Het tijdperk van de tuimelaar

NIJNTJE

De hele mieterse bende rondom corona is te vergelijken met een tuimelaar. Als rekwisiet uit de jeugdjaren van onze kinderen bewaren we de Nijntjetuimelaar van Dick Bruna op onze slaapkamer. Gisteravond bij het inslapen keek ik ernaar. In een flits had ik een kapstok om de toekomst te duiden, de tuimelaar. Niet dat daarmee de toekomst duidelijk wordt, want spelend met het ding valt het op dat een tuimelaar de neiging heeft om op dezelfde plek tot stilstand te komen. Maar wordt er iets ruiger gespeeld, dan kan de nieuwe plek gradueel verschillen. We zouden dat evolutie kunnen noemen. Wordt er te ruig omgegaan met de tuimelaar dan komt Nijntje minder snel tot rust en vaak op een heel andere plek. Nijntje staat in mijn brainwave voor de wereldorde. Er zijn heel wat spelers die Nijntje graag een zwieper willen geven. Individuele landen, bondgenootschappen, multinationals en diverse belangengroeperingen. Een ieder wil Nijntje van zijn plek hebben richting de eigen positie. De ene groep wil zo snel mogelijk de status quo van voor het Corona-tijdperk in ere herstellen. De economie repareren en doorgaan waar we gebleven waren.  Anderen zien de pandemie als aanleiding om een schonere, betere, eerlijker en rechtvaardiger samenleving tot stand te brengen. Stof tot discussie, ruzie en verdachtmakingen zijn al aan de orde van de dag. Terwijl Nijntje nog tolt en blijft tollen, gaat de pandemie gewoon zijn gang met alle gevolgen van dien.

20200404_215536

 

Aan de hand van drie opmerkelijke thema’s wil ik de instabiliteit van Nijntje aantonen in de wetenschap dat er veel meer spelers zijn die Nijntje willen beroeren. Als eerste noem ik de kwestie Hoekstra/Rutte tegen het Italiaanse volk. De tweede actualiteit is de zaak Kelder versus bijna iedereen. De derde is de verdeling van de Europese steunmaatregel versus……ja versus wie?  Ik kon er met mijn verstand niet bij. Ik geloof dat Pieter Omzigt (CDA) vragen gaat stellen in de Tweede Kamer.

 

BOTTE BOEREN

In een reflex, of zijn het ingesleten gewoontes van calvinistische cententellers, leek het woord solidariteit niet meer in het woordenboek van Wobke Hoekstra en premier Rutte te staan. Ontdaan van ieder greintje empathie strooide onze politieke elite zout in de wonden van de hele Italiaanse natie. Een wond die Corona heet en zijn weerga niet kent in de recente geschiedenis. Ik ga nu niet dimdammen over begrotingstekorten en creatief boekhouden in Italië. Over hoe Italië bestuurskundig werkt weet ik te weinig. Wat ik wel weet is dat er nu een groot probleem is bij een bondgenoot. Dan rest maar één ding, samenwerken. Hoekstra haalde bakzeil na de kritiek en bood zijn excuses aan. Hoewel wij wijzen met het vingertje naar anderen, wordt ons nagewezen dat wij  een belastingparadijs creëren voor multinationals.  Wij zijn dus geen beter soort.  De Italiaanse politici proberen via Duitsland hun gelijk binnen te halen. Dit verdient ook geen schoonheidsprijs, maar mogelijk is het politiek wel handig. In Italië wordt al gesproken over een boycot van Nederlandse producten.

Nederland petst Nijntje op zijn kop en Italië beukt terug. Het zal iets doen met de Europese verhoudingen, nu maar ook op termijn. Waar komt de kindertuimelaar tot stilstand?

