenlang verbonden met de grond van een van de Baltische landen, maar hebben zich altijd verbonden gevoeld met hun culturele achtergrond van herkomst. De taal is natuurlijk een verbond met een land, maar er wonen nog heel veel Russen in de Baltische Staten. Mensen die er ook al weer enkele generaties wonen en op dit moment gediscrimineerd worden. Wat is een Est, een Let of Litouwer? Dat is een vraag die eigenlijk ook gesteld kan worden aan ieder ander. Aan mezelf bijvoorbeeld, wat maakt mij een Nederland, behalve dat ik dit blog over Baltische Zielen minder gemakkelijk in het Engels, Duits of Frans had kunnen schrijven, laat staan in een van de Baltische talen.

Het nieuwste boek van Jan Brokken is beslist een aanrader voor hen die van geschiedenis, politiek en bovenal (actuele) menselijke portretten houden. Na lezing van het boek wil ik echt eens naar (één van) de Baltische landen reizen, hoewel Jan Brokken een enkele keer aangeeft dat veel Balten op straat niet eens zo benaderbaar zijn. Misschien door de jarenlange Sowjet onderdrukking, maar misschien is dat wel de ziel van een Balt?

Al met al een aanrader. Mijn beoordeling voor Baltische Zielen is derhalve een 8-

ACTIE HAPPY TEETH VOOR SOMALIË/ Een biertje voor een smile

 

Onlangs kreeg ik via het nieuws mee dat de Zuidpool pinguïn die in Nieuw Zeeland was aangespoeld voor het lieve sommetje van €18.000, – teruggebracht wordt naar zijn eigen habitas. De pinguïn kreeg de naam Happy Feet mee. Ik heb er niets op tegen, maar het is raar als tegelijkertijd een actie wordt gehouden voor de Hoorn van Afrika met onder andere Somalië. Wat zou er allemaal wel niet gedaan kunnen worden voor mensen, mensen in nood. Ik schreef er onlangs een verhaaltje over. Zie ook onder aan deze pagina.

Ik dacht in een tijd van sociale media (Twitter, Facebook en bloggen) moet het een sterveling als mij toch lukken om ook €18.000, – bij elkaar te sprokkelen, nu voor de nieuwste actie van giro 555. Het kan toch niet zo zijn dat we met dat we met zijn allen vertederd een pinguïn volgen, maar de helaas zoveelste actie voor mensen in nood de andere kant opkijken.

Uitgangspunt is €18.000, – . Of dit het daadwerkelijke bedrag is weet ik niet. Als een ieder nu eens 1% van dit enorme bedrag voor zijn rekening neemt. Dit is nog veel namelijk €180, -. Met die 180 als uitgangspunt vraag ik alle mensen die dit lezen 180 centen te storten op een zojuist geopende privérekening speciaal voor dit doel. Ik heb dus 10.000 giften nodig van €1,80 (het mag natuurlijk meer zijn)

€1,80 ofwel het equivalent van een biertje voor Somalië.

DUS:

*

1. Ik moest mijn eigen naam gebruiken omdat ik anders niet zo snel een aparte rekening kon openen. Voordeel is dat dit wel een stukje transparantie geeft.

2. Ik zal iedere dag in de loop van de avond, mogelijk voorzien van afdrukken van de rekeningafschriften via internetbankieren (als me dit technisch lukt) een verslag doen van de voortgang (of juist de afwezigheid van enige voortgang.

3. Ik heb geen speciale toestemming of vergunningen gevraagd om mijn expiriment op te starten. Eens per week stort ik uiteraard de binnengekomen gelden op giro 555.

4. Ik zal deze rekening 180 beschikbaar stellen, dus tot en met 31 januari 2012.

VOORTGANG:

 

Zaterdag 6 augustus 2011

Al meerdere toezeggingen en één duidelijke afwijzing van de actie. Dat is jammer maar wel duidelijk. De toezeggingen ten spijt, maar praatjes vullen geen gaatjes, daarmee zeggende dat de teller nog steeds op slechts twee donaties staat.

Zondag 7 augustus 2011

Groffer geschut is inmiddels ingezet, bij ieder doelpunt van Feyenoord betaal ik een fictief biertje aan ‘Happy Teeth. Dus gisteravond €3,60 en ik minderde vandaag al sigaretten roken. Vijf sigaretten levert zomaar €1,80 op. Maar volgers buiten de huiselijke kring, hoe maar. De stand is derhalve slechts €10,20. Kom op zeg.

