Helden zijn bedrog, maar Willem van Hanegem kan zingen

Politici zijn zelden helden, misschien even tijdens verkiezingen. En als ze al een held zijn dan wordt dat tenietgedaan door de altijd bestaande concurrentie van andere helden. Als kind vond ik Willem van Hanegem de meest tot de verbeelding sprekende voetballer. Ik was en ben nog steeds voor Feyenoord. Dat heb ik trouwens op mijn kinderen kunnen overbrengen. Over de rest van de opvoeding zal ik me hier niet uitlaten.

Willem van Hanegem, mijn held van vroeger. Nu doe ik niet meer aan helden. Helden zijn bedrog. Voetballen kon hij als de beste, sidekick zijn misschien ook wel, presenteren dan weer niet zag ik net bij Wilfried de Jong’s Holland Sport.

Maar hij kan wel zingen blijkt.

Helden zijn niet altijd bedrog

 

Later is allang begonnen Klein Orkest

Een stukje van maart 2009, maar uiteraard tijdloos. Dus een stukje relativering voor de verkiezingskoorts. Noemen we het wel koorts?

 Heden hebben we het zoveelste hoogtepunt mogen aanschouwen in het crisisgebeuren, het sociaal akkoord dat ons definitief zal beschermen tegen nieuwe economische catastrofes en ander financieel ongemak. U mag het ook het zoveelste dieptepunt noemen, het is maar van welke kant je het bekijkt. Morgen in het parlement kunnen we de poppenkast weer aanschouwen. Scherpe oneliners van Femke Halsema en Pechtold, ‘dikhoutzagenmetplanken’ retoriek van Agnes Kans. Ter rechterzijde vind ik persoonlijk de creativiteit iets minder, maar er is altijd een waterperoxide figuur die ongeacht de kwaliteit van zijn uitspraken kans maakt op de voorpagina’s van de kranten. En de coalitiepartijen? Die moeten zich vooral schamen, niet om dat het zo lang heeft geduurd, maar om de hoge mate van non-dualisme en gebrek aan kloten om met eigen standpunten te komen. Het zakenkabinet moet zijn intreden maar gaan doen, maar dit terzijde.

Eigenlijk wilde ik het helemaal niet over politiek hebben maar over de crisisgedachten en beleving. In de jaren twintig en dertig wist men niet hoe gek men moest doen. Wilde dansen, rare weddenschappen en vooral veel armoede ook. De jaren tachtig is het laatste voorbeeld van crisisbeleving. Het Fin du siècle gevoel heerste alom, reeds twintig jaar voor de millenniumwissel. Van die doemdenkerij heb ik in de negentiger jaren nooit meer iets gemerkt. Grote groepen hadden het in die tachtiger jaren niet breed en dat is, ondanks magistrale economische kengetallen de jaren daarop, niet veranderd. Toch was de crisis minder diep dan in de jaren dertig, natuurlijk vooral ook omdat ‘minder van heel veel, nog altijd genoeg is’. De geest van Koos Werkeloos heerste in de jaren tachtig. Het was bijna heroïsch om werkeloos te zijn, of liever gezegd baanloos.

En wat doen we qua muziek en lifestyle nu? Ik weet het niet. Ik ben naarstig op zoek gegaan naar een passend stukje muziek om het sociaal akkoord te vieren. Ik denk niet dat het gelukt is, toch komt, in de geest van Koos Werkeloos’ het nummer ‘Later is al lang begonnen’ van het Klein Orkest er voor mij heel dicht in de buurt.

Je zou zo graag een speler zijn maar je staat aarzelend langs de lijn, bang om op je bek te gaan.
Je durft niet te kiezen, je mocht eens verliezen. Zo bang om straks alleen te staan.

Dit slaat op het gehele kabinet, waarbij volgens mij voor Wouter Bos de druiven het zuurst zijn. JP staat weliswaar niet langs de lijn, maar nog steeds laat hij vooral zijn ingenomenheid zien dat hij een speler is, zonder echt op kwaliteiten een aanvoerder te zijn. Rouvoet, speelt in deze dagen echt een bijrol als waterdrager, die af en toe zijn eigen zure ranjasmaakje mag toevoegen.

Maar ergens halverwege kijk je om en krijg je spijt want levend voor morgen raak je nu je toekomst kwijt.
Dan ben je in de boot genomen door de zilvervloot. Sparend voor later, ga je straks ook sparend dood.

De crisis in optima forma staat in deze zinnen beschreven als het gaat om het maatschappelijke gevoel. Gaan we ons hart volgen of het verstand? Het is vooral het dilemma dat we nu moeten leven, plezier hebben, maar dat de angst voor de toekomst ons doet vergeten echt te gaan leven( = genieten).

En later is allang begonnen, later is allang begonnen.
Later is allang begonnen. En vandaag komt nooit meer terug.

Hetzelfde dilemma als hierboven, alleen meer toegespitst op het nu, dus minder algemeen. We leven inderdaad nu, maar moeten we daarom de rekening bij de volgende generaties leggen. Rechtse politici zullen dan vooral op begrotingsniveau praten, Groene politici over de milieuaspecten en linkse politici benadrukken dat de armen betalen om de toekomst van de rijken zeker te stellen. Welk uitgangspunt je ook neemt, vandaag neem je de beslissing voor later en vaak kun je die niet zomaar weer terugtrekken. De angst regeert dan echter.

Spelend op zeker, tegen alles ingeënt spring je braaf in het gelid. Het verlangen afgeleerd en je gevoel geamputeerd, blijf je zitten waar je zit.

En er wordt een apèl gedaan op het maatschappelijke gevoel, je moet meedoen in het belang van de maatschappij, in het belang van de politieke beslissingen, in het belang van de heersende elite, in het belang van wie dan ook, behalve jezelf.

De rest van het liedje van Harry Jekkers valt dan in herhaling, maar geen vervelende herhaling. Want de vragen en dilemma’s zijn voor denkende mensen terugkerende thema’s vooral in tijden van crisis, waarbij als vanzelfsprekend het geweten kritischer knaagt bij levensvragen. Ieders eigen existentie wordt minder vanzelfsprekend of in ieder geval niet meer vanzelfsprekend gelardeerd met exorbitante rijkdom die ons het denken doet vertroebelen.

Maar ergens halverwege, ik weet het zeker, krijg je spijt.
Want levend voor morgen raak je nu je toekomst kwijt. Dan ben je in de boot genomen door de zilvervloot. Want sparend voor later ga je straks ook sparend dood.

Want later is allang begonnen, later is allang begonnen.
Later is allang begonnen. En vandaag komt nooit meer terug, komt nooit meer terug.

