O sexto dia: Mijn liefde voor de zee

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, ik heb een haat-liefde verhouding met de kust en de zee, waar ook ter wereld. Met name de strandcultuur staat me tegen. Het is kijken of gezien worden door allerlei hippe types met cocktails in protserige strandpaviljoens. Bakken in de zon heb ik ook altijd al een heel merkwaardige hobby gevonden. Ik ben niet zo’n gebronsd type, nu niet en ook 25 kilo geleden niet. En toch vind ik de zee mooi, machtig en rusteloos intrigerend. Ik herinner me levendig het wegdoezelen op het strand, met de zee op de achtergrond waarbij geluiden van spelende kinderen en jongens en meisjes die wel gezien willen worden langzaam wegvagen.

Ruim vijftien jaar geleden hadden we een fijne gezinsvakantie in de Algarve. Ik was toen gecharmeerd van het kustlandschap in het Zuidwesten van Portugal, zowel de kust als de weg ernaartoe. Deze herinnering bleek geen hersenspinsel te zijn, want ook nu, op weg naar de Atlantische Oceaan vond ik de kronkelige bergweggetjes als ook de baaien langs de kust erg mooi. Maar wat ik ook nog heel goed weet dat we bij zo’n baai met twee overenthousiaste jongetjes arriveerden (9 en 12) en ze waren niet te houden bij het zien van de hoge golven. De zee heeft hier niet alleen hoge golven, maar is ook behoorlijk koud. Zelf wijs ik al het zwemwater onder de 25 graden systematisch af als zijnde pure marteling en zelfkastijding. We hadden weliswaar geen surfbenodigdheden, maar ze wilde het water in. Van het ijskoude water hadden de jongetjes pas na 25 minuten last, zelf had ik het na 1 minuut al helemaal gehad, maar ja er is zoiets als vaderverantwoordelijkheid want de zee was wel zeer ruig. Het was zeker geen hoogtepunt in mijn leven, maar als vader was ik wel een held voor zolang het duurde. De schoonheid van de zee alhier is me ondanks dit trauma wel bijgebleven.

Het voorstel om op zondag met zijn tweeën richting de zee te rijden werd met algemene stemmen aangenomen. Ik had er zelfs een zwembroek voor gekocht al wist ik echt wel dat ik de zee niet in zou duiken. Zelf had ik romantische ideeën om er om negen uur al te zijn, het was slechts drie kwartier rijden. Het liefst wilde ik er om half acht al zijn, maar de haalbaarheid van dat plan was bij voorbaat kansloos. Ondanks dat we om half negen wakker waren, lukte het ons ook zonder kinderen pas om rond kwart voor elf te vertrekken. Met nog even tanken arriveerden we om 12 uur bij Praia da Arrifana. Nu moeten we dat natuurlijk wel even in de juiste context plaatsen. Ons eerste gezamenlijke uitje was in januari 1991 naar Amsterdam. We sliepen op de studentenkamer van mijn broer in Uilenstede. Anne Frankhuis was ons eerste geplande museumbezoek. Om kwart voor vijf arriveerden we ter plekke, een kwartier later was het Anne Frankhuis gesloten. Lekker dan, maar ruim dertig jaar later zijn we wel mooi vijf uur eerder op de plek van bestemming. Progressie lijkt me dus, maar dit ter zijde. We hadden een half uur eerder kunnen vertrekken ware het niet dat mijn lief nog een gedichtje moest maken over ooievaars die we gisteren hier vlak in de buurt in grote getale hebben gezien. Heel mooi, maar was dit nu het uitgesproken moment? Kunst laat zich niet dwingen natuurlijk.

Ik wist
Niet
Waarom
Ooievaars
Klepperen
 
Nu
Weet ik
Het wel
Ze tonen elkaar
Hun Liefde
 
Laten
Wij ook
Vooral
Met overgave
Klepperen

Dat dus, Klepperen vandaag. Om twaalf uur zagen we inderdaad een lieflijk strandje van boven op de rotsrand, een lieflijk surfstrandje, maar ik zei het al, ik ben geen strandjongen en al helemaal geen surfjongen. Fysiek ben ik er niet toe in staat, ik heb geen half lang geblondeerd haar of een kek knotje op mijn kop en de zonnebrandcrème van factor 100 of meer hadden we niet bij ons toevallig. Ook ontbeer ik een buitenissig grote tattoo om te showen bij het aan- en uittrekken van het surfpak. Bovendien, over surfpakken gesproken, zo te zien hebben ze die niet in mijn maat. En mocht er een XXL pak te koop zijn, dan word ik echt geen jongen die graag gezien wordt/wil worden op het strand. Ik zei het al, ik ben geen strandjongen.

