Heel gewoon, Kom d’r bi-j, een jeneverstokeri-j/ NORMAAL

“Ich bin ein Berliner”

Een gevleugelde uitspraak van Kennedy in de moderne geschiedenis. Een oneliner die hout snijdt. Over vijftig jaar zal dit nog een begrijpelijke tekst zijn waarbij de meesten de historische context ongetwijfeld nog zullen begrijpen. Andere steden die kunnen buigen op een vergelijkbare kreet ken ik eigenlijk niet. ‘I ‘m living in de Big Apple’ komt daarbij het meest in de buurt. Het is dat New York dusdanige mondiale bekendheid heeft dat het niet per definitie een pathetische uitspraak is. Maar op de keeper beschouwd is New York niet meer of minder dan elke willekeurige andere stad. Goed, er wonen meer mensen, maar dat is dan ook alles. Een grove schatting van mij is dat er misschien wel vijftig steden in de wereld zijn die meer inwoners hebben. Toch zijn er velen die hun verblijf, tijdelijk of langdurig, in New York vergezelt laten gaan met een air van ‘nou, daar heb je niet van terug.’ Dat zul je bewoners van Mexico City, Karachi of enkele Chinese steden nimmer horen zeggen.

 In Nederland heb je iets soortgelijks, weliswaar op kleinere schaal, maar er is een categorie mensen die het wonen in Amsterdam en daarmee het Amsterdammer zijn erg bijzonder vinden. ‘Neij, moet je waitu, ik wown in Amsterdam, midden in de Paip. Dus…….?Dus wat, denk ik dan. Moet ik medelijden hebben met je omdat geluidshinder, parkeeroverlast en gebrek aan frisse lucht je parten speelt zodat je niet meer normaal kunt denken. Of moet ik nu tegen je opkijken? Uiteraard doe ik geen van beide. Ik vind Amsterdam een leuke stad om te zijn en een leuke stad om weer te vertrekken. Een mooie stad zoals er vele anderen zijn, in Nederland en daarbuiten. Geen reden om specifiek trots op te zijn. Net zo min als het statusverhogend is om te vermelden Fries, Groninger of Brabander te zijn.

Begrijpt u me misschien niet?

“Ik ben groots een Duivenaar te zijn.!!!!

Dat is toch zielig? Meteen denk ik dan waarop die Mokummers, Friezen of Brabo’s dan zo trots zijn? Waaraan meten zie die fierheid? De grootte, de mate van uitzondering of het aantal kroegen, musea of hoerententen? Of is het gewoon een beperkt ego dat jengelt om bevestiging omdat ze niet gewoon blij kunnen zijn met de plaats waarin ze wonen of geboren zijn.

Bovenstaande tekst is enorme lange brug om tot mijn eigenlijke onderwerp te komen, want u had waarschijnlijk niet door dat dit een muziekcolumn was. Echt waar.

Een groep Nederlanders heeft zich de laatste decennia pas een beetje geëmancipeerd in het trots zijn op hun achtergrond, hun tongval, taal of dialect, hoe u het ook maar noemen wilt. Dat zijn de Achterhoekers. Hun voorganger is jarenlang Benny Jolink van Normaal geweest en hij doet dat op bescheiden schaal nog steeds. Een fenomeen in de Achterhoek en inmiddels voor een groot deel van Nederland.

Ik weet dat dit ten Westen van Utrecht niet altijd begrepen wordt en de term provinciaal vooral een hele negatieve lading heeft. Maar och, wat maakt dat uit, emancipatie is vooral een beweging die de groep zelf verheft en waarbij het niet nodig is om je eigen vreugde, of trots zo u wilt, te meten aan het geluk of de eigengereidheid van anderen. De Achterhoeker is dus trots en terecht.

En even voor de goede orde, Duiven is geen Achterhoek, want leer mij de Westerling kennen die alles ten Westen van Utrecht en tussen Groningen en Nijmegen al snel Achterhoek noemt. Ik weet het, te bizar voor woorden, want wanneer je Leiden in de kop van Noord-Holand plaatst, wordt er al snel aan je geestelijke vermogens getwijfeld. Ik wil daarmee zeggen dat ik niet aan zelfpromotie doe, integendeel.

