29. GEEN TWEE HONDJES uit de serie de kabbelende honderd.

2014-03-30 18.56.10

‘Ik wou dat ik twee hondjes was, dan konden we samen spelen.’ Dat is een evergreen die voor deze twee copulerende ooievaars niet opgaat, tenminste met mijn beperkte vogelkennis denk ik dat ze al aan het ‘spelen’ zijn. Op deze koeler wordende lente-avond, de nacht ervoor is de zomertijd ingegaan, hebben deze langstelten geen last van de kou en zeker niet van een voyeuristische fietser die gebiologeerd toekijkt. Het ene moment lijken ze mee te doen aan een living-statues voor dieren, beide kijken dromerig in de einder. Maar een tel later is er veel gefladder van twee paar vleugels. Ze beesten proberen een torentje te bouwen met zijn tweeën. Heel lang duurt het niet. Na het recht pikken van een veertje op hun verenvacht, kijken ze weer synchroon onverstoord verder. “Is hier wat gebeurd dan?” Het spreekwoord van twee hondjes komt zeker niet voor in het idioom van het stel.

2014-03-30 18.57.48

Het is nog steeds een vreemde gewaarwording die toename van koppeltjes ooievaars in het Nederlandse landschap. Deze majestueuze beesten zijn een bezienswaardigheid. Je zou bijna denken dat het goed gaat in Nederland, in ieder geval op ecologisch gebied. In de jaren zeventig was het een zeldzaamheid een ooievaar aan te treffen. Ik weet nog dat we heel opgewonden waren toen we dachten er eentje te zien overkomen. We spraken er dagen over, maar hebben hem (of haar) niet meer waargenomen. Volgens mij was dat de laatste die gewoon wegvloog uit het Nederland vol met hippies die de vrije seks propageerde. Bloemetjes en bijtjes waren niet meer nodig en zeker geen ooievaars om jonge kinderen van onkuise kennis over de daad af te houden. Ooievaars hadden geen functie meer en hebben de polder met hun vergaande ontbloting achter zich gelaten. Begin jaren negentig ben ik ze weer tegengekomen in Turkije. Hippies hadden de Turkse jonge ziel nog niet verpest met voorlichting, dus boden de ooievaars hun diensten weer aan door er gewoon in grote getale te zijn. Nu in de laatste jaren de ooievaar Nederland opnieuw heeft herontdekt, moet daar een reden voor zijn. Misschien zijn we klaar met al dat plastische open- en blootgedoe en hebben we weer zin een het verbloemen en versluieren van de voortplanting. Mogelijk dat mijn kleinkinderen weer in sprookjes gaan geloven? Ik hoop het, maar dan moeten deze twee hun circusact minder pontificaal gaan vertonen, want ik krijg er allerlei ongewenste flowerpower gedachten van. Bah!

2014-03-30 18.58.05

 

26. WORK IN SPACE uit de serie de kabbelende 100

 

De volkswijsheid zegt dat er in een gezond lichaam een gezonde geest huist. De eerlijkheid gebied te zeggen dat het ‘gesundes Volksempfinden’ de plank nog wel eens misslaat. Echter in de kern is deze volkswijsheid in principe wel waar. Nadrukkelijk zeg ik ‘in principe’ want een gezond lichaam is nog wel te objectiveren. Maar wat is een gezonde geest? Na ruim twintig jaar ervaring in het werkveld van de GGZ is een antwoord op deze vraag niet zo eenduidig. Bovendien, je hoeft niet eens in de GGZ te werken om te constateren dat de Allesbestierende rare creaturen op de aardbol heeft rondstruinen. Ik heb dus geen allesafdekkende definitie van een gezonde geest, maar een beetje opgeruimd in het leven staan is mijns inziens een eerste voorwaarde, zonder daarbij met je geestelijke bagger een ander lastig te vallen. De term opgeruimd is gevallen, daarbij kom ik bij een tweede truttige volkswijsheid.

