Kakelkrant van Sprakeloos 18: Volkskrant de VVD van de media?

 

Twijfels bij mijn ochtendkrantje heb ik al langer, maar macht der gewoonte alsmede een zekere loyaliteit zorgen voor de jaarlijkse donatie aan de Volkskrant. Ik krijg daarvoor iedere ochtend een papieren versie van de krant in de bus. Gisteren fronste ik mijn wenkbrauwen bij een citaat van een Brusselse diplomaat die zou hebben gesproken over kut-Grieken en lamlendigheid. Nu kan ik dit nog scharen onder nieuwsgaring, maar het populistische karakter van de berichtgeving is evident. Hedenochtend las ik het artikel op de voorpagina met als kop: “Grieks bankroet is plots taboe af.” Nu ga ik niet over de taboes op economisch gebied. Verder schaar ik met achter Nellie Kroes die oproept te stoppen met roeptoeteren over de Euro en Griekenland, want als nota bene de beste (vrouwelijke) premier die Nederland nooit gekregen heeft het allemaal niet meer begrijpt, dan staak ik ook iedere moeite mij de materie meester te maken.

Wat mij verbaasde is de teneur van het artikel, ik heb het meerdere keren gelezen en ik ontkom niet aan de indruk dat Geert Wilders als een groot economisch visionair wordt afgeschilderd. De PVV wilde van meet af aan de Grieken eruit gooien, zonder zich verder te bekommeren over de gevolgen voor de Grieken, voor de rest van Europa en ook niet voor Henk en Ingrid. De politieke onwil, de weerbarstigheid van de economische materie en de ingebakken weeffouten in de EU hebben gezorgd voor een impasse en mogelijk dus het ongewenste bankroet voor Griekenland. Vanuit het benepen anti-Europese standpunt van de PVV begrijp ik de opstelling van Wilders heel goed. De voorpagina van de Volkskrant kan ik echter niet duiden.

 

Waarom? Zijn de toekomstperspectieven van de Volkskrant zo slecht, dat ze de concurrentie aan willen gaan met De Telegraaf, moeten Henk en Ingrid nu worden overtuigd met De Volkskrant. Of is het zinloze beuken van de rechtse propaganda dat De Volkskrant van de Linksche Kerk is de redactie te veel geworden? Dit alles onder het motto: If you can’t beat them, join them’. Ik hoop van niet, want dan moet ik mijn krantje echt vaarwel gaan zeggen, want met deze onzin wil ik ’s morgens in mijn eigen huis niet geconfronteerd worden. De Volkskrant lijkt wel de VVD van de media te worden, die hun liberale standpunt ook bij de vuilnis hebben gegooid om zich te warmen aan de potentiële Henk en Ingrids. Dat is toch niet nodig, over een paar jaar is de onzinnigheid van het populisme hopelijk weg. In Noorwegen en Denemarken zijn de eerste signalen al in die richting. Ook in Nederland is de houdbaarheid van het gedoogmonster niet oneindig, maar ik hoop dat dit wel geldt voor De Volkskrant.

Een mensen-mens, GADVERDAMME

 

Ik ga mezelf niet afficheren als een misantroop, hoewel ik op gezette tijden wel last heb van mensen in het algemeen. Omdat dit niet chronisch is, maak ik me geen zorgen. Sterker, ik vind het soms een prettige, hoewel geen gemakkelijke, instelling. Het maakt je kritisch, hoewel dat doodvermoeiend kan zijn. Het zogenaamde mindfucken ligt altijd op de loer en dat is destructief.

In zo’n misantropische bui, kan ik een gloeiende hekel krijgen aan bepaalde termen. Ik krijg bijvoorbeeld acuut rode bultjes van de term ‘mensen-mens’, wat een godvergeten jeukterm is dat. Gadverdamme. Op dit moment ben ik niet misantropisch, kun je nagaan hoe ik over mensen-mensen denk op mindere dagen.

Wat is nu een mensen-mens? In een eerste opwelling zou ik denken dat is iemand die van mensen houdt? Maar doen we dat in wezen niet allemaal, uitgaande van de goedheid van mensen en het zijn van een sociaal wezen. Ziet u, ik ben geen geboren calvinist, zo misantropisch ben ik niet.

Of zou een mensen-mens iemand zijn die goed met andere mensen kan omgaan? Volgens mij kunnen de meeste mensen dat in meer of mindere mate. Je eigen socialisatieproces maakt dat je met de ene minder goed kan, dan met anderen. Zolang je dat van elkaar accepteert, is er niets aan de hand. Gelukkig zijn de mensen met ernstige psychische defecten of anderszins persoonlijkheidsgestoord, ver in de minderheid, tenminste dat denk ik nu, maar in een misantropische bui denk ik er beslist anders over.

Of kan een mensen-mens met iedereen opschieten, een soort kameleon die qua omgangsvormen zich constant aanpast en niet zich zelf is. Ik zou dat soort mensen ernstig wantrouwen, misschien wel misantropisch worden. Niets mooier dan een oorspronkelijk mens met zijn hebbelijkheden en zijn onhebbelijkheden.

