ACTIE HAPPY TEETH VOOR SOMALIË/ Een biertje voor een smile

 

Onlangs kreeg ik via het nieuws mee dat de Zuidpool pinguïn die in Nieuw Zeeland was aangespoeld voor het lieve sommetje van €18.000, – teruggebracht wordt naar zijn eigen habitas. De pinguïn kreeg de naam Happy Feet mee. Ik heb er niets op tegen, maar het is raar als tegelijkertijd een actie wordt gehouden voor de Hoorn van Afrika met onder andere Somalië. Wat zou er allemaal wel niet gedaan kunnen worden voor mensen, mensen in nood. Ik schreef er onlangs een verhaaltje over. Zie ook onder aan deze pagina.

Ik dacht in een tijd van sociale media (Twitter, Facebook en bloggen) moet het een sterveling als mij toch lukken om ook €18.000, – bij elkaar te sprokkelen, nu voor de nieuwste actie van giro 555. Het kan toch niet zo zijn dat we met dat we met zijn allen vertederd een pinguïn volgen, maar de helaas zoveelste actie voor mensen in nood de andere kant opkijken.

Uitgangspunt is €18.000, – . Of dit het daadwerkelijke bedrag is weet ik niet. Als een ieder nu eens 1% van dit enorme bedrag voor zijn rekening neemt. Dit is nog veel namelijk €180, -. Met die 180 als uitgangspunt vraag ik alle mensen die dit lezen 180 centen te storten op een zojuist geopende privérekening speciaal voor dit doel. Ik heb dus 10.000 giften nodig van €1,80 (het mag natuurlijk meer zijn)

€1,80 ofwel het equivalent van een biertje voor Somalië.

DUS:

*

1. Ik moest mijn eigen naam gebruiken omdat ik anders niet zo snel een aparte rekening kon openen. Voordeel is dat dit wel een stukje transparantie geeft.

2. Ik zal iedere dag in de loop van de avond, mogelijk voorzien van afdrukken van de rekeningafschriften via internetbankieren (als me dit technisch lukt) een verslag doen van de voortgang (of juist de afwezigheid van enige voortgang.

3. Ik heb geen speciale toestemming of vergunningen gevraagd om mijn expiriment op te starten. Eens per week stort ik uiteraard de binnengekomen gelden op giro 555.

4. Ik zal deze rekening 180 beschikbaar stellen, dus tot en met 31 januari 2012.

VOORTGANG:

 

Zaterdag 6 augustus 2011

Al meerdere toezeggingen en één duidelijke afwijzing van de actie. Dat is jammer maar wel duidelijk. De toezeggingen ten spijt, maar praatjes vullen geen gaatjes, daarmee zeggende dat de teller nog steeds op slechts twee donaties staat.

Zondag 7 augustus 2011

Groffer geschut is inmiddels ingezet, bij ieder doelpunt van Feyenoord betaal ik een fictief biertje aan ‘Happy Teeth. Dus gisteravond €3,60 en ik minderde vandaag al sigaretten roken. Vijf sigaretten levert zomaar €1,80 op. Maar volgers buiten de huiselijke kring, hoe maar. De stand is derhalve slechts €10,20. Kom op zeg.

HET VERHAAL VAN HAPPY FEET & HAPPY TEETH  (eerder verschenen op mijn blog)

De blik is leeg, de maag rammelt niet eens meer van de honger. Xayaad loopt al dagen met de stroom mee. Op haar rug haar eerst geborene, Fuaad. Trots was ze en is ze nog steeds. Ze durft amper te kijken, achter op haar rug. Bolle ogen, ondervoed, maar eventjes stil gelukkig. Ze loopt met een aantal familieleden en andere dorpsgenoten door het zand van de hete woestijn. Ze weet dat Allah met alle korrels in de woestijn een betekenis heeft. ‘Maar zand kun je niet eten.’ Dit kan niet het leven zijn, zoals het bedoeld is. Ze wil het uitschreeuwen, maar het kost haar te veel om er alleen al aan te denken. En wie zal haar krachteloze schreeuw horen.

In de grote kolonie komt een ei uit. Een groot ei. Het is koud, maar het geeft niet. Het ‘ei’ is niet alleen, vele andere eieren zijn ook tot pinguin verworden. Het voormalige ei, eet vis, leert zwemmen en duiken en is enthousiast, zonder te weten waarom. Pinguins weten namelijk niet zoveel, ze leven, eten, zwemmen, paren, kortom zijn pinguïn. En of het nu maandag, dinsdag of zondag is dat weet een pinguïn niet. Een jonge pinguïn duikt, eten en zwemt. Maar soms te ver.

De apathische rij komt aan bij het beloofde land, nog maar hongerige mensen uit andere streken klitten bijeen. Het gerucht gaat dat hier water, voedsel en medicijnen zijn. Het kan Xayaad niet veel meer schelen. Ze gaat zitten, daar waar ze niet meer verder kan en legt Fuaad aan haar al dagen lege borsten. Ze weet dat het niet helpt, maar misschien houdt hij op met het aanhoudende gejammer dat haar meer pijn doet dan al haar ingewanden. Misschien.

Voormalig ei zwemt en zwemt, er lijkt geen eind aan te komen, maar ineens is er toch land met heel veel sneeuw. Het ei weet niet wat sneeuw is, maar voelt instinctief aan dat het moet drinken. Het ei weet ook niet wat zand is. Het ei is een kleine pinguïn, ze weten niet wat sneeuw of zand is, laat staan het verschil tussen beide. Het ei is moe en voelt zich niet goed, helemaal niet goed.

