27. VERGANKELIJKHEID uit de serie de kabbelende 100

 

In de afzichtelijke dossierkast, ooit gekregen als afdankertje, is nog veel werk te verrichten. Dat is voor later. Bovenop die kast is het stofvrij, de spinnenwebben zijn verwijderd en er staat helemaal niets. Maar niet voor lang, want helemaal niets is ook maar niets. Bovendien heb ik nog wat snuisterijen die nog een plekje behoeven. Ten eerste heb ik al enkele jaren twee heel onhandige kandelaars. Een keer stoten en de met Chinese tekens versierde kap ligt eraf. Volgens mij is dit een aanschaf van mijn wederhelft die inzag dat het een miskoop betrof. De kandelaars zijn dus gedegradeerd tot mijn werkhok. Ook een antiek klokje, volgens mij van Franse makelij, staat al vele jaren op mijn kamertje. Ooit heeft het gelopen, maar de laatste verhuizing heeft het niet overleefd. Als laatste een wereldbol, gekregen van Sinterklaas in 1978. Ik zeul het ding al heel mijn leven achter mij aan.

2014-03-01 14.51.59

Het levert een stilleven op, gemarkeerde tijd, de vergankelijkheid van de Aarde en de onhandige kandelaars. Waarom bewaart een mens dit? Van die kandelaars weet ik het niet. Ik vind ze lelijk, ze hebben geen waarde en enige emotionele band met de kitch heb ik niet. Samen met het klokje levert het min of meer een evenwichtig plaatje op. Het staanklokje is een cadeau van een tante van mijn wederhelft. Zij zou dus de emotionele waarde moeten koesteren. Echter omdat het een wrakkig ding is, zonder tijdsbesef, functioneert het nu als stilleven. Bij antiek denk je al snel aan waarde, ook al is het kapot. Ik durf er echter geen serieuze uitspraak over te doen. De globe heeft acht verhuizingen overleefd, maar niet ongeschonden. Ooit heeft het langdurig bij een gloeilamp gestaan. Bruine brandwegen zijn in de Indische Oceaan nog zichtbaar. Als kind dacht ik dat het een massieve houten bol was, maar een stuiter op de grond heeft me hard uit die droom gehaald. Het noordelijk halfrond past niet meer op het zuidelijk halfrond. Het kan verkeren met de wereld, maar niet met mijn aardbol. In de huiskamer is er geen plaats voor. Ik kan het billijken, maar voor een stilleven op mijn eigen hokje is de wereldbol goed genoeg. Of de snuisterijen op de afzichtelijke dossierkast voor altijd een verstild bestaan zullen leiden, waag ik te betwijfelen. Stofvrij zal het zeker niet blijven, maar ik zweer dat ik mijn globe mee zal blijven zeulen tot het absolute einde, mijn einde.

26. WORK IN SPACE uit de serie de kabbelende 100

 

De volkswijsheid zegt dat er in een gezond lichaam een gezonde geest huist. De eerlijkheid gebied te zeggen dat het ‘gesundes Volksempfinden’ de plank nog wel eens misslaat. Echter in de kern is deze volkswijsheid in principe wel waar. Nadrukkelijk zeg ik ‘in principe’ want een gezond lichaam is nog wel te objectiveren. Maar wat is een gezonde geest? Na ruim twintig jaar ervaring in het werkveld van de GGZ is een antwoord op deze vraag niet zo eenduidig. Bovendien, je hoeft niet eens in de GGZ te werken om te constateren dat de Allesbestierende rare creaturen op de aardbol heeft rondstruinen. Ik heb dus geen allesafdekkende definitie van een gezonde geest, maar een beetje opgeruimd in het leven staan is mijns inziens een eerste voorwaarde, zonder daarbij met je geestelijke bagger een ander lastig te vallen. De term opgeruimd is gevallen, daarbij kom ik bij een tweede truttige volkswijsheid.

