Kakelkrant van Sprakeloos 22: Het hondenasiel op het Binnenhof.

 

Het is genoegzaam bekend dat Geert Wilders eigenlijk niemand serieus neemt, vooral zijn eigen kiezers niet. Henk en Ingrid hebben nog weinig kunnen genieten van hun grote Roerganger, tenminste niet op politiek gebied. Zoveel heeft Geert nog niet weggehaald. Misschien zien zij in de clown Wilders wel een man van formaat. Hedenochtend bij de algemene beschouwingen was het weer zover, vooral heel veel pesten, maar weinig inhoud. En och, als Geert zijn eigen publiek meeneemt in de kamer, dan zullen er zeker mensen lachen als hij Job Cohen een poedel noemt. Een hondje dat af en toe mag keffen, maar snel weer in de schoot van het gedoogmonster kruipt. Geert Wilders heeft heel goed door dat er voor Henk en Ingrid weinig te genieten valt, dus hij projecteert zijn eigen gedoogbeleid op Job Cohen, de poedel.

Maar als ik van de Tweede Kamer nu eens een hondenkennel maak en de poedel is al bekend, wat zijn dan de andere honden in het blafconcert van de Algemene Beschouwingen. Ik ga een poging wagen, al ben ik kynologisch niet zo goed onderlegd als Geert Wilders zelf uiteraard.

Emiel Roemer/ SP–>een echte Sint Bernard

 

Een lobbes, een goedzak en doet altijd een duit in het zakje voor de onderdrukten en nooddruftigen. Vaatje rum (of andere hartversterkende middelen) altijd bij de hand. .

 

Jolande Sap/ Groen-Links–>een echte Ierse Setter

Op het eerste oog een prettige hond, leuk om te zien, maar wel zenuwachtig. In een zenuwbui, laat ze haar valse tanden zien. Ze kan gemeen bijten, ook in zaken waarin je beter niet kunt bijten. Die ervaring maakt haar dan nog zenuwachtiger.

 

Alexander Pechtold/ D66–>een echte Golden Retriever

Schrander, tikje arrogant met behoud van speelsigheid, maar wel op eigen voorwaarden. Als het zijn eigen weg gaat, dan dreigen alle positieve eigenschappen als sneeuw voor de zon te verdwijnen.

 

Kees van Staaij/ SGP–>Een echte Keeshond

Gedegen, ouderwets en past goed in het decor van Ot en Sien. Daar voelt hij zich dan ook het beste thuis. Hij is heel lief voor bekenden in eigen kring, maar fel en vervelend naar andersoortigen.

 

Stef Blok(VVD) & Syband van Haersma Buma (CDA)–> Echte trouwe herdershonden

Loyaal tot op het bot, ze houden trouw de wacht bij het gedoogmonster, kabinet Rutte 1. Ze halen fel uit als iemand het benadert en zoals echte honden betaamd, ze vragen niet af wat ze bewaken. Ze bewaken.

 

Mark Rutte (minister-president)–>een echt schoothondje

Welgemanierd, maar onecht en niet oprecht. Een schoothondje dus, het ziet eruit om op te eten, maar heeft ondertussen hele nare scherpe tandjes. De gevleugelde uitspraak van Godfried ‘was ik maar twee hondjes, dan konden we samen spelen’ geldt ook voor hem.

 

Maxime Verhagen (vice-minister-president) –>een echte teckel

Kynologisch een probleem, want ratachtige hondjes doemen op. Op zijn nachtkastje ligt echter de biografie van Norbert Schmelzer, zijn grote held. Dus de teckel past bij hem.

 

En bij een hondenkennel past goede leiding. Marianne Thieme vertrouw ik heel weinig toe, maar een goede hondentrainster zal ze toch zeker zijn. Meehuilen bij al het leed dat de viervoeters zal overkomen. Ze is voor mij de Akela van de honden, de moeder van het stel, de oorsprong ofwel de wolf. Haar eerste taak is, buiten het slechten van alle ruzies, op zoek gaan naar een vermist hondje, namelijk het slobhondje, waarvan de ware identiteit op dit moment erg onduidelijk is. Vermist en gemist dus.

 

 

 

Missen we verder nog wat? O ja, de vechthond. Het beest dat vecht om te vechten, zonder duidelijk doel. Het existeert op basis van slechte vibraties en boezemt bij sommigen ontzag in, maar is bij weinigen geliefd. Ben benieuwd of de grote Kynoloog Wilders zich hierin kan vinden.

 

Kakelkrant van Sprakeloos 21: De Jager en zijn cijfers, what’s new?

 

‘We are a great nation’

Dit zul je niet zo snel horen uit de mond van de Nederlander. Somberheid troef op dit moment en een goede reden om te klagen is snel gevonden. Wat deze zaken betreft ben ik een uitstekende afspiegeling van de gemiddelde Nederlander. De diepte van mijn misantropische bui maakt dat ik soms mild gestemd ben en op andere momenten een ‘cultuurpessimist’ van het zuiverste water.

Hedenmiddag mogen we weer de sombere boodschap aanhoren van in zwart geklede mannen en dames in ‘kekke’ hoedjes, uitgesproken door ons aller Hoedjeshoofd, oftewel Hare Maje. En weet u, dat de klankkleur van de boodschap me meer doet dan de kale cijfertjes. Ik zal u dat nader uitleggen.

Ik ben van 1966 en in de periode van Joop Den Uyl werd ik een beetje maatschappelijk bewust. De oliecrisissen uit die periode bracht veel sombere gezichten, maar de financiële impact ontging me volledig. Dat is maar goed ook, ik was een kind, en genoot van het rolschaatsen op de autoloze zondagen. Kabinet Van Agt/Wiegel stond in het teken van bezuinigingen (Bestek 81). De periode Lubbers in de jaren tachtig was dit niet anders. Dus de bijborende minister van Financiën (voornamelijk Fons Van der Stee en Onno Ruding) hadden voornamelijk zure cijfermatige boodschappen. Het is de mannen niet aan te rekenen. Vervolgens kwam Wim Kok, aanvankelijk ook niet zo heel optimistisch. Toch heeft hij ooit voorgesteld de wave te beginnen, een echte trendbreuk. Toen mocht Gerrit Zalm het koffertje hanteren. Aanvankelijk had hij de wind nog in de zeilen, maar goed, Zalm heeft het vermogen om de slechtste boodschappen nog met een aanstekelijk schaterlach te presenteren. Bij Wouter Bos kwam de somberheid er weer keihard in door de kredietcrisis. De cijfermatige verwachting is ook voor de komende jaren niet goed.

Mijn conclusie is dus dat ik, uitzonderingen, daargelaten, al ongeveer 30 jaar geconfronteerd word met magere cijfers op Prinsjesdag. Bezuinigen, afslanken, ombuigen of ‘eerst het zuur, dan het zoet’, geeft er maar een kwalificatie aan, of je hebt Prinsjesdag samengevat. De sombere cijfers van De Jager, die we inmiddels allemaal al kennen, maken geen indruk meer. It’s business as usual.

De achterliggende somberheid stemt tot meer hoofdbrekens. Dat we als Nederlanders niet op zijn Amerikaans gaan ‘yellen’  ‘We are a great nation’ is geen ramp, maar als de somberheid in de poriën gaat sluipen, dan wordt het pas echt erg.

Kakelkrant van Sprakeloos 20: Rattevanger, mag deze Rat ook mee?

Ik kakel wel, maar dientengevolge ben ik geen rat. Zonder omhaal van woorden lek ik de strekking van mijn brief aan het CPB en de verschillende andere eerbiedwaardige instituten aan u door. Ik ben het zelf die lekt, het is maar dat u het weet. Hiervoor heb ik geen spindokters nodig, zelfs geen gerenommeerde krant. Ik gebruik gewoon mijn eigen Kakelkrant. Daar kan Maxime Verhagen nog een puntje aan zuigen. Want als het over cijfermatige ontevredenheid gaat, denk ik veel meer recht van spreken te hebben dan dat Limburgse mannetje dat acteert als een groot politicus. Verhagen wiens partij veel minder dan 10 procent van de virtuele kiezers vertegenwoordigt, onder de duim wordt gehouden door een ander raar Limburgs mannetje en in de schaduw staat van ’s land grootste PR-marionet. Maxime Verhagen reageert zijn onkunde en onmacht af door te spuien naar de brenger van de slechte boodschappen, het CPB, terwijl hij en passant zijn vileine boodschap waarschijnlijk ook nog doorlekte naar de Telegraaf.

Ik schreef hedenmiddag over mijn ontevredenheid aan het CPB ten aanzien van:

  • de hoogte en doelmatigheid van de door mij te ontvangen PGB gelden voor mijn zoon
  • de belachelijke hoeveelheid geld die in bureaucratische processen wordt gestopt zodat mensen als Maxime Verhagen denkt beleid te kunnen maken en te kunnen controleren. De corebusiness doet niet meer ter zake, bijvoorbeeld in de GGZ. Geld wordt ingezet in nutteloze procedures, systemen, interim-managers, onderzoeksbureaus en afkoopregelingen voor Jan Doedels die ver boven de Balkenende-norm krijgen, niet verdienen uiteraard.

Ook heb ik een brief geschreven naar de belastingdienst omdat ik te weinig terug krijg op basis van verkeerde cijfers inzake het loongebouw waarbij ik kan onderbouwen dat ik te weinig verdien. Verder heeft de Radboud Universiteit in Nijmegen een gepeperde brief van mij gekregen omdat ik met terugwerkende kracht niet eens ben met de beoordeling van mijn scriptie. Bovendien mocht het onderwijs beter, toen al, zodat ik niet van die rare stukjes zou hoeven te schrijven. Het zijn zo maar enkele zaken, waarover ik jarenlang gezwegen heb. Maar nu een Excellentie een aanval op de instituties doet, kan ik niet achter blijven. Een goed voorbeeld doet goed volgen.

 

Ik heb nog één suggestie voor een boze brief van de hand van Verhagen zelf, namelijk, misschien kan hij het CPB laten uitrekenen of in de Raad van Elf, naast de Oppernar, wel elf ministers zitting hebben. Ook kan hij laten uitrekenen hoeveel het iedere Nederlander kost dat ze die bruine schaduw rondom dit kabinet blijven gedogen. Meten is namelijk weten.

Kakelkrant van Sprakeloos 19: Gangbang van dit kabinet

 

De liefde van de PVV voor de regering is zeer betrekkelijk. Dat wist een ieder die maar een greintje mensenkennis heeft. De liefde is zeker niet onvoorwaardelijk en dat is ook goed te zien aan de krampachtige lichaamshouding van de verschillende CDA en VVD politici. Eigenlijk willen ze niet, maar dorsten geen nee te zeggen. De PVV-ers hebben ogenschijnlijk minder last van de koelte binnen het gedoogconstruct. Wilders gaf  andermaal woorden aan zijn verhouding met het CDA en de VVD door te spreken van een verstandshuwelijk.

Er is natuurlijk niets mis met een verstandhuwelijk an sich al heeft het mijn voorkeur niet, een beetje gevoel erbij lijkt me wel prettig. En weet je, als je zo overduidelijk koketteer dat het gevoelsmatig niets voorstelt, is dat niet goed voor de mensen die er afhankelijk van zijn. In een gewoon huwelijk zijn dat vaak de kinderen, in dit geval is dat de samenleving als geheel. Tja, beslissingen moet je met je verstand èn je hart nemen, ook in de politiek, want anders resteert slechts kilte.

 

Verhagen voorzag dit en prompt reageert hij op Wilders’ uitspraak. In zijn visie is er sprake van een LAT-relatie en niet zomaar een LAT-relatie, maar een open LAT-relatie. Anderen mogen als het uitkomt, meehelpen het huwelijk (of de relatie) te consumeren. Als er meerderheden nodig zijn worden GroenLinks of de PvdA van harte uitgenodigd. Een soort gang-bang is dat in mijn voorstelling. Al blijft het tot op heden nog beperkt tot een enkele beurt van slechte kwaliteit. Vraag dat maar aan Jolande Sap en haar Kunduz- vrijage.

Nee, dat hele gedoogmonster is vooralsnog een grote ‘Dark Room’ waar af en toe een muurbloempje verwachtingsvol in de donkere diepte kijkt, maar van een echte gang-bang is ogenschijnlijk nog geen sprake, al doet Maxim Verhagen wel heel stoer als wannebee gangbanger.

 

Ik heb het niet zo op die openlijke ‘Spuiten en Slikken’ taal, maar als ze zo nodig moeten, denken ze dan wel aan de bescherming. Want als braaf burger word ik wel graag beschermd tegen welke (seksuele) escapade van deze regering. De vraag is alleen, wanneer beginnen ze over die bescherming? Van mij mag er in ieder geval één grote condoom over Rutte 1 heen, want je kunt er nooit vroeg genoeg over praten.

Kakelkrant van Sprakeloos 18: Volkskrant de VVD van de media?

 

Twijfels bij mijn ochtendkrantje heb ik al langer, maar macht der gewoonte alsmede een zekere loyaliteit zorgen voor de jaarlijkse donatie aan de Volkskrant. Ik krijg daarvoor iedere ochtend een papieren versie van de krant in de bus. Gisteren fronste ik mijn wenkbrauwen bij een citaat van een Brusselse diplomaat die zou hebben gesproken over kut-Grieken en lamlendigheid. Nu kan ik dit nog scharen onder nieuwsgaring, maar het populistische karakter van de berichtgeving is evident. Hedenochtend las ik het artikel op de voorpagina met als kop: “Grieks bankroet is plots taboe af.” Nu ga ik niet over de taboes op economisch gebied. Verder schaar ik met achter Nellie Kroes die oproept te stoppen met roeptoeteren over de Euro en Griekenland, want als nota bene de beste (vrouwelijke) premier die Nederland nooit gekregen heeft het allemaal niet meer begrijpt, dan staak ik ook iedere moeite mij de materie meester te maken.

Wat mij verbaasde is de teneur van het artikel, ik heb het meerdere keren gelezen en ik ontkom niet aan de indruk dat Geert Wilders als een groot economisch visionair wordt afgeschilderd. De PVV wilde van meet af aan de Grieken eruit gooien, zonder zich verder te bekommeren over de gevolgen voor de Grieken, voor de rest van Europa en ook niet voor Henk en Ingrid. De politieke onwil, de weerbarstigheid van de economische materie en de ingebakken weeffouten in de EU hebben gezorgd voor een impasse en mogelijk dus het ongewenste bankroet voor Griekenland. Vanuit het benepen anti-Europese standpunt van de PVV begrijp ik de opstelling van Wilders heel goed. De voorpagina van de Volkskrant kan ik echter niet duiden.

 

Waarom? Zijn de toekomstperspectieven van de Volkskrant zo slecht, dat ze de concurrentie aan willen gaan met De Telegraaf, moeten Henk en Ingrid nu worden overtuigd met De Volkskrant. Of is het zinloze beuken van de rechtse propaganda dat De Volkskrant van de Linksche Kerk is de redactie te veel geworden? Dit alles onder het motto: If you can’t beat them, join them’. Ik hoop van niet, want dan moet ik mijn krantje echt vaarwel gaan zeggen, want met deze onzin wil ik ’s morgens in mijn eigen huis niet geconfronteerd worden. De Volkskrant lijkt wel de VVD van de media te worden, die hun liberale standpunt ook bij de vuilnis hebben gegooid om zich te warmen aan de potentiële Henk en Ingrids. Dat is toch niet nodig, over een paar jaar is de onzinnigheid van het populisme hopelijk weg. In Noorwegen en Denemarken zijn de eerste signalen al in die richting. Ook in Nederland is de houdbaarheid van het gedoogmonster niet oneindig, maar ik hoop dat dit wel geldt voor De Volkskrant.

Een mensen-mens, GADVERDAMME

 

Ik ga mezelf niet afficheren als een misantroop, hoewel ik op gezette tijden wel last heb van mensen in het algemeen. Omdat dit niet chronisch is, maak ik me geen zorgen. Sterker, ik vind het soms een prettige, hoewel geen gemakkelijke, instelling. Het maakt je kritisch, hoewel dat doodvermoeiend kan zijn. Het zogenaamde mindfucken ligt altijd op de loer en dat is destructief.

In zo’n misantropische bui, kan ik een gloeiende hekel krijgen aan bepaalde termen. Ik krijg bijvoorbeeld acuut rode bultjes van de term ‘mensen-mens’, wat een godvergeten jeukterm is dat. Gadverdamme. Op dit moment ben ik niet misantropisch, kun je nagaan hoe ik over mensen-mensen denk op mindere dagen.

Wat is nu een mensen-mens? In een eerste opwelling zou ik denken dat is iemand die van mensen houdt? Maar doen we dat in wezen niet allemaal, uitgaande van de goedheid van mensen en het zijn van een sociaal wezen. Ziet u, ik ben geen geboren calvinist, zo misantropisch ben ik niet.

Of zou een mensen-mens iemand zijn die goed met andere mensen kan omgaan? Volgens mij kunnen de meeste mensen dat in meer of mindere mate. Je eigen socialisatieproces maakt dat je met de ene minder goed kan, dan met anderen. Zolang je dat van elkaar accepteert, is er niets aan de hand. Gelukkig zijn de mensen met ernstige psychische defecten of anderszins persoonlijkheidsgestoord, ver in de minderheid, tenminste dat denk ik nu, maar in een misantropische bui denk ik er beslist anders over.

Of kan een mensen-mens met iedereen opschieten, een soort kameleon die qua omgangsvormen zich constant aanpast en niet zich zelf is. Ik zou dat soort mensen ernstig wantrouwen, misschien wel misantropisch worden. Niets mooier dan een oorspronkelijk mens met zijn hebbelijkheden en zijn onhebbelijkheden.

Soms zijn het wat zweverige types die zichzelf tot mensen-mens bombarderen. Nu moet ik bekennen dat ik deze mensen niet serieus neem, maar ze zijn in het algemeen totaal ongevaarlijk, vaak zelfs charmant in hun naïviteit. Het wordt anders als managers of directeuren, politici of bestuurders zich mensen-mens gaan noemen. Dan moet je gaan oppassen. Je ziet ze zo staan voor een groep werknemers op de dag dat ze zichzelf moeten introduceren. Handenwrijvend noemen ze hun naam, ratelen hun hele CV op alsof ze niet doorhebben dat niemand daar in geïnteresseerd is. Bovenal gaan ze uit van een goede samenwerking. Breed gesticulerend, zoals ze hebben opgepakt tijdens de peperdure seminars human resource, zetten ze hun woorden kracht bij, zoiets als Mark Rutte nog iedere keer doet en daarbij steeds ongeloofwaardiger wordt. “Dat zal toch wel lukken, dat samenwerken?” roept de man of vrouw naar het gehoor. ‘Ik ben immers een echte mensen-mens.’ Een teiltje moet worden aangesleept, maar tot echte vomeren ga ik over als de toevoeging komt, ‘A peoplesmanager.’ Het zweet breekt me van alle kanten uit bij die kretologie: ‘Een mensen-mens, a peoplemanager, gadverdamme, je bent niet goed wijs.’

Als je van mensen houd, dan moet je dat je dat zeker niet uitroepen, want daarmee geef je je gebrek aan mensenkennis al bloot. En als je met iedereen kunt omgaan, of te vriend wilt houden, dan ben je bij voorbaat al een slecht manager. Maar het gevaar dreigt dat een mensen-mens-manager zich vooral gaat ontpoppen tot een onbetrouwbare kameleon. Zo één die helemaal niet van mensen houdt, volstrekt onbetrouwbaar is en vooral van zichzelf houdt, of dat zelfs niet eens. Mensen-mensen, driewerf gadverdamme, ik word er subiet misantropisch van.

Kakelkrant van Sprakeloos 17: A Tribute to John and all the others (9/11)

 

Ik stel me zo voor, op 10 september 2011, een vreedzaam tafereel, in een modaal gezin. Man, vrouw en twee kinderen. Janette is medewerkster in een grote supermarkt, John is brandweerman en hun twee zonen, Mark en Pete, gaan naar de Highschool in één van de voorsteden van de Big Apple. Wat zullen ze eten? Fried chicken, salad en aardappelpuree en natuurlijk Diet Coke, want ze willen niet te dik worden. Bovendien houden ze van sport. Het aankomende weekend staat in het teken van de baseballgame op school, een grote happening. De jongens spelen mee en vader en moeder komen uiteraard hun kinderen aanmoedigen. Het is er niet van gekomen, door omstandigheden.

De volgende dag had John geen dienst, maar door de omstandigheden zijn alle brandweerlieden opgeroepen als ze al niet uit hun zelf kwamen. Sindsdien ziet het leven van John er anders uit, maar niet alleen van John, van veel New Yorkers. Eigenlijk is de hele wereld ingrijpend veranderd. Maar John is mogelijk een van de vele New Yorkers met een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) als gevolg van de aanslag op de Twin Towers. En dat is niet zo raar, want iedereen heeft de beelden waarschijnlijk nog helder in zijn geheugen staan.

Vandaag hoorde ik dat 70.000 New Yorkers lijden aan PTSS en het aantal zal nog toenemen, want de psychische aandoening kan nog jaren na een traumatische gebeurtenis opdoemen. Terecht is er veel aandacht voor en hulp zal nog tot in lengte van dagen beschikbaar moeten blijven.

Hoe zal het aantal PTSS gevallen in Bagdad zijn? Wat te denken van Afghanistan en Pakistan, bij de Palestijnen en Israeli’s. Is er in Libië op dit moment een epidemie van PTSS? Of Syrië? Kent iemand het boek Congo van David van Reybrouck? Een absolute aanrader, maar na lezing weet je dat er in het voormalige Zaïre en Rwanda het goed zoeken is mensen te vinden zonder een PTSS. Deze bescheiden lijst is gemakkelijk aan te vullen met actuele en minder actuele oorlogen.

Mijn conclusie is eigenlijk dat PTSS mogelijk volksziekte nummer één is. Misschien lijden er wel meer mensen aan PTSS dan aan de gevolgen van malaria? Ik durf het niet te zeggen. Ik heb de World Health Organisation er nog nooit zo over gehoord. Het zou een schone zaak zijn als ons kabinet zich hard gaat maken voor de mondiale bestrijding van PTSS. Maar was het niet onze minister van Volksgezondheid die psychiatrisch ziek zijn op een kwalijke manier bagatelliseerde, dus veel heil uit die hoek verwacht ik niet. Daarom kakel ik maar om aandacht. Aandacht voor allen die lijden aan PTSS. Op de eerste plaats natuurlijk alle New Yorkers omdat het morgen tien jaar geleden is dat Osama Bin Laden op een gruwelijke manier van zich deed spreken. Maar even zo goed aan alle andere wereldburgers die lijden aan PTSS, of ze dit nu zelf weten of niet.

Kakelkrant van Sprakeloos 16: Steenmarter in school. Wie betaalt de Tol (kamer)

 Hot news natuurlijk, aan het begin van het schooljaar bedremmelde kindergezichtjes bij de gesloten schooldeur staan. Hun vakantie wordt verplicht verlengd door een vlooienplaag in het schoolgebouw. Een plaag die voorafgegaan werd, of beter gezegd, vergezeld gaat met een steenmarterplaag. En het gebeurt allemaal in Tolkamer.

De vlooienplaag is mogelijk nog wel te bestrijden, al duurt dat ook een aantal dagen, maar met de steenmarters is dat wat anders, immers een bedreigde diersoort. Even puur theoretisch: een ethische vraag, wat is de verhouding van tussen het aantal steenmarterlevens in relatie tot duizenden vlooien waard, volgens dieractivisten? Ik weet het niet, al begrijp ik best dat we heel voorzichtig met dier en natuur moeten omgaan, zeker als het een bedreigde diersoort is. Maar met de steenmarter blijven de vlooien aanwezig.

Op de radio hoorde ik nuchtere vertegenwoordigers van de basisschool Overlaat in Tolkamer praten over de directe overlast van de steenmarter. Buiten het ‘vrolijke’ lawaai vanuit de ruimtes in het plafond, er schijnt eens nest met jongen te zijn, dient zich een acuut mestprobleem aan. Urine sijpelt langs de muren en door het plafond, steenmarterpoep hoopt zich op en kadavers van overleden steenmarters maken de stank ondraaglijk. Een normale schoolgang is niet meer mogelijk. Maatregelen zijn noodzakelijk. Naast de vlooien, moeten de steenmarters geweerd worden, dus alle kleine gaten in de school worden gedicht en tot overmaat van ramp zal een deel van het plafond vervangen worden. Kortom, geen kattepis, of om in goede sferen te blijven, steenmarterpis.

Nu hoorde ik van de directrice dat het probleem al vanaf 2007 in meer of mindere mate aanwezig was. 2007!!!!! Ik ken niet alle ins en outs en ik ben zeker geen groot rekenkundige, maar wat heeft het allemaal al niet gekost en wat gaat het de komende maanden nog kosten. Ik word hier heel zurig van en om dan toch maar in urinesferen te blijven, ik word er zelfs een beetje Pissed off van. Was het niet mogelijk geweest om meteen rigoureuzere maatregelen te treffen ter preventie van de soap die Tolkamer nu overkomt? Hadden we niet een tikje minder ethisch kunnen handelen in plaats van de zoölogische moraalridders uit te hangen? Hoe bedreigd is een diersoort, want mogelijk leven er elders in de wereld nog wel voldoende van die krengen, moeten ze dan ook nog in Nederland leven en dan nog wel in een school te Tolkamer? Wat voor een prachtige donatie had het WereldNatuurFonds of Greenpeace niet kunnen innen, als er minder angstig beleid was gevoerd om dierfundamentalisten te paaien?

Kakelkrant van Sprakeloos 15: IKEA met Man Cave grootse innovator

 

Soms zijn er innovaties bij grote bedrijven die net zo doeltreffend als simpel zijn. IKEA heeft er zo één bedacht. Ik ben jaloers op de genialiteit van hun nieuwste service. Iedereen, die regelmatig bij IKEA komt, weet dat bijna iedere relatie op hoogspanning komt te staan. Ik heb me laten vertellen dat in Stockholm de vestiging aldaar een heuse psycholoog in dienst heeft om relaties die op knappen staan te redden of huiselijk geweld te voorkomen. Voor de kinderen hebben ze al een oplossing bedacht, zoals meer gerenommeerde bedrijven, namelijk een speelpaleis met ballenbak. De IKEA-variant heet Småland.

Nu hebben ze iets gecreëerd voor mannen, want mannen komen nu eenmaal van Mars en vrouwen van Venus. En omdat IKEA nu eenmaal meer heeft met Venus, worden de Marsianen in Australië op een speciale manier bediend. Down Under is in de eerste IKEA vestiging een heuse Man Cave gemaakt. Voor een half uurtje krijgen vrouwen een buzzer mee, terwijl ze er zeker van zijn dat hun man prettig vermaakt wordt. Samen met andere ‘slachtoffers’ kunnen ze flipperen, tafelvoetbal spelen, mannenmagezines lezen en ze worden gefêteerd op heuse hotdogs. Hun partners kunnen ontspannen winkelen, de relatie loopt niet op de klippen en na een half uur zal iedere man met plezier de rekening van hun koopzieke echtgenote betalen en de dozen inladen. Zelfs het gevecht met de schroefjes en nippeltjes is op deze wijze voor de mannen gemakkelijker te dragen. Leve IKEA.

Voor het bijbehorende propagandafilmpje, gebruik de volgende link: ballenbak voor mannen

 

Nu nog de poppenhoek in garages voor vrouwen en in de voetbalstadions een huiskamer waar vrouwen die tijdens de voetbalwedstrijd alleen maar kakelen, kunnen kijken naar herhalingen van Hart voor Nederland en GTST terwijl ze bladeren in hun bijbel, de nieuwste IKEA catalogus. Wat kan de wereld toch mooi zijn.

Ouverture in Hoofdklasse: Keienslöppers tegen de Stoppelkaters

Op weg naar de keienslöppers

Nauwkeurig bestudeer ik de buienradar en weeronline en kom tot de conclusie dat hedenmiddag de weergoden ons goed gezind zijn, dus besluit ik de openingswedstrijd van ROHDA Raalte te bezoeken. Eenmaal aangekomen kan ik het ‘stadion’ niet missen, want groots wordt de ‘voetbalhoofdstad’ van de Achterhoek gepresenteerd. Om de pretenties moet ik glimlachen en bij de voetbalhoofdstad denk ik nog altijd aan de Superboeren, twintig kilometer verderop. Aan de andere kant begrijp ik dat het nabij gelegen Groenlo met hun stadse fratsen, paars aanloopt van jaloezie en daar is het mogelijk ook om te doen.

Overigens is het complex van Longa ’30 vriendelijk, verzorgd en redelijk bezocht en al zijn het geen Superboeren, het programmaboekje werd wel meteen ondergescheten door de eerste de beste vliegende kip. Over boeren gesproken, ik herinner me dat er vroeger bij ROHDA op de wijs van ‘We’ve got the whole world in our hand’ werd gezongen: ‘Wi bunt een boerencluppie uut Roalte, Wi bunt een boerencluppie uit Roalte, moar wi stoat lekker bôvenan.’

Lang vervlogen tijden, maar waarom zou deze middag de ouverture van een geweldig seizoen niet beginnen in Lichtenvoorde. Bijvoorbeeld door de voormalige eersteklassers eens te laten proeven aan het echte Hoofdklasse niveau. Pretenties? Dat mag in de voetbalhoofdstad van de Achterhoek.

Tussen de feesten door

Zelf ben ik nog wel even bang dat Stoppelhaene nog in de benen zit, maar dat wordt dan mogelijk gecompenseerd doordat Longa ’30 ook al met één been in hun kermis verkeert. Na de aftrap starten twee elftallen die wel willen, maar niet kunnen. Daarbij is het balbezit het eerste half uur net iets meer voor de Raaltenaren, maar om nu te zeggen dat er iets substantieels meegedaan wordt, nee. Het tikje opzij, soms afgewisseld met een lange bal, opzij, weet ROHDA de bal in zijn gelederen te houden. Aandrang om naar voren te gaan, is er niet. Ik doceer mijn oudste zoon dat dit vragen om problemen is. Naast voetbalvisie leer ik hem ook een deugdelijk spreekwoord: ‘Wie wind zaait, kan storm oogsten.’ En zoals het met spreekwoorden is, ze komen uiteindelijk altijd uit of bevatten een kern van waarheid. In de 31e, 32e en 35e minuut kroop ROHDA door het oog van de naald, weer zo’n spreekwoord dat allesomvattend de waarheid in zich herbergt. Dankzij keeper Ruben Tepperik (Jens Veldwachter?) bleef het doel schoon, de Lichtenvoordse storm van bijna orkaankracht, bleef zonder schade voor ROHDA. De kramp in de ROHDA verdediging is het logische gevolg van het ontbreken van aansluiting met het middenveld. Het aantal ballen terug op de keeper was groot en dat is voor Longa’30 natuurlijk het sein dat er iets te halen is. De laatste tien minuten luwde de storm en hielden de ploegen elkaar in evenwicht.

De scheids

In de pauze luisterde ik naar de gesprekken van een aantal autochtone Lichteenvoorders die het niet begrepen hadden op de scheidsrechter. De jongens van Raalte gingen steeds zomaar liggen, het leek nergens op. Nu was het mij ook opgevallen dat er veel onderbrekingen waren, maar om het arbitrale trio daar nu de schuld van te geven, vind ik met al mijn ‘objectiviteit’ zeer ten onrechte. Wat mij opviel is, hoewel de wedstrijd zeker niet hard was, dat de spelers van Longa vaak net iets te laat waren en daarmee onbedoeld op incorrecte wijze op ROHDA spelers stuitten. Niet erg, de handelingssnelheid komt misschien in de loop van het seizoen nog wel, beste collega-supporters van de Achterhoekse voetbalhoofdstad, maar wel even de hand in eigen boezem steken. (Ja, warempel geheel spontaan weer een spreekwoord) In de tweede helft zou het nog erger worden, waarbij de vermoeidheid bij een aantal spelers zorgde dat het aantal onderbrekingen verder toe nam.

Hopen op een geniepige tegenwind

Als argeloze supporter hoop je altijd dat de thee in de pauze vergezeld gaat met een donderpreek. Ik vond het nodig, want in essentie zou ROHDA een maatje te groot kunnen zijn voor Longa’30, het kwam er niet uit. In de tweede helft probeerden de RoodGelen het wel, maar tot echte doelrijpe kansen kwam het niet. En nu ga ik even de zeurkous spelen, je weet wel, van die beste stuurlui die aan wal staan. En met dit vierde spreekwoord meld ik dat ook hier de linies niet aansloten, drie eenzame aanvallers kwamen tot de achterlijn of richting het zestienmeterlijn gebied zonder ondersteuning. En ik zit niet uit mijn nek te lullen, want de eerste en enige echte goede kans van ROHDA was in de 62e minuut een schot op de paal (van nummer 9, volgens mij Dirk Jan Klijn Velderman) De kans was vooraf gegaan door opkomende middenvelders waardoor het spel over meer schijven gespeeld kon worden. (Tjemig ik zou zomaar coach kunnen worden) Met de inbreng van de nieuwste aanwinst Teje ten Den op rechts bleef er nog even dreiging komen, maar van een echter Raalter Wind was zeker geen sprake. Als supporter hoop je stiekem nog op een geniepig doelpunt, onverwachte tegenwind. Schietgebedjes mochten niet baten, sterker nog, op het einde waren de beste kansen voor Longa’30 waarbij Django Ngutra (5) de Allesbestierende op zijn blote knieën mocht bedanken dat hij slechts geel kreeg.

Een matige openingswedstrijd, waarbij ik nog net durf te zeggen dat een gelijkspel een terechte uitslag is, maar het blijft met vuur spelen als er zo weinig initiatief wordt genomen, terwijl de tegenstander wel de mogelijkheden biedt. De weergoden hielden hun woord, de voetbalgoden in Lichtenvoorde lieten het afweten. Misschien een volgende keer wanneer ik mijn oude cluppie weer eens bezoek, gaat het beter. Of is het roeien met de riemen die je hebt.