HET VERHAAL VAN HAPPY FEET & HAPPY TEETH  (eerder verschenen op mijn blog)

De blik is leeg, de maag rammelt niet eens meer van de honger. Xayaad loopt al dagen met de stroom mee. Op haar rug haar eerst geborene, Fuaad. Trots was ze en is ze nog steeds. Ze durft amper te kijken, achter op haar rug. Bolle ogen, ondervoed, maar eventjes stil gelukkig. Ze loopt met een aantal familieleden en andere dorpsgenoten door het zand van de hete woestijn. Ze weet dat Allah met alle korrels in de woestijn een betekenis heeft. ‘Maar zand kun je niet eten.’ Dit kan niet het leven zijn, zoals het bedoeld is. Ze wil het uitschreeuwen, maar het kost haar te veel om er alleen al aan te denken. En wie zal haar krachteloze schreeuw horen.

In de grote kolonie komt een ei uit. Een groot ei. Het is koud, maar het geeft niet. Het ‘ei’ is niet alleen, vele andere eieren zijn ook tot pinguin verworden. Het voormalige ei, eet vis, leert zwemmen en duiken en is enthousiast, zonder te weten waarom. Pinguins weten namelijk niet zoveel, ze leven, eten, zwemmen, paren, kortom zijn pinguïn. En of het nu maandag, dinsdag of zondag is dat weet een pinguïn niet. Een jonge pinguïn duikt, eten en zwemt. Maar soms te ver.

De apathische rij komt aan bij het beloofde land, nog maar hongerige mensen uit andere streken klitten bijeen. Het gerucht gaat dat hier water, voedsel en medicijnen zijn. Het kan Xayaad niet veel meer schelen. Ze gaat zitten, daar waar ze niet meer verder kan en legt Fuaad aan haar al dagen lege borsten. Ze weet dat het niet helpt, maar misschien houdt hij op met het aanhoudende gejammer dat haar meer pijn doet dan al haar ingewanden. Misschien.

Voormalig ei zwemt en zwemt, er lijkt geen eind aan te komen, maar ineens is er toch land met heel veel sneeuw. Het ei weet niet wat sneeuw is, maar voelt instinctief aan dat het moet drinken. Het ei weet ook niet wat zand is. Het ei is een kleine pinguïn, ze weten niet wat sneeuw of zand is, laat staan het verschil tussen beide. Het ei is moe en voelt zich niet goed, helemaal niet goed.

Xayaad hoeft niet meer te lopen, ze is er niet blij om. Ze vindt er eigenlijk niets van. Fuaad heeft een beetje vocht gekregen en om haar heen zijn vreemde mensen met camera’s die haar en alle anderen om haar heen filmen. Van heel dicht bij hebben ze haar zoon gefilmd. Hij keek in de camera met dezelfde holle ogen die Xayaad al dagen ziet, of ze haar zoon nu aankijkt of niet. Ze begrijpt het niet, ze wacht en wacht.

Het ei wordt omgedoopt tot Happy Feet, want mensen hebben haar gevonden. Happy Feet weet niet wat mensen zijn, ze is immers een pinguïn, ze hapt naar de handen die haar proberen te bereiken, maar het is vruchteloos. De handen zijn sterker en zij heeft veel pijn, want ze heeft haar maag vol sneeuw, zand of wat het ook moge zijn, dat weten pinguïns namelijk niet. Happy Feet weet niet dat hij geopereerd wordt, dat hij verzorgd wordt en wereldnieuws is. Happy Feet is immers een pinguïn, een voormalig ei met een mag die vol zand, of sneeuw zat. Ze weet het niet. Ze krijgt veel vis en wordt gefotografeerd.

Een witte mevrouw benadert Xayaad en stelt haar vragen. Ze begrijpt de mevrouw niet,  maar een andere mevrouw spreekt wel haar taal. Eigenlijk begrijpt ze die mevrouw ook niet, maar ze showt Fuaad en zegt verder niet. Ze doet haar lippen van elkaar en laat haar tanden zien. Grote witte tanden in een hol gezicht. Ze weet het niet. Ze lacht niet eens, ze kijkt met haar mond open. De witte mevrouw pakt haar zoon op en kijkt zorgelijk. De witte tanden staan roerloos in een dof gezicht. Het zijn geen Happy Teeth, maar Xayaad weet het niet.

Er is veel drukte om Happy Feet, ze weet het niet. Ze heeft geen sterallures, ze is immers een pinguïn. Een pinguïn die terug mag naar de andere eieren. Dat kost 18000 dollar en dat is veel, heel veel geld. Happy Feet weet niet of dat veel is, ze weet zelfs niet wat dollars zijn, maar ze voelt zich goed, ze is sterk en is wereldnieuws, het staat in alle kranten. Pinguïns lezen niet, ze eten, paren en zwemmen hopelijk de goede kant op, voor 18000 dollar en misschien ook wel niet voor datzelfde bedrag.

