Polderen, klompen en Corona-vertier

20200411_134003

Vandaag is het weekend van de waarheid. Tonen we ons als groep goede burgers of niet. Dit is de uitdaging die premier Rutte ons voorhoudt. Vier weken van een intelligente lockdown in het Coronatijdperk en nu het Paasweekend voor de boeg als ultieme test. Gaan we dat redden. Stralend weer en we worden geacht de regels in acht te nemen. Maar mag ik nu wel of niet naar buiten? Die anderhalve meter die begrijp ik. Thuiswerken is voor mij ook logisch en ik leer er nog wat van. Ik heb skype op de laptop geïnstalleerd. Zonder Corona had ik dat nooit gedaan. Bellen met je zoon en zijn vriendin die in Rotterdam op 25m3 de brave burgers zitten uit te hangen gaat nu ook met live bewegende beelden. Had ik hiervoor ook nooit echt belangrijk gevonden. Het dilemma met de regels zit hem in de frisse neus halen, hoewel die vandaag best zou kunnen verbranden als je niet uitkijkt.

20200411_140444

De media, de politiek en de talk of the town is niet eensluidend over een ommetje in de buurt. Mag ik nu een blokje om in mijn eigen dorp of mag ik ook een langere wandeling elders maken. Moet je nu zo veel mogelijk binnen blijven of is een fietstocht mits niet proestend en je neus leeg baggerend met van die harde wielrenuithalen. Je weet wel, het ene gat dicht en met volledige kracht het andere neusgat legen. En dan nog een keer andersom. Dat mag niet, dat begrijp ik. Maar ben ik in overtreding door een Klompenpad 25 kilometer verderop te maken? Ik weet het niet, maar in dit geval heb ik de regels naar mezelf toe geïnterpreteerd.

20200411_141523

Onzekerheid is toch iets raars. Ik weet dat we met zijn allen in het voor-Coronatijdperk pretendeerden avontuurlijk en ‘on the edge’ te leven, maar op de keeper beschouwd lopen de meeste mensen de geëffende paden af al geven Instagram en Facebook een ander beeld. De Coronacrisis laat zien dat we helemaal niet tegen onzekerheden kunnen. De veiligheidsmaatregelen moeten gisteren gerealiseerd zijn, het kan toch niet bestaan dat we niet voldoende IC-bedden hebben. Waarom heeft de regering niet van alles al in de startblokken gezet met betrekking tot testen. Dit had toch eigenlijk al in de begroting van 2019 bij Prinsjesdag gepresenteerd moeten zijn. En tenslotte willen we van de alwetende premier weten wanneer het allemaal een keertje klaar is?  We worden boos, politici van de oppositie stellen stomme vragen en bedenken dat we als cowboys de wereldmarkt moeten afstruinen met smeergeld. Journalisten bevestigen ons extreme angst dat niet alles van tevoren geregeld kan zijn. De mens heeft niet alles onder controle. Integendeel zou ik nu zeggen, maar we eisen het wel. En als het niet gebeurt dan maken we iemand anders hiervoor verantwoordelijk. De mens, in ieder geval de westerse mens is niet gewend aan onvolkomenheden.

20200411_150238

Vandaag was er voor mij weinig reden om boos te worden. Via de routes van Klompenpaden hebben we het Leuvenschepad gelopen. Het was zeer rustig zoals bijna altijd op de Klompenpaden. Ik denk dat we zo’n 10 wandelaars zijn tegengekomen en iets meer fietsers op de route van 14 kilometer. Geen toestanden als in stadsparken of langs de kust. Minder gevaar op besmetting dan een gemiddelde supermarkt is mijn indruk. Dus voor vandaag heb ik mijn aandeel in het zijn van de brave burger geleverd. Nu jullie nog. De foto’s zijn het bewijs.

20200411_155809

20200411_163508

Wandelen rond de hoogmis, St. Stephanuskerk te Heel (L)

HET BEGIN

Om te zeggen dat mijn opvoeding pro-Rooms is geweest, durf ik niet te beweren. Katholiek ben ik wel opgevoed en dat begon op 5 juni 1966 in de Stephanuskerk te Heel. Ik ben naarstig op zoek geweest naar de foto waarin ik in een wit doopkleed in de armen van mijn moeder lag met mijn kersverse peettante ernaast. Mijn vader staat niet op de foto uiteraard, hij legde mijn kerkelijke verbintenis vast. Een oudere pastoor doopte mij. Onlangs heb ik die foto nog gezien om te scannen en te gebruiken voor dit blogje. Het zou een mooi tijdsdocumentje zijn geweest naar het heden toe. Ik heb het te goed achteruit gelegd, want het is onvindbaar.

20131230_154420 (2)(Als alternatief heb ik de eerste bladzijde van mijn foto-album maar genomen in plaats van de doopfoto)

Die verbintenis van 5 juni 1966 wilde ik zo’n twee jaar geleden verbreken. Zoals gezegd, het Roomse heb ik niet van mijn ouders meegekregen en de ontevredenheid over het reilen en zeilen van de Roomsen liep op. De zedenzaken en de afhandeling ervan, maar vooral de in mijn ogen vaak met de rug naar de mensen staan, ergerde mij. Maar ook berichten van pastoors die liever een kleine kerk hadden met ‘echte katholieke gelovigen’ in plaats van hun ogen te openen voor wat er daadwerkelijk gaande is met de geloofsbeleving. Of wat te denken van foto’s in het kerkportaal hangen van ‘afvalligen’ zodat zij door kerkgangers aangesproken kunnen worden op het verzaken van de plicht. De zeer conservatieve uitstraling van Paus Benedictus en zijn kerkfilosofische woordgebruik stemde mij niet vrolijk. Van zo’n club wilde ik geen lid zijn. Lid of geen lid, mijn waarden of normen zullen hierdoor niet veranderen. Uitschrijven zou bij mijn geen tastbare emoties opleveren. Ik ben niet zo’n clubmens. Mijn serie Wandelingen rondom de Hoogmis moest natuurlijk langs mijn doopkerk gaan. Het leek me wel aardig om via dit blog een statement te maken, mijn statement.

Door logistieke oorzaken moest een bezoek aan Heel steeds uitgesteld worden. De 2013-12-07 14.16.26eerlijkheid gebied me te zeggen dat 9 uur ’s ochtends ook wel wat vroeg was, ik moest per slot van rekening uit Duiven wegrijden. Later bleek dat door reorganisatie de diensten niet meer op zondagmorgen waren in de Stephanuskerk. Ik moest uitwijken naar de zaterdagavond wat weer andere problemen opleverde namelijk mijn aversie om in het donker te rijden. Dus het duurde nog even om mijn ‘Wandelingen’ een vervolg te geven.

 

HET KAN VERKEREN

De nieuwe Paus, Jorge Mario Bergoglio uit Argentinië was inmiddels aangetreden als Paus Fransiscus. Ik moet eerlijk zeggen dat ik niet onberoerd ben gebleven door diens optreden. Cynici zeggen dat dit een doorzichtige marketingstrategie van de katholieke kerk is. Anderen maken zich zorgen over de man omdat machtspolitiek binnen de Kerk zo’n ‘nieuwlichter’ niet kan gebruiken. Ik weet helemaal niet of hij echt zo’n nieuwlichter is want op het gebied van homoseksualiteit, vrouwen binnen de kerk en andere non-materiële vraagstukken zullen de Paus en ik het echt niet met elkaar eens zijn. Dat hoeft ook niet, geen Paus of Kerk kan mij hierin op gebiedende wijze veranderen. Zelf heb ik ook niet de roeping om ‘mijn evangelie van liberalisering’ als voorwaarde te stellen om lid te blijven van de Club. Met andere woorden, de Paus en de kerk mogen van mij best conservatief zijn zolang ze maar met hun poten in de modder staan, oog en oor hebben voor mensen en dat ook daadwerkelijk in daden omzetten waarbij mededogen de leidraad is. Ik vind dat Paus Fransiscus dit uitstraalt en ik word daar vrolijk van. De Kerk is het middel om een menselijk geloof te verspreiden in een maatschappij die verandert, maar waarbij (kerkelijke) waarden en normen op een hedendaagse wijze gebracht en geïntegreerd worden, of mensen nu lid zijn van de Club of niet, of mensen nu praktiserend zijn of niet, maar gewoon louter en alleen omdat het mensen zijn. De Kerk mag in mijn optiek nooit het doel zijn, want dan liggen de verstikkende dogma’s op de loer zoals al vaak is gebleken. Ik denk dat Paus Fransiscus meer dan een raampje kan openen in het katholieke Bastion en uiteindelijk zal dat de kerk goed doen. Ik heb dus geen reden meer om een statement te maken en me nadrukkelijk van het lidmaatschap te ontdoen. Lid of geen lid, mijn waarden of normen zullen hierdoor niet veranderen. Het lid blijven levert mij geen tastbare emoties op. Al ben ik niet zo’n clubmens, ik hoef niet te provoceren. Sterker nog, ik heb er vertrouwen dat de katholieke kerk in staat moet zijn om mondiaal voor te gaan in maatschappelijke verbeteringen op het gebied van vrede en armoede, door vooral te doen. Paus Fransiscus kan hierbij een belangrijke rol spelen, net zoals majoor Bosshardt dat voor mijn werkgever Het Leger des Heils ook jarenlang heeft vervuld in Nederland.

Het is voor mijn Wandeling dus slechts een juiste datum prikken, een chauffeur regelen en het nuttige met het aangename te verenigen. 7 december 2013 was het zover, samen met mijn vrouw combineren we mijn Wandeling met een weekendje samen. Hotel geboekt in Maaseik, beetje op tijd in Heel om overdag al wat foto’s te kunnen maken en de volgende dag zouden we wel zien wat de dag ons brengt.

2013-12-07 14.17.14


DE WANDELING deel 1

De kinderen waren geïnstrueerd voor de komende 24 uur en op de wat druilerige zaterdagmorgen reden we weg uit Duiven nadat wij zelf de hond nog even hadden uitgelaten. Ik koos bewust voor de snelwegen waarmee we binnen anderhalf uur op de plaats van bestemming waren. Vroeger, met mijn ouders, reden we altijd via Nijmegen en Malden Limburg in, om zo uiteindelijk plaats voor plaats het landschap ‘Limburgser’ te zien worden. De Napoleonsbaan heb ik trouwens wel een keer gezien. Hoewel ik de afgelopen tien jaar een aantal keer in Heel was geweest, staat het me toch niet helder op het netvlies gegrift. Met de bordjes Heel in zicht, was het slechts rijden richting de kerktoren om wat foto’s te maken. Bij de andere Wandelingen had ik meestal mijn kleine digitale cameraatje bij me, nu ben ik aangewezen op mijn nieuwe mobiel. Mobiel en ik hebben nog wel eens ruzie en dit zal hier en daar ook blijken, maar geen enkele wandeling gaat zonder horten of stoten. Bij het gemeentehuis zetten we de auto neer om foto’s te schieten van de kerk. In de verte moet één van de ‘gestichten’ liggen waar mijn vader heeft gewerkt en wat mijn ouders naar Heel heeft gedreven. Het miezerige weer nodigde niet uit tot een wandeling. Enkele jaren terug had ik er met mijn zoon nog gewandeld, hetgeen me terugbracht naar mijn geboortehuis. Het leverde een stukje familiegeschiedenis op dat mijn ouders toentertijd met veel plezier hebben gelezen. (Voor de echt geïnteresseerden van Heel door de ogen van een Ollander een must, volg de link).

Het was inmiddels half drie, we moesten nog lunchen en we wisten dat het avondeten pas na de mis van 7 uur genuttigd zou worden. Nu nemen we in gezinsverband het woord 2013-12-07 14.17.56‘ungry’ vaak in de mond, een gevoel van lichte agitatie door hongergevoel (hungry en angry) dus heel fit waren we niet. We reden langs ‘Vethous ’t Lekker Hepke’. We stopten maar niet. We besloten naar ons hotel te gaan en in Maaseik iets te eten. Achteraf bleek ik het niet goed gelezen te hebben en was de naam Aethoes ’t Lekker Hepke, sorry.

De WANDELING deel 2

2013-12-08 10.26.41Zeer tevreden over de kamer en entourage bij Hotel Van Eyck op een van de leukste pleinen van Vlaanderen, wandelden we door de gladde en glibberige straatjes van het stadje. Mijn versleten zolen hadden een slechte grip, dus na een gedegen lunch snel op zoek naar een paar nieuwe schoenen dat wandelt lekkerder.2013-12-30 16.16.39 Kwart over zes vertrokken we uit het hotel, maar we hadden geen rekening gehouden met de grensoverschrijdende onmogelijkheden van internet. Mijn chauffeur nam de eerste de beste afslag waar Nederland stond vermeld, maar dat was niet de weg die we ’s middags hadden gereden. Snel de mobiel erbij voor de routebeschrijving en toen ging het mis, geen ontvangst. Het was aardedonker en niet direct borden als houvast. Bij de eerste het beste kruispunt waar we Roermond zagen, namen we die richting echter geen idee hoe Heel zich topografisch verhield met Roermond. Bovendien moest ik nog rekening houden met de Maas. Na tien minuten rijden was er ontvangst met dien verstande dat op een kaartje te zien was waar wij reden. Gelukkig ben ik het kaart lezen nog niet verleerd, dus vijf minuten voor zeven, de klokken luidden gelukkig nog, parkeerden we onze auto. We waren niet te laat en dat is bij mijn wandelingen al vaker een thema geweest.

DE DIENST

Acclimatiseren

Bij binnenkomst is mijn eerste reflex altijd waar kan ik rustig zitten en af en toe wat aantekeningen maken. Bijna tegelijkertijd ben ik op zoek naar een misblaadje die me langs het spirituele aanbod kan leiden en het is altijd gemakkelijk om dit later als leidraad te gebruiken bij het schrijven. Het eerste was geen probleem, hoewel de kerk kleiner was dan ik dacht, was er ruimte genoeg ergens halverwege. Boekjes waren er echter niet. Niemand had boekjes, dus ik mag hieruit concluderen dat we te maken hebben met getrainde bezoekers. We begonnen dus met een kleine handicap, nu maar hopen dat de elektrische versterking goed werkt. Het orgel werkte wel uitstekend want ik voel het trillen aan mijn2013-12-07 19.54.13 voeten. Of zullen het mijn nieuwe schoenen zijn die wat afknellen? In het protestantisme komt hier volgens mij de term ‘vol op het orgel’ vandaan. De Gregoriaanse zangkunst van een klein mannenkoor doet weldadig aan. Onze mede-aanwezigen zijn de gebruikelijke 60 plussers, maar voorin ontwaar ik twee twintigers in casual kleding en de jongedame heeft wild roodgeverfd haar. Na afloop horen we een onmiskenbare Oost-Europese tongval, Polen is onze conclusie.

