Begrip, van de dag (73) Melkertgevoel

 

MELKERTGEVOEL

Gisteravond Pauw gekeken? Ik wel en ik had een herbeleving die ik graag zou verwoorden met het absolute Melkertgevoel. Wie herinnert zich niet de historische beelden van de verslagen Ad Melkert na de verkiezingen in maart 2002 en de triomferende Pim Fortuyn. Het geen antwoord hebben op het opportunisme van Fortuyn, of eigenlijk helemaal geen maatschappelijke ideeën en antwoorden hebben, luidde de neergang van de PvdA in. Aan tafel bij Pauw zaten onder andere Sanne Wallis de Vries en Dolf Jansen. Toen Jan Roos, ook uitgenodigd, zijn recalcitrante betoog startte, gaven ze verbaal niet thuis. Non-verbaal spraken hun gezichten boekdelen, arrogantie, verbazing maar ook onmacht.

De colour local van Pauw de laatste jaren is er al een van een hoog grachtengordelgehalte, starend naar de eigen navel als de moederbron van het absolute morele gelijk en daarmee andere wegzettend als minderwaardig. Zei de babyboomer Marcel van Dam niet dat Pim Fortuyn een minderwaardig mens was? Iedere keer als ik me kan zetten tot het kijken naar Pauw verzucht ik, jammer weer honderd PVV’ers erbij. De intolerantie, het wegzetten van mensen en het ontkennen van problemen die ze in hun eigen incrowd niet herkennen zorgt evenzo voor weerstand. ik durf zelfs te beweren dat haatzaaien een onderdeel is van de grachtengordelcultuur.

Ik wilde dit stukje de titel meegeven Schot in de Roos. Maar dat zou te veel eer zijn voor de GeenStijl-journalist Jan Roos. Op de keeper beschouwd komt er uit zijn mond ook alleen maar poep en is zijn doel slechts het besmeuren van andersdenkenden. Wat dat betreft verschillen tegenwoordig Jeroen Pauw c.s. en Jan Roos met zijn club eigenlijk maar heel weinig van elkaar. Ze preken radicaal voor eigen parochie en van goede journalistiek is geen sprake meer.

Begrip, van de dag (72) Interne thermostaat

 

INTERNE THERMOSTAAT

Nu de donkere dagen voor kerst bijna ten einde zijn, nog drie nachtjes slapen, gaan de dagen weer lengen. En de volkswijsheid zegt dan dat de winter zich gaat strengen. We hoeven ons voor de komende maanden meteorologisch niet zo druk te maken, want een paar graadjes minder en het vriest nog niet ’s nachts. Misschien moeten we, als we pech hebben, een keertje de ruiten krabben van de auto. Een voordeel is dat we geen hype krijgen rondom een Elfstedentocht die toch niet komt. Verder kabbelt de winter gewoon door in de lente en weten we eigenlijk niet meer wat kou eigenlijk is.

Toch neem ik iets raars waar bij mezelf als het gaat om temperatuurbeleving. In het kader van milieubewustzijn proberen wij natuurlijk de verwarming zo laat mogelijk in het seizoen aan te zetten. Toch ontstaat er in oktober een mate van frisheid in huis die zorgt dat je de kachel wil aanzetten. Qua temperatuur is de noodzaak daartoe helemaal niet zo vanzelfsprekend. Ook het fenomeen winterjas is zoiets. Zolang het niet nodig is, trek ik geen winterjas aan, maar eenmaal de beslissing genomen dat de tijd voor de winterjas is gekomen, dan blijf ik hem ook aanhouden en ik vind dit ook nog wel behaaglijk. Maar zoals gisteren was het overdag vijftien graden. In de zomer word je gek aangekeken als je op een kille zomerdag met slechts vijftien graden een winterjas aandoet.

Zou er in de mens misschien een thermostaat zijn die de gewenning met de seizoenen heeft opgeslagen? Dus eigenlijk dat we ons helemaal niet zo aanpassen aan de werkelijke (gevoels)temperatuur, maar voor een belangrijk deel geconditioneerd zijn door de eisen van de seizoenen. In de winter heb je een dikke jas aan, in de lente probeer je overmoedig te dunne kleding uit, voor de zomer is het niet ongepast om bijna in je blote gat te lopen en de herfst is het seizoen om de winter zo lang mogelijk uit te stellen, totdat het eigenlijk niet meer kan. Ik vroeg het me zomaar af.