Xayaad hoeft niet meer te lopen, ze is er niet blij om. Ze vindt er eigenlijk niets van. Fuaad heeft een beetje vocht gekregen en om haar heen zijn vreemde mensen met camera’s die haar en alle anderen om haar heen filmen. Van heel dicht bij hebben ze haar zoon gefilmd. Hij keek in de camera met dezelfde holle ogen die Xayaad al dagen ziet, of ze haar zoon nu aankijkt of niet. Ze begrijpt het niet, ze wacht en wacht.

Het ei wordt omgedoopt tot Happy Feet, want mensen hebben haar gevonden. Happy Feet weet niet wat mensen zijn, ze is immers een pinguïn, ze hapt naar de handen die haar proberen te bereiken, maar het is vruchteloos. De handen zijn sterker en zij heeft veel pijn, want ze heeft haar maag vol sneeuw, zand of wat het ook moge zijn, dat weten pinguïns namelijk niet. Happy Feet weet niet dat hij geopereerd wordt, dat hij verzorgd wordt en wereldnieuws is. Happy Feet is immers een pinguïn, een voormalig ei met een mag die vol zand, of sneeuw zat. Ze weet het niet. Ze krijgt veel vis en wordt gefotografeerd.

Een witte mevrouw benadert Xayaad en stelt haar vragen. Ze begrijpt de mevrouw niet,  maar een andere mevrouw spreekt wel haar taal. Eigenlijk begrijpt ze die mevrouw ook niet, maar ze showt Fuaad en zegt verder niet. Ze doet haar lippen van elkaar en laat haar tanden zien. Grote witte tanden in een hol gezicht. Ze weet het niet. Ze lacht niet eens, ze kijkt met haar mond open. De witte mevrouw pakt haar zoon op en kijkt zorgelijk. De witte tanden staan roerloos in een dof gezicht. Het zijn geen Happy Teeth, maar Xayaad weet het niet.

Er is veel drukte om Happy Feet, ze weet het niet. Ze heeft geen sterallures, ze is immers een pinguïn. Een pinguïn die terug mag naar de andere eieren. Dat kost 18000 dollar en dat is veel, heel veel geld. Happy Feet weet niet of dat veel is, ze weet zelfs niet wat dollars zijn, maar ze voelt zich goed, ze is sterk en is wereldnieuws, het staat in alle kranten. Pinguïns lezen niet, ze eten, paren en zwemmen hopelijk de goede kant op, voor 18000 dollar en misschien ook wel niet voor datzelfde bedrag.

De witte mevrouw heeft het warm en zwaait met een stuk papier, een krant dat hete lucht maakt. Op de krant een pinguïn. Xayaad weet niet wat pinguïns zijn, ze kan ook niet lezen en dat is soms maar goed ook.

 

Het verhaal van Happy Feet & Happy Teeth

De blik is leeg, de maag rammelt niet eens meer van de honger. Xayaad loopt al dagen met de stroom mee. Op haar rug haar eerst geborene, Fuaad. Trots was ze en is ze nog steeds. Ze durft amper te kijken, achter op haar rug. Bolle ogen, ondervoed, maar eventjes stil gelukkig. Ze loopt met een aantal familieleden en andere dorpsgenoten door het zand van de hete woestijn. Ze weet dat Allah met alle korrels in de woestijn een betekenis heeft. ‘Maar zand kun je niet eten.’ Dit kan niet het leven zijn, zoals het bedoeld is. Ze wil het uitschreeuwen, maar het kost haar te veel om er alleen al aan te denken. En wie zal haar krachteloze schreeuw horen.

In de grote kolonie komt een ei uit. Een groot ei. Het is koud, maar het geeft niet. Het ‘ei’ is niet alleen, vele andere eieren zijn ook tot pinguin verworden. Het voormalige ei, eet vis, leert zwemmen en duiken en is enthousiast, zonder te weten waarom. Pinguins weten namelijk niet zoveel, ze leven, eten, zwemmen, paren, kortom zijn pinguïn. En of het nu maandag, dinsdag of zondag is dat weet een pinguïn niet. Een jonge pinguïn duikt, eten en zwemt. Maar soms te ver.

De apathische rij komt aan bij het beloofde land, nog maar hongerige mensen uit andere streken klitten bijeen. Het gerucht gaat dat hier water, voedsel en medicijnen zijn. Het kan Xayaad niet veel meer schelen. Ze gaat zitten, daar waar ze niet meer verder kan en legt Fuaad aan haar al dagen lege borsten. Ze weet dat het niet helpt, maar misschien houdt hij op met het aanhoudende gejammer dat haar meer pijn doet dan al haar ingewanden. Misschien.

Voormalig ei zwemt en zwemt, er lijkt geen eind aan te komen, maar ineens is er toch land met heel veel sneeuw. Het ei weet niet wat sneeuw is, maar voelt instinctief aan dat het moet drinken. Het ei weet ook niet wat zand is. Het ei is een kleine pinguïn, ze weten niet wat sneeuw of zand is, laat staan het verschil tussen beide. Het ei is moe en voelt zich niet goed, helemaal niet goed.

Xayaad hoeft niet meer te lopen, ze is er niet blij om. Ze vindt er eigenlijk niets van. Fuaad heeft een beetje vocht gekregen en om haar heen zijn vreemde mensen met camera’s die haar en alle anderen om haar heen filmen. Van heel dicht bij hebben ze haar zoon gefilmd. Hij keek in de camera met dezelfde holle ogen die Xayaad al dagen ziet, of ze haar zoon nu aankijkt of niet. Ze begrijpt het niet, ze wacht en wacht.

Het ei wordt omgedoopt tot Happy Feet, want mensen hebben haar gevonden. Happy Feet weet niet wat mensen zijn, ze is immers een pinguïn, ze hapt naar de handen die haar proberen te bereiken, maar het is vruchteloos. De handen zijn sterker en zij heeft veel pijn, want ze heeft haar maag vol sneeuw, zand of wat het ook moge zijn, dat weten pinguïns namelijk niet. Happy Feet weet niet dat hij geopereerd wordt, dat hij verzorgd wordt en wereldnieuws is. Happy Feet is immers een pinguïn, een voormalig ei met een mag die vol zand, of sneeuw zat. Ze weet het niet. Ze krijgt veel vis en wordt gefotografeerd.