 

Kluun schreef mìnstens 1 boek te veel

Het actuele fenomeen Kluun, met afgelopen vrijdag de première van de film van zijn boek ‘Komt een vrouw bij de dokter, zag ik eind oktober bij Pauw & Witteman. Hij had een vlugschrift geschreven, God is Gek, een aanklacht tegen de dictatuur van het atheïsme. Een slap gesprek met een hoop holle frases waarbij Jeroen Pauw en Paul Witteman het vleesgeworden atheïsme vertegenwoordigden. Geen boek voor mij dus, dacht ik. Totdat mijnheer Kluun verbaal en non-verbaal zich toch wat denigrerend over de Hapinezz en de Nieuwe Spiritualiteit uitliet. Geheel in tegenstelling tot de rest van zijn betoog. Mijn belangstelling was alsnog gewekt, bovendien hielp de prijs van slechts €2, 50 ook heel goed mee.

 Kluun

 God is gek

Uitgeverij Podium 2009

In het kader van de week van de spiritualiteit

 Kluun, ik heb zijn boek ‘Komt een vrouw bij de dokter’ en het vervolg, ‘de Weduwnaar’ gelezen. Gemakkelijk en snel geschreven boeken, met een droevig thema. En toch ergerde ik me groen en geel aan de boekjes. Ik interpreteerde zijn leefstijl en levenshouding heel negatief. Ik heb het dan niet over het vreemd gaan terwijl zijn vrouw ernstig ziek was. Vooral het Randstedelijke hedonisme – kijk mij eens hip en werelds wezen – gaf mij een vieze smaak in de mond. Ik zou bijna zeggen, hij propageerde een leefstijl waarbij God noch gebod bestond, maar dat klinkt zo veroordelend maar in het kader van zijn nieuwe boekje wel typerend.

Terwijl hij zat te ‘hoeren en snoeren’ in het wereldse Amsterdam en waar dan ook nog meer, draaide de rest van de wereld gewoon door. Geloofsbeleving en spiritualiteit evolueerden, fundamentalisme bloeide op en Kluun zag het blijkbaar niet. Eigenlijk niets nieuws onder God’s verwarmende zon. De ontkerkelijking dateert al vanaf de jaren zestig, maar het is van alle tijden dat mensen, groepen en individuen, zoeken naar vervanging, de ene keer wat heftiger en fanatieker dan in andere periodes. Het is volgens mij eigen aan het mens zijn.

Een dramatische gebeurtenis in het leven van Kluun, de dood van zijn vrouw die aan kanker leed, brengt Kluun in een meer spiritueel vaarwater. Ook dit is heel menselijk en niets menselijks blijkt Kluun vreemd te zijn. Vanuit deze inzichten of noem het van mij part geestelijke verrijking constateert Kluun een dictatuur van het atheïsme. Wetenschappers en opiniemakers zouden met dedain over geloof en spiritualiteit praten?

Ze zullen er vast zijn, maar heb ik iets gemist? Heb ik niet opgelet? Waar heb ik zitten slapen of waar heb ik woorden of zinsneden van opiniemakers niet begrepen? Of wanneer lag het internet eruit?

Dit zijn vragen die Kluun ook stelt in het begin van zijn boek “God is Gek” als hij blijkbaar constateert dat de richtinggevende publieke opinie de conclusie heeft getrokken dat God niet bestaat.

Ik begrijp het probleem niet van mijnheer Kluun, maar het is wel de reden om het boekje te schrijven. Er is volgens mij niets veranderd in deze, slechts Kluun is mogelijk iets anders in de wereld komen te staan. Zoals er mafkezen bestaan in allerlei geloofsrichtingen, zo zijn er ook fundamentalisten die heel fanatiek het bestaansrecht van een God in twijfel trekken. Er is dus helemaal geen reden om het boekje te schrijven, of Kluun moet zijn gebrek aan oplettendheid van de afgelopen jaren, mogelijk al ver voordat de ziekte van zijn vrouw zich openbaarde, compenseren met dit totaal overbodige boekje. Zijn opperste verbazing dat ook hij ook spirituele gevoelens had na een hedonistische episode, worden nu afgereageerd op een vermeende terreur van atheïsme. Belachelijk.

Zelf ervaar ik nog steeds het tegendeel. Als liberaal katholiek opgevoede jongen, ben ik sinds mijn twaalfde niet kerkelijk meer. Een korte periode van atheïsme tot pakweg mijn twintigste, heeft plaats gemaakt voor ‘ietsisme’. Met mijn beperkte theologische en spirituele kennis zie ik in de kern van veel geloven veel overeenkomsten. Ik denk dat het bij het mens zijn hoort. In iedere stroming zijn veel uitwassen te bespeuren, ook dat hoort bij het mens zijn. Als ‘volger van het Ietsisme’ stoor ik me in zijn algemeenheid aan fundamentalisten, maar die zie ik veel vaker bij gelovigen dan bij niet gelovigen. Mogelijk is atheïsme an sich wel een geloof. Ik vind het allemaal wel best.

Naast het feit dat Kluun in mijn optiek geen reden had om dit boek te schrijven is de uitwerking ook nog mager. Ik wil niet beweren dat het slecht geschreven is, integendeel, het leest weer vlot. Maar ik vind aan de ene kant komt zijn stelling de dictatuur van het atheïsme helemaal niet uit de verf komt. Hij vraagt een aantal BN-ers en wetenschappers of er leven is na de dood en natuurlijk of God bestaat. Alle soorten van antwoorden worden gegeven, met als algemene conclusie dat veel gelovigen en atheïsten in meer of mindere mate aanhangers zijn van het Ietsisme. Dus wat is het probleem?

Aan de andere kant blijft het op een vrij basaal borreltafel niveau steken, ondanks de vele literatuurverwijzingen. Dus eigenlijk had het boek niet geschreven hoeven te worden, maar het zal het wel lekker doen in de marketingstrategie van de film “Komt een vrouw bij de dokter.”

Tranendal met opklaringen

Tergend langzaam komt de hogesnelheidstrein langs het perron glijden. Bijna pesterig, om de aanzwellende stroom forenzen te attenderen dat juist hij de oorzaak is dat ze weer te laat komen. Het grijze gevaarte past bij de zware zwangere regenlucht. De ‘bevalling’ laat nog op zich wachten, het enige lichtpuntje deze ochtend. De man voelt dat zijn stemming slechts grijstinten toevoegt aan het decor van de kale stationsomgeving.

Hij wil vernietigend naar de reizigers kijken. De man ziet slechts zichzelf in de donkere ramen van de wagons. Een te dikke man met een lange antracietkleurige openstaande jas, die zijn frivole strakgespannen paarse bloes, protserig, maar zonder aantoonbare reden, aan de wereld toont. Zijn brede schouders hangen licht naar voren. Bij ieder treinraampje ziet hij een ietwat ongelukkige middelbare manspersoon.

Wat zien ze achter dat donkere glas eigenlijk?