Begrip, van de dag (71) Zure zult

 

ZURE ZULT

Je hebt omnivoren en omnivoren met beperkingen. Tot de laatste soort hoor ik, dat wil zeggen ik draai mijn hand niet om voor een onbekend gerecht. Maar er zijn heel nadrukkelijk grenzen voor mij. Ik hoef maar het woord zure zult in mijn gedachten te nemen en al mijn zintuigen staan op scherp. Mijn neus protesteert, mijn oren zenden dadelijk allerlei signalen naar mijn hersenen uit dat er gevaar op komst is. Zoete of zoute zult klinkt al een stuk vriendelijker. Maar zure zult? Met name voor mijn gezichtszintuigen is zure zult een ware kwelling. En als man, immers visueel ingesteld, is het hard werken om mijn maag niet spontaan te laten samenknijpen.

Er zijn mensen die hier duidelijk anders over denken en dat is maar goed ook, anders zouden er hele voorraden overblijven van die zure zult, echte no-go areas. Gisteravond werd ik geconfronteerd met een geweldige maaltijd bij Proef Lokaal in Zevenaar, een echte aanrader op een klein dingetje na. U raadt het al, zure zult bij de talrijke hapjes van het voorgerecht. Ik probeer na te gaan welke ratio ten grondslag ligt aan mijn afkeer tegen dit gerecht. Ik kan me in deze geen traumatische herinneringen terughalen die in verband staan met zure zult. Heel vaag herinner ik me een eng liedje uit “Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer” waarin volgens mij zult of zultkop in voorkomt. Op het hele internet kan ik het niet terugvinden, dus misschien dat ik onbewust de enge kinderserie uit de jaren zeventig en zure zult aan elkaar gekoppeld heb. Ik kom er niet achter.

Een ander woord voor zult of zure zult is hoofdkaas, oftewel een bereiding van varkensvlees van de kop, staart en de oren. Do I have to say more? Een zultkop is trouwens een persoon met een slecht beoordelingsvermogen of weinig intelligentie. Ik krijg bij mijn kleine onderzoek louter argumenten toegeschoven waarbij mijn afkeer niet kleiner wordt. De echte ratio voor mijn zurezultfobie blijft. Misschien is het wel de ernstige twijfel of dit gerecht al wel of nog niet gegeten is. Ik houd niet van twijfel als het om eten gaat, dus koester ik mijn afkeer, zure zult gaat er bij mij niet in.

Begrip, van de dag (70) Mannen blijven kinderen

 

MANNEN BLIJVEN KINDEREN

Vandaag werd het weer me weer eens verteld. ,,Mannen blijven altijd kinderen”. Natuurlijk wist een vrouwmens dit met lichte spot, maar grote stelligheid te beweren. Ik verwierp de uitspraak, maar ga niet zitten kiften. Je blijft de overtuiging maar toegedaan, zie je me denken. Toch bleef het hangen. Mijn eerste oprisping was dat het eigenlijk een soort compliment is. Er zijn namelijk hordes hele vage types die beweren dat ‘we het kind in ons zelf moeten blijven koesteren’. Mannen zijn daar, volgens de dame in kwestie. dus beter in. Ik krijg dan hippie-achtige visioenen van baardige mannen die hand in hand door het weiland huppelen, achter vlinders vangen en madeliefjes plukken. Nee, het was zeker geen compliment.

Wat dieper doordenkend, weet ik dat het niet waar is. De stelling dat vrouwen willen moederen is eerder het geval. Vrouwen willen zich ontfermen over manke musjes, zieke honden, stinkende zwervers en de echte kloeken die corresponderen, of als het kan, trouwen zelfs met types als Joran van der Sloot. Ze willen moederen, koesteren, verbeteren en opvoeden. En eenmaal in het huwelijkse keurslijf gaan ze gewoon verder met dat gevoel van moederen. In legale zin natuurlijk naar hun eigen kroost, maar en passant wordt de echtgenoot meegenomen in het opvoedprogramma. Moedergevoelens zorgen voor een mate van infantilisering, hebben in veel gevallen zelfs een castrerende bijwerking voor mannen die daar gevoelig voor zijn.

Mannen blijven geen kinderen, het is eerder het moedergevoel dat dit wil zien in mannen. Het is wensdenken van veel vrouwen of projectie van hoe vrouwen vinden dat mensen volwassen moeten worden. In de toenemende feminisering van onze maatschappij is volwassen worden in hun verwrongen optiek natuurlijk dat mannen heropgevoed moeten worden, want ze zijn man, en geen vrouw. En dat ze anders zijn dan vrouwen is kinderlijk en onvolwassen. Natuurlijk zijn er mannen die zich dit uit praktische overwegingen laten aanmeten. Wat is er gemakkelijker dan een verzorger voor de rest van je leven? Niet voor niets is de term ‘moeder de vrouw’ uitgevonden. Ik heb niets met die gemakzucht, maar om te stellen dat mannen kinderen blijven. Absoluut niet.

PS. Natuurlijk had de titel moeten zijn ‘Blijven mannen kinderen?’ maar dan is het geen begrip meer, maar een vraag, met deze kinderachtige opmerking besluit ik mijn betoog.

Begrip, van de dag (69) Hondenleven

20151214_184458

HONDENLEVEN

Ik ben niet zo van de huisdieren. Zo ben ik opgevoed. ‘Honden horen op een boerderij’ was een veelgehoorde stelling in mijn opvoeding. Ik heb nooit de angst voor honden overgenomen van mijn ouders, maar een andere oneliner, dat honden en katten stinken kan ik wel beamen. Misschien komt het door mijn scherpe reukvermogen, maar honden stinken inderdaad een beetje en soms heel erg. Over katten maar te zwijgen, bovendien ben ik allergisch voor die beesten. Ik ben dus niet zo van de huisdieren, met uitzondering voor onze Pippa. Goed, af en toe komt er een onwelriekend geurtje van af, maar dat is haar vergeven.

Vanavond zat ik op de grond met haar te spelen en ik keek haar aan. Ze keek intens terug. Dat doet ze niet altijd, soms kijkt ze ook weg. Ik vraag me dan af wat er in zo’n beestje omgaat. Wat denkt ze? Wat wil ze me duidelijk maken? Hoe leeg is het daarachter die hondenogen? Hoe slim zijn honden daadwerkelijk? De onze is heel goed geconditioneerd. Ze weet bij wie ze moet zijn om te wandelen. Stipt om half elf, het kan een minuutje vroeger of later zijn, gaat ze bij me op de bank zitten, precies in het beeld. ‘Baas, het is tijd, wìj gaan wandelen! En altijd bij mij, op dat tijdstip. Of zoals nu, krabbelt ze aan de deur in mijn werkhokje. Verder voelt ze de stemming in huis heel goed aan, dus als haar IQ niet zo hoog is, haar EQ is feilloos. Maar eerlijk gezegd, volgens mij gaat er niet zo heel veel in haar om. Mogelijk dat de peilloze diepte van ons oogcontact meer een projectie is van mijn eigen gedachtes. In dat geval is ze natuurlijk heel schrander.

Ik aai er over haar kop en ze geeft een spontane poot. Ik denk dat ze een fijn hondenleven heeft. Dat zie ik zo en ze wil me er voor bedanken. Dan moet ik ineens denken aan een liedje uit de jaren tachtig van de Franse band ‘Les Negresses Vertes’. Het nummer La Vie (comme un chien) had een geweldig refrein. “Il boit pour oublier qu’il vit, il dort pour oublier qu’il boit’, kortom een hondenleven. Eén ding weet ik zeker, ons kleine stinkmonster was niet de muze voor dit geweldige Franse nummer. Ze heeft inderdaad een hondenleven met slapen en drinken, maar vergeten…..? Nee.