2014-02-28 20.35.25

Rommel uit je huis is ruimte in je hoofd! Nu gaat er iets knagen in mij. Zonder in details te treden, constateer ik dat mijn lichamelijke conditie niet ‘comme il faut’ is. Misschien heeft roken er wat mee te maken? Wat zegt dat over mijn geestelijke gezondheid? Als de volkswijsheid gelijk heeft, ben ik niet helemaal goed in mijn bovenkamer. Ik denk dat ik de gekte voor de buitenwereld nog wel kan verbloemen. Sterker nog, voor mijn zonen presenteer ik mezelf als het meest normale mannetje van de wereld. Diep in mijn hart weet ik dat dit waar is. Maar als ik mijn werk- en studieruimte bezie, dan constateer ik een vergaande staat van verrommeling. Er moet opgetreden worden, want als je conditioneel neigt te verworden tot een ingevallen kippenhok en bovendien je directe leefomgeving verrommeld dan dreigt het stadium van complete waanzin, volgens het gezonde volksempfinden. Wanneer komt het moment dat ik niet meer op straat mag verschijnen omdat de gekte me is aan te zien, misschien is een rechtelijke machtiging zelfs aanstaande. Om dat te voorkomen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en een beetje rommel uit huis gesmeten om zo een opgeruimder gevoel te creëren. Tussendoor heb ik wel wat rookpauzes gehouden. Dat dan weer wel. Ik zit me trouwens af te vragen als ik nu heel erg op ga ruimen, op het neurotische af, zou dat een voorbode zijn om met plezier te gaan sporten? Misschien word ik geestelijk wel optimaal, of zelfs geniaal. Wie weet?

25. ROKJESDAG OP HET TWENTOLPLEIN uit de serie de kabbelende 100

 

Het is bijna zo ver dacht ik deze week, rokjesdag is aanstaande. Nu vind ik zomers geklede dames geen onaangenaam gezicht meestal, maar rokjesdag staat voor mij vooral voor het einde van de winter. Dit jaar hebben we dat eigenlijk niet verdiend, want echt winter is het niet geweest. Maar afgelopen maandag leek het tij gunstig, de zon scheen en de bomen krijgen hier en daar een zichtbare frisgroene waas. Rokjesdag dus, maar de atmosfeer was toch nog onaangenaam tussen de nieuwe kantoorgebouwen nabij het monumentale stadscentrum in Deventer. Tijdens een nicotinepauze, anders is werken niet mogelijk voor een junk, joeg de wind tegen mijn ongejaste torso. Toch genoot ik van het ontluikende groen van de treurwilg een paar meter verder. Een boom die bij het monument op het Twentolplein staat. Ik ben dan nieuwsgierig waar die naam ‘Twentol’ vandaan komt en waarom hier, in het ‘niks’ een monument staat.

2014-02-24 13.55.56

Nu blijkt niet iedereen nieuwsgierig, veel collega’s hebben geen idee en lijken niet geïnteresseerd. Mijn moeder heb ik het gevraagd, ze heeft wel belangstelling, maar ze kent deze geschiedenis nabij haar ouderlijk huis, enkele kilometers aan de andere kant van de IJssel niet. Ik zal het eens vragen aan een van haar broers die veel van de Deventerse geschiedenis weet. Op 10 april 1945 is er op deze plek bloed vergoten. Acht studenten/verzetsstrijders van de Koloniale Landbouwschool wilden de aanstormende Canadese bevrijders ter wille zijn en hebben zich verschanst in de gebouwen van de Smeeroliefabriek Twentol om zodoende een brug en sluis te sparen. Het kwam tot een vuurgevecht met de Duitsers. Twee mannen kwamen om in de ontstane vuurzee, één kon vluchten en vijf zijn er een half uur voor de daadwerkelijke bevrijding gefuseerd. Ook een Duitse soldaat die weigerde mee te werken is hier gewelddadig aan zijn einde gekomen.

10 april 1945, jonge mannen met zin in het leven, de bevrijding was immers aanstaande. Misschien was het wel mooi weer en kwamen allerlei bronstige gevoelens naar boven. Voor deze mannen geen rokjesdag meer, nooit meer. Tussen de moderne gebouwen is bijna achteloos een pleintje gecreëerd ter nagedachtenis aan een brute passage in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Als het echt rokjesdag is, zal ik aan de mannen denken. Ik zal genieten van de vrijheid, het zwoele lenteweer en met extra aandacht de rokjes bekijken. Dat is wel het minste wat ik kan doen, 74 jaar later, genieten.

18. ROOKVRIJE KRAAIEN uit de serie de kabbelende 100

Veel van mijn blogs worden gemaakt met de sigaret als aanjager. Tenminste dat maak ik mezelf wijs. Ik rook niet binnen sinds ik verantwoordelijk ben voor mijn kinderschare. Nu de verantwoordelijkheid nog voor jezelf hoor ik mijn alterego zeggen c.q. mijn vrouw, maar dit terzijde. Ik zal u een schets geven van ons huis. De huiskamer is een rechthoek, maar aan de zuidzijde zit een extra vierkant, de voorkamer. Aan de noordzijde zit een soortgelijke puist, maar daar is een deur gemonteerd. Met wat fantasie kun je je er vast een voorstelling van maken. Aan de noordzijde heb ik mijn ‘hok’ die ik soms studeerkamer noem. Hier schrijf ik mijn schrijfsels. Omdat ik zuchtig ben naar nicotine verdwijn ik soms even naar buiten. Als het koud is of regent, of ik heb mijn schoenen niet aan, hang ik in de deuropening. Even roken vlak bij de plaats van het delict.

2014-01-12 11.58.00

Het introspectieve moment duurt meestal kort vanwege de regen of koude. ’s Zomers duurt het wat langer. Zo had ik jaren geleden vast gezelschap van een bruine kikker. Wanneer ik er was, zat zij er ook met haar kontje naar me toe gedraaid. Ik heb er een sprookje van weten te maken. Ik durf te stellen dat het een aardig blogje was (en is). En dat allemaal dankzij de sigaret. Zondagochtend stond ik er weer. Mijn schoenen had ik nog niet aan, bovendien was het fris. De zon scheen al wel uitbundig, want nog steeds beginnen de zondagen bij mij meestal niet zo vroeg. Ook die zondag zag ik een vaste bezoeker in een van de belendende tuinen. Hoog in de boom zat een grote zwarte vogel. Vraag me niet welke vogel, als ik zou moeten gokken zeg ik een kraai. De kraai zit er vaker, soms in gezelschap van twee kleinere vogels van een ander merk. Misschien wel zijn lakeien, wie zal het zeggen. Ik weet niet zoveel van vogels. Vandaag was het beest alleen. De kraai zit meestal met zijn rug naar mij toe, ook in gedachten zo te zien, al rookt ze niet. Wellicht is zijn alterego strenger, of heeft mevrouw de Kraai de broek aan. Wat zou het spannend zijn om inzage te krijgen in de gedachtespinsels van de vogel. Zou hij ook blogjes schrijven? Wellicht over die in de deur hangende man een paar huizen verderop. Gelukkig heeft ze geen mobiel om foto’s te maken.

17. PARADIJS VAN DE VROUW? uit de serie de kabbelende 100

Wandelend door de winkelstraten kom ik bedrijvigheid tegen bij het pand waar De Bijenkorf gevestigd was. Een bestelbusje, mannen achter geblindeerde deuren maken lawaai en een beveiliger ziet erop toe dat de geheimen van achter de blindering ook geheim blijven. De Bijenkorf is het Walhalla voor de meeste vrouwen, te vergelijken met een pot voetbal voor mannen. Een zinnig gesprek is dan niet meer te voeren, de hersenen zijn uitgeschakeld en alle zintuigen zijn gericht op de koopwaar van het meest vermaarde warenhuis van Nederland. Met de dolle dwaze dagen, alleen de naam al, is het allemaal nog een graadje erger. Maar het kan niet meer in Arnhem. Ik kan er niet om treuren, er zijn nog genoeg andere winkels. Bovendien er komt iets anders moois voor meisjes en vrouwen, de Primark. Ik vraag me daarbij af of het om dezelfde vrouwen gaat die de Bijenkorf als hun clubhuis beschouwden?

2014-01-10 10.22.09

Ik moet denken aan mijn middelbare schooltijd toen ik het Frans probeerde machtig te worden. Het is nooit echt gelukt. Ik kan een volzin fabriceren. Mocht een Fransman mij verstaan dan zal de vloed aan Frans dat me tegemoet komt te machtig zijn. Ook moest ik boeken lezen. Het is nooit duidelijk geworden of dat percé in het Frans moest, of dat je ook de vertalingen mocht lezen. Gezien mijn staat van Frans, was ik aangewezen op de vertalingen. Dapper begon ik aan ‘Het Paradijs van de Vrouw’ geschreven door Emil Zola. Mijn ouders hadden het in de boekenkast staan. Ik vond er geen klap aan. Het ging over de verwikkelingen rondom het warenhuis Lafayette, één van de eerste in zijn soort. Misschien is dat ook geen leesvoer voor een 17-jarige jongeman. Toch moest er minimaal één dik boek gelezen worden naast de Franse leesliflafjes. Opnieuw de boekenkast van mijn ouders nagespeurd en ja, Simone de Beauvoir. Na de mislukking van Au Bonheur des Dames moest het met de Mémoires d’une jeune fille bien rangée toch lukken. Mogelijk was door het existentialistische gehalte de kost nog zwaarder, maar ik heb me erdoor heen geworsteld. Het eindexamen was zowaar een succes omdat één van de bijpersonen in het boek nog les had gegeven aan de rector, pater Bos. Ik zou zijn laatste kandidaat zijn, ik kon zijn oud-leraar benoemen. Het stemde hem mild.

Zouden de zogenaamde welopgevoede jongedames tegenwoordig wel naar de Primark gaan, of is dat te min voor ze.

14. BLIK OP ONEINDIG uit de serie de kabbelende 100

 

Waar kijk ik naar als ik niet geconcentreerd ben op het beeldscherm van de computer, dus niet zoals nu een blogje uittik, of het laatste nieuws bijhoud, twitterberichten bekijk, mijn facebookpagina afspeur of erger nog Candy Crush Saga speel? Dan kijk ik even van me af. Soms staat de deur naar de huiskamer open om niet helemaal te vereenzamen achter mijn computer en/of zo nodig mijn huishoudelijke taken in de gaten te houden en tussendoor voed ik natuurlijk ook nog op. Ik leun dan achterover op mijn IKEA-bureaustoel en kijk de huiskamer in. Ik zie dan van alles, vertrouwde bekende zaken, zonder ze bewust te zien. Ik constateer dat de tafel opgeruimd is en dat er verse bloemen staan. In de verte wordt de bank bezet door iemand die leest en niet achter de computer zit. Ik zie van alles en toch kun je stellen dat mijn blik op oneindig staat.

 

 2014-01-04 17.10.51

 

Een raar begrijp dat oneindige. Aan de ene kant is dat iets onvoorstelbaar, tegelijkertijd is het niets, omdat we er geen voorstelling van hebben. Voor een wiskundige uiteenzetting van oneindig ben ik ongeschikt, dus daar waag ik me niet aan.

 

Waar denk ik dan aan bij het oneindige? Dat kan van alles zijn, maar meestal zijn dat banale zaken. Zal ik opstaan om koffie te zetten, of wacht ik totdat er leven komt vanuit de huiskamer en laat ik me bedienen? Op andere momenten luister ik mee met het aanbod van de tv. Meestal stemt me dat niet vrolijk, maar soms is dat reden om iets te ‘googelen’ of toch maar van mijn stoel te komen om mee te kijken. Op andere momenten hoor ik het tikken van hondenagels op de houten vloer. Er komt beweging in onze Pippa. Zal ze gewoon van de ene bank naar de andere bank gaan, of komt ze de baas even gezelschap houden, daar waartoe ze eigenlijk op Aarde is. ’s Avonds later is er ook wel eens louter vermoeidheid, de veroorzaker van een calvinistisch schuldgevoel waarom ik überhaupt achter de computer zit en niet in de tuin werk, de was doe of erger nog, in de sportschool rondhang. Al deze zaken komen langs als ik mijn blik op oneindig heb. Op dit moment zorgt die blik voor een kabbelend blogje. Eigenlijk kun je stellen dat oneindig ver, eigenlijk heel dichtbij kan zijn. Dat is een mooie levensles voor een nieuw jaar vol ambities.

 

13. KERSTKUNST uit de serie de kabbelende 100 van Sprakeloos

Keuvelen op tweede kerstdag bij je ouders op de bank. Vertrouwd, al ben je er al 29 jaar weg. Het is mijn ouderlijke huis en dat zal het altijd blijven al ben ik er net niet geboren. Gesprekken gaan over de familie, de buurt die veranderd is en onvermijdelijk over mogelijke verhuisplannen. Ze zijn per slot van rekening rond de tachtig. Helemaal vanzelfsprekend gaat het niet allemaal, maar toch zijn er nog wel plannen voor een fietsvakantie in Nederland komend jaar. ‘Count your blessings’ denk ik dan, al zou het helemaal niet doorgaan. Voorlopig blijven ze nog wonen in dit huis en eigenlijk kan ik ook niet anders voorstellen. Moeders is in de keuken de brunch aan het voorbereiden, terwijl mijn vader de tafel dekt. Ik kijk naar buiten, het is zacht, grijs en het waait. In een van de kerstdecoraties op de vensterbank zie ik ineens een kunstwerk.
2013-12-26 14.39.29

Mijn vrouw bladdert in een tijdschrift en kijkt op. Met mijn mobiel probeer ik het gewenste kunstwerk tastbaar te maken. Te pakken voor de gevoelige plaat zouden ze vroeger zeggen. Tegenwoordig moet je je digibetisme ontstijgen om iets moois uit je telefoon te halen, maar ik probeer het tenminste. ‘Misschien kan ik er een blogje van maken.’ Voor mijn vrouw is dat afdoende verklaring en leest verder. Ze zal het wel zien na de promotie op Facebook. Want naast een stel zijn we ook nog goede vrienden op Facebook. Mijn ouders schuifelen verder in huis om de kerstbrunch voor ons te prepareren en slaan geen acht op mij. Ik peins me suf hoe ik de brandende kaars in beeld kan krijgen, terwijl ik de kern van mijn kunstigheid, de weerspiegeling van tegenoverliggende huizen, in de vaas ook in beeld krijg. Ik voel dat het iets moet zijn met inzoomen, maar ik krijg niet de juiste proporties te pakken. Ik weet sowieso niet of de foto’s iets gaan opleveren, dat wordt pas duidelijk als ze groot geprojecteerd worden op mijn computer. Hoe dan ook zal ik een blogje schrijven neem ik me voor. Een herinnering aan kerst 2013 zullen we maar zeggen. Geen foto van een rijk gevulde tafel met lachende gezichten en hinderlijke weerkaatsing van de kaarsen. Een echte kunstherinnering van mijn hand. Ik schiet een foto of zes en ga weer zitten. Mijn vader vult het wijnglas van mijn vrouw bij en ik blief nog wat sinas. Ik moet rijden.

11. DE K VAN QATAR uit de serie de kabbelende 100

De bladzijde van het Wereldkampioenschap in Brazilië moet nog geopend worden, maar er is al veel meer in het nieuws over Qatar 2022. De geruchten over omkoping van de maffia-gevoelige FIFA zullen ongetwijfeld meer waarheid bevatten dan de grootste cynicus ooit zal kunnen beweren. De protesten van met name de Europese bonden, met Engeland voorop, dat zij niet zullen voetballen in de winter moeten denk ik heel serieus genomen worden. Recentelijk, en dat is heel kwalijk, komen de arbeidsomstandigheden van allerlei arme Aziatische paupers in het nieuws. En dan begrijpt ook de hoogste FIFA-baas Sepp Blatter dat de imago-schade groter is dan zelfs de FIFA kan handelen. De rijke sjeiks worden derhalve op de vingers getikt en dat is heel lullig. Over geslachtsdelen gesproken, wat te denken van het stadion in ontwerp dat nu ook al een onderwerp van discussie is. Een zeer warm welkom in de SCHOOT VAN QATAR.

De kut van Qatar, ogenschijnlijk een prachtig stadion, ook zonder bijgedachtes. Maar ik moet vooral denken aan hoe zo iets tot stand komt. De ontwerpster van het stadion is een wereldberoemde Iraakse architecte die op vele fronten een enorme staat van dienst heeft. Zou zij vanuit een feministisch standpunt daadwerkelijk de vrouwelijke anatomie in de voetbalwereld willen representeren? Is het een provocatie ten behoeve van alle onderdrukte vrouwen in de Arabische wereld of is dit een voorbeeld van Westerse superioriteitsdenken? Ook vraag ik me af hoe de keuzeheren in Qatar dit proces zijn ingegaan. Zouden zij niet op de gedachte zijn gekomen van een enorme stalen vulva in het straatbeeld van Qatar? Misschien hebben ze nog nooit een naakte vrouw gezien want porno zal ongetwijfeld verboden zijn en nieuwe Qatareesjes zullen mogelijk, net als bij ons in de jaren vijftig, in het donker gemaakt worden. Het zijn maar wat stereotypen die bij me opkomen. Of is het nu juist typisch White Egocentric Male Pig Bahavior om met onze gepornoficeerde geest overal een kut in te willen zien. Als ik het nieuws mag geloven is het nog maar zeer de vraag of het mondiale voetbal in Qatar gaat plaatsvinden. Zoals gezegd, er zijn nog vele beren op de weg om daadwerkelijk een partijtje te voetballen in de woestijn. Ik hoop dat het doorgaat, al is het om antwoorden op mijn vragen te krijgen. En uiteindelijk komen we allemaal uit de schoot van Moeder Aarde, daar moeten we niet lullig over doen.

10. HET PRIVAAT uit de serie de kabbelende 100

Ik zal eerlijk zijn, ik verdoe ontzettend veel tijd achter de PC. Maar toch is dat niet de enige plek die ik regelmatig frequenteer, de stoel achter het beeldscherm. Ik zit ook wel eens ergens anders. De meer beschaamden onder u zullen mogelijk afhaken. Ik begrijp dat, want ook ik behoor tot het Victoriaanse deel van de bevolking. Dus al die fases van mijnheer Freud, ik lees er wel eens over, maar voor mij is dat geen praat voor bij het koffie-apparaat op het werk. Hooguit zal ik besmuikt toegeven dat er mogelijk iets mis is gegaan in de orale fase gezien mijn verstokte verhouding met de sigaret. Maar over de andere fase in de ontwikkeling houd ik angstvallig mijn mond. Daar praat je niet over. Maar dan toch wel even kabbelen over het kleinste hokje, vraagt u zich af. Misschien omdat ik het eigenlijk een gezellig verblijf vind.

2013-11-24 20.32.20

Zelf heb ik geen aandeel in de entourage op het privaat, de inmiddels vijftig bordjes met spreuken zijn door mijn wederhelft verzameld. Ook de andere attributen of de poster met smarties hebben goedkeuring, maar ik heb er part nog deel aan. Natuurlijk laat ik ook wel eens iets achter op het privaat, maar zoals gezegd, ik praat niet over de anale fase in mijn ontwikkeling. Ik houd het op een variatie van Descartes ‘Ik ontlast, dus ik ben mens’. En juist dat ontlasten, ik bedoel dan ook in contemplatieve zin, maakt het een bijzonder hokje. Even weg van de drukte en verplichtingen, om in alle rust je te kunnen drukken en tot soms geweldige ideeën te komen. Ik weet dat die rust niet iedereen is gegund. Sommigen kunnen alleen nadenken op hun eigen privaat en lopen op het werk of tijdens de vakantie met ingehouden gedachten. Heel schadelijk. Anderen hebben angst dat er ook maar iets van de geestrijke gedachten bij derden terecht komt. Een heel arsenaal aan verhullende geuren begeleiden het private moment. In Japan schijnt er muziek te zijn om het surplus aan decibels te onderdrukken. Of men laat continu de spoeling doorlopen. Ik lees graag de spreuken en probeer af toe een nieuwe te maken. Meestal verdwijnt mijn genialiteit op dit gebied zodra de deur weer opengaat en dat dan weer ontlastend voor mijn sociale omgeving. Je moet er toch niet aan denken dat ik naast de fysieke omgeving van het privaat, ook die gedachten prijs geef.

Eerder in deze serie verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

5. ARNHEMSE LUCHTEN

6. PIPPA DE HOND IS ZEN

7. STILLEVEN

8. BITES VAN HUISELIJKHEID

9. LEVE DE HERFST

9. LEVE DE HERFST uit de serie de kabbelende 100

Wanneer is het nu herfst? Het meest voor de hand liggende antwoord is wanneer de zomer is afgelopen. Als de blaadjes dus vallen en wanneer bij de melancholieke mens de gemoedstoestand richting een dieptepunt gaat. De nachten worden kouder, de dagen korter en de geneugten van een extra deken zorgen ervoor dat je ’s morgens minder fijn uit bed komt. Bovendien, alsof het niet erg genoeg is, komen de feestdagen eraan, die het toch al niet aangename perspectief van doodgaan en afsterven nog eens extra benadrukken. Kortom we zitten diep in de herfst is mijn conclusie. Van een Indian Summer was helaas geen sprake om het sombere gevoelen te kunnen verstoppen. En tegenwoordig constateer ik dat ook paddestoelen geen houvast zijn voor een goed seizoensgevoel, want ik heb ze her en der al in augustus gezien. Maar zonder dieptepunten geen hoogtepunten zeggen ze wel eens. We dragen ook deze herfst manmoedig.

2013-11-20 13.43.18

We vegen alle bewijsstukken van de herfst weg uit de tuin en zien dat er ook nog heel veel van de bomen en struiken moet vallen. Dus meerdere keren per week snel even met de bezem het terras schoonvegen. Onderwijl vraag ik me af waarom de Voorzienigheid niet gezorgd heeft voor één dag waarop al het blad er ineens af is. Het is dan even doorwerken, dat wel, maar het voorkomt de stroperigheid van wekenlang vallende blaadjes. Echter dat laatste zal wel voor de minder flexibelen van geest zijn, opdat zij kunnen wennen aan de verandering van atmosfeer. Zelf prijs ik me gelukkig zeer snel te kunnen anticiperen op veranderingen, dus die slopende afbraak van tuin en natuur kan wat mij betreft gestolen worden. Ik heb het echter niet voor het zeggen, dus tussen de bedrijven door snel even vegen. Straks vergaat me de lust waarschijnlijk als de zoveelste geplande herfstige regenbui op ons neervalt. Koud, nat en waarschijnlijk met veel wind, want zo zijn die buien in het najaar, leer mij het grijze seizoen kennen. Tijdens het vegen moet ik aan Vivaldi denken. Zou hij bij het componeren van zijn ‘Jaargetijden’ ook zo’n dubbel gevoel hebben gehad bij de herfst. Ik denk het wel. Straks maar eens even opzetten, misschien dat ik dan de vraag kan beantwoorden wanneer het echt herfst is. Maar volgens mij weet ik het wel: Het is echt herfst, wanneer je niet meer met blaadjes kan schrijven door de onvoorspelbare wind en een onstuimige hond.

Eerder in deze serie verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

5. ARNHEMSE LUCHTEN

6. PIPPA DE HOND IS ZEN

7. STILLEVEN

8. BITES VAN HUISELIJKHEID