Plaggenstekerspad met mijn eigen heksje

Deze mooi-weer-wandelaar mocht weer vandaag, het volgende klompenpad en wel met mijn eigen lieve heks. Dit behoeft enige uitleg voordat iedereen op zijn achterste benen gaat staan. Er zijn mensen die heks geen scheldwoord vinden, en mijn heks is er daar een van. Het kwam ter sprake toen we het Plaggenstekerspad begonnen. Dit bleek ook een soort van kabouterroute te zijn voor de vakantie-vierende jeugd in de Veluwse bossen.

20200719_130242

 

De eerste aanwijzing was de keiharde wetenschap dat kabouters uit de bomen springen met een blad als parachuutje. Natuurlijk wist ik dat, maar ineens besefte ik dat ik dat ook wilde. Misschien nadat ik alle klompenpaden gelopen heb, zal ik het juiste gewicht bereiken? Ik heb er graag een geïmporteerd lianenblad voor over. Over honderd wandelingen misschien? Zo kwamen we op sprookjes, heksen en witte wieven. Plaggenhutten spreken natuurlijk tot de verbeelding met zompige moerassen, onwelriekende geuren en vooral veel enge verhalen. Het is niet voor niets dat de schrijver A. den Doolaard voor een belangrijk deel hier zijn werken heeft geschreven.

20200719_144556

De schrijvershut van A. den Doolaard

20200719_152211

Niets van dat alles vandaag. In 1844 telde Hoenderloo niet meer dan 24 plaggenhutten, dat was alles. Nu is het vakantiewelvaart dat de klok slaat, misschien nog wel meer dan anders in deze Coronatijd. Onderweg hoorden we de geruchten al, we moesten bij IJs van Co zijn. Zou heel speciaal zijn? De lange rij voor de winkel, extra indrukwekkend door de anderhalve meter maatschappij, was iets te veel van het goede. We zouden eens uit ons ritme komen. Dat willen we niet.

20200719_145640

De rij ging om het hoekje door, IJs bij Co. Mijn fotografiekunde is onvoldoende om dat mooi in beeld te brengen. Het is wel een stukje historie voor deze ijsmakers die dit al 82 jaar doen. Alleen daarom moeten we zeker een keer terug.

Zondag 19 juli 2020, de dag dat Feyenoord 112 jaar bestaat, zomaar een niet ter zake doend feit, lopen we weer in een prachtig stukje Nederland. Cultuur, natuur en boerenland wisselden elkaar mooi af.

20200719_145130

20200719_131607

En net toen we het einde naderden stapten twee vrouwen van een inrit en liepen zo’n vijftig meter voor ons. We hadden de kabouter en andere sprookjesfiguren allemaal besproken toen twee exemplaren uit het sprookjesbos zich aan ons toonden. Twee lieve heksen, met haar tot aan het stuitje, allebei. De een blond, de ander rood, naar later bleek waarschijnlijk moeder en dochter. Mijn eigen heks bedacht zich geen moment en vroeg hen of ze op de foto wilden voor haar vrouwengroepen. Geen probleem, maar ik kan moeilijk die foto’s gebruiken voor mijn blog om deze vrouwen te tonen. Daar hebben ze geen toestemming voor gegeven om samen met kabouters genoemd te worden op een willekeurig blog. Jammer. Deze dikke kabouter sjokt dan maar achter zijn eigen heks aan die tevreden is met het beeld dat deze twee vrouwen uitstraalden.

Voor meer foto’s, zie ook instagramacount titiissprakeloos

De Culemborgse Universiteit van het klompenpad.

20200620_153749Afgelopen zaterdag durfde ik het weer aan, de hooikoorts negerend met behulp van de chemie. Dat is gelukt, al is de weerslag de dagen erna nadrukkelijk aanwezig. Vandaar niet de dag zelf een stukje, maar twee dagen later.

Zoals de titel al aangeeft, dit keer aanbeland in Culemborg, het Goilberdingerpad. En op het einde had het pad een primeur voor dit jaar, we konden een hapje eten bij Caatje aan de Lek. Een ietwat dubbelzinnige naam, maar het eten was er niet minder om. We hadden geluk, want de reserveringen waren van dien aard dat we konden profiteren van beide tijdslots en er dus lang genoeg een tafeltje vrij was om veilig te eten. Zo gaat dat dus anno de post-lockdown.

20200620_153049

In eerdere versies van mijn wandelingen maak ik soms gewag van vogels, planten en voor de vergezichten gebruik ik mijn telefoon voor een kiekje. Van alle drie heb ik op de keeper beschouwd weinig kaas gegeten. Van de plantkunde moet ik het doen met mijn middelbare schoolkennis, die schiet tekort. Sinds kort heb ik wel een appje om dit tekort te ondervangen. Maar erg tevreden ben ik niet. Je maakt een foto’s en laat het plantje of bloemetje determineren door dat appje. Er komen suggesties naar boven, die soms niet juist zijn, of met een Latijnse vermelding komen. Daar heb ik dan geen zin in omdat ter plekke te vertalen in gewoon Nederlands. Qua vogels is mijn kennis sowieso altijd al beperkt geweest. Eigenlijk zou ik eens met een vogelaar moeten wandelen. Hoewel, mijn ogen zijn wel heel slecht om op grote afstanden echt iets zinnigs te onderscheiden. Misschien is een vogelaar wel paarlen voor de zwijnen. In Culemborg hebben we in ieder geval reigers, buizerds en een andere roofvogel gezien. Een valk, een sperwer of……..wie zal het zeggen. Maar ook in de uiterwaarden heb ik met zekerheid meerdere water- of weidevogels gezien en gehoord, maar welke?