Dan komen de pastoor en de misdienaar binnen. Vanuit mijn werkervaring als misdienaar weet ik dat je de werkzaamheden in je eentje afkan. Wij deden het standaard met zijn vieren. Als ex-ambtgenoot zag ik dat hij het inderdaad gemakkelijk alleen kon, gelukkig maar. Ik zag hem zelfs nog even duimendraaien. Zou het verveling zijn geweest of bad hij intens of zijn voetbalclub die avond zou winnen? Waar zijn ze eigenlijk voor in Heel, kijken ze naar het noorden en juichen ze voor VVV of toch naar het zuiden waar iets meer keuze is? De nog jonge pastoor, volgens mij is dat iedere pastoor onder de vijftig, opent de dienst met te refereren aan de twee kaarsjes voor de advent. Hij vertelt over Johannes de Doper die een rare man zou zijn in die tijd. Hij benoemde namelijk dat het belangrijker is je druk te maken over hoe je bent aan de binnenkant. Ik kan niet meer met hem eens zijn en moet voor het eerst denken aan de nieuwe Paus.

Lezing en evangelie|

En dan komt het zoekplaatje in het geheel, de eerste lezing en het evangelie. Heb ik de accuratesse op te schrijven welk gedeelte uit de bijbel wordt gelezen. Bij de eerste lezing was ik op tijd, het betrof het boek Jesaja, hoofdstuk 11. Tijdens het lezen viel me de tegenstelling tussen gerechtigheid en straffen al op. De zinsnede ‘hij geeft de geringen hun recht en de armen in het land krijgen een eerlijk vonnis. Hij kastijdt de verdrukkers met de roede van zijn mond en de bozen doodt hij met de adem van zijn lippen.’ Je bent mij 2013-12-07 19.53.08dan al een beetje kwijt dus ik geloof het dan wel met het feit dat je je kind in een slangennest kunt leggen en dat het rund en de berin samen kunnen leven. Dat straffen en de harde taal passen mij niet. Natuurlijk zal het overdrachtelijk bedoeld zijn en een dieperliggende theologische duiding hebben, ik beluister het als ‘oppervlakkige’ toehoorder puur taalkundig. ‘Je mag meedoen als…., en je wordt gestraft als….’

Voordat het Evangelie wordt gelezen volgde een stukje muziek door een fluitist en een cellist, die in elkaars nabijheid waren, maar elkaar niet altijd konden vinden. Ik kon achteraf de tekst van het Evangelie niet met zekerheid terugvinden. Het was uit het boek van Matheas, waarschijnlijk hoofdstuk 3 of 4, maar ik durf me er niet aan te wagen. Mogelijk omdat ik op dat moment in gedachte was over de aanwezigen in de kerk. Hoe zullen zij het beleven dat hun kinderen en kleinkinderen niet meer aanwezig zijn? Hoe past dat in hun geloofsbeleving met betrekking tot gerechtigheid en straffen? Maakt het ze bang, verdrietig of is hun geloofsbeleving geruststellend genoeg dat zij later een ieder weer terug zullen zien in de Hemel, of waar dan ook?

Voorleesbrief van de bisschoppen

De weken vooraf heeft er met enige regelmaat een stuk over de Paus en het bisschoppenbezoek (Ad-Limina-bezoek) in de krant gestaan. De teneur was een beetje dat de bisschoppen in een defensief zouden afreizen naar Rome. Zorgen over de afwikkeling van allerlei schandalen, maar vooral ook het leegstromen van de Nederlandse Kerkprovincie, al decennialang. Wat doen ze fout? De brief van bisschop Franz Wiertz, die op 7 december werd voorgelezen, ademt echter helemaal geen bestraffing uit vanuit Rome,2013-12-07 19.54.30 maar lijkt op een brief van hoop en vooral een nieuwe opdracht. De brief benoemt vooral ook de geest van Paus Fransiscus waarbij ‘De Kerk‘, zo zegt paus Franciscus, ‘moet als “een veldhospitaal” zijn, waar mensen in de strijd van hun leven genezing vinden van hun kwetsuren.’ Even verderop haalt de bisschop de volgende passage aan: ‘Net als Jezus zelf laat paus Franciscus het niet bij woorden alleen. In zijn leefstijl van grote soberheid heeft hij voorgoed afscheid genomen van een barokke hofcultuur. “Een Kerk voor de armen” staat hem voor ogen.’

De kerk mag geen oordelende kerk zijn en een ander niet de maat meten. Hierbij moet ik denken aan de verplichte introductiedagen bij mijn werkgever Het Leger des Heils. De kerkgemeenschap van het Leger is relatief klein, maar in Nederland hebben ze de plicht op zich genomen om samen te werken met professionals die ze in de reguliere hulpverleningscircuit laten werken onder de vlag van Het Leger. Voorwaarde is uiteraard wel een Christelijke achtergrond. Hoe deze achtergrond eruit moet zien daarover verschillen de mening nogal. Katholiek zijn is al een rekkelijk begrip in zekere zin, maar als we daarbij de verschillende geloofsgemeenschappen uit het protestantisme naast zetten, is het een breed pallet. Op mijn introductiedag sprak een nogal streng uitziende grote heilsoldaat met baard – hij zou in mijn vooroordelen een strenge ouderling kunnen zijn in een van de meest bevindelijke gereformeerde kerken – de volgende wijze woorden uit: ‘We hebben allemaal dezelfde missie, maar laten we elkaar daarin niet de maat meten.’

Bisschop Franz Wierts doet het voorstel om de daad bij het woord te voegen om op parochie-niveau zogenaamde Fransiscus-groepen in het leven te roepen om de diaconie (mogelijk opnieuw) tot leven te roepen en de kerk een meer maatschappelijk gezicht te geven. Mijn zegen heeft hij.

2013-12-07 19.53.28Kijk hier had ik nu duidelijk ruzie met mijn mobiel

IN GESPREK MET DE PASTOOR

Al heb ik geen boekje, maar als de collecte is geweest, de communie is uitgereikt, weet ik dat het einde van de dienst in zicht is. Tussendoor worden alle aanwezigen nog opgeroepen elkaar vrede te wensen. Theoretisch is dat een geweldige geste, maar het komt mij nog steeds wat vreemd over. Het gebeurt in bijna alle missen in Nederland weet ik inmiddels proefondervindelijk. Vroeger was dat niet. Het past echter niet zo heel goed bij mij. Op dat moment ben ik namelijk vooral observator en bezig met mijn eigen gedachten. Maar dat is niet eerlijk, want natuurlijk ben ik ook een deelnemer, dus onderdeel van de groep. Bij eerdere bezoeken liep een kloeke dame uit haar kerkbank om mij vrede te wensen. Ik kon dat erg waarderen, moest zelfs een beetje lachen. Nu wensten mijn vrouw en ik elkaar vrede. Gelukkig doen we dat wel vaker maar dan in andere bewoordingen. Het is tijd om nog snel wat foto’s te maken. Achteraf bleek dat ik weer ruzie had met de belichting van mijn mobiel, dus het was niet zo heel best. Mijn verrichtingen en onze aanwezigheid was de pastoor opgevallen, want hij kwam na de dienst even naar ons toe om de hand te schudden en, zoals ze in het oosten van het land zeggen, ‘het vernuil’ op te nemen. Even polshoogte nemen wie dit zijn, wat ze willen en komen doen in de parochie. Ik vind dat altijd heel erg vanzelfsprekend dat ‘de baas van de parochie’ deze verantwoordelijkheid op zich neemt. Het gebeurt echter niet altijd, vaak moeten de pastoors snel naar de volgende dienst bij gebrek aan collega’s. Het napraten was bij mijn weten vroeger veel normaler en zou mogelijk onderdeel moeten zijn van de vermaatschappelijking van de kerk. Ik weet echter niet of die behoefte er bij iedereen is. In Limburg was vroeger het café nabij de kerk spreekwoordelijk natuurlijk heel belangrijk.

Pastoor Mark Hooijschuur stelde zich voor en in een kort gesprek legde ik mijn missie uit. Hij was nieuwsgierig naar het stuk. Toen het gesprek over de Paus ging, vertelde hij over zijn ervaringen in Rome en de geloofsbeleving in Zuid-Amerika. Echter bij ons enthousiasme over de Paus nam hij een neutralere houding aan, alsof hij vanuit zijn functie er geen oordeel over kon/mocht innemen. Zowel mijn vrouw als ik kwamen er niet uit of hij ons enthousiasme nu deelde of niet.

WANDELING TERUG

Onze wandeling terug ging naar Maaseik. We wisten dat er nog restaurants waren die hun keuken tot tien geopend hadden. Onderweg bespraken we de mis, die de pastoor als een eenvoudige dienst bestempelde. Onwillekeurig moet ik denken aan de tegenpolen in de boeken van over Don Camillo en de burgemeester Peppone als we het over de Paus hebben. In het na-oorlogse Italië schreef het boek de strijd tussen de dorpspastoor en de communistische burgemeester. Eigenlijk is dit raar, want beide komen ze op voor armen en onderdrukten, “hun bijbel’ verschilt dan misschien. Het is dan ook niet zo raar dat een spotprent over de Paus verschijnt in de Trouw waarbij hij als aanhanger van de Occupy-beweging wordt gezien. Ik zou bijna willen zeggen dat het woord ‘spotprent’ in deze bijna onheus is. In mijn optiek zou ik het als Paus Fransiscus het als een ‘geuzenprent’ zien, maar wie ben ik? Ik ben in ieder geval aangenaam verrast als enkele weken na ons bezoek de Paus door Time wordt uitgeroepen als de man van het jaar. Uiteraard is tussen beide gebeurtenissen geen oorzakelijk verband.

Eenmaal in Maaseik parkeren we de auto op het plein dat in een feestelijke kerststemming is getooid. Voordat we bij een Italiaans restaurant kunnen plaatsnemen, is er een kleine dissonant. Een medeweggebruiker zag ons auto niet staan bij het achteruit rijden en tikte tegen de achterdeur. Een tikje van niks dat al snel €600, – kostte, bleek later. We hebben het in goede harmonie kunnen regelen en we hebben maar besloten niet te oordelen, want toen de man in onze auto zat, was de alcoholdamp nadrukkelijk aanwezig. Het heeft de maaltijd bij Con Passione in ieder geval niet bedorven. Het nachtleven van Maaseik hebben we aan ons voorbij laten gaan.

2013-12-07 22.35.58

 

AFTERPARTY

2013-12-08 11.52.45In het voorbijgaan hadden we al gezien dat er in Thorn een kerstmarkt was die zondag. Al ben ik niet zo ‘kerstmarktig’ , het is nooit onaangenaam even door Thorn te lopen. Na het ontbijt haalden we de spullen en liepen naar de auto. We nemen de schade bij daglicht nog even op en ergerden ons aan de publieke muziek die door de luidsprekers schalde op zondagochtend in Maaseik. Tijdens het winkelen is het soms al heel onaangenaam om constant geconfronteerd te worden met verplichte afname van allerlei popsterretjes, maar op zondagochtend hoort er een serene rust te zijn, ook op het plein in Maaseik en geen commerciële zender. Jammer. In Thorn werden we geconfronteerd met een andere vorm van commercialiteit2013-12-08 12.03.39 namelijk dat er toegang wordt gevraagd voor de kerstmarkt, met andere woorden je moet betalen om te kunnen kopen. We zijn niet gek en gelukkig waren er ook nog straten wel bereikbaar. Bovendien was er een soort van kunstroute die vrij toegankelijk was, dat is altijd leuk om even te kijken. Bij de Abdijhof werden we welkom geheten door een kleine vriendelijke man. Het bleek Frans Geelen te zijn die enthousiast vertelde over de herwaardering van het Keramische erfgoed van zijn huidige woonplaats, het nabij gelegen Beesel. Aanvankelijk wilde hij zijn betoog in het Limburgs houden, maar onze onmiskenbare oostelijke o’s hielden hem tegen. Geboren zijn in de streek zorgt zeker niet voor een tongval uit de regio. En passant werden we geïnformeerd over de historische achtergrond van de witte huisjes in Thorn. Dit vindt zijn oorzaak uit de Napoleontische Tijd, toen uit de oude stenen de huizen opnieuw opgebouwd moesten worden. Met met witte verf werden de grote verschillen tussen de stenen van de nieuwe huizen verdoezeld. De VVV van Thorn zal eeuwig dankbaar zijn met deze beslissing. Ook eigen werken van Frans Geelen werden door de kunstenaar voorzien van de nodige uitleg. Nadrukkelijk wijst hij op zijn werken onder de titel ‘Signs of Religion’. Frans Geelen weet dat zijn werken nogal een donker randje hebben. Een korte biografie op zijn weblog leert de mogelijke herkomst van deze donkerte. (zie hieronder een youtubefilmpje van zijn weblog)

2013-12-08 12.06.21

We wandelen nog even door Thorn, bekijken de indrukwekkende St. Michaëlskerk die vooral van binnen prachtig en rijkelijk versierd is (wat zal Paus Fransiscus ervan vinden?), schieten wat foto’s en gaan, heel toepasselijk via de Napoleonsbaan naar het noorden…….nee hoor we hadden een afslag gemist en besloten de oude route maar te nemen.

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Impressie van het werk van Frans Geelen

https://www.youtube.com/watch?v=vlOfXPYM6pY

Wandelen rond de hoogmis: Vrij Katholieke ChristusPantocrator Kerk te Raalte

Inleiding

Ik ben spaarzaam opgevoed en verspilling is een zonde. Ik durf niet te beweren dat ik dit in alle aspecten nog volg. Het bewustzijn is er echter nog wel. Zo zijn mijn ouders altijd, nu nog steeds, bezig met het doelmatig plannen van uitstapjes. Als je toch van A naar B rijdt, dan neem je C ook meteen mee, want dat ligt op de route, hoef je maar één keer te rijden. Zo wilde ik op zondag 2 oktober mijn ouders een bezoek brengen, wist ik dat mijn echtgenote interesse had om eens een Vrij Katholieke dienst mee te maken en zelf vond ik dat mijn serie ‘Wandelen rond de hoogmis‘ een kwijnend bestaan leed. Bezoek ouders, spirituele interesse bij mijn vrouw en een stukkie schrijven, konden gecombineerd worden in één rit, naar Raalte dus. Op een zomerse zondag in oktober togen wij naar de Vrij Kathollieke Christus Pantocrator Kerk.