Een witte mevrouw benadert Xayaad en stelt haar vragen. Ze begrijpt de mevrouw niet,  maar een andere mevrouw spreekt wel haar taal. Eigenlijk begrijpt ze die mevrouw ook niet, maar ze showt Fuaad en zegt verder niet. Ze doet haar lippen van elkaar en laat haar tanden zien. Grote witte tanden in een hol gezicht. Ze weet het niet. Ze lacht niet eens, ze kijkt met haar mond open. De witte mevrouw pakt haar zoon op en kijkt zorgelijk. De witte tanden staan roerloos in een dof gezicht. Het zijn geen Happy Teeth, maar Xayaad weet het niet.

Er is veel drukte om Happy Feet, ze weet het niet. Ze heeft geen sterallures, ze is immers een pinguïn. Een pinguïn die terug mag naar de andere eieren. Dat kost 18000 dollar en dat is veel, heel veel geld. Happy Feet weet niet of dat veel is, ze weet zelfs niet wat dollars zijn, maar ze voelt zich goed, ze is sterk en is wereldnieuws, het staat in alle kranten. Pinguïns lezen niet, ze eten, paren en zwemmen hopelijk de goede kant op, voor 18000 dollar en misschien ook wel niet voor datzelfde bedrag.

De witte mevrouw heeft het warm en zwaait met een stuk papier, een krant dat hete lucht maakt. Op de krant een pinguïn. Xayaad weet niet wat pinguïns zijn, ze kan ook niet lezen en dat is soms maar goed ook.

Mijn filmblik op Cidade de Deus

Ooit was ik in Rio de Janeiro, City of God. 16 lentes jong en nog vrij onbedorven, maar ook niet geheel naïef. Ik wist dat er armoede was en dat daarmee niet altijd de beste eigenschappen van de mens naar boven komen. Bij rijkdom trouwens ook niet. Ik wist niet echt duidelijk dat Rio één van de wereldsteden was met de slechtste reputatie op dit gebied. Misschien was dat toen minder omdat Brazilië nog een dictatuur was. Inmiddels is Brazilië een democratie, economisch booming en het wereldkampioenschap komt in 2014 en Rio de Janeiro is tevens gaststad voor de Olympische Spelen van 2016.

Werk aan de winkel dus voor de autoriteiten, wetende dat de autoriteiten, lees politie, een onderdeel van het probleem zijn in de favelha’s in Rio. De politie is bestrijder, leverancier, dader en doorgeefluik van de misdaad, zo leert ons het nieuws. Af en toe sijpelt dat hier door en soms krijgen we een documentaire met de achtergronden. Ik heb zo maar de indruk dat het aantal journalistieke reportages zal toenemen naarmate de grote evenementen dichterbij komen. Ik weet niet of de film gemaakt is als anti-reclame (2002), maar de organisatie en de autoriteiten zullen er in ieder geval niet blij mee zijn.

Cidade de Deus is een knalharde film over misdaad in de sloppenwijken van de stad waarbij de zeggenschap over drugs, wapens en vrouwen de drijfveren zijn om te strijden (voor het dagelijks bestaan). Het potentieel van boeven en boefjes is oneindig zolang de armoede oneindig is. In de film worden een aantal jonge jongens gevolgd in een aantal leeftijdsstadia van hun jonge leven. De hoofdpersoon heeft echter andere ambities dan de criminaliteit en wil fotograaf worden. Uiteindelijk lukt hem dat als hij bende-oorlogen van binnenuit kan vastleggen. Als kijker word je tot dat moment wel getrakteerd op een behoorlijke portie geweld waarvan ik maar moet aannemen dat het een realistisch kijk geeft op de werkelijkheid. Het is voor een gewoon Nederlands burgermannetje amper te bevatten, het lijkt eerder de Stad van God los, maar die titel bestaat inmiddels al.

Het gewelddadige karakter van de film is volgens mij niet overdreven, maar het is niet mijn genre. Hoewel het verhaal van de fotograferende sloppenwijkjongen op waarheid gebaseerd is, lijkt het toch heel vaag de rode lijn te zijn in de film. De ontwikkelingen en verharding van de misdaad staat nadrukkelijk centraal. De film begint ‘relatief’ onschuldig in een kleine stad in de jaren ’60. Armoede dreef velen naar de stad op zoek naar nieuwe kansen. Met de disco en de 80-ties komt de film tot een gewelddadige climax.

Ondanks het geweld en de armoede lukt het de filmmakers, misschien door de muziek en de toeristische plaatjes, Rio toch nog steeds een sexy karakter mee te geven. Rio stinks, but it swings.

De film, mogelijk als anti-reclame voor de verkiezing van de grote evenementen in 2014 en 2016 is gelukt, maar niet geslaagd. De evenementen komen. Zonder geweld zou de anti-propaganda nergens op slaan, maar het is niet mijn genre. Ik sta bij de beoordeling dus eigenlijk dubbel, intrigerend, maar toch……

Ik houd het op een 7.