Maar dit allemaal bij elkaar mijmerend hoor ik de golven hun hypnotiserende mantra bulderen en de stemmen verstommen. Misschien moeten we in het najaar toch maar eens een weekje boeken in de Algarve, een huisje aan de kust. Zal maar eens flink klepperen de komende tijd.

Eerder verschenen in deze reeks:

O primeiro dia: Vind ik me toch zomaar terug in de Algarve. Errug

O sedundo dia: Back to the future.

O terceiro dia: Boven op de berg

O quarto dia: De dag van Portugal

O quinto dia: Daar is ie….Het klompenpad op zijn Portugees

O quinto dia: Daar is ie……het klompenpad op zijn Portugees.

Ik ben er nog niet uit hoe ik het klompenpad ga noemen, maar de voorlopig werknaam is ‘Caminho de obstrucão’ Andar pela casa oftewel Klompenpad Wandeling rondom huis, circa 1 km in Monchique.

Het is eindelijk zover, klompen aan, rugzak op en gaan. Ik had de schutkleur van de Portugese lucht als klederdracht genomen. Verder zonnebril, zonnebrand en genoeg water bij me om de buurt te verkennen, want het is me wel duidelijk dat, hoewel het aantal buren schaars is, ze onmiskenbaar direct of indirect te maken hebben met de landbouw, dus het basismateriaal voor een klompenpad. En net zoals bij veel Nederlandse klompenpaden, val je vaak van de ene verrassing in de andere en is het er over het algemeen rustig. En de mensen die je tegenkomt zeggen vriendelijk Bom Dia. In dit geval was het mijn partner die de 36 graden Celsius iets te veel vindt voor een gezonde wandeling en onder de boom bleef lezen. Ik kwam in deze Caminho de obstrucão twee keer over ons eigen boerenerf.

En dan denken wij het alleenrecht te hebben op de geuzennaam Kikkerlandje, maar nee hoor, na nog geen 50 meter wandelen een heuse pad (sapo) op het ‘Andar pela casa’ Je verzint het niet. Even verder wilde ik nog wat landbouw geheimen ontdekken, want tot mij verbazing waren er overal kleine en iets minder kleine aardappelveldjes. Ik wilde een stukje rots beklimmen om nieuwe ontdekkingen te doen, maar mijn evenwichtsvermogen is iets uit vorm en ik had mijn niet meelopende eega belooft me niet te gedragen als een jonge God living on the edge. Ondertussen had ik wel gezien dat er plukjes wijnranken waren, naast de citrusvruchten en zag ik ook pruimen- en kersenbomen waar ogenschijnlijk niets mee gedaan werd. Misschien dat de vrienden van Caroline van der Plas hier nog een sinaasappeltje kunnen schillen om de boerenstand te verheffen in een eco-neutrale organisatie. Ik vind het zonde van al dat verloren fruit. Maar ik heb er dan ook geen verstand van, niet hier, maar ook niet in Nederland. Ook daar vind ik de Randstedelijke kijk op landbouw op zijn minst eigenaardig. Goed, ik heb er geen verstand van, wel van klompenpaden, dus ik vermaak me verder kostelijk.
Geheime kleine aardappelveldjes
Terwijl ik langs natuur, boerenlandschap en landweggetjes loop, zie ik het mondaine Monchique op de achtergrond. Een doorkijkje op zijn tijd is ook hier de charme van een klompenpad.

De tevredenheid als de finish in het zicht is net zo’n overwinning als in Nederland, dus bij het zien van de eindstreep, snel de klompenpas er nog in. Oost, west, thuis best. In Nederland is het dan je klompen bij de deur en een kop koffie, hier gaan we voor een koude douch.

Voor de precieze route verwijs ik naar mijn Komoot app onder de naam Vincent ID Sprakeloos. Ook alle 350 foto’s zijn er te bewonderen. Echt waar.

Eerder verschenen in deze reeks:

O primeiro dia: Vind ik me toch zomaar terug in de Algarve. Errug

O sedundo dia: Back to the future.

O terceiro dia: Boven op de berg

O quarto dia: De dag van Portugal

O quarto dia: De dag van Portugal.

Het is vandaag de dag van Portugal, een nationale feestdag alhier. Welke revolutie wordt herdacht? Ik wist het niet. Maar even googelen en dan blijkt het te gaan om een literaire held, namelijk de dichter Luís Vaz de Camões wiens sterfdag vandaag herdacht wordt. Ik wist al wel dat de Portugezen een hyperbeschaafd volkje zijn. Geen koninklijke bobo’s die ter verhoging van de feestvreugde WC-potten werpen. Nee, niets van dit alles. Omdat als gast in dit fijne land ik een beetje aangepast gedrag wil vertonen, besloten we gewoon lekker thuis te blijven. Ja op de berg is al thuis, en op onze eigen wijze dragen wij bij aan de dag van Portugal. Omdat ik in eerste instantie dacht aan de Anjerrevolutie van 1974 die vandaag herdacht werd, wilde ik iets met bloemen en planten doen. En zo geschiedde, al wordt er een dichter geëerd vandaag, de Portugezen zullen mij niet kwalijk nemen dat ik hun zeden en gewoonten nog niet helemaal in mijn poriën heb zitten. Ik gooi in ieder geval geen plee van de berg.

Ik koester warme herinneringen aan de biologieweek in mijn verre verleden als middelbare scholier. Een biologieweek in Zuid-Limburg in de vijfde klas vind ik om meerdere redenen nog steeds het hoogtepunt van de middelbare school. We moesten al een herbarium maken van vijftig planten en o wee als er een beschermde soort bij zat dan was je zuur. De afsluiting was drie dagen wandelen in het Geuldal met de apotheose een overhoring van de 150 soorten die we gezien hadden. Sinds die tijd is de belangstelling voor plantjes en vooral determineren gebleven, maar lui als ik ben, heb ik er nooit iets mee gedaan. Tot vandaag, om de Portugezen niet in de weg te lopen, heb ik het determineren opnieuw opgepakt, maar wel in een eigentijds jasje natuurlijk. De anjer ben ik niet tegengekomen, maar in onze tuin een keur aan bloemen en planten. Ik deel ze graag me u, mede mogelijk gemaakt door de App PlantNet

1. Nerium Oleander (L), in gewoon Nederlands gewoon Oleander. De kans wordt door de App als 99% gegeven dus daar ga ik maar vanuit. De Oleander ìs natuurlijk Zuid-Europa.
2. Citrus sinensis (L) ofwel de Sinaasappel. De App gaf de kans dat dit de juiste benaming was op 19%, ik durf het aan dat dit goed is al zullen er vele soorten sinaasappelen zijn.
3. Citrus Limon (L) met als ‘Nederlandse benaming’ Bergamot. De kans dat dit het is, zou 24% zijn. Met mijn beperkte kennis van citroenen durf ik het aan, dit is de citroen.
4. Abutilon megapotamicum, de App zegt 99% en het bloemetje krijgt als werknaam in het Nederlandse taalgebied mee Belgische Vlag. Ik besluit geen flauwe Belgen- of voetbalhumor ten toon te spreiden.
5. De kans dat dit de Mandewilla sanderi is, ofwel de Mandevilla is 37%, maar ook een aanzienlijke kans is dat het de Chileense Jasmijn (Mandevilla laxa) is. Aan mij is geen echt onderzoeker verloren gegaan, maar hier wilde ik nog wel even checken wat de App zegt over het blad. PlantApp oordeelt dat dit de Chileense Jasmijn is en dus nu voor mij ook de rest van mijn leven.
6. Dit is de Hemerocallis Lilioasphodelus (29% kans) ofwel de Gele daglelie. Maar het kan ook de Lilium Bulbiferum zijn. (27% kans) en dan noemen we het in het Nederlandse taalgebied de Roggelelie. Omdat ik deze thuis ook in de tuin heb, wilde ik het wel even zeker weten, dus nader bladonderzoek is vereist. Toen stuitte ik op een probleem waar ik in 1983 in de vijfde VWO geen weet van had en nu ook niet weet wat ik er mee moet. Het bladonderzoek geeft aan dat dit voor meer dan 30% zeker de Bruine daglelie is????? En nu? geel of bruin, maar mag ik met mijn lelieblanke huid hier wel een oordeel over vellen?
7. Dit is de Erica arborea. (34%). Als alternatief wordt gegeven de Rosmarinus officinalis (19%). Het is dus geen rozemarijn want geen geur besluit ik. Op de Dag van Portugal is dat jammer, want een van de mooiste fado’s van Amàlia Rodrigues bezingt een hoofdrol voor de rozemarijn (Um cheirinho à alecrim) in het portugese huishouden. Maar hier niet in de tuin.
8. Limonium Sinuatum oftewel Bochtig Lamsoor. De Plantapp is hier 98% zeker van.
9. Bougainville. Er worden 2 soorten gegeven, de een 51% en de ander 46%. Het zal me een rotzorg wezen welke het is, iedere keer word ik weer verrast door het palet aan kleuren de Bougainvillea heeft.
10. Campanula Lusitanica, in het latijn is dat voor 73% zeker. Er wordt geen Nederlandse naam gegeven of je moet tevreden zijn met 9% kans dat dit de Tuinlobelia is. Ik ben er niet voor, dus misschien dat de mensheid voor dit kleine lilla ding nog een Nederlandse naam mag verzinnen?

Al met al een heerlijke vakantiedag. Zon, rust, een hobby bij de hand pakken en lekker oude herinneringen de revue laten passeren over de Biologieweek in 1983. En lekker onzin verkopen in blogvorm, wat wil een mens nog meer. Als afsluiter hieronder, dat is de Monsterica deliciosa oftewel de Gatenplant, ook zomaar binnen 10 meter van het terras in Monchique.

O terceiro dia: Boven op de berg……

Boven op de berg daar woont Sinterklaas helemaal niet. Al zou je het haast denken. Het is heel warm, de appeltjes van oranje hangen bij de alom bekende schoorsteen, maar geen Sinterklaas te bekennen hoor. Samen met mevrouw Sprakeloos woon ik hier de komende vijf dagen. Geweldig. Een huisje met alle moderne voorzieningen die een mens nodig denkt te hebben bij de hand, geen buren op gehoorsafstand en slechts de honden die met elkaar door de bergen heen communiceren. En uiteraard de vogels, insecten en kikkers. Ik ben benieuwd wat we de komende uren nog aan ‘wilde dieren’ zullen tegenkomen. Naast de noodzakelijke hedendaagse voorzieningen om een flauw stukje te schrijven, voor het optimale Sinterklaasgevoel ook de appeltjes van oranje en een heuse schoorsteen dus.

Ik ben hier net en ik wil nu al niet meer weg, ik heb mijn stek gevonden. En als Sinterklaas onverhoeds toch langskomt, Spanje is immers niet zo ver weg, is hij van harte welkom. Het huis heeft nog een tweede slaapkamer met twee bedden. Dus zijn, dinges die geen knecht meer genoemd mag worden en zeker niet zwart is, maar alle kleuren kan zijn, in Portugal bijvoorbeeld blauw naar de luchten, al mag die ook hier best rood, oranje of gevlekt zijn……. nu, die medereiziger van Sinterklaas is ook gewoon welkom. Wordt vast gezellig en ze kunnen me waarschuwen als het te gezellig wordt op de berg en mijn nek echt begint te schroeien en toch zwart wordt, want dan heeft Sinterklaas toch weer een zwarte metgezel voor de komende dagen. De marketingafdeling van het Sinterklaasjournaal moet in dat geval overuren draaien.

EEN TOTAAL NIET TER ZAKE DOENDE EPILOOG

Hoewel dit geen redneck is, het heeft tegenwoordig zo’n negatieve connotatie. Je wilt het niet zijn, maar ook niet hebben. Ik heb het even gegoogeld, maar de term redneck heeft best een roerige geschiedenis en die kennis pak je boven op de berg dan zomaar weer even mee. Blijf ik wel met de vraag zitten, is mijn nek nu bruin, of roodbruin. Het is in ieder geval niet wit of blank. Maar het kan nog wel verkleuren, dus alle mensen die hierover zorgen hebben, ik zal me netjes insmeren. (Bij gelegenheid zie ik dat ik wel netjes geknipt ben.)

O segundo dia: Back to the future

Tijd krijgt in de vakantie zo’n andere dimensie. Onthaasten is de bedoeling en dat lukt goed als moeder Natuur in de Algarve aan het normaliseren is. Na een relatief koude week, ongeveer zoals vorige week in Nederland, wordt de schade ingehaald. 36 graden wordt de norm voor de komende dagen, zeker een paar kilometer landinwaarts. (nu weet ik dat hele volksstammen checken of dat waar is, want als we op vakantie zijn wordt de temperatuur ter plekke altijd overdreven en in het land dat je achterlaat is het veel kouder) Nu zijn de Portugezen sowieso al een volkje met een wat lethargisch gemoed en hoewel onmiskenbaar mediterraans, minder fel of theatraal dan de Spanjaarden of Italianen. Misschien dat het daarom wel mijn meest favoriete land is.

Tijd dus, iets dat ons in de poriën zit of we nu willen of niet. Op tijd zijn, tijdschrijven of tijd is geld………. op vakantie dus tijdelijk niet. We zijn te laat, het is twaalf uur geweest en we kunnen niet meer terug. Ik voel me net Michel J. Fox in Back to the Future. Professor Emmett Brown blijkt een Portugees die gewoon te laat was om de loop der dingen weer gelijk te trekken. Hij is te laat! Het is twaalf uur geweest en de bliksem gloeit nog een beetje na. Wat nu, de tijd maar laten verglijden. Er zit niets anders op.

We zijn zo twee foto’s verder en kijken nog heel even of de professor nog een hulplijntje heeft. Maar niets van dat al, een uur is zo heen gegleden en voor de professor is er geen vuiltje aan de lucht blijkbaar. Volgende week omstreeks dezelfde tijd maar eens kijken of we terug kunnen naar onze toekomst in Nederland. Of dat we die toekomst noodgedwongen moeten vinden in het in het verzengende blauw van de Algarve.

O primeiro dia: Vind ik me toch zomaar terug in de Algarve! Errug!!!!!

Geen groter vermaak dan leedvermaak moeten de talloze kampeerders denken als zij hun eigen leed en huiselijk geweldsessie al weer vergeten zijn, en met het grootste plezier de verhandelingen van de overburen, en toekomstige vrienden voor twee weken, gade slaan. Ook zij moeten de tent of kampeerwagen klaar zetten voor een gerieflijk verblijf in Tirol, de Dordogne of gewoon op de Veluwe. Lachen!!!!!

Gelukkig gaan wij niet met de tent, sleurhut of op een andere manier back to basic. Wij nemen het vliegtuig: klimaat, corona en vliegschaamte in zijn algemeenheid maar even trotserend. Maar daar waar je in het slechtste geval een uur vermaak bent voor de andere campinggasten, biedt het vliegveld waar dan ook ter wereld ook heel wat vermaak van mensen die hard hebben gewerkt om naar de zon te gaan. Of groepjes puistenkoppen en bakvissen die nog even wat hersencellen wegzuipen voor dat ze de examenuitslagen gaan ontvangen en dan maar af moeten wachten wat ze er in de herkansing van gaan maken. Nu heb ik me op het vliegveld nog wel redelijk neutraal gedragen, maar de wijze waarop mensen in een vliegtuig zitten als mestvarkens, waaronder ikzelf, is wel een reden om de lol van de vakantie in twijfel te trekken. Misschien is dit niet zo zeer lachen, maar het geeft wel een grote dosis zelfspot en kritiek en dat is dan weer lachen!!!!

Eenmaal op de plek van bestemming is alles zo vergeten? Of niet. Vakantie is herinneringen maken zeggen ze wel eens. Een jaar of twintig geleden had de reisbranche het over de ‘broodnodige, vitamine V!!!!! Echt waar, maar voor de dertig-minners, dat is net zoiets als tegenwoordig  levensgevaarlijke dingen doen in je vakantie onder het mom, You only live once-mythe. Allebei uitgedokterd door idiote marketeers die nog grotere idioten er in laten geloven. Maar ook ik kijk altijd uit naar de vakantie. Het eerste biertje smaakt goddelijk, het eten, al is het een eenvoudige hamburger in een sloom Portugees plaatsje, het is zonder meer haute cuisine. En vol bewondering kijk ik naar mijn eerste foto’s van de omgeving. Ik overweeg op de eerste vakantiedag al een carrièreswitch te maken, een begenadigd fotograaf is aan mij verloren gegaan. Ik weet het zeker met mijn getroebleerde vakantiebrein.

Terugkijkend op al mijn vakanties is het best diep graven om te achterhalen wanneer ik waar overal ben geweest. Sterker nog, ik zal beginnend bij 1966, toch voorlopig jaren leeg moeten laten omdat ik wel heel diep moet nadenken. Maar ik troost me met de gedachte van niemand minder dan Emile Zola: “Niets ontwikkelt intelligentie zo veel als reizen.” Ongemerkt heb ik heel wat intelligentie meegepikt. De houdbaarheid van de exacte herinneringen is dan niet meer zo belangrijk. Een troostende gedachte als ik nog eens 20 jaar ouder ben. Of wat te denken van een Loesje spreuk voor als je niet op vakantie kunt: Als je niet op vakantie kunt, ga dan op avontuur. Dat kan iedereen, zelfs in de middagpauze van je inspirerende baan, lekker op avontuur gaan want vitamine V hebben we nodig en natuurlijk YOLO.

Maar de aanleiding van dit eerste vakantievertelseltje is een spreuk die ik toevallig las: “Reizen maakt je eerst sprakeloos en verandert je daarna in een verhalenverteller.” (Ibn Battuta) Toen werd ik even stil, heel stil en ik dacht, dit blogje moest zeker gemaakt worden op mijn site sprakeloosverhalen. Het moest zo zijn en is geen toeval. Na vandaag weer gewone vakantiestukjes schrijven over de dingen die we meemaken in het mooie Portugal tot het moment aanbreekt: Een vakantie is voorbij als je begint te verlangen naar werk.

Ik vrees echter dat vooralsnog de centen de beperkende factor zijn, niet het verlangen naar werk.

Achter elke einder, is weer een andere…. op het Nesserpad

Eergisteren liepen we aan de andere kant van de autobaan en toen dacht ik het ook al. Wat zou er achter de horizon zijn? Vandaag had ik het nog sterker, de einder waren ook nog iets indrukwekkender. Nu is de einder met hele matige ogen toch al vrij snel dichterbij dan bij anderen, maar daar waar het wazig wordt, wil ik weten wat er verder is. Maar waarom? Als kind had ik dat ook al als je naar zee ging, kijkend richting ‘Engeland’ maar zo ver kwamen mijn ogen niet. Wel mijn fantasie natuurlijk.

Ik moest denken aan een liedje van het Klein Orkest:

En achter elke deur is weer een andere deur
Tegen sleur en zekerheid hoeveel lippen kun je kussen
En wanneer raak je iemand kwijt

Zo is het ook met de horizon die we vandaag blijvend tegemoet liepen. Willen we wel weten wat daar achter zit, hoeveel horizons kan een mens verdragen in het leven of hoeveel moet een mens doorstaan om een beetje vredig en rustig te kunnen lopen? Ik heb de antwoorden niet en als ze ik ze weet ben ik mogelijk een horizon te ver gegaan, maar dat weet je dan pas.

Vanuit het perspectief van de Grutto is het allemaal weer heel anders. Deze vogel heeft meer een totaaloverzicht van zijn leven en lijkt er wel tevreden mee te zijn. Maar o wee, wie in zijn territorium wil komen. Ik had de Grutto nog nooit zo veelvuldig gezien in Nederland. Ik moest wel lachen om de beestjes, want ze hebben wel een beetje hoogmoedswaanzin. Zodra we, zonder het te weten, bij hun nestjes kwamen was er altijd wel één die heel opzichtig boven ons lawaai zat te maken. Met een niet al te mooie stemgeluid probeerde de Grutto ons te verjagen, erg indrukwekkend. Een hoop lawaai om niets, want we hadden geen kwaad in de zin. Konden we maar communiceren, dan zouden we de Grutto’s geruststellen. Zij op hun beurt kunnen ons dan een tip van de sluier oplichten wat er aan de einder is.

(meer foto’s op Instagram account titiissprakeloos)

Plaatjes en Kletspraatjes: Kunstige aardappeleters in het Gooi.

Was ik gisteren nog zwaar onder de indruk van mijn zelfgefabriceerde Hollandsche Meesters, vandaag ga ik een internationaal uitstapje maken en wel in Laren. Maar niet voordat we een uitstekend ontbijt hadden genoten in Kontakt der Kontinenten in Soesterberg. Ik zei al, we gaan internationaal. Dit congreshotel in de bossen had ook een heel uitnodigende leestafel waar we onder genot van een cappuccino heerlijk nog even het mondiale nieuws lezen voordat we bij het Singer Laren Museum terecht konden. Een expositie van Theo van Rijsselberghe gaan we bezoeken.

Leestafel bij Kontakt der Kontinenten, een genoegen dat ik iedere ochtend wel zou willen hebben. In alle rust de kranten doornemen. Dat is toch echt veel fijner dan het lekker gemaakt worden met artikelen en je weer door wachtwoorden moeten wroeten op je mobiel.

Theo van Rijsselberghe, ik kende hem zeker qua naam en wist hem ook wel thuis te brengen, zo ergens rond 1900. Hij experimenteerde met meerdere stromingen uit die tijd zoals het fauvisme, pointillisme, expressionisme en zelf het kubisme. Ik heb genoten van de tentoonstelling, maar het bovenstaande schilderij gaf mij het meeste hoofdbrekens. Zonder meer een alleraardigst stukje kunstwerk, maar het viel mij op dat de dame in kwestie volgens mij slanker is dan het spiegelbeeld doet vermoeden. Ik kan me vergissen, maar hoe vaker ik kijk, hoe zekerder ik van mijn zaak ben. Heeft de schilder onbewust een fout gemaakt? Of is er sprake van een vergrootspiegel? Of zit er een psychologische boodschap achter en kende Theo de psyche van de vrouw heel goed. Hij schilderde er immers honderden in zijn leven. Hij wist dat vrouwen heel kritische naar zichzelf kijken en zichzelf altijd dikker zien dan ze daadwerkelijk zijn. Ik zou zeggen, een mooi afstudeerproject voor een student kunstgeschiedenis.

Het Singer Laren Museum kende een rustgevende fijne tuin waar ik de kunstwerken nog even kon overdenken. De Aardappeleters zijn er niet te vinden, de Brabantse armoede is ‘andere stuff’ maar ook moeten er aardappelvelden zijn in de directe omgeving van Laren bemerk ik in het museum en later ook in Laren. Ze praten er zelfs naar in deze contreien.

Nadien lopen we nog even door Laren en dat is een beslist aardige plaats met een keur aan huizen voor de grotere beurs. Veel rieten daken en villa’s waar in vroeger tijden artistiekelingen voor korte of langere tijd verbleven. Ook vielen wij met de neus in de boter, er was een open atelierroute dit weekend. De nieuwe Theo van Rijsselberghe zijn we nog niet tegengekomen. Maar Laren is een alleraerdigst dorpje waar het op zondagmiddag goed toeven is, ook voor de man en vrouw met een iets smallere beurs.

Voor de gelegenheid, een bezoek aan Laren, had ik een passende broek aangetrokken. Ik zal daarom niet uit de toom te vallen.
Laren, alleraardigste zoals ik al vermeldde.

Schilderen op het Netelenburchpad

Vandaag was het zo ver, het uitgestelde weekendje weg voor mijn verjaardag. Stadje, wandelingetje, museumpje en een biertje. Deel 1 was vandaag en wel een van de kleinere klompenpaden, maar wie het kleine niet eert……… Het Netelenburchpad bij Baarn, een goede vijf kilometer. Met de aanlooproute vanaf de auto kwamen een paar kilometers bij. Geen echte schoenzoolslijter zullen we maar zeggen, maar volgens verwachting was de omgeving wel heel erg Hollandsch, romantisch Hollandsch.
Vlakte alom, groene weilanden en blauwe luchten met veel wolken die door de wind af en toe voor een imposant schouwspel zorgden. En het is me al vaker opgevallen, een foto kan bijna niet mislukken met mooie wolken of strakblauwe luchten. Vroeger hadden we daar de Hollandsche Meesters voor die de Hollandsche Luchten toeristisch bijna net zo belangrijk hebben gemaakte als de tulp en de klomp. Er zijn namelijk niet voor niets klompenpaden. De Hollandsche Luchtenpaden zullen vast nog wel een keer komen. Tegenwoordig hoef je geen Hollandsche Meester meer te zijn om met je mobiel een paar acceptabele kiekjes te maken. Ik ben te lui om de horizon altijd lekker recht te trekken, maar een kniesoor die er op let.
Vandaag erg genoten van de wat kortere wandeling. Maar het aantal kilometers lopen zegt niets over de kwaliteit van de wandeling. Of zoals ze in goed Nederlands plachten te zeggen ‘size doesn’t matter’ maar hiermee begeven we ons op een wat andersoortige invalshoek van dit verlag. Dan had ik wel een andere titel genomen, Het Netelenburchpad, klein maar fijn. Schilderen op het Netelenburgpad is het geworden, juist omdat iedere Jan Boerenl.. er mooie foto’s kan maken.