20200405_165933

MANNETJE KELDER

Gisteren ontplofte Twitter over de uitspraken van Jort Kelder gedaan bij omroep Friesland. Gechargeerd, we vernaggelen de economie voor tachtigers die hun hele leven gerookt hebben en bovendien te dik zijn. Over twee jaar gaan ze toch dood. Deze quotes overheersen op Twitter, al heeft hij meer gezegd. We moeten vooral denken, beweert Kelder, aan de allergrootste ramp die er dreigt, de stilstand van de economie. Bij Op1 kreeg hij een kans om zich te weren. Hij slaagde hierin niet. Met zijn drie huizen verliest hij bakken met geld in deze dagen. Wie niet Jort, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje en menig timmerman zonder economische graad beseft heel goed wat het is zijn basis kwijt te raken. We acteren in een open economie, we zijn het buitenbeentje in de bestrijding van de coronacrisis en Jort schreeuwt zonder gevoel voor zijn omgeving. Moeten we de ‘Chinezen’ van Europa worden, dus voor het startschot snel beginnen om alvast een voorsprong te hebben? Zo ‘heurt’ het niet heer Kelder. Bovendien, het (gezamenlijke) proces is misschien wel de beste kans om de economie te redden. Iedereen begrijpt dat een publieke sector, zeker na Corona, belangrijk is en betaald moet worden.

Heel stiekem denk ik zou Jort niet de spreekbuis zijn van onze premier om met een proefballonnetje de stemming in het land te peilen?

Het type Jort Kelder zal met alle macht Nijntje zo snel mogelijk tot stilstand willen brengen om op de oude voet door te gaan. Er moeten vooral geen geluiden opwellen die vraagtekens zetten bij het grote graaien. De angst voor een rechtvaardige publieke sector en een fatsoenlijke belastingmoraal mag vooral niet te hard doorklinken. Er zouden eens privileges worden aangetast.

20200405_170031

DE WEG KWIJT

Terwijl Wobke in het stof bijt, de Italianen op zijn Mediterraans boos worden, komt Europa met een eerste noodplan. Wat schetst mijn verbazing, niet Italië en Spanje kunnen rekenen op de meeste ruimhartigheid. Nee Hongarije en Polen krijgen de hoofdprijs. Ik weet niet eens hoe de Coronacrisis daar huishoudt, maar dit stuit mij persoonlijk heel erg tegen de borst. Landen die marchanderen met de rechtsstaat worden beloond voor hun slechte gedrag. Onbegrijpelijk. Die fooi voor Nederland kan me niet schelen, we hebben diepe zakken zegt Wobke. Maar als we het dan toch over solidariteit hebben, dan graag naar Spanje en Italië, en ook de Grieken die al jaren ons ‘vluchtelingenprobleem’ oplossen. Er is niet gekeken naar het probleem, maar vooral naar bestaande stoffige procedures. ,,Dit gaat sneller!”, zegt voorzitter Ursela von der Leyen. Het gebaar is belangrijker dan effectiviteit. Dit is toch geld wegsmijten? Mijn motivatie voor Europa krijgt een optater.

 

Hier heeft Nijntje vooral werking op mij als Europeaan. Nijntje bevriest en ik weet nog niet wanneer ik een ongelooflijke zwieper wil geven. Maar wie ben ik, mijn zwieper zal niet zoveel gewicht in de schaal leggen.

Hoeveel dreunen zal Nijntje krijgen, van wie en wanneer?  En waar komt ze een beetje tot rust?

 

 

 

Uitgeschreven interview en geluidsfragmenten met Jort Kelder à https://www.quotenet.nl/zakelijk/a32028389/jort-kelder-over-corona-aanpak-we-zijn-80-plussers-die-te-dik-zijn-en-gerookt-hebben-aan-het-redden/?fbclid=IwAR1Odw64-sKEt69maC4skyl-d872PwNpFMN49fLiOQW2asNYn7c3EuBKb-Q

 

Van RTL Nieuws over de verdeling van de Europese gelden voor bestrijding van Corona https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/buitenland/artikel/5077391/eu-coronavirus-covid-19-noodsteun-37-miljard-polen-hongarije

 

MACADOR De derde Portugese wandeling

 

Ik vond dat ik vandaag na het debacle van gisteren mezelf maar eens bij kop en kont moet pakken. Niet zeuren oftewel Choramingar. (Deze moest ik ff googelen, want stond niet in 20161127_143043mijn woordenboekje, zeurpiet trouwens wel. Ik ben vandaag dus geen maçador) Het is verdorie geen vakantie, maar een studiereis nota bene. Er moet gewerkt worden. Dat ik niet meteen alles en iedereen aanspreek om te tonen dat ik een paar woordjes Portugees kan wauwelen, is geen ramp. Zo zit deze mens niet in elkaar. Maar luisteren, kijken, dingen opvangen en meteen verwerken dat is het devies van vandaag. Dat schrijven we dan meteen in een schriftje en verwerken we ’s avonds op de computer. Het woord calvinisme komt bij me op. Zou dat in het Portugees eigenlijk wel bestaan? Mijn woordenboekje zegt ja, calvinismo! Ik waag te betwijfelen of meer dan 5 % van de Portugezen wel eens van dat woord heeft gehoord, laat staan het begrijpen.

 

20161127_143511Het doel van vandaag is Sintra, een plaatsje in de buurt van Lissabon, zo’n veertig minuten met de trein. Ik lees de opschriften in de trein en de woorden die ik niet ken en schrijf dat op. Boete (coima), wet (lei) en dat je tijd en geld kunt besparen. Dat laatste is blijkbaar niet alleen voor calvinisten, maar ook Portugezen vinden dat blijkbaar fijn. (poupe tempo e dinheiro) Ik deel de trein met Zweden, Japanners, Chinezen, Spanjaarden en Duitsers, dus en passant zoek ik dat maar eens even op. Ondertussen kijk ik ook naar buiten hoor en merk op dat Benfica, bekend van de voetbalclub, ook een wijk is. Een hele arme zelfs en even verder op schrik ik zelfs een beetje. (probeza = armoede). En zo vermaken we ons wel tot Sintra. Ledigheid is des duivels oor kussen, dus bij vermaak alleen blijft het niet vandaag. In Sintra, het buitenverblijf van de voormalige Portugese koningen, staan meerdere kastelen. Ik heb er geen zin in, maar besluit richting de tuinen van Montserrate 20161127_154933te lopen bij het gelijknamige kasteel. Het weer is prachtig en het valt me op dat de bladeren hier ook vallen, maar dat sommige bomen ook nog groen zijn. (blad is folha) Mijn gedachten (pensamentos) drijven naar de seizoenen, het is al herfst (o Outono), dat lijkt op het Franse automne. We pakken dan gelijk de Ivorno (winter), Primavera (lente) en Verão maar even mee. Ik heb helemaal niet door dat ik veel te hard loop gezien mijn slechte (mau) conditie, er zitten steile stukjes weg in. Bovendien niemand loopt (andar of caminhar) naar de toeristische trekpleister. Allemaal pakken ze het toeristenbusje bijna. Een beetje moe (cansado) kom ik boven en besluit de tuin de tuin te laten. Ik moet ook nog terug bedenk ik me. Mijn schriftje heeft al zo’n vijftig woorden bij elkaar, die ik ’s avonds nog wil verwerken.

 

20161127_172900Voor niets gaat de zon op en onder, wie Portugees wil leren moet van ander hout gesneden zijn, dus gewoon doorpokkelen. Ik maak mijn lijstje, inmiddels 70 woorden, die ik uiteraard ook nog even oefen. Hoe lang ze in mijn grijze massa blijven zitten is natuurlijk mede afhankelijk van mijn doorzettingsvermogen de komende tijd. Ik ben tevreden voor vandaag, ondanks de rugpijn (dores de costas) die nadrukkelijk aanwezig is, maar dat is misschien wel de prijs van calvinismo. Maar mij hoor je niet klagen, ik ben immers geen maçador.

 

 

Begrip, van de dag (182) De Flessenlikker

 

 

DE FLESSENLIKKER

 

,,Ik begin een ouwe lul te worden.” Ik besefte dat gisteren toen het nieuws van het kabinet naar buiten lekte dat er 1,2 miljard te verdelen is tussen de coalitiepartners. Of eigenlijk werd 1,2 miljard aan bezuinigingen weggestreept. Het woord bezuinigen komt me overigens om puur taal-esthitische redenen al jaren de neus uit. Toen het in de jaren zeventig misging, was het bezuinigen. Toen Den Uyl werd weggestemd bezuinigden de vrienden Van Agt en Wiegel middels Bestek 81. Kent u dat nog? Zo niet, dan bent u ver onder de veertig of politiek analfabeet. De jaren tachtig was een decennium van Koos Werkeloos en bezuinigen. De jaren negentig gaf een klein paars feestje, maar dat was afgelopen dit millennium. De internetbubbel en misschien ook wel het opkomende terrorisme maakte de mondiale economie zwakjes. Wat er na 2008 allemaal gebeurd is, hoef ik niet te vertellen. Het gevolg was wel bezuinigen.

Sinds 1966, het jaar dat ik geboren ben, is het eigenlijk economisch alleen maar beter geworden. Ik besef terdege dat niet iedereen heeft mee kunnen profiteren, de tweedeling is op veel fronten een feit, maar daar mogen we de economie niet alleen de schuld van geven. Zou het typisch calvinistisch Nederlands zijn dat politici alleen maar bezuinigen willen, misschien omdat we zo’n weinig levenslustige inborst hebben? Ik weet het niet, maar het nieuws van gisteren viel op, er viel wat te verdelen. In dit geval de verdeling dus van minder bezuinigingen. Dat dan weer wel.

Wat heeft dat te maken met met gevoel een oud mannetje te worden. Dat zal ik uitleggen. Bij het nieuws gisteren kreeg ik de associatie met een flessenlikker. Het symbool van de Nederlandse spaarzaamheid en zuinigheid. Vergeef me die associatie niet te kunnen duiden, ik begrijp het zelf ook niet precies. Maar naast het woord bezuinigen heb ik een even grote hekel aan het voorwerp ‘de flessenlikker’. Als kind vond ik het nog wel grappig, het schrapen van het laatste beetje vanillevla uit de fles. Zuivel in de fles is er bijna niet meer, de flessenlikker volgens mij ook niet meer. Maar ik vind het zo’n naargeestig huishoudelijk instrument. Ik vroeg me dus af, hoeveel mensen zullen de oer-Hollandse flessenlikker nog kennen? Daarom dus, een ouwe lul.

Begrip, van de dag (30) Linda in de prostitutie

 

LINDA IN DE PROSTITUTIE

Vandaag staat in het teken van onderzoek. Dat wist ik toen een oude Linda, via een collega van mijn vrouw, naast de Trouw lag. Het onderwerp van de Linda 134 was Meisjes van Plezier. Ik wist al dat het ochtendblad moest wachten, want ik wilde weten wat Linda, of in ieder geval de samenstellers van het blad nu over de meisjes van plezier te melden had. Zouden ze het Zweedse model aanhangen waarbij hoerenloperij strafbaar is, of gaan ze uit van de romantische hoerenmadam die de boel bestiert, de meisjes beschermt en de mannen zo nodig opvoedt? Komen de misstanden en onvrijwilligheid aan de orde of is de prostitué de zelfverkozen ZZP’er die net als ieder andere baan de lusten en de lasten accepteert? Ik weet dat ik niet tot de doelgroep van het maandblad Linda behoor, maar dit vraagt nader onderzoek.

En dat ik niet tot de doelgroep behoor, kwam ik tijdens mijn onderzoek al snel echter. Het was even zoeken tussen de reclame naar artikelen die mij antwoord zouden kunnen geven op de onderzoeksvraag. Als we de cover mogen geloven ziet Linda de Mol het geinige er wel van in. Verwachtingsvol poseert ze in het rode raam. Maar het themanummer bevat van alles wat. Een interview met een Nederlandse pornoster, Bobi Eden, wie kent haar niet? Opvallend is dat bij de foto’s van haar en haar fotopartner de kledingmerken als aanbeveling worden benoemd. De vaste columniste Amber vertelt over de voordelen (geld en reizen, soms zijn de mannen leuk), maar ook de nadelen. Heel kort komt aan de orde de enorme misstanden en mensenhandel, maar ook prostitutieseks voor minder validen. Tot slot een aantal foto’s van meesteressen met de veelzeggende titel dat de ene meesteres de andere niet is.

Ik zei het al, ik ben niet de doelgroep, maar ik had gehoopt op iets meer meningsvormende kost. Want rationeel gezien voel ik wel wat voor het Zweedse model van strafbaarheid met inachtneming van al die misstanden. Als het zo’n eerbaar beroep is, wie wil zijn dochter nu in deze branche zien werken? Aan de andere kant is een openlijke afkeer van de hoererij ook zo zuurpruimerig en calvinistisch. En dat is ook niet iets wat ik nastreef. Maar goed, het onderzoek is afgerond en nader onderzoek is gewenst. Ik denk dat ik Ik, Jan Cremer maar eens ga herlezen.

4. CANDY CRUSH CALVINISME uit de serie de kabbelende 100

Ogen turen naar het scherm op zoek naar een opening om dit level alsnog te halen. Het mag niet nog meer levens kosten, want anders sta ik weer voor uren in de wachtstand. Of ik moet natuurlijk leuren bij mijn facebookvrienden om nieuwe levens te krijgen. ‘Yes, een onverwachte knal van zo’n gespikkelde bonbon, het veld ligt weer open.’ Nu is het een kwestie van uitspelen. ‘Shit, zo’n tijdbom over het hoofd gezien.’ Het treurige achtergrondmuziekje, dat ik meestal afzet, klinkt. Niet naar het volgende level. Herkent u dit, dan bent u met zekerheid een CandyCrush speler. Mocht u het idee hebben dat hier een vreemde taal wordt gesproken, dan hoort u niet tot de groep die zich heeft ingelaten met de Candy Crush Saga. Mogelijk dat u met dedain neerkijkt op al die leeghoofden die bezig zijn met drie op een rij en knallende snoepjes. Het zij zo.

Screenshot 2013-10-29 22.31.24

Een sigaret is verslavend, zeker weten. Drugs, werk, seks en alcohol zijn bewezen stoffen en/of activiteiten die als verslavend bestempeld kunnen worden. Ik ga u niet vermoeien met de definitie van verslaving, maar de essentie daarbij is dat jezelf of je omgeving last heeft van je verslavingsgedrag. Criminaliteit bij gokken of drugs geeft maatschappelijke problemen, roken geeft kanker en van drank is het duidelijk dat de drinkebroer en/of zijn omgeving in de problemen kan komen, de verslaving wordt manifest. Maar Candy-Crush Saga zou ook een verslavende werking hebben? Vind ik het leuk om op mijn beeldscherm allerlei knallen te zien? Word ik een gelukkiger mens als ik vele levels beter ben dan anderen in mijn facebookclubje? Het antwoord is nee. Hebben anderen last van mijn gedrag? Ik zorg immers nog voor geld op de plank middels werk, vervul mijn maatschappelijke rol als vader, echtgenoot en zoon. Zelfs van afkickverschijnselen is geen sprake als er niet gespeeld kan worden. Ik speel het sinds enkele maanden en toch voelt het verslavend. Wat is dat dan? Weet ik niets anders te doen? Ik kan een boek lezen, in de tuin werken of een taal leren. Candy Crush appelleert aan leegte en leegte mag niet bestaan. Je moet nuttig bezig zijn is mij ingeprent. Maar wat is nuttig? Candy Crush bijvoorbeeld, want ik ben liever een leeghoofd dan een calvinistische dwangneuroot. Dan doe ik maar mee met het leger van huisvrouwen voor wie Candy Crush een vervanger is voor hun dagelijkse portie sherry. Proost!

Eerder verschenen in de kabbelende 100

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF