Sprakeloos Blogger Speakers corner 3: Oorverdovende misantropie met kerst

 

Gelukkig moet ik maandag 24 december werken. De ‘finishing touch’ van de kerstinkopen is voor mijn wederhelft. Ik benijd haar niet. Maar goed, ik mocht vandaag en gisteren het bulkwerk doen. Ik doe de boodschappen het liefst, maar vandaag lukte dat niet. Even na twaalf uur vocht ik om een parkeerplaats om vervolgens in een karretjespolonaise de plaatselijke grootgrutter in te gaan. Heel irritant, maar als al die koeiekoppen zich tijdens de inkoop van hun ladingen calorieën die polonaise vasthielden, dan zou mijn misantropie niet zo’n enorme boost hebben genomen. Nu dus wel. Eenmaal voorbij de elektronische klapdeurtjes verandert de winkel in een complete anarchistische bende. Meteen al bij de groente-afdeling ontspinnen zich discussies tussen hoogst ontvlambare stellen over welke groente bij hun rollade gegeten moet worden. ‘Had dat thuis even afgekaart en op een briefje geschreven’ denk ik dan. Een ouderwets briefje is trouwens ook zo iets dat nog maar weinig mensen meenemen. De in te kopen overdaad moet allemaal op hun smartphone gedropt worden. Als een 16 jarige bakvis nu even snel kijkt op haar mobiele speeltje is er niets aan de hand. Dat gaat al lopende. Nee het zijn van die overjarige meno (en soms peno)pauzers die, zoekend naar hun leesbril, midden op het gangpad de kerstingrediënten nog nalopen op een speeltje dat ze ternauwernood begrijpen. Schuin over de hippe brilletjes wordt er geërgerd gekeken naar de rennende kinderen die te hard tegen hun karretje aanlopen. ‘Rot toch op oude taart’ denk ik dan. Het is inderdaad irritant dat jengelende onopgevoede kroost. ‘Maar zo’n takketeef stuwt mijn tollerantie-intolleratie tot ongekende hoogte’. Ik zei u al, de misantropie groeit als kool bij mij.

Terwijl de zoetgevooisde ‘Serious Request’ onderbroeken humor te nadrukkelijk op de achtergrond door de luidsprekers komt, pak ik snel mijn boodschappen in. Kan mij het schelen dat een paar meisjes uit Nijverdal met hun heitje voor karweitje actie €20, – heeft opgehaald voor het goede doel. Ik ben bezig met een heidens karwei en dat is de menselijke maat te houden in het gekkenhuis bij de plaatselijke grutter. ‘Fijne feestdagen’ zegt het alleraardigste kassameisje. Met moeite pers ik er nog uit dat ik haar ook het allerbeste is gun. Wat is dat toch met kerst samen te moeten zijn, terwijl bij mij alle signalen staan op ‘blijf-bij-mij-uit-de-buurt, ik-heb-een-pesthekel-aan-mensen-en-als-je-me-irriteert-ben-jij-de-klos’. Kerst zou een tijd van pure introspectie moeten zijn en niet van gezelligheid.

Tot overmaat van ramp zegt een dame van Oost-Europese komaf mij buiten vriendelijk gedag. Ze leurt met een krantje, maar eigenlijk wil ze gewoon geld. Deze ochtend is ze neergezet door een van haar Roma filiaalbazen die een eind verderop een paar valse noten speelt op een accordeon. Dit zijn dus de mensen die met de botte hersens van een gemiddelde VVD minister potentiële illegalen zijn. Tja, zo misantropisch ben ik dan nog net niet. Want zeg eens eerlijk, welk mens is nu illegaal? Zou kindje Jezus, met de normen en waarden van het hedendaagse Nederland een illegaal zijn geweest? Een interessante kwestie in deze dagen. We weten allemaal dat Jezus op latere leeftijd een hippie was, maar misschien ook wel een illegaal kind al dan niet geworteld. Met een venijnige grimas tast ik in mijn broekzak. Ik geef mijn vijftig cent van het karretje. Meer heb ik ook niet bij me. Al mijn ingehouden agressie richt zich nu op de bedenkers van vermeende illegaliteit van hulpeloze mensen uit Somalië, Irak of welke landen dan ook in de wereld. Een lekkere kerstgedachte waar ik niet vrolijk van wordt. Zo zal ik mijn zieleheil even wegspoelen met een SMS naar de jongens van ‘Serious Request’, een paar grijpstuivers voor het goede doel. Dat is Nederland anno nu. Soms zou je toch hopen dat die Maya’s iets nauwkeuriger waren geweest met hun kalenderberekeningen. Dan had ik het hedendaagse ‘mededogen’ en onmetelijke kooplust van vandaag niet hoeven te ervaren. Maar ja……….Fijne feestdagen.

Vijftig tinten grijs/ E.L. James

 

Was will das Weib? Dat weten we na lezing van Vijftig tinten grijs. Of eigenlijk, ik denk het te weten omdat meer dan één miljoen vrouwen in Nederland het hebben gelezen en wereldwijd zelfs meer dan vijftig miljoen. Want met name vrouwen zijn gevallen voor het werk van E.L. James.

Willen we wel weten wat vrouwen willen? Dat vraag ik me af, voor het lezen van het boek? Moeten de geheimen van de slaapkamer nog verder ontrafeld worden? Wil ik weten of vrouwen in mijn directe omgeving balletjes, of andere toeters en bellen vaginaal inbrengen terwijl ze in vergadering zitten of me van dienst zijn met een halfje volkoren? – Zouden die balletjes geluid maken, ik ben zo naïef dat niet te weten. Ik hoop het niet, want als de verwarming op het werk tikt omdat er lucht in zit, wil ik alleen maar denken: ”De verwarming moet ontlucht worden!” Ik heb geen behoefte aan andere bijgedachten. – Of word ik gelukkig van het feit dat iedereen potentieel gebruiker is van een butt plug? Als ik de recente informatie mag geloven, vaart de erotische handel in seksspeeltjes en aanverwante artikelen hoogtij, ondanks de economische crisis.

Voor degene die nog leven met de waarden en normen van voor de seksuele revolutie kan er niet meer omheen. Ook de vrouw is een seksueel wezen. Eigenlijk wisten we het al, want ik heb wel eens statistieken langs zien komen over pornogebruik op internet, dat schijnt groot te zijn, afgezet tegen het totale www-gebruik. In de westerse wereld schijnt 35 tot 40 procent van de bezoekers van pornosites ‘gewoon’ vrouw te zijn. Het beeld van de vieze ouwe mannetjes is dus achterhaald. De verkoop van Vijftig tinten grijs is in ieder geval een indicatie van deze aanname.

Maar mag dat vergelijk wel gemaakt worden tussen klassieke visuele porno en het boek Vijftig tinten grijs? Hele volksstammen, ook op televisie bij Pauw & Witteman, beweren na lezing, dat het boek vooral gaat om de romantiek! Dûhhhhh…….In dit kader spreek ik geen oordeel uit over het nut, schade of impact van pornografie in het algemeen. Dit boek is niet minder, maar ook zeker niet hoogdravender. Hooguit is dit boek niet geschikt voor de gemiddelde man die minder in staat geacht wordt om te visualiseren en zich noodzakelijk aangetrokken voelt tot plaatjes en filmpjes.