20200620_181009

 

Een klompenpad is dus eigenlijk ook soort oefenschool om je biologische kennis te verrijken. Om daar nog foto’s van de maken met je mobieltje is weer een andere gave. Soms lukt dat, maar vaak is de horizon toch niet helemaal recht. Hoe doen andere mensen dat met hun mobieltje, want op het moment dat ik druk, vaak te enthousiast, beweegt het kreng in mijn hand. Het gevolg, rivieren en meertjes lopen uit het beeld en platte polderlandschappen krijgen haast een heuvelachtig karakter. Ik doe het ermee en schaam me er niet voor ze op dit blog te plaatsen. De tien mooiste komen op Instagram (account: titiissprakeloos).

20200620_140649

De kers op de taart in Culemborg waren de geschiedkundige lessen. Restanten van de Hollandse Waterlinie kwam je tegen. (Slot Everdingen) Een heuse kogelvanger van de Duitsers ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, ik wist helemaal niet van het bestaan in dit formaat. Maar het allerinteressantste vond ik de geschiedenislessen van De Korte Meent. Een mengeling van wonen, tuinieren en recreëren langs het wandelpad in de buurt van Everdingen. Het was romantisch en tegelijkertijd een beetje triestig. In eerste aanleg dacht ik, goh best aardig zo’n huisje hier. Lekker afgelegen en rustig. Het ene huisje was in een betere staat dan andere, sommige waren echt gebouwd voor de recreatie. Maar als je dan leest dat dit vroeger een achterafbuurt was zoals de klompenpadapp het beschrijft dan voel je dat ze bedoelde een achterbuurt in de volksmond. Armoede, ongeschooldheid en mogelijk veel ellende in het begin van het industriële tijdperk. In derde instantie heb ik die kennis tot me genomen en denk, een mooie historische plek waar het best goed toeven moet zijn, tijdelijk of definitief. Wie er vroeger woonde is te vinden op de volgende link: oud bewoners van de Korte Meent.

20200620_173500

En dan hebben we het over de geschiedenis, heel hedendaags is natuurlijk hoe de economie middels een snelweg (A2) onderdeel uit maakt van je zaterdagmiddagwandeling. Ik ga niet ontkennen dat je het verkeer niet hoort op sommige plekken, maar het is in mijn optiek nimmer storend en een echte fotograaf zou er prachtige plaatsje van kunnen maken.

20200620_161250

Het Goilberdinger is eigenlijk een soort generalistische universitaire opleiding, tenminste dat maak ik mezelf maar wijs.

Geveld door het Elsvoorderpad

20200530_131815

En met bovenstaande uitzicht starten we het Elsvoorder klompenpad in Veessen. Geen slecht begin zou ik zeggen. Terwijl mijn wandelgenote enthousiast op zoek gaat naar bruikbare ganzenveren, geen idee met welk doel, bekijk ik deze vier koeien net zo glazig als zij mij bekijken. Ook zittend in het gras bedenk ik dat het wel hele gelukkige beesten moeten zijn. Ze wandelen, relaxen, slapen, herkauwen en wat al niet meer, notabene in hun eigen voedsel. Vergelijk het met liggen in de boerenkool, of zwemmen in het bier. Het oer Nederlandse tafereel brengt rust in mij en heb zin in de wandeling. Als de ganzenveren bij elkaar zijn gevonden krijg ik het signaal dat we gaan. Het is een warme, winderige dag niets kan ons wandelplezier in de weg staan.

20200530_134241

Mijn vrouw vraagt, in mijn optiek volledig overbodig of ik geen last heb van hooikoorts. Objectief staan alle alarmsignalen op donkerrood, maar ervaringen uit de laatste weken hebben mij het groene licht gegeven. Ik lijk erover heen te groeien. Ieder jaar wordt het minder. Afgelopen week had ik met de aanhoudende droogte wel wat meer lichte verschijnselen. Voor de zekerheid had ik wel een pilletje genomen. ,,Geen zorg, ik voel me prima en die paar keer niezen overleef ik wel.”

20200530_141436

Nog geen kwartier later klopte het groeizame grasseizoen heel onbarmhartig mijn neusgaten binnen. Oef, toch een aanval. In mijn puberteit en ook nog later herinner ik me niesbuien van meer dan honderd keer per uur, 3 x oorontsteking op 6 juni, het symbolische hoogtepunt van de hooikoorts en natuurlijk altijd binnen blijven op de hoogtijdagen. Nee dan ziet het leven er nu anders uit met mijn klompenpadenplezier. Goed, ik herkende de signalen, maar dacht doorlopen maar, we slaan links af en komen daarmee een beetje uit de wind van de IJssel. Het werd niet minder en halverwege wist ik het zeker, een onvervalste hooikoortsaanval. Mijn rekenkundig inzicht had me nog niet verlaten, de weg terug is gelijk aan de weg vooruit. Dus gewoon doorgaan.

