Begrip, van de dag (118) Geloof niet alles wat je denkt

 

 

 

GELOOF NIET ALLES WAT JE DENKT

 

Beetje keuvelen met collega’s bracht onverwacht enige diepgang in het gesprek. Het ging over de functie van het denken in je leven. Daar kun je alle kanten mee op, maar neemt u van me aan het was een goed gesprek. Als klap op de vuurpijl kwam één van de collega’s met een geweldige uitsmijter. ,,Je moet niet alles geloven wat je denkt.” Dit vind ik nu mooi, eentje om over na te denken, misschien wel als levensmotto te gebruiken. Het helpt in ieder geval tegen mindfucken. Eerlijkheidshalve voegde hij er wel aan toe dat dit een wijsheid van zijn zus was. Een slimme zus laat hij weten.

In mijn enthousiasme deel ik mijn nieuw verworven inzichten met mijn jongste zoon. Je doet je best als opvoeder. Zijn gezicht spreekt boekdelen, hij vindt het maar niks. En als ik hem bevraag zegt hij: ,,Och dat is al zo vaak gezegd, misschien op een andere manier, niks bijzonders hoor.” Hij, de spuitelf van zeventien die volgend jaar Filosofie denkt te gaan studeren, doet zijn best om zijn arrogantie niet al te nadrukkelijk te laten blijken. Hij slaagt hier niet in. Ik ga er vanavond maar eens op broeden, de mooie uitspraak van de zus van mijn collega.

De eerste de beste zoekactie op Google met de uitspraak Geloof niet alles wat je denkt, levert heel veel hits op. De zus van mijn collega is beroemd denk ik in een splitsecond. Dan zie ik een plaatje van het bekende instituut OMDENKEN. De wijsheid wordt toegeschreven aan Eckart Tolle. Ik heb van hem gehoord, maar het kwartje valt niet meteen, hij doet iets met spiritualiteit. Daar laat ik het maar even bij. Eerst moet ik bijkomen van de teleurstelling dat mijn nieuw verworven levenswijsheid andermaal niet exclusief is. Ik zal niets zeggen over de zus van mijn collega, maar mijn zoon is dus best slim. Maar ik geloof dat ik denk dat ik zijn arrogantie nog even moet bijschaven zolang het nog kan.

Begrip, van de dag (117) Annieproof

 

ANNIEPROOF

 

Het was een kutavond. Het verkeer zat tegen, de zonen namen de telefoon niet op, kon ik zelf nog boodschappen doen. Dat is wat die mobiliteit, iedereen heeft zo’n ding in de hand, onder zijn kussen en zelfs op de WC. Maar als je dan contact wil, neemt er niemand op. Wat ik u brom, over twintig jaar bestaat het woord Oost-Indisch immobiel. Rond zeven uur was ik thuis, met de pizza’s en salade voor de vitamientjes. En om acht uur was het laatste stukje pizza weggewerkt. En toen, toen moest het huis nog Annieproof worden gemaakt. Meestal doe ik dat niet zelf, want mijn standaard van Annieproof is een geheel andere dan die van mijn wederhelft.

Eens per week hebben wij drie uur iemand die door ons huis gaat met stoffer, poetsdoek en andere atributen. Dat is een luxe die we ons pas sinds twee jaar veroorloven, het heeft iets ‘bourgeois’ vind ik met mijn benepen sociaaldemocratische gevoel. ,,Het is werkverschaffing.” zeggen mijn zonen die oud genoeg zijn om hun vader op niveau te treiteren. Inmiddels ben ik eraan gewend, maar de voorbereidingen die getroffen moeten worden, vallen soms zwaar. Alles moet opgeruimd zijn, vuile kleding weggewerkt, schone was op de juist plek, de tafel leeg en inspectie of alle schoonmaakbenodigdheden er nog zijn. Zo niet, dan ook nog snel naar de winkel. Vaak moeten we ook nog naar de flappentap om het salaris te halen. Het is zo half tien voordat ik vrijaf ben. Annieproof noemen we dat, vrij naar onze huishoudelijke hulp.