Ik vind De Achterhoek leuk en Benny Jolink met zijn band Normaal een topgast.

Wat is er trouwens mis met boeren? Zondag gaan we weer met miljoenen kwijlen bij het programma ‘Boer zoekt vrouw’ waarbij de mooie en ideale schoondochter Yvon Jaspers de plattelandse romantiek toont.

Graag wil ik een nummertje met u delen. Het repertoire is vanaf 1975 bijna oneindig en ik vind het moeilijk om een representatief liedje te kiezen. Ik heb het uiteindelijk gevonden in ‘De jeneverstokeri-j. Een boertig liedje dat vrolijk, simpel, maar in mijn optiek ook zo tijdloos en alleszeggend is.

Ik zou zeggen, luistert en geniet en zing vooral uit volle borst mee. Geneer u niet.

 

 

Ik heb speciaal slechts een beeld in het filmpje gemaakt. Allereerst dat leidt niet af van de tekst. Iets anders kan ik trouwens ook niet.

Hej ’t al geheurd, ‘t mot gisteren zijn gebeurd

Zie hebt bij Manus Mazzelkamp een inval gedoan

Ik heb altied al gedacht da’k iets aan Manus zag

Jeneverstokeri-j had ie op de dèle stoan

Toen de politie kwam op het erf sjouwen

Was Manus net begonnen een jenevertjee te brouwen

Hie had toen weinig keus, hie pakte toen een deus

Die dijen vol met flessen schreeuwen met een rooie neus

Kom d’r bi-j (4x)

In mien illegale jeneverstokeri-j

Kom d’r bi-j (4x)

Twee kwartjes veur een borrel en de toegang die is vri-j.

De stoere hermandad, dach bi-j zien eigen wat
Kan ’t ok verdommen, zunde van ’t jenevertjeee
As wi-j dit zaakjen meldt, dan kost ‘m dat völ geld
Wi-j holt ’t onder ons en dan is iedereen tevree
Wi-j doet veur disse keer een rechteroogjen dicht
Manus draaien deur tot an ’t ochtendlicht
Der wier ok noageproat deur de gemeenteroad
Zie hielden ’s margens vrog een polonaise op de stroa

Kom d’r bi-j (4x)

In mien illegale jeneverstokeri-j

Kom d’r bi-j (4x)

Twee kwartjes veur een borrel en de toegang die is vri-j.

Moar Manus hiel gin moat
Zie vonnen um langs de stroat
Doar lag hi-j te kreperen
Zien leaver was niet best
De rest van ’t stel was niet te pas
En vuulen zich onwel
Moar zie bunt allemoal op de begrafenis gewes

In de ri-j (4x) met ’t verlies van Manus was niemand bli-j
Kom d’r bi-j (4x) Noa ’t condoleren ston een pötjen pils der bi-j

Kom d’r bi-j (4x) as wi-j schuunsmarcheren kump d’r nog een pilsjen bi-j

Kom d’r bi-j (4x) Een borreltjen mag ok wel, maar nimmer dan slechts twe-j

Kom d’r bi-j (4x) Ie drinkt moar wat ie wilt, want in dit land bun ie doar in vri-j

Kom d’r bi-j (4x) En ai n keertjen niks drinkt bun je d’ andere murgen blij

God’s Gym/ Leon de Winter

De ingrediënten die Leon de Winter in zijn boek God’s Gym heeft verwerkt, geven een groot potentieel voor een fijn boek. Zonder uitputtend te zijn, noem ik: ‘Rouwverwerking, vader-dochter(kind) relatie, de Joodse zaak, de Palestijnse zaak, de Joods-Palestijnse zaak, vriendschap en bedrog.’ Misschien is dit wel een heel algemeen lijstje, dat op meerdere boeken van toepassing kan zijn. In ieder geval heeft het boek God’s Gym me aangenaam verrast.