Vrije Katholieke Kerk

Zoals ik in eerdere ‘Wandelingen rond de hoogmis’ heb gedaan, bezoek ik een kerkdienst zonder specifiek doel. Ik laat me verrassen door het spirituele aanbod, ik kijk om me heen en laat mijn gedachten gaan. Zelfs bij de uitwerking kan het idee van de wandeling op papier weer helemaal anders worden, al naar gelang de inspiratie ter plekke. De prikkels om een stukje te schrijven kunnen van mezelf komen, de radio op weg naar de kerkdienst of nadien, bijvoorbeeld door een opmerking van mijn zoon.

Sinds kort heb ik een een alles-is-mogelijk telefoon. Er is echter één voorwaarde aan zo’n ding, de eigenaar moet ook compatible zijn en ik heb mijn zoons daarbij nog wel nodig. Zo heb ik een App genaamd dropbox. Een foto die ik maak wordt met een relatief eenvoudig handeling, ongeacht de plek waar ik ben, op mijn computer gedropped. De finesse zit hem in het woord ‘relatief’, want het aantal handelingen voor deze hocuspocus is me toch te groot, dus roep ik de hulp in van mijn zoon. Hij bekijkt de foto’s en leest: ‘Vrij Katholieke Kerk?’ Hij kijkt me bedenkelijk aan en concludeerd spottend: ‘Ze zijn dus behoorlijk katholiek.’

Aan zijn stem hoor ik het puberale geluid. Hij is eigenlijk tegen ieder vorm van godsdienst en we laten hem daar vrij in. De scheiding van Kerk en Staat is voor hem heilig, en dat je op vrijwillige basis iets met een kerk wil vindt hij best, maar begrijpen doet hij het niet. Hij heeft inmiddels voldoende vertrouwen in zijn ouders dat ze niet zomaar in één of ander sektarische gemeenschap belanden, maar verder hij heeft er niets mee.

‘Vrij katholiek, nee dat zijn ze niet’, doceer ik hem.

Maar wat zijn ze dan wel? Ik vaar in deze voor een deel op het kompas van mijn vrouw en heb ter voorbereiding van het schrijven van dit stukje wat foldertjes doorgebladerd. En weet je wat zo fijn is van het ‘lekker niet weten’? Ik krijg zo’n gevoel van een kleine jongen, die er vrede mee heeft het niet te begrijpen, maar geconfronteerd wordt met iets relatief nieuws en pogingen doet die beperkte informatie toch handen en voeten te geven. En omdat ik degene ben die de regie over dit blog heeft, hoeft het nergens aan te voldoen, alleen aan mijn eigen voorwaarde. Ik ga vanuit mijn onkunde, misschien wel beperkte spiritualiteit, u meenemen in een inleidende cursus ‘Vrij Katholiciteit’. En dat heeft dan weer helemaal niets met Rome te maken. Voor velen is dat positief. Ook voor mij, want ik verbaasde me als kind al over het keurslijf van Rome. De hiërarchische opbouw van veel protestantse kerken oordeelde ik als veel positiever, maar daar spat de levensvreugde ook niet door de kerkmuren heen.

De wandeling naar de ‘hoogmis

Op weg naar Raalte speken we kort over de zaken waar mijn vrouw zich mee bezig houdt. Sinds ze serieus yogadocente is, komt haar spirituele interesse meer naar voren. Ik ben vooral volger, niet zozeer van de spiritualiteit, meer van haar en haar kennis. Ze praat over non-dualisme en gnostische stromingen. Ik weet dat er boeken vol geschreven zijn, maar zelf heb ik er nog nooit één ter hand genomen. Op spiritueel gebied ben ik nu eenmaal lui, maar niet ongeïnteresseerd. Dus af en toe pak ik wel enige kennis van haar op. Vooral als het gaat om de vorming van de vroeg katholieke kerk, dat al gebaseerd is op politieke keuzes welke evangeliën wel of niet tot de richtinggevende geschriften moesten behoren. Nieuwe vondsten van oude geschriften geven inzichten die mogelijk de mores van de katholieke kerk niet welgevallig waren en nu zeker niet populair zijn, want het christendom, verankerd in onze samenleving, kent veel waarheden. En deze waarheden zijn niet bijvoorbeeld: Dat Jezus getrouwd was met Maria Magdelena en mogelijk kinderen heeft, dat er aan het laatste avondmaal ook dames aanwezig waren. En het feit dat ik dit interessant vind, om vooral ook een tegengeluid te laten horen tegen het machtsdenken van de Rooms Katholieke Kerk geeft al aan dat mijn nondualistische onderstroom nog niet geworteld is in mij. Meer kennis is noodzakelijk, dus meer gnostische onderbouwing is wenselijk. En dat doen ze ook bij de Vrij Katholieke Kerk middels lezingen op velerlei gebied en met behulp van wijsheden en geschriften, ook die van andere geloven.

‘Weet je precies waar het is?’

‘Ja natuurlijk, ik heb 16 jaar in Raalte gewoond, maar ik was altijd in de overtuiging dat het de Oud-Katholieke Kerk was die gevestigd was in de Stationsstraat.’ Navraag bij mijn ouders leerde me dat zij dat ook dachten. Niets is minder waar. Het gebouw is van oorsprong een synagoge, maar sinds 1943 definief in onbruik geraakt. Nadien heeft de Vrij Evangelische Kerk het gebouw betrokken en sinds 1985 de Vrij Katholiek Kerk. Een jaar nadat ik uit Raalte vertrok.

De hoogmis’

Entourage

Het is voor de meeste mensen altijd even zoeken naar een houding in nieuwe situaties, bij ons binnentreden in het kerkje is dat niet anders. In een flits tel ik vijf mensen in een ruimte waar volgens mij 27 zitplaatsen zijn. We gaan meteen in de eerste bank zitten en kijken mogelijk onwennig om ons heen. Voordat we ons bewust waren van die onwennigheid, kwam een vriendelijke dame naar ons toe met het nodige lees- en zangvoer en werden we wegwijs gemaakt in het abc van de dienst. Een man, waarvan ik dacht dat het de priester was, heette iedereen welkom, om vervolgens opnieuw op te komen, maar dan nu met de echte priester en nog een misdienaar, of eigenlijk misdienette, al weet ik niet of dat van toepassing is in deze kerk.

Het feit dat we met volgens mij twaalf mensen aanwezig waren, de priester, twee ‘misdienaars’, een organist en een 1 hoofdig koor en 7 kerkgangers, had voor mij als observant een groot nadeel. Ik kon niet terugvallen op de door mij zo gekoesterde anonimiteit. Voor mijn gevoel wordt iedere beweging waargenomen en om nu de helft van de dienst schrijvend door te brengen, vond ik niet erg respectvol. Terugkijkend op mijn korte aantekeningen, moet ik het doen met mijn algemene ervaring. Hetgeen me in eerste instantie opviel is de zang onder begeleiding van het orgel en vol geluid gaf. Nu was het gebouw niet groot, maar de muziek vulde de lichte en heldere kerk. Want tien mensen zongen uit volle borst, er was geen sprake van meemurmelen zoals ik dat regelmatig heb ervaren.

Beperkte observaties

Trouwens ik leerde dat het getal twaalf een magisch, heilig of anderszins een belangrijk getal is. Er wordt gesproken over twaalf leerlingen van Jezus, twaalf aartsengelen, maar ook zijn er twaalf ridders van de ronde tafel en 12 sterrebeelden, en nu dus ook 12 mensen bij mijn première in de Vrije Katholieke Kerk. Dat kan geen toeval zijn.

Bij de start van de dienst werd uitgebreid stil gestaan bij een klein Maria, laten we het kapelletje noemen, en Moeder Gods geëerd. Verder stond de dienst in het teken van Michaël en de Engelen. In verband met de reeds genoemde spirituele luiheid in combinatie met de beperkte aantekeningen, kan ik de dienst lithurgisch niet duiden en ik wil al helemaal niet nadrukkelijk ingaan op allerlei vergelijkingen met de mij meer bekende katholieke kerk. In dit kader benadruk ik dat ik ‘ergens’ heb gelezen ter voorbereiding dat de Vrij Katholieke Kerk uitgaat dat het Christendom geen vervanging is van andere bestaande kerken, maar hooguit een aanvulling.

Met die wetenschap vielen mij de woorden van de priester op dat bij de Vrij Katholieke Kerk engelen bijvoorbeeld geen mensachtige figuren zijn met vleugeltjes. De basis voor het geloof, of mogelijk kun je beter beleving zeggen, is de kracht in ieder mens zelf. Je mag dat wat de priester betreft engelen, noemen. Het zoeken naar kennis en wijsheid moet vanuit de mens zelf komen, daar heeft hij een heel leven voor en als dat niet voldoende is, dan mag hij zijn taak in een volgend leven vervolbrengen. En zie daar, het element van reïncarnatie wordt ingebracht. Nadrukkelijk wordt voor de eerste en enige keer volgens mij het vergelijk met de Roomse Kerk door de priester zelf gemaakt. Rome legt de menselijke verantwoordelijkheid veel meer bij het correct opvolgen van wetten en dictaten voor het Eeuwige Leven. Ik denk dat de Vrij Katholieke Kerk daarmee niet meteen een kerk is voor luie of mensen met een lethargische inslag.

Op zoek naar mijn definitie

Tijdens de dienst ben ik hevig zoekend naar een definitie van het Vrij Katholiscisme. Volgens mij is het een persoonlijke zoektocht met het leven van Jezus Christus als leidraad, waarbij kennis en kunde van andere godsdiensten gebruikt worden, of waarvan kennis mag worden genomen, misschien wel ‘het husselen van meerdere godsdiensten’ of eigenlijk misschien wel een universele zoektocht van, door en met mensen naar het Goddelijke in jezelf.

Dat maakt de communie bijvoorbeeld ook vrij toegankelijk voor iedereen, mits de basishouding er een van respect is. En dat is mooi, heel mooi.

Verder mag gesteld worden dat er tijdens de dienst niet op een minuutje meer of minder wordt gekeken, dus de afspraak met mijn ouders dreigt in het gedrang te komen, hetgeen de nondualistische elementen in mezelf enigszins op de proef stelde.

De wandeling terug

Het einde van de dienst vond ik mooi. In het dienstboekje werd er al gewaarschuwd, alsof de Vrij Katholieken ervaring hebben dat er met regelmaat Roomse passanten in hun kerk zitten. Tja, en daar is het vrij gebruikelijk dat na het laatste belletje een ieder zijn eigen leven weer in sjokt. ‘De kerkganger wordt gevraagd te blijven zitten, nadat de priester met zijn gevolg is verdwenen.’ Ze komen terug en in serene rust en met gevoel voor timing, worden alle kaarsen gedoofd. Een fijn introspectief moment. Het is jammer dat we niet in konden/ wilden gaan op de uitnodiging koffie te drinken, want ik wilde toch niet te laat bij mijn ouders aankomen. Een gesprek achteraf met aanwezigen had met zekerheid een ander verhaal opgeleverd. Bovendien hadden ze me mogelijk de volgende termen kunnen uitleggen ‘Checibim’ en Serafim. Nu moet ik het doen met Google. Checibim kan ik al helemaal niet vinden en bij Serafim kom ik terecht bij een Hulporganisatie voor ontwikkelingswerk en een bisschop uit de jaren twintig van de vorige eeuw.

Het is ook goed zo, ik heb de eerste kennismaking als zeer zinvol ervaren.

 

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Mijn Conventie van Achlum

Een enthousiast blogger en een starter op andere sociale media zoals Facebook en Twitter, that’s me. Niets bijzonders, maar er zijn momenten dat ik de onverwachte genoegens van bijvoorbeeld Twitter erg kan waarderen. Aanvankelijk stonden Facebook en Twitter in dienst om mijn blog te promoten. Zo ook afgelopen woensdag. In mijn hoofd zat een stukje tekst en dat kwam er vlot uit. Over Andrée van Es, Bart Spruyt en hoffelijkheid. Geen wereldschokkend stukje tekst, maar toch het kreeg niet de aandacht die het ik vond dat het verdiende, dus maar een beetje twitteren met die handel.

 

‘Hè, de conventie van Achlum gaat over de toekomst van Nederland, daar gaat mijn stukje ook over, op mijn manier dan. Ik twitterkoppel dat lekker aan elkaar. Weinig enthousiasme. ’s Avonds herinner ik me mijn eigen blog over de kerkdienst van Achlum en ik promoot ook dat stukje maar even.’

 

 

 

 

 

De volgende dag onverwacht de vraag of ik interesse had om te komen. En ja hoor, de toezegging om op de Conventie van Achlum aanwezig te mogen zijn, kwam in de loop van donderdag. Nog even in de stress omdat het vouchersysteem ‘op’ was, maar we stonden op de gastenlijst, dus even vragen naar T. of M. Ondanks op de media verspreidde waarschuwingen van strenge controle en geen toegang zonder voucher, liep alles gesmeerd.

En dan, kom je ineens terug in Achlum, mijn vakantieoord van 2010, is nu omgedoopt tot een grote snoepdoos van sprekers van heel divers pluimage. ‘Waar ga ik naar toe?’ ‘Heb ik interessante vragen?’ en ‘Wat zijn interessante onderwerpen om over te bloggen?’ Vooral dat laaste is een belangrijke drijfveer. En misschien loopt het op de dag zelf wel helemaal anders. Schrijvers, wetenschappers, politici en bestuurders uit heel Nederland zijn uitgenodigd mee te denken over: ‘Staat en de toekomst van Nederland.’ En dat allemaal omdat verzekeringsmaatschappij Achmea haar 200 jarige bestaan viert en terugkomt bij de bron van haar ontstaansgeschiedenis ACHLUM. O ja, Bill Clinton is ook een van de sprekers. En ik mag er naar toe. Mijn zwager offreer ik ook de snoepdoos van sprekers en uiteraard maakt hij zijn eigen keuze. De avond vooraf vind ik het nog steeds moeilijk te kiezen. Ik weet één ding zeker, als ik terugkom, zal ik op me achterhoofd wrijven vanwege alle sprekers en nieuwe inzichten die ik niet heb mogen ervaren.