2014-02-28 20.35.25

Rommel uit je huis is ruimte in je hoofd! Nu gaat er iets knagen in mij. Zonder in details te treden, constateer ik dat mijn lichamelijke conditie niet ‘comme il faut’ is. Misschien heeft roken er wat mee te maken? Wat zegt dat over mijn geestelijke gezondheid? Als de volkswijsheid gelijk heeft, ben ik niet helemaal goed in mijn bovenkamer. Ik denk dat ik de gekte voor de buitenwereld nog wel kan verbloemen. Sterker nog, voor mijn zonen presenteer ik mezelf als het meest normale mannetje van de wereld. Diep in mijn hart weet ik dat dit waar is. Maar als ik mijn werk- en studieruimte bezie, dan constateer ik een vergaande staat van verrommeling. Er moet opgetreden worden, want als je conditioneel neigt te verworden tot een ingevallen kippenhok en bovendien je directe leefomgeving verrommeld dan dreigt het stadium van complete waanzin, volgens het gezonde volksempfinden. Wanneer komt het moment dat ik niet meer op straat mag verschijnen omdat de gekte me is aan te zien, misschien is een rechtelijke machtiging zelfs aanstaande. Om dat te voorkomen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en een beetje rommel uit huis gesmeten om zo een opgeruimder gevoel te creëren. Tussendoor heb ik wel wat rookpauzes gehouden. Dat dan weer wel. Ik zit me trouwens af te vragen als ik nu heel erg op ga ruimen, op het neurotische af, zou dat een voorbode zijn om met plezier te gaan sporten? Misschien word ik geestelijk wel optimaal, of zelfs geniaal. Wie weet?

25. ROKJESDAG OP HET TWENTOLPLEIN uit de serie de kabbelende 100

 

Het is bijna zo ver dacht ik deze week, rokjesdag is aanstaande. Nu vind ik zomers geklede dames geen onaangenaam gezicht meestal, maar rokjesdag staat voor mij vooral voor het einde van de winter. Dit jaar hebben we dat eigenlijk niet verdiend, want echt winter is het niet geweest. Maar afgelopen maandag leek het tij gunstig, de zon scheen en de bomen krijgen hier en daar een zichtbare frisgroene waas. Rokjesdag dus, maar de atmosfeer was toch nog onaangenaam tussen de nieuwe kantoorgebouwen nabij het monumentale stadscentrum in Deventer. Tijdens een nicotinepauze, anders is werken niet mogelijk voor een junk, joeg de wind tegen mijn ongejaste torso. Toch genoot ik van het ontluikende groen van de treurwilg een paar meter verder. Een boom die bij het monument op het Twentolplein staat. Ik ben dan nieuwsgierig waar die naam ‘Twentol’ vandaan komt en waarom hier, in het ‘niks’ een monument staat.

2014-02-24 13.55.56

Nu blijkt niet iedereen nieuwsgierig, veel collega’s hebben geen idee en lijken niet geïnteresseerd. Mijn moeder heb ik het gevraagd, ze heeft wel belangstelling, maar ze kent deze geschiedenis nabij haar ouderlijk huis, enkele kilometers aan de andere kant van de IJssel niet. Ik zal het eens vragen aan een van haar broers die veel van de Deventerse geschiedenis weet. Op 10 april 1945 is er op deze plek bloed vergoten. Acht studenten/verzetsstrijders van de Koloniale Landbouwschool wilden de aanstormende Canadese bevrijders ter wille zijn en hebben zich verschanst in de gebouwen van de Smeeroliefabriek Twentol om zodoende een brug en sluis te sparen. Het kwam tot een vuurgevecht met de Duitsers. Twee mannen kwamen om in de ontstane vuurzee, één kon vluchten en vijf zijn er een half uur voor de daadwerkelijke bevrijding gefuseerd. Ook een Duitse soldaat die weigerde mee te werken is hier gewelddadig aan zijn einde gekomen.