Soms zijn het wat zweverige types die zichzelf tot mensen-mens bombarderen. Nu moet ik bekennen dat ik deze mensen niet serieus neem, maar ze zijn in het algemeen totaal ongevaarlijk, vaak zelfs charmant in hun naïviteit. Het wordt anders als managers of directeuren, politici of bestuurders zich mensen-mens gaan noemen. Dan moet je gaan oppassen. Je ziet ze zo staan voor een groep werknemers op de dag dat ze zichzelf moeten introduceren. Handenwrijvend noemen ze hun naam, ratelen hun hele CV op alsof ze niet doorhebben dat niemand daar in geïnteresseerd is. Bovenal gaan ze uit van een goede samenwerking. Breed gesticulerend, zoals ze hebben opgepakt tijdens de peperdure seminars human resource, zetten ze hun woorden kracht bij, zoiets als Mark Rutte nog iedere keer doet en daarbij steeds ongeloofwaardiger wordt. “Dat zal toch wel lukken, dat samenwerken?” roept de man of vrouw naar het gehoor. ‘Ik ben immers een echte mensen-mens.’ Een teiltje moet worden aangesleept, maar tot echte vomeren ga ik over als de toevoeging komt, ‘A peoplesmanager.’ Het zweet breekt me van alle kanten uit bij die kretologie: ‘Een mensen-mens, a peoplemanager, gadverdamme, je bent niet goed wijs.’

Als je van mensen houd, dan moet je dat je dat zeker niet uitroepen, want daarmee geef je je gebrek aan mensenkennis al bloot. En als je met iedereen kunt omgaan, of te vriend wilt houden, dan ben je bij voorbaat al een slecht manager. Maar het gevaar dreigt dat een mensen-mens-manager zich vooral gaat ontpoppen tot een onbetrouwbare kameleon. Zo één die helemaal niet van mensen houdt, volstrekt onbetrouwbaar is en vooral van zichzelf houdt, of dat zelfs niet eens. Mensen-mensen, driewerf gadverdamme, ik word er subiet misantropisch van.

Kakelkrant van Sprakeloos 17: A Tribute to John and all the others (9/11)

 

Ik stel me zo voor, op 10 september 2011, een vreedzaam tafereel, in een modaal gezin. Man, vrouw en twee kinderen. Janette is medewerkster in een grote supermarkt, John is brandweerman en hun twee zonen, Mark en Pete, gaan naar de Highschool in één van de voorsteden van de Big Apple. Wat zullen ze eten? Fried chicken, salad en aardappelpuree en natuurlijk Diet Coke, want ze willen niet te dik worden. Bovendien houden ze van sport. Het aankomende weekend staat in het teken van de baseballgame op school, een grote happening. De jongens spelen mee en vader en moeder komen uiteraard hun kinderen aanmoedigen. Het is er niet van gekomen, door omstandigheden.

De volgende dag had John geen dienst, maar door de omstandigheden zijn alle brandweerlieden opgeroepen als ze al niet uit hun zelf kwamen. Sindsdien ziet het leven van John er anders uit, maar niet alleen van John, van veel New Yorkers. Eigenlijk is de hele wereld ingrijpend veranderd. Maar John is mogelijk een van de vele New Yorkers met een Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS) als gevolg van de aanslag op de Twin Towers. En dat is niet zo raar, want iedereen heeft de beelden waarschijnlijk nog helder in zijn geheugen staan.

Vandaag hoorde ik dat 70.000 New Yorkers lijden aan PTSS en het aantal zal nog toenemen, want de psychische aandoening kan nog jaren na een traumatische gebeurtenis opdoemen. Terecht is er veel aandacht voor en hulp zal nog tot in lengte van dagen beschikbaar moeten blijven.

Hoe zal het aantal PTSS gevallen in Bagdad zijn? Wat te denken van Afghanistan en Pakistan, bij de Palestijnen en Israeli’s. Is er in Libië op dit moment een epidemie van PTSS? Of Syrië? Kent iemand het boek Congo van David van Reybrouck? Een absolute aanrader, maar na lezing weet je dat er in het voormalige Zaïre en Rwanda het goed zoeken is mensen te vinden zonder een PTSS. Deze bescheiden lijst is gemakkelijk aan te vullen met actuele en minder actuele oorlogen.

Mijn conclusie is eigenlijk dat PTSS mogelijk volksziekte nummer één is. Misschien lijden er wel meer mensen aan PTSS dan aan de gevolgen van malaria? Ik durf het niet te zeggen. Ik heb de World Health Organisation er nog nooit zo over gehoord. Het zou een schone zaak zijn als ons kabinet zich hard gaat maken voor de mondiale bestrijding van PTSS. Maar was het niet onze minister van Volksgezondheid die psychiatrisch ziek zijn op een kwalijke manier bagatelliseerde, dus veel heil uit die hoek verwacht ik niet. Daarom kakel ik maar om aandacht. Aandacht voor allen die lijden aan PTSS. Op de eerste plaats natuurlijk alle New Yorkers omdat het morgen tien jaar geleden is dat Osama Bin Laden op een gruwelijke manier van zich deed spreken. Maar even zo goed aan alle andere wereldburgers die lijden aan PTSS, of ze dit nu zelf weten of niet.