De Conventie van Achlum heeft in ieder geval gezorgd voor vier blogs (in mijn hoofd) en via dit introducerende blog geef ik mezelf de opdracht om tussen de bedrijven van het normale leven door, de stukjes te schrijven, over ‘De staat en de toekomst van Nederland.’ Ik wil daar rustig de tijd voor nemen en om te voorkomen dat ik ellenlange epistels ga schrijven, immers ‘In die Beschrenkung zeigt sich der Meister’ , echter via een beloftedatum gooi ik de druk erop om wel door te werken.

31 mei 2011

Opening, sfeer en verloop van de Conventie van Achlum.

3 juni 2011

Ben ik pensioenproof op mijn 45e? Kan mij het schelen.

Aanleiding is het gesprek tussen Mei Li Vos, Kees de Lange en Nynke de Jong.

5 juni 2011

Vind ik de moderne vrouw wel zo leuk?

Aanleiding is het interview door Arie Boomsma met Aaf Brandt Corstius

10 juni 2011

Open brief aan de directeur van GGZ Nederland

Aanleiding is de lezing van Paul van Rooij over de reflectie van de GGZ

Uiteraard ga ik mijn best doen mijn belofte waar te maken. U kunt me voor de zekerheid ook volgen op Twitter via @sprakeloosID om de stukken van uw voorkeur niet te missen. Want vooral Twitter blijft een belangrijke bron van reclame. En je weet maar nooit wat er van komt, misschien zijn er nog veel meer conventies?

Wandelen rond de hoogmis. Stephanuskerk te BORNE

 

 

INLEIDING

Het is weer eens nodig, een wandeling rond de hoogmis. De laatste keren betrof het wandelingen op plekken waar ik op vakantie was, maar een actieve wandeling vanuit de thuissituatie is langer geleden. De winterse weersomstandigheden laten een autorit toe. De zon schijnt zelfs tegen soms donkere luchten, hetgeen prachtige plaatjes met eigenaardige lichtvallen oplevert langs de A1 richting Twente. U moet het maar van me aannemen, want foto’s heb ik er niet van.

De ‘wandeling’ gaat naar Borne, het hart van Twente, maar ongetwijfeld zullen meer trotse Twentse dorpen zichzelf die eigenschap toedichten. Borne, de geboorteplaats van mijn vader en al zijn broers en zussen. Mijn grootouders bestierden een kleine supermarkt en alle jeugdverhalen van mijn vader vinden hier plaats. De kerk nam (en neemt) nog steeds een substantieel deel in als het zijn verhalen uit de oude doos betreft. Er woont niemand meer van de familie en dat is eigenlijk onbegrijpelijk, want Borne is best een aardige plaats om te wandelen. In mijn optiek een typische Twentse plaats qua atmosfeer en architectuur. Beide eigenschappen kan ik niet eens bondig omschrijven, maar, het is gewoon Twents.

De derde kaars van de adventskrant is aangestoken vandaag.

DE STEPHANUSKERK

Midden in Borne staat de Stephanuskerk, gebouwd in de jaren tachtig van de negentiende eeuw. Een van de vele kerken die juist in die periode van bloei van de katholieke kerk in Nederland is gebouwd. Met het huidige referentiekader zou je verwachten dat het een economische bloeiperiode moet zijn geweest, want veel bouwen, betekent dat het economisch goed gaat. De katholieke kerk ging het in ieder geval goed in die periode en ook in Borne. Zo goed zelfs dat een tweede katholieke kerk vijftig jaar later noodzakelijk was. Mijn vader herinnert zich de bouw van de zusterkerk in Borne, de Theresiakerk, nog goed.

TIPJE VAN HET RIJKE ROOMSCHE LEVEN

De Stephanuskerk te Borne, middelpunt van het dorp, maar voor mijn vader, als ik zijn verhalen mag geloven, vaak een lijdensweg, met meerdere diensten op zondag.

‘Toch zal hij als klein jongetje in ieder geval vroom en erg katholiek zijn geweest, want hij wenste Paus van Borne te worden of in ieder geval bisschop. Het is er niet van gekomen, maar mijn grootouders konden tevreden zijn, het Roomsche gezin heeft in ieder geval één priester afgeleverd, met daarbij de nadruk op ‘konden’.

Na enige jaren een priesterleven in Brazilië te hebben doorgemaakt, lonkte het wereldse leven, mogelijk vooraf gegaan aan twijfels aan de Roomsch katholieke leer. Dat vertelt het familieverhaal voorlopig nog niet, in ieder geval niet aan mij.

De kerkgang was vaak een gruwel voor mijn vader, want als oudste zoon van een kruidenier was hij samen met zijn broers en zussen, ook tijdens de kerkdiensten, het uithangbord van de winkel. En zekerheid voor voldoende klandizie was naast het bieden van kwaliteit, vooral ook het zijn van een vroom katholiek gezin. Misdragingen, hoe miniem dan ook, vaak geklikt door andere kerkgangers, werden door mijn grootvader op niet mis te verstane wijze gecorrigeerd.

Als kruideniersgezin behoorde je niet tot de notabelen van het dorp, maar enige status had je zeker en dat uitte zich door het bankrecht dat je je moest verwerven in de kerk. Je zat niet vooraan, maar zeker niet achterin. Een lege plek tijdens de mis leverde vragen op van de gemeenschap.

Misdragingen moesten bovendien verteld worden aan de biechtvader, want zonder een schoon geweten geen communie. En als vrouwen niet ter communie gingen, dan wist de hele gemeenschap dat er binnen onafzienbare tijd een nieuwe kerkgenoot op komst was. In die tijden, jaren dertig en veertig van de twintigste eeuw was het nog: ‘Gaat heen en vermenigvuldig u.’ Dat hiervoor acties ondernomen moesten worden die voor vrouwen zondig waren en dus biechtplichtig, werd als vanzelfsprekend aangenomen, er is immers maar één Heilige Maagd Maria. Voor mannen gold een soortgelijke plicht overigens niet.

En verzaken van je eerlijkheid tijdens de biecht was er niet bij, want hoe veel rozenhoedjes als genoegdoening ook gebeden moesten worden, de straf van de Allesziende was nog veel draconischer. Het vagevuur, hel en verdoemis speelden mogelijk een vooraanstaande rol. De boetvaardigheid was dus groot, maar dat is in de loop der jaren belangrijk minder geworden bij mijn vader (en zijn broers en zussen.)’

 De biechtstoel, volgens welingelichte kringen nog op dezelfde plaats.

DE ‘WANDELING’ NAAR DE KERK

Een kleine honderd kilometers moeten afgelegd worden om Borne te bereiken. Dat kan in alle rust en ik verheug me op het programma ‘Vroege vogels’ op Radio 1. Dat geeft zo’n lekker solidair gevoel als je rond negen uur als een van de weinigen op de weg bent. Ik kom het programma binnen als het over de mergelgrotten in Zuid-Limburg gaat. Pleitbezorgers voor het behoud van de grotten, willen dat deze ondergrondse landschappen een beschermde status krijgen. Een van hun argumenten is ook de kunstuitingen door Jezuïeten gemaakt aan het begin van de twintigste eeuw.

‘Ik vind het goed.’

Eigenlijk zit ik te wachten op het volgende onderwerp, maar het hele uur staan de mergelgrotten centraal. Een tegenvaller, ik had gehoopt om meer contemplatieve onderwerpen van het nog immer populaire radioprogramma. Ruim op tijd arriveer ik in Borne om nog wat foto’s te maken en naar het grootouderlijk huis te lopen. Zo kan ik me een voorstelling maken van de kerkgang naar de Stephanuskerk, toentertijd.

  Grootouderlijk huis en de weg naar de kerk

Eenmaal binnen valt me het licht op, terwijl de neogotische kerk alleen maar glas-in-lood ramen heeft, die volgens mij beperkt licht doorlaten. De aangebrachte partijen elektrische verlichting, maakt het kerkgebouw helder, zonder kil te worden. In combinatie met de kleurrijke glas-in-loodramen, oogt het gebouw in deze adventperiode feestelijk. Dit moeten ook anderen gedacht hebben, want meer dan honderd gelovigen, weliswaar veelal zestigplussers, maar ook een enkel kind en/of jongere, bezochten de dienst. Dat heb ik bij menig wandeling wel anders meegemaakt. Het grote nadeel van niet alleen in een kerkbank te kunnen zitten, is het ontbreken van volledige anonimiteit. De dame naast me kijkt menigmaal naar haar schrijvende medekerkganger. Gelukkig ziet ze ook dat het ‘staan, knielen, mee prevelen en de communie’ gewoon werd ondergaan door haar buurman. Zelf een bijdrage aan de collecte ontbreekt niet.

DE KERKDIENST

Tijdens de dienst heb ik weinig opvallende zaken waargenomen. Er is een gemengd koor dat af en toe zelfs een Latijns ‘moppie’ ten gehore brengt. Borne heeft nog de luxe van twee misdienaars die pastoor van der Sman bijstaan. Een koster en een voorganger van de Eerste Lezing completeren het personeel ten tijde van de dienst. De vrouw die deze lezing voordraagt (Jesaja 35, 1-6a.10) ontlokt me nog een enorme glimlach. Haar tekst begint met:

‘Zo spreekt de Heer:’

En de wijze waarop de ‘o’ van ‘zo’ uitgesproken wordt was wel zòòòòò onvervalst Twents, prachtig gewoon, want ‘Zo spreekt immers een Twentse.’

Een kleine meid van ongeveer 7 of 8 jaar met de naam Loes, leest ter gelegenheid van de derde adventzondag een gedichtje voor. Zij is samen met, volgens mij de zoon van de koster, de enige minderjarige in de kerk. Wel wordt de dienst gevolgd in het parochiehuis door kinderen met behulp van een pastor, die mogelijk een eigen draai aan de sobere dienst zal geven. Ik kan het u niet vertellen, ik was er niet bij.

De soberheid van de dienst moet vertaald worden met volledige herkenbaarheid mijnerzijds. De gebeden en woordkeuze ken ik uit mijn eigen jeugd (als misdienaar) en met weinig moeite gaan de laatjes in mijn geheugen open. En als er op het eerste gezicht geen opvallende zaken tijdens de dienst gebeuren, mensen allemaal in hun rol blijven, dan rest mij slechts de preek om inhoudelijk te bespreken, want die is volgens mij iedere zondag anders en vaak de persoonlijke boodschap van de pastoor. Nee, deze dienst was in mijn optiek een typische katholieke mantra en er is natuurlijk niets mis met een mantra om naar binnengekeerd de zondag te starten.

De preek

In de preek komen meer wereldse zaken ter sprake, al zal iedere pastoor mogelijk terecht opmerken dat ook de Bijbelse teksten per definitie actueel zijn. Echter taalgebruik is niet altijd up-to-date en de vertaalslag naar het hier en nu niet altijd eenvoudig. De preek is voor mij vaak een houvast van de sfeer van dat moment of in ieder geval van de pastoor. Na aanleiding van het evangelieverhaal vraagt pastoor van der Sman zich af hoe wij zouden hebben gereageerd op (de komst van) Jezus. Zouden wij vol verlangen zijn geweest? Hij maakt het vergelijk met het verlangen van kinderen rondom de Sinterklaastijd. Dat verlangen van de kinderen is gelijk aan het verlangen naar de geboorte van Jezus, de adventperiode dus. Maar het verlangen van kinderen gaat vaak gepaard met ongeduld of erger nog, ontevredenheid. Het moet beter, groter en sneller. Onwillekeurig moet ik denken aan een stukje cabaret van Youp van ’t Hek, die deze problematiek ook beschrijft.

Ik ben het eens met de pastoor, maar vind daarbij de kinderen slechts exemplarisch voor de hele maatschappij. Gelukkig komt hij meteen ook met een voorbeeld van het ongeduld bij de bakker, bij wie de keuze voor twintig broden nog niet voldoende is. Hij zet dit af tegen de nooddruftigen elders in de wereld. Pastoor van der Sman wil dat ook benadrukken ter gelegenheid van zijn 25 jarig priesterschap in januari 2011 om geld in te zamelen voor projecten in Sri Lanka. Ik denk dat maar weinigen de pastoor ongelijk zullen geven in het meer, beter en sneller in de Westerse wereld. Nu de daad nog bij het woord voegen.

‘Dat is de oude Stephanuskerk, maar dat weten niet zoveel mensen meer in Borne. Deze kerk is al sinds mensenheugenis in gebruik door de Nederlandse Hervormden.’

WANDELING TERUG

De kerk loopt vrij snel leeg, dus de gelegenheid om de laatste foto’s te schieten. Ik word gewezen op de mogelijkheid om vanaf het in onbruik geraakte kerkkoor een foto te maken. Ik benader daarvoor de koster (volgens mij) die de sleutel ophaalt.

Op weg naar de auto zie ik de andere katholieke kerk en maak een foto om het Rijke Roomse leven van Borne in vroeger tijden te symboliseren. Na afloop rijd ik naar mijn ouders voor een kop koffie en op de radio gaat het nog steeds over de mergelgrotten in Zuid-Limburg.

Het is trouwens maar goed dat ik mijn vader consulteer over mijn wandeling rondom de hoogmis in Borne.

‘Dat is de oude Stephanuskerk, maar dat weten niet zoveel mensen meer in Borne. Deze kerk is al sinds mensenheugenis in gebruik door de Nederlandse Hervormden.’

 

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Wandelen rond de hoogmis. Kölnerdomkirche te Keulen

Een hotel op nog geen vijf minuten lopen van de Kölner Dom, zorgt ervoor dat de wandeling voor de kerkdienst van zondag 3 oktober om 12.00 uur al twee dagen ervoor begint. Menigmaal heb ik in het verleden de magnifieke kerk bezocht, voor het eerst begin jaren zeventig. In mijn beleving waren de torens toen veel meer zwartgeblakerd en was het binnen donkerder en de vloeren nog onbetegeld. Maar ik kan me vergissen.

Samen met vele toeristen ga ik, in bij zijn van mijn vrouw, de kerk in en loop er doorheen, we steken een kaarsje op bij het eerste Maria-altaar en snuiven de mengeling van historie, godsdienst en commercie op.

De kaarsjes moeten betaald worden natuurlijk, dus pak ik mijn portemonnee en stop wat geld in de gleuf. Terwijl ik de beurs in mijn zak aan de zijkant van de broek peuter, zie ik in mijn ooghoek twee vrouwen, knielend voor het Mariabeeld. Een oudere, hevig prevelende vrouw met de ogen dicht en een jongere vrouw, mogelijk haar dochter. Zij bidt niet en heeft haar ogen, felle donkere kijkers open en ziet toe hoe ik mijn centen wegstop. Onmiskenbaar Romavrouwen en onmiskenbaar ben ik op mijn qui-vive misschien wel mede dankzij de Franse president die het stigma over Roma en hun grijpgrage handen de media in heeft geslingerd. Het is maar een moment en toch betrap ik me erop, schandalig. Gewoon een jonge vrouw die haar moeder begeleid bij de gang om Maria te aan bidden.

Indrukwekkend groot, maar hoe krijg je de toren in beeld zonder het perspectief te verliezen. Dit is dan de beste poging geworden.

We lopen verder, kijken rond en stoppen ander maal bij een kaarsjesaltaar, dit maal van de Heilige Antonius, die zorg draagt voor het vinden van verloren zaken. Ook nu weer een kaarsje opsteken, want er is altijd wel wat kwijt dat teruggevonden moet worden. En omdat me niet meteen wat te binnen schiet, probeer ik het maar voor een ander te doen, ver weg in Nederland. Ik weet niet of dat mag, maar niet geschoten is altijd mis.

Ik sluit mijn ogen en vraag, ik vraag of het verstand bij Rutte terug mag komen en het geweten van Verhagen. En voor Geert Wilders? Tja, wat is Geert Wilders kwijt, ik zou het niet weten. Misschien mag je ook vragen of hij van iets, een pietsie minder mag hebben, ego bijvoorbeeld?

De combinatie van vooroordelen ten aanzien van Roma en aanmatigende gedachten ten aanzien van de nieuwe poldertrojka, geven me niet zo’n vroom gevoel. Bij het verlaten van de kerk donneer ik wat geld aan een bedelende vrouw. Het blijkt de jonge Romadame uit de kerk te zijn, pure gerechtigheid dus. En mijn wensen ten aanzien van de Nederlandse politici zijn niet uitgekomen, zoals ik inmiddels weet.

De spoorbrug over de rijn, een van de vele bruggen die Keulen rijk is. Om dit zicht te bereiken zijn eerst 509 traptreden te overwinnen.

Op naar de toren die we uiteraard in willen. We betalen €2,50 en lopen op zoek naar een lift totdat we een bordje zien dat er geen ‘Aufzug’ is en dat de toren uit 509 treden bestaat. Niets wegdromen en meditatieve momenten, terwijl we over de stad heen kunnen kijken. Eerst aan het werk, al die treden zullen bestegen moeten worden. Niets geen geestelijke bevrijding, maar fysieke inspanning en ik ben mezelf met mijn rokersconditie tegengekomen op die trappen. Gelukkig ben ik niet de enige, ook anderen hoor ik hijgen en zie zweetdruppels op hun voorhoofden staan. Maar het uitzicht is prachtig.

De volgende dag lopen we er een aantal keer langs als we de stad in lopen of het museum Ludwig bezoeken. Op zondag gaan we er weer in. Ruim op tijd staan we op het kerkplein waarlangs de Keulse Marathon plaatsvindt. Een loopfestijn voor allerlei categorieën atleten. De binnenstad is voor een belangrijk deel afgesloten voor autoverkeer. Ik leef met de atleten mee want de eerste groepen zien er niet uit als doorgewinterde atleten. Enkelen lopen hun parkoer zelfs af in carnavalskledij. Ik heb enkele dagen ervoor mijn inspanningen verricht bij het beklimmen van de toren, nu ga ik voor mijn meditatieve moment.

Lopen, lijden en evangelie

Reeds om half twaalf treden we naar binnen en zien een grote groep mensen achter in de kerk staan. Ze worden tegengehouden door een drietal priesters gekleed in rode priesterkleding. Terwijl de wierook van voorgaande diensten nog nadrukkelijk aanwezig is, begrijp ik dat de rust voor de komende dienst al voorbereid wordt. Mondjesmaat mogen mensen doorlopen. Zij geven aan de dienst te willen bijwonen. Ook wij maken ons los van de grote groep toeristen en met jaloerse ogen van de achterblijvers zoeken wij een plaats.

De toeristen blijven achter in de kerk.

Er is nog keus volop, want slechts enkelen zitten pas in de kerkbanken. Bijna een half uur hebben we de tijd om te kijken naar de bebouwing, de andere kerkgangers of te lezen in het gebedsboek. Mondjesmaat komen geluiden van de marathon en enkele sirenes van ambulances naar binnen. Hopelijk is er niets ernstigs gebeurd met een van de lopers?

En ja hoor, ze zijn er weer, de gekleurde lichtstralen door de zon die schijnt in de prachtige glas- in loodramen. En wederom schiet ik een aantal foto’s en kan niet echt beoordelen of ze mislukt zijn. Dat wordt pas duidelijk als ik ze via de computer groter in beeld heb. Afwachten maar. De klokken luiden en de dienst zal snel beginnen.

De “heilige geest” laat zich maar moeilijk vastleggen met een eenvoudig digitaaltje gehanteerd door een eenvoudig fotograaf.

Gründlich als Duitsers spreekwoordelijk zijn, komt om twaalf uur van linksachter een vijftal mannen aanlopen. Ze lopen niet gedragen zoals ik gewend ben, maar ik begrijp het wel, ze moeten immers een behoorlijke afstand afleggen in de immense Dom. Het lijkt bijna een mild marstempo. Volgens mij zijn er drie priesters en twee misdienaars c.q. kosters, mannen die de veertig zeker zijn gepasseerd. De kerk is inmiddels behoorlijk vol gelopen met echte kerkgangers, terwijl de toeristen nog steeds achterin staan.

Het verloop van de dienst is niet wezenlijk anders dan ik gewend ben in Nederlandse katholieke kerken. Ook het Duits is redelijk te volgen al valt voor mij met enige regelmaat het laatste woord weg omdat de hoofdpriester in zijn toon omlaag gaat bij iedere zin en door het rondzingen van het geluid, mis ik soms enkele woorden.

Bij het zingen van de liederen ben ik even confuus. Terwijl iedereen meezingt, verbaas ik me erover dat ik als enige niet weet wat er gezongen wordt en hoe ik hierachter moet komen. Een kerkganger achter me stoot me vriendelijk aan en wil me een kerkboek overhandigen, maar dat heb ik wel. En opeens kom ik er achter dat op een van de pilaren de nummers van de gezangen digitaal, als een soort van bingonummer, worden weergegeven. Dat had ik niet verwacht en dus natuurlijk nog niet opgemerkt.

De preek gaat over de liefde voor God. De pastoor spreekt over dat het zaad van de liefde gezaaid moet worden en dat daaruit mooie akkers en sterke bomen kunnen ontstaan, maar dat regen de akkers kan laten onderlopen en sterke wind kan zelfs de sterkste bomen ontwortelen, maar ook dan blijft het zaad der liefde voor God over om verder te gaan. En liefde voor de ‘lebendige Gott’ is ook liefde voor andere mensen, juist ook voor andere mensen. Op de dag van de Duitse eenheid (dat blijkt 3 oktober te zijn, nu twintig jaar geleden) is die bewustwording van liefde van belang. Het geeft geen pas om je te keren tegen die ander, verwijzend naar de Ossies. We moeten niet treuren om iets minder welvaart door een ander te helpen, we mogen niet wegkijken. Dat hebben we twintig jaar geleden ook niet gedaan.

Laten we daarom bidden voor de verantwoordelijke politici en economische grote spelers en hen helpen in het wij- denken wij en niet in wij en zij.

Op dat moment denk ik dat de priester ook maar eens in Arnhem had moeten preken bij het CDA congres, of elders in Nederland bij degene die het kabinet in elkaar gaan timmeren.

De preek eindigt met de vraag of we moeten vechten tegen de ander of dat liefde en geloof het antwoord is.

Voor de pastoor is het klaarblijkelijk een retorische vraag, maar mijn mededogen ten aanzien van de Nederlandse regering in aanbouw ligt nog niet op de lijn van deze Duitse priester.

Kerkgangers en toeristen worden weer een eenheid.

Even later komen de ‘misdienaars’ langs voor de collecte en worden de voorbereidingen getroffen voor de communiegang. En dat laatste is altijd even opletten hoe de gewoontes in deze zijn, maar lang hoef ik er niet over na te denken. Op het moment dat de drie priesters zich verdelen vanaf het hoofdaltaar, lopen de mensen in een wanordelijke groep naar voren en wachten totdat de hostie hen wordt aangereikt. Ze wurmen zich dan door de menigte om zo ook plaats te maken voor de gelovigen achter hen. Dit is even een heel on-Duits tafereel.

Aan het einde van de dienst komen altijd de mededelingen zo ook in Keulen. De kerkgemeenschap wordt gewezen op de mis de week erop ten behoeve van motorrijders. Na afloop van de dienst zullen de motoren ook ingezegend worden. En dat is dan weer lekker vertrouwelijk katholiek. Met het sein van het einde, worden de toeristen ‘losgelaten’ en vermengen zich heel snel met de kerkgangers. De Keulse Dom is weer de hoofdattractie voor alle aanwezige dagjesmensen. Ook ik probeer nog enkele foto’s te maken en dat is niet eenvoudig. In normale omstandigheden zie ik mezelf al als een vrij beperkte amateurfotograaf, maar ik worstel echt met de maten van de Dom. Ik vind het moeilijk passende plaatjes te schieten. Wel neem ik me voor ’s avond vanaf één van de rijnbruggen nog een foto te maken van de verlichte kerk en de skyline’, want ambities moet je blijven houden.

Met de beperkte middelen vind ik dit een geslaagde foto, maar de miggezifter zal ongetwijfeld suggesties ter verbetering hebben, te beginnen met het grote zwarte vlak op de voorgrond.

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Wandelen rond de hoogmis. Neder. Herv. Kerk te Achlum

Even buiten Achlum (Fr) was ons vakantieverblijf, ’t Nije Bûthús, een woning op het Friese platteland. Bijna iedere avond probeerde ik de ideale foto te maken van de ondergaande zon, met het kleine dorpje en de kerk als middelpunt in de skyline. De eerste avond was de rode ondergaande zon overweldigend, een vuurrode bal, direct naast het dorp. Enkele minuten later was de bal verdwenen en een felrode gloed verscheen als een soort ‘Heilige Geest’ boven Achlum. Helaas had ik geen fototoestel bij me. De poging de zon te vangen was voor mij de reden om op 22 augustus 2010 de Nederlands Hervormde kerk te bezoeken in mijn reeks ‘Wandelen rond de hoogmis’.

 

 

 Aanvankelijk wilde ik een katholieke kerk bezoeken, want voor mij geldt een beetje ‘onbekend maakt onbemind’. Naast een aantal oecumenische diensten heb ik slecht één keer een protestantse dienst meegemaakt. Een beetje drempelvrees was er wel. Ik wilde me beter voorbereiden, dus aanvankelijk koos ik voor de katholieke kerk aan de haven in Harlingen. Maar ja, de zon bleef maar ondergaan in Achlum. Dus het diepe maar in en ik toog naar de Nederlands Hervormde Kerk van Achlum.

 

 

 Tijdens de vakantie bezocht ik de elf steden in Friesland. De provincie, maar ook rondom Achlum, viel me de gemoedelijkheid al op. In Achlum groette bijna iedere automobilist of fietser. Achlum is een zeer kleine gemeenschap, die heel hard moet werken om het dorp leefbaar te houden. Een eigen website moet een bijdrage bieden. In het achterhoofd heb ik het boek van Geert Mak over Jorwerd en hoe God er verdween. God is in Achlum nog niet verdwenen, de Hervormde kerk staat midden in de gemeenschap, al is er geen supermarkt of snackbar meer. Dat is allemaal geschiedenis. Trouwens de historie van Achlum is prachtig gedocumenteerd door Klaas van der Pol, eveneens op internet te vinden. Een absolute aanrader voor geschiedenisfreaks.

 

Zondagmorgen dus, en ik mag mezelf een schouderklopje geven voor de plichtsbetrachting. Ik geef u te doen om half negen op te staan in de wetenschap dat vijf uur ervoor het laatste borreltje nog verorberd werd. Eigenlijk best calvinistisch dat plichtsbesef, niet die biertjes natuurlijk, dat was eerder Bourgondisch.

Alleen de buurvrouw was bezig in de tuin, verder was het stil, alsof de ochtend voor de mensheid nog niet begonnen was. Een wandeling van een klein kwartiertje was nodig om de kerk te bereiken en halverwege klonken de kerkklokken. Ik zou zeker op tijd komen. 

 

De historie van de kerk in Achlum gaat ver terug.

 Via de zijdeur kwam ik in een gangetje en aan het einde links de kerk in om zo spoedig mogelijk in de laatste kerkbank kruipen om een totaaloverzicht te hebben. Een compleet andere kerkindeling bracht me ernstig van mijn stuk. Over de hele lengte stond een soort van tribuneopstelling met zicht op de preekstoel. Licht verbouwereerd liep ik de hele kerk door en wilde zo snel mogelijk de achterste kerkbank induiken, maar de klapdeuropening was aan de andere kant. Een vriendelijke Friese kerkganger onderbrak zijn gesprek en wees me de weg. Nog even werd ik opgehouden door een knipje om het deurtje te kunnen openen, maar dan kon ik toch plaatsnemen op de tribune, mijn luister- en observatiestek voor de komende tijd. Ik was namelijk op de hoogte van de spreekwoordelijke lengte van de preken, dus de gebruikelijke drie kwartier in de katholieke kerk kon ik op mijn buik schrijven. 

 

Foto uit het archief van website van en over Achlum zelf. Mijn eigen foto’s waren mislukt, te veel beweging. Maar deze is ook bijzonder mooi en veel is er nog niet veranderd volgens mij. 

De dominee kwam met vijf casual geklede mensen binnen. Twee van hen, een man èn een vrouw, bleken later met de collectezakjes rond te gaan. Een lange blozende en gebruinde man heette de gemeente welkom. Hij is met zekerheid een ouderling, maar kwam toch ontspannen over. De gezangen en Psalmen waren via een schoolbord bekend en ik was alert genoeg het gezangenboek mee te nemen in de consternatie bij binnenkomst. Toen de organist inzette bij het eerste gezang dacht ik:

‘De volumeknop mag wel een beetje zachter.’