Toen ik aangaf dat ik een stukje over ons begrip Annieproof zou schrijven, begonnen mijn jongens te stuiteren. Dat vonden ze uiterst gênant. Ze kwamen met privacyschending en ander zwaar geschut om te voorkomen dat ik over dit onderwerp zou schrijven. Niet dat ze mijn stukjes lezen hoor, maar het idee alleen al. Ik kom ze maar tegemoet, onze Annie heeft helemaal geen Annie. Het ingeburgerde woord bij ons thuis is dan ook niet Annieproof, maar u begrijpt het idee. Van de tijd die Annie werkt, ben ik zeker de helft kwijt aan om het Annieproof te maken. En dat is dan weer best kut.

Begrip, van de dag (116) Buudreedner Mark

 

 

BUUDREEDNER MARK

 

Heel diep gravend in mijn geheugen, kan ik me geen enkele grap herinneren van premier Rutte. Dat is ook niet erg, humor is een glijmiddel met een ernstige en diepere laag, en dit hoeft een politicus ook niet in zijn pakket te hebben. Het helpt hooguit in het overbrengen van je visie en vergezichten. Ik herhaal, visie en vergezichten. Wel heb ik Mark Rutte vaak en veel zien lachen. Dat doet vermoeden dat hij plezier heeft in het leven. Ik gun hem al het plezier en geluk in het leven zonder meer, maar ik moet altijd zoeken waarom hij zo breed grijnst. Ik wil graag mee  lachen, want een echte droefsnoet ben ik ook niet. Ik vind bij Rutte geen humoristische aansluiting en vanavond gaat hij in navolging van de Amerikaanse president lollig zitten wezen in Correspondents’ dinner.

Laat ik voorop stellen dat ik alle na-aperij uit Amerika een aanfluiting vind. Volgens mij doen vooral de Nederlanders dat, Fransen, Duitsers en Italianen hebben blijkbaar meer intrinsieke eigenwaarde. Dus op voorhand ben ik cynisch over dit project, nog daargelaten over het gebrek aan humor en visie van onze premier. Ik ben zo’n zeikerd die Valentijn en Halloween absoluut niet vind passen in onze cultuur, dus ook de Correpondents’ dinner niet. Laten we de globalisering eerst maar op wezenlijke zaken toepassen zoals eerlijke verdeling en niet de premier als een soort buudredner op onze nationale televisie als slap aftreksel van Obama.

Dat is trouwens ook nog een dingetje, die nationale televisie en de VVD. Daar waar staatssecretaris Sander Dekker wil dat al het amusement van de publieke omroep moet verdwijnen, werkt Rutte hem tegen door zelf de pias te gaan uithangen. Of misschien weten ze inmiddels al dat het niet grappig is en dus waardig genoeg voor de publieke zender. Eigenlijk zou RTL 4 dit programma moeten oppakken in de filosofie van de VVD. Ga ik kijken? Ik denk het niet, hoewel het waarschijnlijk talk of the day zal zijn. Het enige waar ik benieuwd naar ben zijn de schrijvers van de speech. Twee komieken en een clubje ambtenaren hebben Rutte geholpen. Als daarbij Herman Finkers zou zijn, dan heb ik goede hoop. Hoewel, Rutte is een man die door al heel hard zelf te lachen in staat is iedere grap om zeep te helpen, zelf die van Finkers.

 

Begrip, van de dag (115) Een moetje

 

 

EEN MOETJE

 

Alleen voor een beperkt aantal hele trouwe lezers van Begrip van de dag zal dit nog een enigszins leesbaar stukje zijn. Er wordt een inkijkje gegeven in het proces of vooral de haperingen die er ook zijn. Anderen, zij die deze serie niet kennen, zullen waarschijnlijk meewarig weg klikken. In het geval u twijfelt verwijs ik vooral naar de 114 andere begrippen die eerder zijn vervaardigd. Op 2 oktober 2015 nam ik me voor om 365 stukjes te schrijven, associatieve momenten van de dag. Inspiratie of niet, gewoon schrijven met de stellige overtuiging dat je na 365 stukken in ieder geval wat geleerd heb. Nu wist ik dat iedere dag misschien een beetje overmoedig is, maar voor 31 december 2016 moet het werk klaar zijn. Dus nog 250 te gaan.