Voor meer foto’s van het Netelenburgpad zie ook Instagram account titiissprakeloos

Plaatjes en kletspraatjes: Geen kunst aan?

‘Waaiend bruin in groen’

De keuze voor het Harloërpad dit weekend was mede ingegeven door het initiatief ‘Kunst aan het Klompenpad’. Hoewel ik mezelf verre van een kunstkenner beschouw en vooral een passief liefhebber, want zodra kunst in welke vorm dan ook interactief dreigt te worden haak ik af. Een schilderij, beeldhouwwerk of een gedicht wil ik vooral graag ik mijn eentje beleven of hooguit met de naasten die dit samen met mij bekijken. Ik ga dan ook niet naar cabaret of toneelstukken waar je ongewild deelgenoot kunt worden. Ik heb met mijn 56 jaar ook geen vastomlijnde definitie wat kunst is voor mij. Het moet iets met je doen, het moet je mening vorm geven of je op andere gedachten brengen? Ja dan kunnen velen Johan Derksen ook een kunstvorm vinden. Derksen is veel, maar geen kunst, in ieder geval niet meer of minder dan jij en ik.

Het Harsloërpad aflopend kwam ik het bordje tegen dat wees naar de tijdelijke openluchtgallerij. Ik wist niet precies waar het begon. Het eerste verdachte object dat ik tegenkwam heb ik meteen gefotografeerd. Ik begon te denken, want kunst moest immers iets met je doen of in ieder geval de potentie hebben om iets met je te doen. Het betrof een object ‘waaiend bruin in groen’! Misschien heette het wel ‘vergankelijkheid van de mensch’ of ‘zoals de wind waait, waait mijn jasje’. Wie zal het zeggen, maar de Kunst deed zijn werk zoals kunst zijn werk moest doen. Ik probeerde te duiden. Ik was vooral nog met mijn ratio bezig, andere zintuigen werden nog niet geprikkeld. Ik voelde er nog weinig bij. Was het figuratieve kunst, was het historische kunst, was het toekomstvoorspellende kunst, wilde het mij iets zeggen over de maatschappij? Ik liet het in het midden.

“Dark ages”

Een kilometer verder, wederom in het nieuwbakken natuurlandschap de Binnenlandse Hooilanden een object waar mijn fantasie alle kanten mee op kon. Vier of vijf houten spiesen die naar de hemel wezen. Heel apart! Het waren geen bomen, althans niet meer. De rest van de omgeving ademde ook geen vergaand bos uit, dus wat moest ik ermee? Bij het woord spiesen denk ik buiten de BBQ, vooral aan middeleeuwse martelpraktijken. Dit past natuurlijk in het zompige geheel van het landschap van moerasmonsters. Misschien wilde het object me wel waarschuwen en zeggen: cultuur is slechts een heel dun laagje vernis, er verandert niet zoveel. We leven nog steeds in de donkere middeleeuwen!!! En ja, gezien de politieke gebeurtenissen kan ik de kunstenaar geen ongelijk geven.

‘Hoop’

Weer een kilometer verder kwam ik een boomstam tegen op de weg, vlak voor een wegafzetting. Het had die dag ervoor gestormd en geonweerd, maar de stam was zo glad en gaaf op de plekken waar de barst eraf was. Dit moeten mensenhanden zijn geweest, dus kunst!!! Misschien was dit wel de tegenhanger van het vorige object. Al lijkt het allemaal nog zo donker, als we alle onzin afpellen blijft er een gave gladde context over?

Kortom veel om over na te denken, kunst langs de wandelroute, maar misschien heb ik me toch vergist want de ‘echte’ route begon pas bij Landgoed De Lieskamp. Echte mensen van vlees en bloed vormden ‘tableaus vivants’, gedichten konden gelezen worden en figuratieve kunst was voorzien van een titel. Hier was sprake van communicatie tussen zender en ontvanger, tussen consument en kunstenaar. Soms in levende lijve soms met de titel die het kunstwerk heeft meegekregen. Toch geinig dat ik zo de kunstroute gewoon een paar kilometer hebt verlengd, dat hadden ze zeker niet van te voren kunnen ontdekken? Of zouden ze het toch zo bedoeld hebben? Het blijft altijd maar weer onzeker met kunst!