 

Eerdere blikken op film:

De King’s Speech

Eat Pray Love

Unter Bauern

Tirza

De eetclub

Loft

Bienvenue chez les Ch’tis

De Tweeling

Mijn filmblik op De Tweeling

Misschien al vijf jaar ligt de video van De Tweeling al in de boekenkast om gezien te worden. Een koopje in het postvideo tijdperk. Het kwam er niet van omdat ook de videorecorder hoogbejaard was geworden en op de stapel ‘zonde om weg te gooien, maar ik doe er ook niets meer mee‘ is komen te liggen. Het apparaat lag te verstoffen net als de video. Dat geldt niet voor het positieve beeld dat ik heb overgehouden van het gelijknamige boek van Tessa de Loo. Het is mogelijk al wel tien jaar geleden gelezen, maar het verhaal staat me nog levendig bij al zullen de details wel wat fletser zijn geworden. Misschien was dat wel de onbewuste reden om niet aan de Oscargenomineerde film te beginnen.

Het moest er toch maar eens van komen en wel op vakantie in Portugal, want ook op vakantie ben je wel eens uitgekeken of is de lust om te lezen wat minder. Ik heb me voorgenomen geen vergelijk te maken met het boek.

 

Met dat goede voornemen kan ik echter verklappen dat ook de film indrukwekkend was. Twee zusjes worden in het na-oorlogse (Eerste Wereldoorlog) Duitsland van elkaar gescheiden. Tweelingzusjes welteverstaan en wetende hoe sterk de band tussen een één-eiige tweeling is, ben ik enorm onder de indruk wat de sociale omgeving met mensen kan doen. Hoe het hun levensperceptie bepaald, hun beslissingen beïnvloed en bovenal een starheid kan bewerkstelligen die zelfs de band tussen tweelingzussen kan verstieren.

Het loopt echter goed af in de film, uiteindelijk vinden de zussen, inmiddels sterk op leeftijd, elkaar fysiek en geestelijk weer terug. Via flashbacks vertellen ze elkaar hun levnesgeschiedenis. De één heeft nadrukkelijk de hele opkomst van Hitler-Duitsland meegemaakt met alle mogelijke misère, de andere opgegroeid bij een gegoede familie in Nederland, maar ook in relationele sfeer tikken van de oorlog meegekregen.

De rollen van Anna en Lotte worden uitstekend vertolkt op jong volwassen leeftijd door Thekla Reuten en Nadja Uhl, maar vooral de bejaardenrollen door Ellen Vogel en Gudran Okras vond ik subliem.

Thekla Reuten en Nadja Uhl

Voor mezelf vond ik De Tweeling wederom een film over de Tweede Wereldoorlog waarbij het onderscheid tussen goed en fout zo ontzettend betrekkelijk is geworden. Dat kwam ook bij ‘Zwartboek’ al nadrukkelijk naar voren en zeker bij de Duitse verzetsfilm “Unter Bauern’ is de scheidslijn tussen goed en fout niet eenduidig aanwezig. Uiteindelijk is dat ook bij De Tweeling het gesprek tussen de bejaarde zussen die ervoor zorgt dat het zwart-witdenken vervaagd. Goed en fout bestaan niet als het gaat om zulke allesomvattend menselijk leed zoals de Tweede Wereldoorlog.

                                 Gudran Okras en Ellen Vogel  

De film eindigt voor mij onverwacht, ik zal in het boek van Tessa de Loo moeten nakijken of het einde filmisch is aangepast.

Al met al voor mij een film die een dikke 8 verdient, een 8+ dus.

 

Eerdere blikken op film:

De King’s Speech

Eat Pray Love

Unter Bauern

Tirza

De eetclub

Loft

Bienvenue chez les Ch’tis

Mijn Filmblik op ‘Bienvenue chez les Ch’tis’

Bienvenue chez les Ch’tis, een Franse film, dat op de hoes meekrijgt de beste Franse komedie van het jaar te zijn, belooft wat of is een goedkope marketing truck. Van welk jaar is me trouwens niet duidelijk, maar komt door mijn aanstaande leesbrilgevoeligheid. (2008 blijkt later) Bij Franse komedies kom ik niet verder dan Louis de Funes, een held van mijn vader en dientengevolge heb ik heel wat clowneske situaties op mijn netvlies staan. Vader Rabbi was zijn favoriet.

Nu dus een hedendaagse Franse komedie, van Danny Boon. Nooit van hem gehoord uiteraard, hij speelt ook een (de) hoofdrol samen met o.a. Kad Mesrad, Zoé Felix, Anne Marvin en Lorenzo Ausilia-Foret om maar wat grootheden te noemen.

 

En wat heeft een goede komedie nodig? Een paar platheden en vooral enkele vooroordelen. Bij een goede uitwerking, succes verzekerd, een verhaal is dan van secundair belang. Bienvenue chez les Ch’tis werkte uitstekend. Een vrouw uit de Provence die het aanvankelijk hoog in de bol heeft, forceert haar sukkelige man promotie te maken bij de post en te solliciteren voor een baan aan de Côte d’Azur. De opzet mislukt en de postbode wordt overgeplaatst naar Bergues, het Noorden van Frankrijk, bij het verfijnde boerenvolk die zich de Ch’tis noemen. Bovendien is in de perceptie van de Franse zuiderlingen Noord Frankrijk dicht bij de Noordpool. Philippe, de postbode gaat uiteraard alleen zonder vrouw en kind. Vele lachsalvo’s en verwikkelingen later loopt het goed af met iedereen.

Een prima geslaagde komedie, voor mij een 7,5

 

Eerder verschenen filmblikken

De King’s Speech

Eat Pray Love

Unter Bauern

Tirza

De eetclub

Loft

Een Asielverhaal in Nederland / Mahmoud Karamzadeh

Door de ogen van een ander, kijk je naar je eigen land. Dat is wat er gebeurt in ‘Een Asielverhaal in Nederland’ van Mahmoud Karamzadeh, een voormalige asielzoeker afkomstig uit Iran. De promotie van het boek door de schrijver via Twitter viel bij mij in vruchtbare grond. In een van de eerdere boekbesprekingen schrijf ik dat een recensie meer zegt over de recensist dan over het boek, zeker bij mij. Karamzadeh wil mij als lezer, als representant van de autochtone bevolking, een spiegel voorhouden. Hij doet dat op een wijze die uiting geeft aan zijn wrevel en boosheid. Door zijn verhaal moet Nederland beseffen hoe het omgaat met zijn asielzoekers.