 Een kleine toelichting op die aangename verrassing is noodzakelijk omdat ik zeker weet dat er voldoende mensen zijn die een boek van Leon de Winter standaard per definitie een leesfeestje vinden. Ik heb echter de onhebbelijke eigenschap om me iets aan te trekken van mijn al dan niet bekrompen (voor)oordelen over een schrijver. Harry Mulisch lees ik niet bijvoorbeeld ondanks zijn hooggeprezen ‘wannebe Nobel-status.’ Zo heb ik Leon de Winter altijd een te fanatieke verdediger van Israël gevonden, een beetje fundamentalistisch bijna. En het flauwe is dat ik niet eens zeker weet of ik dit moet baseren op feiten. In 2009 heb ik vluchtig een interview gezien met Leon de Winter waarbij ik mijn visie moest herzien. Ik vond hem genuanceerder dan ik voor ogen had Ook dit kan ik amper beargumenteren. Kortom ik stond open voor een De Winter die toevallig in huis rondslingerde. Trouwens Kaplan ligt amper belezen in de boekenkast, misschien krijgt het een nieuwe poging.

 Ik heb voor mezelf proberen te achterhalen wat het boek voor mij zo aardig maakte. Ik denk dat de volgende beschrijving recht doet aan mijn oordeel:

‘Een ogenschijnlijk realistische omgeving, met ogenschijnlijk normale mensen, zij het iets aan de bovenkant van de sociale ladder, worden geconfronteerd met bijzondere, bijna bizarre zaken, die op hun beurt het gewone leven niet in de weg lijkt te staan. De nadruk ligt hierbij wel op de laatste drie woorden ‘lijkt te staan.’ Want als je dochter door een motorongeluk sterft en de bestuurder (Errol, ook God genoemd) geeft zijn hele leven op, om uit schuldgevoel de vader Joop, hoofdpersoon in het boek, van dienst te zijn, dan is dit enigszins vreemd.

Als je als scriptschrijver door een oude schoolvriend wordt gevraagd een vermeende terrorist te volgen ten behoeve van de staat Israël en hem van informatie te voorzien, dan kun je stellen dat dit niet alledaags is.

Als een oude vlam, de vrouw die je als puber heeft ontmaagd, opeens weer in je leven komt als bevlogen boeddhist en de liefde blijkt weer op te bloeien hoewel je niets moet hebben van het zweverige van haar, dan wordt je door gevoelens heen en weer geslingerd.

Als diezelfde vriendin met een zogenaamde leraar komt die vanuit een gereïncarneerd verleden je opa zou moeten zijn, dan kijk je heel raar op. Het wordt nog vreemder als vanuit de kennis van/ of over de opa, je bij de Zwitserse bank recht heb op twee miljoen dollar nalatenschap, dan heb je nog maar weinig commentaar te leveren op dat rare boeddhisme van je oude vlam. En last but not least, als al die zaken sterk met elkaar verweven worden, dan heb je een spannend boek. Niet meer en niet minder.

 

Je hebt boeken die ervoor zorgen dat je in het verhaal gezogen wordt, dat is het boek van Leon de Winter niet. Het kan ook zijn dat ik weinig tijd heb genomen om de rust te vinden door te lezen. God’s Gym las ik vooral bij het slapen gaan, een of twee hoofdstukjes en dat was voldoende om de verhaallijn vast te houden.

 

Het boek begon wat vreemd. De proloog heet ‘De samenloop der omstandigheden op 22 december 2000’. God (de eigenaar van de sportschool en vermeend verantwoordelijk voor het ongeluk van zijn dochter) heeft allerlei omstandigheden bij elkaar geharkt die op een of andere wijze te maken zouden kunnen hebben met het feit dat de dochter van Joop Koopman die dag stierf. Toevalligheden, of toeval bestaat niet, voor de lezer is het in eerste instantie een opsomming van ‘droge’ feiten, die mogelijk later in het boek duidelijk zouden worden. Bij mij is dat niet echt gebeurd. Sterker nog, de epiloog blijkt terug te komen op die samenloop van omstandigheden, maar het bleef enigszins vaag voor mij. Met de epiloog en de vrij plotseling afloop van het boek, bleef bij mij een wat onbevredigend gevoel achter. Een kater is een te strenge kwalificatie, maar echt een fijne afsluiter van de dag was het boek niet.

 

Nu ben ik de eerste om toe te geven dat ik mogelijk niet alles begrijp van het boek, maar ook het lezen van een Leon de Winter is vooral een prettig tijdverdrijf voor mij, dus dan heb ik geen zin in allerlei zoekacties in het boek om alle eindjes precies aan elkaar te knopen. Zo goed vond ik het boek nu ook weer niet, maar in ieder geval goed genoeg om een volgende keer niet meteen het werk van Leon de Winter af te wijzen.