Maar tot mijn verbazing wist de gemeente er wel weg mee en de pakweg vijftig aanwezigen galmden lustig mee, alsof ze een wedstrijdje deden met de organist. En gezien de leeftijd van de meesten, weliswaar iets jonger dan ik gewend ben in de katholieke kerk, een hele prestatie. De meeste liederen waren ouder dan 200 jaar, dus hier geen gedoe dat de liedjes te nieuwbakken zijn. Het zal beslist interessant zijn om de kerkelijke historie van de gezangen aan een inspectie te onderwerpen. Ik besluit me echter te richten op de preek, die als ik goed heb opgelet door dominee Kroon uit Beetgemermolen ‘Verkondiging’ werd genoemd.

Na de dienst hoorde ik dat hij niet de vaste voorganger is, maar deze week mevrouw Reitsema-Ferwerda vervangt.

 

Dominee Kroon kondigde tijdens de opening aan dat hij Genesis 3 wilde bespreken. Een hele uitdaging. want heel lang heeft hij niet over Adam en Eva durven preken.

‘Het roept zoveel vragen op.’

Dat klopt, want met een beetje logistieke en biologische kennis is de geschiedenis van Adam en Eva gemakkelijk te ontkrachten. Ik ben benieuwd. De voorganger memoreerde nog de heerlijkheid van de stilte in de kerk, in tegenstelling tot de drukte van alledag. Ik kan het beamen, al vind ik Friesland behoorlijk stil.

In de preek kwam hij terug op de stilte, het Huis van Stilte, in dit geval de kerk van Achlum. De heer Kroon veralgemeniseerde de wens tot stilte tot de maatschappelijke context.

 

‘Wanneer ben je maar met één ding bezig in een tijd van multitasken? Wie gaat er tegenwoordig in de tuin zitten en doet niets, geen radio, geen boek en geen telefoon?

Niemand, we luisteren niet meer naar één stem, er zijn altijd meerdere stemmen aanwezig.

 Ik kan niet meer met hem eens zijn, we zijn druk, druk, druk. We stapelen de prikkels op en als we niet uitkijken, worden we horendol. In eerdere stukken op mijn blog heb ik al eens afgevraagd of autisme nu toeneemt of dat de maatschappij autistisch wordt. Een eensluidend antwoord op die vraag heb ik niet, maar ik weet wel dat de maatschappij rusteloos is met negatieve gevolgen voor veel mensen. Een contemplatief moment in de kerk kan ik dus erg waarderen.

 

Op momenten dat ik niet naar de dominee keek of geen aantekeningen maakte was dit het beeld dat ik had. Een model van de kerk op een oude piano.

 

‘Zelfs in de kerk zijn we vaak met meerdere dingen bezig, al is het maar om het pepermuntje te zoeken.’

 

Ik had geen pepermunt, maar ben wel bezig met mijn nek. Ik vond de preekstoelopstelling niet prettig. Ik kijk graag naar de plek waar het geluid vandaan komt en moest constant schuin naar boven kijken, een belasting voor mijn nekspieren. De volgende keer ga ik hoger zitten. Ik vind het trouwens sowieso vervelend, een dominee boven de gemeente, maar dat is vast een kwestie van wennen. Desondanks lukte het me goed te luisteren en vooral veel aantekeningen te maken, ik durf alleen niet te beweren of dit de gewenste ‘stilte’ is.

 

 

 ‘Adam en Eva in de Tuin van Eden kenden al meerdere stemmen, naast de stem van God was er de stem van de slang. Toen waren er al twee stemmen door elkaar. En ik vertel dit verhaal niet om nog eens aan te tonen dat de hedendaagse last allemaal veroorzaakt wordt door de slang die Eva zou hebben verleid. Het verhaal van de slang is niet dat de mens hopeloos verloren is, machteloos in zijn doen en laten en troosteloos in het lijden. Dat is niet de boodschap.’

 

Goed zo. Ik ben allang over het stadium dat alles uit de Bijbel letterlijk genomen moet worden. Er moet gezocht worden naar symboliek en levenswijsheden.

 

‘Veel mensen, net als Eva, horen meerdere stemmen en kunnen zich niet meer concentreren op die ene Stem. En dat is niet dankzij het lot, de natuur, de Goden of God zelf. Je hebt je lot in eigen handen om die Stem te horen. We worden te veel afgeleid door andere stemmen in het leven.’

 

Nu begrijp ik dat de core business van dominee Kroon is mensen te overtuigen van die ene Stem en ik vind dat hij dat beeldend doet met een consistent verhaal. Ik haal eruit, op basis van mijn eigen levenservaring dat luisteren naar die ene Stem heel belangrijk is. Of die stem nu God is of eerlijkheid en zuiverheid naar jezelf en je medemensen, de kern van het leven, doet niets af aan de preek. Een mens is snel afgeleid van hetgeen wezenlijk is in zijn of haar leven. Ik denk namelijk, al zou er één Stem zijn, dat de mensen die ene Stem ieder op hun eigen manier interpreteren zonder dat de ene uitleg beter of slechter is. Iedereen moet op zoek naar zijn eigen Stem. De dominee en ik zijn het hier niet helemaal met elkaar eens, maar ik kan dominee Kroon nog steeds goed volgen. Zeker als hij zegt:

 

‘Hebben Adam en Eva bestaan? Ze bestaan nog steeds, hier en nu. Heeft de slang daadwerkelijk gesproken? In 1926 heeft dit tot een van de vele scheuringen in het protestantisme geleid naar aanleiding van de bevindingen van dominee Buskus. Maar dit terzijde, ook de slang spreekt nog steeds in vele gedaanten. Maar ook God bestaat nog steeds en spreekt nog immer.’

 

Wijze woorden en een constructieve preek, maar als de dominee met een voorbeeld komt over de vele stemmen in ons leven, frons ik mijn wenkbrauwen.

 

‘Wat doe je als een collega die niet in God gelooft, vriendschap met je wil sluiten. Je vrouw is tegen, maar je accepteert de vriendschap. Je luistert naar een andere stem dan die ene Stem.’

 

Wat zegt dominee Kroon nu dan, begrijp ik het niet helemaal? Natuurlijk kan ik niet buigen op goed onderbouwde Bijbelkennis, maar mijn kennis van de Nederlandse taal is ruim voldoende. Moet de man naar zijn vrouw luisteren? Hoewel ik dit grappig vind, is dit niet conform gangbare Bijbelse opvattingen. Of mag je geen vriendschap sluiten met een niet gelovige omdat zoiets zou afleiden van die ene Stem? Als hij dat bedoelt, dan ben ik het er niet mee eens, sterker nog, ik denk dat mijn Stem de vriendschap zou aanmoedigen. Vriendschap sluiten kan nooit aanleiding zijn voor het doof worden voor de Stem.

 

 

Ik weet niet hoe hij het heeft bedoeld, ik kan het niet meer navragen. Nadat de laatste combinatie van zang en orgel wegstierven, stelde de dominee zich bij de kerkdeur op en gaf iedereen een hand. Terwijl ik de foto’s maakte, merendeels mislukt helaas, ben ik te laat om nog uitleg te vragen. Eenmaal buiten werd ik aangesproken of ik van de pers ben. Na mijn ontkenning, meld ik wel dat ik een blogje maak over de dienst en deze zeker richting Achlum, de gemeente en naar dominee Kroon zal sturen.

 

Mijn eerste niet katholieke wandeling rond de Hoogmis zit er op, na één uur en tien minuten sta ik weer buiten. Ik moet zeggen dat van de dienst werk is gemaakt. Het begin, de preek en de afsluiting hadden een duidelijk verband, hiervoor hulde. Er zat voldoende stof in om over na te denken en het is nu eenmaal zo als je veel s()preekt, is er voor de buitenstaander ook veel om het niet eens te zijn, of niet te begrijpen.

 

Terug naar ons tijdelijke huis, is het nog steeds stil en de zon schijnt niet. Gelukkig heb ik enkele foto’s kunnen maken van de zonsondergang boven Achlum al verbleken die bij die ene foto in mijn hoofd. Helaas kan ik dat niet delen, maar de wandeling wel.

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Wandelen rond de hoogmis St. Mary -Star of the Sea Church te Hastings(GB)

Zicht op Hastings vanuit East Hill met op de voorgrond een kerk die de Church Saint Mary- Star of the sea, onzichtbaar maakt.

De wandeling van vader rond de hoogmis wordt in volledige harmonie ingemetseld in de vakantieplannen van de rest van het gezin. Op vakantie in Hastings aan de Engelse Zuidkust is een prachtig oud Engels huis betrokken. In de vakantievoorbereidingen had ik al gekeken of er een katholieke kerk in de buurt van dit huis te vinden is. Tot mijn grote geluk was op slechts vijf minuten loopafstand het doel van mijn wandeling al snel gevonden. De Saint Mary- Star of the Sea Church in de High Street te Hastings heeft op zondag twee missen, een om tien uur en eentje om half twaalf. Dat is een luxe denk ik met mijn kennis van de beperkingen die de katholieke kerk in Nederland heeft. De wandeling zou om kwart over elf beginnen zodat de ochtend in alle rust gestart kon worden.

Regenachtige blik op High Street met May Day versieringen aan de hekken

Hastings

De wandeling begon natuurlijk al eerder, namelijk de dag ervoor met de reis via Duinkerken naar Hastings, the Land of 1066. Dat wist ik natuurlijk wel, ergens opgediept uit mijn geschiedenisgeheugen. Maar Willem de Veroveraar is niet veel meer dan een naam uit de Engelse geschiedenis, hoe belangrijk ook voor de Engelsen. Ik heb er in ieder geval geen levendige beelden bij. Het plaatsje Battle, waar veel van de narigheid en oorlog met Willem de Veroveraar heeft plaatsgevonden ligt zo’n 15 miles van Hastings.

Trouwens ik heb in de hele periode niet precies geweten hoeveel een mijl is, dus ik hoop dat de Engelsen minder consequent zijn met hun snelheidscontroles dan hier in Nederland. Met name binnen de bebouwde kom had ik het gevoel af en toe te hard gereden te hebben, daarbuiten was ik eerder een veroorzaker van een rij auto’s achter me, dus daar maak ik me niet zoveel zorgen om. Maar dit terzijde.

We bezochten Battle op een wel heel regenachtige dag en de lust om eens echt in de geschiedenis te gaan graven was binnen ons gezin niet alom vertegenwoordigd. Een leuke coffeepub hebben we wel bezocht, maar veel wijzer over Willem de Veroveraar ben ik niet geworden. Hastings is trouwens niet uitgezocht op basis van een historisch besef, maar eerder op basis van beschikbaarheid van een passende accommodatie al dan niet met een katholieke kerk in de nabijheid. Ik wilde speciaal een katholieke kerk in Engeland omdat ik dacht dat het ging om een zeer verdrukte minderheid na het schisma door Henrik de Achtste. Dit bleek een misvatting want ruim 8 procent van Engeland is nog steeds (of weer) katholiek.

St. Mary – Star of the Sea Church

De wandeling naar Saint Mary – Star of the Sea Church

Alleen bij het horen van de naam van deze kerk, slaat mijn hart een beetje sneller, want dat kunnen ze, de katholieke kerk verzint de meest poëtische namen. Maria, Ster van de zee, prachtig. Minder goed ging het zoeken van informatie over de geschiedenis van de kerk. Op internet heb ik niets gevonden, maar ook in de kerk zelf heb ik weinig historische feiten kunnen vinden. Ik kan ze derhalve niet met u delen of een nuttige link ter beschikking stellen.

Iedereen was, mogelijk door het uur tijdsverschil om negen uur al klaar om te ontbijten en om half tien is in democratische eensgezindheid besloten dat ik niet om half twaalf, maar om tien uur mijn wandeling zou genieten. Ondanks mijn eigen instemming, voorvoelde ik al een race tegen de klok. Snel douchen, scheren en aankleden en dan nog de wandeling naar de kerk binnen een half uur. Een riskante onderneming, maar ik wil, onbekend met de mores van de Engelse kerkganger, een beetje fris tevoorschijn komen.

Met een stevige pas, zonder paraplu tegen de gestaag vallende Britse regen, kom ik iets na tienen aan. Ik had de klokken wel horen luiden, maar was niet zeker of ze bij de Saint Mary behoorden.

‘Shit’ zei ik even in vertwijfeling. Tegelijk dacht ik dat de Engelse taal voor religieuzen een fijner vloekmiddel kende dan in het Nederlandse taalgebied. Al weet ik dat een inmiddels overleden tante van mijn vader die vanaf 1945 in Engeland woonde, hevig verontwaardigd was van het ‘geshit’ van allerlei achterneven en nichten op een familiereünie.

In mijn moment van besluiteloosheid zie ik echter nog meer mensen de kerkdeur inschieten, dus zonder dralen loop ik achter hen aan. Na mij zullen er nog meer mensen volgen.

De dienst

Een beetje verregend, onwennig, zonder een misboekje of een liederenboek en tegen een pilaar aankijkend, zit ik op het eerste bankje dat ik bij na de kerkdeur tegenkwam. Ik moest daarvoor eerst nog in een soort van tussenstuk lopen waar zich meerdere mensen ophielden. Het was mij onduidelijk wat zij deden en of zij een functie hadden. Zij hadden middels twee grote ramen wel zicht op het gebeuren in de kerk.

Acclimatiseren en me instellen op de situatie in het hier en nu was mijn eerste doel. Dat is niet zo heel gemakkelijk onder de gegeven omstandigheden. Bovendien had het kerkbankje, het laatste in de rij minder voet- en beenruimte dan de anderen bankjes. Het nadeel hiervan zou ik later tijdens de dienst nog merken bij het staan, ik kon mijn voeten niet kwijt en om nu op het voetenbankje te gaan staan, terwijl gemiddeld al een halve kop groter was dan de gemiddelde kerkganger, vond ik ook geen optie. Het heeft me een serieus gevecht opgeleverd tegen kramp in mijn rechtervoet. Gelukkig wisselde het staan, zitten, maar ook knielen zich heel geregeld af, dus van een blijvende kwetsuur was geen sprake.