20200530_144812

Ondanks de misère heb ik genoten van het dorpje Vorchten. Hemelsbreed 16 kilometer, aan de andere kant van de IJssel ben ik opgegroeid, maar ik had er nog nooit van gehoord. Zelfs in moderne tijden is een rivier in veel opzichten blijkbaar nog een behoorlijke barrière. Ook Veessen, daar was ik trouwens wel eens doorheen gereden, heeft de potentie voor het maken van een scala aan mooie pittoreske foto’s. De omstandigheden zorgden ervoor dat ik geen puf meer had om een ommetje te maken om meer dorpskiekjes uit grootmoeders tijd met u te delen.

20200530_161734

Nog snel een ijsje en dan de auto in. Ik controleerde of de koeien er nog waren. Jaloers op hun ongecompliceerde leven met gras in de hoofdrol, de substantie waar ik die middag absoluut niet tegen kon, reden we weg. Het Elsvoorderpad heeft me geveld. Normaliter schrijf ik ’s avonds een blogje, maar niet vandaag. De dag erop aan het einde van de middag was ik genoeg mens om wat op te schrijven. Vandaag ben ik tot niets gekomen, totaal gevloerd heb ik op de bank gelegen. Veelal geslapen, ik was slechts in staat om wat flauwe grapjes met een artistieke neef te maken op Facebook. Het leven gaat op zo’n moment nergens over, hoewel buiten kijf staat dat mijn neef mooie kunstwerken maakt. Het verbeelde alles zoals ik me voel. Zon, wind en groen, als ziekmakende ingrediënten. De staat van zijn, mijn zijn dus, wordt verbeeld door de auto waarvan hij me het merk nog wel zal doorgeven.

kunstwerk Mark

Kunstwerk Mark Hurenkamp, mei 2020, meer van de kunstschilder op Instagram

Een thuiswedstrijd, nieuw perspectief via het Kandiapad

20200522_094922

Het is maar van welk perspectief je het bekijkt. Dit is een open deur voor bijna iedere discussie, onenigheid of woordenwisseling. Iedereen heeft gelijk afhankelijk van welke kant je staat of wat je belangen zijn. Moet de boel open vanwege de economie of moeten we blijvend voorzichtig zijn om ouderen en mensen met een zwakke gezondheid te beschermen? We hebben het dan over het coronavirus. Ik weet het nog steeds niet wat wijsheid is. Wel weet ik dat het een ernstig virus is en dat de economie voor de komende periode naar de knoppen is. Deze wetenschap heeft me er niet van weerhouden om daags na mijn verjaardag een klompenpad te lopen. In dit geval in mijn eentje en wel vertrekkend vanuit mijn eigen huis lopend naar de plek waar ik ook regelmatig met de hond loop. Dit stukje mag dat nog wel, maar ergens op mijn ‘rondje Groessen’ met de hond is een afslag naar links. Een boerenerf waar het Kandiapad loopt. Een thuiswedstrijd dus, al viel het met de wedstrijd nog wel mee of het moet de wind zijn die het stuifmeel van weet ik welke grassen en struiken mijn, op zijn retour zijnde hooikoorts, doet opspelen.

20200522_095811

Een van de historische havezaten in de gemeente Duiven

20200522_101637

In stilte wandelen op vijf meter van de Betuwelijn, met op de voorgrond het spits Havikskruid

Het is maar van welk perspectief je uitgaat. Dat geldt natuurlijk ook voor de wijze waarop je je eigen streek, de Liemers bekijkt. Met de auto is de Liemers, net zoals iedere streek in Nederland, een wirwar van wegen van A naar B. Veelal zijn het kleine weggetjes, soms met een fietspad, maar van congestie is geen sprake. (hierover later meer) Wie wil fietsen hoeft niet veel verder dan vijf kilometer te peddelen om het idee te krijgen om op vakantie te zijn. De Liemers, een topstreek om te fietsen in een afwisselend landschap. Maar al lopend zie je je eigen woonomgeving weer in een heel ander perspectief. Het maakt een groot verschil of je in de weilanden loopt en verder op de weg ziet die je anders rijdt of fietst. Op de dijk kun je al fietsend genieten van de uitgestrekte uiterwaarden. In de uiterwaarden zie je pas echt de variëteit aan bloemen en is de dijk waarop je normaliter fietst ook heel mooi.

20200522_122204

Verdedigingswal tegen de Duitsers, gebouwd in 1939, het heeft niet geholpen

20200522_125502

 

Vandaag had ik een nieuw ‘maatje’ mee op mijn wandeltocht. Een app die via een foto ieder plant, bloem of boom kan determineren. Ik schreef het al eens op een andere wandeling, mijn interesse voor bloemetjes is nog steeds aanwezig, mijn kennis van de middelbare school is weggeëbd. Via de moderne technieken hoef ik geen determineerboek meer aan te schaffen om bloemetjes te benoemen. Een foto en hatseflats een minuut later heb je je antwoord. Zo heb ik hernieuwd kennis gemaakt met de bonte wikke en de Amerikaanse vogelkers, ik wist het nog. Ook leerde ik hoe de reuzen paardenstaart eruit ziet en was ik verbaasd dat ik nog nooit van het spits Havikskruid had gehoord, hoewel ik de bloem vaak heb gezien. Ik heb het opgezocht en in Wiki staat dat het een hybride kan vormen met het muizeoor. Dit gaat me dan weer te ver, hoewel ik het muizeoor op de middelbare school in mijn herbarium had zitten. Dat dan weer wel.