 

Bericht van een modehork. Of toch een kenner.

En soms komt de hulp uit onverwachte hoek en dat is fijn. U kunt zich voorstellen dat van een gemiddelde man de kennis en kunde op het modevlak door de andere sekse niet hoog wordt aangeslagen. Ik kan er mee leven en ze hebben groot gelijk als het om mijn persoontje gaat. Ik weet er weinig van en het interesseert me ook niet zo. Natuurlijk kijk ik wel om me heen, als het om mijn eigen kleding gaat, maar ik vind ‘middleoftheroad’ meestal goed genoeg. Ik ben inmiddels getrouwd en wervend gedrag hoef ik niet meer te vertonen en bovendien geldt: “Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.” Spreekwoordelijke tegenargumenten in de vorm van: “Kleren maken de man”, glijden moeiteloos langs mijn confectiekloffie af.

Toch ben ik af en toe een beetje op de hoogte, ik kijk in ieder geval wel om me heen en vind nog wel eens wat. Maar zoals ik zei, een autoriteit op dit gebied ben ik niet, dus wie luistert er naar mij.

Zo ben ik bijvoorbeeld een uitgesproken tegenstander van broekrokken die eind jaren zeventig in zwang raakten. Mijn afkeer was dusdanig groot, dat ik dit niet eens onder woorden kon brengen. Gelukkig zijn het slechts enkele hippe dames uit de Biblebelt die zich nog durven te tonen in deze kledij. Ik heb bovendien een hartgrondige afkeer van wijde pijpen. Dit kan ik wel verklaren, want met het hippiedom heb ik niet zo veel.

Het gebruik van leggings heeft ook, in mijn optiek, grootschalige beperkingen en is voor de meesten sterk af te raden. Ik heb sowieso ernstige twijfels bij zulke strakke kleding, voor hem en haar. Want wanneer je je kunt afvragen of je bloter bent zonder kleding, of met die nietsverhullende leggings, dan zit je fout. Maar dit terzijde.

Ik ben nooit op de hoogte van de aanstaande mode, mode overvalt me meestal. Als het om mezelf gaat, word ik pijnlijk geconfronteerd met te nauwsluitende shirts en overhemden. ‘Die is wel getailleerd’ hoor ik een winkeldame dan al roepen. Gelukkig meestal op tijd, zodat ik me er niet in hoef te wurmen als een volle varkensrollade. Was er vijf jaar geleden ook al ‘getailleerd’?

Ook het straatbeeld is soms in één keer anders, alsof er afspraken gemaakt worden op een geheime plek, waar ik blijkbaar niet uitgenodigd ben. Enkele jaren terug was het blijkbaar noodzakelijk om massaal je bouwvakkersdecolleté te showen, voor hem en haar. Belachelijk, het zit niet lekker zo’n zakkende broek. Jongens en jongensachtige mannen lieten daarbij niet zelden een exclusief duur onderbroekenmerk zien, nog belachelijker. Vrouwen lieten de wereld massaal weten dat ze een reetveter droegen. De zin van een reetveter is me tot op de dag van vandaag niet duidelijk en ik hoef het ook niet te weten. Gelijktijdig moesten de navelpiercings gepromoot worden. U begrijpt het al, ik was slechts zeldzaam een liefhebber.

Ook harembroeken vind ik het toppunt van vervuiling van de openbare ruimte en in een onhebbelijke bui zou ik kunnen uitroepen dat ze verboden moeten worden. In landen waar de sharia heel gebruikelijk is begrijp ik de ratio van een harembroek nog wel, maar waarom zouden we die hier tolereren?

Heel recent schijnen vrouwen zich uiterst hip en hot te voelen in een modernere versies van de harembroek, namelijk de harembroek in denim. Als ze dan gedragen worden met laarzen tot of soms zelfs boven de knieën, dan komt mijn geschiedkundige kennis goed van pas, want ik krijg allerlei rare associaties met de Tweede Wereldoorlog en het Derde Rijk van Hitler. En als ik dit van me af kan zetten, blijft de prangende vraag over: ‘Heeft ze nu in de broek gedaan of niet?’