Met het ontbreken van meeleesmogelijkheden, moest ik terugvallen op mijn gehoor en mijn actieve kennis van het Engels. Om met het tweede te beginnen, durf ik te beweren dat ik bijna alles kan zeggen in het Engels dat ik kwijt wil aan mijn gehoor. Fraai is het zeker niet en de grammatica lap ik veelal aan mijn laars. Een probleem heb ik wel met de accenten van onze Britse medemens om te begrijpen wat zij aan mij kwijt willen. De verkiezingsdebatten op de BBC kan ik goed volgen, maar het is me vaker opgevallen dat eenvoudige beleefdheidsfrasen in een winkel me ernstig doen twijfelen aan mijn Engelse taalkennis. Zo ook nu. De priester, die ik de eerste twintig minuten niet zag, was voor mij onverstaanbaar. Hij had een accent, maar welk Engels accent, ik durf het niet te zeggen. Later bleek het te gaan om een Aziatische priester, waarschijn India, maar mogelijk ook de Filippijnen. Bovendien speelt het rondzingen van het geluid me ernstig parten.

Ik durf daarom ook niets zinnigs te zeggen over een eventuele verheffende boodschap aan mij en mijn kerkgangers. Het voordeel van het mentaal afgesloten zijn van de dienst is dat ik alle tijd heb om mijn omgeving te observeren.

Zicht op het ‘vagevuur’ waar zich actieve kerkgangers ophielden tijdens de dienst

Ik zei het al, na mij kwamen nog meerdere mensen binnen, maar anderen verdwenen weer en kwamen zelfs weer terug. Het was vrij druk in de kerk, zeker voor tweederde deel gevuld met gelovigen en niet alleen ouderen, maar ook gezinnen met jonge kinderen. Mijn kerkbankje deelde ik met een meisje (of vrouw) van zo’n twintig jaar, gekleed in een strakke spijkerbroek, grijs sweatshirt met capuchon en witte sportschoenen. Ze was zeer geconcentreerd bezig met de dienst en volgens mij heeft ze mijn observerende blikken niet waargenomen. Ze zou zomaar een Poolse kunnen zijn. Die conclusie is niet ondenkbeeldig omdat ik met zekerheid weet dat er meerdere ‘slavische koppen’  aanwezig waren, hele gezinnen soms. Het mooie van het gezin voor me, waarbij vader en twee jonge kinderen al aanwezig waren en moeder later aanschoof, zeer nauw betrokken was bij de dienst, maar ook bij elkaar. Intense blikken, strelingen over de nek en een arm om de schouder deden mij geloven dat de viering voor hen een intense familieaangelegenheid is. De Poolse gemeenschap is in de contreien van Hastings dusdanig groot dat het in ieder geval iedere maand een Poolse dienst oplevert in de Saint Mary – Star of the Sea.

Een man aan de andere kant van het kerkpad, was duidelijk ongeschoren en heeft zich niet bovenmatig ingespannen om ‘netjes’ te kerke te gaan. Misschien heeft hij dat ook wel gedaan, maar niet de mogelijkheden om zich anders te presenteren dan hij gedaan heeft. Mogelijk een alleenstaande man voor wie de bewassing zonder een vrouw in zijn leven niet meer zo vanzelfsprekend is. Hij kwam in ieder geval iets zwerverachtig over.

Inmiddels was ik gewend geraakt aan de onrust van binnenkomende mensen via de deur naast mij. De onrust werd groter toen ook de priester met maar liefst vier in hemelsblauw geklede misdienaars en senior accolyten een wandeling ging maken door de kerk en ook in het onbestendige gedeelte achterin kwam via de ene deur en via de deur naast me er weer in de kerk kwam. Nu, op de voet gevolgd door een hele rij jongens en meisjes in de leeftijd van vijf tot acht jaar, sommigen vergezeld door hun ouders anderen min of meer in het gareel gehouden door twee ‘kleuterjuffen’ op leeftijd. Onderwijl werd de muzikale ondersteuning geleid door een goedbedoelde solozangeres die gelukkig het merendeel van de kerkgangers meekreeg, zodat haar vocale capaciteiten, maar vooral het ontbreken hieraan minder opvielen.

Op het moment dat ik na de dienst de foto’s maakte, las ik op de voorste kerkbanken dat deze gereserveerd waren voor deelnemers aan de kinderliturgie. Dat verklaart mogelijk voor een deel de onrust. Maar ook de viering van de Eucharistie leverde weer een stuk onverklaarbare logistiek op, waarbij mensen richting het altaar liepen, maar ook naar achteren om via de andere kerkdeur alsnog de hostie te ontvangen. Ook de mensen achter het glas namen nu actief deel aan de viering van brood en wijn, maar gingen evenzo goed weer terug naar hun plek buiten de kerk.

Zelf bleef ik maar zitten onder het motto:

‘Blijf zitten waar je zit en verroer je niet, houd je adem in en stik niet.’

Nu klinkt dat pathetischer dan het bedoeld is, maar hoewel het geheel voldoende stof oplevert voor een stukje, moet ik helaas zeggen dat ikzelf enige geleiding van een kerkdienst toch erg prettig vind en dat een blinde overgave aan mij niet besteed is.

Wandeling terug naar ‘huis’

Het regent nog steeds en ik laat de nieuwste indrukken op me inwerken. Parallel aan de kerkdienst moet ik denken aan de tegeltjeswijsheid ‘Van het concert des levens, heeft niemand een program.’ Ik had weliswaar geen program van de kerkdienst, maar dat is niet zo erg. Ik kan nu fantaseren dat de kinderliturgie te maken heeft met het vieren van May Day, een soort van lenteachtige vruchtbaarheidsfeest dat in Hastings op 1 en 2 mei op bijna carnavaleske wijze is gevierd. Ik weet het niet en dat is niet erg.

Maar de tegeltjeswijsheid over ‘het concert des levens’ moet ik sterk nadenken. Ik heb het gevoel dat de volkswijsheid eigenlijk niet waar is en ook weer wel. Natuurlijk weten we niet wat de volgende dag gaat gebeuren net zoals ik twee weken geleden hoegenaamd niets wist van Hastings, behalve dan van die gebeurtenis in 1066 en op de tweede mei 2010 loop ik als vanzelfsprekend naar ‘huis.’ Maar dat zijn natuurlijk futiliteiten. Weten we niets over het concert des levens? of is alles toch al een beetje voorgecomponeerd? Willen we nu wel of geen programma voor het concert des levens? Houden we wel van onzekerheden of zoeken we juist uitdaging en zijn we thrillseeking, om het maar eens op zijn Engels te zeggen.

Mijn ‘thrill’ voor die middag is om met zijn allen naar Battle te gaan om iets te weten te komen over Willem de Veroveraar.

Inmiddels weet ik dat ik er nog steeds niets meer van weet behalve dat ene jaartal 1066. En dat is dan weer een mooie onverwachte kentering in het leven.

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

 

Wandelen rond de hoogmis/ Martinuskerk te TWELLO

De plicht roept, zou ik kunnen zeggen om vandaag “mijn wandeling rond de hoogmis” gestalte te geven. Het is Roepingenzondag hoor ik tijdens de kerkdienst in Twello. Ik zal u eerlijk zeggen, ik had er nog nooit van gehoord. Wel van ‘roeping’ natuurlijk, maar dat er een heuse zondag voor in het leven is geroepen met een voorleesbrief van de Nederlandse Bisschoppenconferentie, dat verbaasde me hogelijk. Nu werd de brief niet voorgelezen, maar lag netjes achter in de kerk om meegenomen te worden. In die brief staat bijvoorbeeld:

‘Voor ieder mens heeft God een doel voor ogen. Ons leven hebben we gekregen van God om de liefde te weerspiegelen die er in God zelf is. Ons fundamentele roeping is de roeping tot de liefde.’

 

Vanuit de kerklaan met op de achtergrond de Bed & Breakfast Duistervoorde

Nu is mijn wandeling rond de hoogmis absoluut geen roeping, maar ik doe het graag en probeer er wat zorg en liefde in te steken. Vandaag dus naar Twello, het geboortedorp van mijn moeder. In Twello staat de Martinuskerk waar mijn moeder waarschijnlijk gedoopt is, waar mijn ouders getrouwd zijn en eveneens de kerk waar mijn grootouders hun de laatste eer is bewezen. Ze liggen beide begraven op het kerkhof naast de kerk. Het nabij Deventer gelegen dorp is ook de plaats waar mijn moeder intens moest bidden in de carnavalstijd om het Bourgondische katholieke Zuiden te behoeden voor een overvloed aan alcoholische zonden en wulpsheid.  De Martinuskerk is dus het doel van mijn wandeling vandaag.

Hoe krijg ik het voor elkaar, beide gebouwen ‘te laten vallen’?

De wandeling

De wandeling ging vandaag weer per auto en mijn inschatting dat ik er binnen een half uur zou zijn, was correct. Nadrukkelijk moest ik het thuisfront beloven me te houden aan de aangegeven snelheden, want de boetes ter gelegenheid van de wandeling naar Raalte liggen nog op het bureau om betaald te worden, drie stuks van meer dan €200, – in totaal. In een rustig tempo rijd ik naar Twello en uiteraard weer met het radioprogramma Vroege Vogels op de achtergrond. De vulkaanuitbarsting in IJsland komt ter sprake en vol enthousiasme krijg ik te horen dat de uitbarsting voor het ecosysteem in Nederland ook enorme voordelen heeft. In de minuscule asdeeltjes die nu gaan neervallen, zitten relatief grote hoeveelheden silicium, koper en zink die gemakkelijk oplossen in het water. Ze vormen daar een voedzame bron voor allerlei algen, die gegeten worden door piepklein andere micro-organismen. Langzaam maar zeker wordt via de vissen en vogels daarmee ook de menselijke voedselketen voorzien van deze belangrijke elementen. Via erosie van gesteentes doet de natuur er eeuwen over om deze stoffen vrij te krijgen, de vulkaan in IJsland geeft ons mogelijk voor jaren voldoende. Goed nieuws dus. Ze hebben ook droevig nieuws bij vroege vogels. Enige weken schreef ik tijdens mijn wandeling naar Raalte dat twee jonge Europese bizonstiertjes (wisents) elders werden uitgezet om de kudde aldaar gezond te maken. Ze zijn niet meer, ze hebben het niet overleefd en nu wordt onderzocht hoe dat komt. Veel tijd om te treuren heb ik niet, want Twello komt in zicht en ook Twello gaat mee in de vaart der volkeren, dus even opletten hoe ik ook al weer bij de kerk moet komen want er zijn verkeerstechnisch enige veranderingen. En alsof de ‘duvel’ er mee speelt, met het parkeren van de auto, beginnen de klokken de luiden. Ik ben dus op tijd. 

 

 

 

 

De Martinuskerk in Twello (Duistervoorde)

De toevoeging Duistervoorde had voor mij als kind een magische klank. Er is niet zoveel fantasie voor nodig dat je bij Duistervoorde een ietwat unheimisch gevoel krijgt. In gesprekken bij mijn grootouders tussen de verschillende ooms en tantes kwam de term Duistervoorde regelmatig voor. Ik wist amper waar het overging, maar met Duistervoorde was iets aan de hand. Buiten dat Duistervoorde de plek was waar de kerk in de tweede helft van de negentiende eeuw is gebouwd, was het uiteindelijk ook de residentie van de werkgever van mijn opa. Als timmerman was hij werkzaam in de vleesfabriek van IJsseldijk. Daarnaast had hij ook veel onderhoudswerkzaamheden te verrichten in de villa’s van drie broers IJsseldijk. Toen hij inmiddels gepensioneerd was, is een nazaat van de familie neergestreken op het landgoed Duistervoorde naast de Martinuskerk dus. Mogelijk dat de gesprekken tussen ooms en tantes niet alleen gingen over het kerkelijk gezag, maar ook het wereldlijke gezag van de werkgever gingen. Religieus en wereldlijk gezag concentreerde zich in Duistervoorde. En dat er ontzag was voor de werkgever moge duidelijk zijn. Zo gaat er in de familie, of in ieder geval bij mijn moeder het verhaal de ronde dat mijn oma in de jaren vijftig een fiets kocht met verchroomde velgen. Alleen de vrouw van de baas had in het dorp zo’n fiets, dus oma kon onverrichter zaken terug naar de fietsenmaker voor een goedkoper modelletje. Waar haalde ze de hoogmoed vandaan?

De geschiedenis van Duistervoorde gaat terug naar 1358 met de familie van Apeldoorn tot een Amsterdamse bankier in de negentiende eeuw die uiteindelijk het huis op Duistervoorde zijn huidige vorm gaf. De gronden die erbij hoorden zijn voor een deel aan de katholieke kerk verkocht. Zij bouwden in die periode in rap tempo vele neogotische kerken, in Twello dus de Martinuskerk. Het huis van de familie IJsseldijk is inmiddels ook weer verkocht en momenteel wordt er een Bed & Breakfast gerund.

 

 

 

 

 

Bed & Breakfast Duistervoorde

 

De dienst

Ruim op tijd zit ik in de lichte kerk die door de invallende zon lenteachtig aandoet. Het koor is een beetje aan het repeteren, terwijl de mensen binnenstromen, hoofdzakelijk dezelfde generatie kerkgangers als overal. Gelijk met mij komt een gezin binnen met twee (bijna) volwassen dochters, de uitzonderingen die de regel bevestigen. Zij zitten in bank twaalf aan de linkerkant gezien vanaf de uitgang. Hoewel de dames geen tekenen van ziekelijke bewegingsdrift vertonen, piept hun bank of voetenbank erg hinderlijk gedurende de hele mis. Verder zoek ik in het koor naar tante R. maar kan haar niet vinden. In een moment van onoplettendheid komen oom A en tante G wel binnen, tenminste ze zitten er opeens. Ze zien mij niet, maar ik zal ze na de dienst zeker de hand even schudden.

De dienst wordt gedaan door een pastoor met een licht buitenlands accent en een lector, respectievelijk pastoor Kantoci uit Kroatië naar later blijkt en mevrouw T. Linthorst. Bij het openingswoord maakt pastoor Kantoci duidelijk dat het hem ook is opgevallen dat de lente echt begonnen is.

In zijn preek heeft de pastoor het nadrukkelijk over de negatieve publiciteit die aanhoudt over de katholieke kerk. Hij haalt de zinsnede ‘God leidt ons niet in bekoring’ aan en vraagt de bisschoppen en de Paus moed te hebben om het falen van priesters, zij dus die de bekoring niet hebben kunnen weerstaan, toe te geven. Alleen daarbij heeft de katholieke kerk baat en een goede toekomst.