Een man die ’s morgens zijn broze stemming andermaal heeft zien omslaan in frustraties en boosheid. Zoonlief moest naar school en had natuurlijk de schooltas niet ingepakt, moest het actuele rooster nog op de computer opzoeken en zijn fietssleutel was onverklaarbaar verdwenen. Aansporingen van hem, de avond, ervoor leverde een oeverloze discussie op van een beginnende brugsmurf met donkere filosofische prietpraat over de zin van school en daarmee het leven, of eigenlijk vooral de onzin van school.

‘Jij weet niet hoe erg school is tegenwoordig!’

Inderdaad begreep hij niet dat je buiten de reguliere afkeer, het huiswerk helemaal niet meer hoefde te maken.

‘Dat doe ik gewoon op school en op de computer, daar zijn programma’s voor.

Die ochtend had hij tegen zijn zoon geschreeuwd dat er ook programma’s zijn om tassen in te pakken en wel de avond ervoor en dat hij hiervoor het rooster bepaalde. Boos is zoonlief weggefietst en staat nu verderop, eveneens stuurs naar de trein te kijken. Zijn blik had al geseind dat hij het niet moest wagen bij hem in buurt in te stappen.

Dat is hij ook niet van plan. Terwijl hij mistroostig naar zijn spiegelbeeld op de ramen blijft kijken, de trein is oneindig, ziet hij via de ramen een kleine, in rook gehulde verschijning, naast hem stilstaan. Hij blijft de figuur via de raampjes observeren. De aandacht op zichzelf is nu gelukkig verdwenen. Bij het laatste raampje verdwijnt zijn spiegelbeeld en het rookgordijn. In een reflex kijkt hij naar links en ziet een puistenkop van amper dertien met een kreukelig shaggie op zijn lippen.

‘Tjemig, dat kun je ook nog hebben.’

Zijn stemming wordt al milder. De forenzenboemel arriveert en hij wurmt zich naar binnen. Op het moment dat de trein zich langzaam in beweging zet, voelt hij, staande in de mensenmassa, iemand zijn hand even beetpakken. Hij kijkt opzij en ziet zijn eigen puber staan, die bijna onmerkbaar zijn lippen even tuit om het goed te maken. Ze zeggen beide niets, dat zou ook gênant zijn met zoveel toehoorders.

Tegelijk stappen ze uit.

‘Fijne dag jongen, tot vanavond.’

‘Later.’

De man kijkt hem na. Met nonchalance, maar levenslustig, loopt zijn jongen richting school.

Levenslessen aan politieke partijen….over stuurlui en de wal

Hoe anders, dan de inhoud van dit blog aangeeft, is deze zaterdagochtend begonnen. Het is al diep in de ochtend als in gezamenlijkheid de koffie wordt gedronken en de kranten worden geconsumeerd. In ons geval is dat de Volkskrant en tijdelijk ook De Gelderlander. Ook wordt door mij, als nieuwbakken twitteraar en facebookbezoeker, de laatste post bekeken. En zoals het gebruikelijk is om elkaar opmerkzaam te maken over rare nieuwsfeiten in de krant, deel ik ook af en toe een tweet met mijn echtgenote. Zo kom ik deze ochtend een bericht van Wim de Bie tegen en lees die hardop.

Er wordt instemmend geknikt en mijn vrouw gaat door met de krant en ik met mijn nieuwe passie, twitter. Weer even later twittert oud-CDA coryfee Ad Lansink (hij ook al op dit medium) een zeer kritisch berichtje. Ook dat lees ik hardop voor.

‘Ja, die Gerd Leers heeft nog een hoop levenslessen te leren, ‘ krijg ik als antwoord. Ik laat die wijsheid even bezinken en net niet in een reflex is mijn tweet over levenslessen en CDA al wereldkundig gemaakt.

 Ik ken de beperkingen van Twitter en zeker ook die van mezelf. Wie leest nu de berichtjes van een SprakeloosID en wie trekt zich bovendien nog iets aan van levenslessen op een zaterdagochtend boven de koffie de spacewereld in gestrooid? Ik denk geen enkele CDA-er, maar goed ik kan leven met mijn beperkingen, niet met onrechtvaardigheid, dus als het CDA een gratis levensles krijgt, dan ook de andere partijen. En zo ben ik weer lekker drie kwartier bezig met de wereld according SprakeloosID. Ik vind dat Twitter de democratie en de inspraakmogelijkheden dichter bij de mens heeft gebracht. Neem gisteren nu, op het werk, bij het afsluiten van de computer bedacht ik me in een keer: ‘Waarom wordt de ChristenUnie nu niet groter, bij het falende CDA gebeuren.’

 En dat kun je meteen de wereld in gooien. Dat de wereld het niet oppakt, ligt niet aan mij, maar aan de wereld uiteraard. Maar de wereld pakte het wel op, omdat ik mijn schroom overwon en mijn vraag ook richtte aan André Rouvoet.

 ‘Nu, André, bij deze. Ik stel de vraag nogmaals via dit blog.’

Maar nu de andere partijen nog voorzien van levenslessen.

De VVD, hoewel de grootste en Mark Rutte doet het blijkbaar goed, al deel ik die mening niet, blijft zich maar richten op de PVV. Aan de andere kant beweert Rutte dat het hem bijna niet uitmaakt of ze nu CDA, PVV stemmen of zijn eigen partij. Hoe pal sta je achter je liberale gedachtegoed?

 Dan de PvdA. Ik vind ze nogal naïef en te goed van vertrouwen dat redelijkheid altijd bij iedereen aanwezig is. Hoe lukt het ze toch om zich te laten geselen door rechts, al hebben ze inhoudelijk toch punten te maken. Dat lukte zelfs ene Balkenende bij Wouter Bos. Job Cohen wil de boel bij elkaar houden, mijn idee, maar doe dat feller en durf te kapittelen in oneliners. (Kapittelen is eigenlijk eufemistisch voor schelden, dat doen CDA, PVV en VVD ook) De linkse kerk bestaat niet, linkse politiek wel.

Dan de dames en heren van GroenLinks. Jolande Sap was voor mij de aanleiding om eens te gaan kijken op Twitter wat ze daar allemaal doen. Ze staan wat mij betreft op een kruispunt van ‘Dood of de Gladiolen’ als het gaat om het uitdragen van linkse waarden en normen.

 

Voor D66 is mijn levensles simpel en duidelijk, pak nu eens de echte liberalen van de VVD. Volgens mij zijn ze er nog wel, zeker bij de kiezers. Heel mondjesmaat beginnen VVD coryfeeën zich te roeren. Wees het voor, wacht niet totdat er bij de VVD, vroeg of laat, een interne paleisrevolutie gaat plaatsvinden.

Heeft de ChristenUnie levenslessen nodig. Als volger van André Rouvoet concludeer ik dat hij via Twitter zeer actief bezig is, het levert hem nog weinig extra zetels op. Ik denk dat mijn levensles aan CU vooral gezien moet worden als een aanmoediging.

 Het langst heb ik nagedacht over het goede advies aan de Socialistische Partij. De SP oogst ook bij mij vaak waardering, Emiel Roemer doet het goed en ook anderen (Agnes Kant, Krista van Velzen en uiteraard Jan Marijnissen) heb ik hoog staan. Toch schuurt het ook wel eens, ze zeuren me af en toe te veel, zeker op lokaal en regionaal niveau. Goed bedoelt, maar vaak ook: ‘U vraagt, wij draaien.’ Te nadrukkelijk letten op egaliteit is natuurlijk socialistisch, maar niet altijd leuk.

Dan de partij van Geert Wilders. Ik denk dat mijn tweet voor zich spreekt. Ik snap Henk en Ingrid echt niet. Neem nu de villabelasting, ik hoor ome Geert niet, maar het is toch duidelijk dat villabelasting in het voordeel van Henk en Ingrid is. Dus geen levenslessen voor de PVV, zoveel heb ik niet in voorraad.

Uitgangspunten van SGP en fundamenten van PvdD staan zover van mij af, dat ik af zie van levenslessen. Nu weet ik dat alle andere levenslessen ook geen aardverschuiving zullen teweegbrengen, maar de SGP en PvdD lijken voor mij in een ander universum te staan. Argumenten en dus ook levenslessen komen zeker niet aan. Sorry.

 Hebben we ze dan allemaal gehad? O, nee, een groep verongelijkte babyboomers komt met plaatjes van zeer oude vandagen om andermaal alles naar hun hand te zetten. Babyboomers hebben Nederland opgebouwd na de Tweede Wereldoorlog? Dat is toch echt de generatie ervoor. Babyboomers hebben maximaal geprofiteerd, ieder decennium weer. Een babyboompartij is niet nodig.

 Tja, en toen was de koek op, de dagelijkse beslommeringen kwamen op me af. Maar wat schets mijn verbazing, na dat de laatste levensles uit mijn computer de wereld in dwarrelde, was er een grootscheepse storing met Twitter. Ik geloof niet in toeval, maar toch…..wie saboteert hier de boel juist op dit moment? En wie ben ik om levenslessen uit te delen.

Zal ik het twitteren naar alle politieke partijen? Nee, dat doe ik niet.

 

Mensen in Naarden…..zijn anders!

Een Nederlandse volkswijsheid zegt dat nergens zoveel dialecten worden gesproken als in Nederland. Op zijn minst zit hierin een kern van waarheid. Iedere tien kilometer levert een andere tongval op. Sterker nog, de ‘verkeerde’ uitspraak van het ene dorp kan een bewoner verderop witheet maken of het zorgt voor ongekende hilariteit. Sociaalhistorische en geografische oorzaken liggen hieraan ten grondslag. Nederland is een lappendeken van de meest uiteenlopende tongvallen. Voor hen die uit regionen komen die zich voorstaan het ABN perfect te beheersen, zijn er mijnerzijds twee zeer uiteenlopende adviezen. Allereerst, wees eens kritisch en pers alle zelfreflectie uit je arrogante lichaam. Zo niet, en dat is de tweede optie, ‘Keep on dreaming.’

Met de verschillende tongvallen ontwikkelen zich ook bijpassende zeden en gewoontes. Iedere streek heeft zijn eigen mores met daarover een sausje Nederland, of wat daar ook voor door moet gaan. Een Groninger is onmiskenbaar een Groninger, een Fries een Fries en Limburgers en Brabanders zijn reservebelgen, maar overal voelt het als Nederland.

Dit gezegd hebbend, durf ik de stelling aan, de mensen in Naarden zijn anders. Qua taal, zeden en mores. Ze verschillen van de mensen in mijn dorp, ook zijn ze compleet onvergelijkbaar met de inwoners uit mijn geboortedorp of de andere plekken waar ik gewoond of geleefd heb. Dat is niet erg hoor, slechts een constatering. Het is best mooi trouwens.

Naarden buiten de dorpskern

Afgelopen zaterdag had ik een afspraak in Bussum en de tijd vooraf besteedde ik in Naarden-Vesting. Buiten de stadswallen parkeerde ik mijn auto en liep naar het plaatsje. Twee zeer kakkineuze dames kruisten mijn pad

‘Echt lekker gegeten heb ik in Chiang Mai, je weet wel, in het Noorden van Thailand.’

De andere dame knikte instemmend, ze wist waarschijnlijk precies om welk, nog niet door toeristen ontdekte, eettent het ging. Echter voor mij als buitenstaander geen alledaagse conversatie. Ineens besefte ik dat Naarden, ik was er nooit geweest, behoort tot ’t Gooi. Een blogje werd ter plekke geboren onder de werktitel; “De mensen in Naarden, zijn anders.” Met een vooropgezette strategie zou ik Naarden-Vesting benaderen.

Zo gezegd zo gedaan, hieronder volgt een klein cultureel antropologisch studieverslag. Participerende observatie van weliswaar onwetenschappelijk niveau, maar toch.

Natuurlijk ga ik geen foto’s van de makelaarsetalage tonen, dat is goedkoop. Ook ga ik geen kasten van huizen beschrijven, die zijn elders ook te vinden. Nee, ik vermoedde, na het gesprek van het oudere tweetal met geblokte broeken met een ongetwijfeld heel duur rashondje meetronend (ik ken het ras niet, maar elders zou het een hoerehondje of een kuttelikkertje worden genoemd, maar dit terzijde) dat Naarden anders is. Je kan het zien, je kan het horen en als ons reukvermogen beter zou zijn, kan je het beslist ruiken. Al is het maar omdat het Hummer-gehalte onwijs groot is.

Trouwens de hoeveelheid auto’s dat zich door de pittoreske straatjes wurmde is esthetisch onverantwoord. Het toeristengeld is blijkbaar niet nodig om de economie in Naarden levendig te houden, want leuk slenteren is er niet bij, tenzij je een Hummerdood wil eindigen.

Ik had het overigens getroffen, want de Sint kwam aan in Naarden. Naast de Hummers waren de buggy’s ook in grote aantallen te bewonderen. Ik ben geen kenner van buggymerken, maar menig babytransporter zag eruit alsof het de prijs van een Hummer benaderde.

Daar komt ie straks, ook in Naarden

Gezinnen, of vaker nog twee gezinnen, liepen richting de aankomst van de Goed Heiligman. De vrouwen, frivool chique gekleed, het is immers slechts zaterdagmiddag, liepen voorop met hun in Oillily, Petite Louie of in andere dure merkkleding gestoken kinderen, strak vastgebonden in hun kinderhummer.

 ‘Marie-Louise blijft maar imponeren met haar Prada-spulletjes. Zò niet 2010, maar ze heeft het niet door. Ze wil erbij horen, maar…….’

 De gedragsalternatieven voor Marie-Louise, die er kennelijk niet bij is, kreeg ik niet te horen. Ik werd in beslag genomen door het gesprek van de mannen erachter. Dertigers met suède jassen en een fleurige sjaal om hun hals. Het was de heren, ondanks hun relatief jonge leeftijd, aan te zien dat het goede leven sneller gaat dan de bezoekfrequentie aan de sportschool.

‘Weet je wat het is Sébàs? We moeten de BV verkopen met schuld en al. Het is slechts zoeken naar de juiste investeerder.’

De zwager van ‘Sebas’ knikte instemmend en zei bondig:

‘Durfkapitaal dat is het.’

 

 

 De hoofdstraat met een Piet? Geen echte hoor.

Zo was ik ongevraagd getuige vane intiem familietafereeltjes van Sinterklaas vierende gezinnen. Onderwijl werd mij een folder aangeboden door iemand van GroenLinks en ik begreep dat door een herindeling gemeenteraadsverkiezingen noodzakelijk zijn. De nieuwe gemeente mag zijn eigen VVD-ers kiezen en GroenLinks pakt nog wat politieke kruimels. Ik ben benieuwd. Even verderop deelde een Zwarte Piet met een raar hesje pepernoten uit aan de vele kinderen. Het rare hesje bleek een bodywarmer met een VVD logo.

Tja, als de VVD landelijk niets uit te delen heeft, doen ze het maar op plaatselijk niveau, pepernoten. Ze waren mogelijk nog over van de bouwfraude-affaire.

 

 Ethische kwestie, kan dit of niet?

Op het einde van de hoofdstraat kwam ik uit bij de plaatselijke snackbar, een imposant wit gebouw met de naam van Paul Fagel erop. Ik moest nog eten, maar vaag wist ik dat Paul Fagel enige landelijke bekendheid geniet en dat zoiets op de menukaart is terug te zien, als er al een prijslijst zichtbaar is voor de argeloze snackbarbezoeker.

 De wagen voor de rijtoer van Sinterklaas, voor de plaatselijke snackbar

De wagen waarin Sinterklaas vervoerd gaat worden staat naast het etablissement opgesteld. Later ontdekte ik, naïef als ik ben, dat dit slechts een van de wagens was voor de Sinterklaasstoet die later die middag op gang ging komen. Het kan zomaar zijn dat de Sint en Piet voor Naarden en omgeving een extra tandje moet bijzetten om hun werk voor vijf december te klaren.

De rest van de karavaan, voor het overwerk dat in Naarden gedaan moet worden

De eerste gelovigen stonden al aan de waterkant met vaders, moeders, opa’s en oma’s te wachten.

– ‘Oma Chaterina, oma Catherina weet je hoeveel Rodiricks wij op school hebben?

– ‘Nee, Fréderique, ik weet het niet, twee of drie.’

– ‘Nee, veel meer, volgens mij wel zes. En er is maar een Fréderique en dat ben ik. In groep acht zit er ook een, maar dat is met een k, dat telt niet.’

Terug in de nauwe straatjes zag ik iets zeer bevreemdends, bijna tegenatuurlijk voor Naarden. De autodichtheid moest voor de aankomst van Sinterklaas drastisch omlaag. Zelfs in Naarden is autootje pesten voor deze gelegenheid klaarblijkelijk toegestaan, maar dat dit niet gemakkelijk zal gaan, werd voorzien. Twee sleepdiensten waren erg actief en de verkeersregelaars hadden het druk om dwarsliggers duidelijk te maken dat hun gemotoriseerde pronkstukken voor die middag niet welkom waren.

De autorijder is even niet de baas in Naarden

Naast de jengelende Sinterklaasliedjes, hoorde ik na een korte wandeling op de vestingwallen ook andere muziek door het plaatsje dreunen. Nederlandstalig, eigenlijk heel volks, ik kon het bijna niet plaatsen in Naarden. Op het moment dat ik langs de beats wandelde, even voorbij een grote binnentuin met een Comeniusbeelden, ontwaarde ik een groepje mensen die hun (Sinterklaas)feestje vieren.  Decorumverlies? Of eigenlijk heel gewoon? Het zouden zomaar Friezen, Brabanders of Amsterdammers kunnen zijn die feesten bij een huis genaamd ‘Het Bastion’.

Is hier het wetenschappelijk bewijs dat de uitzondering de regel bevestigt?

 Feestje bij het Bastion?

Ik besloot terug te lopen naar de auto en werd nog een keer geconfronteerd met een zeer plaatselijk fenomeen, de moderne bakfiets. Onlangs hoorde ik een cabatier, volgens mij was het Yup van ’t Hek, die tekeer ging tegen moeders met bakfiets vol kroost. Ik vond Yup hierin nog al histerisch in zijn stelling dat dit nietsontziende vrouwen zijn met een air ‘de wereld is van mij, want ik ben moeder’. Yup was blijkbaar al in Naarden geweest, ik nog niet. Elders zijn ze ook te zien, maar eerder als uitzondering.

Nu, buiten de vestingwallen, kwamen ze met zwermen tegelijk in allerlei soorten en maten, allemaal op Sinterklaas afgebakfietst. Ik was te verbaasd om nog snel mijn fototoestel te grijpen. Ik moet het doen met die ene foto die ik reeds in Naarden had gemaakt.

 

 

 De voorhoede van de bakfietsenplaag diende zich al aan, de rest van de zwerm zou snel volgen. Zouden hier in Naarden aparte fietsparkeerplaatsen voor zijn?

 De mensen in Naarden, zijn anders. Je ziet het, je hoort het en je proeft het. Jammehgr dat de Gooise ‘r’ niet op het toetsenbord staat.

Feest der herkenning. IJSKASTMOEDER/ Janneke van Bockel

Feest der herkenning is misschien wel de foutste titel die ik deze boekervaring kan meegeven. Een feest is het namelijk niet (altijd) om opvoeder te zijn van een kind met asperger (of in mijn geval pdd-nos), tenzij je over een heel groot boeddhistisch reflectie vermogen beschikt. In mijn geval is dat niet zo. Over haar ‘asperger’ dochter schrijft Janneke van Bockel al jaren op het vkblog. Nu zijn haar verzamelde blogs in een mooi boek gegoten met de titel ‘IJskastmoeder’, leven met een aspergerkind.

In het afsluitende verhaal schrijft Janneke van Bockel hoe het bloggen haar bij de les heeft gehouden, inzicht heeft gegeven en door de reacties van anderen verder is gekomen. Ik zou dit boek en de schrijfster tekort doen door te zeggen dat bloggen een wijze van zelftherapie is, maar je zou het zo kunnen noemen. Voor mij als, laten we het NOS-vader noemen, is bloggen een soort vlucht af en toe. Een vlucht uit de opvoedingsperikelen en vooral ook, ‘ik ben dan NOS-vader, maar nu even niet’. Maar net zoals je niet zo stellig kunt zeggen dat bloggen een vorm van zelftherapie is, kan bloggen nooit vluchten zijn. Er is namelijk geen vluchtroute, want je bent altijd vader of moeder.

 

IJskastmoeder

Leven met een aspergerkind

Janneke van Bockel

Uitgeverij Lannoo 2009

Daar zit dus de herkenning in die Janneke van Bockel meesterlijk beschrijft. Onlangs was zij aanwezig op een congres van de Nederlandse Vereniging voor Autisme. Dat werd vooraf omgeroepen in de congreszaal.

‘IJskastmoeder’ dacht ik, ‘die ken ik toch van het Volkskrantblog. Dat vertelde ik aan mijn vrouw en 15 jarige zoon, die ook bij dit congres aanwezig waren. Misschien wel leuk om even handjes te schudden in de pauze. Echter om de drukte voor onze zoon een beetje te doceren hebben we een ruime pauze genomen en niet in de Beatrixhallen te Utrecht, maar even in de stad. Uiteraard ruim voor het middagprogramma zou starten, je zult immers maar eens te laat komen, waren we terug om nog een broodje mee te kunnen pikken. Mijn vrouw wilde nog even de congresmarkt op, ik zou bij mijn zoon blijven.

‘Misschien wil je een gesigneerd boek van die medeblogster? ‘vroeg mijn vrouw ook om mij even de ruimte te geven rond te lopen. Echter de afspraak met zoonlief was gemaakt dat ik bij hem zou blijven, dus……. Ik heb haar niet de hand kunnen schudden, maar ik heb wel een gesigneerd exemplaar. Ik kende IJskastmoeder uiteraard van het blog, maar las haar niet altijd in verband met mijn escapisme dat bloggen voor mij is.

Het congres was voor ons als ouders in bijzijn van onze zoon een positieve ervaring en het boek is door hem, geheel onverwacht die avond meegenomen naar zijn kamer om te lezen.

‘Die mevrouw schrijft wel goed’ was zijn eerste en enige commentaar. Meer behoefte om er iets over te zeggen had hij niet. Wij weten inmiddels dat doorvragen geen zin heeft. Vragen, opmerkingen of andere emoties die dit boek bij hem teweeg heeft gebracht (of niet natuurlijk) zullen in de loop der jaren op de meest onverwachte momenten naar boven komen. Het er doordrukken om het ‘lijden’ van het ouderschap te verifiëren bij hem zal bij forceren alleen maar een averechtse werking hebben en paniek veroorzaken. En dat is voor niemand wenselijk. Want als uit het boek van Janneke van Bockel een ding duidelijk wordt, is dat het eeuwige opvoedkundige gevecht met je kind, in combinatie met je eigen waarden en normen, verwachtingspatronen voor je kind maar ook voor jezelf en vooral dan ook nog de omgeving die van alles vindt en ook meent te moeten en kunnen zeggen.

Onze zoon heeft geen asperger, dus hij is niet precies zo als de dochter van Janneke van Bockel. Tenminste dat is zijn rigide mening. Over aspergerkinderen zegt hij dat ze druk zijn, altijd praten en alles denken beter te weten. Hij is natuurlijk niet zo. Maar in veel opzichten ook zo vergelijkbaar, vinden wij als ouders.

Onze zoon is wel heel slim, maar is extreem angstig voor nieuwe zaken, onverwachte dingen en onvoorspelbaarheid. Na bijna rimpelloos de basisschool te hebben doorlopen, is het vanaf de derde dag op het VWO misgegaan en tot op heden nog niet goed gekomen. Hij gaat (bijna) niet naar school en na drie jaar komt de gerichte hulpverlening eindelijk op gang. Maar het heeft veel met hem gedaan de afgelopen jaren en niet ten goede. We moeten maar kijken hoe de toekomst er voor hem (en ons) uit gaat zien.

Janneke van Bockel schrijft over gezinservaringen (bijvoorbeeld vakanties en uitjes), de boosheid van haar dochter, de wanhoop en de onmacht als moeder. Herkenning alom, maar geen feest.

Ze schrijft over onbegrip bij (schoon)ouders, school en andere sociale contacten. Herkenning, wederom, maar geen feest.

De bureaucratie rondom school en zorginstanties in Nederland, over wachtlijsten maar niet te spreken. Herkenning, herkenning en nog eens herkenning, maar geen feest. Eerder een eeuwigdurende nachtmerrie.

De lompheid van sommige hulpverleners en de opluchting als er ergens maar een beetje compassie is, is zo herkenbaar.

Het ‘misbruiken’ van het jongere zusje (in ons geval, jongere broertje) bij de opvoeding. Je wilt het niet, maar het parentificeren sluipt erin, voordat je het weet. Je echtgenote verwordt soms tot een soort van hulpverleningscollega in plaats van alle andere functies die een echtgenote zou moeten hebben.

 Alles is zeer herkenbaar, en het feestelijke zit hem vooral in het gevoel dat je zelf niet gek bent, maar een opdracht hebt die soms schier onmogelijk lijkt. Het opvoeden van een NOS kind of een aspergerkind is een levensopdracht, die waarschijnlijk nooit klaar is. En natuurlijk blijf je als ouder van elk kind, altijd ouder. Maar bij een kind met een ogenschijnlijk onzichtbaar ‘weeffoutje’ wordt er wel een hele zware wissel getrokken op je relatie, je eigen ambities en vaak moet je constateren dat er veel mis gaat, of al helemaal niet meer ondernomen wordt uit voorzorg.

Een feest der herkenning dus toch. Opvallend is in de verhalen van Janneke van Bockel dat zij alles schrijft vanuit haar moeder perspectief. Waar is de vader in het geheel, denk ik als NOS-vader? Af en toe wordt de partner van Janneke benoemd in een van de verhalen, en fungeert mogelijk als ‘koelkast’ vader. Ik weet niet waarom ze voor deze opzet heeft gekozen. Zelf heb ik er wel een verklaring voor. Ondanks alle goede wil en samenwerking in een huwelijk, veel kun je gewoon niet delen. Je wanhoop of woede over sommige opvoedkundige situaties wil je wel delen, maar ook je partner heeft een wankel evenwicht. Kan ze je frustraties er nog bij hebben?

Ik vind IJskastmoeder een fijn boek als direct betrokkene in de materie. Janneke van Bockel schrijft over het algemeen vrij optimistisch en dat siert haar. Het is ook de beste manier om door te gaan. Als NOS vader zie ik in de verhalen echter wel de momenten, soms langere periodes, dat het leven stroop is. Ik vraag me af of een buitenstaander zich vanuit de verhalen van Janneke van Bockel dat er altijd uit kan halen.

Door mijn directe betrokkenheid, anders lees ik zelden dit soort boeken, is mijn beoordeling: 7,5

================================================================

ANDERE BEOORDELINGEN

Boeken lezen, voor mijn bovenal een prettig tijdsverdrijf. Soms wordt ik er ingezogen, soms koester ik de taal en soms ‘slechts’ tijdspassering. Maar ik vind er altijd wel iets van of het nu literair is of niet. Geheel losgekoppeld van de eisen van de middelbare school beoordeel ik mijn leesvoer. In de volle overtuiging dat mijn eigen socialisatieproces hier debet aan is en vooral ook mijn eigen beperkingen. Het mag de pret niet drukken om cijfers uit te delen.

Mijn kleine Waanzin / Jan Brokken                                                                            7+

Winter in Madrid / C.J. Sansom                                                                                   8-

Harry Potter en de relieken v.d. dood /J.K. Rowling                                           7,5

De nazi en de kapper/ Edgar Hilsenrath                                                                    8-

Afrika / Jan Brokken                                                                                                         7,5

Pauperparadijs / Susanna Jansen                                                                              7,5

De Schaduw van de wind / Carlos Ruiz Zafón                                                          8+

De overgave / Arthur Japin (Na 200 pag. opgegeven)                                          5-

Erasmus en het poldermodel / Herman Pley                                                           7

Het woeden der gehele wereld / Maarten ’t Hart                                                   8-

Het verslag van Brodeck / Philippe Claudel                                                          8,5

De hand van mijn moeder / Nafisa Haji                                                                     7+

Knielen op een bed violen/ Jan Siebelink (na 250 pag. opgegeven)               5

Kleine landjes -berichten uit de Kaukasus / J.B. Cortius                                    7

Caesarion / Tommy Wieringa                                                                                        8

Harlekino / Tessa de Loo                                                                                                 8-

Grijze Zielen / Philippe Claudel                                                                                    8

Het Rozeneiland / Sanne Terlouw                                                                                7

Brug der Zuchten / Richard Russo                                                                                8-

Het diner / Herman Koch                                                                                                 7+

IJskastmoeder / Janneke van Bockel                                                                         7,5

God is Gek / Kluun                                                                                                               5

Duel / Joost Zwagerman                                                                                                   6,5

De hand van Fatima / Ildefonso Falcones                                                                 8-

Het zwijgen van Maria Zachea / Judith Koelemeijer                                             7,5

God’s Gym / Leon de Winter                                                                                            7+

Zoete Mond / Thomas Rosenboom                                                                                 7,5

Eenzaamheid van de priemgetallen / Paolo Giordano                                          8-

 De verborgen geschiedenis van Courtillon / Charles Lewinsky                         8

River van Vergetelheid / Philippe Claudel                                                                 8+

Het spel van de engel                                                                                                           7,5

Quadriga / F. Springer                                                                                                          7-

Sonny Boy / Annejet van der Zijl                                                                                       7,5

 

Meiden, gadverdamme

Sommige woorden en uitdrukkingen smaken gewoon niet. Ongetwijfeld is het een vreemde afwijking van me, maar het is niet anders. Ik kan er mee leven, al komt het zuur me af en toe naar boven als ik geconfronteerd word met een woord dat een sterke aversie oproept. Ik denk dat het te vergelijken is met vloeken voor leden van de “Bond tegen Vloeken”. Ik weet het niet zeker, maar zoiets moet het zijn. 

 

Maar zoals het vaker is met smaak, naarmate je ouder wordt, kan die veranderen. Ik ben bijvoorbeeld opgevoed met de woorden macaroni en spaghetti. Wanneer we als gezin dan het woord pasta hoorde, dan proesten we het uit. Kale kak vonden we dat en dat terwijl ik echt niet uit een arbeidersmilieu kom. Wel was het ‘doe maar gewoon, je bent niet beter dan een ander.’ En pasta was een rariteit voor mensen die eens op vakantie waren geweest in Italië en die om interessant te doen het woord pasta te pas en te onpas gebruikten. ‘Kijk eens hoe mondiaal wij zijn en denken’. Gadverdamme dacht ik toen.

Wij aten op zaterdag gewoon een bord macaroni, heerlijk bereid door moeder Sprakeloos. Tegenwoordig krullen mijn tenen niet meer bij het horen van het woord pasta. Het kan verkeren.

Maar niet altijd. Het woord ‘Meid’ of ‘Meiden’ doet mij walgen. Ik schijn ongeveer de enige te zijn. Ik krijg er vooral hele feodale associaties bij. Een keukenmeid was zo’n ongeschoold meisje dat ondanks haar talenten voor een habbekrats moest werken bij welgestelde families. In de Engelse literatuur komen ze nogal eens voor, die meiden. Ook in Nederland had een beetje boer een meid die de boerin rondom het huis een handje hielp. Tegenwoordig hebben we dat niet meer en soortgelijke werkzaamheden zijn nu vastgelegd in Cao’s en hebben verhullende benamingen als interieurverzorg(st)er, hulp in de huishouding etc. Het tijdperk van de meid is definitief voorbij in Nederland. Tenminste dat vind ik als weldenkend mens met enig historisch besef.

Niets is minder waar. Al meer dan twintig jaar erger ik me groen en geel aan het oprukkende en niet meer te stuiten woord ‘Meiden’. Een moeder spreekt trots over haar meiden. Hedendaagse powergirls (ook zoek jeukterm trouwens) gaan graag een avondje stappen met ‘de meiden’. Maar niet alleen tieners smaken dit genoegen, ook oudere generaties hebben de term genormaliseerd. Het klinkt in mijn optiek verschrikkelijk pathetisch als een troepje menopauzers giechelend mededeelt dat ze het weekendje ervoor met de meiden zijn wezen stappen. Gadverdamme, ik wil me er geen voorstelling van maken.

De populariteit van het woord ‘meiden’ is natuurlijk de schuld van het feminisme uit de jaren zeventig, de tweede golf geloof ik. Ik heb niets tegen feministen, maar als ze aan de taal komen, moeten ze dat wel doen met enig historisch besef. Meisje was blijkbaar niet goed genoeg meer. Het is taalkundig gezien een verkleinwoord, dus kleinerend. In ieder geval niet acceptabel tegenover het stoere woord ‘jongens’. Meisje werd onterecht geassocieerd met frêle, zacht en hulpeloos, dus werd het meiden. Niet alleen jongens zijn stoer, ook meisjes staan hun ‘mannetje’ om te beginnen door zich te laten aanspreken als meiden.

Gadverdamme, gadverdamme en nog eens gadverdamme.

Als die feministen dan zo nodig stoer willen doen, dan hadden ze een ander woord moeten introduceren. Niet een scheldwoord met denigrerende associaties tot een soort geuzennaam bombarderen. Nu is het helemaal ingeburgerd en dit blogje is een hopeloos achterhoedegevecht. We zijn er mooi mee aangemaakt, vooral ik dan. Mag een stoere meid dan op haar toekomst zijn voorbereid, ik zal de rest van mijn leven rennies moeten gebruiken om me te wapenen tegen onverwachte confrontaties met meiden.

Krachtdadig klaar, onze mannen.

Wat ieder weldenkend mens in september al wist, is dat de heer Rutte en Verhagen aan de leiband zullen lopen van Geert Wilders. Over zijn strategische talent hoeft niemand meer te twijfelen, al heeft hij de domheid van zijn politieke vrienden daarvoor nodig. Ik vond de onderstaande afbeelding in ieder geval erg grappig. Maar ik ben dan ook niet dom.

Ze waren er klaar voor. Zouden ze dat nog steeds zijn? En klaar voor wat?

  1. Het bepalen van de politieke agenda?
  2. Het nemen van krachtdadige beslissingen?
  3. Het verleiden van Jolande Sap?
  4. Staatsecretaris Bleeker zijn eigen ego te laten verkrachten door echt door de stront te maaien om Wilders tevreden te stellen?
  5. Een uitstekend buitenlands beleid met eerlijke en duidelijke ethische stellingname?
  6. Door schoolmeester Wilders op de vingers getikt te worden omdat ze niet hard genoeg werken voor de meerderheid in de Eerste Kamer?
  7. Sowieso wachten met krachtdadig en eerlijk beleid op een angstvallig onzekere meerderheid in de Eerste Kamer om dan pas echt op stoom te komen, of wachten ze daar ook nog op een tweede gedoogpartner (SGP of anders Groen Links)?

Ik weet het niet waar ze klaar voor zijn en/of ze nog wel iets klaar zullen krijgen. Echt niet  echt niet, maar ze moeten roeien met de riemen die ze hebben.

Joep Betrams heeft dat vandaag uitstekend subtiel duidelijk gemaakt.

 

Het diner/ Herman Koch

Herman Koch is natuurlijk bekend van Jiskefet en wie is daar nu geen fan van? Nu, ik dus niet. Ja, als collega’s het naspelen, lach ik me een ongeluk en neem me voor toch eens vaker te kijken, al werd ik snel doodziek van dat ‘Gegoede ’s morgens deze morgen’.

En ik moest toegeven, de eenakters met een hoop gecomprimeerde waarheidsgetrouwe onzin, waren geniaal neergezet. En toch heb ik het niet vaak bekeken, meestal dan nog in de herhalingen, later. Desondanks heb ik toch een boek van Koch gekocht en eigenlijk zonder voorspraak van deze of gene, maar met de idee, het moet toch op zijn minst leesbaar zijn. Zo’n twee maanden geleden had ik het boek al in mijn bezit. Ook was ik niet op de hoogte van een nominatie voor de NS-publieksprijs, laat staan dat ik kon vermoeden dat hij onlangs winnaar is geworden.

 

Het Diner

 Herman Koch

 Anthos Amsterdam 2009

 

De NS-publieksprijs was voor mij de reden om in een sneltreinvaart het boek uit te gaan lezen. Het lag namelijk al enige tijd naast mijn bed en iedere avond las ik wel enkele bladzijden, maar Het Diner noodzaakte niet tot doorlezen totdat je ogen dichtvielen. Tenminste niet voor mij.

Was het dan een slecht boek? Nee, absoluut niet, integendeel, ik heb er van genoten. En de eerste 100 bladzijden lenen zich voor mijn gevoel ook voor gespreid lezen. Eigenlijk een opeenstapeling van prachtige eenakters met een geweldige ‘casting’ van de hoofdpersonen. Twee broers met hun echtgenotes vinden het nodig om het een en ander met elkaar te bespreken. Dit gebeurt op aangeven van Serge, de oudste van de twee, die tevens kandidaat is voor het premierschap van Nederland. Voor mij als lezer is het lang onduidelijk gebleven wat het doel is van de bijeenkomst, behalve dat er een inkijk gegeven wordt in het reilen en zeilen van de broers en hun families. Het perspectief van de verteller ligt bij Paul, de jongste broer en het moge al snel duidelijk zijn dat van ware broederliefde geen sprake is.

Geheel onbegrijpelijk is in eerste instantie het feit dat Paul bij zijn zoon Michel de telefoon op zijn kamer pakt, de uren voorafgaand aan het etentje in een peperduur restaurant. Als lezer denk je dan, dat zal later wel uitgelegd worden en dat klopt. Gaandeweg blijken de zonen van Serge en Paul zich schuldig te hebben gemaakt aan een vreselijke misdaad. Ze hebben namelijk een vrouwelijk zwerfster gekleineerd en mishandeld met de dood tot gevolg. Toen dacht ik, wie bedenkt nu zoiets?

Maar toen de prijs bij Herman Koch kwam en er een korte mediahype rondom het boek ontstond, bleek de bron een bestaand youtubefilmpje te zijn waarop Koch zijn verhaal heeft gebouwd. Gegoede burgers, wit en ogenschijnlijk van onbesproken gedrag moeten zien om te gaan met de wetenschap dat hun zonen iets vreselijks hebben gedaan. Alle vier de volwassenen dealen daar op hun eigen manier mee en onderling weten ze ook niet precies wat de een weet en wat de ander niet weet. Duidelijk is dat, na een uitzending van Opsporing Verzocht de ouders zelf weten dat Michel en Rick, de zoon van Serge, schuldig zijn, maar nog niet bekend bij politie en justitie. En dat moet zo blijven. Tenminste dat vinden drie van de vier ouders. De aangenomen zoon van Serge, Beau, uit Afrika, blijkt onschuldig, maar speelt, naar later blijkt, ook een zeer dubieuze rol.

In het restaurant, waarbij de bediening, de eigenaar van het restaurant en het hoge blasé-gehaltein het algemeen op meer dan formidabele wijze wordt neergezet, is de achtergrond van het gesprek dat aanvankelijk maar niet over het beladen onderwerp lijkt te gaan. Wel wordt het psychiatrische verleden van Paul duidelijk via korte flashback waarin hij als leraar geschiedenis en later als vader, in de bres springend voor zijn zoon, een enigszins dubieuze rol speelt.

En het opkomen voor je kind, die zo’n misdaad pleegt, is natuurlijk ook de centrale vraag in het boek. Hoe ga je hiermee om?

In het tweede gedeelte van Het diner wordt duidelijk hoe Serge en Paul, met hun respectievelijke vrouwen Babette en Claire, hiermee omgaan. De spanning wordt meer opgeschroefd en een bizar einde bezegeld het lot van allen, ten behoeve van ‘een goede toekomst’ voor de zonen.

Samenvattend was het een zeer leesbaar boek, waarbij met name het vertelperspectief zorgt voor onverwachte en soms wat plastische beschrijvingen die de Jiskefet-achtergrond van Herman Koch doen verraden. Tenminste, zo heb ik het ervaren.