En wat schetst mijn verbazing toen mijn vrouw lachend een stukje uit de Elle (Maart 2011, pagina 102) voorlas, mijn gelijk wordt door dit blad bevestigd.

Ik citeer letterlijk:

‘Mannen en mode zijn twee hobby’s die niet echt te combineren zijn. Ben je op je hipst uitgedost in een luipaardgewaad dan wel bloemensalopette gecombineerd met torenhoge fluoplateaulaarzen (?) waarvan je zelf dacht dat ze reuze sexy waren, en de mannen in je omgeving schieten onmiddellijk in de fight or flightpositie.’

Of

‘Vrouwen die wij vereren om hun uitgekiende cocktail van nonchalance en up-to-the-minute stijlvermogen vindt hij meestal raar en soms zelfs afstotelijk.

De conclusie van het stuk is dat mode voor vrouwen is en dat ook maar zo moet blijven. Een open deur uiteraard, want dat wist ik al. Echter mijn modegevoel is op één vlak feilloos: “Wat ik nu afschuwelijk, let op draagsters van denim spijkerbroeken, vinden veel dames soms een jaar later al, afschuwelijk.”

Dat ik zoiets heb kunnen dragen, onbegrijpelijk.

Mind my words.

Seks, gadverdamme

De lezer die nu een tirade verwacht, al dan niet geïnspireerd door een strenge edoch rechtvaardige Grote Regisseur, komt bedrogen uit. Ik zal niet pleiten voor strengere waarden en normen, of dat sex behouden moet blijven voor slechts gehuwden. Ook zal ik geen ouderwetse  bakkerpraatjes rondstrooien dat je doof wordt van masturberen dan wel een andere helse ziekte te verduren krijgt. Ook Pauselijke praatjes tegen condoomgebruik zult u hier niet aantreffen.

Maar, ook allen die verwachten hier een pornografisch verhaal aan te treffen, of erger nog deelgenoot te worden van Sprakeloze bedgeheimen, zullen met dit blog niet aan hun gerief komen. Verre van dat, want zij zullen zo mogelijk nog meer teleurgesteld worden dan streng gelovigen in God of Allah.

Seks, gadverdamme gaat hier niet zozeer over ethiek, maar over esthetiek. Niet over de  al dan niet esthetische kant van de daad zelf, maar over de bezoedeling van het woord seks an sich. Seks gadverdamme.

Wat een aanfluiting is de laatste (of voorlaatste) taalvernieuwing toch geweest. Taalverloedering op vele fronten is het gevolg geweest, maar zeker voor de sex. Wie komt er in godesnaam op het idee om sex in seks te laten veranderen. En dat dit idee dan ook nog eens omarmd wordt door vele weledelgeleerde dames en heren Neerlandici uit Vlaanderen en Nederland.

Sex met ks, het ziet er niet uit, maar bovenal is de internationalisering van het woord daarmee verdwenen. We doen het wel op onze eigen Germaanse wijze, de seks, niets geen sex meer. Het heeft iets xenofobisch, seks gadverdamme.

Maar naast het genoemde bezwaar is het vooral ook het zien van het woord ‘seks’. Dan lust je het toch eigenlijk niet meer?

De lettercombinatie ‘ks’ straalt helemaal niets uit, in tegenstelling tot het zwierige van de ‘x’. Prachtig die letter ‘x’, weinig in het publiek gebruikt en toch zo bekend.

Laten we die fraaie letter ‘x’ eens nader beschouwen. In de wiskunde, en inmiddels ook in het figuurlijke taalgebruik, staat de ‘x’ voor het onbekende, of beter gezegd het nog onbekende. De ‘x’ is ervoor om ontdekt te worden. Prachtig toch. Verder staat de x voor het kruis, dit hoeft verder geen betoog. De ‘x’ heeft ook iets geslotens en dat mag van mij, zolang het maar niets verbodens heeft. Kortom de ‘zwierige ‘x’ staat voor ontdekking.

Dan ‘ks’. Als we dit uiteenrijten dan blijft over de letter ‘k’. Een keiharde letter als u het mij vraagt. Was het niet Robert Long in het begin van de jaren tachtig, mogelijk al eerder, die de hele wereld in de letter K wist te persen. Hij had geen ongelijk, want de letter K die stond voor Kroeg, Kerk, Kut en Kapitaal. Onmiskenbaar hele belangrijke zaken die alle vier op een of andere wijze met sex te maken kunnen hebben. Maar de opsomming als geheel is keihard en veel te werelds. Dat dekt de lading niet.