De witte mevrouw heeft het warm en zwaait met een stuk papier, een krant dat hete lucht maakt. Op de krant een pinguïn. Xayaad weet niet wat pinguïns zijn, ze kan ook niet lezen en dat is soms maar goed ook.

 

Het verhaal van Happy Feet & Happy Teeth

De blik is leeg, de maag rammelt niet eens meer van de honger. Xayaad loopt al dagen met de stroom mee. Op haar rug haar eerst geborene, Fuaad. Trots was ze en is ze nog steeds. Ze durft amper te kijken, achter op haar rug. Bolle ogen, ondervoed, maar eventjes stil gelukkig. Ze loopt met een aantal familieleden en andere dorpsgenoten door het zand van de hete woestijn. Ze weet dat Allah met alle korrels in de woestijn een betekenis heeft. ‘Maar zand kun je niet eten.’ Dit kan niet het leven zijn, zoals het bedoeld is. Ze wil het uitschreeuwen, maar het kost haar te veel om er alleen al aan te denken. En wie zal haar krachteloze schreeuw horen.

In de grote kolonie komt een ei uit. Een groot ei. Het is koud, maar het geeft niet. Het ‘ei’ is niet alleen, vele andere eieren zijn ook tot pinguin verworden. Het voormalige ei, eet vis, leert zwemmen en duiken en is enthousiast, zonder te weten waarom. Pinguins weten namelijk niet zoveel, ze leven, eten, zwemmen, paren, kortom zijn pinguïn. En of het nu maandag, dinsdag of zondag is dat weet een pinguïn niet. Een jonge pinguïn duikt, eten en zwemt. Maar soms te ver.

De apathische rij komt aan bij het beloofde land, nog maar hongerige mensen uit andere streken klitten bijeen. Het gerucht gaat dat hier water, voedsel en medicijnen zijn. Het kan Xayaad niet veel meer schelen. Ze gaat zitten, daar waar ze niet meer verder kan en legt Fuaad aan haar al dagen lege borsten. Ze weet dat het niet helpt, maar misschien houdt hij op met het aanhoudende gejammer dat haar meer pijn doet dan al haar ingewanden. Misschien.

Voormalig ei zwemt en zwemt, er lijkt geen eind aan te komen, maar ineens is er toch land met heel veel sneeuw. Het ei weet niet wat sneeuw is, maar voelt instinctief aan dat het moet drinken. Het ei weet ook niet wat zand is. Het ei is een kleine pinguïn, ze weten niet wat sneeuw of zand is, laat staan het verschil tussen beide. Het ei is moe en voelt zich niet goed, helemaal niet goed.

Xayaad hoeft niet meer te lopen, ze is er niet blij om. Ze vindt er eigenlijk niets van. Fuaad heeft een beetje vocht gekregen en om haar heen zijn vreemde mensen met camera’s die haar en alle anderen om haar heen filmen. Van heel dicht bij hebben ze haar zoon gefilmd. Hij keek in de camera met dezelfde holle ogen die Xayaad al dagen ziet, of ze haar zoon nu aankijkt of niet. Ze begrijpt het niet, ze wacht en wacht.

Het ei wordt omgedoopt tot Happy Feet, want mensen hebben haar gevonden. Happy Feet weet niet wat mensen zijn, ze is immers een pinguïn, ze hapt naar de handen die haar proberen te bereiken, maar het is vruchteloos. De handen zijn sterker en zij heeft veel pijn, want ze heeft haar maag vol sneeuw, zand of wat het ook moge zijn, dat weten pinguïns namelijk niet. Happy Feet weet niet dat hij geopereerd wordt, dat hij verzorgd wordt en wereldnieuws is. Happy Feet is immers een pinguïn, een voormalig ei met een mag die vol zand, of sneeuw zat. Ze weet het niet. Ze krijgt veel vis en wordt gefotografeerd.

Een witte mevrouw benadert Xayaad en stelt haar vragen. Ze begrijpt de mevrouw niet,  maar een andere mevrouw spreekt wel haar taal. Eigenlijk begrijpt ze die mevrouw ook niet, maar ze showt Fuaad en zegt verder niet. Ze doet haar lippen van elkaar en laat haar tanden zien. Grote witte tanden in een hol gezicht. Ze weet het niet. Ze lacht niet eens, ze kijkt met haar mond open. De witte mevrouw pakt haar zoon op en kijkt zorgelijk. De witte tanden staan roerloos in een dof gezicht. Het zijn geen Happy Teeth, maar Xayaad weet het niet.