Vandaag was er sprake van een moetje. Ik had al een aantal dagen gemist in januari, dus op de valreep toch maar aan de slag. Niet dat ik vandaag stil heb gezeten qua woordenproductie. De hele avond heb ik gewerkt aan mijn verhaal voor de wedstrijd van het boekenweekgeschenk. Met de titel Was ich noch zu sagen hätte moet ik met Duitsland als inspiratie iets opschrijven in 500 woorden. Na vier keer schrappen, zit ik op 501 woorden, dus morgen nog één overbodig woord wegpoetsen. Dat lukt wel, maar verder ben ik nog lang niet tevreden. De zinnen moeten mooier, misschien wel literairder. Nauwgezet moet ik de tegenwoordige- en verleden tijd nog netjes met elkaar in het reine zien te brengen. O ja, en de stijlfouten nog zien te ontdekken.

Weet je wat het allermoeilijkste is van een stukje schrijven is? En dan bedoel ik niet zo’n vlugschrift als dit in elkaar zetten, dat duurt hooguit twintig minuten. Nee, het allermoeilijkste is te accepteren dat wat je in je hoofd hebt er heel anders uitziet op het moment dat anderen er naar kunnen kijken. Deze wijsheid heb ik geleend van Winnie de Pooh, maar is zo ontzettend waar. Aan de andere kant is het proces waar je uitkomt vaak het positieve bijproduct, vooral als je geen idee hebt waar je naar toe moet schrijven. Voor dit begrip is het proces trouwens weinig verrassend, het is immers een moetje terwijl ik zwanger bent van ideeën.

Begrip, van de dag (114) Wind

 

 

 

WIND

 

,,Zal ik er nog een laten?”
Dit was een vraag op een bevestigend antwoord, nadat deze bevestiging werd uitgelokt met een andere vraag namelijk: ,,Lekker windje hè?
Ik weet, dat is even uitzoeken hoe deze conversatie verloopt, maar u komt er vast wel uit. Zelden heb ik zo’n vies, flauw en kinderachtig gesprek moeten aanhoren, uitgesproken door een volwassen man. Het is inmiddels bijna twintig jaar geleden dat mijn achterbuurman in Nijmegen op een zwoele zondagmiddag deze woorden uitsprak in bijzijn van zijn schoonouders van Italiaanse komaf. Zelf was hij een rasechte Nijmegenaar uit de Wolfkuil. De schoonouders hebben het getroffen met zo’n schoonzoon, want ze bulderden van het lachen. Niet veel later zijn we verhuist.

Ik moest er net aan denken bij het uitlaten van de hond. Het is stormachtig weer en het zal nog harder te keer gaan de komende uren. Raar woord eigenlijk ‘windje’ als het gaat om de beschamende, maar menselijke flatulentie. In zekere zin begrijp het verband nog wel tussen de weersgesteldheid en de winderige bijproducten van onze peristaltiek. Toch is er sprake van een mate van taalarmoede. We spreken over wind, windje, briesje, storm en orkaan in alle soorten en mate van kracht. Die parallel wordt als het om de menselijke winderigheid gaat niet door getrokken. We hebben het over ‘wind’ of ‘windje’. De variatie in het vocabulaire van de menselijke winderigheid wordt niet doorgetrokken. Eigenlijk ken ik buiten het woord wind of windje alleen het woord scheet. Als er al sprake is van een verbijzondering van het windje wordt dat gedaan met bijvoeglijke naamwoorden, een nat windje, een stiekem windje of een harde scheet.

Hoe veel mooier zou het zijn als we de verschillende soorten windjes een eigen naam gaan geven die overeenkomen met de winden zoals de weermannen en -vrouwen ze ook gebruiken, analoog aan de Poolbewoners die vele soorten woorden hebben voor sneeuw. Ik denk dan aan bries als het gaat om zachtaardige en milde flatulentie. Voor het steviger werk kunnen we dan orkaan of storm gebruiken. Ik heb een storm gelaten klinkt een stuk eerlijker dan besmuikt melden dat je een wind heb gelaten. Ik hoef niet uit te leggen wanneer je een ‘moesson heb gelaten’ of als er sprake is van dwarrelende windstoten? Zoals ik al zei, het stormde buiten, de hond was onrustig en dezelfde stormachtige wind brengt soms opvallende gedachten met zich mee.