Kakelkrant van Sprakeloos 16: Steenmarter in school. Wie betaalt de Tol (kamer)

 Hot news natuurlijk, aan het begin van het schooljaar bedremmelde kindergezichtjes bij de gesloten schooldeur staan. Hun vakantie wordt verplicht verlengd door een vlooienplaag in het schoolgebouw. Een plaag die voorafgegaan werd, of beter gezegd, vergezeld gaat met een steenmarterplaag. En het gebeurt allemaal in Tolkamer.

De vlooienplaag is mogelijk nog wel te bestrijden, al duurt dat ook een aantal dagen, maar met de steenmarters is dat wat anders, immers een bedreigde diersoort. Even puur theoretisch: een ethische vraag, wat is de verhouding van tussen het aantal steenmarterlevens in relatie tot duizenden vlooien waard, volgens dieractivisten? Ik weet het niet, al begrijp ik best dat we heel voorzichtig met dier en natuur moeten omgaan, zeker als het een bedreigde diersoort is. Maar met de steenmarter blijven de vlooien aanwezig.

Op de radio hoorde ik nuchtere vertegenwoordigers van de basisschool Overlaat in Tolkamer praten over de directe overlast van de steenmarter. Buiten het ‘vrolijke’ lawaai vanuit de ruimtes in het plafond, er schijnt eens nest met jongen te zijn, dient zich een acuut mestprobleem aan. Urine sijpelt langs de muren en door het plafond, steenmarterpoep hoopt zich op en kadavers van overleden steenmarters maken de stank ondraaglijk. Een normale schoolgang is niet meer mogelijk. Maatregelen zijn noodzakelijk. Naast de vlooien, moeten de steenmarters geweerd worden, dus alle kleine gaten in de school worden gedicht en tot overmaat van ramp zal een deel van het plafond vervangen worden. Kortom, geen kattepis, of om in goede sferen te blijven, steenmarterpis.

Nu hoorde ik van de directrice dat het probleem al vanaf 2007 in meer of mindere mate aanwezig was. 2007!!!!! Ik ken niet alle ins en outs en ik ben zeker geen groot rekenkundige, maar wat heeft het allemaal al niet gekost en wat gaat het de komende maanden nog kosten. Ik word hier heel zurig van en om dan toch maar in urinesferen te blijven, ik word er zelfs een beetje Pissed off van. Was het niet mogelijk geweest om meteen rigoureuzere maatregelen te treffen ter preventie van de soap die Tolkamer nu overkomt? Hadden we niet een tikje minder ethisch kunnen handelen in plaats van de zoölogische moraalridders uit te hangen? Hoe bedreigd is een diersoort, want mogelijk leven er elders in de wereld nog wel voldoende van die krengen, moeten ze dan ook nog in Nederland leven en dan nog wel in een school te Tolkamer? Wat voor een prachtige donatie had het WereldNatuurFonds of Greenpeace niet kunnen innen, als er minder angstig beleid was gevoerd om dierfundamentalisten te paaien?

Kakelkrant van Sprakeloos 15: IKEA met Man Cave grootse innovator

 

Soms zijn er innovaties bij grote bedrijven die net zo doeltreffend als simpel zijn. IKEA heeft er zo één bedacht. Ik ben jaloers op de genialiteit van hun nieuwste service. Iedereen, die regelmatig bij IKEA komt, weet dat bijna iedere relatie op hoogspanning komt te staan. Ik heb me laten vertellen dat in Stockholm de vestiging aldaar een heuse psycholoog in dienst heeft om relaties die op knappen staan te redden of huiselijk geweld te voorkomen. Voor de kinderen hebben ze al een oplossing bedacht, zoals meer gerenommeerde bedrijven, namelijk een speelpaleis met ballenbak. De IKEA-variant heet Småland.

Nu hebben ze iets gecreëerd voor mannen, want mannen komen nu eenmaal van Mars en vrouwen van Venus. En omdat IKEA nu eenmaal meer heeft met Venus, worden de Marsianen in Australië op een speciale manier bediend. Down Under is in de eerste IKEA vestiging een heuse Man Cave gemaakt. Voor een half uurtje krijgen vrouwen een buzzer mee, terwijl ze er zeker van zijn dat hun man prettig vermaakt wordt. Samen met andere ‘slachtoffers’ kunnen ze flipperen, tafelvoetbal spelen, mannenmagezines lezen en ze worden gefêteerd op heuse hotdogs. Hun partners kunnen ontspannen winkelen, de relatie loopt niet op de klippen en na een half uur zal iedere man met plezier de rekening van hun koopzieke echtgenote betalen en de dozen inladen. Zelfs het gevecht met de schroefjes en nippeltjes is op deze wijze voor de mannen gemakkelijker te dragen. Leve IKEA.

