BUCKETLIST, GADVERDAMME

 

Hoeveel kamers kun je behangen met alle in omloopzijnde bucketlists? Dat is een vraag die ik niet kan beantwoorden. Ik weet in ieder geval dat het gemiddelde lijstje voor de feestdagen van verwende kinderen in Westerse landen en heel slap aftreksel is van de hedonistische bucketlists. Wie heeft die onzin bedacht dat we pas gelukkig kunnen worden als we een hele lijst met rampzalige voornemens hebben uitgevoerd? Niemand wordt er beter van of jij aan een lang touw van een brug bent afgesprongen. Je gaat je goddelijke gang maar, maar laat de wereld met rust met het voornemen uit te voeren. En lul ook niet over de zeven kleuren stront die je gescheten hebt. Het is namelijk niet normaal om zoiets te doen.

Wil je met je blote gat de Kilimanjaro beklimmen omdat het zo bevrijdend is? Of er van mijn part afrollen. Vooral doen, maar geen foto’s nemen en denk vooral niet dat het statusverhogend is door er heel veel over te hebben. Geniet ervan, maar val de mensheid er niet mee lastig.

Vroeger was het volgende spreekwoord gangbaar: Eerst Napels (of Rome) zien en dan sterven. Dat was natuurlijk ook een wens voor dat je doodging, maar het was in ieder geval geen lijst. Bovendien leek het behoorlijk onbereikbaar waardoor het iets romantisch kreeg. Het onvermijdelijke sterven werd daardoor in ieder geval een sereen gebeuren. Nu moeten er hele lijsten worden afgewerkt voordat je pas aan je zielerust toe mag komen. Allerlei soorten drugs gebruiken! Doen jongens ‘You only live once’ het vergroot je prestige door je hersenen te laten afsterven of verdwaasd gedrag te vertonen door psychedelische drugs. Wat te denken om al je seksuele fantasieën te laten uitkomen, niets is te gek en het liefst nog in een realitysoap. Bestel een harem, neem een dikke vrouw van 200+ kilo of sjans met het/een lid van de Masaï of laat je afranselen op de Noordpool door een hele Eskimostam. Lekker! Yolo!!!!!!

Het kan me amper schelen wat mensen aan idioterie afgewerkt willen hebben voor dat ze het tijdelijke met het eeuwige verwisselen. Het heeft alleen iets megalomaans die hedonistische vorm van figuurlijke zelfbevlekking. Hoe buitenissiger het lijstje, des te hoger het prestige van de afwerker ervan is, tenminste zo is de verwachting. Want er moet vooral veel over geluld worden op feestjes en het werk. Heb je het al gehoord: ,,Theo loopt naar Santiago de Compostella’, maar ik ben volgend jaar van plan de route van de kinderkruistocht te gaan lopen. Kan ik die ook afstrepen van mijn Bucketlist. Dussss.” Verwachtingsvol wordt de kring rond gekeken.

Of ,,Ik neem al jaren dansles in Cuba tijdens mijn vakantie, fijn hoor, maar op mijn lijstje staat dit jaar Gambia.” De echte fijnproever weet dat zoiets op het lijstje van iedere veertigjarige single vrouw moet staan. En als je zelf je lijstje niet kunt samenstellen, dan kun je ook nog hulp krijgen, want een hijgerig prestigeus lijstje met onbereikbare bestemmingen, goddelijke prestaties of zinderende belevingen zul je moeten hebben om gelukkig te zijn. Daar kwam ik gisteren achter.

In een vlaag van ergernis over het open riool dat twitter heet, maakte ik de opmerking:

On my bucketlist (#vreselijkwoordtrouwens) –>putjesschepper worden in het mondiale open riool dat twitter heet #manwithpassion 😉

Binnen 24 uur word ik gevolgd @bucketlistorg. Zij verzekeren Discover your bucket list from over 2.9 million ideas. Inspiration for every list http://Bucketlist.org.

Ik begrijp dat voor de hedendaagse niet nadenkende mens het hebben van een bucketlist zoiets is als water en brood (kan ook op je bucketlist, want uiteraard wil je ervaren hoe het is om 40 dagen in een kerker opgesloten te worden op water en brood met alleen muizen en ratten, het kan vast en werkt ongetwijfeld heel louterend.)

Ik wil geen bucketlist, gadverdamme nee. En als ik toch een wens heb, dan zou ik graag zien voordat ik mijn ogen voor de laatste keer sluit dat het woord bucketlist niet meer gebezigd wordt, hooguit in geschiedenisboekjes waarin met afgrijzen wordt gesproken over de dwangmatige gekte van mensen aan het begin van de 21e eeuw. Bucketlist, driewerf gadverdamme.

Je mindset resetten, gadverdamme!!!

 

Heeft u de uitdrukking, ‘je mindset resetten’ wel eens goed geproefd? Ik wel, buiten het anglicistische gehalte, smaakt het zinnetje mij niet lekker. Ik heb het dan over de betekenis en het achterliggende gedachtegoed. ‘Je mindset resetten’ heeft iets onnatuurlijks, het ontkrachten van je eigenheid. Ik ben altijd op mijn hoede bij mensen die vinden dat ik of anderen ‘hun mindset moet resetten’. Het heeft iets ongemeen dictatoriaals. Je wordt door de gebruiker van deze opmerking uitgenodigd, of gedwongen je grijzen cellen door elkaar te husselen. ‘Je mindset resetten’ gadverdamme.

