Sprakeloos Bloggers Speakerscorner 5: Een relatie van niks…….

En in één keer weet ik waar het mis gaat met Nederland op relationeel gebied en daarmee onze hedonistische maatschappij logischerwijs naar de verdoemenis gaat. Hedenochtend boven de krant zag ik het licht. In een fractie zie ik mezelf als onheilsprofeet, dominee en de alwetende maatschappij socioloog. Bovendien……op al deze fronten heb ik gelijk, feitelijk en moreel.

 

Al lezend ploeg ik de Volkskrant door en bij de tweede kop koffie lees ik als toetje het Volkskrantmagazine. Hierin word ik geconfronteerd met de rubriek van Machteld van Gelder die lezersvragen door lezers laat beantwoorden. (zie onderstaande afbeelding)

Heimelijk wist ik dat de financiële huishouding, naast natuurlijk de praktische huishouding, een foeilelijk construct is in veel relaties, dat tot heftige botsingen kan leiden. Maar het bovenstaande relaas is exemplarische voor ‘Het Pompeii’ op relatiegebied. Op financieel gebied is de rationaliteit dusdanig doorgevoerd, dat de rijke partner lekker op vakantie gaat, terwijl het ‘arme’ deel van de relatie op de vingers wordt getikt als er iets te veel wordt uitgegeven. Ik vind dit onbegrijpelijk, maar dit soort constructen komt volgens mij veel vaker voor dan ik voor mogelijk had gehouden. Hoe kun je vakantie vieren terwijl je levensgezel, je partner, je ‘allusie’ om louter economische redenen niet mee kan? Volgens mij heb je dan geen relatie. En hoe kun je je laten koeioneren binnen een relatie omdat je financieel minder inbrengt. Dan ben je een bange sukkel die de schijnrelatie in stand houdt omdat je berekenend wilt blijven profiteren van de kruimels die je mag opsouperen van je rijke partner. Als we dan toch met zijn allen naar de ‘kloten’ gaan is dit wel het culturele hellende vlak in onze maatschappij.

Als hedendaagse partners niet meer holistisch kunnen kijken naar zichzelf en hun relatie, als op financieel gebied de teller in een relatie altijd op nul moet staan en liever nog meer nemen dan geven, hoe zit het dan op andere vlakken. Hoe deel je lief en leed dan op het gebied van huishouden, opvoeding, op seksueel gebied, qua vriendschappen etc. Als de balans van een relatie bestaat uit allemaal uitgesplitste deelrekeningen die voor de hedonist allemaal positief moeten uitslaan wil de houdbaarheidsdatum toereikend blijven, dan is het droevig gesteld met je relatie en daarmee onze maatschappij.

Ben ik ouderwets dat als je een relatie aangaat en kinderen hebt, dat jou inkomen en vermogen voor het hele gezin is? Dat zelfde geldt voor je partner. Het delen van lief en leed is toch de basis voor iedere gezonde verhouding? Als er financiële problemen zijn dan zijn dat toch gezamenlijke problemen en als er een voordeeltje is, dan heeft iedereen er toch lol van. Geven en nemen naar vermogen en draagkracht is toch de basis voor iedere relatie en als dat niet kan, is er domweg geen relatie.

De wijze waarop het voorbeeld in het Volkskrantmagazine beschreven is, komt mij helaas niet als onrealistisch voor en is het ultieme voorbeeld van de doorgeschoven rationalisering van de maatschappij, die tot op relatieniveau is doorgevoerd. Het vermaledijde productiedenken dat de gezondheidszorg, onderwijs en andere publieke taken al heeft vermalen tot bureaucratie gevoelloze molochen, treedt met rasse schreden de liefdesrelatie binnen om daar zijn destructieve werk te doen. Het voelen en vinden in een relatie heeft plaatsgemaakt voor hedonistisch meetinstrumenten. Het is ieder voor zich en God voor ons allen, maar omdat we in toenemende mate niet meer in God geloven, wordt een relatie wel een hele trieste aaneenschakeling van eenakters waar maar zoveel mogelijk rendement uitgehaald moet worden.

 

Ter compensatie, mijn Internationale Vrouwendag

Internationale Vrouwendag 2013, helemaal langs me heen gegleden, schandalig. Om het goed te maken, maar snel een blogje uit 2009 opgepoetst.

Voor de internationale vrouwendag gebruik ik dit blog als een persoonlijke ruimte. Dat heb ik niet vaak hoor, meestal vind ik iets en probeer daar een verhaaltje van te maken. Soms serieus en op andere momenten probeer ik de getapte jongen uit te hangen.
Op deze speciale dag, 8 maart Internationale vrouwendag, gebruik ik dit blog op een beetje puberale manier. Want gisteren heb ik geleerd wat motieven kunnen zijn om te bloggen en ik heb besloten dat mijn blog voor vandaag mijn eigen puberslaapkamer voorstelt. Niet schrikken hoor, geen afbeelding van een van nietjes ontdane poster waarbij een dame, wulps en verbaast achterom kijkt met haar wijsvinger in de mond alsof ze wil zeggen: ‘Hé, kijk mij nu, sta ik hier even met de billen bloot’. Integendeel, zo zal ik vrouwendag niet bezoedelen.

Nee, ik heb me bedacht als ik posters op mijn puberkamertje zou willen hebben, welke posters zullen dat dan zouden zijn. En nu kan ik net doen alsof ik heel lang na zou moeten denken, maar dat is niet zo. Er is maar een vreemde en onbereikbare vrouw die op de wanden van mijn kamertje mag prijken en dat is: Juliette Binoche.

Als 20 jarige zag ik de film ‘The unbearable lightness of being’ naar het boek van Milan Kundera. Een prachtige film met Juliette in de hoofdrol en ik vond haar in één woord geweldig in die film. Later is ze nog in verschillende grote films te zien geweest (The English Patient, Chocolat en Mauvais Sang) en al waren de films niet allemaal van het gehalte van The unbearable ligthness of being’ om Juliette Binoche toch al de moeite waard om te bekijken.

Ruim twintig jaar later ben ik nog steeds Juliette-fan. Mocht ik een dochter hebben gehad, dan zou ze ongetwijfeld Juliette hebben geheten. Mevrouw Sprakeloos was het daar uiteraard niet mee eens. Mijn jongste zoon heeft ter compensatie als tweede naam Milan, dat dan weer wel.

Mijn bijdrage op deze Internationale vrouwendag is dus het plaatsen van een paar mooie foto’s op mijn blog van de Franse actrice als eerbetoon aan alle vrouwen. Gelijk een puberjongetje het doet met zijn onbereikbare supervrouwen. Juliette Binoche dus.

Waarom niet mevrouw Sprakeloos of de moeder van Sprakeloos zult u denken. Daar kan ik kort over zijn die willen niet op deze manier geadoreerd worden. Bovendien zijn die heel benaderbaar en stellen zij bovenal andere eisen aan mij.
Dus mijn supervrouw, veilig op mijn puberblogkamertje.

 

 

Teruggevonden: In 2007 schreef ik over Beppe Grillo

ORA ET LABORA en wel veel!!!!

0

zaterdag 22 september 2007 22:53 door sprakeloos

Weet je wat ik voel na een week werken, op zaterdag de boodschappen gedaan te hebben en bovendien de kinderen naar hun sportclub gebracht,  ter plekke blijven kijken en weer terug naar huis? Vermoeidheid. Misschien is dan de conclusie gerechtvaardigd om te stellen dat ik hard gewerkt heb? Tenminste dat is met een beetje eigenwaarde een oprechte conclusie. Dus ik mag me vereenzelvigen met de kritiek van de rechtse oppositie naar aanleiding van de kabinetsplannen die deze week gepresenteerd zijn. Als ik hen mag geloven wordt ik, de hard werkende Nederlander, genaaid, belazerd en bedonderd waar ik bij sta en waarschijnlijk alle drie tegelijk. Waarom voel ik me niet zo? Wel moe ja, maar niet belazerd door dit kabinet. Misschien omdat ik in een sector werk waar arbeidstekorten zijn?

Dat ‘betalen, betalen, betalen’ van belastingen is misschien wel goed, bijvoorbeeld voor de verpleegkundigen in ziekenhuizen die de veiligheid van hun patiënten voor een deel niet meer kunnen garanderen. Onze veiligheid welteverstaan, die van u, uw gezin en uw ouders. Maar daar wilde ik het eigenlijk niet eens over hebben. Het is slechts een bruggetje naar het volgende onderwerp, want ik ben onder voorbehoud eigenlijk best wel tevreden over dit kabinet. Wel moe natuurlijk.

Een volkje dat niet zo tevreden is, zijn de Italianen op dit moment. Een cabaretier, te weten Beppe Grillo, staat op dit moment sterk in de schijnwerpers. Als de verhalen waar zijn, schijnt de gevestigde orde aldaar op de grondvesten te schudden. En wat is die gevestigde orde? Maffiabazen zoals Berlusconi, zakkenvullende socialisten en hoerenlopende christendemocraten. Cocaïnegebruik schijnt meer regel dan uitzondering te zijn en het drugsgebruik is financieel ook nog makkelijk voor de heren en dames politici op te brengen. Het gerucht gaat namelijk dat Italiaanse parlementariërs al snel €15.000,- netto per maand incasseren, exclusief representatiekosten natuurlijk. Bovendien zou 10% een serieus strafblad hebben.

Nu zegt de Italiaanse premier Prodi, zelf vaak het doelwit van genoemde Beppo Grillo en door hem gekscherend Prodi Alzheimer genoemd, dat een bevolking de politieke constellatie krijgt die ze verdienen. ‘De politieke arena is een afspiegeling van de samenleving.’ De Italiaanse bevolking schrikt dus heel erg van hun spiegelbeeld, dat wil zeggen de misdragingen van de politieke kaste. Beppe Grillo maakt dat op een populistische wijze goed duidelijk.

Als Prodi gelijk heeft dan zijn wij in ieder geval een serieus hardwerkend volkje dat de neiging heeft tot enig sociaal beleid.
Maar, in alle eerlijkheid vraag ik me dan wel af wat het taalgebruik en de manieren van de oppositie zegt over een volk?

Sprakeloos Blogger Speakerscorner 4: De baard van de koning

Kent u die uitdrukking, “Bij de baard van de koning, zweer ik dat ik me zal inzetten voor Volk en Vaderland.” Waarschijnlijk niet, want in Nederland leven geen mensen meer die levendige herinneringen hebben aan een koning. In 1890 kregen we regentesse Emma en sindsdien leven we met vrouwelijke staatshoofden. Ik durf geen uitspraken te doen over de gezichtsbeharing van onze lieftallige koninginnen, al dan niet met ‘uitzaaiingen’ op hun tanden. De foto’s laten in ieder geval nette onbehaarde gezichten zien. Maar binnenkort hebben we een koning en kan de uitdrukking “Bij de baard van de Koning, zweer ik…..etc” in zwang geraken.

Er hoeft in Nederland namelijk niets te gebeuren, of er wordt wel een actiegroep opgericht. Een verworvenheidje van mondigheid van onze volkscultuur, zo door de eeuwen heen verkregen. Als we tegen zijn laten we ons horen en vaak is dat voldoende, want van de echte harde acties zijn we niet. De revolutie prediken ligt minder in onze volksaard, als we maar gehoord worden met ons ongerief, dan zijn we tevreden. Naast actiegroepen zijn er ook adhesiebetuigingen. Dit zijn mensen die hun goedkeuring willen betonen bij een bepaalde gebeurtenis of in het ergste geval op ludieke wijze een accent zetten bij een belangrijke historische gebeurtenis. Op dit moment haken bekende en minder bekende Nederlanders aan bij de Facebookactie: ‘Geen baard, geen koning.’

Zij willen dat onze aanstaande koning in navolging van zijn illustere voorgangers overgaattot respectabele gezichtsbedrog. Het lijkt me dat hier maar één iemand over gaat en dat is Maxima, die naar ik aanneem zelf moet oordelen of ze nu opgewonden raakt van een prikkende omhelzing, dan wel afziet van iedere knuffel in de toekomst. Misschien zullen op korte termijn de drie A-tjes ook enige invloed uitoefenen. Maar nee, een deel van de natie zet zich voor een bebaarde koning.

Historisch kan ik het plaatsen, want vroeger had ongeveer iedereen een baard. De vierbladige scheermesjes van Gilette lagen niet op de schrappen van een winkel, een dagelijkse scheerbeurt was niet vanzelfsprekend. De voorgangers van Willem Alexander hadden baarden en/of snorren, zoals iedereen in meer of mindere mate. Ik vraag me zelfs af, wanneer is het scheren historisch gezien begonnen? De Romeinen en Grieken, maar ook de Egyptenaren worden afgebeeld met en zonder haar in het gezicht. Mijn voorzichtige conclusie is dat er al iets van een barbiersopleiding moet zijn geweest. De Germanen, onze voorvaderen, zien wij vooral met baarden. Het imago van woest, mannelijk en onverschrokken dringt zich op. Eeuwen later zijn het Jan, Piet, Joris en Corneel die tot de vaderlandsche verbeelding spreken met hun baarden. Maar ook Jezus en zijn apostelen hadden baarden. Of Mohammed een baard had weet ik niet, maar zijn volgelingen prefereren ook massaal woeste gezichtsbeharing, al weet ik niet of dit een kwestie van geloof is, of de afwezigheid van scheermesjes op iedere hoek van de straat? Ook de grondleggers van de Linksche Kerk waren hevig bebaard, maar moeten we dat onze nieuwe monarch aandoen?

In een tijd dat je hopeloos ouderwets bent om buiten je hoofdhaar, nog een vorm van lichaamsbeharing waar dan ook te accepteren, begint de cultus van de gezichtsbeharing op te komen. Nu probeert men de kroning luister bij te zetten, door van koning Alexander I een baard te eisen: “Geen baard, geen koning”. Het is een aardige parodie op de leuze uit de jaren tachtig bij de kroning van Beatrix waarbij gold ‘Geen woning, geen kroning’. Ik zei u al, een hoop holle woorden, Beatrix is er gewoon gekomen. Ook nu is de woningmarkt weer actueel en jonge gasten kunnen moeilijk een hypotheek krijgen. Misschien moeten zij ook een actie ontketenen: Geen hypotheek, geen koningssteek.’ Maar dit terzijde.

De prangende vraag is natuurlijk, moeten we een koning met baard? Ik denk aan een Salomons’ oordeel oftewel een echte polderoplossing, een halve baard en/of snor, voor ieder wat wils. Bij openbare optredens kan men zelf bepalen om het beeld van links of rechts te nemen, behaard of onbehaard (of andersom). Ik denk dat Nederland dan lekker trendsettend bezig is. ‘Bij de halve baard van de koning, ik zweer dat we dan mondiaal weer een lekker woordje meespreken.’

 

En we gaan nog niet naar huis

Ken je die mop van die twee die naar Parijs gingen? Het is nauwelijks humor te noemen en het kan alleen gedijen bij de herhaling uiteraard. Zo is er een alternatief voor deze dijenkletser in de huiselijke sfeer van Sprakeloos. ‘Ken je die twee culturele hoogvliegers die naar het Boymans van Beuningen gingen?

100_1523Hedenochtend met nog twee NS-tickets voor vrij reizen, kwam het plan bovenborrelen om gebruik te maken van de reisbiljetten. De keus viel op Rotterdam. Ik kom er vrij frequent, minimaal tien keer per jaar voor een wedstrijd in De Kuip. Daarna is het meteen weer terug naar Duiven. Prachtige omgeving daar in Zuid en misschien zal ik in mei 2013 van daaruit naar de Coolsingel trekken en dus wat langer in Rotterdam blijven. Wie weet? Rotterdam een prachtige stad, dus, maar ik ken het eigenlijk niet. Slechts één keer ben ik op de Kop van Zuid geweest voor mijn werk en in de jaren tachtig moest ik eens naar de universiteitsbibliotheek voor mijn studie.

“Het Boymans” heeft ons nog nimmer mogen ontvangen en de planning is vandaag 4 100_1524januari. Een goede start van het nieuwe jaar. Eerder dan één uur konden we niet weg, we misten een aansluiting in Arnhem en vlak voor Rotterdam was er vertraging. We hoopten kwart over drie bij het museum te staan, maar het werd een half uur later. Eenmaal binnen waren we typische Nederlandse calculerende burgers. €32, – voor slechts 70 minuten Cultuur vonden we te veel.

100_1526Onze eerste culturele uitjes komen weer bovendrijven. Amsterdam 1991. Andere stad, andere tijd en een andere voetbalclub, maar nog steeds dezelfde mensen, zij die uiteindelijk niet gingen. Ook toen hebben we het Anne Frankhuis gemist, het Rijksmuseum van de buitenkant aanschouwd en door een chagrijnige suppoost van het Vincent van Goghmuseum werden we al heel snel naar de uitgang gekeken. Het liep tegen sluitingstijd. We zouden drie dagen cultureel besteden op ons eerste gezamenlijke uitje, we sliepen op de studentenflat Uilenstede van mijn broer. Oorzaak was dat diep in de nacht, vaak ’s morgens vroeg werd en er uitgebreid ontbeten moest worden, want op een lege maag kun je niet de stad in. Amsterdam ‘by night’ was voldoende toen.

Zo ook vandaag, op de kop af 22 jaar later is eventjes Rotterdam ‘opsnuiven’ uiteindelijk100_1530 voldoende. Als je de skyline alleen vanuit de verte kent, of erger nog van plaatjes, dan kun je concluderen dat Nederland slechts één wereldstad heeft en dat is Rotterdam. En de cultuur met hoofdletter C die kwamen we onderweg wel tegen. De feeërieke taferelen op de Westersingel ‘by night’ waren leuk, of ze nu met kapitalen geschreven worden of niet. Bovendien heerlijk gegeten bij ‘De Unie’ voor slechts een beetje meer dan de entree die we bespaard hadden. Wat wil een mens nog meer in Rotterdam?

Misschien de clou van de evergreen? Ken je die mop van die twee culti’s die naar het Boymans van Beuningen gingen? Ze gingen weer niet. L’ histoire se repete en dat is de kracht van humor. Toen vanwege jeugdige overmoed, nu door volwassen verplichtingen……..

100_1531‘When two ducks go to town’

Met Gémak naar Roodeschool, deel 1 tot Arnhem

Duiven Arnhem

Waarom? Je kunt het je haast niet voorstellen, maar Roodeschool klonk bij mij als kind exotisch in de oren. Ik ben van zo’n tussengeneratie die nog wel iets van topografische kennis heeft, maar voor het betere stampwerk van de lagere school moet ik bij mijn ouders zijn. Maar met Roodeschool begon voor mij de provincie Groningen in de vierde klas bij juffrouw W.

De naam Roodeschool is ingedaald in mijn geheugen en is er nooit meer weggegaan. Enige jaren terug schreef ik al een blogje met de veelbelovende term: ‘ Roodeschool zien en dan sterven.’ Zover wil ik het niet laten komen. Echter als aan het einde van 2011 de goede voornemens ter sprake komen voor het nieuwe jaar, weet ik dat 2012 in het teken staat van Roodeschool. In november 2012 was het zover. Met fototoestel, pen en papier, bammetjes en een beetje zakgeld, ging ik op stap. Natuurlijk een onderneming van niets, je vraagt je af waarom je het niet eerder hebt gedaan?

Omdat het nieuwste boek van Geert Mak als leesvoer is meegenomen krijgt mijn reis naar Roodeschool als werktitel: “Met Gémak naar Roodeschool.”

Koud is het niet, het miezert slechts een beetje. Een grijze dag is beloofd, maar veel neerslag zal er niet vallen zeggen de weerdeskundigen. Het station in Duiven maakt zich klaar voor de 21e eeuw, het plein is opgeleukt met bankjes en kunst. Vervoerder Syntus mag nog een maand Duiven aandoen, want in oneindige wijsheid heeft men besloten dat het Openbaar Vervoer geprivatiseerd moet worden. Omdat Syntus niet voldeed en/of te duur was, maar Arriva het vanaf 9 december 2012 doen, ik mag nog met Syntus. En dat is maar goed ook, weten we met de kennis van nu. Ik moet nog een kaartje kopen en dat ik natuurlijk knap stom. Even niet op de aanbiedingen gelet, dus de volle prijs is voor mij, 47 euro en een beetje. Jammer van het geld, maar het vaste en vertrouwde gezicht achter het loket bezorg ik op de valreep van haar loopbaan nog primeur: “Retourtje Roodeschool alstublieft!” Een over een maand moet ze bij haar nieuwe baas kaartjes knippen, de bemensing op de stations van Arriva zijn wegbezuinigd.

blog roodeschool 1

Nog even kijk ik mijn rugzak na of alles er is en ik dub nog over het fototoestel. Moet ik dat bij de hand houden om vooral pro-actief, o wat heb ik de schurft aan die term, foto’s te maken. Of maak ik zo maar wat kiekjes in de wetenschap dat mijn foto’s niet meer zijn dan wat versiering voor het blog. Accuraat of slonzig foto’s maken, voor de kwaliteit zal het in mijn geval niet zoveel uitmaken.

Zo’n eerste startplek is eigenlijk niet zo heel anders dan een werkdag naar Arnhem, dus eigenlijk niet zoveel ‘uitgevoel’ lijkt er te zijn. Deels dezelfde koppen, waaronder ‘haantje-net-niet-de-voorste’.  Een van de medepassagiers die me is opvallen met name door zijn vriendelijke uitstraling terwijl hij niet vooraan heeft gestaan bij de bedeling. Hij heeft flaporen, zijn neus is op zijn minst fors, zijn huid pokdalig en bovendien draagt hij een bril, vandaar de bijnaam in gedachten, die ik vooral voor mezelf houd. En ondanks alles valt vooral zijn vriendelijke uitstraling op.  Andere gezichten komen me bekend voor, al neem ik een trein of wat later dan normaal. De idee van vandaag Roodeschool te zien, maakt al het dagelijkse iets feestelijk, zelf het station van Arnhem.

arnhem station roodeschool eindImpressie station Arnhem, voor de liefhebber. Het mooiste van Arnhem is trouwens hier te vinden,  namelijk de trein naar Nijmegen.

Arnhem

Snel een koffie halen en de Spits meegenomen. De kop van de krant meldt een en al arnhem muskensrampspoed. Als het al zo slecht gaat, hoe lang kan een gewone kiosk de koffiemelk, roerstaafjes en melk nog vrijelijk laten staan. Wanneer slaat de geest van bisschop Muskens toe en nemen we op weg naar huis en passant suiker en melk mee. Dan hoeven we dat niet meer te kopen met de wekelijkse boodschappen.  De foto is gemaakt in de wetenschap dat er commentaar gaat komen op de nonchalante manier waarop de beurs voor het grijpen ligt. Ik kan u verzekeren het had al mijn aandacht.

Sprakeloos Blogger Speakers corner 3: Oorverdovende misantropie met kerst

 

Gelukkig moet ik maandag 24 december werken. De ‘finishing touch’ van de kerstinkopen is voor mijn wederhelft. Ik benijd haar niet. Maar goed, ik mocht vandaag en gisteren het bulkwerk doen. Ik doe de boodschappen het liefst, maar vandaag lukte dat niet. Even na twaalf uur vocht ik om een parkeerplaats om vervolgens in een karretjespolonaise de plaatselijke grootgrutter in te gaan. Heel irritant, maar als al die koeiekoppen zich tijdens de inkoop van hun ladingen calorieën die polonaise vasthielden, dan zou mijn misantropie niet zo’n enorme boost hebben genomen. Nu dus wel. Eenmaal voorbij de elektronische klapdeurtjes verandert de winkel in een complete anarchistische bende. Meteen al bij de groente-afdeling ontspinnen zich discussies tussen hoogst ontvlambare stellen over welke groente bij hun rollade gegeten moet worden. ‘Had dat thuis even afgekaart en op een briefje geschreven’ denk ik dan. Een ouderwets briefje is trouwens ook zo iets dat nog maar weinig mensen meenemen. De in te kopen overdaad moet allemaal op hun smartphone gedropt worden. Als een 16 jarige bakvis nu even snel kijkt op haar mobiele speeltje is er niets aan de hand. Dat gaat al lopende. Nee het zijn van die overjarige meno (en soms peno)pauzers die, zoekend naar hun leesbril, midden op het gangpad de kerstingrediënten nog nalopen op een speeltje dat ze ternauwernood begrijpen. Schuin over de hippe brilletjes wordt er geërgerd gekeken naar de rennende kinderen die te hard tegen hun karretje aanlopen. ‘Rot toch op oude taart’ denk ik dan. Het is inderdaad irritant dat jengelende onopgevoede kroost. ‘Maar zo’n takketeef stuwt mijn tollerantie-intolleratie tot ongekende hoogte’. Ik zei u al, de misantropie groeit als kool bij mij.

Terwijl de zoetgevooisde ‘Serious Request’ onderbroeken humor te nadrukkelijk op de achtergrond door de luidsprekers komt, pak ik snel mijn boodschappen in. Kan mij het schelen dat een paar meisjes uit Nijverdal met hun heitje voor karweitje actie €20, – heeft opgehaald voor het goede doel. Ik ben bezig met een heidens karwei en dat is de menselijke maat te houden in het gekkenhuis bij de plaatselijke grutter. ‘Fijne feestdagen’ zegt het alleraardigste kassameisje. Met moeite pers ik er nog uit dat ik haar ook het allerbeste is gun. Wat is dat toch met kerst samen te moeten zijn, terwijl bij mij alle signalen staan op ‘blijf-bij-mij-uit-de-buurt, ik-heb-een-pesthekel-aan-mensen-en-als-je-me-irriteert-ben-jij-de-klos’. Kerst zou een tijd van pure introspectie moeten zijn en niet van gezelligheid.

Tot overmaat van ramp zegt een dame van Oost-Europese komaf mij buiten vriendelijk gedag. Ze leurt met een krantje, maar eigenlijk wil ze gewoon geld. Deze ochtend is ze neergezet door een van haar Roma filiaalbazen die een eind verderop een paar valse noten speelt op een accordeon. Dit zijn dus de mensen die met de botte hersens van een gemiddelde VVD minister potentiële illegalen zijn. Tja, zo misantropisch ben ik dan nog net niet. Want zeg eens eerlijk, welk mens is nu illegaal? Zou kindje Jezus, met de normen en waarden van het hedendaagse Nederland een illegaal zijn geweest? Een interessante kwestie in deze dagen. We weten allemaal dat Jezus op latere leeftijd een hippie was, maar misschien ook wel een illegaal kind al dan niet geworteld. Met een venijnige grimas tast ik in mijn broekzak. Ik geef mijn vijftig cent van het karretje. Meer heb ik ook niet bij me. Al mijn ingehouden agressie richt zich nu op de bedenkers van vermeende illegaliteit van hulpeloze mensen uit Somalië, Irak of welke landen dan ook in de wereld. Een lekkere kerstgedachte waar ik niet vrolijk van wordt. Zo zal ik mijn zieleheil even wegspoelen met een SMS naar de jongens van ‘Serious Request’, een paar grijpstuivers voor het goede doel. Dat is Nederland anno nu. Soms zou je toch hopen dat die Maya’s iets nauwkeuriger waren geweest met hun kalenderberekeningen. Dan had ik het hedendaagse ‘mededogen’ en onmetelijke kooplust van vandaag niet hoeven te ervaren. Maar ja……….Fijne feestdagen.

Vijftig tinten grijs/ E.L. James

 

Was will das Weib? Dat weten we na lezing van Vijftig tinten grijs. Of eigenlijk, ik denk het te weten omdat meer dan één miljoen vrouwen in Nederland het hebben gelezen en wereldwijd zelfs meer dan vijftig miljoen. Want met name vrouwen zijn gevallen voor het werk van E.L. James.

Willen we wel weten wat vrouwen willen? Dat vraag ik me af, voor het lezen van het boek? Moeten de geheimen van de slaapkamer nog verder ontrafeld worden? Wil ik weten of vrouwen in mijn directe omgeving balletjes, of andere toeters en bellen vaginaal inbrengen terwijl ze in vergadering zitten of me van dienst zijn met een halfje volkoren? – Zouden die balletjes geluid maken, ik ben zo naïef dat niet te weten. Ik hoop het niet, want als de verwarming op het werk tikt omdat er lucht in zit, wil ik alleen maar denken: ”De verwarming moet ontlucht worden!” Ik heb geen behoefte aan andere bijgedachten. – Of word ik gelukkig van het feit dat iedereen potentieel gebruiker is van een butt plug? Als ik de recente informatie mag geloven, vaart de erotische handel in seksspeeltjes en aanverwante artikelen hoogtij, ondanks de economische crisis.

Voor degene die nog leven met de waarden en normen van voor de seksuele revolutie kan er niet meer omheen. Ook de vrouw is een seksueel wezen. Eigenlijk wisten we het al, want ik heb wel eens statistieken langs zien komen over pornogebruik op internet, dat schijnt groot te zijn, afgezet tegen het totale www-gebruik. In de westerse wereld schijnt 35 tot 40 procent van de bezoekers van pornosites ‘gewoon’ vrouw te zijn. Het beeld van de vieze ouwe mannetjes is dus achterhaald. De verkoop van Vijftig tinten grijs is in ieder geval een indicatie van deze aanname.

Maar mag dat vergelijk wel gemaakt worden tussen klassieke visuele porno en het boek Vijftig tinten grijs? Hele volksstammen, ook op televisie bij Pauw & Witteman, beweren na lezing, dat het boek vooral gaat om de romantiek! Dûhhhhh…….In dit kader spreek ik geen oordeel uit over het nut, schade of impact van pornografie in het algemeen. Dit boek is niet minder, maar ook zeker niet hoogdravender. Hooguit is dit boek niet geschikt voor de gemiddelde man die minder in staat geacht wordt om te visualiseren en zich noodzakelijk aangetrokken voelt tot plaatjes en filmpjes.

Tijdens het lezen van Vijftig tinten grijs krijg ik visioenen. Geen seksuele visioenen, maar wel hele verheffende ideeën over de economie. Als slechts dit boek al de seksshops en internetbedrijven naar grote hoogtes weet te leiden, misschien is het wel de oplossing voor de economische malaise. Ik heb het dan niet alleen over de directe verkoop, maar vooral dat dit boek als hulpmiddel gebruikt kan worden om ‘op slot geraakte relaties’ weer een boost te geven. Moet je eens voorstellen wat voor maatschappelijke energie en creativiteit er dan vrij gaat komen. Liefde is dus uiteindelijk de aanjager voor de economie, uiteraard gedreven door de vrouw, hoe kan het ook anders in het hedendaagse feminiene tijdperk.

Een hele lijn van seksattributen op de markt naar aanleiding van het boek

Maar wat moet je dan als man met dit boek? Ter voorbereiding van het lezen van Vijftig tinten grijs heb ik me die vraag gesteld op Twitter. Kreeg vrij snel antwoord. Er schijnt een parodie te zijn, speciaal voor de man: 50 sheds of grey!!! Dus mannen, we hoeven niet werkeloos toe te kijken totdat vrouwen de economie gaan redden, we kunnen ons eigen steentje bijdragen in onze ‘knutsel’schuurtjes.

Bovenstaande had ik al geschreven voordat ik ook nog maar een letter gelezen had. Vrouwelijke collega’s waren blijkbaar massaal het boek aan het lezen, de mannen spraken laatdunkend over ‘mammaporno’ of ‘over seks lees je niet, dat doe je’. Tot die tijd wist ik dat er mij nog een opgave lag te wachten, het lezen van het boek en er een stukje over schrijven. En als je zoiets beloofd hebt, dan moet je het ook doen. Zo onderdanig ben ik dan wel weer, want anders volgt er straf……..

Wat vond ik van het boek? Daar kan ik duidelijk over zijn. Allereerst het verhaal is echt bagger, of laat ik het anders stellen. Ik moet me er van bewust zijn dat voor Bouquettereeks-achtige verhalen ik niet tot de doelgroep behoor. Ik verbaasde me over het taalgebruik. Of ergeren is een beter woord. De schrijfster E.L. James vindt het blijkbaar heel belangrijk dat de broek van een man ‘lekker op de heup zit’. Ik kan me er geen voorstelling bij maken, maar dit werd meerdere keren genoemd. De kwaliteit van het orgasme kan de lezer meten aan ‘de hoeveelheid stukjes waarin de vrouwelijke hoofdpersoon ‘uiteen spat’. De eerste keer dacht ik bij 1000 stukjes: ‘Tjemig, daar is niet veel meer van over.” Verderop blijkt de orgastische hoogte ook in een miljoen stukjes gemeten te kunnen worden???? Het zal wel mijn gebrek aan inlevingsvermogen zijn, maar op dat moment denk ik: ‘Geef mijn portie maar aan Fikkie.” (Of zou het pure afgunst zijn?) Maar het meest ergerlijke vond ik de dialogen met ‘Mijn innerlijke Godin’. Van enige spiritualiteit of geloofsbeleving is in het boek geen sprake, maar ineens lijkt de ‘Innerlijke Godin’ wel ongeveer de drijfveer te zijn waarop het hele spektakel is opgebouwd. Gemakshalve ga ik er maar van uit dat het merendeel van de lezeressen ook niet vanuit een religieus oogpunt besloten heeft om Vijftig tinten grijs te gaan verorberen.

Verder is de boek te nadrukkelijk ‘gerestyled’ met het oog op de marketing. Het moet vooral verkopen. Vooral voor die vrouwen voor wie het lezen over BDSM in ieder geval nog niet over hun grenzen heengaat, moest het vooral wel smakelijk blijven en is er zorgvuldig getracht om de grens bij het betamelijke te houden. Dus eigenlijk, het stoute onbetamelijke blijft binnen betamelijke grenzen. Dit wordt vooral duidelijk bij het opstellen van de onderlinge regels tussen Anastasia Steele (Onderdanige) en Christian Grey (Dominant). Ook de onderhandelingsruimte moet blijven, want in de BDSM relatie is het niet statisch en beide partners moeten aan hun trekken komen. Wat dit aspect van het boek betreft, geeft het een aardig inzicht in hoe de ideale relatie tussen een slaaf en meester(es) zou moeten zijn. De relatie is dus meer dan de platte volksgezegdes:  ‘Pijn is fijn’ en ‘jeuk is leuk.’ Het meest positieve dat in dit kader over dit boek gezegd kan worden is dat het een inkijk geeft in deze vorm van relaties en seks. Een voorlichtingsboek dus eigenlijk.

 

Vijftig tinten grijs

E.L. James

mei 2012

Mijn overall conclusie is dus niet himmelhoch jauchzend, in tegenstelling tot de ongekende orgasmes die Christian Grey bij Anastasia weet te bewerkstelligen. Toch laat het onverwacht een dieper liggende gedachte bij me achter, of eigenlijk eerder een vraag. De thematiek met betrekking tot BDSM zou je kunnen betitelen als ‘vertrouwen‘ en ‘overgave‘. En dat brengt me bij de volgende opmerking in een tijd van individualisering, technische vooruitgang en mogelijk zelfs ontzieling van veel menselijke relaties. Zou er een verband kunnen liggen bij de enorme verkoopcijfers en de sterke behoefte aan ‘overgave’ en ‘vertrouwen’? Want eigenlijk zijn dat hele ouderwetse begrippen in tegenstelling tot de massale mee beleven van de BDSM relatie tussen Anastasia en Christian Grey. Nu ben ik niet zo naïef om te veronderstellen dat een dergelijke relatievorm van de laatste decennia is, iets nieuwerwets. De massaliteit om in het boek te duiken verbaast me wel.

Al met al kom ik tot de conclusie dat deel 2 en 3 niet aan mij besteed zijn. Ook de parodie ’50 sheds of Grey’ zal ik waarschijnlijk niet lezen. De doorontwikkeling van de relatie tussen Anastasia en Christian zal ik niet kennen. Zullen de rollen omgekeerd worden? Of ‘redt’ Anastasia haar dominante partner van zijn duivelse praktijken? Het zal me eigenlijk een rot zorg wezen. Op de beoordelingslijst van Sprakeloos kom ik niet verder dan een magere vijf, vooral te danken aan het feit dat het heel snel uit te lezen was en omdat het me nog een vraag opleverde die het waard is om over na te denken.

8. Maria met de bierblikjes

Barre tijden zijn in aantocht. Ik heb het dan niet over de economie, want ik begrijp er echt niets meer van. Ik weet slechts dat de centen niet mijn kant oprollen, daarmee heb ik me verzoend. Ik wil het hebben over de donkere dagen voor, tijdens en na de Kerst. Ik ben niet zo’n feestbeest. Bovendien heb ik ‘The sound of music’ al tien keer gezien. En waarom de film Sisi, Keizerin van Oostenrijk gemaakt is, begrijp ik sowieso niet, bovendien ‘Love Actually’ begint ook al te vervelen. Qua familiebezoek houd ik het rustig. Ik heb gelezen dat ruzie bij meer dan 50% van de kerstbezoeken op de loer ligt en dat de meeste mensen dan eigenlijk liever iets anders willen doen. Toch zitten we met kerst en de jaarwisseling massaal bij elkaar, al dan niet gelukkig.

Echter er zijn in Nederland ook grote groepen mensen die zich een vette familieruzie zouden wensen, want dan zijn ze in ieder geval niet alleen. Anderen zouden bij wijze van spreken een moord plegen om in gezamenlijkheid July Andrews en de familie Trapp voorbij te zien komen. Alles beter dan alleen te zijn, of erger nog, geen thuis te hebben. Ik zal u allerlei Charles Dickensachtige kersttaferelen besparen. Mijn gedachten gaan uit naar Hans Christian Andersen en het meisje met de zwavelstokjes. ‘Ze warmde haar handen met lucifers die ze niet verkopen kon en keek naar binnen bij vredige gezinnen rond de open haard. De wind joeg de sneeuw door de straten en het meisje had het koud, steenkoud en was eenzaam.’

Ook nu kennen we nog de 19e eeuwse nostalgie, de mannen met baarden die door de steden lopen, hopend op onderdak voor de nacht. Het zijn echter niet alleen ‘Malle Pietjes’. Ook jonge mannen, vrouwen en zelfs kinderen leiden nog geregeld een zwervend bestaan om de meest uiteenlopende redenen. En zal ik u wat verklappen, niet alleen in de steden. Ik heb een dame voor ogen, laten we haar Maria noemen.Ze wandelt door de Liemers. Ze moet goed ontwikkelde kuitspieren hebben, dat wel, maar met haar welzijn is het minder gesteld. Mogelijk ben ik niet de enige die Maria wel eens heeft gezien in de omgeving. En altijd ben ik verbaasd ‘Hoe kan dit nu, hier op het ‘platteland’ van de Liemers. Ik ken het verhaal van Maria niet. Ik zie een ongelukkige, zwervende vrouw. Een vrouw die soms karweitjes doet als het goed gaat met haar. Werkjes voor een kop koffie, wat eten en vooral blikjes bier. Als het minder gaat, heeft ze ook blikjes bier en soms een boze kreet voor iedereen (of niemand) in haar omgeving. Ze kijkt ongelukkig of denk ik dat omdat ik een burgermannetje ben die op Eerste Kerstdag naar ‘The Sound of Music’ kan kijken? Ik weet niet zo goed wat ik voor haar kan betekenen, misschien een kaarsje opsteken? Een kaarsje voor moeder Maria en Maria van de Liemers, het meisje met de bierblikjes.

In 2011 verschenen in de weekkrant van de Liemers (LiemersVizier)

 

Reizen zonder John/ Geert Mak

 

‘Olé, olé, olé, een Geert Mak is altijd ok.’ Met deze zinsnede kocht ik de nieuwste pil van Geert Mak. Reizen zonder John – Op zoek naar Amerika – was mijns inziens geen enkel risico. Eerdere ervaringen met o.a. Europa, de Eeuw van mijn vader, Een kleine geschiedenis van Amsterdam en Hoe God verdween uit Jorwerd waren goed en zeer lezenswaardig. Na een uitvoerig verslag van Mak over de ‘oude wereld’ was nu de nieuwe wereld aan de beurt. De grote vraag is natuurlijk hoe nieuw is nieuw nog, als we het over het hedendaagse Amerika hebben? Dat zal moeten blijken als ik het verslag van Geert Mak lees over het nalopen van de route die John Steinbeck in 1960 heeft afgelegd.

John Steinbeck? Ja tot mijn verbazing is John Steinbeck een witte ruimte in mijn geheugen, tenminste totdat mijn oudste zoon afgelopen jaar voor zijn Engelse lijst aankwam met Mice and Men. De Amerikaanse literatuur is zo goed als niet aan bod gekomen tijdens mijn middelbare schooltijd en ik moet zeggen dat ik nadien ook weinig moeite heb gedaan om deze leemte op te vullen. John Steinbeck is begin jaren zestig zelfs winnaar geworden van de Nobelprijs voor literatuur. Ik wist het niet. Wat zegt deze ‘onbelezenheid’ over de kracht van deze boekbespreking? U zult het er mee moeten doen, maar vooraf kan ik verzekeren dat Reizen zonder John een echte aanrader is.

Geert Mak reist dus de schrijver John Steinbeck na en zoekt naar de verschillen en overeenkomsten van het Amerika van 1960 en 2010. Al reizende komt Mak erachter dat Steinbeck in zijn klassieker ‘Reizen met Charley’ de kantjes er van af heeft gelopen. Hij verhaalt zijn belevenissen beter dan dat dit in de werkelijkheid heeft plaatsgevonden. Op sommige plekken kan hij niet zijn geweest, leert onderzoek van Mak en over andere plaatsen vertelt hij zaken die hij in een eerder stadium heeft meegemaakt of ervaren. Kortom, concludeert Mak, John Steinbeck is eerder een romancier dan een journalist. Zoals hierboven al gezegd is, hierover kan ik geen oordeel vellen. De conclusie van John Steinbeck is dat Amerika rond 1960 tegenvalt, of in ieder geval niet overeen komt met de ervaringen die de schrijver eerder in zijn leven heeft opgedaan. In de epiloog haalt Geert Mak de uitspraak van Thomas Wolfe (1940) aan: ‘You can’t go home again’. Thuis is vooral in je gedachten, de belevingen die je meeneemt vanuit je jeugd, ook als je inmiddels elders leeft. Jij verandert, maar ook de omgeving die je achterlaat staat (meestal) niet stil. Hoe thuis is thuis dan nog.

Geert Mak

Reizen zonder John

– Op zoek naar Amerika –

Uitgever Atlas Contact

Augustus 2012

 In 1960 is John Steinbeck 58 jaar en de beste tijd van zijn schrijverschap ligt dan al achter hem. De reis door de VS is ook een soort van oppepper om nieuw elan te vinden voor zijn schrijverschap. Het is er niet van gekomen is de mening van Geert Mak. In hoeverre het tanende schrijverschap in het verhaal synchroon loopt met het oordeel van John Steinbeck namelijk dat Amerika in verval is, kun je je afvragen. Amerika is in die tijd in ieder geval voor de buitenwereld booming en het zogenaamde culturele verval met de anti-Vietnamprotesten moest natuurlijk nog komen. Het Wilde Westen was inderdaad niet meer, dus ik vraag me af of het cultuurpessimisme echt op heel veel feiten gestoeld is geweest, anders dan mogelijk de depressieve momenten van de schrijver zelf. Wel geeft Geert Mak met tal van voorbeelden aan dat het Amerika van toen in een sneltreinvaart is veranderd in vijftig jaar.

Het gaat in het delen van mijn boekervaring te ver om tot een volledig cultuursociologische opsomming te komen. Een aantal zaken vallen mij op en dat zal mogelijk vooral met mijn eigen socialisatieproces, interesses en belangstelling te maken hebben. Ik noem ze in willekeurige volgorde.

  1. De bewoning van Californië is met name van Zuid naar Noord gegaan via Spaanse missieposten. De westkust was heel lang echt het onbereikbare Wilde Westen. Nog interessanter vond ik het feit dat ook Rusland in de 19e eeuw pogingen heeft gedaan mee te doen aan de kolonisatiedrang door vanuit Siberië de stap te wagen naar Alaska en de rest van het continent. Het is amper van de grond gekomen en heeft in ieder geval weinig blijvends opgeleverd.
  2. Dat eigenlijk de sterkste periode van de VS vlak voor, tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog is geweest en met name Roosevelt heeft voor velen een voorbeeldfunctie gehad. Dit is ook de periode geweest dat de collectieve sector relatief groot was en er ook gericht gewerkt werd aan grote werkverschaffende infrastructurele projecten. Vanaf de jaren tachtig onder Reagan is dat sterk verminderd met alle sociale gevolgen van dien. Geert Mak komt met cijfers dat de investeringen in het publieke onderwijs heel sterk zijn afgenomen. Echter daar waar scholen worden afgebroken, worden in het zelfde tempo, of sneller, gevangenissen opgebouwd. Het is genoegzaam bekend dat er nergens zoveel mensen achter de tralies zitten dan in de VS.
  3. Dat het aan de houding van de Amerikanen, met president Obama voorop, is te merken dat de Europese gerichtheid sterk aan het afnemen is. Andere landen spelen mondiaal een grotere rol dan het suffe oude Europa. Landen als China, India en ook Zuid-Amerika met Brazilië voorop komen steeds nadrukkelijker in het vizier van de Verenigde Staten.
  4. In het verlengde hiervan en mogelijk één van de oorzaken van het verleggen van de focus is de veranderende samenstelling van de bevolking in de VS. Een toename van Aziatische en Spaanstalige nieuwe Amerikanen zorgt ook voor andere interne verhoudingen. De vanzelfsprekendheid van de WASP (White Anglo-Saxon Protestant) is niet meer. De hegonomie van de ‘boze witte man’ is daarmee mogelijk ten einde. (Voor mezelf trek ik daaruit de conclusie dat een sterk conservatieve president niet zo vanzelfsprekend meer is in de toekomst. Verder brengt dat ook interne instabiliteit met zich mee. Hoe zullen de groepen tegenover elkaar staan.) De veranderende bevolkingssamenstelling is natuurlijk ook een reden dat de vanzelfsprekendheid van Europa als vriendje, veel minder vanzelfsprekend is geworden. De opname van nieuwe staatsburgers van elders in de wereld maakt natuurlijk wel dat deze groepen gemakkelijker kunnen verbinden met de veranderende mondiale werkelijkheid. Dit kan voor de VS een belangrijke bron blijven van de hegonomie voor de nabije toekomst. Europeanen zijn wat dat betreft nog heel erg op zichzelf gericht en bezig met onderlinge competitie met elkaar, terwijl de toename van bruikbare krachten voor nu en de toekomst angstvallig bij de grens worden tegengehouden, tenminste dat is het streven.
  5. Opvallend is dat Geert Mak het heden, verleden, maar ook de toekomst opleukt met interessante feiten en weetjes. Zo komen ook de oorspronkelijke bewoners ruimschoots aan bod in het verleden, maar is er nauwelijks een rol weggelegd voor hen in het heden.
  6. Dat ondanks het zijn van een wereldmacht, de houding van de VS en zijn inwoners nog steeds isolationistisch is gebleven. ‘De Amerikaan’ beheerst de wereld het liefst vanuit zijn eigen veilige landje. Dit zorgt ook voor grote culturele afstemmingsproblemen met andere bevolkingen, met name omdat het bijna absolute geloof in het eigen (politieke) gelijk oneindig is. Dit in tegenstelling tot de Europeanen, die meer de neiging hadden om zich te vestigen in hun voormalige kolonies. Of dat altijd beter was is de vraag, maar het zorgt wel voor meer flexibiliteit in het denkvermogen. (Dit is tenminste mijn eigen bescheiden mening.)
  7. Ik was bijzonder nieuwsgierig hoe een ‘segouia’ eruit ziet. Geert Mak legt uit dat het bomen zijn van vele honderden, zelfs meer dan 1000 jaar oud. Met de wetenschap dat deze bomen ‘alles gezien’ hebben is het tijdsbestek van vijftig jaar geschiedenis natuurlijk vrij nietig. Na het zien van wat plaatjes op internet is de boom inderdaad heel indrukwekkend.
  8. De beschrijving van middelgrote steden en ook teruggang van inwoners in grote steden (Detroit bv.) is beangstigend. Hele spooksteden beschrijft Geert Mak op zijn route.

Ik ga er gemakshalve van uit dat Geert Mak niet gesjoemeld heeft met zijn eigen reis. Mogelijk dat hij dat verklaard in de verantwoording die ik nog niet gelezen heb. Zo niet, dan moet iemand anders over vijftig jaar de reis nog maar eens overdoen. Zelf kom ik er dan niet meer voor in aanmerking, want dan ben ik 96 jaar oud. Maar ik ben benieuwd hoe de VS er dan voorstaat? En hoe de wereld? In dat kader wil ik afsluiten met het laatste stuk uit de epiloog (pagina 525):

‘Volgens Kennedy (historicus) stort Amerika niet ineen, maar gaat het terug naar zijn ‘natuurlijke’ plaats in de wereld, ‘na die bijna zeventig jaar van uitzonderlijke en kunstmatige dominantie sinds 1945’. Hij vraagt zich wel af of de Amerikanen die terugkeer naar ‘normale’ verhoudingen kunnen accepteren, en of ze niet al te gemakkelijk in de ban raken van allerlei magische slagons als ‘How America Fell Behind in the World it Invented and How We Can Come Back’ – om een populaire boektitel te citeren. Paul Kennedy: ‘Het is zorgelijk. Alle grote succesvolle strategen – de Romeinen, Willem de Veroveraar, Otto von Bismarck – kenden hun beperkingen. Wij ook?’

Geert Mak besluit zijn boek na bovenstaande citaat:

Dat is inderdaad de grote vraag.

En niet alleen voor Amerika, want met de wetenschap dat de ‘oude’ wereld een jonger broertje gaat krijgen namelijk ‘de nieuwe wereld’, die ook al op leeftijd begint te raken en voor de toekomst niet de vanzelfsprekende wereldleider meer zal blijven. Dat geeft te denken voor ons Europeanen.

Het is Geert Mak toe te vertrouwen om historie, sociologische kennis en interessante feiten tot een zeer leesbaar boek te smeden. Net zoals ik Europa twee keer heb gelezen, leent dit boek zich voor herlezing, om ook dan nieuwe zaken tegen te komen of op andere gebeurtenissen de nadruk te leggen.

Op mijn leeslijstje krijgt dit boek een dikke acht.