Er is veel drukte om Happy Feet, ze weet het niet. Ze heeft geen sterallures, ze is immers een pinguïn. Een pinguïn die terug mag naar de andere eieren. Dat kost 18000 dollar en dat is veel, heel veel geld. Happy Feet weet niet of dat veel is, ze weet zelfs niet wat dollars zijn, maar ze voelt zich goed, ze is sterk en is wereldnieuws, het staat in alle kranten. Pinguïns lezen niet, ze eten, paren en zwemmen hopelijk de goede kant op, voor 18000 dollar en misschien ook wel niet voor datzelfde bedrag.

De witte mevrouw heeft het warm en zwaait met een stuk papier, een krant dat hete lucht maakt. Op de krant een pinguïn. Xayaad weet niet wat pinguïns zijn, ze kan ook niet lezen en dat is soms maar goed ook.

Mijn filmblik op Cidade de Deus

Ooit was ik in Rio de Janeiro, City of God. 16 lentes jong en nog vrij onbedorven, maar ook niet geheel naïef. Ik wist dat er armoede was en dat daarmee niet altijd de beste eigenschappen van de mens naar boven komen. Bij rijkdom trouwens ook niet. Ik wist niet echt duidelijk dat Rio één van de wereldsteden was met de slechtste reputatie op dit gebied. Misschien was dat toen minder omdat Brazilië nog een dictatuur was. Inmiddels is Brazilië een democratie, economisch booming en het wereldkampioenschap komt in 2014 en Rio de Janeiro is tevens gaststad voor de Olympische Spelen van 2016.

Werk aan de winkel dus voor de autoriteiten, wetende dat de autoriteiten, lees politie, een onderdeel van het probleem zijn in de favelha’s in Rio. De politie is bestrijder, leverancier, dader en doorgeefluik van de misdaad, zo leert ons het nieuws. Af en toe sijpelt dat hier door en soms krijgen we een documentaire met de achtergronden. Ik heb zo maar de indruk dat het aantal journalistieke reportages zal toenemen naarmate de grote evenementen dichterbij komen. Ik weet niet of de film gemaakt is als anti-reclame (2002), maar de organisatie en de autoriteiten zullen er in ieder geval niet blij mee zijn.

Cidade de Deus is een knalharde film over misdaad in de sloppenwijken van de stad waarbij de zeggenschap over drugs, wapens en vrouwen de drijfveren zijn om te strijden (voor het dagelijks bestaan). Het potentieel van boeven en boefjes is oneindig zolang de armoede oneindig is. In de film worden een aantal jonge jongens gevolgd in een aantal leeftijdsstadia van hun jonge leven. De hoofdpersoon heeft echter andere ambities dan de criminaliteit en wil fotograaf worden. Uiteindelijk lukt hem dat als hij bende-oorlogen van binnenuit kan vastleggen. Als kijker word je tot dat moment wel getrakteerd op een behoorlijke portie geweld waarvan ik maar moet aannemen dat het een realistisch kijk geeft op de werkelijkheid. Het is voor een gewoon Nederlands burgermannetje amper te bevatten, het lijkt eerder de Stad van God los, maar die titel bestaat inmiddels al.

Het gewelddadige karakter van de film is volgens mij niet overdreven, maar het is niet mijn genre. Hoewel het verhaal van de fotograferende sloppenwijkjongen op waarheid gebaseerd is, lijkt het toch heel vaag de rode lijn te zijn in de film. De ontwikkelingen en verharding van de misdaad staat nadrukkelijk centraal. De film begint ‘relatief’ onschuldig in een kleine stad in de jaren ’60. Armoede dreef velen naar de stad op zoek naar nieuwe kansen. Met de disco en de 80-ties komt de film tot een gewelddadige climax.

Ondanks het geweld en de armoede lukt het de filmmakers, misschien door de muziek en de toeristische plaatjes, Rio toch nog steeds een sexy karakter mee te geven. Rio stinks, but it swings.

De film, mogelijk als anti-reclame voor de verkiezing van de grote evenementen in 2014 en 2016 is gelukt, maar niet geslaagd. De evenementen komen. Zonder geweld zou de anti-propaganda nergens op slaan, maar het is niet mijn genre. Ik sta bij de beoordeling dus eigenlijk dubbel, intrigerend, maar toch……

Ik houd het op een 7.

 

Eerdere blikken op film:

De King’s Speech

Eat Pray Love

Unter Bauern

Tirza

De eetclub

Loft

Bienvenue chez les Ch’tis

De Tweeling