Begrip, van de dag (68) In de knoop

20151213_114342

IN DE KNOOP

De titel suggereert enige zwaarte voor dit stukje, maar niets is minder waar. Ik ga het hebben over tradities. Over het algemeen kan ik goed leven met tradities. Dat wil zeggen, ik kan ze waarderen als er van mij maar niet te veel gevraagd wordt. Op het moment dat tradities een zware wissel op mijn leven trekken en participatie een ‘verplichting’ wordt, dan vind ik tradities heel stom. Een traditie waar ik goed mee kan leven is het optuigen van de kerstboom. Ik hoef niet mee te doen. In de periode dat we nog een echte boom hadden, was mijn rol groter. Ik haalde de boom, een traditie. Tijdens de kerstdagen is het dan lekker keuvelen over de kwaliteit en bij wie je de boom gehaald had. Niemand had er verstand van en altijd wist iemand met de beste en de goedkoopste de ander te overtroeven. Keuvelen over de boom is al een traditie op zich.

Maar tijden veranderen. Ik had mijn klauwen altijd al vol jeukplekken na het halen van de boom. Voor het optuigen van de boom werd ik dus ontslagen en dat is al weer een fijne traditie geworden. Want ook nu, nadat mijn jongste zoon ook lichamelijke reacties vertoonde vanwege de den, spar of andere naaldboom, hoef ik de kunstboom ook niet op te tuigen. Ik mag de spullen van zolder of schuur halen en zoals gezegd, ik ben de beroerdste niet. Weet je wat het toppunt van traditie is geworden bij mij thuis? En we zijn vast niet de enige, altijd zitten de snoeren door elkaar, hoe goed je de troep de vorige kerst ook hebt opgeborgen.

Vandaag was het weer zo ver, mijn jongste zoon en vrouw waren heel erg ingespannen bezig met de verschillende snoeren. Hele theorieën kwamen boven tafel over hoe zoiets nu kon. Uiteindelijk is het gelukt, de lichtjes hangen in de boom. Zelf herken ik het probleem. Als ik in de zomer mannendingen doe in de tuin met elektrische zagen enzo, heb ik altijd hetzelfde probleem met het verlengsnoer. Een vijftien meter lange stekkerdoos, gekocht in een periode dat we dachten dat voor ons het campingleven een traditie zou gaan worden, zit altijd in de knoop. Ik heb er mee leren leven en ook onze kersboomoptuigers hebben in volledige harmonie de klus dit jaar weer geklaard.

 

 

Begrip, van de dag (67) Er ist wieder da

 

ER IST WIEDER DA

,,Er ist wieder da” is geen uitroep van een blije dochter die vader ’s avonds uit het werk ziet terugkomen. Het is de titel van een Duitse film naar het gelijknamige boek van Timur Vermes. Ik heb de film vanavond gezien in het nieuwe Pathé in Arnhem. Een lekkere film qua humor, maar tevens met een ernstige ondertoon naar het heden in Duitsland, Nederland en de rest van Europa. Trouwens naast het prachtige station in Arnhem is ook het nieuwe Pathé een hele fijne bioscoop qua kijk- en zitgenot. Maar terug naar de film, een prachtig concept om een historische figuur terug te laten komen in de actuele situatie. En met Adolf Hitler hebben we een historische figuur van formaat te pakken.

Het is vooral heel leerzaam om met de ogen van de dictator naar de hedendaagse problematiek en ontwikkelingen te kijken. Zo zou je eigenlijk een hele serie moeten maken met historische figuren. Er ist wieder da 2,3 enzovoort…Of ‘Sie ist wieder da’ natuurlijk. Wat zouden de Russen kunnen leren van Stalin, Lenin of tsaar Peter de Grote in de huidige tijd? Napoleon die langs de Moulin Rouge wandelt in Parijs of ‘Vive La France’ schreeuwt en al rennend met een wielrenner de Alp d’ Huez op rent. Kostelijk vermaak met heel veel mogelijkheden om kritisch naar de huidige maatschappij èn naar de geschiedenis te kijken. Of wat te denken van de terugkeer van de Founding Fathers in het straatbeeld van NewYork, lijkt me lachen. In dat geval zou ik het lekker vinden dat de film niet in Amerika zelf wordt gemaakt, dat is beter voor de kwaliteit.

En in Nederland? Ik vind het een stuk moeilijker om dan actualiteit en humor bij elkaar te bedenken. Willem van Oranje? Misschien om een blik te werpen op zijn nazaten van het koningshuis. Thorbecke om ons hedendaagse politieke stelsel onder handen te laten nemen? Pim Fortuyn is denk ik nog te dicht bij om humor en actualiteit met elkaar te verbinden. De klapper zou aan het eind van de serie moeten komen met de veelbelovende titel ‘Sie sind wieder da’ met Jezus en Mohammed. Dat lijkt e opperst leerzaam en vermakelijk en wat een werk hebben ze samen te verrichten.

 

Voor meer filmbelevenissen, volg de link

 

Begrip, van de dag (66) Paarse Vrijdag

 

PAARSE VRIJDAG

Ik voelde vanochtend bij het weglopen van huis, het zit niet goed. Eenmaal in de trein zag ik bij een van mijn Facebook-kornuiten dat ik onjuist gekleed ben voor deze speciale dag. Het is namelijk Paarse Vrijdag! Ik had iets paars aan moeten trekken en daarmee aantonend dat ik iedere seksuele voorkeur accepteer en dat iedereen van mij uit de kast mag en voor mij niet bang hoef te zijn. Kijk dat wil ik best doen, als iedereen nu dit blogje leest, weet iedereen dat je van mij mag zijn wie je bent, op wie je valt en met wie je kunstjes doet in bed of waar dan ook. Ik vind het allemaal goed, als het maar op vrijwillige basis is van beide partijen, of als er meer partijen in het spel zijn van alle partijen. Je doet maar. Dit ter compensatie voor het feit dat ik geen paarse kleding heb gedragen vandaag.

Ik had trouwens nog nooit van Paarse Vrijdag gehoord, dus ik kan het mezelf niets kwalijk nemen. Eerlijkheidshalve moet ik diep in mijn geheugen graven om me ervan te vergewissen of ik wel paarse kledingstukken heb. Een overhemd geloof ik, dat ik draag als niets anders voorhanden is of wanneer mijn levensgezel vindt dat het past bij mijn outfit. Ik heb niets met paars, sorry. Dat mag ook natuurlijk. Rood vind ik mooier. Misschien dat we op een nader te bepalen tijdstip allemaal rood gaan dragen. Rood is de kleur van de liefde in de meest brede zin van het woord. Homo, lesbo, bi, transgender of wat ik onlangs leerde fluïde, een soort flexibele androgyne modus. Ik wil er best rood voor dragen, naast de kleur van de liefde is het dan ook meteen de acceptatie van mensen die geen paars willen dragen. Rood is het nieuwe paars.

Ik ben eigenlijk niet zo goed in dit soort maatschappelijke manifestaties, ik loop liever anoniem op straat en als iedereen dit blog heeft gelezen dan weten ze dat ik eigenlijk best heel rood (voorheen paars) van hart ben. In het openbare leven hoeven ze niet te weten wat ik denk, vind of voel. Hypocriet als ik ben, maak ik voor de voetbalwedstrijden van Feyenoord een uitzondering, dan draag ik de mooiste sjaal van Nederland. Ik beloof plechtig dat ik, als ik op tijd op de hoogte ben, op Paarse Vrijdag een opvallend rood kledingstuk zal dragen. Misschien wel mijn Feyenoordsjaal.

Begrip, van de dag (65) Nek omdraaien

 

NEK OMDRAAIEN

Een grofgebekt persoon ben ik niet. Aan de andere kant ben ik ook niet heel teergevoelig als de gvd’s of vleeswaren van beider kunne bij mijn gesprekspartner over tafel rollen. Ik gebruik zelf ook wel gvd’s, k** en kl****. Het behoort immers bijna bij de hedendaagse conversatie. Nu heb ik ook werk waarbij het klantenbestand (reclassering) niet altijd even fijnbesnaard is in hun woordkeuze. Er zijn een aantal strategieën die je dan kunt hanteren. Negeren, opvoeden of meegaan in het taalgebruik. Zelf heb ik de neiging om een mix van de drie te gebruiken al naar gelang de persoon tegenover me. Bovendien, wie met pek omgaat wordt er mee besmeurd.

Als ik terug ga in mijn eigen taalontwikkeling, denk ik dat ik synchroon loop met de maatschappelijk ontwikkeling, verloedering zo u wilt. Vloeken is in mijn omgeving geen dagelijkse kost, maar een doodzonde vind ik het niet. Als kind schold ik iemand uit voor rotzak, pas op de middelbare school was iemand een klootzak of een lul. Een onvoldoende voor je proefwerk was natuurlijk wel ‘zwaar klote’. Het was ver in de jaren tachtig, ik studeerde inmiddels, dat ik voor het eerst het woord ‘kut’ gebruikt als iets me niet beviel. Inmiddels heb ik me dit vocabulaire ook toegeëigend, een kwestie van emancipatie. Een mij onwelgevallige vrouw een ‘kut’ noemen als tegenhanger van lul, gaat me nog een stap te ver, hoewel ik het steeds regelmatiger hoor.

Eufemistisch kunnen we zeggen dat het taalgebruik veranderd is. Daarnaast constateer ik dat er bij de gebruikers een emancipatiegolf gaande is de afgelopen decennia. Een vloekende en scheldende man was een bootwerker, maar goed een man. Het was een zeldzaamheid dat een vrouw als een viswijf tekeer ging in het openbare leven. Ik denk inmiddels dat de inhaalslag bijna compleet is en dat mannen en vrouwen gelijkelijk met vleeswaren gooien. Vandaag werd ik in mijn werkomgeving (geen klant) geconfronteerd met een vrouwspersoon die me een gunst verleende op voorwaarde dat ik alles in dezelfde staat moest teruggeven. Bij wijze van grap zei ze, anders draai ik je [piep] om. Ze sprak het niet uit. Maar ik ben er bijna zeker van dat ze niet mijn nek bedoelde. Bovendien in ons jargon zou dat een regelrechte  bedreiging zijn en dus strafbaar. Ik zal er nooit achter komen. Er staat ons nog wat te wachten volgens mij en niet alleen van mannen. Viva la emancipación!

Begrip, van de dag (64) Maatje

 

MAATJE

 

We wauwelen de hele dag door. Een stroom woorden komt uit onze strotten, betekenisloos, weinig onderhoudend of gewoon om de stilte te vullen. Communicatie noemen we dat, en we denken elkaar te begrijpen. Hoewel, als je het nieuws volgt is er ook veel onbegrip. Woorden zijn ook uiterst giftige wapens, juist omdat achter ieder woord een wereld aan ideeën en interpretaties verbonden is. In het dagelijkse gebruik denken we daar over het algemeen niet aan. We wegen niet ieder woord op een gouden schaaltje, dus we wauwelen maar raak, in het sociale verkeer, maar ook op professioneel niveau.

In andere gevallen tref je soms een woord, heel basaal vaak, en je denkt: Wat een raar woord? Gisteren bijvoorbeeld bij het voor ‘maatje’. Ik herhaal het, proef de klank en zoek naar de betekenis. Achteloos gebruik ik het om twee collega’s voor een project aan elkaar te koppelen. ‘Jullie zijn in deze zaak elkaars’ maatje. Maatje? Naast dat maatje een verkleinwoord is voor een (eenheids)maat, betekent het ook:,,iemand met wie je iets samen doet of met wie je bevriend bent”. En zie hier, in één keer ontwaar ik de overeenkomst tussen maat in rekenkundige zin en maatje in sociale zin. Ook voor vriendschappelijke, collegiale of zelfs in relationele sfeer is er sprake van een maat of maatje als er overeenkomsten zijn, eenheid is of een mate (daar is ie weer!) van gelijke (levens)verwachtingen. En passant lees ik dat Maat een Egyptische godin is, dochter van Ra. Zij is van waarheid, eendracht en gerechtigheid en heeft een belangrijke functie in het Dodenrijk. Dat neem je zomaar even mee bij de zoektocht.

Spreekwoorden en gezegdes met het woord maat erin komen best vaak voor. Voorbeelden zijn ‘de maat is vol’ oftewel het evenwicht is weg. Wat te denken over ‘geen maat weten te houden’? Dit is onbeheerst doorgaan en als je dat maar lang genoeg doet, verlies je je maatjes echt wel. Een hele mooie is ook, ‘elkaar de maat nemen’. Oordelen van een ander naar aanleiding van je eigen waarden en normen, of maten zo u wilt. Als je je hier aan schuldig maakt ben je eigenlijk een matennaaier. En als ik stil sta bij dat laatste woord vraag ik me oprecht af of de connotatie van matennaaier echt altijd wel negatief moet zijn. Maar nu denk ik te ver over woorden, dus laten we maar weer gewoon wauwelen.