Tijdens het lezen van Vijftig tinten grijs krijg ik visioenen. Geen seksuele visioenen, maar wel hele verheffende ideeën over de economie. Als slechts dit boek al de seksshops en internetbedrijven naar grote hoogtes weet te leiden, misschien is het wel de oplossing voor de economische malaise. Ik heb het dan niet alleen over de directe verkoop, maar vooral dat dit boek als hulpmiddel gebruikt kan worden om ‘op slot geraakte relaties’ weer een boost te geven. Moet je eens voorstellen wat voor maatschappelijke energie en creativiteit er dan vrij gaat komen. Liefde is dus uiteindelijk de aanjager voor de economie, uiteraard gedreven door de vrouw, hoe kan het ook anders in het hedendaagse feminiene tijdperk.

Een hele lijn van seksattributen op de markt naar aanleiding van het boek

Maar wat moet je dan als man met dit boek? Ter voorbereiding van het lezen van Vijftig tinten grijs heb ik me die vraag gesteld op Twitter. Kreeg vrij snel antwoord. Er schijnt een parodie te zijn, speciaal voor de man: 50 sheds of grey!!! Dus mannen, we hoeven niet werkeloos toe te kijken totdat vrouwen de economie gaan redden, we kunnen ons eigen steentje bijdragen in onze ‘knutsel’schuurtjes.

Bovenstaande had ik al geschreven voordat ik ook nog maar een letter gelezen had. Vrouwelijke collega’s waren blijkbaar massaal het boek aan het lezen, de mannen spraken laatdunkend over ‘mammaporno’ of ‘over seks lees je niet, dat doe je’. Tot die tijd wist ik dat er mij nog een opgave lag te wachten, het lezen van het boek en er een stukje over schrijven. En als je zoiets beloofd hebt, dan moet je het ook doen. Zo onderdanig ben ik dan wel weer, want anders volgt er straf……..

Wat vond ik van het boek? Daar kan ik duidelijk over zijn. Allereerst het verhaal is echt bagger, of laat ik het anders stellen. Ik moet me er van bewust zijn dat voor Bouquettereeks-achtige verhalen ik niet tot de doelgroep behoor. Ik verbaasde me over het taalgebruik. Of ergeren is een beter woord. De schrijfster E.L. James vindt het blijkbaar heel belangrijk dat de broek van een man ‘lekker op de heup zit’. Ik kan me er geen voorstelling bij maken, maar dit werd meerdere keren genoemd. De kwaliteit van het orgasme kan de lezer meten aan ‘de hoeveelheid stukjes waarin de vrouwelijke hoofdpersoon ‘uiteen spat’. De eerste keer dacht ik bij 1000 stukjes: ‘Tjemig, daar is niet veel meer van over.” Verderop blijkt de orgastische hoogte ook in een miljoen stukjes gemeten te kunnen worden???? Het zal wel mijn gebrek aan inlevingsvermogen zijn, maar op dat moment denk ik: ‘Geef mijn portie maar aan Fikkie.” (Of zou het pure afgunst zijn?) Maar het meest ergerlijke vond ik de dialogen met ‘Mijn innerlijke Godin’. Van enige spiritualiteit of geloofsbeleving is in het boek geen sprake, maar ineens lijkt de ‘Innerlijke Godin’ wel ongeveer de drijfveer te zijn waarop het hele spektakel is opgebouwd. Gemakshalve ga ik er maar van uit dat het merendeel van de lezeressen ook niet vanuit een religieus oogpunt besloten heeft om Vijftig tinten grijs te gaan verorberen.

Verder is de boek te nadrukkelijk ‘gerestyled’ met het oog op de marketing. Het moet vooral verkopen. Vooral voor die vrouwen voor wie het lezen over BDSM in ieder geval nog niet over hun grenzen heengaat, moest het vooral wel smakelijk blijven en is er zorgvuldig getracht om de grens bij het betamelijke te houden. Dus eigenlijk, het stoute onbetamelijke blijft binnen betamelijke grenzen. Dit wordt vooral duidelijk bij het opstellen van de onderlinge regels tussen Anastasia Steele (Onderdanige) en Christian Grey (Dominant). Ook de onderhandelingsruimte moet blijven, want in de BDSM relatie is het niet statisch en beide partners moeten aan hun trekken komen. Wat dit aspect van het boek betreft, geeft het een aardig inzicht in hoe de ideale relatie tussen een slaaf en meester(es) zou moeten zijn. De relatie is dus meer dan de platte volksgezegdes:  ‘Pijn is fijn’ en ‘jeuk is leuk.’ Het meest positieve dat in dit kader over dit boek gezegd kan worden is dat het een inkijk geeft in deze vorm van relaties en seks. Een voorlichtingsboek dus eigenlijk.

 

Vijftig tinten grijs

E.L. James

mei 2012

Mijn overall conclusie is dus niet himmelhoch jauchzend, in tegenstelling tot de ongekende orgasmes die Christian Grey bij Anastasia weet te bewerkstelligen. Toch laat het onverwacht een dieper liggende gedachte bij me achter, of eigenlijk eerder een vraag. De thematiek met betrekking tot BDSM zou je kunnen betitelen als ‘vertrouwen‘ en ‘overgave‘. En dat brengt me bij de volgende opmerking in een tijd van individualisering, technische vooruitgang en mogelijk zelfs ontzieling van veel menselijke relaties. Zou er een verband kunnen liggen bij de enorme verkoopcijfers en de sterke behoefte aan ‘overgave’ en ‘vertrouwen’? Want eigenlijk zijn dat hele ouderwetse begrippen in tegenstelling tot de massale mee beleven van de BDSM relatie tussen Anastasia en Christian Grey. Nu ben ik niet zo naïef om te veronderstellen dat een dergelijke relatievorm van de laatste decennia is, iets nieuwerwets. De massaliteit om in het boek te duiken verbaast me wel.

Al met al kom ik tot de conclusie dat deel 2 en 3 niet aan mij besteed zijn. Ook de parodie ’50 sheds of Grey’ zal ik waarschijnlijk niet lezen. De doorontwikkeling van de relatie tussen Anastasia en Christian zal ik niet kennen. Zullen de rollen omgekeerd worden? Of ‘redt’ Anastasia haar dominante partner van zijn duivelse praktijken? Het zal me eigenlijk een rot zorg wezen. Op de beoordelingslijst van Sprakeloos kom ik niet verder dan een magere vijf, vooral te danken aan het feit dat het heel snel uit te lezen was en omdat het me nog een vraag opleverde die het waard is om over na te denken.

8. Maria met de bierblikjes

Barre tijden zijn in aantocht. Ik heb het dan niet over de economie, want ik begrijp er echt niets meer van. Ik weet slechts dat de centen niet mijn kant oprollen, daarmee heb ik me verzoend. Ik wil het hebben over de donkere dagen voor, tijdens en na de Kerst. Ik ben niet zo’n feestbeest. Bovendien heb ik ‘The sound of music’ al tien keer gezien. En waarom de film Sisi, Keizerin van Oostenrijk gemaakt is, begrijp ik sowieso niet, bovendien ‘Love Actually’ begint ook al te vervelen. Qua familiebezoek houd ik het rustig. Ik heb gelezen dat ruzie bij meer dan 50% van de kerstbezoeken op de loer ligt en dat de meeste mensen dan eigenlijk liever iets anders willen doen. Toch zitten we met kerst en de jaarwisseling massaal bij elkaar, al dan niet gelukkig.

Echter er zijn in Nederland ook grote groepen mensen die zich een vette familieruzie zouden wensen, want dan zijn ze in ieder geval niet alleen. Anderen zouden bij wijze van spreken een moord plegen om in gezamenlijkheid July Andrews en de familie Trapp voorbij te zien komen. Alles beter dan alleen te zijn, of erger nog, geen thuis te hebben. Ik zal u allerlei Charles Dickensachtige kersttaferelen besparen. Mijn gedachten gaan uit naar Hans Christian Andersen en het meisje met de zwavelstokjes. ‘Ze warmde haar handen met lucifers die ze niet verkopen kon en keek naar binnen bij vredige gezinnen rond de open haard. De wind joeg de sneeuw door de straten en het meisje had het koud, steenkoud en was eenzaam.’

Ook nu kennen we nog de 19e eeuwse nostalgie, de mannen met baarden die door de steden lopen, hopend op onderdak voor de nacht. Het zijn echter niet alleen ‘Malle Pietjes’. Ook jonge mannen, vrouwen en zelfs kinderen leiden nog geregeld een zwervend bestaan om de meest uiteenlopende redenen. En zal ik u wat verklappen, niet alleen in de steden. Ik heb een dame voor ogen, laten we haar Maria noemen.Ze wandelt door de Liemers. Ze moet goed ontwikkelde kuitspieren hebben, dat wel, maar met haar welzijn is het minder gesteld. Mogelijk ben ik niet de enige die Maria wel eens heeft gezien in de omgeving. En altijd ben ik verbaasd ‘Hoe kan dit nu, hier op het ‘platteland’ van de Liemers. Ik ken het verhaal van Maria niet. Ik zie een ongelukkige, zwervende vrouw. Een vrouw die soms karweitjes doet als het goed gaat met haar. Werkjes voor een kop koffie, wat eten en vooral blikjes bier. Als het minder gaat, heeft ze ook blikjes bier en soms een boze kreet voor iedereen (of niemand) in haar omgeving. Ze kijkt ongelukkig of denk ik dat omdat ik een burgermannetje ben die op Eerste Kerstdag naar ‘The Sound of Music’ kan kijken? Ik weet niet zo goed wat ik voor haar kan betekenen, misschien een kaarsje opsteken? Een kaarsje voor moeder Maria en Maria van de Liemers, het meisje met de bierblikjes.

In 2011 verschenen in de weekkrant van de Liemers (LiemersVizier)

 

Reizen zonder John/ Geert Mak

 

‘Olé, olé, olé, een Geert Mak is altijd ok.’ Met deze zinsnede kocht ik de nieuwste pil van Geert Mak. Reizen zonder John – Op zoek naar Amerika – was mijns inziens geen enkel risico. Eerdere ervaringen met o.a. Europa, de Eeuw van mijn vader, Een kleine geschiedenis van Amsterdam en Hoe God verdween uit Jorwerd waren goed en zeer lezenswaardig. Na een uitvoerig verslag van Mak over de ‘oude wereld’ was nu de nieuwe wereld aan de beurt. De grote vraag is natuurlijk hoe nieuw is nieuw nog, als we het over het hedendaagse Amerika hebben? Dat zal moeten blijken als ik het verslag van Geert Mak lees over het nalopen van de route die John Steinbeck in 1960 heeft afgelegd.

John Steinbeck? Ja tot mijn verbazing is John Steinbeck een witte ruimte in mijn geheugen, tenminste totdat mijn oudste zoon afgelopen jaar voor zijn Engelse lijst aankwam met Mice and Men. De Amerikaanse literatuur is zo goed als niet aan bod gekomen tijdens mijn middelbare schooltijd en ik moet zeggen dat ik nadien ook weinig moeite heb gedaan om deze leemte op te vullen. John Steinbeck is begin jaren zestig zelfs winnaar geworden van de Nobelprijs voor literatuur. Ik wist het niet. Wat zegt deze ‘onbelezenheid’ over de kracht van deze boekbespreking? U zult het er mee moeten doen, maar vooraf kan ik verzekeren dat Reizen zonder John een echte aanrader is.

Geert Mak reist dus de schrijver John Steinbeck na en zoekt naar de verschillen en overeenkomsten van het Amerika van 1960 en 2010. Al reizende komt Mak erachter dat Steinbeck in zijn klassieker ‘Reizen met Charley’ de kantjes er van af heeft gelopen. Hij verhaalt zijn belevenissen beter dan dat dit in de werkelijkheid heeft plaatsgevonden. Op sommige plekken kan hij niet zijn geweest, leert onderzoek van Mak en over andere plaatsen vertelt hij zaken die hij in een eerder stadium heeft meegemaakt of ervaren. Kortom, concludeert Mak, John Steinbeck is eerder een romancier dan een journalist. Zoals hierboven al gezegd is, hierover kan ik geen oordeel vellen. De conclusie van John Steinbeck is dat Amerika rond 1960 tegenvalt, of in ieder geval niet overeen komt met de ervaringen die de schrijver eerder in zijn leven heeft opgedaan. In de epiloog haalt Geert Mak de uitspraak van Thomas Wolfe (1940) aan: ‘You can’t go home again’. Thuis is vooral in je gedachten, de belevingen die je meeneemt vanuit je jeugd, ook als je inmiddels elders leeft. Jij verandert, maar ook de omgeving die je achterlaat staat (meestal) niet stil. Hoe thuis is thuis dan nog.

Geert Mak

Reizen zonder John

– Op zoek naar Amerika –

Uitgever Atlas Contact

Augustus 2012

 In 1960 is John Steinbeck 58 jaar en de beste tijd van zijn schrijverschap ligt dan al achter hem. De reis door de VS is ook een soort van oppepper om nieuw elan te vinden voor zijn schrijverschap. Het is er niet van gekomen is de mening van Geert Mak. In hoeverre het tanende schrijverschap in het verhaal synchroon loopt met het oordeel van John Steinbeck namelijk dat Amerika in verval is, kun je je afvragen. Amerika is in die tijd in ieder geval voor de buitenwereld booming en het zogenaamde culturele verval met de anti-Vietnamprotesten moest natuurlijk nog komen. Het Wilde Westen was inderdaad niet meer, dus ik vraag me af of het cultuurpessimisme echt op heel veel feiten gestoeld is geweest, anders dan mogelijk de depressieve momenten van de schrijver zelf. Wel geeft Geert Mak met tal van voorbeelden aan dat het Amerika van toen in een sneltreinvaart is veranderd in vijftig jaar.

Het gaat in het delen van mijn boekervaring te ver om tot een volledig cultuursociologische opsomming te komen. Een aantal zaken vallen mij op en dat zal mogelijk vooral met mijn eigen socialisatieproces, interesses en belangstelling te maken hebben. Ik noem ze in willekeurige volgorde.

  1. De bewoning van Californië is met name van Zuid naar Noord gegaan via Spaanse missieposten. De westkust was heel lang echt het onbereikbare Wilde Westen. Nog interessanter vond ik het feit dat ook Rusland in de 19e eeuw pogingen heeft gedaan mee te doen aan de kolonisatiedrang door vanuit Siberië de stap te wagen naar Alaska en de rest van het continent. Het is amper van de grond gekomen en heeft in ieder geval weinig blijvends opgeleverd.
  2. Dat eigenlijk de sterkste periode van de VS vlak voor, tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog is geweest en met name Roosevelt heeft voor velen een voorbeeldfunctie gehad. Dit is ook de periode geweest dat de collectieve sector relatief groot was en er ook gericht gewerkt werd aan grote werkverschaffende infrastructurele projecten. Vanaf de jaren tachtig onder Reagan is dat sterk verminderd met alle sociale gevolgen van dien. Geert Mak komt met cijfers dat de investeringen in het publieke onderwijs heel sterk zijn afgenomen. Echter daar waar scholen worden afgebroken, worden in het zelfde tempo, of sneller, gevangenissen opgebouwd. Het is genoegzaam bekend dat er nergens zoveel mensen achter de tralies zitten dan in de VS.
  3. Dat het aan de houding van de Amerikanen, met president Obama voorop, is te merken dat de Europese gerichtheid sterk aan het afnemen is. Andere landen spelen mondiaal een grotere rol dan het suffe oude Europa. Landen als China, India en ook Zuid-Amerika met Brazilië voorop komen steeds nadrukkelijker in het vizier van de Verenigde Staten.
  4. In het verlengde hiervan en mogelijk één van de oorzaken van het verleggen van de focus is de veranderende samenstelling van de bevolking in de VS. Een toename van Aziatische en Spaanstalige nieuwe Amerikanen zorgt ook voor andere interne verhoudingen. De vanzelfsprekendheid van de WASP (White Anglo-Saxon Protestant) is niet meer. De hegonomie van de ‘boze witte man’ is daarmee mogelijk ten einde. (Voor mezelf trek ik daaruit de conclusie dat een sterk conservatieve president niet zo vanzelfsprekend meer is in de toekomst. Verder brengt dat ook interne instabiliteit met zich mee. Hoe zullen de groepen tegenover elkaar staan.) De veranderende bevolkingssamenstelling is natuurlijk ook een reden dat de vanzelfsprekendheid van Europa als vriendje, veel minder vanzelfsprekend is geworden. De opname van nieuwe staatsburgers van elders in de wereld maakt natuurlijk wel dat deze groepen gemakkelijker kunnen verbinden met de veranderende mondiale werkelijkheid. Dit kan voor de VS een belangrijke bron blijven van de hegonomie voor de nabije toekomst. Europeanen zijn wat dat betreft nog heel erg op zichzelf gericht en bezig met onderlinge competitie met elkaar, terwijl de toename van bruikbare krachten voor nu en de toekomst angstvallig bij de grens worden tegengehouden, tenminste dat is het streven.
  5. Opvallend is dat Geert Mak het heden, verleden, maar ook de toekomst opleukt met interessante feiten en weetjes. Zo komen ook de oorspronkelijke bewoners ruimschoots aan bod in het verleden, maar is er nauwelijks een rol weggelegd voor hen in het heden.
  6. Dat ondanks het zijn van een wereldmacht, de houding van de VS en zijn inwoners nog steeds isolationistisch is gebleven. ‘De Amerikaan’ beheerst de wereld het liefst vanuit zijn eigen veilige landje. Dit zorgt ook voor grote culturele afstemmingsproblemen met andere bevolkingen, met name omdat het bijna absolute geloof in het eigen (politieke) gelijk oneindig is. Dit in tegenstelling tot de Europeanen, die meer de neiging hadden om zich te vestigen in hun voormalige kolonies. Of dat altijd beter was is de vraag, maar het zorgt wel voor meer flexibiliteit in het denkvermogen. (Dit is tenminste mijn eigen bescheiden mening.)
  7. Ik was bijzonder nieuwsgierig hoe een ‘segouia’ eruit ziet. Geert Mak legt uit dat het bomen zijn van vele honderden, zelfs meer dan 1000 jaar oud. Met de wetenschap dat deze bomen ‘alles gezien’ hebben is het tijdsbestek van vijftig jaar geschiedenis natuurlijk vrij nietig. Na het zien van wat plaatjes op internet is de boom inderdaad heel indrukwekkend.
  8. De beschrijving van middelgrote steden en ook teruggang van inwoners in grote steden (Detroit bv.) is beangstigend. Hele spooksteden beschrijft Geert Mak op zijn route.

Ik ga er gemakshalve van uit dat Geert Mak niet gesjoemeld heeft met zijn eigen reis. Mogelijk dat hij dat verklaard in de verantwoording die ik nog niet gelezen heb. Zo niet, dan moet iemand anders over vijftig jaar de reis nog maar eens overdoen. Zelf kom ik er dan niet meer voor in aanmerking, want dan ben ik 96 jaar oud. Maar ik ben benieuwd hoe de VS er dan voorstaat? En hoe de wereld? In dat kader wil ik afsluiten met het laatste stuk uit de epiloog (pagina 525):

‘Volgens Kennedy (historicus) stort Amerika niet ineen, maar gaat het terug naar zijn ‘natuurlijke’ plaats in de wereld, ‘na die bijna zeventig jaar van uitzonderlijke en kunstmatige dominantie sinds 1945’. Hij vraagt zich wel af of de Amerikanen die terugkeer naar ‘normale’ verhoudingen kunnen accepteren, en of ze niet al te gemakkelijk in de ban raken van allerlei magische slagons als ‘How America Fell Behind in the World it Invented and How We Can Come Back’ – om een populaire boektitel te citeren. Paul Kennedy: ‘Het is zorgelijk. Alle grote succesvolle strategen – de Romeinen, Willem de Veroveraar, Otto von Bismarck – kenden hun beperkingen. Wij ook?’

Geert Mak besluit zijn boek na bovenstaande citaat:

Dat is inderdaad de grote vraag.

En niet alleen voor Amerika, want met de wetenschap dat de ‘oude’ wereld een jonger broertje gaat krijgen namelijk ‘de nieuwe wereld’, die ook al op leeftijd begint te raken en voor de toekomst niet de vanzelfsprekende wereldleider meer zal blijven. Dat geeft te denken voor ons Europeanen.

Het is Geert Mak toe te vertrouwen om historie, sociologische kennis en interessante feiten tot een zeer leesbaar boek te smeden. Net zoals ik Europa twee keer heb gelezen, leent dit boek zich voor herlezing, om ook dan nieuwe zaken tegen te komen of op andere gebeurtenissen de nadruk te leggen.

Op mijn leeslijstje krijgt dit boek een dikke acht.

PROACTIEF, Gatverdamme

 

Laat ik even een paar seconden introspectie vertonen, 1,2,3,…..en ik kom tot de conclusie dat ik weinig aspecten in me heb van een proactief leven. Of het nu gaat om de proactieve, zogenaamd gelukmakende, levensstijl, of de managers bullshit hoe je in je werk proactief moet handelen, ook koop ik geen pakken vol met bijvoorbeeld Becel voor een proactiever leven. Ik trap niet in de marketingshit. Kortom, ik prijs me gelukkig door me te vrijwaren van het stempel ‘proactief’, sterker nog ik heb een oneindige afkeer tegen de term. Proactief, gadverdamme.

Om maar eens te beginnen met de proactieve levensstijl dat in hevig contrast staat met de vermaledijde reactieve levensstijl. Proactieve mensen nemen zelf de regie in handen van hun leven. Je bent vandaag wat je gisteren deed. Wat een flauwekul. Natuurlijk als je je hele leven hebt gerookt, dan is de kans op een geweldige gezondheid op je 50e niet zo heel erg groot. Als je gisteravond hebt gezopen, heb je vandaag inderdaad een kater. Dat is logisch. Maar de meeste mensen rommelen toch maar wat raak en proberen gelukkig te worden binnen de mogelijkheden en kansen die ze hebben. En voor velen op deze aarde zijn die beperkt, zelfs in Nederland zijn die kansen ongelijk verdeeld. Zouden mensen die bijvoorbeeld vandaag in de top 200 invloedrijkste mensen staan nu echt zoveel proactiever zijn dan de rest van Nederland. Of spelen afkomst (geld) en talent (genetisch bepaald) daarbij een doorslaggevende rol? Mag je veronderstellen dat de jongeren die niet aan de bak komen in Spanje, en in toenemende mate ook in Nederland, zelf verantwoordelijk zijn voor de economische positie waarin ze ongewild terechtkomen? Als proactiviteit echt zo’n doorslaggevende levenshouding is, waarom lukt het politici niet om heel proactief een economische en culturele crisis te voorkomen? Het is maar een vraag.

 

Nog meer kotsneigingen krijg ik bij de proactieviteit die het werkproces ondergaat. Met name managers hanteren de term te pas en te onpas. De mate van een goed manager zijn, is de mate waarin deze lieden kunnen anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. Het is genoegzaam bekend dat bij de afronding van hun managersopleiding zij geen diploma krijgen, maar een glazen bol waarin ze in de toekomst kunnen kijken. De kennis en informatie die ze dan verkrijgen is de basis om ‘hun’ mensen op de juiste wijze aan te sturen. De arrogantie, alsof mensen echt zijn aan te sturen. Een goed manager moet vertrouwen op de kennis en kunde van de werkvloer en het dienende cement zijn voor diezelfde werkvloer, dan ben je pas een goede manager. Samenwerken dus en niet aansturen. Maar de praktijk is dat zelfs de werkvloer zich al bediend van de term ‘proactief’. Het moet niet gekker worden. Zelfstandig denkende professionals weten echt wel wat ze moeten doen om hun eigen vakgebied inhoud te geven. Of dit nu een verpleegkundige, een bouwvakker of een politieagent betreft, het maakt niet uit. Je hebt daarvoor geen proactieve manager voor nodig en je moet al helemaal niet jezelf misvormen tot een proactieve werknemer. Want wat is een proactieve werknemer nu meer dan een gokkende bangerik die anticipeert op de grillen van het management?

 

Zelfs zijn er tegenwoordig vele producten die de proactieve mens moeten helpen in zijn proactieve levensstijl. Al vele decennialang schermen banken en levensverzekeraars met financiële producten die je een appeltje voor de dorst verschaffen in moeilijke tijden of wanneer je van je welverdiende rust mag genieten op je 65e, of 67e of 70e? We weten inmiddels waartoe die proactieve houding van bangeriken heeft geleid. Ik hoef maar DSB of Icesave te noemen en we weten het allemaal. Ook op gezondheidsgebied suggereren allerlei producten zekerheden voor de weldenkende proactieve mens, met het peperdure Becel proactief voorop.

Proactief is een fictie voor mensen die geloven in de maakbaarheid van de wereld en de allesomvattende regie die ze daar zelf in hebben. Het is niet meer dan een schaamlap voor het beangstigende onbekende van weinig flexibele mensen. Onwillekeurig moet ik denken aan de zinsnede in het liedje van Het Klein Orkest, ‘Sparend voor later, ga je straks ook sparend dood.’

Kijk, dat vind ik nu eens een proactieve opmerking. Dat is volgens mij ook de enige die hout snijdt. Voor de rest, Proactief: Driewerf gatverdamme.

 

Sprakeloos Blogger Speakers-corner 2: Niet lullen maar poetsen

Ik ben slecht geluimd. Je hebt wel eens van die dagen dat het niet uit de vingers komt. Vandaag, nota bene een vrije dag. Het werk zeurt hevig op de achtergrond, bovendien heb ik te veel nieuws zitten flitsen op internet, Nederlandse politiek, maar ook Verwegisthan. Het maalt zonder er handen en voeten aan te kunnen geven. Eigenlijk weet ik wel wat er aan de hand is. (3 stapels was, de trap moet gedaan worden, de WC en buiten de herfstbladeren bij elkaar wegen). Vooral dat laatste is misschien wel de oorzaak, een najaarsdipje.

 

Ik moet gewoon schoonmaken in huis, want als dat gestructureerd is, zullen mijn gedachten ook wel weer geordend worden. Ik prijs me gelukkig met het feit dat ik niet de enige ben die aan de slag moet en schoonmaken. Rutte en de zijne moeten ook schoonmaken, want van wittebroodsweken is het niet van gekomen. Daarvoor in de plaats hebben we Spekman’s feest van de nivellering gehad. En dat is een lekker feestje geweest. Ik schat Hans Spekman wel dusdanig in dat hij in staat is om de nivelleringspolonaise in zijn eentje te gaan lopen. De liberalen doen in ieder geval niet mee, maar ik vrees dat veel sociaaldemocraten ook vol vertwijfeling zullen zijn, al zullen ze dat niet laten merken onder het mom: “It’s my party and I cry if I want to”. En voorlopig willen ze nog niet huilen en houden ze zich groot, want de Jan Modaal zit helemaal niet meer massaal bij de PvdA. Die zijn al overgelopen naar de SP of in een eerder stadium naar de PVV. De PvdA snijdt in het eigen vlees, de grote middengroep. In mijn soort dus eigenlijk al moet ik zeggen, er kan best een beetje af, letterlijk en figuurlijk.

Rekensommetjes leren mij dat een inkomensdaling van 10% niet ondenkbeeldig is. Ik ken de feiten natuurlijk niet, want ik mag nog helemaal geen sommetjes maken zegt het kabinet. Zelfs de Tweede Kamer moet nog bediend worden van de juiste doorrekeningen. Misschien word ik met mijn hulpverleningssalaris wel geconfronteerd met mijn eigen egoïsme. Mooie woorden over solidariteit bloggen dat kan ik wel. Maar als het er op aankomt, geef ik niet thuis? Dat is me een partijtje zelfconfrontatie. Aan de andere kant, wat levert die zorgpremie bijvoorbeeld op? Als zorgconsument voor mijn oudste zoon hebben wij de GGZ-wereld de afgelopen jaren gigantisch gespekt*. De premiebetaler heeft er behoorlijk voor krom moeten liggen om de onnodige bureaucratie in stand te houden. Van doeltreffende hulp is echter geen sprake geweest, we hebben het allemaal zelf mogen oplossen. Ik durf te beweren dat ik geen spekkoper ben geweest, integendeel. Misschien dat het daarom zo wringt met die zorgpremie. Laten ‘ze daar in Den Haag’ de bureaucratie als gevolg van de marktwerking maar eens opruimen. Hole frases over productie en doelmatigheid zijn een enorme schaamlap voor het disfunctioneren van de GGZ. Daar wil ik niet voor nivelleren en al helemaal geen feestjes vieren.

Maar ja, ik kan wel wijzen naar ‘hullie’ in Den Haag, ik zit nog steeds met mijn wasjes en de herfstbladeren buiten. Laat ik dan maar het goede voorbeeld geven en mijn eigen rotzooi eens opruimen. Mogelijk dat kabinet Rutte 2 dat dan ook wel doet. Een goed voorbeeld doet goed volgen.

 

 

* Een ouderlijk frustratieblog geeft inzage in de hoeveelheid geld dat de premiebetaler onnodig heeft uitgegeven de afgelopen jaren. We hebben het dan nog niet over onze energie en het lijden van een kind in ontwikkeling.

Urlaub wie der Kölner Dom

Een niet winnend verhaaltje over vakanties in Duitsland. Niet winnend, maar wel weer een verhaaltje dus…..

Hans en Elze, vrienden van mijn vader, waren lieve mensen. Hij kende ze sinds 1956 toen hij in Köln werkte. Door hen vierden we ieder jaar vakantie in Duitsland. Sauerland, Moezel of Schwarzwald, altijd kwamen we ‘noodgedwongen’ langs Keulen. Even “Kaffee mit Kuchen” of genieten van een uitgebreide maaltijd bij Önkel Hans en tante Elze, of  aardappelkoeken bij de Dom, vaste prik in de jaren zeventig. Voor mij was ‘de Duitser’ synoniem voor aimabele mensen die van goed eten en drinken hielden.

De wereldkampioenschappen van 1974 gaf een rimpeling in dat beeld, maar ondanks allerlei Nederlandse  karikaturale geluiden over fietsen die werden opgeëist, had ik als kind een louter positief beeld van onze oosterburen. Duitsland was exotisch, Duitsland was Pommes mit Wienerschnitzel en vooral veel bergen. Natuurlijk droeg mijn vader bij aan het positieve beeld. Hij wilde zijn Duitse taalkennis testen. Volgens mij kregen we altijd een ijsje als zijn Duits werd geprezen met de vraag of hij uit de buurt van Bremen kwam.

Hoe anders was het in 1982 te Grafenhausen. Een ervaring die mijn positieve beeld deed wankelen. Jaren tachtig, crisis, een gezin moest op de kleintjes letten en een hotel was duur. Naast Duits, was mijn vader ook goed in rekenen. Hij had bedacht dat de kinderen misschien wel zin hadden in ‘zelten’. Dat scheelde een hotelkamer. Omdat wij hem niet tegenspraken, volhardde hij. De hoteleigenaresse wist via de burgemeester dat bij het meer verderop, kamperen mogelijk was.
We togen er naar toe, niet dat mijn broer en ik zin hadden, een groot Duits bed sliep gerieflijker. Een plekje was snel gevonden. Er waren hoegenaamd geen mensen, laat staan tenten. Hoewel dit vreemd was, hadden we geen argwaan. De hotelhoudster had het immers aangegeven.

Mijn vader regelde de hotelformaliteiten, terwijl wij de tent opzetten. In de verte hoorden we blaffende honden. Een man met jagershoedje, strenge bril en dito gezicht, kwam in stevige pas aanlopen. Een Herder en een Dobberman stonden hun baasje bij in het ‘vies kijken’. Op onaangename wijze snauwde hij dat we niet mochten kamperen. In mijn beste Duits verwees ik naar de toezeggingen vanuit het dorp. Zijn ogen spuwde vuur, mijn moeder kreeg nog iets toegebeten en hij verdween. We haalden de schouders op en met ons morele gelijk gingen we verder. Vijf minuten later, de tent stond inmiddels, stoof een politie-auto in onze richting. Twee grote blonde agenten stapten uit en op vijftig meter afstand lieten ze op brute wijze weten dat we moesten oprotten. Nog sneller dan ze kwamen, verdwenen ze. Hun woorden ‘verschwinde’ en ‘schnell’ echode nog tussen de dennenbomen.

Verbouwereerd braken we af. Vader kwam kijken hoe het ‘zelten’ vorderde, maar begreep al snel dat de vakantie duurder zou uitvallen. Mijn broertje en ik waren, ondanks de  bevestiging van alle karikaturen over Duitsers, erg blij. Een groot Duits bed lonkte.

Vele bezoeken en vakanties verder is de onaangename smaak gewist. Een vakantie in Duitsland staat nog steeds als de “Kölner Dom”.

Melkmeisje Merkel

 

Toeval bestaat niet! Ik weet het niet, maar het is op zijn minst eigenaardig dat ik hedenochtend een hersenspinsel had bij het doornemen van het nieuws. Angela Merkel is in het nieuws naar aanleiding van haar bezoek in Griekenland. Oude wonden worden bij de protesten weer tastbaar in het Griekse straatbeeld. Voor de Grieken is de nazitijd minder een gedachte aan actieve oorlogshandeling, maar vooral ook een nachtmerrie op economisch gebied. Sterfte van rond de 300.000 mensen door honger en gebrek kenmerkte die tijd. De collectieve herbelevingen van het Griekse volk, nu de miljarden-bezuinigingen na miljarden-bezuinigingen elkaar in rap tempo opvolgen is begrijpelijk. De uitingsvorm is op zijn minst wonderlijk, want ook de Grieken zijn niet vies van rechts-extremisme hebben we gezien bij recente verkiezingen met berichten van heuse knokploegen. Ik vind dat de Grieken bij Europa moeten blijven, maar mijn economische kennis schiet tekort om zoiets te kunnen staven. Angela Merkel, als de belangrijkste vertegenwoordiger van het machtige Duitsland weet het blijkbaar wel, maar dit tot groot ongenoegen van de Grieken.

Angela Merkel blijft in mijn hoofd spoken als ik na het beluisteren van een liedje van Geier Sturzflug, hoe toepasselijk, het vrolijke ‘Bruttosozialprodukt, stuit ik op een youtubeclipje van de voor mij onbekende band KIZ met het totaal nietszeggende liedje ‘Die Sennerin vom Königssee.

Merkel is een beetje het melkmeisje van Europa. Ze melkt de Grieken tot de laatste druppel uit en danst over de arme Griekse Paupers. Zo wordt ze gezien door de Grieken en mogelijk ook door andere Zuid-Europeanen. Ik vind dat ze, in weerwil van allerlei nazi-vermommingen, vooral een heel vlijtig en ingetogen politica is. Toegewijd aan de Europese zaak. En zoals gezegd, mijn economische kennis schiet te kort, maar voor vandaag is Angela mijn melkmeisje, zo is het toevallig ook nog eens een keer.

 

Hoch in den Bergen über’m Königssee
da haust die Maid und hütet Vieh im frischen Klee
hoch auf den sonnigen Matten.
Sie ist so fromm und dennoch ungehemmt,
so wie ihr prall gefülltes Miederhemd, aha
sie hat das Schweigen im Walde.

Doch in der Nacht
wird durchgemacht
in Landestracht
tanzt sie auf den Almen Tscha Tscha Tscha
und aus dem Tal
strömt auf einmal
die Burschenschaft und feuert sie noch an.

Jodelodidie, holladie, holladie,
die Sennerin vom Königssee,
Jodelodidie, holladie, holladie,
sie tanzt wie eine wilde Fee.

Die Botschaft geht wie Feuer übers Land,
vom Watzmann bis zum Meeresstrand ist sie bekannt
als Ballerina der Berge.
Und eines Tages da kommt Fred Astaire,
und sagt: Hey Honey, hüte keine Kühe mehr,
and let us dance together!

In ganzen Land
sehr wohl bekannt
tanzt sie den Almen Tscha Tscha Tscha
und jeder Mann
macht sie jetzt an
gibt sich galant und singt voll Euphorie

De krant van: 21 mei 1966

Ik wist dat mijn ouders ze verzameld hadden, maar in mijn actieve geheugen was het even gewist. Vanaf mijn geboorte, 21 mei 1966, hebben ze de kranten van die dag, tot mijn twaalfde verzameld. Daarnaast hebben ze ook kranten met, in hun ogen schokkende wereldgebeurtenissen tot 1978 bewaard. Laatst kreeg ik, na een opruimaktie van mijn ouders, een doos mee, met kranten dus. Ik verheug me er op om ze te lezen. Vandaag de eerste, het dagblad thuisbezorgd op de dag van mijn geboorte in Heel (L).

Mijn ouders, beide netjes katholiek opgevoed in het Oosten van het land, waren tot medio 1965 geabonneerd op de Volkskrant zoals nette katholieke echtparen dat deden, ook als ze ver van hun ouders in Limburg woonden. Het plaatsen van papparazi foto’s van prinses Beatrix en Claus von Amsberg op de voorpagina van de Volkskrant in 1965 was voor mijn ouders de reden om het lidmaatschap op te zeggen. Het dagblad De Tijd, eveneens van katholieke origine was hun alternatief, volgens mij een middagkrant die ook later in Raalte nog enige jaren bezorgd werd.

Voorzichtig haal ik de bovenste krant uit het meegekregen pakketje, netjes met een touwtje erom heen. Ik durf niet te beweren dat de krant ongelezen is, hoewel mijn ouders op 21 mei 1966 wel iets anders aan het hoofd hadden dan het wereldnieuws, de krant zag er nog gaaf uit. Ik had immers vroeg in de nacht het levenslicht gezien, om vervolgens samen met moeders afgevoerd te worden naar het ziekenhuis in Roermond. Alles is goedgekomen, tenminste dat vind ik zelf. Aan de randen bevinden zich bruine vlekjes en er komt echt en herkenbare oud papierlucht vanaf. De krant voelt anders aan en is uiteraard nog op groot formaat. Ik verbaas me erover  hoe snel een mens went aan de tabloid-formaten die de laatste jaren zijn ingevoerd.

VOORPAGINA DE TIJD (121e jaargang No. 39328)

Op mijn ruim 46e jaar kom ik erachter dat het lettertype, en vooral de grootte, niet meer voor iedere 46-jarige is weggelegd.  De spreuk ‘Dieu et mon Droit’ prijkt naast de titel. Daarnaast het weer dat vochtig is en zo rond de 16 graden. De dagen erop zou het warmer worden, tot zelfs 19 graden Celcius. Dit wordt door de krantenmakers weggezet als een weertype met een ‘gunstig karakter’.  Tegenwoordig vind ik dat op mijn verjaardag echt aan de frisse kant, maar de opwarming van de aarde was nog niet uitgevonden.

Het hoofdartikel krijgt de kop mee ‘Premier Cals vaag over eensgezindheid binnen kabinet’. Een half jaar later zou het kabinet komen te vallen weten we nu.  Ook zijn er zorgen met betrekking de ontwikkeling van ‘lonen en prijzen’. Een loonpauze lijkt wenselijk om oververhitting van de economie tegen te gaan. In één van de artikelen is te lezen dat deskundigen een loonstijging van meer dan 7,4 % meer dan voldoende vinden. Dat zijn nog eens tijden waarbij loononderhandelaars hun vingers tegenwoordig bij af zouden likken. Verder wordt gerept over een studentenstaking aan de Universiteit van Leuven na onwelgevallige uitspraken van de bisschoppen bij de Zuiderburen. Anderen, te weten Boeddhistische studenten in Vietnam protesteren in Saigon bij de Amerikaanse ambassade. De politie treedt hardhandig op. De tweede patiënt met een kunsthart sterft in een ziekenhuis in Houston. En dat ook vroeger niet alles pais en vree was, wordt ook duidelijk aan de hand van een mogelijke ontvoering van een 5-jarige jongen. Aan de andere kant leukt een foto van een oecumenische huwelijksvoltrekking de voorpagina op. Ook een gedeeltelijke zonsverduistering op mijn geboortedag is voorpaginanieuws. Slechts één advertentie staat er op de voorpagina. Heel klein, maar in zwart uitgevoerd. Niet echt opvallend is de reclame uiting van de snoepwinkel Jamin en met onze maatstaven ook amper wervend.

Op het sportveld

Jamin

niet duur wel heerlijk

TV GIDS

Het moge duidelijk zijn dat de aankondiging van televisieprogramma’s nog niet gezichtsbepalend was in de krant. Twee Nederlandse netten staan vermeld met hun programma’s. Ook de radio-uitzending worden genoemd waarbij naast Hilversum 1, 2 en 3,

Door vanaf nu op de foto’s te klikken, zullen ze nog iets beter leesbaar worden

ook Radio Veronica wordt genoemd. Maar het meest opvallend is het artikeltje onder de tv gids met de kop: ‘Coördinatie in Hilversum is nog ver zoek’. Er wordt geklaagd over de overlapping van twee spannende televisiespelen op beide netten. De kijker zou de ontknoping missen van het ene programma, mocht hij uiteindelijk kiezen voor het begin van het andere programma.

BUITENLANDS NIEUWS

Drie artikelen vallen me in het bijzonder op. Het dramatische nieuws bijvoorbeeld dat ‘Uitstel bedreigt Franse H-bom.’ De VS geven namelijk geen toestemming voor de uitvoer van speciale rekenmachines die klaarblijkelijk noodzakelijk zijn voor het vervaardigen van een eigen Franse Waterstofbom. Ik denk dan, ‘What’s new’ in de vriendschappelijke betrekkingen tussen westerse mogendheden, zeker als het om economische belangen gaat. Op dezelfde pagina wordt de Amerikaanse minister van Defensie, Robert McNamara aangehaald omdat hij wijst op het feit dat China nog wel eens een groter gevaar kan worden dan de Sovjet-Unie. Ook wordt er gesproken over onderhandelingen tussen Spanje en Engeland met betrekking tot Gibraltar.

Even verder op een interessante bijlage over Brussel dat in de race is voor Europese Hoofdstad. De infrastructuur in Brussel wordt geprezen en de aanwezigheid van voldoende behuizing en kantoorruimte is een groot voordeel. In het artikel wordt niet getwijfeld aan het feit dat Europa één land wordt. Een groot probleem is op dat moment echter de Franse President De Gaulle die allerlei vertragingsacties opwerpt. Tja, die Fransen, toen al.

SPORT

Een uitgebreid artikel over Dokter Rolink leert de lezer, dat er genuaceerd over doping moeten worden gesproken, daarvan akte. Schaker Spassky vergooit zijn kansen op een zegen in de schaaktweekamp met Petrosian en de dames van Niloe worden handbalkampioen. Het is maar dat u het weet.

Wat ik dan weer niet wist ‘Who the hell is Willy Dullens. Ik wil niet beweren dat ik een wandelende voetbal-encyclopedie ben, maar van Willy Dullens had ik nog nooit gehoord. Hij is wel voetballer van het jaar geworden en dat staat dan in de krant van 21 mei 1966. Even googelen leert dat hij de eerste (en enige) voetballer uit de eerste divisie (Sittardia) was, die deze prestigieuze prijs ten deel is gevallen. Op de foto zijn ook Johan Cruijff en Piet Keizer te zien. Toon Hermans reikt de prijs uit. Volledigheidshalve geef ik nog even nog even de stand in de eredivisie door, de verkeerde club staat bovenaan en zal later dat jaar ook kampioen worden. Uiteraard een kleine weergave uit de krant, zoals hiernaast te zien is.

ADVERTENTIES

Ik noemde al heel even de kleine onopvallende annonce van Jamin op de voorpagina, maar elders in de krant staan wel advertentie van een behoorlijk formaat. Ze grote advertenties nemen al snel een kwart pagina in beslag. Het nog immer bekende scheerschuim en scheermesjesmerk ‘Gilette’ adverteert met een ‘Right Guard spuitbus-deodorant’.  Het opvallende van de deodorant is dat het een gezinsdeodorant is, dus voor hem en haar. Autoreclames zijn er volop, want de zestiger jaren is natuurlijk de periode dat de mobiliteit sterk aan het toenemen is. Voor een slordig f3500,- heb je een Fiat 500. Renault maakt reclame met de Renault 10, auto van het jaar en is voor f6.495,- te verkrijgen. De Citroën AMI-6 Break daarentegen kost weer ruim f1000, – minder. En voor de echte luxe en trekkracht heeft DAF de Daffodil voor minder dan f5.000, -. Een must voor mensen die met caravan bergen en bergpassen wil overwinnen.

Over auto’s gesproken, in de krant staat uitgebreid beschreven hoe de auto in opmars is in de Sovjet-Unie. Voormalig Sovjetleider Chroetsjow had een hekel aan auto’s, zijn opvolgers blijkbaar niet. De Volga was sterk in opmars. De fabrieken en kennis werden gebouwd met know-how van de Fiatfabrieken in Italië. Ik herinner me in een keer een aardrijkskundeles, begin jaren tachtig. Een al op leeftijd zijnde docent, met weinig sympathie voor linkse ideeën, liet geen kans onbenut om de idioterie van de communisten te tonen. Hij vertelde dat Volga’s en misschien later ook de Lada’s werden gebouwd in Toljatti, vernoemd naar de grote Italiaanse communistische leider Togliatti. In de titel van dat stukje zit trouwens een mooie dubbele bodem. De maker van deze titel moet die dag met tevredenheid de zaterdagkrant hebben gelezen.

ZATERDAGKRANT

Ik ben dus op een zaterdag geboren en ook toen stond blijkbaar de zaterdagkrant vol met personeelsadvertenties. Met name voor de verpleging en ziekenverzorging waren veel meisjes nodig. Ook het bankwezen, in dit geval de ABN, richtte zijn vizier op meisjes die zouden afstuderen. Een saaie typebaan bij de gerenommeerde bank werd verdoezeld door een heel hippe setting van jonge meisjes die niet konden wachten om te werken bij de bank.

En op deze zaterdag komt ook het geloofsaspect in de katholieke krant aan de orde. Heel lezenswaardig is het stuk over de communiefeesten in het Limburgse. Progressieve pastoors en kapelaans hekelen de communiefeesten oude stijl, die op heuse bruiloften lijken. Ze vragen meer soberheid te betrachten, maar de winkeliers zijn het hier niet mee eens.

De zaterdagbijlage van 21 mei 1966 sluit af met een puzzelpagina, ook voor kinderen en een beeldverhaal over Robbie de Beer en de betoverde schaatsen en een vervolgverhaal over de mier Podzak. Elders staat ook al een aflevering van Tom Poes door Maarten Toonder in de krant. Ik ben nog op zoek geweest naar muziekinformatie. En inderdaad, onder de sprekende titel ‘Toerentaal’ worden de nieuwste LP’s besproken. Ik kom de namen tegen van Catherine Sauvage en Sara Vaughan, maar ook Charlie Parker staat met zijn sax prominent in de krant. Ik heb niet kunnen vinden wie op dat moment op nummer 1 staat in de top 40. Dat zoek ik dan nog even op in de hedendaagse media om in de sfeer van 21 mei 1966 te blijven.

Binnenkort ook 21 mei 1967, mijn eerste verjaardag.

Radiostilte vereist passende muziekjes

Radiostilte, dat is de beste remedie voor het welslagen van de formatiebesprekingen tussen VVD en PvdA. Misschien hebben ze gelijk, want als we er met ons allen tegen aan gaan bemoeien, wordt het helemaal niets. Maar radiostilte is natuurlijk ook meteen zo oorverdovend niets. Zo goed als bijvoorbeeld John Cage dat voor 4.33 minuten kan, zal wel niet lukken. Ik stel voor dat als we naar ‘Den Haag’ bellen om kennis te nemen van de voortgang van de besprekingen, dat we in ieder geval gefêteerd worden op een muziekje om de tijd op het antwoord te overbruggen. En dan voor iedereen wat wils uiteraard.

 

De koningin heeft onlangs al onverwacht bezoek gehad, maar of ze daar iets mee opschoot is de vraag. We weten het niet, maar ook zij zal volgens de Tweede Kamer gewoon op haar beurt moeten wachten en met thee en mariakaakjes klaar staan voor onverwachte visite. Het is voor haar een totaal andere rol die ze gewend is dat afwachten. Misschien is ze beledigd en er stil van geworden, misschien geeft het haar intrinsieke rust.

Voor de nieuwsgierige VVD-ers adviseer ik een instrumentaal nummertje om alvast te wennen aan het rode gevaar. Tekstueel zijn ze vast nog niet toe aan de oproep dat alle verworpenen der Aarde wakker moeten worden. Hoe anders zijn de gevoelens bij de PvdA, altijd al een probleem tussen hart en hoofd. Leek het aanvankelijk dat de sociaaldemocraten zich met de echte socialisten moesten mengen, nu zijn ze weer gelukkig zonder hen. Ondertussen rijst de vraag bij Emiel Roemer en de zijnen of ze toch niet meer richting Europa moesten kijken, want solidariteit betekent ook medeleven met de Spaanse jongeren, de Griekse schooljuf en de Portugese fabrieksarbeider en boer. Dat anti-Europese geluid is ze opgebroken.

Geert Wilders en zijn aanhang kunnen zich wentelen in hun anti-establishment gevoel, maar het heeft weinig zoden aan de Hollandse dijk gezet. Als zij ‘Den Haag’ bellen kunnen ze zich troosten met de gedachte dat ze het op hun eigen wijze hebben gedaan. Dat dan weer wel.

Bij het CDA zijn ze andermaal toe aan vernieuwing, herijking dan wel herbronnen. Ze moeten zich gaan richten op nieuwe groepen met nieuwe muziek, maar het mag niet te ver van de oude christelijke bron. Een alternatief Ave Maria kunnen ze beluisteren bij hun telefoontje naar Den Haag. Voorlopig geen pluche voor hen, dus zullen ze moeten wennen aan het feit dat de radiostilte ook voor hen geldt. De ChristenUnie mag van hetzelfde muziekje genieten, want hoe verschillend zijn ze nu daadwerkelijk, ze putten immers uit dezelfde bron. Heel anders is het gesteld met de SGP. Voor hen een alternatief dat weinigen echt zal smaken, ze verkrachten immers de menselijke waarden en normen.

Voor de talrijke babyboomers die zich hebben verenigd in de 50+ partij van Henk Krol zou er nog een heuse babyboom-ballade gemaakt moeten worden. Ze koketteren op te komen voor de ‘ouwe taaies‘ van ons land, niets is minder waar. Het is een belangenorganisatie voor die generatie die het macro-economisch het beste voor elkaar heeft, terwijl ze op moralistische wijze hun ouderwetse linkse gelijk blijven prediken. 50+ is er vooral voor om de zon in het eigen tuintje te laten schijnen terwijl elders de donderwolken zich samenpakken. GroenLinks zal vooral genoegen moeten nemen met hun Calimero-positie en de Partij voor de Dieren mogen wat mij betreft de illusie warm houden dat ze daadwerkelijk de wereld hebben veranderd. Maar niet heus, want om ze te pesten laat ik ze graag aan de telefoon wachten met de gebeurtenissen rondom Marietje.

We zullen ons moeten vermaken tot die tijd, het leven gaat door en ieder luistert naar zijn eigen liedje. We doen onze boodschapjes, al worden ze steeds duurder en zoeken we massaal naar alternatieven om het huishoudboekje kloppend te houden, ook op micro-niveau. Ondertussen dansen de PvdA en de VVD hun bizarre dans en Mark Rutte moet zich mogelijk opmaken een andere Harlelijnskop op te zetten. We hopen allen op een klip en klaar regereerakkoord voor al die miljoenen Nederlanders. Want we moeten uiteindelijk toch samen verder, hand in hand.

HEB JE ALTERNATIEVEN, LAAT HET GEWOON WETEN. LAAT EEN REACTIE ACHTER HIERONDER OF OP TWITTER @sprakeloosID. WE ZULLEN NOG WEL EVEN MOETEN GENIETEN VAN DE RADIOSTILTE, DUS TELEFOONMUZIEKJES ZIJN VOORLOPIG NOG WELKOM. IK PAS ZE GEWOON IN BIJ DE TELEFOONMUZIEKJES HIERBOVEN.

De eerste suggesties zijn verwerkt. Aad Verbaast kwam met John Cage en zijn 4.33. Het summum van radiostilte. Via twitter kwam @Tikkie_Terug met ‘Het is stil in mij’ van VanDikhout. Zelf bracht mij dat ook nog bij Hand in Hand Kameraden.