10 april 1945, jonge mannen met zin in het leven, de bevrijding was immers aanstaande. Misschien was het wel mooi weer en kwamen allerlei bronstige gevoelens naar boven. Voor deze mannen geen rokjesdag meer, nooit meer. Tussen de moderne gebouwen is bijna achteloos een pleintje gecreëerd ter nagedachtenis aan een brute passage in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Als het echt rokjesdag is, zal ik aan de mannen denken. Ik zal genieten van de vrijheid, het zwoele lenteweer en met extra aandacht de rokjes bekijken. Dat is wel het minste wat ik kan doen, 74 jaar later, genieten.

24. WAAR IS WERNER? uit de serie de kabbelende 100

Nu vind ik dat ik een redelijke observant ben van mijn sociale omgeving. De seksisten onder ons kunnen nog beweren dat ik een man ben en te veel eendimensionaal gericht. Er zijn mensen die zeggen dat mannen een straalbewustzijn hebben en vrouwen een schaalbewustzijn. Ik weet niet wat de bedenkers hiervan gedronken hebben toen zij dit wereldkundig hebben gemaakt, maar dit ter zijde. Met mijn mannelijke straalbewustzijn vallen mij veranderingen nog wel eens op. Ik zeg niet altijd dat iemand een nieuwe jurk heeft of een ander kapsel, maar ik merk wel dat er iets veranderd is. Sterker nog, bij vrouwen die ik niet regelmatig zie, wil een andere haarkleuring of look me nog wel eens in verwarring brengen. “Ken ik jou?” Toch moest ik bekennen dat ik vandaag geconfronteerd werd met een gemis bij het station in Duiven. Achteraf wist ik, dit is al een tijdje weg.

100_1417

De gemeente Duiven heeft een aantal jaren terug gemeend bij het opkalefateren van het stationsplein dat er bankjes moesten komen met vaste gasten. Aan de noordzijde ligt een grote leeuw op de bankjes. Ten zuiden van het station een ander dier, een lama of een hert, dat is me niet helemaal duidelijk. Meerdere keren per week loop ik er langs. Ik weet niet of deze kunstobjecten kunst met kapitalen genoemd mogen worden en iedereen mag er wat van vinden. Ik vind het best aardig, of eigenlijk vond. Hoewel de leeuw er nog steeds ligt, is van het andere beest geen spoor te bekennen. Vandaag merkte ik pas op dat de planken van het zitgedeelte open gaten vertoonden. ‘Hier heeft toch dat zilveren beest gezeten?’ Ik sta er even bij stil en kom tot de conclusie dat het dier misschien al maanden weg is. Waarom is me dat niet opgevallen? Komt dat omdat het winter was en dat ik er vaak in het donker hier langsliep? Zou het met Oud & Nieuw aan vandalisme ten prooi zijn gevallen? Ik weet het niet en niemand in mijn omgeving heeft me hiervoor gewaarschuwd. Met de bewustwording van het verlies, mis ik het pas. Zal ik de gemeente opheldering vragen of is dat wat overdreven. Ik geloof dat ik hem, ik denk dat het een mannetje is, hoewel de publieke kunstuitingen in Duiven nooit zo expliciet zijn, een naam moet geven. Ik kan mijn verdriet dan benoemen en dat is altijd gemakkelijker. Waar zou Werner zijn?

23. LONG WALK TO FREEDOM uit de serie de kabbelende 100

Met zijn vieren naar de film in, een niet veel voorkomend gebeurtenis. Ik prijs me gelukkig. Het filmhuis van Zevenaar is een uitstekend zaaltje om een mooie film te kijken. Meestal ben je als veertiger de jongste, maar nu waren er meer kinderen, twintigers en dertiger, ook kinderen natuurlijk. Je moet een beetje op tijd zijn wil je daadwerkelijk naast elkaar zitten. Dat hebben we er wel voor over. Nelson Mandela, Long Walk to Freedom draaide. Twee jaar geleden hadden we bij het kiezen voor een naam voor onze hond lang Nelson in gedachte. De pup was echter een teefje, Winny vonden we minder geslaagd, het werd Pippa. Omdat we zo op tijd waren, kon ik nog even roken.Het filmhuis ligt in een mooi oud straatje. Aan de ene kant huisjes, al dan niet gerestaureerd, van begin twintigste eeuw, aan de andere kant de muren van het landgoed van Huis Sevenaer.