Voor ik verder ga, een kort intermezzo. Gistermiddag bij een familiebijeenkomst ging over het beeld dat wij Nederlanders hebben van ons zelf en denken hoe buitenlanders over ons denken. Ik weet nog dat ik in de jaren zeventig en tachtig louter hoorde dat we een vrijgevochten en liberaal volkje zijn, dat veel respect verdiende in het buitenland. We zijn een gidsland vonden we zelf, tegengeluiden hoorde ik niet. Als we in Duitsland, het toenmalige Joegoslavië of in Spanje een borrel dronken op vakantie en in aanraking kwamen met de lokale bevolking ging de conversatie vaak niet verder dan: ‘Holland is gut, Johan Cruijff en ‘flat and rich country’, later kwam daar de waardering of afkeer van het liberale drugsbeleid bij. Natuurlijk was Nederland goed, we waren de toeristen die geld in het laadje brachten, dus we werden echt niet geschoffeerd. We zijn het in grote getalen blijven geloven. Echter de laatste tien jaar stappelen de tegengeluiden zich op met als gevolg dat we gereduceerd worden tot een gewone natie met voor- en nadelen. Dat is maar goed ook want onze heimelijke superioriteit als gidsland is volstrekt belachelijk. Als een discussie hoog oplaait, wil ik nog wel eens zeggen. “Alle vooroordelen die wij hebben ten aanzien van de Duitsers zijn ook op ons van toepassing. Er is een verschil, Duitsers hebben over het algemeen beleefdere omgangsvormen, terwijl ik ons zelf af en toe wel heel horkerig vind. Het heeft wederom beide zijn voor- en nadelen.”

Terug naar het Asielverhaal van Karamzadeh dat begint in 1994 als hij aankomt met zijn toenmalige vrouw en 7 maanden oude dochter. Ik kan u verklappen het komt uiteindelijk procedureel allemaal goed. Karamzadeh krijgt zijn verblijfsstatus. Karamzadeh heeft het boek geschreven voor zijn dochter die inmiddels 17 jaar is en zich misschien geen voorstelling kan maken dat ook zij onderdeel is geweest van de Nederlandse asielprocedure. Mahmoud Karamzadeh is gescheiden en heeft een CV dat bewijst dat hij zich een positie in de Nederlandse samenleving heeft weten te verwerven. Zijn boosheid is na ruim zestien niet verdwenen.

Een asielverhaal dat ons een spiegel voorhoudt, we moeten het eigenlijk allemaal lezen, zeker met bovenstaande intermezzo in het achterhoofd. Want wie enige kennis heeft hoe wij omgaan met vreemdelingen, hoe enorm bureaucratisch onze instellingen werken en hoe ‘slecht’ er gekeken wordt naar de invidivu, zal begrijpen dat Karamzadeh ons geen veren in de reet steekt. Integendeel, ik vind namelijk ook dat we ons moeten schamen.

Op pagina 14 schrijft de auteur:

‘Wij waren niets. Wij waren asielzoekers die een bevel moest volgen. Ik had geen stem. Wanneer ik, op dat moment, rondkeek zag ik niets anders dan kale politiemannen in witte hemden. Niet dat zij niet lachten, maar ze deden wat zij moesten doen. Niemand luisterde naar ons. Zo te zien stond een leger klaar om mijn soortgenoot bij te staan, maar interessant genoeg met fijn gedefinieerde procedures. Er was geen speld tussen te krijgen. Mensen die mij hielpen, leken mij fantastische robots. Wij werden omsingeld door lachende robots.’

Mahmoud Karamzadeh

Een Asielverhaal in Nederland

Ervaringen van een voormalig asielzoeker uit Iran

Uitgeverij Boekenbent

2011

Vreemd genoeg begon voor mij vanaf dat moment het boek en niet als het vechten tegen een verwijt van een ‘buitenstaander’, maar vooral als een feest der herkenning. Ik ervaar Nederland en haar overheidsdiensten, met name de geestelijke gezondheidszorg en het onderwijs, als logge domme instanties die geen mensen helpen, maar procedures afwerken en iedereen die buiten de mal van die procedure valt, heeft een groot probleem. Ik hoefde niet wakker geschud te worden door ene Karamzadeh, eigenlijk zou ik mee willen schudden op basis van soortgelijke ervaringen. En dat doe ik op een ander blog namelijk: www.dolgedraaid.wordpress.com

Weer terug naar het Asielverhaal. Net zoals een recensent door het schrijven van een recensie vooral zichzelf blootgeeft, zo geldt dat ook voor het ‘antropologische’ commentaar van een voormalig asielzoeker. Qua inhoud kan ik de auteur dus goed volgen, maar de vorm waarin het boek gegoten is, de wijze waarop juist deze man gekozen heeft voor bijna letterlijk vechten naar een goed einde van de procedurere voor hem en zijn familie, zegt ook iets over de man zelf. Want zou een Angolees precies hetzelfde ervaren, of een Senegalees of iemand uit Birma? Ik denk het niet. Zou iedere Iraniër hetzelfde ervaren hebben? Alleen al het verschil tussen mannen en vrouwen, tussen een elitaire bovenlaag uit het land van herkomst of minder fortuinlijken. Kortom legio van verschillen. Waarom deze nuancering? Ik begon dit stuk met de vermelding dat een recensie iets zegt over de recensist. Zelf heb ik ervaring als vrijwilliger in een Asielzoekerscentrum (AZC), heb drie jaar gewerkt op een gespecialiseerde psychiatrische afdeling voor vluchtelingen en asielzoekers en in mijn huidige werk als reclasseringswerker kom ik soms ook (voormalige) vluchtelingen tegen. Gewild of ongewild vormen zich dan (voor)oordelen over groepen van vluchtelingen, noem het gemakzuchtige karakteriseringen. Karamzadeh voldoet in mijn optiek aan de karakterisering van (de bovenlaag) van Iraanse mannen: ‘Uiters beleefd, zeer trots en overtuigd van zichzelf.’ Nuttige eigenschappen om bijvoorbeeld een bijna hopeloze asielprocedure vlot te trekken. In plat-Nederlands zouden we zeggen dat Iraanse mannen de neiging tot (zeer) lange tenen hebben.’

