7. Mag het licht uit….

Het laatste lied wordt ingezet.
‘Het werd verdorie tijd.,’ terwijl hij op zijn horloge kijkt.
Nu nog even lijden met alle kinderen van groep 8, inclusief het hele arsenaal aan muziekinstrumenten dat op school aanwezig is. Als een draconische kakofonie van triangels, tamboerijnen en sambaballen, barst de devote klas los. Uit volle borst wordt ‘Komt allen tesamen’ meegeblerd. De etters zijn al weer vergeten dat in de aanloop van het jaarlijkse kerststuk menig vechtpartij beslecht moest worden, dat juf Karin zelfs vandaag nog twee engeltjes tijdens de voorstelling en plein public uit elkaar moest halen.
‘Wat een culturele armoede, dan kun je nog beter de negentiende eeuwse armoede van Charles Dickens hebben, daar was een autoriteit nog eens een autoriteit, dat is nu wel anders.’
Hij schudt zijn hoofd en briest binnensmonds:
‘Getver, wat een gezever. Komt allen tesamen! Rot allemaal maar op.’

En als ze uitgezongen zijn, komen de drie koningen die luidkeels zullen roepen:
‘Volg het licht van de ster, volg het allemaal.’
‘Ook al zo’n nutteloze kreet. Laten ze hun jeugd eens leren na te denken in plaats dat dociele volgen waar de hele maatschappij al mee behept is. Volg de leider, volg de reclame, volg je buurman, volg de dominee, volg de Messias of een andere goeroe en nu ook nog eens het licht van een ster. Maar ja, je kunt het de kinderen amper kwalijk nemen met zulke randdebielen van ouders.’

Als de laatste tonen wegsterven zijn het inderdaad drie koningen die hysterisch schreeuwen ‘Volg het licht.’
‘Ze hebben wel weer een setje ADHDers voor deze klus bij elkaar getrommeld.’
Dan is het officieel zijn beurt, als hoofd der school, om de menigte toe te spreken en te vertellen hoe fijn en creatief hun verwende kroost de afgelopen weken bezig is geweest. En uiteraard, het resultaat mocht er zijn. Geoefend als hij is zal hij zijn meest aimabele glimlach tevoorschijn toveren. Dat zijn ogen niet meedoen, zien die lomperiken in de zaal toch niet.

Een aanzwellend lawaai overstemt de noodkreten van de koningen. Vaders schreeuwen, moeders gillen, terwijl ze vlug een traantje wegpinken. De meute gaat staan, zoals ze op tv hebben gezien, want een volwassen theater hebben ze nog nooit gezien. Ze scanderen en masse: ‘We want more.’
Het zal aan het improvisatietalent en vooral de militaristische aanpak van juf Karin liggen of ze de dolgedraaide kinderen weer bij elkaar kan krijgen. Maar deze strabante collega kennende, ook hij siddert soms van haar optreden, zal hij zijn stichtende woorden nog even voor zich moeten houden.
Aan de zijkant van het toneel, buiten het zicht van een ieder, plukt hij een verloren kersttak van de grond en draait het tussen zijn duim en wijsvinger. Hij trekt er een naald uit, en nog één, nog één……
Bij ieder naald fluistert hij:
‘Ik ben een misantroop.’
En bij de volgende:
‘Ik ben geen misantroop.’
‘Ik ben een misantroop.’

Hij gaat zo op in zijn bijgelovige spelletje dat hij niet eens hoort dat ze ‘Allen weer tesamen komen’. Ook bemerkt hij niet dat de koningen wederom als waanzinnigen roepen het licht te volgen. Hij wordt zich pas weer bewust van zijn omgeving als die achterlijke Vervoerdt de kans grijpt om de microfoon te beroeren.
– ‘Godverdomme, die eikel neemt de Bijbel ter hand om voor zijn eigen sektarische gemeente te prediken.’
Met een bijna afgekloven takje loopt hij ook het podium op en gaat dreigend naast Vervoerdt staan. Hij hoorde niet eens dat die dikke blonde, altijd dominant aanstellerig aanwezige voorleesmoeder, hem met betraande ogen meedeelde hoe geweldig het stuk is geweest. Hij is een kop groter en veel imposanter dan die Vervoerdt uit groep 6. In een ooghoek ziet Vervoerdt zijn baas naast hem staan.