Dan de letter ‘s’. Mijn eerste en enige opwelling is de slang. En of Eva  nu daadwerkelijk het kwaad in de wereld heeft veroorzaakt door middel van de verleidelijke praatjes van de slang, is me om het even. De metafoor van de slang en het kwaad staat gegrift in menig gedachtegoed. Het mag en kan dus niets met sex te maken hebben.

Als persoonlijk argument heb ik nog dat mijn vriendinnetje van de lagere school de initialen KS had. En ik kan u verzekeren, het was (en mogelijk is) een lief meisje, maar het had helemaal niets met sex te maken.

Kortom seks, gadverdamme, daarmee komen we niet verder in het Nederlandse taalgebied. Te hard, te onpersoonlijk en te xenofobisch. Ik denk dat we de seks maar snel moeten veranderen in sex. Maar ik denk niet dat dit seksloze kabinet hiertoe snel een wetsvoorstel zal indienen.

 

Het zwijgen van Maria Zachea – Judith Koelemeijer

Soms is een idee om een boek te schrijven erg eenvoudig, voor de handliggend simpel zelfs. De sleutel tot simpliciteit heeft Judith Koelemeijer gevonden in haar werk: “Het zwijgen van Maria Zachea.” Een boek lag al enige jaren bij ons in de kast zonder mijn warme aandacht. Waarom weet ik eigenlijk niet. Hoe besluit een mens om een boek te lezen?

Allereerst op aanraden van zijn omgeving of door de bekendheid van de schrijfster. In het geval van Koelemeijer ging dat niet op. Soms is een wervende tekst op de achterkant of een spectaculaire voorkant het duwtje in de rug om een boek op te pakken. Uiteindelijk heeft de ondertitel van dit boek de doorslag gegeven, namelijk, ‘Een ware familiegeschiedenis’. De laatste tijd heb ik meerdere romans gelezen die de ontwikkeling van families schetsten. Dat is goed bevallen. De foto op het boek van Koelemeijer, een zwart-wit foto van kinderen in ouderwetse badkleding, brengt spruitjeslucht naar boven. En hoewel zwart-wit foto’s op dit moment erg ‘hot’ zijn, was mijn vooroordeel niet ten onrechte. Echter, goed klaargemaakt zijn spruitjes soms erg lekker. In het geval beschouw ik Judith Koelemeijer als een goede kokkin.

Wat zijn de ingrediënten? Een eenvoudig recept dus. Men neme een zieke dame op leeftijd die op toerbeurt verzorgd wordt door haar twaalf kinderen. Naast een summiere weergave van de activiteiten van de verzorging, komen de verhalen van ieder kind en hun relatie met hun moeder, hun overleden vader en de andere broers en zussen voorbij. Omdat de eerste in 1934 is geboren en de jongste in 1953 komt er een prachtig tijdsbeeld voorbij, misschien inderdaad te beginnen met spruitjeslucht, maar als de jongeren voorbij komen, dienen andere, meer wereldse geuren zich aan.

Omdat de bereidingswijze misschien simpel is, mag volgens mij niet zomaar aangenomen worden dat er niet secuur te werk gegaan moet worden. Ik vind dat Judith Koelemeijer er in geslaagd is de familieverhoudingen mooi weer te geven, een hardwerkende tuindersfamilie met een groot potentieel tot studerend vermogen. De kansen voor de oudsten waren anders dan die voor jongeren. Meisjes en jongens hebben ook een andere kijk op het familiegebeuren en hun eigen rol in het geheel.

Eigenlijk zou iedereen met een pietsie schrijfvermogen iets soortgelijks moeten doen. Dan zou er een prachtig pallet van familiegeschiedenissen in Nederland ontstaan en daarmee een bijzonder beeld over de 20e eeuw. Want wie heeft er niet een heel scala aan ooms en tantes. Als ik naar mijn eigen familie kijk, waren ze bij mijn vader thuis met acht kinderen, bij mijn moeder met een minder.