Begrip, van de dag (113) Wat een klerezooi

 

 

WAT EEN KLEREZOOI

 

Na het zien van de documentaire De slag om de klerewereld is het voor een voor een misantroop in een dop niet moeilijk te ontpoppen tot een boosaardige mensenhater. Na de ineenstorting van een kledingfabriek voor veel bekende merken in Bangladesh door de wanstaltige bouwconstructie, kwamen ook andere zaken aan het licht. Slavenarbeid, kinderarbeid en zeer penibele werkomstandigheden leek de wereld wakker te hebben maken. Een akkoord moest er komen voor ‘schone’ kleding. De slechte arbeidsomstandigheden moeten uitgebannen worden en kinderarbeid werd tot taboe verklaard.

Na het zien van deze documentaire weet ik dat er helemaal niets is veranderd. Het ene na het andere bedrijf tekent de overeenkomst dat hun kledingmerken op een schone wijze is verwaardigd. Het gevolg is dat er een nieuwe markt is ontstaan in het arme Bangladesh. Een markt van tussenhandelaren en binnenlandse inkopers. Verbeterde fabrieken zonder kinderarbeid doen de onderhandelingen voor de grote westerse kledingmerken, maar die persen de fabrikanten dusdanig uit dat die genoodzaakt zijn om elders bij onderaannemers alsnog voor de goedkoopste productieprijs te gaan. Waar kan er nog goedkoper genaaid worden, hoe verdienen we op de knopen en labels? Het antwoord is duidelijk, door lak te hebben aan de regels en gebruik te maken van kinderarbeid. Voor het oog en het goede gevoel kunnen de Wibra en Zeeman, maar ook Zara, Mexx, Hello Kitty, Diesel en eigenlijk alle dure en goedkope bekende merken hun ogen sluiten. Er is nog geen flikker veranderd, ook al denk je fair clothing aan je reet te hebben.

Eigenlijk moet je je kapot schamen om nog kleding te dragen. Maar datzelfde geldt helaas ook voor geen kleding dragen, zeker voor een mens met een Victoriaanse inborst. Eigenlijk zouden we allemaal in een berevel moeten lopen zoals de oermens. Door de consumenteneis van koopjes blijven de misstanden bestaan, maar erger nog, de dure merkkleding wordt op gelijke wijze geproduceerd voor dezelfde prijs. De enorme marges zijn alleen voor de happy few die puissant hoge prijzen vragen voor merkgeile consumenten die verder niet na willen denken. Eigenlijk kun je dus echte geen ‘schone’ kleding dragen, tenzij we echt allemaal in de blote kont gaan lopen.

Op uitzending gemist 29 januai 2016: De slag om de klerewereld

Begrip, van de dag (112) Thorium

 

 

THORIUM

 

Vandaag laat ik me eens van de allerblondste kant zien. Misschien denkt u schattig, een man die zich zo onbevangen in de keuken laat kijken? Er is niets schattigs aan kan ik u verzekeren. Het is eerder dom. Tot gistermorgen had ik nog nooit van thorium gehoord!!! En sinds ik hierover een energie-deskundige hoorde praten, heb ik al drie keer moeten zoeken naar het woord thorium. Iedere keer vergat ik het woord, terwijl er objectief niets mis is met mijn geheugen. Volgens mij heeft het iets met selectieve waarneming te maken. De hersenen nemen niets waar dat niet in in je gevoels- of belevingswereld past. Ik heb helemaal niets met beta-wetenschap, mijn antennes zijn derhalve niet gericht op dit soort informatie. Thorium, u had er zeker wel van gehoord?

Een tijdje terug oreerde ik over de voordelen van zonne-energie voor het milieu, voor onze portemonnee en in het belang van onze geopolitiek. We willen immers toch niet afhankelijk zijn van ons hatende Arabieren of een machtswellustige Rus? Ik ben nooit voorstander geweest van kernenergie, al heb ik me vaak afgevraagd wat je dan moet als de fossiele brandstoffen zijn uitgeput. Vandaar mijn warme pleidooi om heel Nederland vol te plempen met zonnepanelen en windmolenparken. Maar toen wist ik nog niet van het bestaan van thorium, het relatief veilige alternatief voor uranium. Waarom heeft ieder zichzelf respecterende land nog niet voldoende kerncentrales op thorium. De grondstoffen liggen blijkbaar voor het oprapen, een bijproduct van bestaande mijnbouw.