Gesteund door de Bijbel zegt hij met zijn kenmerkende afgeknepen stem en met een valse nichterige glimlach:
– ‘Dirk, met permissie, nog één belangrijk citaatje en het woord is aan jou.’

Terwijl die Vervoerdt druk zoekt naar de juiste passage, kijkt hij heel onbestendig naar zijn takje, dan naar Vervoerdt en weer opnieuw naar het takje.
‘Hoe kan deze ellendige nageboorte, een toch al bij voorbaat mislukte avond met zoetgevooisde ellende nog miserabeler maken. Jawel, het kan door nota bene te gaan zitten preken. Hoe fundamentalistisch moeten we de Christelijke identiteit naar voren brengen. Waarom? Waarom?
Eindelijk heeft Vervoerdt de juiste passage gevonden.

De intrigant steekt zijn arm naar voren, wijst de zaal in en geeft te kennen dat hij zal citeren uit het evangelie van Matheus, hoofdstuk 2 vers 2. Voor hem, Dirk, hoofd der school wordt de wereld om hem heen kleiner en kleiner. Hij ziet Vervoerdt, hij ziet de schijnwerper en hij ziet het restantje kersttak. Hij realiseert dat Vervoerdt niets te zeggen heeft, want ook hij kent de Bijbel van voor naar achteren en terug. De onzin van de kinderen wil hij slechts met een religieus sausje voorzien.
– ‘Wij hebben zijn ster……’ krast Vervoerdt.
‘Ik ben geen misantroop’ mompelt hij.
‘Wij hebben zijn ster in het oosten gezien en….’
‘Ik ben een misantroop.’
Iets harder nu.
‘En zijn gekomen om Hem…..’
‘Ik ben geen misantroop.’
‘Om Hem onze hulde te brengen!’
Dan grijpt hij de microfoon van Vervoerdt en in het volle licht van de schijnwerpers rukt hij de laatste naald uit de kersttak.
Hij galmt nu door de zaal:

– “IK, ik ben een misantroop.’

Hij kijkt naar de geschrokken Vervoerdt.
‘En jij, jij….jou zal ik eens een hulde brengen tegen je vieze ster. Ik trap je persoonlijk naar het oosten en wel subiet.’
Hij haalt uit naar Vervoerdt en raakt hem op zijn magere puntige billen. Billen die onvrolijk in het leven staan van het oneindige zitten in die kerkbanken van hem.
‘Zo die zit.’
Zijn duivelse lach gaat door de hele zaal. Het is verder muisstil. Juf Karin komt vertwijfeld aanlopen en zegt nu zachtjes en helemaal niet strabant meer.
‘Maar Dirk toch, Dirk toch……’
Hij lacht zelfbewust naar haar en zegt:
– ‘Wees niet bezorgd. De hele kliek kan me geen moer schelen.’
Verbouwereerd kijkt juf Karin naar hem als hij de microfoon andermaal wil gebruiken.
‘Dit is lekker zeg. Ik volg helemaal niemand meer. Niemand. HOOR JE. Nu niet en nooit niet meer. Dit mogen jullie allemaal van me weten. Iedereen moet zijn hart is eens luchten en gewoon zeggen wat hij lekker vindt.’
Triomfantelijk kijkt hij de zaal in. De zaal die ongemakkelijk heen en weer schuift. Jongere kinderen beginnen te snikken. Dan voelt hij een zachte hand op zijn hand die de microfoon van hem overneemt. Het is juf Karin. Zachtjes zegt ze in de microfoon:
‘Mag het licht uit?’
Enkele seconde later is het donker, heel erg donker.

Een gedachte over “7. Mag het licht uit….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s