Dat neemt niet weg dat de auteur ons in ieder geval een zeer nuttige spiegel heeft voor gehouden, maar wel een spiegel op Iraanse leest gebouwd. Het geeft een impressie van de werkelijkheid, maar is niet louter een natuurgetrouwe weergave. Het zou goed zijn dat ieder land een fictieve lachspiegelzaal laat bouwen met spiegels vervaardigd door een zeer divers pluimage van buitenlanders. Het laat je even onbedaarlijke lachen, vervolgens goed nadenken en al die ‘rare’ spiegelbeelden samen moeten een goede voedingsbodem zijn voor een betrouwbaar (nationaal) zelfbeeld.

Zoals iedere boekervaring, krijgt ook dit boek een cijfermatige waardering van mij. Ik geef het boek een dik verdiende 8, niet zozeer om de literaire kwaliteiten, wel omdat het boek mij geestelijke op een prettige manier een tijd heeft bezig gehouden.

================================================================

Interesse in eerder verschenen boekervaringen, dat kan. Nu in één overzicht bij elkaar, volg de link.

Roodeschool, dorp van begeerte

 

Het treinstation in Roodeschool

Verlangens uit 2008 zijn nog niet vervuld, dus deze gouwe ouwe van mezelf maar eens geplaatst.

Ineens had ik vandaag de onweerstaanbare behoefte om naar Roodeschool te gaan. Waarom? Ik heb geen idee hoe deze gedachte in me is gevaren en waarom juist Roodeschool? Misschien dat grondige psychoanalyse op Freudiaanse leest meer inzicht zal geven, maar daarmee ga je niet naar een psychiater. ‘Beste dokter kunt u duiden waarom ik de behoefte heb om naar Roodeschool te gaan?’ De zielknijper zal raar staan te kijken met zo’n hulpvraag. Het is dat met de wens om naar Roodeschool te gaan je geen gevaar bent voor jezelf of je omgeving, dus niet met een Rechterlijke Machtiging kunt worden opgenomen. En dat is maar goed ook, want dan kan ik al zeker niet naar Roodeschool.

Roodeschool, ik ken de naam van mijn topografielessen op de lagere school. Was dat nu de eerste plaats die je moest leren, of was dat toch Delfzijl of Winschoten. Als ik mijn ouders zou bellen, kunnen ze me het antwoord op die prangende vraag meteen geven. In mijn tijd had ik sporadisch nog te maken met verouderde lesmethodes, maar de degelijkheid van onderwijs van direct na de Tweede Wereldoorlog heb ik niet in mijn bagage.

Waarom ga je niet naar Roodeschool kunt u zich afvragen? Praktische bezwaren denk ik. Doordeweeks moet ik werken en in het weekend zijn ook tal van bezigheden die een trip naar het uiterste Noorden van ons land in de weg staan. En als ik het voorstel zou doen om een camping of huisje tijdens de zomervakantie te boeken in Roodeschool, mochten die al aanwezig zijn, zal dat in huiselijke kring op weinig enthousiasme kunnen rekenen. Ik druk me dan voorzichtig uit. Bovendien, hoe klein Nederland ook is, een retourtje Roodeschool is al snel een volle tank benzine en dat is om milieutechnische redenen onverantwoord om gewoon eens te kijken in Roodeschool.

Dus, we googelen maar eens om te kijken wat Roodeschool te bieden heeft. Het is weliswaar een pover alternatief voor een echt bezoek. De herkomst van de naam kom ik te weten en is weinig verrassend, een foto heb ik niet kunnen vinden van een rood schooltje uit 1830. Om milieubezwaren te omzeilen kan ik met de trein naar Roodeschool leer ik en het plaatsje van mijn begeerte maakt deel uit van de gemeente Eemsmond, waarbij men kan genieten van de weidsheid van het Groninger landschap. Een impressie van het plaatsje zelf, volgens de tekst van oudsher een lintdorp, heb ik niet kunnen vinden op foto’s. Dus daarmee blijft de charme van Roodeschool nog een groot geheim voor me.

Maar de charme van Roodeschool ten spijt, Roodeschool zal het voorlopig zonder mij moeten doen en ik zonder Roodeschool. Maar zoals ze over het Italiaanse Napels zeggen, geldt voor mij: ‘Eerst Roodeschool zien, dan pas sterven.’

Dutch male pussy’s with power

Thailand krijgt een vrouw als premier, Yingluck Shinawatra. Nu ook Thailand, al is ze de broer van. Enige jaren terug, toen het er naar uit zag dat Ségolène Royal de huidige Franse premier Sarkouzy zou doen verbleken, maakte ik al eens een kleine opsomming. Vrouwen op de hoogste posten in de Scandinavische landen is eerder regel dan uitzondering. In het conservatieve Engeland galmt het feminiene van Margaret Thatcher nog door in de 21e eeuw. De Duitsers hebben Angela Merkel. In Zuid-Amerika is inmiddels ongeveer de helft van de presidenten een vrouw. Het zwaar Islamitische Pakistan is al door een vrouw geleid, de Filippijnen idem dito en welk zich zelf respecterend land heeft geen vrouwelijk chef of the country gehad? Sinds gisteren doet Thailand mee, maar Nederland? Beatrix tel ik natuurlijk niet mee. Ik vraag het me af of ik het in mijn leven nog mee ga maken. Statistisch moet ik nog een kleine 35 jaar mee gaan, mijn rookgedrag daargelaten, dus mijn verwachtingen zijn niet hoog gespannen op dit gebied.

Dat gelul over dat glazen plafond dat deugt niet meer, want als het in vele landen kan, waarom dan niet in Nederland. Wij zijn echt geen betere glasblazers dan elders in de wereld. Vrouwen zijn, zeggen feministische kenners, niet ambitieus genoeg in Nederland. Zij verkiezen kinderen boven carrière, prefereren deeltijdbaantjes en hebben het dol op het schoolplein met hun VINEX-vriendinnen. Waarom is dat in Nederland zo anders?

Ik denk het geheim te kennen. Wij Nederlandse mannen zijn misschien wel de grootste watjes ter wereld, echte non-macho’s en geboren softies. Dat lijkt een vreselijk pakket aan verderfelijke eigenschappen en dat is het natuurlijk ook. Het heeft echter ook voordelen. Naast de vrouwelijke communicatieve touch die ons geëmancipeerd maakt, zorgt het ervoor dat vrouwen een loer wordt gedraaid. Die vermeende zachtheid zorgt ervoor dat zij minder ambitieus worden, minder hoeven te vechten voor hun positie en sneller tevreden zijn met kroost en zelfontplooiing in afgepaste deeltijdbaantjes. Dolletjes, vooral voor ons mannen. We hoeven onze posities niet af te staan en worden niet versleten voor een stelletje ploerten. Goed we zijn geen macho’s, maar wel mannetjes met macht en positie. Zo zit dat in Nederland en niet anders. En ik denk dat het goed is.

Dansen, een fenomeen door het dansfenomeen

Dansen, ik vind het een absurde bezigheid, hoewel ik besef dat ik misschien wel raar ben. Maar objectief gezien heb ik gelijk. Er zijn gelegenheden en tijdstippen waarop mensen de mogelijkheid hebben om zich onnatuurlijk te gaan bewegen, meestal op muziek. Heel vreemd denk ik dan, want als het iets natuurlijks is, waarom dansen we niet standaard op weg naar school of als we wachten op de trein? Dat doen we niet, want dan bellen we mannen met witte jassen om het straatbeeld te fatsoeneren. Nu heb je dansen en dansen. Het stijldansen vind ik ook raar, maar daarbij zijn er nog afspraken wie, wat en wanneer moet doen. De rol tussen man en vrouw staat vast. Voor het observeren van de relatiesterkte is een koppeltje op de dansvloer op zich een allervermakkelijkst tafereeltje. Zoals gezegd, ook stijldansen vind ik raar, hoewel als 15-jarige heb ik me door vrienden laten overhalen om op les te gaan. Goede cijfers ten spijt, sindsdien heb ik eigenlijk nooit meer in stijl gedanst. Ik laat me niet gemakkelijk in (dans)patronen vatten. O, zult u denken dan ben ik mogelijk meer het type van de vrije expressie of een anarchist op dansgebied. Nee, driewerf nee.

Ik ben niet het type dat anderen mensen wil verbieden ongecontroleerde bewegingen te maken, maar dat neemt niet weg dat ik het een raar fenomeen vind. Neem, nu ‘house-achtige’ muziek, van diverseteit in stromingen heb ik geen weet, voor mij staat er een machine aan en de beats bepalen de dansmodus van dat moment. Met soms honderden tegelijk staan zweterige jongeren te hupsen en maken bezwerende bewegingen met hun handen en vingers. ‘Je moet je mee laten gaan op de beats!’ Ik moet helemaal niets, ik vind ze gewoon niet goed wijs. Of wat te denken van een ouderwets Hollands gezelligheid met deuntjes als ‘Geef mij maar Amsterdam’. Ik zie bruine kroegen of bejaardencentra voor me, waarbij mensen elkaar bij de schouders pakken en achter elkaar aansjokken. Dat is toch bizar. Als kleuter vond ik iets in een kringetje al onprettig tijdverdrijf..

Of wat te denken van bruiloften en partijen, op de keeper beschouwd toch hoogst schizofrene festiviteiten. Netjes gekamt, goed gesoigneerd in de nieuwste kleren komen brave burgers binnen, jong en oud. Als de muziek eenmaal begint, opent het bruidspaar de dans en al snel ‘moeten de voetjes van de vloer’. Waarom moeten de voetjes van de vloer? Na een beetje ‘harken’ op de dansvloer komen de modernere liedjes. Vrijdansen dus. Twee mensen gaan tegenover elkaar staan, zwaaien met de heupen, maken spastische bewegingen met hun hoofd en doen de voetjes van de vloer, meestal maar één tegelijk. Ziet u zoiets op het kantoor gebeuren, uiterst genant zou dat zijn. Dus waarom op een feest, dat nota bene leuk hoort te zijn wel.

