Mijn knorretje heb ik binnen

We schrijven 1986, Nijmegen ergens in de zomer. Het WK voetbal heerst de warme dagen maar die bewuste avond was er geen voetbal. Om mensen naar het filmhuis te trekken waren de kaartjes goedkoper. Natuurlijk het filmhuis, want in ons gepreoccupeerde studentenbrein wisten we dat hier de betere films draaiden. Op goed geluk met een stel vrienden kozen we the Unbearable Lightness of Being. Het was de dag die mijn leven een beetje veranderde. Niet heel drastisch hoor, slechts een beetje. Door de film ben ik voor eeuwig fan van de hoofdrolspeelster geworden. Juliette Binoche. Stiekem een beetje verliefd, uiteraard op volledig platonische wijze. En sindsdien had ik ook een sterke voorkeur voor varkentjes. Dat waren pas echt leuke beesten.

We schrijven 1994, mijn vrouw is zwanger en we verwachten een kindje. U leest het goed, zij is zwanger en we krijgen een kindje. Aan die biologisch niet logische prietpraat van we zijn zwanger deed ik niet aan. Met terugwerkende kracht vind ik mezelf nog steeds heel verstandig. Natuurlijk moest het, mocht het een meisje worden, Juliette heten. Mijn vrouw wist van mijn filmische gevoelens voor mevrouw Binoche. Ik had dat vrij snel opgebiecht. Ik wist namelijk niet of vreemd gaan in je hoofd ook vreemd gaan is. Ik heb dat maar meteen op tafel gegooid. Het was geen probleem, maar Juliette als naam voor onze dochter, daar kon geen sprake van zijn. We kregen een gezonde zoon. In 1998 probeerde ik het nog een keer, maar uiteraard ook nu zonder succes. Gelukkig was de wolk van een baby weer een jongen.

We zijn nu 22 jaar verder en de strijd om wel of niet Juliette hoeft niet meer gestreden te worden. Meer kinderen komen er niet. Maar als ik ooit in de verre toekomst opa zou worden, ik ga daar niet overigens niet over, dan zal  ik heimelijk mijn invloed wel aanwenden.

20200529_181304

20200529_181425

Ondertussen bleef ik varkentjes leuk vinden en niet alleen op mijn bord. Als ik later groot ben en we kopen een boerderij met heel veel land, dan zou ik een varkentje krijgen. De voorpret is jaren intens geweest. De naam was zonder discussie al bekend. Het beestje zou Mephisto heten. Inderdaad, naar een van de hoofdrolspelers naast Juliette. Een allersnoezigst varkentje. Maar de boerderij ergens achteraf is er nog niet. Mijn vrouw dacht, we kunnen hem niet laten wachten tot in de eeuwigheid. De strijd om Juliette had ze gewonnen, maar ze gunde mij ook mijn kleine overwinning. Vanavond bij thuiskomst troonde ze me naar de auto. Ze had een verrassing. En achter in de auto stond ze dan. Een heuse Mephisto. Een flexibel draagbaar bankje voor in de tuin. Ik ben reuzeblij met mijn nieuwe vriend. En ik niet alleen, ook Pippa heeft er een vriendje bij.

20200529_182300_001

20200529_200711

Begrip, van de dag (99) Muze van de dag

 

 

MUZE VAN DE DAG

 

Het is oneerlijk verdeeld in deze wereld, echt heel oneerlijk. Ik zit tegen mijn honderdste blogje met de veelbelovende titel ‘Begrip van de dag’ en dan zijn er mensen met een veel beter idee. De fotograaf Rem van den Bosch heeft het mooi voor elkaar. Hij streeft ook naar dagelijks werk onder de veelbelovende titel Muze van de dag. Zijn vrouw heeft 365 vrouwen geselecteerd die hij een voor een afwerkt en fotografeert, naakt welteverstaan. Iedere dag een andere, 365 vrouwen in een jaar en iedere dag niet nadenken over je onderwerp en iedere dag van de straat. Lijkt me een mooie dagbesteding. Vrouwen, dat is nogal wat anders dan politiek, Weltschmerzen en huis-tuin-keuken blogjes. Welke afslag heb ik gemist?

Mijn vrouw heeft geen tijd om tweeduizend sollicitaties door te ploegen en 365 vrouwen uit te zoeken. Ik kan ook niet zo lekker fotograferen volgens mij, bovendien is het al gedaan. Maar als ik er nu eens één in mijn eigen serie zet. Wie is mijn muze? Buiten mijn eigen vrouw natuurlijk, maar die laat zich vast niet naakt vangen voor de camera, laat staan dat ik dit op internet aan de openbaarheid kan prijsgeven. Ik denk dat ik met Juliette Binoche zal aankomen voor mijn blogje ‘Muze van de dag’. Nu nog even een naaktfoto van haar van internet plukken.

Ik vrees bij dat zoeken van die naaktfoto dat ik mogelijk heel wat ‘bagger’ zal tegenkomen. Ik heb een aantal films met de Française gezien. In The Unbearable Lightness of Being wordt ze gefotografeerd, naakt, dus dat wordt zoeken. Niet zelf gefotografeerd en dus ook niet gesproken. Tja dan krijg je muzeblogjes zoals dit. Even overweeg ik mijn fantasie aan de wereld prijs te geven, maar ik vrees dan een hoog gehalte aan Febo-eroktiek. Misschien dat ik maar gewoon morgen de wereldpolitiek moet aanpakken. Dat is ook heel mooi onder het mom Schoenmaker bij bij je lees.

Associating Pressure 4: Eerste vergangelijkheidsdag

Onder druk van drie actuele steekwoorden associeer ik er op los en verwacht van mezelf binnen een uur een verhaaltje van maximaal 500 woorden.

21 mei 2013 zijn de woorden: feestvarken, verjaren, vergankelijkheid

Ik heb wel wat met varkens en dan niet alleen op mijn bord. Sinds ik kennis heb gemaakt met Mephisto in de film the Unbearable Lightness of Being ben ik niet alleen een beetje verliefd op Juliette Binoche, maar ook het varkentje Mephisto heeft een plekje in mijn hart veroverd. Als ik later groot ben, veel geld heb en een mooi buitenhuis, ga ik een huisvarkentje aanschaffen. Natuurlijk zal hij Mephisto heten en misschien krijgt hij ook nog een vriendinnnetje. Maar ik heb niet veel geld, geen buitenhuis en ik ben al zeker niet groot, al heb ik de proporties van een stevig varkentje.

Wat minder heb ik met feestvarkens, zeker als ik het zelf ben. Toen mijn kinderen nog klein waren, liet ik me nog welgevallen dat er eens per jaar een dag is om te verjaren. Nu niet meer. Het metier van feestvarken is me niet op het lijf geschreven. Ik herinner me nog wel het voorleesboekje ‘Het Feestvarken’. Vaak heb ik het voorgelezen. De kinderen vonden het prachtig.

Het Feestvarken verheugde zich zijn verjaardag te vieren met al zijn vriendjes. Moeder Varken had ruim inkopen gedaan en het feest kon niet mislukken. Eten en drinken was in ruime mate aanwezig, maar ze was nog één ding vergeten te kopen. En toen sloeg het noodlot toe. Er werd aangebeld door hongerige en noodruftige dieren. Ons Feestvarkentje had medelijden en gaf weg wat moeder voor zijn feestje had gekocht. Uiteindelijk was er niets meer over toen Moeder Varken terugkwam. Het Feestvarken huilde tranen met tuiten en was ontroostbaar. Maar toen de gasten zich aandienden, bleken ze allemaal spijsen en dranken bij zich te hebben voor het gulle Feestvarken. Er kwam een feest zoals nog nooit is geweest. Er werd gezongen en gedanst onder het genot van taart, hapjes en drankjes.

Hoewel de kinderen genoten, had ik ernstige moeite om me met de hoofdpersoon te identificeren. Het zijn van een feestvarken, het zal wel. Ik doe het niet meer. Ik vind er niets aan om te vieren dat je weer een jaar ouder bent. Dat ouder worden is nog niet zo’n ramp, maar om daar pontificaal bij stil te staan, terug te blikken of vooruit te kijken als Feestvarken? Dat relativeren en over de vergangeklijkheid van het leven te broeden zit toch al wel in mijn persoonlijkheid. Dat opgeteld bij de leeftijdsfase waarin ik verkeer, kan gesteld worden dat het geen feestdag is. Ik stel dus dat het vandaag niet mijn 47e verjaardag is, maar mijn eerste vergankelijkheidsdag en dat is geen reden om te vieren. Ook niet om te somberen hoor, maar gewoon door te gaan met het leven vol muizenissen en gedachtenspinsels die op een dag als vandaag niet anders zijn dan anders.

Misschien zoek ik nog wel even een bijpassende film die ik vanaf vandaag iedere vergangelijkheidsdag ga zien. Het zal u niet verbazen dat er een mooie vrouw in voorkomt en een lief varkentje. Ook de rest van de film past uitstekend bij mijn vergankelijkheisdsdag. Ieder jaar op 21 mei 2013 ga ik naar The Unbearable Lightness of Being kijken. Dat lijk me een prima traditie.

Hoe de vergankelijkheid ooit begon: 21 mei 1966