2014-02-15 19.50.29

Huis Sevenaer werd bewoond door jonkheer Van Nispen Van Sevenaer die in 2012 is gestorven op 93-jarige leeftijd. Ik ken de details niet precies, maar ik weet dat de man in de naoorlogse periode een langdurige strijd heeft gevoerd met de ambtenarij. Hij stond bekend als een moeilijk mens, tenminste zo heb ik het begrepen. Voor hem moet het ook een Long Walk to Freedom zijn geweest, al durf ik niet te oordelen of hij ‘bij de bevordering naar de Heerlijkheid’ daadwerkelijk zijn Freedom heeft gevoeld. Ik zal me er eens in verdiepen, want het landgoed wordt gerestaureerd en zal deels een publieke functie krijgen. De geschiedenis zal geopenbaard worden. Maar dat is later, nu verheug ik me op de film over Nelson Mendela. In de pauze nog snel een sigaret en een foto nemen van de muur van de Jonkheer met een bijna volle maan die door de bomen schijnt. Het is dezelfde maan die ook op Robbeneiland te zien moet zijn geweest. Ogenschijnlijk een ‘opendeur-constatering’, maar ik heb dat zo af en toe. Aan de ene kant de betrekkelijkheid voelen van afstand, maar aan de andere kant de enorme afstand tussen de bewogen geschiedenis van Zuid-Afrika en een filmpje pakken aan de rafelranden van Nederland. Terwijl Afrikaanse ritmes in je hoofd bezig zijn en je gewezen wordt op de allesvernietigend Apartheid en de strijd die Nelson Mandela heeft gevoerd, rook je een sigaretje en kijkt naar de muur van Huis Sevenaer. Lekker mijmeren is een Ever Walking Freedom.

2014-02-15 21.51.17

22.MAALDERIJ uit de serie de kabbelende 100

Snel even met de auto naar Didam rijden. Hier halen we het eten van onze hond. Voor de haute cuisine van Pippa hebben we best wat over. In een coöperatieve setting, ik weet niet eens  of het een boerenbondwinkel is, kopen wij altijd de brokken voor Pippa. In de winkel voor veevoeders zijn ook zakken hondenvoer verkrijgbaar. De winkel wordt gerund door, naar ik aanneem, een echtpaar dat nog een intrinsieke klantvriendelijkheid hanteren. Gewoon even een praatje maken, zonder dat de middenstandsklefheid er vanaf druipt. Ook het plaatselijke accent verbloemt het echtpaar gelukkig niet. Met een vanzelfsprekendheid wordt aangeboden de zak in de auto te dragen. Het zijn sterke mensen, zowel hij als zij. Soms maak ik er gebruik van als ik last van de rug heb, maar dat kunnen ze niet weten. Zoals vandaag parkeer ik mijn mannelijke ego als de vrouwelijke neringdoende vijftien kilo hondenvoer in de kattenbak tilt.

2014-02-08 12.55.51

Naast de winkel is de Sint Martinusmolen. Voor het eerst zie ik de wieken draaien. Het is dan ook een winderige dag. Ik vraag of de molen daadwerkelijk in gebruik is. Dit blijkt niet het geval wordt me tijdens het afrekenen verteld. ,,Het kan nog wel hoor, maar dat mag tegenwoordig niet zomaar meer.” Voor het malen van de granen, moet er aan 101 eisen voldaan worden op het gebied van hygiëne bijvoorbeeld. Jammer, denk ik dan. Ik heb zomaar de indruk dat de hygiëne in het dorpje nabij de grens met Duitsland niets mis is. Ik denk dat de controle veel transparanter is dan in menig fabriek. Was er deze week niet een rel met broodverbeteraar uit China dat vervaardigd is met mensenhaar? Ik zou bij het kopen van de hondenbrokken, best ook ons eigen brood willen aanschaffen, vervaardigd van het meel dat geproduceerd is in de Sint Martinusmolen. Met de wind in de rug kijk ik naar de maalderij. Ik denk na over de voedselvoorziening, de ondoorzichtigheid voor de consument en schiet met enige nostalgie wat foto’s. Maar lang duurt die nostalgische bui niet, want ik moet meteen rechtsomkeer maken. De weekendboodschappen moeten nog gehaald worden in de supermarkt. En al weet ik beslist niet wat ik allemaal precies koop, het is wel lekker handig. In de auto op de weg terug wordt ik geconfronteerd met mijn eigen maalderij. Wel nostalgisch lopen doen, maar er geen conclusies aan verbinden, alsof we collectief een klap van de molenwiek hebben gekregen.

21. (ON)MENSELIJKE MIERENHOOP uit de serie de kabbelende 100

Een slechte akoestiek zorgt voor een vermoeiend geroezemoes. Een dag van vergaderen maakt een mens toch al moe en prikkelbaar. Verder zijn er nog andere ingrediënten om hard weg te rennen van die weerzinwekkende mierenhoop in Utrecht. Ik ben blijkbaar niet de enige, meerdere lotgenoten rennen als een kip zonder kop om een trein te halen. Waarschijnlijk moesten ze ook vergaderen of anderszins op een plek zijn die beslist niet de eerste voorkeur heeft. Forenzen die allemaal graag naar huis willen. Anderen hebben honger en vormen irritante obstakels en verspreiden onwelriekende geuren. En altijd een categorie vrouwen die zelfs onder die omstandigheden denkt te moeten winkelen. En het is genoegzaam bekend dat die vrouwen niet toerekeningsvatbaar zijn en in hun shopgerichtheid geen gevoel hebben voor hun sociale omgeving. Als klap op de vuurpijl communiceert een ieder ook nog op individuele wijze met het thuisfront of een grote groep virtuele vrienden.

20140206_171403 (1)

Zo rond een uur of vijf is Utrecht Centraal niet ‘the place to be’ voor mij. Ik zou wensen dat ik op zulke momenten de genen van een mier zou hebben, want die lijken het wel lekker te vinden om te krioelen met hun soortgenoten. Ik niet, sterker nog ik moet mijn best doen om niet heel kriebelig te worden. Een zwerverachtig type schreeuwde ineens hard en ik geef hem geen ongelijk, maar ik durf dat niet te doen. Utrecht Centraal is absoluut niet ZEN. Maar nadere beschouwing leert dat ik niet de enige ben, want de hoeveelheid lachende gezichten is beperkt, sterker nog zelfs ontspanning is bij de meesten niet te bespeuren. Nu weet ik dat je eigen prikkelbare stemming een belangrijke oorzaak is om lustig te projecteren. Iedere hangende mondhoek of fronsende wenkbrauw is reden om mijn eigen gelijk te bevestigen. Ik besluit bij een bord, dus buiten de loop van de gevaarlijke bloeddorstige mieren, even polshoogte te nemen. Ik constateer dat mijn sensitiviteit van het groepsaura goed is waargenomen door mezelf. De menselijke vibraties zijn niet goed. Wij als volkje, op die plek op dat tijdstip, deugen niet. Dit constaterend, besluit ik maar een aantal foto’s te nemen, ja ik ook met mobiel. Ik moet vooral lachen om het bizarre van het dagelijkse en gewone in ons leven, een massa mieren die voedsel en andere benodigdheden met zich meesjouwen in een niet aflatende stroom van soortgenoten. En waarheen en met welk doel? Onbekend net zoals bij mieren.

20. DUIVEN IS THE PLACE TO BE uit de serie de kabbelende 100

 

Er zijn wel eens mensen die me meewarig aankijken als ik zeg in Duiven te wonen. Eerlijk gezegd het was nimmer een ambitie, maar sinds 1999 is het er toch van gekomen. Van een authentiek centrum is absoluut geen sprake, wel van nieuwbouwwijken die vanaf eind jaren tachtig zijn gebouwd. En je moet maar zo denken, de nieuwbouwwijk van nu, is de authenticiteit van over 100 jaar. Het is er prima wonen, een mate van anonimiteit met een dorps karakter. Rijdend vanuit Utrecht denk ik wel eens, Duiven is het einde van de Randstad, de rust begint hier. Met het Gelders Eiland, het dijkenlandschap, de Veluwezoom, de Veluwe, de Ooypolder en zelfs het Reichswald op fietsafstand, ook voor de ongeoefende peddaleur. Ook steden als Nijmegen, Utrecht en Doetinchem zijn gemakkelijk bereikbaar. En als je perse moet, kun je met tien minuten in hartje Arnhem zijn, als het dan echt moet.

2014-02-05 15.23.04

Hoewel de bouwcrisis ook in de voormalige groeikern Duiven heeft toegeslagen, zijn er nog wel ambities om de kern van Duiven op te leuken en alsnog aan te passen aan de hoeveelheid bewoners en de wensen van deze tijd. De ambities waren groot, maar de verwezenlijking loopt minder onstuimig. Het eerste deel is gerealiseerd en de voorbereidingen voor het tweede gedeelte zijn klaar. Over 2, 3 of misschien wel tien jaar ziet het centrum er beslist anders uit. Nu zijn er vooral nog veel kale muren. De gemeentelijke autoriteiten hebben er wat op gevonden door foto’s op te hangen die iets vertellen over de historie van het dorp. Ik vind het een strak plan en wat mij betreft mag het een permanente openluchtexpositie zijn en mogen er nog veel meer foto’s komen te hangen. De kans dat Duiven op de werelderfgoedlijst komt is nihil, maar het heeft wel een interessante historie. Ik moest erg lachen om de foto die het groenkernpotentieel aan de man wilde brengen. Het is maar goed dat ik toen die foto niet gezien heb, want het geeft wel een hele deprimerende indruk die geheel haaks staat op de boodschap: ‘Eigenlijk zou iedereen in Duiven moeten wonen.’ Het feit dat het inwonertal rond de 25.000 is blijven steken geeft aan dat de intentie van de toenmalige bestuurders niet is uitgekomen. Ik ben er blij mee, want iedereen is wel heel veel. Ik ben benieuwd hoe ik de propaganda van de actuele centrumplannen over twintig jaar zal beoordelen?

2014-02-05 15.23.27

19. OPRUIMWOEDE VOOR FEYENOORD uit de serie de kabbelende 100

 

De spannende dagen komen er aan, de winterstop is voorbij. Mijn gedeelde Feyenoord seizoenskaart met mijn broer kan weer geconsumeerd worden. Voor het derde seizoen hebben we twee kaarten zodat we om en om naar Rotterdam kunnen rijden met onze oudste zonen. Uiteraard de belangrijke wedstrijden, natuurlijk is iedere wedstrijd belangrijk, kopen we kaarten bij. Gaan we met zijn vieren. Soms kopen we die kaarten met de clubcard die mijn zoon en ik hebben, of anders geeft de seizoenkaart de mogelijkheid om kaarten bij te bestellen. Nooit een probleem. Maar alarm, de telefoon gaat, mijn broer meldt dat bij de wedstrijd tegen 020 je geen kaarten mag kopen met de seizoenkaart en nu baal ik van mezelf dat ik niet eerder de onlangs zoekgeraakte clubcard heb bijbesteld. De kans is heel groot dat ik er niet bij ben op 2 maart tegen 020. Hoe catastrofaal stom kan een mens zijn?

Het is buiten mooi weer, maar ik zoek in alle denkbare laden in huis. De clubcard is verloren, of ik heb hem ergens opgeborgen, in een jaszak laten liggen of is uit mijn portemonnee gevallen? Echt nergens te vinden. Wel vind ik nog oude staatssloten, zijn ze verzilverd? Ook nog een envelopje met vier tientjes, helemaal niet gek, maar je koopt er niets voor. In ieder geval geen kaartje voor dè wedstrijd. Verder nog losse munten uit het guldentijdperk en lege batterijen. Ondertussen wordt ieder laatje in huis het toonbeeld van netheid, want als we dan toch bezig zijn, ruimen we maar op. Je zou bijna zeggen, ieder nadeel heb zijn voordeel, om maar eens een bekende Nederlander te quoten. Echter in dit kader is dat ongepast en zo voelt het ook helemaal niet, die voordelen. Voor 28 januari 2014 moet ik die clubcard hebben, want anders is het uitverkocht. Ik weet het zeker. Er is een kleine kans dat je op tijd een nieuwe hebt aangevraagd, maar kan ik daar op gokken. Het zal wel moeten, want het ding is nergens te vinden.

De hond piept en wil uitgelaten worden. Het is nog steeds mooi weer, bijna lenteachtig. Als je niet beter wist zou ik de voorjaarshormonen hebben om het hele huis schoon te maken. Maar zo zit ik niet in elkaar. Al groeien de madeliefjes (meizoentjes zoals mijn vader ze noemt) langs de berm van de weg op 18 januari, voor mij is het voorlopig nog geen lente.

18. ROOKVRIJE KRAAIEN uit de serie de kabbelende 100

Veel van mijn blogs worden gemaakt met de sigaret als aanjager. Tenminste dat maak ik mezelf wijs. Ik rook niet binnen sinds ik verantwoordelijk ben voor mijn kinderschare. Nu de verantwoordelijkheid nog voor jezelf hoor ik mijn alterego zeggen c.q. mijn vrouw, maar dit terzijde. Ik zal u een schets geven van ons huis. De huiskamer is een rechthoek, maar aan de zuidzijde zit een extra vierkant, de voorkamer. Aan de noordzijde zit een soortgelijke puist, maar daar is een deur gemonteerd. Met wat fantasie kun je je er vast een voorstelling van maken. Aan de noordzijde heb ik mijn ‘hok’ die ik soms studeerkamer noem. Hier schrijf ik mijn schrijfsels. Omdat ik zuchtig ben naar nicotine verdwijn ik soms even naar buiten. Als het koud is of regent, of ik heb mijn schoenen niet aan, hang ik in de deuropening. Even roken vlak bij de plaats van het delict.

2014-01-12 11.58.00

Het introspectieve moment duurt meestal kort vanwege de regen of koude. ’s Zomers duurt het wat langer. Zo had ik jaren geleden vast gezelschap van een bruine kikker. Wanneer ik er was, zat zij er ook met haar kontje naar me toe gedraaid. Ik heb er een sprookje van weten te maken. Ik durf te stellen dat het een aardig blogje was (en is). En dat allemaal dankzij de sigaret. Zondagochtend stond ik er weer. Mijn schoenen had ik nog niet aan, bovendien was het fris. De zon scheen al wel uitbundig, want nog steeds beginnen de zondagen bij mij meestal niet zo vroeg. Ook die zondag zag ik een vaste bezoeker in een van de belendende tuinen. Hoog in de boom zat een grote zwarte vogel. Vraag me niet welke vogel, als ik zou moeten gokken zeg ik een kraai. De kraai zit er vaker, soms in gezelschap van twee kleinere vogels van een ander merk. Misschien wel zijn lakeien, wie zal het zeggen. Ik weet niet zoveel van vogels. Vandaag was het beest alleen. De kraai zit meestal met zijn rug naar mij toe, ook in gedachten zo te zien, al rookt ze niet. Wellicht is zijn alterego strenger, of heeft mevrouw de Kraai de broek aan. Wat zou het spannend zijn om inzage te krijgen in de gedachtespinsels van de vogel. Zou hij ook blogjes schrijven? Wellicht over die in de deur hangende man een paar huizen verderop. Gelukkig heeft ze geen mobiel om foto’s te maken.