7. STILLEVEN uit de serie de kabbelende 100

Als je er oog voor hebt is je eigen woonomgeving een groot museum. Het stikt van de stillevens in alle soorten en maten. Deze ochtend had ik er in een keer oog voor. Eén blik was voldoende om twee klassieke stillevens te pakken. Misschien is dat wat overdreven meteen, maar het is niet anders. Bloemen in een vaas of fruit in een schaal is het absolute toppunt van stilleven weet ik met mijn beperkte kunstkennis. Ik weet dat ook vissen en zelfs rottingsprocessen als stilleven worden gemarkeerd. Maar dat heb ik niet thuis en als ik het thuis zou hebben, zal het zeker niet in de openbaarheid worden gebracht. Ik concentreer me op bloemen en fruit en constateer dat de bloemen er nog netjes bij staan al ga ik daar verder niet over. Hedenmiddag moet ik de fruitschaal wel even aanvullen. Vanavond is er dus al weer een ander stilleven.

2013-11-06 11.03.43

Een raar woord is dat eigenlijk ‘stilleven’ als je er goed bij nadenkt. Met het stille kan ik nog wel leven – excuseer me voor de woordgrap – maar het woord leven is toch raar. Veel stillevens zijn gewoon ‘dode’ dingen waar weinig leven in zit. Of zou het de achterliggende gedachte moeten zijn van de dode objecten die de toeschouwer aan het denken moet zetten? Bij een schaal met fruit moet ik zoeken of er een appel op ligt en dat zou een verwijzing zijn naar het ‘stout zijn van Eva’? Bij de bloemen is mogelijk een grote florakennis vereist waardoor de diepgang is te ontmantelen? Dan zal ik maar niet gaan nadenken over een fles wijn, vissen of de schoenen van Jopie Huisman om maar eens een dwarsstraat te noemen. Het verstilde moet tot leven komen, iets anders kan ik niet bedenken. Nu, bij het maken van de foto kan ik weinig diepgang met u delen. Mijn stilleven van deze ochtend zegt hoegenaamd niets over mijn zielenroerselen. Desgevraagd kan ik u mededelen dat ik alleen thuis was. Normaliter heb ik geen radio aan en de hond sliep rustig op de bank. Het was stil en met uitzondering van mezelf was er geen leven. Misschien als ik later groot ben en er is nog tijd na mijn arbeidzame leven, ga ik me toeleggen op de schilderkunst. Lekker verstild doorleven met het kliederen van ‘dode dingen’ op het doek. Misschien komt daar de term wel vandaan, bezigheidstherapie voor pensionado’s: Still-leven.

Eerder in deze serie verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

5. ARNHEMSE LUCHTEN

6. PIPPA DE HOND IS ZEN

6. PIPPA DE HOND IS ZEN uit de serie de kabbelende 100

Waarom nemen mensen een hond? Ik kan 101 antwoorden bedenken, en belangrijker, 101 redenen om het niet te doen. Ik ben opgevoed dat een hond vies is, stinkt, kwijlt en overal in zit te wroeten. Bovendien snuffelen ze aan je kruis en als je je ergernis nadrukkelijk kenbaar maakt, zien ze dat ook nog als spelen. Bij binnenkomst van mensen die bang zijn voor honden, gaan honden extra hun best gaat doen om de bangerikken te begroeten en hen welkom te heten in de roedel. Kortom het tij zat niet mee om een echte hondevriend te worden. Dus de vraag is gerechtvaardigd, waarom heb ik een hond? Want af en toe stinkt ze, snuffelt ze aan vieze zaakjes en hondedrollen zijn objectief gezien best smerig, maar verder is ze best lief. Eén moment van onachtzaamheid heeft mij doen besluiten om niet langer tegen een hond in huis te zijn.

zwarte piet

Als zo’n lief, dottig puppy groot wordt, ga je je er toch aan hechten. Jouw hond stinkt natuurlijk niet, het is een nette Victoriaanse dame die niet aan je intieme delen gaat snuffelen en bovendien absoluut niet dominant, wel enthousiast en behaagziek. Bovenal brengt ze veel harmonie met zich mee. De hond laat wel van zich horen als ze iets moet, eten, drinken of wanneer de peristaltiek zich aankondigt. Het brengt ritme, maar vooral harmonie, tenminste in ons huis. Nog nimmer een wanklank gehoord over het uitlaten, weer of geen weer. We hebben dan ook een heel bijzondere hond. Volgens mij is het qua ziel een kruising tussen een boeddhistische monnik en de onbevangenheid van Zwarte Piet, al is dat tegenwoordig besmet. In werkelijkheid is haar moeder een blonde Golden Retriever en vader een zwarte Koningspoedel. Een nieuw ras in de maak, de Golden Doodle. Ze is echter pikzwart. Ze was het laatste uit het nestje, dus eigenlijk hadden we geen keus meer. Maar de dankbaarheid dat we haar toch genomen hebben, betaald zich dagelijks uit. Ze straalt ZEN uit, ze is ZEN, kortom een soort Dalai Lama van het Dierenrijk. Dat hebben wij in huis. Ik ben niet zo’n voorstander van het toedichten van menselijke eigenschappen aan dieren, vandaar mij hartgrondige hekel aan de Partij voor de Dieren, dat riekt naar fundamentalisme. Echter met Goddelijke eigenschappen is dat toch wezenlijk anders natuurlijk, dus een klein blogje over onze behaagzieke ZEN-hond mag best wel. Ze heet Pippa De Hond met kapitalen.

Eerder verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

5. ARNHEMSE LUCHTEN

5. ARNHEMSE LUCHTEN uit de serie de kabbelende 100

En dan kom je uit je werk, de afstand naar het station is niet voldoende om mijn werkbalast van die dag van me af te gooien. Waarom bestaat er eigenlijk niet een cooling down voor werksituaties en dan in de baas zijn tijd natuurlijk. De cooling down van ’s avonds languit op de bank liggen is natuurlijk gesneden koek. Maar echt in mezelf gekeerd ben ik echter ook weer niet niet, blijkt uit de opmerkzaamheid mijn omgeving waar te nemen. De hele dag had het gestormd, al mochten we in het oosten des lands amper meepraten vergeleken met de windsnelheden langs de kust. Toch leverde het een pracht van een foto op. Tenminste ik was zelf lyrisch over de ondergaande zon in de razende wolkpartijen waarbij de aanstormende donkere woestenij nog even wordt tegengehouden door het laatste zonlicht van de dag. De herfst dient zich definitief aan, de zomer heeft uiteindelijk verloren.

wind en zon

De lucht doet me vooral denken aan het gedicht van Liselore Gerritsen dat wij passend vonden toen onze oudste zoon werd geboren. We plaatsten enkele regels ervan op het geboortekaartje.

oktoberkind oktoberkind

opdat je niet vergeet

de allerlaatste zoete braam

is de eerste die jij eet

een laatste warme zonnestraal

verwarmd jou eerste dag

en een laatste zwaluw die vertrekt

is de eerste die jij zag

dat is waarom een oktoberkind

niet geloofd in laatste dingen

’t zal een herfstdag als een lentedag bezingen

De aanstormende herfst maakt mij op zijn zacht gezegd melancholisch, waarbij de seizoensgebonden dip altijd op de loer ligt. Ik ben dan ook geboren in mei, dat verklaard voldoende. Maar met de schoonheid van dit natuurgeweld en met de herinnering aan het optimisme van het oktoberkind, zal ik me er wel door heen slaan, de aankomende donkere maanden. Want als zelfs de lucht boven Arnhem zo mooi kan kleuren, dan moet het wel goed komen. De foto is gemaakt op het mooiste plekje van Arnhem zoals insiders zullen herkennen, aan de Sonsbeekzijde van het station. Hier vertrekt de trein naar Nijmegen, beter is er niet in de Gelderse hoofdstad. Ik mijmer in stilte hoe mooi de lucht op dat moment zou zijn met zicht op de Waal en Sint Stevenstoren. De kwestie is derhalve: Arnhemse luchten of het Arnhemse niet luchten. Dan komt de forens in mij naar boven, ik wandel naar het perron, want Arnhemse luchten of niet, de trein vertrekt ook zonder mij.