Onlangs had ik een bruiloft met beats. Ieder bekend wijsje werd verkracht door keiharde beats, een gesprek was niet mogelijk dus er blijven twee opties over. Je staat langs de kant, kijkt en zuipt je klem of je gaat ook maar op de dansvloer. Nu heb ik een aardig ritmegevoel en ik ben geen stijve harkt. Toch voel ik me volstrekt belachelijk. Het lijkt of ik uittreed en ik zie mezelf precies hetzelfde doen wat ik hierboven verafschuw. Maar je moet wel, want de hele avond zuipen zonder een goede conversatie is niet goed voor lichaam en geest. Langs de kant verbaas ik me over hetgeen ik zie. Stellen die fictieve toneelstukjes opvoeren, theatrale eenakters of een masale epidemie van ADHD komen langs. En nergens zijn dwangbuizen te vinden hoor. Of wat te denken van bekende nummers van vroeger voorzien van een vette beat. Wel eens mensen op ‘Dirty Dancing’ van Patrick Swayze zien dansen? Mannen die met hun kruis tegen de billen van hun partner, tenminste daar ga ik dan maar van uit, rijen. Handen die niet rustig en kuis op een bil blijven, maar dieper weggraaien. Echte 18+ taferelen voor als je er oog voor hebt. Ik ga niet zedenpreken, maar doe dat maar eens tijdens de zaterdagmiddag boodschappen of als je voor school op je kinderen wacht. Dansen, het is een vreemd fenomeen.

Antropologisch zal ik wel een eenling zijn. Zulu’s hebben wilde krijgsdansen, Masai springen uren lang op het ritme van trommels, Grieken heb de Sirtaki en wij de klompendans. En met de globalisering dansen we allrn op de beats uit de machine. Ik liever niet, want ik vind dansen raar.

100% NL of af en toe een beetje Anschluss bij onze buren

Mijn antipathie tegen dit gedoogkabinet is niet geboren uit een standaard houding van ‘Ik ben tegû’ Op heel veel gebieden kan het beter en anders, sterker, moet het beter en anders. Mijn werkgebied, de geestelijke gezondheidszorg, is vergeven van bureaucratie. Daar wordt niets aan gedaan. Het onderwijs moet beter om ons te kunnen handhaven in de mondiaal veranderende omgeving, maar ik zie nog niet eens aanzet. Kunstbeleid is gericht op meer marktwerking, laat het dan zien. Nu moet e.e.a. verdwijnen, dus in de overheidsruif komt minder, maar het wordt ook met minder mensen gedeeld. Is dat verandering? En het ergste is het maniakale plezier dat de bewindslieden en vooral een aantal Kamerleden heeft, slechts om de “linksche kerk” te pesten, alsof kunst slechts voor links georiënteerde mensen is? Als je je zo presenteert, dan denk ik dat een beschavingsoffensief echt nodig is.

Maar wel heel veel symboolbeleid voor de Bühne. Kijk ons is streng zijn! Zie ons eens pro NL zijn! Kijk ons een empathisch zijn met dieren, maar verwesterde Afghaanse meisjes het liefst in handen van middeleeuwse tribale neanderthalers laten vallen. We zijn immers duidelijk, daar is iedereen bij gebaat.

Onlangs hebben we het vooraanstaande issue van de Nederlandstalige muziek verplicht op de radio mogen aanschouwen. De wereld kan vergaan, maar ‘Ouwe taaie, jippiejippiejee’ moet op de radio en de dames en heren politici van dit gedoogmonster zullen ervoor zorgen. Ook ik weet dat er prachtig Nederlandstalige muziek is, dus vandaar heb ik meteen een voorschotje genomen om ook twitter genoeg 100% NL te maken, in ieder geval 35%. Maar van overdrijven houd ik niet, dus meteen compensatie gezocht in de Franse chansons en vandaag dus de Duitse Schlager. Ook mooi. Misschien kan de politiek voor de ontwikkeling van de Nederlandse bevolking ook een percentage voor Frans en Duitstalige muziek instellen, puur voor educatieve doeleinden? Ik begrijp dat een limiet voor een Turks of Marokkaans moppie muziek iets te veel gevraagd is. Misschien toekomstmuziek, maar nu is het tijd voor de Duitse Schlager.

Via Twitter zal hieronder mijn top 10 geopenbaard worden.

Jij allochtoon, Griek, muzzelman Ich bin wie du http://bit.ly/1a7DjK Echt waar! #verplichtnederlandstalig Op nr.10 vandaag

99 proefballonnetjes, stoere taal voor de Bühne, geen lijn in het beleid en gevangen van elkaar #CDA #VVD #PVV http://bit.ly/GTvBW #verplichtnederlandstalig op nr 9

Skandall um Wer, Wie Wass? Waar zijn de waard & normen van Balkenende gebleven bij #CDA? Jedenfalls #SkandallumRosie op nr 8 http://bit.ly/cHAftE

#Rutte premier van alle NLers? Moet hij eerst leiding geven aan mensen die vrede hebben met zichzelf. Nonverbaal stralen ze onvrede uit http://bit.ly/12DXU0 op 7 #einbischenfriede

Beste gedoogpartners, vanavond een biertje, sigaretje en dan een persconferentie waarin aangekondigd dat #kabinetRutte een grote 1april grap was http://bit.ly/iX33eb nr6

#verplichtnederlandstalig of anscluss bij het Duits. Soms ook heel mooi #LudwigHirsch http://bit.ly/3edjiS laten alle vogels tot mij komen op nr5

Koning, keizer admiraal op het kleine kamertje allemaal gelijk, zo ook #majortom Een mooi uitgangspunt voor mededogen in beleid http://bit.ly/9b2Qiu  op nr4

Theo fährt nach Lodz maar mijnheer Rutte Wohin fahren wir, wir Niederländer? http://bit.ly/AF5X7 Ich habe keine Ahnung. #verplichtnederlandstalig op nr3

#VVD liberaal? #CDA christelijke waarden en mededogen? Goed #PVV anti Europees en nog meer anti, maar toch #Allemenschenwerdenbrüder http://bit.ly/la3RL  nr2

Schrikbeeld of werkelijkheid? Duet #Verhagen en #Rutte Ode aan Wilders http://bit.ly/3WbhEX Du Du Du laat het ophouden nr1

En hier draait het uiteindelijk allemaal om, het #bruttosozialprodukt http://bit.ly/5ZH7N  als extraatje voor #verplichtnederlandstalig