Ik bedenk me dat het best moeilijk is om iedere keer over seksuele escapades van anderen te moeten spreken, terwijl je eigenlijk niet meer wil zijn dan een herder van een lokale geloofsgemeenschap, tenminste ik mag aannemen dat ook pastoor Kantoci die roeping heeft. De rest van de dienst doet me vooral denken aan de diensten zoals ik ze ken vanuit de jaren zeventig, blijmoedig maar weinig verrassend.

“Old school” zouden mijn kinderen zeggen.

Ik heb tijd om eens rond  te kijken. De combinatie van glas-in-loodramen en het zonlicht doet zijn werk en ik ben vastbesloten daar straks een foto van te nemen.

 

 

 

 

 

Poging om de kleuren van het glas in lood te pakken.

De collecte wordt in Twello een ‘één euro-collecte’ genoemd. Opvallend, die vaste afspraak en omdat ik als laatste in de rij ben voor de collecte en het mandje in de bank voor me zet, kan ik ongegeneerd kijken naar de opbrengst. Niet iedereen houdt zich aan de afspraak, menig kerkganger heeft twee euro gegeven. Ook zie ik een aantal kleinere muntstukken, maar ik durf die muntstukjes niet snel te tellen om te kijken of het precies een euro is.

Tijdens de communie, deze keer zonder wijn, heb ik oogcontact met mijn oom en tante. Terwijl de kerkgangers naar voren schuifelen, verlaat de organist zijn kerkorgel en loopt naar een piano aan de andere kant. Tot mijn verrassing speelt hij een popsong van Lionel Richie, volgens mij ‘Say you, say me’. Heel verrassend en mooi gespeeld. Ik neem me voor om thuis de liturgische waarde van het lied te onderzoeken.

De ontmoeting

Na afloop is er koffie in de kerk en met mijn oom en tante nemen we de laatste wederzijdse wetenswaardigheden van neven en nichten door. Ze vroegen zich af of ik verdwaald was. Ik laat maar in het midden of dat betrekking heeft op mijn verschijnen in hun kerk of in de kerk in het algemeen.

Mijn oom, genetisch behept met belangstelling voor geschiedenis en net als meer mensen van moederskant met twee hele rechter handjes leidt me snel door de kerk en is erg enthousiast over een smeedijzeren preekgestoelte waarin de beeltenis van de Heilige Martinus van Tours is te zien, terwijl hij de helft van zijn mantel aan een zwerver geeft. De andere helft was immers niet van hem en kon hij dus ook niet weggeven.

 

 

 

 

 

 

Heilige Martinus van Tours in ijzersmeedwerk

Na afloop rijd ik naar het huis van mijn oom en tante die inmiddels in een seniorenappartement wonen. Ik was er nooit geweest want tot voor kort bewoonde de oudste broer van mijn moeder het ouderlijk huis, dat inmiddels tegen de grond is gegaan.

En zoals familiebanden kunnen gaan, ondanks het beperkte directe contact, zijn ze toch heel vanzelfsprekend. En dat is mooi.

 

 

 

Huis van opa en oma, later oom en tante en inmiddels tegen de vlakte. Foto’s in het kozijn van het zolderraam boven de schuur.

De wandeling terug

De diepere betekenis van het liedje van Lionel Richie blijft me bezig houden. Het gaat in ieder geval over liefde en dat is ook mooi. Ik zoek er verder maar niets achter. Al rijdend zie ik in de weilanden dat de paardenbloemen gezelschap hebben gekregen van pinksterbloemen. Het is echt lente en dat is in ieder geval prettig.

 

 

 

 

 

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Wandelen rond de hoogmis. St. Stevenskerk te NIJMEGEN

Toen nog 15 kilo minder Sprakeloos met mevrouw Sprakeloos in 1993. Moenen deerde ons niet, en nog niet trouwens.

Lang heb ik getwijfeld, zal ik de trein nemen of toch maar de auto. Het verschil is één heel uur extra slapen. Ik heb gekozen voor de gemakzuchtige oplossing, boven de kunstzinnige optie. Want graag had ik onderstaande fragment zelf willen beleven en beschrijven:

Toen leunde ze haar bovenlijf uit ’t raampje en keek naar Nijmegen, dat daar lag op de heuvels aan de rivier, zoo on-Hollandsch, zwak romantisch, huizen boven huizen en boomen boven boomen, en zong tegen den wind en ’t gerammel van den trein over de brug.

 

Foto vanaf Lent genomen

 Het stukje tekst van Nescio hangt bij ons in de gang, naast een foto van mijn partner en mij, elkaar innig kussend in jeugdige overmoed, onder het toeziend oog van het standbeeld van Moenen, bij de Sint Stevenskerk. Bovendien moet ik het eigenlijk ook niet willen, zo’n mooie tekst over misschien wel Nederlands mooiste stad te willen beroeren. Die tekst staat gewoon als een Nijmeegs huis aan de Waal, afblijven dus.

Ik stap dus in de auto om mijn wandeling rond de Hoogmis vandaag in Nijmegen te beleven. Voor mij de stad waar ik formeel de jaren des onderscheid heb mogen meemaken, mijn vrouw heb leren kennen en mijn zoons zijn er geboren. Van 1984 tot 1999 heb ik er met ontzettend veel plezier gestudeerd en geleefd. Het woord formeel hanteer ik gemakshalve maar omdat ik altijd nog de stille hoop heb dat er nog veel meer (kennis en levenservaring) te onderscheiden is dan alleen het statische punt van volwassen worden, zo rond je 22e.

De auto parkeer ik in buurt van de Hertogstraat om via het Koningsplein en Plein 44 het gevoel van de wandeling te creëren. Ik heb nog wel even de tijd, want de klokken van de Stevenskerk zijn gaan luiden op het moment dat ik de auto uitstap. Bij de parkeerplaats van Mariënburg is een kleine groep daklozen bijeen, om op hun manier de zondagochtend te starten. Buiten de keuvelende mannen en vrouwen bij de parkeergarage, is er nog weinig leven in de stad.

Nog een een klein stukje Stevenstoren vanaf De Waag, met Mariken op de voorgrond.

 De Sint Stevenskerk (of Grote Kerk)

 De warme plek die Nijmegen in mijn hart heeft, deel ik dus met Nescio en, naar ik met zekerheid weet, met vele anderen. Een bezoek aan de Stevenskerk is dan ook niet meer dan logisch voor mij. Echter laat ik in al die jaren dat ik in Nijmegen heb gewoond, niet geweten hebben dat het geen katholieke kerk is, of beter gezegd niet meer is. In 1591 is de katholieke kerk overgegaan in Hervormde handen, hoewel er nog een jaar is geweest dat de katholieken de kerk nog hebben teruggepikt. De in 1273 door Albertus Magnus gewijde kerk heeft tijdens de bombardementen in 1944 veel te lijden gehad. In 1969 is de Sint Stevenskerk in de oude luister hersteld en doet naast allerlei culturele bijeenkomsten, dienst ten behoeve van kerkvieringen verzorgd door het Oecumenisch City Pastoraat. Vandaag op 11 april is er een tienerdienst georganiseerd.

 

Sint Stevenskerk van binnen

De tienerdienst

Bij binnenkomst van de enorme kerk, krijg ik het misblaadje in handen gedrukt en een ieder wordt vriendelijk verzocht om naar een zijkapel te gaan waar de viering zal plaatsvinden. Bij binnenkomst zingt men al hevig.

‘Ben ik dan toch nog te laat’ denk ik dan.

Maar nee, de organiste geeft een rondje muziekles om het gezang tijdens de viering te optimaliseren. Direct na mij komt een ietwat onvriendelijke man binnen en neemt plaats op de stoel naast me. De aura van de man is niet goed, al heb ik bij mezelf nog nooit bovenzintuiglijke gaven bespeurd. In dit geval was het echter duidelijk. Meteen heb ik spijt van mijn harde oordeel en bestempel het zichtbare chagrijn maar als een bezwaard gemoed. En wie ben ik om daar over te oordelen? Straks, als we elkaar vrede mogen wensen, zal ik hem eens vriendelijk kijkend een stevige handdruk geven in de hoop zijn aura voor in ieder geval vandaag een optimistische glans te geven.

Na afloop van de viering in het zijkappelletje

In het zijkapelletje kunnen zo’n honderd mensen en de meeste stoelen zijn bezet. Ik kijk eens om me heen, maar zie weinig pubers. Dat is vreemd. Maar om tien uur komt een groepje jongeren binnen, die samen met de voorganger naar het altaar loopt, duidelijk van plan om de dienst ook te gaan leiden. De zanglessen hebben duidelijk zijn vruchten afgeworpen, want er wordt in ieder geval luid meegezongen.

Tijdens het welkomswoord memoreert een van de jongens dat het de laatste zondag van de paasviering is. Hier ontbreekt het mij dus weer aan Bijbelse kennis, want voor mij houdt Pasen toch echt op bij de verrijzenis van Jezus. Goed gemakshalve wil ik de gang naar de meubelboulevard op tweede paasdag nog wel meerekenen.

De jongeren hebben als rode draad uitgezocht de toekomst en dat passen ze in bij het thema van de viering ‘Wie niet geeft wat hij heeft..’

En de jongeren zijn in ieder geval van plan om het anders te doen dan anders, daarbij wijzend op een filmdoek waarop een beamer geprojecteerd kan worden.

Na de opening, als een stukje film wordt aangekondigd, kunnen de allerkleinsten naar de kinderopvang.

Wat zal het worden, een film voor 16 jaar en ouder? De man naast me wacht het verder niet af en verlaat, zonder enige verlichting in zijn aura de dienst. Daar gaan mijn goede voornemens, maar goed een echte aura-healer ben ik natuurlijk ook niet.

Uit het stukje film van ‘Pay it Forward’ van Mimi Leder krijgt de kerkgemeenschap uitleg van de jonge hoofdpersoon over zijn toekomstbeeld. Het klinkt ogenschijnlijk heel utopisch, maar als hij hierop aangesproken wordt, geeft hij als antwoord: ‘Waarom niet.’

En inderdaad, waarom niet? Waarom geen idealen hebben al lijken ze nog zo onwerkelijk of utopisch. Jongeren hebben vaker idealen dan iets meer belegen mensen. Waar en wanneer gaat het mis kun je je oprecht afvragen. Misschien wel door het leven zelf, die mensen cynischer maakt.

Met deze wetenschap kom ik bij de lezing uit Lucas 10. Twee zussen, Martha en Maria, ontvangen Jezus. Martha loopt zich het vuur uit de sloffen om een goede gastvrouw te zijn en ergert zich groen en geel aan Maria, die er maar een beetje dromerig en afwezig bij hangt. Martha weet hoe het moet. En mensen die het goed weten, hebben vaak gelijk. Maar zijn zij nog wel in staat te dromen over wat ze echt willen?

En daarmee is de eerste vraag naar aanleiding van het filmfragment voor mij op dit moment beantwoord. Mensen worden cynischer omdat ze in toenemende mate dingen doen omdat het van ze verwacht wordt. Ze weten hoe het hoort, maar zijn ze nog wel zichzelf.

Rondgang rondom de Stevenskerk

Tijdens de communie word ik geconfronteerd met een nieuwigheid. Mocht ik in Duiven de hostie al dippen in de kelk met wijn, nu mocht een ieder een slok nemen, het delen van brood en wijn in de praktijk. Nu weet ik wel dat Robert Long al zong dat Jezus een hippie en dat daarmee alles communebezit is geworden. Toch laat ik deze beker maar aan mij voorbij gaan. Overigens denk ik zelf dat Jezus helemaal geen hippie was.

De miswijn was, in tegenstelling tot mijn dipervaring in Duiven, nu wel echt rood en dat is toch beter.

De viering werd opgeluisterd door liedjes van Cat Stevens met Morning has Broken en I’ll stand by you van Carrie Underwood. Carrie Underwood? Een American Idol leer ik door even te zoeken op youtube. Kon ik ook niet weten, want ik behoor immers niet meer tot de doelgroep. Ook een nummertje van Billie Holiday (God bless the Child) werd instrumentaal met saxofoon vertolkt, evenals Schostakowitsch en Händel door vioolspel.

Aan (de voorbereiding van) de viering werkten mee:

Cecilia van Berkum, Charlotte Bernts, Jetty Podt, Julia Gijsbers, Lucas Bernts, Marijke Nogarede, Rik van Berkum, Stefien Jansen, Tinneke Nogarede en Yemi Adesanya.

 

 

Kroeg, De Waag en Kerk in één shot

 

De wandeling terug

Het is winderig koud in de stad, dus na het schieten van een aantal foto’s loop ik snel terug naar de auto. Ik rijd nog een eindje rondom het centrum om van een grotere afstand nog een foto te maken van de Stevenstoren, immers al eeuwen is de toren het gezichtsbepalende gebouw in de stad. Ook nu nog, terwijl andere gebouwen ook in de Nijmeegse skyline te bewonderen zijn. De laatste foto wil ik aan de Lentse kant van de Waal nemen. Bij een van de pilaren van de Nijmeegse brug zie ik de volgende tekst:

Het liedje dat tijdens de viering gezongen werd van Carrie Underwood is van toepassing op bijgaande tekst: I’ll stand by you

Overpeinzing

Rijdend naar huis, luister ik naar rapportages over het Poolse verdriet omdat hun president en andere hoogwaardigheid bekleders zijn omgekomen bij een vliegtuigongeluk. Tussendoor wordt verslag gedaan van de marathon van Rotterdam. Jonge Kenyanen en Ethiopiërs doen een aanval op het wereldrecord. Minder dan 2 uur en 3 minuten is daarvoor nodig. Jonge Afrikaanse atleten, met een droom of utopie. Zullen zij ook daadwerkelijk doen wat ze eigenlijk willen doen, of rennen ze hun longen uit het lijf om geld voor hun familie bij elkaar te verdienen. Voor de nieuwe recordhouder is een kwart miljoen euro vrijgemaakt. Veel geld, maar inmiddels weet ik dat de toptijd in Rotterdam niet voldoende is voor een wereldrecord. Misschien dromen de atleten nu wel over New York, Tokyo of Melbourne? Of misschien wel over hele andere dingen.

In mijn achteruitkijk spiegel zie ik de Stevenstoren nog even langs schieten. Een beetje heimwee naar Nijmegen komt boven. Ik moet denken aan het liedje dat woorden aan dat gevoel geeft.

Al mot ik kruupen
Op bloote voeten goan
Ik wil nog een keer de Sint Steven heuren sloan

 

De Stevenstoren vanaf het Kronerburgerpark.

 

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel