Hier kom ik ooit terug, als ik later groot ben (Schutpad)

Eigenlijk moet je best wel lef hebben om in het grote aanbod aan klompenpaden een route van 3 tot 5 kilometer aan te bieden. Zo dacht ik toen ik als toetje van een eerdere wandeling die dag (Appelpad) nog even mijn aantal paden op 48 wilde zetten. Je moet wel wat te bieden hebben om mensen naar je toe te laten komen. Maar het is gelukt hoor, niet in de eerste plaats omdat dit het eerste klompenpad is en dateert uit 2002.

Als ik alle 130 of dan meer paden heb gelopen en de stramheid is naar binnen geslagen, kan ik hier, in de nabijheid van Leusden me gaan toeleggen aan een andere hobby, geschiedenis. De geschiedenis van het klompenpad, nu nog in Utrecht en Gelderland, maar mogelijk over tien jaar in heel Nederland. In den beginne was er dus het Schutpad……..

Hand in hand op het Breeschoterpad

20200804_144203

Het aantal klompenpaden begint harder te groeien dan ik aan vrije tijd heb. Als ik ze alle 128 moet lopen, dan moet ik er nu nog 100 en dat heb ik al eerder gezegd. Komend weekend worden er weer twee vrijgegeven. Dus dan maar wat overuurtjes opnemen. Samen met een revaliderende collega maar even een kort pad geslecht in Renswoude. Voor mij een primeur op klompenpadengebied want voor het eerst kom ik met klompen en rugzak buiten de Gelderse grenzen. Renswoude (U) en Scherpenzeel (Ge) hebben meerdere paden in de aanbieding. Ik had de titel van dit blog natuurlijk ook ‘vreemdgaan met collega op het Breeschoterpad kunnen noemen. Maar dat is zo suggestief en goedkoop om maar lezers te trekken.

20200804_141048

Nee, dan hand in hand, of dat niet suggestief is? Nee zeg ik volmondig en overtuigend. Halverwege vroeg ik hem of hij wist welk woord in de conversatie nog niet is gevallen is. Hij zei zonder nadenken meteen, Feijenoord. En dat klopt. Hij Rotterdammer en ik ook al sinds 1974 door opvoeding bepaald Feyenoordfan, beginnen onze maandagochtend steevast met koffie en de bespreking van het voetbalgebeuren het weekend ervoor. In weinige subjectieve bewoordingen zijn we het altijd met elkaar eens. De laatste maanden is het op dit vlak natuurlijk rustig. Thuiswerken en geen voetbal, dus je zou verwachten dat er heel wat bij te praten was. Maar nee, we waren het heel snel eens. Feyenoord wordt kampioen dus daar lullen we niet over deze middag. Niet lullen maar poetsen. Facta non verba oftewel geen woorden maar daden. hoofdstuk is afgesloten.

20200804_161711

De daad van deze middag was de ruim 6 kilometer slechten en dat was geen probleem voor mijn collega/Feyenoordkamaraad. De volgende keer een of twee kilometers meer en die volgende keer gaat er komen. Don’t know where, don’t know when. Het Breeschoterpad was een korte wandeling zonder veel poeha, rechttoe rechtaan passend bij de club van Nederland. En in de omgeving zijn nog vele klompenpaden te slechten. O ja, het feit dat je niet alleen loopt, herbergt het gevaar dat jezelf ook op de foto komt. Aan selfies doe ik niet, dus bij deze een keer de blogger/wandelaar/kiekjesmaker een keer in actie.

IMG-20200804-WA0002

Voor meer foto’s zie ook mijn Instagram account : titiissprakeloos

Begrip, van de dag (11) Sober en rechtvaardig

SOBER EN RECHTVAARDIG

 

Het is al enkele dagen aanstaande, maar vandaag is het setje dan geboren, sober en rechtvaardig. De ultieme twee-eenheid om het kabinet een smoel te geven en de nationale eenheid te bewaren. Sober en rechtvaardig. Ik zie onze Halbe en Diederik ten einde raad het volgende compromis sluiten om eruit te komen inzake de vluchtelingencrisis. Omdat Nederland in verval dreigt te geraken, Wilders garen spint bij de chaos en de piemelotjes ego’s van de heren dusdanig groot is, moeten ze beide één woord roepen. Halbe denkt even na en zoekt naar synoniemen voor niet, niets en nada, beseffend dat zoiets niet door de beugel kan. Hij roept: , Sober!’ Maar ook Diederik moet zijn onderbuik laten spreken en zijn sociale gezicht laten gelden zonder als potverteerder te worden bestempeld. ,Euhh, Euhh…….Rechtvaardig!’ De lelijke tweeling Sober en Rechtvaardig is geboren. We schrijven 11 oktober 2015.

Het beleid is niet duidelijk, maar onze bewindslieden trekken de vluchtelingstroom tegemoet met soberheid en rechtvaardigheid. Dit wordt de kapstok voor alle gevluchte nooddruftigen. Krijgen ze nu een boterham met tevredenheid (sober) of toch maar er een plakje worst (mits niet van een varken) of moet dat juist wel voor de integratie? Geven we ze een onderdak waarmee bed, bad en brood verzekerd zijn of accepteren we dat de piramide van Maslow ook voor gevluchte medeburgers geldt. Wat is sober en wat is rechtvaardig. Vraag het een PVV-er, vraag het een demonstrant bij de Pegida-bijeenkomst in Utrecht, vraag het een vluchteling in Woerden, vraag het een hulpverlener of vrijwilliger, vraag het weet ik niet wie en er komen verschillende antwoorden. Sober en Rechtvaardig.

De eenheid in het kabinet is voor vanavond verzekerd en de woorden sober en rechtvaardig zullen als warme broodjes tevredenheid uit de monden rollen. Een ooglidcorrectie, borst- of penisvergroting zit er niet in, want niet sober. Daarentegen pleit ik voor een oogklepcorrectie van alle politici om zich daadwerkelijk met de opvang van vluchtelingen te bemoeien en laat die sober en rechtvaardig zijn, maar weet in ieder geval wat het daadwerkelijk inhoud. Ik wil toch niet mee maken dat het aantal douchebeurten een politieke discussie gaat worden van landsbelang. Is een zaterdagse douchebeurt te sober of is er pas sprake van rechtvaardigheid bij een dagelijkse verschoning?

44. POEH HÈ, EEN SPREUK. SPANNEND…..Uit de serie de kabbelende 100

Met de krioelende massa loop ik de achterzijde Utrecht CS uit richting de trams. In mijn ooghoeken zie ik een groot blauwgrijs vlak, met een spreuk. Is tie er altijd al geweest? Of heb ik al die andere keren als een deformeerde blindganger naar de dagelijkse plicht gelopen? Ik weet het niet, maar mijn aandacht is getrokken en vanwege een te grote mate van kippigheid loop ik richting de muur, nieuwsgierig welke literaire wijsheid mij  ten deel valt.

EN HOE VERDER HIJ GING DES TE LANGER WAS ZIJN TERUGWEG

Ik herlees de spreuk, proef de woorden en als er geen klik komt, zoek ik naarstig in mijn referentiekader en kom uit bij A.A. Milne die Winnie de Poeh de meest lullige uitspraken laat zeggen met een onpeilbare diepzinnigheid. Tenminste dat vind ik. Op weg naar de dagelijkse plicht kan ik de diepzinnigheid niet vinden. Snel een foto maken en thuis maar googelen wie de bedenker is, want een zekere C.C.S. Crone ken ik niet. Op dat moment weet ik niet of ik me daarvoor moet schamen. Ik wandel naar mijn dagelijkse plicht waaruit geen terugweg is, want de kachel moet immers branden.

20150317_132846

Twee weken later zie ik de foto’s terug op mijn mobieltje en kom er achter dat Crone een Utrechtse grootheid is, die nooit echt groot is geworden. Zijn wiki-pagina leert me verder dat het nooit een echt feestnummer is geweest in zijn literaire werken en bovendien op 37-jarige leeftijd reeds gestorven is aan de gevolgen van kinderverlamming. Hij hoeft niet meer na te denken over een terugweg.

‘En hoe verder hij ging des te langer was zijn terugweg’. Ik kan er niets mee, behalve dan beamen dat als je weg gaat, letterlijk van A naar B of in figuurlijke zin je levenspad bewandelt, de uitspraak van Crone helemaal klopt. Maar er klopt wel meer, bijvoorbeeld een bus of een zweer. Bij mij rijst de vraag: Waarom zou je terug willen? Of als je dan toch zo opziet tegen die lange terugweg, waarom ga je dan sowieso, blijf dan gewoon thuis. En als je dan toch gaat, misschien valt de terugweg door ervaring en voortschrijdend inzicht best mee. Ik kan er niets mee en het appelleert aan mijn soms wat melancholieke inborst. Ik houd het liever bij een positieve levenswandeling, misschien met een beetje avontuur, maar ik wil me vooral niet druk maken over de terugweg.

21. (ON)MENSELIJKE MIERENHOOP uit de serie de kabbelende 100

Een slechte akoestiek zorgt voor een vermoeiend geroezemoes. Een dag van vergaderen maakt een mens toch al moe en prikkelbaar. Verder zijn er nog andere ingrediënten om hard weg te rennen van die weerzinwekkende mierenhoop in Utrecht. Ik ben blijkbaar niet de enige, meerdere lotgenoten rennen als een kip zonder kop om een trein te halen. Waarschijnlijk moesten ze ook vergaderen of anderszins op een plek zijn die beslist niet de eerste voorkeur heeft. Forenzen die allemaal graag naar huis willen. Anderen hebben honger en vormen irritante obstakels en verspreiden onwelriekende geuren. En altijd een categorie vrouwen die zelfs onder die omstandigheden denkt te moeten winkelen. En het is genoegzaam bekend dat die vrouwen niet toerekeningsvatbaar zijn en in hun shopgerichtheid geen gevoel hebben voor hun sociale omgeving. Als klap op de vuurpijl communiceert een ieder ook nog op individuele wijze met het thuisfront of een grote groep virtuele vrienden.

20140206_171403 (1)

Zo rond een uur of vijf is Utrecht Centraal niet ‘the place to be’ voor mij. Ik zou wensen dat ik op zulke momenten de genen van een mier zou hebben, want die lijken het wel lekker te vinden om te krioelen met hun soortgenoten. Ik niet, sterker nog ik moet mijn best doen om niet heel kriebelig te worden. Een zwerverachtig type schreeuwde ineens hard en ik geef hem geen ongelijk, maar ik durf dat niet te doen. Utrecht Centraal is absoluut niet ZEN. Maar nadere beschouwing leert dat ik niet de enige ben, want de hoeveelheid lachende gezichten is beperkt, sterker nog zelfs ontspanning is bij de meesten niet te bespeuren. Nu weet ik dat je eigen prikkelbare stemming een belangrijke oorzaak is om lustig te projecteren. Iedere hangende mondhoek of fronsende wenkbrauw is reden om mijn eigen gelijk te bevestigen. Ik besluit bij een bord, dus buiten de loop van de gevaarlijke bloeddorstige mieren, even polshoogte te nemen. Ik constateer dat mijn sensitiviteit van het groepsaura goed is waargenomen door mezelf. De menselijke vibraties zijn niet goed. Wij als volkje, op die plek op dat tijdstip, deugen niet. Dit constaterend, besluit ik maar een aantal foto’s te nemen, ja ik ook met mobiel. Ik moet vooral lachen om het bizarre van het dagelijkse en gewone in ons leven, een massa mieren die voedsel en andere benodigdheden met zich meesjouwen in een niet aflatende stroom van soortgenoten. En waarheen en met welk doel? Onbekend net zoals bij mieren.

Een fijn oer Hollands gevoel

 Een puur warm Nederlandsch gevoel, dat is wat me overkwam op een willekeurige zaterdagmiddag in Utrecht. Heerlijk, het gevoel had wat mij betreft uren mogen duren. Bij de roltrap, aan de zijde van het Jaarbeursplein, speelde het draaiorgel Zwerver onvervalst Nederlandse liedjes en andere vrolijke noten. De begeleiding kwam van twee mannen, type volksjongens. De ene wat morsig en al op leeftijd, de andere kaal, duidelijk de leider, hij had weliswaar een kekke bril op, maar nog steeds een ‘egte Utrègg’ supporter van de goede soort. Ritmisch rammelden hun koperen geldbakjes mee op de deuntjes. ‘Aan de Amsterdamse grachten’ en “Heb je even voor mij’ van Fransje Bauer.

Voor Bauer misschien wel even tijd, maar zeker voor het draaiorgel. Nu heeft de ambiance zo even na het middaguur op die plek in Utrecht geen hoog Anton Pieck gehalte, maar de vrolijke klanken van Zwerver bezorgden me het gelukzalig gevoel in Nederland geboren te mogen zijn. (De oplettende lezer en zij die vaker een stukje van mijn hand lezen weten het al, ik gebruik bewust Nederland en niet de veelgebruikte en misplaatste term Holland, maar dit terzijde.) Ik stoorde me niet aan de moderne bebouwing op het plein en ook de zon verwarmde de mensheid op die plek nog niet. Dat was ook niet nodig, dat deed de muziek wel.

De ‘kale’ had ik die ochtend, voor de ergste drukte op Hoog Catharijne op gang zou komen, al gezien. Hij liep met een trotste parmantigheid met zijn aanhanger met motor over het Jaarbeursplein. Ik wist nog niet wat er onder het grijze zeildoek zat, maar inmiddels begrijp ik zijn trots, het was Zwerver die hij vervoerde. Ik zou ook trots en pedant hebben rondgelopen.

Het plezier van de mannen was duidelijk aanwezig, al was het me niet duidelijk of dat door de muziek kwam of door de aanwezigheid van een praatgrage maat. Een dikke geblondeerde man, met een weliswaar vriendelijk gezicht, maar zeker geen reclame voor de business. Onder het praten, rammelden de twee andere mannen met hun koperen bakjes. Het publiek van verschillend pluimage liep voornamelijk door. Ogenschijnlijk geen vette boterham voor de mannen.

Dan vraag ik me af of dit een particulier bedrijf is, of dat ze van overheidswege gesubsidieerd worden. Met mijn kennis van reclame, marketing en gewone psychologie van de koude grond zou zo’n orgel veel meer opleveren met een ‘paar lekkere dansende wijven’. Maar zou het dan nog echt zijn? Ik denk het niet, bij dat oer Nederlandse gevoel van het orgel hoort ook een morsige orgelman of in ieder geval een jongen van Jan de Witt zonder te veel toeters en bellen.

Nadat ook mijn centen mee rammelen in de koperen bakjes, luister ik nog vijf minuten. Als de muziek stopt blijven de euro’s doorgaan, wachtend op het volgende moppie muziek. Het publiek loopt door en ik ruk me ook los, want mijn plicht wacht elders. Maar eenmaal op de roltrap gaat de muziek weer van start, steeds minder hard naarmate ik hoger de trap op rol. Langzaam dooft het Anton Pieck gevoel, maar de goede zin die blijft. Zeker toen drie uur later, inmiddels in de late herfstzon, de mannen nog steeds even vrolijk het draaiorgel bespeelden.