 

 

Voor ik doorga met het uiten van mijn ongenoegen, neem ik u even mee naar een andere populaire hedendaagse uitdrukking, ook een anglicisme, namelijk ‘Go with the flow’. In eerste aanleg stuiter ik nog niet van deze uitdrukking. Door het hoge ‘zen-gehalte’ heeft deze wijsheid wel iets sympathieks. Een mens is nu eenmaal nietig in het grote kosmische geheel. Het is dan ook erg onverstandig de pretentie te hebben, dat jij de mensheid kan veranderen. In zulke gevallen is het ‘resetten van je mindset’ of omdenken zo u wilt, mogelijk noodzakelijk. In de volksmond spreken we dan eerder over ernstig mentaal gebrekkigen waarvoor we broeders in witte jassen hebben uitgevonden. Ik ga in mijn anti-begoog over ‘je mindset resetten’ uit van het overgrote gezonde deel van de mensheid. (Ik ben op dit moment in een optimistische bui, dus ik vind gemakshalve dat de meerderheid van de mensen min of meer mentaal in orde is.) Voor deze groep, die gewoon met de flow meegaat, is ‘je mindset resetten’ een fnuikende uitdrukking.

 

 

In tal van situaties worden weldenkende mensen in eerste instantie vriendelijk verzocht hun mindset te resetten, bijvoorbeeld in een (vriendschaps)relaties. Bij discussie of onmin kun je de ander een eigenwijze drol vinden die jou willens en wetens niet begrijpt. Hij denkt verkeerd en moet meegaan in jou denkstramien. Als de ander zijn mindset reset, zal alles goed komen. Indirect impliceer je dat de ander niet goed wijs is, of op zijn minst een onvergeeflijke kronkel heeft. Eén op één is de uitnodiging om je mindset te resetten nog niet zo gevaarlijk, soms zelfs vermakelijk. In een grotere context, bij bedrijven of de maatschappij als geheel, is het niet meer zo vermakelijk.

 

Bij reorganisaties of anderszins rare strapatzen van bobo’s in bedrijven, wordt vaak gebruik gemaakt van de wens, of zelfs noodzaak dat de mindset van werknemers gereset moet worden. Vooral bij processen waarbij er andere belangen spelen dan de corebusiness en het gezond boerenverstand van de werkvloer systematisch genegeerd wordt. Heden ten dage gebeurd dat nog wel eens in de publieke sector. De kennis en kunde van professionals wordt genegeerd en als die, de arts, politieman of leerkracht met vakkennis en/of gezond boerenverstand ageert tegen de voorstellen, worden ze bestempeld als inflexibel, star en conservatief. Hun ‘state of mind’ deugd niet en moet worden gereset. Een leger van coaches en human resource medewerkers vinden inmiddels hun emplooi bij het resetten van de ‘onwilligen’. Het gezonde verstand moet uitgedoofd worden en de zogenaamde vrijwillige medewerking van werknemers wordt geëntameerd, mits zij hun mindset resetten ten favoure van het veranderingsproces. Een onzichtbare marionettenspeler moet alle touwtjes in handen hebben en daarmee vooral geen tegenstribbelende actoren. Omdat tegenwoordig in de complexiteit vaak niet meer duidelijk is wie en waar het veranderingsproces begint, ontstaat er een gelatenheid waarbij de individuele onmacht wordt goedgepraat door de verstikkende woorden ‘ik alleen, kan het proces ook niet keren, zo is het nu eenmaal tegenwoordig.’ Om het inleveren van je eigenheid nog enig cachet te geven wordt de uitdrukking ‘go with the flow’ nog wel eens misbruikt. In combinatie met ‘je mindset resetten’ is ‘go with the flow’ een heel misselijkmakende uitdrukking.

 

 

Je mindset resetten is een beledigende uitdrukking die verklaard dat je niet goed wijs bent. Daarentegen als je in staat bent je mindset te resetten oogst je waardering voor je dociele meegaandheid. Omdat jij, alleen jij, de regie moet en mag hebben over het resetten van je mindset, al dan niet met behulp van door jou gekozen derden, is het veelvuldig gebruik door anderen je mindset te resetten misplaatst, misschien wel misdadig. Daarom stel ik voor de uitdrukking niet meer te gebruiken. Je mindset resetten, driewerf gadverdamme.

 

Jezelf opnieuw uitvinden, gadverdamme!!!!

 

Ik ben er weer tegenaan gelopen, een jeukopmerking van jewelste. Dominee Gremdaat zou zeggen: ,,Kent u die opmerking, jezelf opnieuw uitvinden?” Ik zou dan meteen antwoorden: ,,Ja, helaas wel, gadverdamme!” Ik weet niet wie al die Emiel Ratelbandachtige poëzie bedenkt en erger nog, wie dit ook nog in zijn of haar eigen vocabulaire opneemt. Jezelf opnieuw uitvinden is toch niet meer dan het omzetten van het vermaledijde ‘Tjakka’ in bestaande Nederlandse woorden. Nietszeggend en om kotsmisselijk van te worden, want wat wil je daar nu mee uitdrukken.

 

 

Jezelf ontdekken? Je bent wie je bent, met je positieve en negatieve eigenschappen, met je kennis, kunde en ervaring. Veelal is een mens een aardige mengeling van Nature & Nurture, voor de ene wetenschapper meer nature, voor de ander zijn de omgevings- en opvoedingsaspecten belangrijker. Maar beide hebben tot gevolg dat het vooral een kwestie is van zijn. Iets dat er IS, valt niet meer uit te vinden.

 

 

Natuurlijk zou ik mezelf ook wel opnieuw willen uitvinden als dat kan. Ik kan bijvoorbeeld uitvinden dat ik een waardige medespeler ben van Lionel Messie om maar iets te noemen. Of ik vind uit dat ik een volwaardige vervanger zou zijn van de inmiddels bejaarde zanger van Status Quo, Francis Rossi. De uitvinding om mezelf tot de minister-president te transformeren is nog niet bij me opgekomen. Ik zou de slechtste MP allertijden graag vervangen, maar dat is geen kwestie van uitvinden, maar een vurige wens in deze barre tijden. Maar het is wel MIJN wens, van mijn bestaande ik. Niks geen kwestie van uitvinden, zeker niet mezelf.

 

 

Iedere pukkelkop van 16 zou zichzelf wel willen uitvinden om eindelijk eens de blits te maken bij de vrouwtjes op feesten. Maar zijn pukkelkop is een ernstige handicap. Hij kan zich wel willen uitvinden, maar die puisten blijven. Misschien moet hij zich toeleggen op een alles afdoende tonic uit te vinden in plaats van zichzelf. Zo zijn er tal van situaties waarin de gebruikers van ‘jezelf opnieuw uitvinden’ misbruik maken van de goedgelovigheid van mensen die graag willen geloven dat je jezelf opnieuw kan uitvinden. Het woordje opnieuw suggereert trouwens dat ze het al vaker hebben gedaan. Maar de uitvinding was klaarblijkelijk nog niet optimaal. Kinderen die gepest worden moeten zichzelf opnieuw uitvinden. Mislukte relaties worden verholpen met een soort van ‘selfkit’ om jezelf opnieuw uit te vinden. Gezeik op het werk met je baas, dat is geen reden om een hekel te hebben aan je baas, maar jezelf opnieuw uit te vinden. Lulkoek.

 

 

Vroeger hadden ze nog de uitdrukking ‘de bakens verzetten’. Dat is nog een uitdrukking die hout snijdt. Je neemt jezelf mee in een veranderingsproces met een blik op de toekomst of de gewenste richting van je toekomstbeeld. Je kent daarbij je sterke en zwakke punten en daarbij heb je te dealen of er aan te werken. Niets jezelf opnieuw willen uitvinden. Onzin. Stel u eens voor dat ik mezelf opnieuw zou uitvinden als stukjesschrijver voor dat ik dit blog zou schrijven. Denkt u dan echt dat er veel meer mensen zijn dan een paar twitteraars, een enkele toevallige passant en goedbedoelde Facebookvrienden die mijn aversie tegen jezelf uitvinden zouden lezen. Echt niet, dus niet meer gebruiken dat jezelf uitvinden. JEZELF UITVINDEN, DRIEWERF GADVERDAMME. Blijf gewoon jezelf, de meesten hebben daar al genoeg mee te stellen.

 

 

 

PS. Ik droom er stiekem wel van om een ander opnieuw te kunnen uitvinden. Maar dit terzijde.

 

 

YOLO, gadverdamme!!!

 

Je hebt jeukopmerkingen en jeukopmerkingen. Ik zie duidelijk gradaties. Soms is het een tergend langzame opeenhoping van ergernis en in één keer denk je, gadverdamme. Heel soms zijn er uitdrukkingen die je van af het eerste moment ernstig tegenstaan. YOLO dus. You only live once, dus wat maak je je druk zult u denken. Niets is minder waar, toegegeven ik denk niet de hele dag aan die verfoeide YOLO’s denk, maar af en toe wil ik toch blijk geven van een portie intolerantie. Op dit moment wordt de ergernis veroorzaakt door de opkomst van het begrip YOLO dat naadloos aansluit bij de mismaakte staat van de Westerse samenleving. YOLO, gadverdamme.

In de wat geletterde kringen hebben ze het al vanaf de jaren negentig over het hedonistische tijdperk, dat eigenlijk al sinds de opkomst van de babyboomers als ideologische maatstaf geld, helaas. Tegenwoordig hebben we Henk Krol met zijn 50+ die over de ruggen van echte ouderen en armere bejaarden, plechtstatig de belangen van de rijke babyboomers verdedigd. Echt YOLO en ze wensen geen rekening te houden met anderen. Hedonisme pur sang.

Met YOLO beleven we de popularisering van het hedonisme. Hele volksstammen die het woord hedonisme amper kunnen uitspreken, laat staan de betekenis kunnen reproduceren, hebben instintiefmatig blijkbaar wel begrepen waar het om draait. YOLO.

Je moet alles in je leven geprobeerd hebben, want je leeft maar één keer. Lekker gek doen, niet nadenken, korte termijn doelen nastreven, geen verantwoordelijkheid nemen, meedoen met de meute dus. YOLO is een schaamlap voor een beperkt, maar onnadenkend leven. YOLO is een reden om met de schreeuwende meute mee te lopen. YOLO is bij uitstek een reden om tegen conventies te zijn, want die beknotten dat enige leven. YOLO is zelfs reden voor thrill-seeking activiteiten al laat je persoonlijkheid het absoluut niet toe met alle psychische gevolgen van dien. Lekker op vakantie in Timboektoe, terwijl je de weg naar de kerktoren van het naburige dorp eigenlijk al een hele reis vindt. Lekker drugs gebruiken en experimenteren, lekker seksen zonder grenzen omdat de media je laat geloven dat het de standaard is, bovendien: YOLO!!!!!

Het verbaast me trouwens dat de SGP jongeren hun PR machinerie niet in stelling hebben gebracht tegen YOLO met OYLT. OYLT? Ja, OYLT, Of Course You Live Twice, om het hiernamaals te promoten door een gelovig en ascetisch leven. Maar op de keeper beschouwt zijn ook de SGP-jongeren ook al besmet met YOLO. Op zaterdag zuipen en snuiven ze zich klem in hun tot bierketen omgebouwde kippeschuren, om hun OYLT gevoel met een kater in de kerk te beleven.

Het is ‘Living On The Edge’ (LOTE!) met een immer groeiend verwachtingspatroon van avontuur, hedonistische zelfverwezenlijking, gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel en vooral geen rekening houdend met de gevolgen voor jezelf en je medemens. Schaamteloos gedrag wordt tot norm gemaakt onder het mom: YOLO.

Ik ben niet zo zeer van de YOLO, al zou ik soms willen dat het leven een eeuwig durende vakantie is met de beschikking over genoeg geld en vrije tijd en het seksleven van een bonobo. Heel soms lijkt dat een aantrekkelijk vooruitzicht. Maar in het algemeen stel ik niet zulke hoge eisen aan het leven, al duld ik het begrip YOLO niet in mijn dagelijkse vocabulaire. Ik ben meer van de EVVAV en KWW oftewel zet je Ene Voet Voor de Andere Voet en ‘Kieken Wat het Wordt’. Misschien wat ambitieloos, het is niet anders. Tot die tijd zal ik YOLO niet hanteren. YOLO, driewerf gadverdamme.

Een mensen-mens, GADVERDAMME

 

Ik ga mezelf niet afficheren als een misantroop, hoewel ik op gezette tijden wel last heb van mensen in het algemeen. Omdat dit niet chronisch is, maak ik me geen zorgen. Sterker, ik vind het soms een prettige, hoewel geen gemakkelijke, instelling. Het maakt je kritisch, hoewel dat doodvermoeiend kan zijn. Het zogenaamde mindfucken ligt altijd op de loer en dat is destructief.

In zo’n misantropische bui, kan ik een gloeiende hekel krijgen aan bepaalde termen. Ik krijg bijvoorbeeld acuut rode bultjes van de term ‘mensen-mens’, wat een godvergeten jeukterm is dat. Gadverdamme. Op dit moment ben ik niet misantropisch, kun je nagaan hoe ik over mensen-mensen denk op mindere dagen.

Wat is nu een mensen-mens? In een eerste opwelling zou ik denken dat is iemand die van mensen houdt? Maar doen we dat in wezen niet allemaal, uitgaande van de goedheid van mensen en het zijn van een sociaal wezen. Ziet u, ik ben geen geboren calvinist, zo misantropisch ben ik niet.

Of zou een mensen-mens iemand zijn die goed met andere mensen kan omgaan? Volgens mij kunnen de meeste mensen dat in meer of mindere mate. Je eigen socialisatieproces maakt dat je met de ene minder goed kan, dan met anderen. Zolang je dat van elkaar accepteert, is er niets aan de hand. Gelukkig zijn de mensen met ernstige psychische defecten of anderszins persoonlijkheidsgestoord, ver in de minderheid, tenminste dat denk ik nu, maar in een misantropische bui denk ik er beslist anders over.

Of kan een mensen-mens met iedereen opschieten, een soort kameleon die qua omgangsvormen zich constant aanpast en niet zich zelf is. Ik zou dat soort mensen ernstig wantrouwen, misschien wel misantropisch worden. Niets mooier dan een oorspronkelijk mens met zijn hebbelijkheden en zijn onhebbelijkheden.

Soms zijn het wat zweverige types die zichzelf tot mensen-mens bombarderen. Nu moet ik bekennen dat ik deze mensen niet serieus neem, maar ze zijn in het algemeen totaal ongevaarlijk, vaak zelfs charmant in hun naïviteit. Het wordt anders als managers of directeuren, politici of bestuurders zich mensen-mens gaan noemen. Dan moet je gaan oppassen. Je ziet ze zo staan voor een groep werknemers op de dag dat ze zichzelf moeten introduceren. Handenwrijvend noemen ze hun naam, ratelen hun hele CV op alsof ze niet doorhebben dat niemand daar in geïnteresseerd is. Bovenal gaan ze uit van een goede samenwerking. Breed gesticulerend, zoals ze hebben opgepakt tijdens de peperdure seminars human resource, zetten ze hun woorden kracht bij, zoiets als Mark Rutte nog iedere keer doet en daarbij steeds ongeloofwaardiger wordt. “Dat zal toch wel lukken, dat samenwerken?” roept de man of vrouw naar het gehoor. ‘Ik ben immers een echte mensen-mens.’ Een teiltje moet worden aangesleept, maar tot echte vomeren ga ik over als de toevoeging komt, ‘A peoplesmanager.’ Het zweet breekt me van alle kanten uit bij die kretologie: ‘Een mensen-mens, a peoplemanager, gadverdamme, je bent niet goed wijs.’

Als je van mensen houd, dan moet je dat je dat zeker niet uitroepen, want daarmee geef je je gebrek aan mensenkennis al bloot. En als je met iedereen kunt omgaan, of te vriend wilt houden, dan ben je bij voorbaat al een slecht manager. Maar het gevaar dreigt dat een mensen-mens-manager zich vooral gaat ontpoppen tot een onbetrouwbare kameleon. Zo één die helemaal niet van mensen houdt, volstrekt onbetrouwbaar is en vooral van zichzelf houdt, of dat zelfs niet eens. Mensen-mensen, driewerf gadverdamme, ik word er subiet misantropisch van.

Out-of-the-box denken, GADVERDAMME

Je hebt jeukopmerkingen, en jeukopmerkingen, maar bij ‘out of the box-denken’ denk ik snel aan een jeukaanval veroorzaakt door de eikenprocessierups. Heel erg dus. Buiten het onnodige engels en het heet eigenlijk outside the box denken, is het een van de meest misbruikte actuele kreten. Te pas en te onpas vindt ‘out of the box-denken klaarblijkelijk plaats. Snelle marketingjongens verklaren hun niet grappige reclames met een nonchalant wegwerp handgebaar: ‘Gewoon, een kwestie van out of the box denken.’ Gadverdamme, rot op man. Politici lopen te hoop omdat hun absurde mening niet wordt overgenomen. Ze verwijten anderen dat ze niet voldoende ‘out of the box-denken.’ Helemaal niet mafkees, denk ik dan, je volstrekt absurde gedachtegang wordt door anderen niet gepruimd.

Out of the box denken’ heeft iets verhevens gekregen, vooral bij degene die zichzelf bestempelt als out-of-the-box-denker. ‘Ik kijk verder dan jullie, ik loop niet op platgetreden paden, en vooral, ik ben geen burgermannetje. Het ergste wat een out-of-the-box denker kan overkomen is voor een ‘into-the box denker’ aangezien te worden. En out-of-the box denken is al helemaal geen exclusiviteit meer voor kunstenaar, schrijvers of grote denkers, integendeel. Hele volksstammen bewandelen de kunst van out-of-the box te denken. Bij bureaucratische beleidsmakers, adviseurs van velerlei kunnen, hulpverleners en onderwijzend personeel wordt het eigen ego opgehaald door te proclameren dat ze uitstekende ‘out-of-the-box denkers zijn. Gadverdamme.

En wat heeft het de mensheid gebracht? Is Geert Wilders het prototype van een ‘out-of-the box denker omdat hij de oude politiek de rug heeft toegekeerd? Dacht het niet. Die hele crisis om Griekenland, er moet een oplossing gevonden worden, maar hoe is het zover gekomen. Misschien wel omdat de Griekse bovenlaag uitstekende ‘out-of-the-box-denkers’ zijn gebleken. Nu weten ze niet hoe ze de geest in de box moeten krijgen. Nog iets ‘geniaals’, de oprichting van de Partij voor de Dieren, dat heeft al menig vervreemde out-of-the-box discussie opgeleverd. Vooropgesteld dat ik een voorstander ben van het netjes omgaan met alles op Aarde, rentmeesterschap in de christelijke traditie. Onlangs stelde ik via Twitter nog voor om 17 juni als wereldmensendierendingendag uit te roepen. Maar als mens zijnde vind ik het niet meer dan normaal om het mens-zijn als uitgangspunt te nemen en te houden, dus of (on)verdoofd slachten nu inhumaan is, voelt voor mij al als een hele foute vraag. Humaniteit betreft mensen en je hoort dieren nimmer te kwellen. En dan de oplossing voor het probleem, vrijheid van godsdienst versus dierenwelzijn, onverdoofd slachten versus verdoofd slachten. Voor mij is het duidelijk, als verdoofd slachten inderdaad minder dierenleed met zich meebrengt, dan hoeven die godsdienstige gedachtekronkels van de Joodse en Islamitische gelovigen niet te prefereren. Is dat nu out-of-the-box denken van mij? Nee, dat is gewoon een beetje bij jezelf blijven. Vaak brengt out-of-the-box denken rare, soms zelfs fundamentalistische ideeën met zich mee, te beginnen bij Adam en Eva. Want bracht Eva niet out-of-the-box een appeltje aan Adam, terwijl ze het zo goed hadden?

Out-of-the-box denken, gadverdamme.

Ik stop maar met dit stukje, want om naast de Wilders adepten, de PvdD, ook de vrouwen nog tegen me in het harnas te jagen, gaat me op een regenachtige zondagavond in juni te ver. Het wekt dan bijna de schijn dat ik als eenling mijn gelijk verabsoluteer omdat ik de gave heb om out-of-the-box te denken. Gadverdamme, out-of-the box denken, ik niet. Dit is gewoon een simpel blogje van associatief denken, dicht bij mezelf en nu ga ik weer terug in mijn eigen box.

HEER, Gadverdamme

‘Heer, wat kan ik voor u doen’  Na het uitspreken van zo’n zin door  bijvoorbeeld een marktkoopman krijg ik acuut rode pukkeltjes op de meest onverwachte en ongewenste plaatsen. Het liefst loop ik weg met een arsenaal scheldwoorden achterlatend bij de marktkraam. En ik kan u verzekeren, het zijn geen lovende woorden die ik er dan uit zou willen kramen. De arrogantie die nergens op gebaseerd is bij zo’n gast stuit me tegen de borst. Zelfs als ik standaard in een krijtjespak loop van een gedateerde snit, een vlinderdas draag en een overjarige potloodventerjas, zelfs dan vind ik de verachting die het woordje Heer met zich meebrengt ongepast. En ik draag helemaal geen pakken en stropdassen. Ik durf zelfs te beweren, zonder mezelf tekort te doen, dat het etiket ‘middle of the road’ qua uitstraling goed bij me past. Noem me dan gewoon mijnheer of begin van mij part gewoon te ‘jij-en’ en te ‘jou-wen’. Ik wil geen ‘Heer’ horen, gadverdamme.

Ik weet niet of dit voor de mannen die dit lezen herkenbaar is of zoek ik er te veel achter? Het gebruik van het woord Heer heeft zoiets van een achterhaalde klassenstrijd, maar dan andersom. Ik besef me terdege dat in vroeger tijden ‘het plebs’ de pet diende af te doen als iemand van de gegoede klasse langskwam. In het meest gunstige geval kregen ze van de ‘Heer’ in kwestie in minzaam knikje. Niet meer van deze tijd, maar ook met ‘Heer’ op de markt te worden aangesproken heeft iets heel vileins. Deze ‘Heer’ hoort niet tot ons soort lijkt het uit te stralen. Deze ‘Heer’ ziet eruit nog nooit gewerkt te hebben. Deze ‘Heer’ is zo’n typisch geval die de fijne handel niet begrijpt of zelfs dwarsboomt. Deze ‘Heer’ heeft natuurlijk lekker uitgeslapen op zaterdagmorgen terwijl ons soort, de marktkoopmannen al lang uit de veren waren. Kortom, ‘Heer’ is van een minderwaardig ras en dat zullen we hem ook nog eens laten merken. Is net zoiets als ‘mevrouwtje’ voor vrouwen alleen dan weer anders.

Voor het gemak en de herkenbaarheid noem ik de marktkoopman, maar ook in garages of de wat kleinere ‘Doe het zelf’ zaken kan je deze uitsluiting ten deel vallen.

Na het benoemen van de onderdelen die bij de grote beurt noodzakelijk vervangen moesten worden, kijk je ietwat wazig. Je vertrouwt erop dat alles netjes en eerlijk is gegaan. In een overmoedige bui stel je nog een kleine vraag ter verduidelijking. Het korte exposé dat volgt is al de aanloop naar een denigrerende afscheidsbegroeting.

‘Heer, uw auto is weer helemaal pico bello.’

Ik ga dan bijna over mijn nek en hiervoor is zeker niet de veel te hoge rekening verantwoordelijk. Het gilde der ‘mannetjes’ voor de klussen thuis, op zich al een gadverdamme-term ‘mannetjes’, die kunnen er ook wat van als je niet uitkijkt. In één oogopslag hebben ze je linkerhanden op waarde geschat en het dedain is dan niet van de lucht. ‘Heer, als ik zou U zijn, dan heeft het zijn voorkeur om ook de hele ketel maar te vervangen.’

‘Nou voorlopig is de lucht uit de radiotoren voldoende, toch?’

‘Zoals ù, wenst Heer.’ Op een bastoon wordt ‘Heer’ er bijna uitgebraakt.

Als misdienaar herinner ik me de volgende zinsnede in de missen. ‘Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek slechts één woord en ik zal gezond worden.’ Tegenwoordig kan ik erg onpasselijk worden bij het misbruik van het woord ‘Heer’ en ik ben dan nog niet eens lid van de Bond tegen Vloeken.  Integendeel. HEER, driewerf gadverdamme.

 

Seks, gadverdamme

De lezer die nu een tirade verwacht, al dan niet geïnspireerd door een strenge edoch rechtvaardige Grote Regisseur, komt bedrogen uit. Ik zal niet pleiten voor strengere waarden en normen, of dat sex behouden moet blijven voor slechts gehuwden. Ook zal ik geen ouderwetse  bakkerpraatjes rondstrooien dat je doof wordt van masturberen dan wel een andere helse ziekte te verduren krijgt. Ook Pauselijke praatjes tegen condoomgebruik zult u hier niet aantreffen.

Maar, ook allen die verwachten hier een pornografisch verhaal aan te treffen, of erger nog deelgenoot te worden van Sprakeloze bedgeheimen, zullen met dit blog niet aan hun gerief komen. Verre van dat, want zij zullen zo mogelijk nog meer teleurgesteld worden dan streng gelovigen in God of Allah.

Seks, gadverdamme gaat hier niet zozeer over ethiek, maar over esthetiek. Niet over de  al dan niet esthetische kant van de daad zelf, maar over de bezoedeling van het woord seks an sich. Seks gadverdamme.

Wat een aanfluiting is de laatste (of voorlaatste) taalvernieuwing toch geweest. Taalverloedering op vele fronten is het gevolg geweest, maar zeker voor de sex. Wie komt er in godesnaam op het idee om sex in seks te laten veranderen. En dat dit idee dan ook nog eens omarmd wordt door vele weledelgeleerde dames en heren Neerlandici uit Vlaanderen en Nederland.

Sex met ks, het ziet er niet uit, maar bovenal is de internationalisering van het woord daarmee verdwenen. We doen het wel op onze eigen Germaanse wijze, de seks, niets geen sex meer. Het heeft iets xenofobisch, seks gadverdamme.

Maar naast het genoemde bezwaar is het vooral ook het zien van het woord ‘seks’. Dan lust je het toch eigenlijk niet meer?

De lettercombinatie ‘ks’ straalt helemaal niets uit, in tegenstelling tot het zwierige van de ‘x’. Prachtig die letter ‘x’, weinig in het publiek gebruikt en toch zo bekend.

Laten we die fraaie letter ‘x’ eens nader beschouwen. In de wiskunde, en inmiddels ook in het figuurlijke taalgebruik, staat de ‘x’ voor het onbekende, of beter gezegd het nog onbekende. De ‘x’ is ervoor om ontdekt te worden. Prachtig toch. Verder staat de x voor het kruis, dit hoeft verder geen betoog. De ‘x’ heeft ook iets geslotens en dat mag van mij, zolang het maar niets verbodens heeft. Kortom de ‘zwierige ‘x’ staat voor ontdekking.

Dan ‘ks’. Als we dit uiteenrijten dan blijft over de letter ‘k’. Een keiharde letter als u het mij vraagt. Was het niet Robert Long in het begin van de jaren tachtig, mogelijk al eerder, die de hele wereld in de letter K wist te persen. Hij had geen ongelijk, want de letter K die stond voor Kroeg, Kerk, Kut en Kapitaal. Onmiskenbaar hele belangrijke zaken die alle vier op een of andere wijze met sex te maken kunnen hebben. Maar de opsomming als geheel is keihard en veel te werelds. Dat dekt de lading niet.

Dan de letter ‘s’. Mijn eerste en enige opwelling is de slang. En of Eva  nu daadwerkelijk het kwaad in de wereld heeft veroorzaakt door middel van de verleidelijke praatjes van de slang, is me om het even. De metafoor van de slang en het kwaad staat gegrift in menig gedachtegoed. Het mag en kan dus niets met sex te maken hebben.

Als persoonlijk argument heb ik nog dat mijn vriendinnetje van de lagere school de initialen KS had. En ik kan u verzekeren, het was (en mogelijk is) een lief meisje, maar het had helemaal niets met sex te maken.

Kortom seks, gadverdamme, daarmee komen we niet verder in het Nederlandse taalgebied. Te hard, te onpersoonlijk en te xenofobisch. Ik denk dat we de seks maar snel moeten veranderen in sex. Maar ik denk niet dat dit seksloze kabinet hiertoe snel een wetsvoorstel zal indienen.

 

Meiden, gadverdamme

Sommige woorden en uitdrukkingen smaken gewoon niet. Ongetwijfeld is het een vreemde afwijking van me, maar het is niet anders. Ik kan er mee leven, al komt het zuur me af en toe naar boven als ik geconfronteerd word met een woord dat een sterke aversie oproept. Ik denk dat het te vergelijken is met vloeken voor leden van de “Bond tegen Vloeken”. Ik weet het niet zeker, maar zoiets moet het zijn. 

 

Maar zoals het vaker is met smaak, naarmate je ouder wordt, kan die veranderen. Ik ben bijvoorbeeld opgevoed met de woorden macaroni en spaghetti. Wanneer we als gezin dan het woord pasta hoorde, dan proesten we het uit. Kale kak vonden we dat en dat terwijl ik echt niet uit een arbeidersmilieu kom. Wel was het ‘doe maar gewoon, je bent niet beter dan een ander.’ En pasta was een rariteit voor mensen die eens op vakantie waren geweest in Italië en die om interessant te doen het woord pasta te pas en te onpas gebruikten. ‘Kijk eens hoe mondiaal wij zijn en denken’. Gadverdamme dacht ik toen.

Wij aten op zaterdag gewoon een bord macaroni, heerlijk bereid door moeder Sprakeloos. Tegenwoordig krullen mijn tenen niet meer bij het horen van het woord pasta. Het kan verkeren.

Maar niet altijd. Het woord ‘Meid’ of ‘Meiden’ doet mij walgen. Ik schijn ongeveer de enige te zijn. Ik krijg er vooral hele feodale associaties bij. Een keukenmeid was zo’n ongeschoold meisje dat ondanks haar talenten voor een habbekrats moest werken bij welgestelde families. In de Engelse literatuur komen ze nogal eens voor, die meiden. Ook in Nederland had een beetje boer een meid die de boerin rondom het huis een handje hielp. Tegenwoordig hebben we dat niet meer en soortgelijke werkzaamheden zijn nu vastgelegd in Cao’s en hebben verhullende benamingen als interieurverzorg(st)er, hulp in de huishouding etc. Het tijdperk van de meid is definitief voorbij in Nederland. Tenminste dat vind ik als weldenkend mens met enig historisch besef.

Niets is minder waar. Al meer dan twintig jaar erger ik me groen en geel aan het oprukkende en niet meer te stuiten woord ‘Meiden’. Een moeder spreekt trots over haar meiden. Hedendaagse powergirls (ook zoek jeukterm trouwens) gaan graag een avondje stappen met ‘de meiden’. Maar niet alleen tieners smaken dit genoegen, ook oudere generaties hebben de term genormaliseerd. Het klinkt in mijn optiek verschrikkelijk pathetisch als een troepje menopauzers giechelend mededeelt dat ze het weekendje ervoor met de meiden zijn wezen stappen. Gadverdamme, ik wil me er geen voorstelling van maken.

De populariteit van het woord ‘meiden’ is natuurlijk de schuld van het feminisme uit de jaren zeventig, de tweede golf geloof ik. Ik heb niets tegen feministen, maar als ze aan de taal komen, moeten ze dat wel doen met enig historisch besef. Meisje was blijkbaar niet goed genoeg meer. Het is taalkundig gezien een verkleinwoord, dus kleinerend. In ieder geval niet acceptabel tegenover het stoere woord ‘jongens’. Meisje werd onterecht geassocieerd met frêle, zacht en hulpeloos, dus werd het meiden. Niet alleen jongens zijn stoer, ook meisjes staan hun ‘mannetje’ om te beginnen door zich te laten aanspreken als meiden.

Gadverdamme, gadverdamme en nog eens gadverdamme.

Als die feministen dan zo nodig stoer willen doen, dan hadden ze een ander woord moeten introduceren. Niet een scheldwoord met denigrerende associaties tot een soort geuzennaam bombarderen. Nu is het helemaal ingeburgerd en dit blogje is een hopeloos achterhoedegevecht. We zijn er mooi mee aangemaakt, vooral ik dan. Mag een stoere meid dan op haar toekomst zijn voorbereid, ik zal de rest van mijn leven rennies moeten gebruiken om me te wapenen tegen onverwachte confrontaties met meiden.

Amerika doen, gadverdamme

Als ik mezelf in de spiegel bekijk, hoop ik een tolerante man te zien. Aan de andere kant, iedere columnist van welk niveau dan ook is in wezen een vervelende moralist. De betere columnisten weten hun boodschap goed te verpakken. Deze column is wat het verpakkingsaspect een heel matige column. Sterker nog mijn onverbloemde waarden en normen en vooral mijn onvervalste intolerante ergernis druipt ervan af. Iedere zin is er van doorspekt als ik niet uitkijk. Ik probeer ervoor te waken en de nuances te blijven zien. Echter, bij het horen dat iemand ‘Amerika heeft gedaan’ of op de vraag aan een willekeurige gesprekspartner ‘heb jij Amerika ook gedaan?’ krijg ik bijna spontaan uitslag en mijn zenuwstelsel wordt gekieteld zoals mierzoete jam een holle kies kan belasten. Amerika doen, gadverdamme.

Waarom zeggen mensen dat? Ik weet nog wel dat tot diep in de jaren tachtig er in Nederland heel schamper werd gedaan over Amerikaanse toeristen. Wanneer je ze sprak, dit was bijna onmogelijk want hun tijdschema was ongeveer 3 hoofdsteden per dag, hadden ze het over: ‘I’m doing Europe.’
Een mengeling van ongeloof, afschuw en medelijden was hun deel. Deze cultuurarme sukkels deden Europa en wij wisten wat dat inhield. Een luttel uurtje werden ze vrijgelaten in Amsterdam en als ze op tijd terug waren bij de bus, werden ze vervoerd naar Volendam of de Kinderdijk. ’s Middags lunchen in Antwerpen om vlak voor de overheerlijke French fries een blik te werpen over de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog in Noord Frankrijk. ’s Avonds slapen in Parijs, maar niet zonder het aanschouwen van de kanten onderbroeken en blote (liberale) tieten in de Moulin Rouge. De volgende ochtend nog even souvenirs kopen en dan met het vliegtuig naar Milaan, Rome of Barcelona. En zij ‘are doing Europe’ in die tijden.
Met nauwelijks gemaskeerde superioriteitsgevoelens bekeken wij, Europeanen, de cultuurarme Yanks alsof we allen geoefende antropologen waren. En nu ruim twintig jaar later ‘doet een groeiende groep Amerika’. Het is om spontaan de bibberkoorts van te krijgen.

Nu is het genoegzaam bekend dat als er één land is dat bewust of onbewust de Amerikanen (bijna) blindelings volgt, dat dit Nederland is. Volgens mij heeft dat iets met koopmannen en dominees te maken, maar dit terzijde. Een letterlijke overname van ‘doing Europe’ is natuurlijk ‘Amerika doen’, zo volgzaam zijn we natuurlijk wel. Maar als het nu alleen een taalkwestie is, dan zou ik er nog mee kunnen leven en niet geneigd zijn een stukje te schrijven. Volgens mij is er meer.

Ter vergelijk, u gaat op vakantie naar Zuid Frankrijk, de Spaanse Costa’s of Griekenland, hoe kondigt u dat aan in de kantine van uw bedrijf?”We gaan de Procence doen, of we overwegen Kreta te doen of wat te denken van we doen Andalusië.?’ Uw collega’s zullen u in het meest gunstige geval meewarig laten uitpraten. Zo niet als u aangeeft dat u Amerika wenst te bezoeken. Dan is het vanzelfsprekend dat u ‘Amerika doet’. U gaat er niet op vakantie, u heeft er geen prettig verblijf maar u doet Amerika. Wat is dat dan Amerika doen? Ik zou het niet weten hoor, tenminste als ik het vervolg hoor van het ‘Amerika doen’, dan hoor ik in principe niets anders dan welke willekeurige andere vakantiebestemming. Sommigen verkeren in een specifieke stad, vaak New York, anderen trekken door het land of tenminste een deel ervan. Het rondtrekken en verblijven op meerdere plaatsen zijn trouwens vaak ook al ‘deeldoegebieden’
Heb jij New York gedaan? En Las Vegas? Ik heb de Grand Canyon gedaan, en jij? En een volgende keer doe ik ook de Niagarawatervallen en overweeg Los Angeles te doen. Gadverdamme. Van mijn part duik je dagen in het stadsleven van New York, smijt je al je geld weg in Las Vegas, geniet je van de Niagarawatervallen, ziet de zon opkomen boven de Crand Canyon en reis je van staat tot staat, maar DOE het in vredesnaam niet.

Het staat zo armetierig, terwijl het vaak ook nog opschepperig bedoeld is ter vergroting van het eigen ego dat niet voldoende heeft aan een prettige vakantie in de Verenigde Staten, maar ‘Amerika moet doen’. Driewerf gadverdamme, gadverdamme en nog eens gadverdamme.

En ik doe nu een biertje om een beetje los te komen van mijn ergernis en zo mijn zenuwstelsel te doen laten rusten.

(Waarom weet ik niet, maar bij het verhuizen van blogs vanuit vkblog naar hier, in de mood van Amerika, aanleiding onbekend. U ook, lees en luister dan ook naar:

Bruce Springsteen – NY Serenade 

Boekbespreking van Richard Rosso/ Brug der Zuchten