Voor het bijbehorende propagandafilmpje, gebruik de volgende link: ballenbak voor mannen

 

Nu nog de poppenhoek in garages voor vrouwen en in de voetbalstadions een huiskamer waar vrouwen die tijdens de voetbalwedstrijd alleen maar kakelen, kunnen kijken naar herhalingen van Hart voor Nederland en GTST terwijl ze bladeren in hun bijbel, de nieuwste IKEA catalogus. Wat kan de wereld toch mooi zijn.

Ouverture in Hoofdklasse: Keienslöppers tegen de Stoppelkaters

Op weg naar de keienslöppers

Nauwkeurig bestudeer ik de buienradar en weeronline en kom tot de conclusie dat hedenmiddag de weergoden ons goed gezind zijn, dus besluit ik de openingswedstrijd van ROHDA Raalte te bezoeken. Eenmaal aangekomen kan ik het ‘stadion’ niet missen, want groots wordt de ‘voetbalhoofdstad’ van de Achterhoek gepresenteerd. Om de pretenties moet ik glimlachen en bij de voetbalhoofdstad denk ik nog altijd aan de Superboeren, twintig kilometer verderop. Aan de andere kant begrijp ik dat het nabij gelegen Groenlo met hun stadse fratsen, paars aanloopt van jaloezie en daar is het mogelijk ook om te doen.

Overigens is het complex van Longa ’30 vriendelijk, verzorgd en redelijk bezocht en al zijn het geen Superboeren, het programmaboekje werd wel meteen ondergescheten door de eerste de beste vliegende kip. Over boeren gesproken, ik herinner me dat er vroeger bij ROHDA op de wijs van ‘We’ve got the whole world in our hand’ werd gezongen: ‘Wi bunt een boerencluppie uut Roalte, Wi bunt een boerencluppie uit Roalte, moar wi stoat lekker bôvenan.’

Lang vervlogen tijden, maar waarom zou deze middag de ouverture van een geweldig seizoen niet beginnen in Lichtenvoorde. Bijvoorbeeld door de voormalige eersteklassers eens te laten proeven aan het echte Hoofdklasse niveau. Pretenties? Dat mag in de voetbalhoofdstad van de Achterhoek.

Tussen de feesten door

Zelf ben ik nog wel even bang dat Stoppelhaene nog in de benen zit, maar dat wordt dan mogelijk gecompenseerd doordat Longa ’30 ook al met één been in hun kermis verkeert. Na de aftrap starten twee elftallen die wel willen, maar niet kunnen. Daarbij is het balbezit het eerste half uur net iets meer voor de Raaltenaren, maar om nu te zeggen dat er iets substantieels meegedaan wordt, nee. Het tikje opzij, soms afgewisseld met een lange bal, opzij, weet ROHDA de bal in zijn gelederen te houden. Aandrang om naar voren te gaan, is er niet. Ik doceer mijn oudste zoon dat dit vragen om problemen is. Naast voetbalvisie leer ik hem ook een deugdelijk spreekwoord: ‘Wie wind zaait, kan storm oogsten.’ En zoals het met spreekwoorden is, ze komen uiteindelijk altijd uit of bevatten een kern van waarheid. In de 31e, 32e en 35e minuut kroop ROHDA door het oog van de naald, weer zo’n spreekwoord dat allesomvattend de waarheid in zich herbergt. Dankzij keeper Ruben Tepperik (Jens Veldwachter?) bleef het doel schoon, de Lichtenvoordse storm van bijna orkaankracht, bleef zonder schade voor ROHDA. De kramp in de ROHDA verdediging is het logische gevolg van het ontbreken van aansluiting met het middenveld. Het aantal ballen terug op de keeper was groot en dat is voor Longa’30 natuurlijk het sein dat er iets te halen is. De laatste tien minuten luwde de storm en hielden de ploegen elkaar in evenwicht.

De scheids

In de pauze luisterde ik naar de gesprekken van een aantal autochtone Lichteenvoorders die het niet begrepen hadden op de scheidsrechter. De jongens van Raalte gingen steeds zomaar liggen, het leek nergens op. Nu was het mij ook opgevallen dat er veel onderbrekingen waren, maar om het arbitrale trio daar nu de schuld van te geven, vind ik met al mijn ‘objectiviteit’ zeer ten onrechte. Wat mij opviel is, hoewel de wedstrijd zeker niet hard was, dat de spelers van Longa vaak net iets te laat waren en daarmee onbedoeld op incorrecte wijze op ROHDA spelers stuitten. Niet erg, de handelingssnelheid komt misschien in de loop van het seizoen nog wel, beste collega-supporters van de Achterhoekse voetbalhoofdstad, maar wel even de hand in eigen boezem steken. (Ja, warempel geheel spontaan weer een spreekwoord) In de tweede helft zou het nog erger worden, waarbij de vermoeidheid bij een aantal spelers zorgde dat het aantal onderbrekingen verder toe nam.

Hopen op een geniepige tegenwind

Als argeloze supporter hoop je altijd dat de thee in de pauze vergezeld gaat met een donderpreek. Ik vond het nodig, want in essentie zou ROHDA een maatje te groot kunnen zijn voor Longa’30, het kwam er niet uit. In de tweede helft probeerden de RoodGelen het wel, maar tot echte doelrijpe kansen kwam het niet. En nu ga ik even de zeurkous spelen, je weet wel, van die beste stuurlui die aan wal staan. En met dit vierde spreekwoord meld ik dat ook hier de linies niet aansloten, drie eenzame aanvallers kwamen tot de achterlijn of richting het zestienmeterlijn gebied zonder ondersteuning. En ik zit niet uit mijn nek te lullen, want de eerste en enige echte goede kans van ROHDA was in de 62e minuut een schot op de paal (van nummer 9, volgens mij Dirk Jan Klijn Velderman) De kans was vooraf gegaan door opkomende middenvelders waardoor het spel over meer schijven gespeeld kon worden. (Tjemig ik zou zomaar coach kunnen worden) Met de inbreng van de nieuwste aanwinst Teje ten Den op rechts bleef er nog even dreiging komen, maar van een echter Raalter Wind was zeker geen sprake. Als supporter hoop je stiekem nog op een geniepig doelpunt, onverwachte tegenwind. Schietgebedjes mochten niet baten, sterker nog, op het einde waren de beste kansen voor Longa’30 waarbij Django Ngutra (5) de Allesbestierende op zijn blote knieën mocht bedanken dat hij slechts geel kreeg.

Een matige openingswedstrijd, waarbij ik nog net durf te zeggen dat een gelijkspel een terechte uitslag is, maar het blijft met vuur spelen als er zo weinig initiatief wordt genomen, terwijl de tegenstander wel de mogelijkheden biedt. De weergoden hielden hun woord, de voetbalgoden in Lichtenvoorde lieten het afweten. Misschien een volgende keer wanneer ik mijn oude cluppie weer eens bezoek, gaat het beter. Of is het roeien met de riemen die je hebt.

 

Kakelkrant van Sprakeloos 14: Wolf in Duiven? Het is koning Izegrim

 

De koning is dood, leve de koning. Hij is gesignaleerd in zijn natuurlijk habitat, de koningsresidentie Duiven. Na ruim honderd jaar is een nazaat van koning Izegrim de zoveelste weer terug. Hij kwam natuurlijk po(o)lshoogte nemen en constateerde dat er veel bossages zijn weggehaald. De vooruitgang hè! We wisten dat hij zou komen, want in Duitsland waren neven en nichten al jaren gesignaleerd. Aanvankelijk kon koning Izegrim Duiven niet vinden, want hij is gewend aan compacte bebossing, dus vanuit Duiven hadden we al een welkomscommité bij Nijmegen en in Zuid-Limburg neergezet. Daar hadden we koning Izegrim per limousine graag opgehaald en hem feestelijk ontvangen in Duiven.

 

Het mocht niet zo zijn, onze koning heeft zelfstandig besloten te zoeken naar de koninklijke woonplek in Duiven, in weerwil van grote hindernissen, heeft hij via de Rijn gelopen en is gestuit op snelwegen. De vooruitgang hè! Maar hij is terug en is Duiven dus blijkbaar niet vergeten. Ik denk dat de gemeentelijke plantsoenendienst het druk gaat krijgen om onze Izegrim voorgoed binnen onze grenzen te krijgen. Er is voldoende ruimte voor koning Izegrim en zijn roedel. Vanaf volgend jaar zullen wij 31 augustus derhalve weer instellen als koningsdag, dat voelt na ruim vijftig jaar ook weer heel vertrouwd.

Of…..

Of is hij misschien helemaal niet gesignaleerd en is dit weer een hype, gecreëerd door Rutte en de zijnen die bezig zijn met een afleidingsmanoeuvre door alle aandacht op Duiven te richten en zo zijn nieuwe bezuinigingen door te drukken. Ze spindoktoren wat af daar in Den Haag. Mocht dit echt zo zijn dan zou de Duivense bevolking erg teleurgesteld zijn en ik zal persoonlijk zorgen dat zoiets electorale gevolgen gaat krijgen. Ik wel.

Of….

Of moeten we op zoek naar schaapskleren omdat een politiek onverlaat zijn ware gezicht laat zien en mensen probeert bang te maken. Wie zal het zijn, er zijn genoeg gegadigden. In alle gevallen zullen we in Duiven oplettend blijven, om gespuis te weren, om ons geen rad voor de ogen te laten draaien of in het positieve geval onze koning koninklijk te ontvangen.

Leve koning Izegrim.

Kakelkrant van Sprakeloos 13: Europa blues op vrijdag

 

De vrijdagmiddagblues, kent u dat? Na een week intensief werken is het op. Misschien kent u het niet, want u heeft ongebreideld calvinistisch arbeidsethos of bent aanhanger van de neo-kapitalistische sekte: Time is money. Ik niet, want op is op en als je met mensen werkt, is dat soms een hele zinvolle constatering. De rek voor deze week is er uit. Ik droom een beetje weg en ga een collega lastig vallen die ook van de vrijdagmiddagblues is. Samen ‘jammen’ we een beetje over de bureaucratisering van de zorg, de politiek en ongemerkt komen we te spreken over de Europese geschiedenis. Onze conclusie is dat Europa altijd internationaal is geweest in zijn oriëntatie, dat er altijd uitwisseling is geweest van goederen, mensen, kennis en wat al niet meer. Het anti-Europese geouwehoer van o.a. de PVV is maar larie. Nationale staten zijn kunstmatig en hebben de laatste 200 jaar alleen maar ellende gebracht. Nu beweer ik niet dat er geen ellende is zonder nationale staten, maar verschillen tussen wij en zij zijn niet gelijk aan nationalisme. Zo keuvelen we over Teutonen, het vroeg Frankische Rijk, Merovingen, de opkomst van de Hanzesteden en de Elizabethsvloed van 1421. In tien minuten tijd hadden we de grote lijnen van de Europese geschiedenis te pakken en beseffen dat nationalisme binnen Europa een gevaar is voor ons allen.

We zitten in een schip dat dreigt te zinken als we niet uitkijken, we zullen dus met zijn allen moeten hozen.. Doen we dat alleen of wijzen we een enkeling aan, dan gaan we met zijn allen….naar de Filistijnen. We verworden dan mondiaal gezien een toeristisch historisch armlastige pleisterplaats, Europa.’

 

Het is even stil, we baden in ons absolute gelijk. Dan gaat de telefoon. Een indicatieorgaan belt en vraagt waarom dat ene kruisje niet gezet is op het formulier X. Het antwoord is duidelijk, omdat het nog niet bekend is. Ze namen er geen genoegen mee, attendeerden ons dat indien het kruisje over een week nog niet gezet is, de aanmelding ongeldig wordt. We moeten dan het formulier opnieuw invullen of we kunnen gebruik maken van procedure Y, dat zou sneller gaan, maar geeft geen garanties.

De vrijdagmiddagblues is weg en gaat over tot het gebruikelijke fabrieksgeluid van de machinerie der radertjes, ook in de zorg. Er gebeurt niets, als het ene radertje niet precies in het andere past. Niemand weet meer de grote lijnen, het hoe en waarom.

In ons professionele kruis getrapt over dat enige kruisje, dragen we manmoedig ons loonslavenkruis. We weten dat het formulier over drie weken pas volledig ingevuld kan worden, maar dan is het te laat. We kunnen vanmiddag niets meer doen, maar de vrijdagmiddagblues komt niet terug, al dromen we ieder apart nog wel over een begrijpelijk Europa. Dat snappen we, ons werk niet meer.

EUROPE -THE FINAL COUNTDOWN

 

Kakelkrant van Sprakeloos 12: Polderbergen of berg je in de polder.

 

We zijn weer thuis, of eigenlijk ver van huis, want hedenochtend brak mijn klomp over het laatste poldernieuws. We gaan de hoogte in. Tenminste, na een column van Thijs Zonneveld van De Pers, die een twee kilometer hoge berg in de polder voorstelt, schijnt heel sportminnend Nederland uit zijn voegen te barsten van enthousiasme. Kunt u het zich voorstellen, twee kilometer hoog? Het lijken de jaren twintig wel, toen onder druk van armoede en diepe crisis de meest rare plannen en weddenschappen werden afgesloten. Na ‘the roaring twenties.’ dan nu ‘the amazing decade’?

Over de technische realiseerbaarheid laat ik me niet uit. Ik heb twee linkerhanden en een ruimtelijk inzicht van een amoebe, maar dit lijkt hoogmoedswaanzin. De ondernemers onder u zullen zeggen dat zonder lef en fantasie, nog nooit iets voor elkaar is gekomen. Wij, jongens van stavast, die hun land door de eeuwen heen hebben ingepolderd, zullen ook de hoogte bedwingen. “Dieu creé le monde, mais les Hollandais creé Hollande.”

Zo lust ik er ook nog wel wat. Als we nu niet één, maar in iedere provincie hoofdstad een berg maken en dan niet van twee, maar van 5 of van mijn part 8 kilometer hoogte. Het zand halen we uit de Noordzee, hebben we meteen extra bescherming tegen de stijgende zeespiegel, tenminste dat hoop ik. De protesten van de ecologen lappen we aan ons laars, bovendien zullen ze in mijn plan ruimschoots gecompenseerd worden.

We maken tussen die hoofdsteden een enorm kabelcomplex. Zo starten we bijvoorbeeld in Zwolle op 8000 meter NAP en kunnen uitstappen in Arnhem op een bescheiden op ongeveer zeespiegelniveau. Wilt u verder, gewoon met de kogellift naar boven en aldaar kunt u uw reis via hetzelfde kabelbaanprincipe voortzetten naar Den Bosch of Utrecht. Alle gondels, en het zullen er veel zijn, worden voorzien van zonnecollectoren, dus het hele systeem van reizen is ecovriendelijk, bovendien helpt de zwaartekracht nog een beetje mee, de nieuwe energiebron zwartekrachtenergie. Het altijd dreigende verkeersinfarct wordt opgelost en CO2 wordt een term die alleen biologiestudenten nog begrijpen. Slechts regionaal verkeer is nog noodzakelijk. Voor deze voordelen mogen we De Noordzee wel opofferen dunkt me en misschien ontstaat er wel een nieuw ecologisch systeem à la de Marianentrog.

Ik ben Thijs Zonneveld niet, maar slechts een onbezoldigd blogjesschrijver van de Kakelkrant, maar volgens mij is dit idee, niet vreemder dan die ene berg in de polder. Het is slechts een uitwerking en een verfijning van zijn idee. The amazing decade zal ik maar zeggen. Dus een oproep aan alle lezers, beschimp dit plan niet, maar roeptoeter het lekker door via Twitter (@sprakeloosID) of welk medium dan ook. Misschien is het over enkele weken ook een hype die op realiseerbaarheid wordt bekeken en staat het bedrijfsleven in rijen om te investeren.

Een Kuip dagje is een puik dagje: Feyenoord – Heerenveen 280811

IN DEN BEGINNE

Er waren eens twee mensen, mijn vader en moeder, heel rustige mensen. Op een genoeglijke voorjaarszondag in 1974 werd de rust heel onverwacht verstoord. Gekluisterd aan de radio, Langs de Lijn, schreeuwden ze het uit. Mogelijk Theo Koomen kondigde het kampioenschap van Feyenoord aan. Ik zeg met opzet ‘ze’ want voetballen dat deed ik voornamelijk zelf, de rest interesseerde me niet. Sinds dien was dat anders. Na dat ik getroost werd, ik was enorm geschrokken, ben ik het voetbal gaan volgen en uiteraard was Feyenoord mijn club. Op het schoolplein was ik voortaan Willem van Hanegem of Eddy Treytel als ik keeper was. Op mijn manier is de liefde voor de club nooit meer weggegaan. ’s Zondags Langs de Lijn en Studio Sport met het spreekwoordelijke bord bami natuurlijk. Later is dat minder frequent geworden, maar altijd teletekst bij de hand. Als jongetje ben ik twee keer met mijn vader naar het Diekmanstadion in Enschede geweest om Feyenoord te zien, twee keer heb ik Feyenoord zien spelen in Deventer, één met Johan Cruijff in de gelederen en in 1983 hadden we kaartjes voor de match in het Olympisch stadion.

Eenmaal groot geworden, bleef het liefde op afstand, maar met met oudste zoon moest ik beslist naar een wedstrijd en het werd De Graafschap in Doetinchem, een beroerde wedstrijd met Peter van Vossen nog in het team. Het heeft daarna bijna tien jaar geduurd voor hij mijn Feyenoordpassie heeft overgenomen. Ondertussen was ik op mijn 41e voor het eerst in De Kuip geweest voor een wedstrijd tegen Vitesse. Recent pikken we af en toe een wedstrijd mee via ‘Eredivisie Live’.

Mijn broer stelde voor een seizoenkaart te delen zodat we ieder met onze beider oudste zonen naar de thuiswedstrijden konden gaan. ‘Strak plan.’ Op zijn kaart en die van zijn jongste zoon konden wij immers ook met clubcard naar binnen en die had ik inmiddels al half jaar. Vanmiddag was het zo ver, de wedstrijden zijn eerlijk verdeeld, en de primeur was voor mijn zoon en mij, Feyenoord-Heerenveen.

 

TOEN WIJ NAAR ROTTERDAM VERTROKKEN

Toen wij naar Rotterdam vertrokken, vertrokken wij dan richting De Kuip. Printje mee voor de juiste route, de 128 kilometer verliepen probleemloos en op advies van mijn broer, die al een paar keer vaker was geweest, parkeerden we de auto bij metrostation Lombardije, veilig, gratis en goed loopbaar naar het Stadion. Een primeur voor mijn zoon die zich heeft ontwikkelt tot een wandelende encyclopedie. Hij weet veel nieuwtjes, roddels en achterklap via Twitter en andere sociale media. De eerlijkheid gebied me te zeggen dat dit zoveel is, dat veel me ontgaat, maar samen met mijn oudste zoon naar Feyenoord geeft toch een heel feestelijk gevoel.

‘Zou mooi zijn als Ron Jans vanavond vertrekt’ De logica van zijn woorden ontgaat me, hij ziet mijn vragende gezicht en verduidelijkt zijn stelling: ‘Tja, dan hebben we in ieder geval gewonnen.’ Zo snel ben ik niet, bovendien verwonder ik me over de aanzwellende stroom supporters, terwijl het eigenlijk nog vroeg is. Om één uur stonden we voor de ticketoffice, met kopieën van paspoorten, betalingsbewijzen en bevestigingsbrieven van mijn broer en uiteraard onze eigen identiteitspapieren. Zou het goed gaan, want zo’n telefonische afspraak gaat 9 van de 10 keer fout. Geen enkel probleem, we kregen twee enveloppen mee met daarin de seizoenkaarten en hulpvaardige stewards leggen ons ongevraagd van alles uit. Hulde hiervoor. Dit waren we in de Arena anders gewend bij een wedstrijd van het Nederlands elftal, te beroerd om ons ook maar een beetje wegwijs te maken. Aangekomen op de juiste plaatsen, kwamen we tevreden tot de conclusie dat het hele beste plekken waren. Meteen maar een fotootje schieten. Het is geen straf nog een uurtje te wachten, kijkend naar een vol lopende Kuip. Jammer dat internet en de telefoonverbinding niet werken, maar och als dat het enige probleem is, tekenen we ervoor.

DE WEDSTRIJD

We komen natuurlijk voor de wedstrijd tegen Heerenveen. Na enkele minuten was het voor mij duidelijk dat de Friezen in theorie geen probleem moesten opleveren en toch was ik niet echt onder de indruk. Met name het individuele loopvermogen van de Friezen baarde me zorgen. Bovendien vond ik de verdediging van Feyenoord te afwachtend op beslissende momenten. Even is mijn aandacht weg als het vuurwerk ontstoken wordt. ‘Twaalfde minuut’ zegt mijn zoon. Nu wist ik dat bij Feyenoord geen nummer 12 speelt want dat is het publiek, en ik ben vandaag ook een beetje nummer 12, maar dat ook precies de twaalfde minuut voor het publiek is, wist ik niet. Wel mooi. Heerenveen maakte het eerste doelpunt uit, volgens mij, een te gemakkelijke strafschop, terwijl de Rotterdammers een strafschop werd onthouden. Bovendien mocht Heerenveen niet klagen door slechts met een gele kaart weg te komen bij een overtreding op een doorgebroken speler. Met een doelpunt van Fer is het gelijkspel in de rust. Tijd en ruimte genoeg om het karwei af te maken, hoewel Heerenveen al op de slachtbank had moeten liggen, want in hun vierde wedstrijd straalt het niveau van de Friezen al de geur van degradatie uit.

In de pauze leer ik iets van de communicatie van het Legioen, bijvoorbeeld door naar andere vakken te zwaaien wordt het gesprek gestart. Of wat te denken van de uitroep “Komen wij uit Rotterdam dan” dat beantwoord wordt met “Ken je dat niet hore dan?’ Ik zal een taalcursus Rotterdams gaan overwegen.

Na de pauze komen de Friezen snel op een voorsprong. Feyenoord moet dan alle energie weer steken in de gelijkmaker die komt via Cabral. Het doelpunt werd voorafgegaan door mooi voorbereiden werk, hetgeen ik ook te weinig zag deze middag. Want waar ik in de eerste helft me zorgen maakte over de verdediging, ergerde ik me in de tweede helft af en toe aan de besluiteloosheid van de aanval. Veel spelers, waaronder Cabral hebben veel te veel bewegingen nodig om een actie te maken. Bij Cabral is het voordeel dat er ook wel een aantal zaken goed gaan. Ik was minder content met het optreden van Fer. Te vaak na het aannemen van de bal is het één keer kappen en dan……niet schieten, maar nog een keer kappen en de kans is weg. Die besluiteloosheid zag ik meer, waardoor de daadkracht ontbrak, de duimschroeven moesten aangezet worden en dat lukte niet echt, ook niet tegen negen Friezen vanwege twee terechte rode kaarten. Het maakte de wedstrijd wel spannend, waarbij het angstzweet je in de bilnaad stond omdat kans op kans werd gecreëerd, zonder echt heel gevaarlijk te worden. Dus mijn advies aan Koeman voor mijn volgende wedstrijd en dat is tegen VVV om de spelers te voorzien van duimschroeven en laat hij dan ook Anas Ashahbar weer opstellen. De zeventienjarige debuteerde vandaag en dat ziet er veelbelovend uit.

Trouwens over duimschroeven gesproken, zelf ben ik ook op de pijnbank gelegd en wel door de Rotterdamse parkeerpolitie. Een bon van €53,50. Was er dan een parkeermeter dan? Ik heb niets gezien daaro, dat is lekker dan. Tegen VVV op 16 oktober beter opletten en zal me broer maar waarschuwen voor de wedstrijden tegen De Graafschap en ADO.