Eerder verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

4. CANDY CRUSH CALVINISME uit de serie de kabbelende 100

Ogen turen naar het scherm op zoek naar een opening om dit level alsnog te halen. Het mag niet nog meer levens kosten, want anders sta ik weer voor uren in de wachtstand. Of ik moet natuurlijk leuren bij mijn facebookvrienden om nieuwe levens te krijgen. ‘Yes, een onverwachte knal van zo’n gespikkelde bonbon, het veld ligt weer open.’ Nu is het een kwestie van uitspelen. ‘Shit, zo’n tijdbom over het hoofd gezien.’ Het treurige achtergrondmuziekje, dat ik meestal afzet, klinkt. Niet naar het volgende level. Herkent u dit, dan bent u met zekerheid een CandyCrush speler. Mocht u het idee hebben dat hier een vreemde taal wordt gesproken, dan hoort u niet tot de groep die zich heeft ingelaten met de Candy Crush Saga. Mogelijk dat u met dedain neerkijkt op al die leeghoofden die bezig zijn met drie op een rij en knallende snoepjes. Het zij zo.

Screenshot 2013-10-29 22.31.24

Een sigaret is verslavend, zeker weten. Drugs, werk, seks en alcohol zijn bewezen stoffen en/of activiteiten die als verslavend bestempeld kunnen worden. Ik ga u niet vermoeien met de definitie van verslaving, maar de essentie daarbij is dat jezelf of je omgeving last heeft van je verslavingsgedrag. Criminaliteit bij gokken of drugs geeft maatschappelijke problemen, roken geeft kanker en van drank is het duidelijk dat de drinkebroer en/of zijn omgeving in de problemen kan komen, de verslaving wordt manifest. Maar Candy-Crush Saga zou ook een verslavende werking hebben? Vind ik het leuk om op mijn beeldscherm allerlei knallen te zien? Word ik een gelukkiger mens als ik vele levels beter ben dan anderen in mijn facebookclubje? Het antwoord is nee. Hebben anderen last van mijn gedrag? Ik zorg immers nog voor geld op de plank middels werk, vervul mijn maatschappelijke rol als vader, echtgenoot en zoon. Zelfs van afkickverschijnselen is geen sprake als er niet gespeeld kan worden. Ik speel het sinds enkele maanden en toch voelt het verslavend. Wat is dat dan? Weet ik niets anders te doen? Ik kan een boek lezen, in de tuin werken of een taal leren. Candy Crush appelleert aan leegte en leegte mag niet bestaan. Je moet nuttig bezig zijn is mij ingeprent. Maar wat is nuttig? Candy Crush bijvoorbeeld, want ik ben liever een leeghoofd dan een calvinistische dwangneuroot. Dan doe ik maar mee met het leger van huisvrouwen voor wie Candy Crush een vervanger is voor hun dagelijkse portie sherry. Proost!

Eerder verschenen in de kabbelende 100

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

3. HET BRILLENPERSPECTIEF uit de serie de kabbelende 100

Het is de leeftijd des onderscheid, want mijn verzameling brillen begint uitbundig te worden. Nu was ik anderhalf toen ik mijn eerste brilletje kreeg. Een lui oog en loensen, als je het netjes uitdrukt. Het is nooit meer goed gekomen, het luie oog noch mijn loensende blik op de wereld. Ik heb er weinig last van, want dubbel zien met een blind oog is moeilijk. Zodra de financiën het toelieten, heb ik lenzen genomen. Meestal ideaal, maar sinds enkele jaren heb ik ook weer een leesfok. Geen nood, voor een paar grijpstuivers heb je al een exemplaar. Natuurlijk heb ik er meerdere. In mijn jaszak, op het werk en in de auto. Daarnaast heb ik ook een reservebril voor mijn reguliere oogafwijking en sinds kort een computerbril. Ik werd namelijk knettergek van die overgangen van lezen naar beeldscherm. De vraag is nu steeds, welke bril zet ik op.

spiegel van het leven

Met het klimmen der jaren mag je aannemen dat ook het onderscheidende vermogen van de mens groeit. Je weet steeds beter hoe je situaties moet inschatten en hoe te reageren. Het is allemaal al een keer gezien. Je kunt dat heel negatief duiden als het lopen op platgetreden paden. Of erger nog het risicoloze leven leiden van een inflexibele penopauzer voor wie alles vast staat. Iemand die zijn leeftijd gebruikt als schaamlap voor onwetendheid maar tegelijkertijd wijsheid veinzend. Zo kun je het zien, ik noem het een vermogen om te weten wanneer je welke bril moet opzetten. Het geeft een hoop rust. Dat wil nog niet zeggen dat je nooit mis tast, tenminste ik niet. Regelmatig komt het voor dat ik door de verkeerde bril kijk of helemaal niet goed kan zien als de juiste bril ontbreekt. Dit geldt zowel visueel als ook mentaal. Onlangs in de Zwartepieten discussie had ik een bril op die mij een hele scherp blik verschafte en op andere momenten een troebele blik waarbij ik dingen zag die mogelijk niet waar zijn, maar wel een nieuwe waarheid creëerde. Dat is geen ramp hoor, het geeft me even een inkijkje in mijn eigen zielenroerselen. Een soort ‘introspiegeling’ noem ik het maar. Toch is het voor je rust veel beter om de juiste bril bij de hand te hebben. Een troebele, of juist een verscherpte blik op de wereld, dat moet je psychisch wel aankunnen. Een kwestie van organisatie dus, om altijd de juiste bril bij je te hebben.

Eerder verschenen in de kabbelende 100

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

2. PEURNO AAN DE MUUR uit de serie de kabbelende 100

‘Erst komt das Fressen, dann die Moral’. Een waar Duits gezegde dat volgens mij past bij de menselijke natuur. Wij als Nederlanders hebben, rijk als we zijn, zowel het eten als ook de moraal in onze volksaard verankerd. We noemen dit de koopman en de dominee. Soms zijn we er trots op, maar vele momenten brengt het ook schaamte. En als we voldoende gemoraliseerd hebben, komt de kunst om de hoek kijken. De Gouden Eeuw bracht een hausse aan kunstuitingen. In tijden van bezuinigingen is de kunst vaak het eerste waarop bezuinigd wordt. Wat rest is de Die Moral und Das Fressen. Over het eten hoeven we ons geen zorgen te maken voorlopig, de moraal verdeeld ons al meer dan een decenniumlang. Maar toen het nog goed ging, heb ik ook kunst gekocht. Het hangt nog steeds aan de muur, ook nu de prioriteiten qua bestedingen elders liggen.

peurno aan de muur

Jaren terug kwamen we een kunstuitleen tegen in de bossen nabij Uden. We vonden het aanbod leuk en we besloten lid te worden. Voor enkele tientjes per maand had je het recht om te lenen. Hoe hoger het leenbedrag des te ‘duurdere kunst’ we konden uitkiezen. Het spaarbedrag liep lekker op. Ons nieuwe huis verfraaiden we met enkele kunststukken. Verstand van kunst heb ik niet en voor zover ik weet mijn echtgenote ook niet. We vinden iets mooi of niet. Goed, het moest een beetje bij de inrichting passen. Een van de werken (Hercules) was van C.M.C.Nagtegaal. We hadden al meerdere werken van haar aan de muur gehad. We koesterde de zoekplaatjes in het schilderij, naast uiteraard de kleurstelling. Maar met dat zoeken ging het na enige maanden mis. Ineens zaten we naar een vagina in het zoekplaatje te kijken en later met wat fantasie meerdere. Was dat nu gezichtsbedrog (What’s on a man’s mind)? Maar eenmaal op mijn netvlies gebeiteld, bleef ik het zien. Andere huisgenoten zagen het ook. Wat nu? Ik wil geen zedenprediker zijn, maar als zelfverklaarde Victoriaan had ik toch een probleem. Het schilderij hangt aan de muur bij de eettafel. Ik besloot tijdens het eten maar met de rug naar het schilderij te zitten. Zo kon de kunst blijven hangen, het eten doorgang vinden en de moraal hoefde niet getart te worden.

Om ethische redenen heb ik de bijbehorende foto niet gefotoshopt en van discrete afstand genomen. Ik wil immers geen verspreider zijn van mijn peurno aan de muur.

Eerder verschenen

1. KNIPBEURT

1. KNIPBEURT uit de serie de kabbelende 100

Op mijn twaalfde had ik genoeg van de oude mannetjeskapper in ons dorp. De hormonen speelden op en mijn kapsel had een model nodig. Ik had ook de balen van de kabbelende conversatie. Mijn moeder kon de wens billijken, maar gaf te kennen dat ik dit maar met de kapper moest bespreken. Ik verzocht dus om een losse scheiding in het midden zoals dat hip was op dat moment. De vriendelijke kapper plukte eens aan zijn kin. Hij liep naar achteren en kwam terug met een gedateerd boek. Hij knipte mij met opperste concentratie, zijn tong tussen zijn lippen persend. Veelvuldig bestudeerde hij de aanwijzingen in het boek dat naast hem lag. Eenmaal thuis keek ik in de spiegel en ik wist zeker dat dit het laatste bezoek was geweest. Het volgende kappersbezoek kostte mijn ouders het dubbele bedrag, hun spaarzin ten spijt, want ik wilde bij een gewone kapper.

2013-10-16 12.36.13

Tegenwoordig kies ik de kapper zelf. De dichtstbijzijnde kapsalon kan op mijn klandizie rekenen. Soms ga ik wel eens vreemd als ik toevallig ergens langs kom waar geen afspraak noodzakelijk is. De ijdelheid die mij parten speelde als puber is verdwenen. Ik wacht op het moment dat ik tot de conclusie moet komen dat er slechts één model mogelijk is namelijk kort en zo gedekt mogelijk. Misschien is het al zover, maar de vriendelijke kapsters hebben me nog niet meewarig aangekeken als ik verzoek, kort van achteren en opzij, aan de voorkant iets langer en nonchalant laten springen. Ze zien er gelukkig nog steeds brood in. De conversatie is meestal een stuk levendiger dan bij de ouderwetse herenkapper. Dat komt natuurlijk dat er ook vrouwen komen. Die hebben ingewikkelde verhalen om hun haarwensen kenbaar te maken. Ze praten sowieso meer dan mannen. Hedenmiddag werd er tussen de kapsters en clientèle hevig gegrapt over schoonmoeders. Ik was getuige van een hilarische, maar zeer vileine conversatie zoals alleen vrouwen die kunnen voeren. Ik luisterde terwijl een vrouw van ongeveer veertig me knipte en me voorzag van de noodzakelijk aanvullende informatie over de schoonmoeders. Bij het afrekenen gaf ik mijn zegelkaartje. Iedere knipbeurt geeft recht op een zegel die nu verzilverd kon worden met een korting. Zolang de scheiding in het midden niet te breed wordt, blijf ik naar de gewone kapper komen. De oude mannetjeskapper bestaat niet meer, spaarzin middels een knipkaart wel en de vrouwenpraat? Die neem ik maar voor lief.