20200522_125557

Je eigen omgeving met andere ogen ontdekken terwijl je door de weilanden struint. Je weet dat De Liemers is doorsneden door de Betuwelijn. En toch moet ik de makers van het Kandiapad nageven dat ze dit obstakel op een mooie manier hebben geïntegreerd in de wandeling. Nu weet ik dat er nog een veel groter gevaar dreigt namelijk de doortrekking van de A15 van Bemmel naar Zevenaar. Een aanbeveling voor een ieder om dit pad maar snel te lopen. Ik weet niet hoe het er over een aantal jaar uitziet. Al wandelend ben ik een tegenstander aan het worden van het doortrekken. Maar over perspectief gesproken, de automobilist zal dat beslist anders zien.

20200522_130918

Ten slotte wil ik even reclame maken voor de makers van het Kandiapad. Ze hebben met de natuur, historie en landschapsontwikkeling dit klompenpad tot een fijne wandeling weten te maken. Als ik deze wandeling veertig kilometer verder op zou hebben gemaakt, dan was ik een tevreden mens geweest. Nu ik vanuit mijn achtertuin ben vertrokken, de omgeving ken en waardeer, kan ik stellen dat ik ook nu een tevreden wandelaar was vandaag.

Doddendaelpad in Beuningen met verrassende wendingen

20200509_110242

Wandelen is bewegen, is ontspanning, is inspanning, is nadenken, kortom een beetje retraite. En iedere wandeling is anders. Het weer, je eigen fysieke en mentale conditie en natuurlijk de omgeving biedt allerlei aanknopingspunten voor je eigen ontspanning, inspanning en daardoor het retraitegehalte. Daarom zijn klompenpaden een geweldige uitvinding die ik vorige zomer ontdekt heb en nu richting de twintigste wandeling ga. Deze keer is het Doddendaelpad in Beuningen aan de beurt.

20200509_144430

Als student in Nijmegen wist ik van het bestaan van Beuningen, maar ik moet u eerlijk zeggen, ik kan me niet heugen er ooit geweest te zijn geweest toen. Later, nog een tijdje in Nijmegen blijven plakkend en eenmaal in bezit van een auto, ben ik er wel eens geweest. Het heeft geen grootse indruk achtergelaten. Sterker nog, de weg van Nijmegen, langs Weurt, naar Beuningen vond ik nogal saai. Dat viel vandaag erg mee. Ik weet niet of dat komt omdat het lente was, de bomen in die dertig jaar meer gewicht aan de weg hebben gegeven of omdat ik een andere instelling heb gekregen. Kortom, de eerste hernieuwde indruk was niet verkeerd.

20200509_131846

Verandering van spijs doet eten. Dat geldt voor klompenpaden, maar ook voor wandelpartners. Meestal loop ik met mijn eigen meisje, maar vandaag liep ik met een vriend. Dat geeft meteen andere gesprekken, andere interesses en ook andere opmerkelijkheden in de wandeling. Buiten de gezamenlijke interesse in landschappen valt hem, net zo als mij, de inrichting meer op. We zien beide oude muurtjes en schuurtjes in het landschap of langs de Waal. We zien beide dat de rivier anders in het gareel wordt gehouden dan pakweg veertig jaar geleden. Er wordt gestreefd naar een meer natuurlijke oeverbeplanting en begroeiing terwijl de oude basaltstenen her en der nog langs de rivieroevers liggen.

20200509_134947

Beide waren we trouwens blij verrast dat we de primeur hadden dat er onderweg een cappuccino te koop was. Bij het landgoed Doddendael was er een drive-in, tevens walk-in, om koffie, drankjes en eten te kopen. Hiep-hiep-hoera de normalisering is ingezet. Of we nu naar het nieuwe normaal gaan of naar wat dan ook. Niets boven een goede cappuccino. Over het landgoed gesproken, nog even een saillant detail. Landgoed Doddendael, nooit van gehoord terwijl ik er hemelsbreed nog geen zeven kilometer vanaf heb gewoond. En elders in Nijmegen heb ik op een steenworp afstand gewoond van de straat Doddendaal. Er is nooit een lampje gaan branden. We mochten vanwege het coronavirus nog niet de binnenplaats op, maar wat een lieflijk stulpje.

20200509_120510

Het is mooi, bijna zomers weer. De zonnebrand had ik mee moeten nemen. De wandeling is verrassend mooi en veelzijdig, maar dat vonden wij niet alleen. Corona-technisch klopte het allemaal nog wel, maar het Doddendaelpad was wel een van de drukste die ik tot nog toe gelopen heb, zeker het stuk van Beuningen naar het genoemde landgoed. En zoals ik al zei, meer mensen en je hebt ook weer andere observatiemogelijkheden. Veelal vriendelijke medewandelaars, de wat oudere groep lijkt soms bedachtzamer wie ze tegenkomen. Of dat met corona heeft te maken of dat met het stijgen der jaren een door levenservaring opgebouwde mensenkennis meer wantrouwen met zich meebrengt. Ik weet het niet, het is zo maar een observatie. Mijn wandelgenoot, een vrij gezellige man wordt door de langkomende mensen weer op andere bezienswaardigheden  getrokken. Niet dat dit constant een gespreksonderwerp is, maar af en toe, al is het maar een kleine seconde, stokt het gesprek. Zijn aandacht ontsnapt even aan het ongetwijfeld interessante gesprek. Ik weet dat hij buiten de plantjes, de Waal met uiterwaarden, het coulissenlandschap en de oude gebouwen, ook let op wandelaarsters en wielrensters. Och het mag, zeker dit jaar waar rokjesdag niet officieel gevierd is volgens mij.

Het Doddendaelpad in meerdere opzichten verrassend en de moeite waard.

20200509_144057

Voor meer foto’s verwijs ik ook naar mijn Instagramaccount titiissprakeloos

Republikeins op het klompenpad in Ugchelen.

20200427_132722

‘Oranje boven, oranje binnen’ las ik op meerdere plekken. Ik weet niet wat Willem aan het doen was, maar ik heb vandaag op Koningsdag mijn portie vitamine D weer opgepakt samen met mijn vrouw. Het volgende klompenpad was in Ugchelen. Het Ugcheler Markenpad was mijn veertiende uitdaging op klompen en met rugzak, in ieder geval met rugzak. Op een goede 20 minuten van thuis begon de wandeling bij een van ’s lands grootste hotelketens. Als ik nu zeker wist dat met het benoemen van Van der Valk Apeldoorn er sponsorgelden zouden binnenstromen, zou ik het niet zo omslachtig hebben beschreven. Daar dus begon de wandeling nadat we getuige waren van een drive-in horecagelegenheid door de hotelketen. Het was er nog niet zo druk.

20200427_141321

 

Onderweg luisterden we naar de alternatieven op de radio om het oranjegevoel nog enige glans te geven. Uit de geschiedenis werden een aantal zaken opgediept. Met name de verhouding tussen rood (socialisten) en oranje is niet altijd lekker geweest. De Oranjes stonden/staan symbool voor het grootkapitaal. Het koningshuis was dus een gruwel in de ogen van de rooien. Er werd over een aanklachtspamflet gesproken met de welluidende titel koning Gorilla. Het gaat over de verkrachtingen, onvoorspelbaarheid en andere wandaden van Willem 3. Zijn schoonzoon Hendrik was qua hoeren en snoeren niet veel beter, hij had alleen weinig invloed. Dat had de schoonzoon van Willemina dus wel. We hebben het dan over prins Bernard senior. Zijn reputatie is genoegzaam bekend. En de belichaming van het oranjekwaad is tegenwoordig zijn kleinzoon prins Bernard jr. die half Amsterdam bezit en bovendien ons een grand prix in Zandvoort heeft ingerommeld tegen alle milieueisen in.

20200427_154145

 

Maar op zo’n mooie zonnige dag met een wandeling op de ‘net geen Kroondomeinen’ in het vooruitzicht, geen onvertogen woord over Willem en Maxima. Het moge duidelijk zijn dat er in de bossen van Ugchelen een man met een latent republikeinse inborst wandelt. In zijn verhalen schreef Simon Carmiggelt al regelmatig met enige minachting over kinderachtige ‘oranjeleut’. Hij moest eens weten hoe dat er tegenwoordig uitziet in de grote steden. Dit jaar dus niet. In coronatijd wandelen we volgens de regels, of misschien net niet, op het Ugcheler Markenpad.

20200427_161237

Caesarea, opvang van ex-verslaafden van het Leger des Heils

 

Het was een goed bestede Koningsdag, of zo u wilt, een goed bestede zomaar een dag in april. Het was bosrijk, licht geaccidenteerd en veel mul zand. Dat wordt nog wat deze zomer en de droogte. Heel omslachtig met een fles water bij de hand heb ik toch nog een sigaret gerookt in die bossen om met het oranje puntje van de peuk me toch niet al te bitter anti-oranjegezind te tonen.

 

Trouwens, zit ik net buiten in mijn tuin te genieten van de opkomende schapenwolken. Ze zijn mooi en beloven de broodnodige regen. Bovendien staan de eerste knoppen van de pioenroos in mijn tuin op springen. Misschien bedoelt Mark dat wel met binnen blijven en volhouden. Er is rondom het huis nog genoeg te genieten.

20200427_200144

20200427_200249

Oorlog rond het klompenpad in Twello

 

In volledige harmonie met mijn lieftallige echtgenote hebben we vandaag weer een klompenpad gelopen. En toch wil ik deze wandeling rond Twello het thema oorlog meegeven. Allereerst natuurlijk de eeuwige afweging of we nu wel of niet mochten lopen in de zeer rustige wandelomgeving van Twello in deze tijd. Ik blijf in oorlog met de definitie van ‘een luchtje scheppen’ al dan niet in je eigen omgeving. Goed het was een half uurtje rijden om het Fliertpad in Twello te beginnen, maar het was er relatief rustig. Geen opstoppingen, drommen mensen of anderszins gevaar voor onze vijand, het coronavirus. Dus we blijven ons geweten sussen dat het mag en kan.

20200419_131019

De roekenkolonie in Twello op oorlogssterkte, om hun nesten en jongen te beschermen dreigden ze met een biologische oorlog.

Eenmaal in Twello aangekomen bij het gemeentehuis werden we gewaarschuwd voor een zeer talrijke roekenkolonie die zich had genesteld tussen de jonge lentebladeren in de hoge bomen. Het openbare roekentoilet was in geen dagen verschoond en op tijd had ik de auto iets verdergezet. Ik sprak oorlogstaal naar de beesten met de dringende boodschap mijn auto niet te vervuilen. In ieder geval niet op grote schaal. Ze hebben redelijk geluisterd. Al vrij vlot liepen we langs het spoor in Twello en ik herinnerde mij de verhalen van mijn moeder en haar familie. Ze moesten evacueren aan het eind van de oorlog omdat het spoor een belangrijke bron was voor bombardementen voor de geallieerden. De oudste broer van mijn moeder heeft zijn belevenissen zelfs aan het papier toevertrouwd en geeft een mooi inzicht van de familie in oorlogstijd.

20200419_140146

20200419_140827

De wandeling gaat verder. We komen langs veel statige huizen, fruitbomen en natuurlijk sloten en weilanden. Ik heb van mijn moeder nooit vernomen dat zij als arbeidersdochter heeft ervaren dat Twello zo’n dorp voor de chique de friemel was/is. Voor haar speelde de oorlog tussen de klassen blijkbaar niet, maar goed, geboren in 1935 leefde ze in een verzuilde maatschappij. Zij heeft de rijkdom die er ongetwijfeld was nooit als een last ervaren. De socialistische Internationale heb ik niet van haar geleerd.

20200419_144603

20200419_150624

Palingrokerij in de middle of nowhere, of in ieder geval in de buurt van Twello

Na wat onoplettendheid van onze kant hebben we hier en daar even een aanwijzingsbordje gemist en de beloofde 16 kilometer zijn er ruim 19 geworden. We kregen op het einde wat oorlog met onze conditie. En je weet toch niet wat de oorzaak is, vorige week liepen we zonder problemen vijftien kilometer, vandaag begon het rond de 12 een beetje te stokken. Een pijntje in de benen, een onwillig schoudergewricht of een pijnlijke teen. Het waren de hobbels voor de laatste kilometers.

20200419_154507

20200419_160638

Maar hier zag ik wel, langs de Wilpsedijk,  de villa waar ik met mijn neven zo’n veertig jaar geleden heb geschaatst. De villa is ook bekend van de indrukwekkende film ‘Een brug te ver’ die voor een belangrijk deel in Deventer en omgeving is gemaakt. Gewonde Engelse soldaten zongen een droevig lied voor deze villa. De oorlog was voor hen voorlopig ten einde, in ieder geval een glorieuze overwinning zat er even niet in. Wel voor ons, we hebben andermaal genoten van een prachtige klompenpad of het nu wel of niet mocht in de Corona-oorlog.

 

20200419_172313(0)

Schaatsherinneringen en het huis van de film Een brug te ver

41. SPRAKELOOS LOW-BUDGET WINTERVAKANTIE uit de serie de kabbelende 100

Wat van ver komt is lekker zeggen ze wel eens. Ik weet niet hoor, misschien is het meer de blindheid voor het alledaagse? Zo is ook de eerste gipsvlucht al weer terug op vaderlandse bodem. Het was daar heel lekker. In de periode tussen kerst en oud&nieuw, het zogenaamde feest-interbellum, overweeg ik een commerciële schnabbel te ontwikkelen. Low-Budget autovakantietripjes, dichtbij en toch heerlijke winterse omstandigheden. Hoch-***** biedt een arsenaal aan hoogwaardige sneeuwuitjes voor nog geen €25, -. Als u bovendien bij de plaatselijke middenstand uw tank vol gooit verdient u een substantieel bedrag terug. U kunt zich via dit blog aanmelden voor de juiste tips. Let wel het bedrag is ongeacht de hoeveelheid personen die mee gaan. Er zijn ideale wandel- en langlaufroutes. Ruime parkeergelegenheden staan tot uw beschikking en voor de echte Hollander, een etablissement met poffertjes is aanwezig om je ‘richtig Zu Hause’ te voelen. Sprakeloos WinterSpass für Richtige Winterspass.
20141228_150133
20141228_140653Lieflijke winterplaatjes per strekkende meter zijn op een mooie zondag te maken. Frisse lucht en na een half uur voelt u zich al herboren. Het is allemaal bij de prijs inbegrepen. In het buitenland en toch binnen tien minuten weer in de Nederlandse polder. Waar komt u het tegen?20141228_145510

Idyllische plekjes waar hier en daar een romantische huisje verborgen is laten u wegdromen naar andere omstandigheid. Dat maakt Sprakeloos Winterspass ook zo ongekend populair en de louterende werking van de wintertripjes houdt de psychiater buiten de deur.

20141228_142052

De stilte en de rust had ik al vermeld. Af en toe komt u iemand tegen. Het zijn andere rustzoekers of een plaatselijke schone die de hond uitlaat. De locals staan bekend om hun toegankelijkheid. Ze zullen u de weg wijzen naar de geheime nog niet ontdekte pleisterplekken. Ook kunnen ze u tips geven over het bruisende leven in het dal waar tal van horeca gelegenheden u een scala aan keuzes biedt om de interne mens te versterken na een verkwikkende wandeling.20141228_142115

Honden zijn overal toegelaten, of wat denkt u van een winterse tocht met uw paard. Speciale routes zijn uitgezet. Voor de echte wintersporter zijn er tal van zeer rustige en voor de beginneling zeer geschikte ski-pistes. Verwacht geen hoge snelheden of ander thrillseeking entertainment. Het gaat om uw rust per slot van rekening, en die is er volop aanwezig.

20141228_145159

Allicht bent u geïnteresseerd en staat u te popelen om voor een extreem laag budget een wintervakantiegevoel te krijgen. U mailt via dit blog en na overmaking van het verschuldigde bedrag krijgt u de plaatsnaam als entreebewijs voor een unieke Sprakeloos Winterspass ervaring. Waar wacht u nog op?

20141228_145510

30. DE VERFOEIDE PAUZEWANDELING uit de serie de kabbelende 100

Ik vind het bijzonder eng. Laat ik er maar eerlijk voor uitkomen. Als ik ergens pukkeltjes van krijg zijn het groepjes wandelende collega’s die hun broodjes oppeuzelen in de straten rondom hun kantoor. Vaak zijn ze nog hevig discussiërend en met volle mond pratend hun werk aan het overdoen. In die pauzes lijken sommigen tot hoogstaande inzichten te komen en proberen een murw gewerkte collega juist op dat moment te overtuigen. Ze praten alsof ze de directeur zijn en dat het bedrijf zonder hun inbreng tot een desolate ruïne van bureaucratische existentie zal verworden. Misschien dat de frisse lucht tot die Einsteinachtige plannen noopt, maar ’s middags zullen ze gewoon weer een radartje zijn in hun eigen machinerie. Andere groepen lopen doods en zwijgend soms met wel acht mannen. Vast een bedrijf met veel bèta’s en die ene vrouw die meehuppelt was blijkbaar goed op haar toekomst voorbereid.

2014-03-31 12.29.45

Ik heb het niet op de middagwandeling, maar het is wel gezond zeggen mijn collega’s. De hele dag op je krent zittend in ongezonde kantoorlucht, je rug en je ogen naar hun grootje helpend van het computerwerk is ook niks. Ik zou het eigenlijk standaard moeten doen, maar mijn eigen vastgeroeste oordeel over groepjes loonslaven houdt me tegen. Daarmee ben ik dus een rem op mijn eigen gezondheid, want wie mij ziet, denkt niet meteen aan een man die zijn lichaam als een tempel onderhoudt. De oplettende lezer kan nu het verband leggen met een gezonde geest. Dus als de druk van ongetwijfeld goedbedoelde collega’s samenvalt met een opkomende koppijn, ga ik overstag en praat natuurlijk de hele weg over het werk als een directeur die de sleutel in handen heeft voor verbeteringen in de zaak. Of ik praat over Feyenoord en dat is dan wel weer leuk. En eerlijk is eerlijk, er is niets mis met mijn collega’s, maar mogelijk met mij want waar ik ook loop in de pauze, ik zie plukjes werknemers en probeer hun beroepsmatig in te schalen. Wat doe je trouwens als je in de haven van Rotterdam werkt op een bezoedeld kantoortje, of wanneer je je ontspanning moet zoeken tussen de flats van de Zuidas in Amsterdam? Ik moet me dan maar gelukkig prijzen met het Arnhemse Sonsbeekpark in de directe nabijheid. Hoewel ook hier de werktorens oprukken, zijn ze nu nog slechts horinzonvervuiling, een uitzondering, net als ik met mijn rare ideeen over de verfoeide pauzewandeling.

Rosenmontag Spaziergang

Mistroostig kijkt de man naar buiten. Het aanbod aldaar is niet erg uitnodigend, toch zal hij zijn verplichte wandeling moeten maken voor het psychische en fysieke welzijn. Het is wat grijzig in een witte wereld en op het journaal hebben ze een temperatuur van onder nul beloofd.

Eenmaal buiten blijkt hij een van de weinige helden te zijn. De rest van de mensheid las absoluut geen uitnodiging in de winterse kou geschreven. Ondanks de desolate aanblik, was er veel lawaai. Om voor hem onbegrijpelijke reden maakten de vogels een hels kabaal.

‘Ik ben geen ornitholoog, ik spreek hun taal echter niet.’

Misschien verwittigen ze elkaar dat er een rare tweevoeter met dit weer naar buiten gaat, zonder veren nota bene. Misschien hebben ze wel gewoon honger na zoveel weken sneeuw. Mogelijk spelen de hormonen hen parten, maar worden ze nog gedwarsboomd door de weersomstandigheden en dat is natuurlijk heel frustrerend. Een ding is zeker, de Wielewaal roept hen nog niet.

‘Dus wat doe ik hier in die Siberische koude.’

Buiten de vogels is het bijna stil. Alleen een auto komt langzaam aanrijden, de gladde wegen noodzaakten de chauffeur tot voorzichtig rijgedrag. Als de man bijna genaderd is, stopt hij. Hij kijkt alsof hij best sneller wil rijden, maar de verplichtingen die zijn werk met zich meebrengen zijn belangrijker. Hij pakt uit de achterklap van zijn kleine bestelbusje een pakketje. De leesportefeuille, leesplezier dat je zelf kunt samenstellen lees hij op de auto. De bladenman heeft een uitstervend beroep en aan zijn gezicht te zien, heeft hij er ook nog weinig plezier in. En hij moet nog tien jaar zo te zien en als het even tegenzit, zullen de opvolgers van Vader Drees hem nog twee jaar langer laten lijden.

Als de man in zijn tijdschriften mobiel verder gaat het leesplezier te verspreiden, is het wel echt stil. Ook de vogels houden hun gemak als de rand van het dorp achter hem ligt. Tussen de weilanden en langs het spoor treft de man niemand meer. Voor het psychische en fysieke welzijn, zet hij de pas erin. Het helpt hem ook om een beetje warm te worden en al snel nadert hij het volgende kerkdorp. De hoofdstraat is bezaaid met serpentines en confetti. Hier en daar liggen platgetrapte snoepjes die niet door kinderen zijn opgeraapt. De carnavalsoptocht is de zondag ervoor langs geweest, maar van enige feestelijkheden nu, is amper iets waar te nemen.

‘Het is Rosenmontag’, herinnert de man zich, maar de tijd van kolderieke leut is voor hem al eeuwen geleden.

Trouwens de feestelijkheden op deze desolate maandagochtend lijken ook hier nog niet op gang te zijn gekomen. Uit een van de huizen komt wel de geur van worst en boerenkool via de luchtkoker. De ultieme voorbode dat later die dag mogelijk weer leven in de brouwerij zal zijn. Nu moet de kater eerst weggewerkt worden met koffie en een stevige stamppot. De man kijkt op zijn horloge en ziet dat het half twaalf is.

‘Inderdaad, over een uur of twee zal het aanzienlijk drukker zijn.

Hier en daar fietst een ‘vroege vogel’ in kleurrijke kleding, maar ook met een dikke jas tegen de kou. De gezichten staan niet erg ontspannen, chagrijnig zelfs. Mogelijk dat hutspot met klapstuk bij een van de verzamelpunten van de verschillende vriendenclubs daar verbetering in kan brengen. Het zijn namelijk hoofdzakelijk jonge mannen. Hun vriendinnen zullen ongetwijfeld eerder zijn opgestaan om de noodzakelijke voorbereidingen te treffen voor het eten. Ze hebben statistisch gezien ook minder kans op een enorme kater.

Midden in het dorp staat de enige horecagelegenheid met een feesttent op de parkeerplaats. Aan de buitenkant is het een gewoon café zoals er nog velen staan in de verschillende kerkdorpjes. De tafels zijn bedekt met dikke tafelkleedjes en hoogstwaarschijnlijk staan er ook nog gewoon asbakken. Nu is de entourage feestelijk gemaakt met ballonnen en slingers. Boven de ingang staat dat prins Cor heer en meester is. Zijn gevolg, de carnavalssteken zijn goed zichtbaar vanaf buiten, praat nog rustig na over de avond ervoor. Mogelijk dat ze bezig zijn met de festiviteiten van die middag. Zachtjes is uit de luidsprekers, die boven de foto van prins Cor hangen, muziek te horen. Heel langzaam wordt de stemming er voor die dag ingesleten.

‘Am Rosenmontag bin ich geboren,

Am Rosenmontag bei uns daheim.

Bis Aschermittwoch bin ich verloren,

Den Rosenmontagskinder müssen närrisch sein,

Den Rosenmontagskinder müssen närrisch sein.’

‘Er is hier nog niemand ‘närrisch’’, bedenkt de man terwijl hij het etablissement achter zich laat en verder wandelt, zijn psychische en fysieke welzijn tegemoet.

‘De vogels zijn niet ‘närrisch, de bladenman niet en ook de onderdanen van prins Cor nog lang niet. De enige joker ben ik zelf om met dit weer te wandelen.’

Hij schroeft zijn wandeltempo nog maar eens een beetje op. Toch begint hij onbewust te neuriën en loopt in de cadans van het liedje dat hij in zijn hoofd heeft.

‘Am Rosenmontag bin ich geboren,………..

De zon begint zowaar een gevecht aan te gaan met de grijze lucht als de man zijn rondje heeft gewandeld. Een beetje lente dan toch en een beetje herboren na zijn wandeling. Met het carnavalsfeest bij prins Cor zal het ook wel goed komen die middag en ook de vogels zullen binnenkort hun nesten bouwen. Of het met de bladenman goed zal komen, weet hij niet. Hij kan het alleen maar hopen.