In de jaren veertig was het onderzoek naar thorium voor gebruik in kerncentrales al bekend. Vanwege de Koude Oorlog had uranium de voorkeur omdat er kernwapens gemaakt konden worden van de afvalproducten. Als men toen gekozen had voor thorium had de wereld er een stuk anders uitgezien. De laatste jaren is men een inhaalslag aan het maken op wetenschappelijk gebied en landen als China, India en de VS verwachten over twintig jaar de eerste centrales. Europa schijnt een beetje achter te lopen en dat verbaast me dan weer niet. Ik denk nu dat de wereld er voor de toekomst een stuk rooskleuriger uitziet met thorium. De vraag blijft alleen waarom ik dit nu pas weet?

Begrip, van de dag (111) Circonflexe

20160205_164936

 

CIRCONFLEXE

 

Ik reed het weekend in, gehaast, want de auto moest op tijd worden afgeleverd voor bezigheden buitenshuis van mijn wederhelft. Een nieuwsitem ontspon zich over de enorme discussie in Frankrijk over de afschaffing van de circonflexe, dus voor de ongeschoolden ‘dat dakje’ tijdens de Franse les. Frankrijk loopt te hoop en op Twitter is een heuse hashtagrage gaande met #jesuiscirconflexe. De Fransen schijnen nogal vergroeid te zijn met hun circonflexe. Ik wat minder, het heeft me menig hoofdbreken gekost tijdens de Franse toetsen. Ik ben dan ook geen Fransoos, hoewel kijkend naar mijn stuur heb ik ook heimelijke voorkeuren, zeker als ze met zijn tweeën zijn.

Dispuut om taal kennen we in Nederland ook. De Nederlandse Taalunie weet om de zoveel jaar in haar onmetelijke wijsheid de taal weer aan te passen zodat niemand het nog begrijpt. Iedereen doet maar wat. Een antropoloog kan aan de wijze van spelling aflezen bij welke generatie iemand hoort. Want voor iedereen komt er een moment dat het klaar is met de spellingsnieuwlichterij en blijft dan stug vasthouden aan de manier zoals het geleerd is. De echte ouderen onder ons blijven electriciteit schrijven en October. De babyboomers zullen aksie en buro bezigen en de generaties erna doen maar wat. Ik hoor daar ook bij, ik vaar blind op de spellingscontrole, accepteer dat ik fouten maak en wordt daar soms venijnig op gewezen.

Ik vind al die taalnieuwlichterij maar apekool of is het nu apenkool. Ik merk het straks wel als er een rood kringeltje onder komt te staan en neem zo nodig maatregelen. Verbindingsstreepjes of niet, wel of geen verbindings ‘s’ of ‘n’. Ik geloof het wel. Toch erger ik me wel aan de vervaging van hun en hen, mijn generatiedingetje misschien. Terugkomend op Frankrijk, ook daar wordt de soep ook niet zo heet gegeten. De taalverandering is al van 1990 en volgend jaar zullen de schoolboeken pas worden aangepast. Het zal nog generaties duren voordat de nieuwe spelling gemeengoed is geworden. Dus als maîtresse standaard als maitresse wordt geschreven, weet ik dat mijn tijd is gekomen, want dan zijn we veertig jaar verder.

 

NB. Tijdens het googelen naar ‘circonflexe’ kwam ik een gedichtje van Annie M.G. Tegen over de heks van Circonflex, volgens mij zonder e op het einde. Ik kende het niet. Heel vermakelijk!

Begrip, van de dag (110) Exit Brexit

 

 

EXIT BREXIT

 

De laatste dagen is me een nieuw politiek fenomeen opgevallen. In Europees verband vinden we elkaar minder leuk dan een aantal jaren geleden. De EU als een synergetische economische motor voor alle leden is een achterhaald wensbeeld. Na de wittebroodsweken kwamen de economische problemen, de verschillen tussen oost en west, tussen noord en zuid en vooral het ontbreken van een passend antwoord op de vluchtelingencrisis. De rekenmeesters van ieder land bouwen op de sentimenten van de anti-Europese menigte in het eigen land handige sommetjes om de EU de rug toe te keren. Groot-Brittannië doet het anders.

De Britten dreigen met een Brexit en sturen Cameron naar de Europese bobo’s om een eisenpakket neer te leggen. Als ze hierin tegemoet gekomen worden, dan overwegen ze te blijven. Ze eisen iets met migranten en hun uitkeringen, minder Brusselse regels en de zekerheid dat ze ondanks de opgeëiste voordelen, niet achtergesteld worden ten opzichte van andere Europese landen. De achterliggende gedachte is om Cameron in het ja-kamp te trekken om in de EU te blijven door de Britten voordelen te geven. De Engelsen moeten vertrouwen krijgen in het Europese project. Dat dachten de Grieken vorig jaar ook, ze kregen geen voet aan de grond.

Ik denk dat we Rutte ook maar eens op pad moeten sturen om het wantrouwen in Nederland te verminderen. Op de eerste plaats waar bemoeit Europa zich mee als wij al die grote multinationals binnen onze grenzen willen hebben door de belastingvoordelen te gunnen. Als wij met een beetje belasting tevreden zijn is dat toch ons goed recht. En ik denk dat we ons opgebouwde pensioenen zeker moeten stellen. We hebben er immers toch met zijn allen voor gespaard, niet dan? Of dit nu uitvoerbare eisen zijn of terechte eisen doet er niet toe. Het gaat er slechts om het wantrouwen in Nederland weg te halen en vertrouwen te houden in het Europese traject. Ik zou zeggen, Rutte aan het werk, je bent nu immers een half jaar voorzitter van de club.

Begrip, van de dag (109) Politiek advies van een Feyenoordfan

kuip

 

POLITIEK ADVIES VAN EEN FEYENOORDFAN

 

De Kuip in Rotterdam, gebouwd in de crisisjaren dertig, op een slinkse manier gespaard van nazigeweld in de Tweede Wereldoorlog en de thuisbasis voor misschien wel de mooiste club van Nederland. Correctie, de mooiste club van Nederland, al speelt het de laatste vijf wedstrijden knap kloten. De stadionplannen zijn al jarenlang het onderwerp van verhitte discussies, moet er een nieuw stadion komen of moet de Kuip nog een keer verbouwd worden. De Kuip kan spoken, sidderen en het beton kan op en neergaan. De Kuip kan ook angstvallig stil zijn. De Kuip is een thuisbasis voor tienduizenden Rotterdammers en vele anderen ver buiten de havenstad. En toch, zij het met moeite, komt het inzicht langzaam maar zeker ook bij de fans dat er misschien een nieuw stadion moet komen.

Sinds 1974 volg ik Feyenoord, met mijn vader heb ik wedstrijden gezien in Deventer, Amsterdam en Enschede. In de Kuip ben ik als kind nimmer geweest. De primeur was voor mij in 2008, een bloedeloos gelijkspel tegen Vitesse. In 2011 deelde ik twee seizoenskaarten met mijn broer en onze beide oudste zonen. Dat hebben we drie seizoenen volgehouden, als het spannend werd, werden er extra kaarten bijgekocht. De laatste twee jaar heb ik een Legioenkaart. Deze kaart geeft recht op voorrang bij de kaartverkoop. Je moet wel snel zijn, anders vis je naast het net zoals onlangs tegen PSV. ‘Gelukkig’ werd mijn neef ziek en kon ik alsnog gaan. En toch, ik snap wel dat het iets eigentijdser kan. Een fractie meer ruimte om te zitten en gemakkelijker ergens koffie of een frikandelletje kopen zou fijn zijn. Vaak laat ik de laatste maar en dat scheelt op termijn weer ruimte op de krappe stoeltjes in de Kuip. Er gaat dus iets gebeuren.

Lees ik vandaag een voorstel van D66 dat het nieuwe stadion maar gedeeld moet worden met Excelsior en Sparta. Dat is economischer volgens raadslid Jos Verveen. Ongetwijfeld kan Jos Verveen heel goed rekenen. Maar dat kan ik ook. Misschien moet Jos Verveen maar eens overwegen om samen te gaan met de PVV en de SP. Dat is vast veel goedkoper en het politieke gekijf blijft dan in eerste instantie binnen de fractie van de fusiepartijen. Scheelt een hoop ergernis voor de Bühne en is economisch veel beter. De Kuip delen met andere clubs is de ziel uit iedere club afzonderlijk halen. Je kunt niet alles economiseren.