Ogenschijnlijk hele normale families, net als de familie Koelemeijer, waarbij ik zeker weet dat meningen, opinie en kijk op het verleden van de verschillende broers en zussen aanleiding tot dynamiek zal geven en dus een potentieel boekwerk.

Een oud Nederlands spreekwoord zegt immers ‘Ieder huisje heeft zijn kruisje.’ Dat was te lezen bij het boek van Judith Koelemeijer en ten aanzien van het lief en leed bij de families van mijn ouders anders zijn. Zal er een rode draad te vinden zijn in het gemeenschappelijk geheugen? Zullen er ‘onbekende zaken’ boven komen?

Ik zal het niet te weten komen, want mijn inschatting is dat de belangstelling bij de verschillende ooms en tantes niet zal overstromen. Judith Koelemeijer heeft het gelukkig wel gedaan en verschafte mij daarmee veel leesplezier en het gevoel dat ik niet zover zal komen.

Het zwijgen van Maria Zachea

(Een ware familiegeschiedenis)

Judith Koelemeijer

Plataan 2001

Wandelen rond de hoogmis St. Mary -Star of the Sea Church te Hastings(GB)

Zicht op Hastings vanuit East Hill met op de voorgrond een kerk die de Church Saint Mary- Star of the sea, onzichtbaar maakt.

De wandeling van vader rond de hoogmis wordt in volledige harmonie ingemetseld in de vakantieplannen van de rest van het gezin. Op vakantie in Hastings aan de Engelse Zuidkust is een prachtig oud Engels huis betrokken. In de vakantievoorbereidingen had ik al gekeken of er een katholieke kerk in de buurt van dit huis te vinden is. Tot mijn grote geluk was op slechts vijf minuten loopafstand het doel van mijn wandeling al snel gevonden. De Saint Mary- Star of the Sea Church in de High Street te Hastings heeft op zondag twee missen, een om tien uur en eentje om half twaalf. Dat is een luxe denk ik met mijn kennis van de beperkingen die de katholieke kerk in Nederland heeft. De wandeling zou om kwart over elf beginnen zodat de ochtend in alle rust gestart kon worden.

Regenachtige blik op High Street met May Day versieringen aan de hekken

Hastings

De wandeling begon natuurlijk al eerder, namelijk de dag ervoor met de reis via Duinkerken naar Hastings, the Land of 1066. Dat wist ik natuurlijk wel, ergens opgediept uit mijn geschiedenisgeheugen. Maar Willem de Veroveraar is niet veel meer dan een naam uit de Engelse geschiedenis, hoe belangrijk ook voor de Engelsen. Ik heb er in ieder geval geen levendige beelden bij. Het plaatsje Battle, waar veel van de narigheid en oorlog met Willem de Veroveraar heeft plaatsgevonden ligt zo’n 15 miles van Hastings.

Trouwens ik heb in de hele periode niet precies geweten hoeveel een mijl is, dus ik hoop dat de Engelsen minder consequent zijn met hun snelheidscontroles dan hier in Nederland. Met name binnen de bebouwde kom had ik het gevoel af en toe te hard gereden te hebben, daarbuiten was ik eerder een veroorzaker van een rij auto’s achter me, dus daar maak ik me niet zoveel zorgen om. Maar dit terzijde.

We bezochten Battle op een wel heel regenachtige dag en de lust om eens echt in de geschiedenis te gaan graven was binnen ons gezin niet alom vertegenwoordigd. Een leuke coffeepub hebben we wel bezocht, maar veel wijzer over Willem de Veroveraar ben ik niet geworden. Hastings is trouwens niet uitgezocht op basis van een historisch besef, maar eerder op basis van beschikbaarheid van een passende accommodatie al dan niet met een katholieke kerk in de nabijheid. Ik wilde speciaal een katholieke kerk in Engeland omdat ik dacht dat het ging om een zeer verdrukte minderheid na het schisma door Henrik de Achtste. Dit bleek een misvatting want ruim 8 procent van Engeland is nog steeds (of weer) katholiek.

St. Mary – Star of the Sea Church

De wandeling naar Saint Mary – Star of the Sea Church

Alleen bij het horen van de naam van deze kerk, slaat mijn hart een beetje sneller, want dat kunnen ze, de katholieke kerk verzint de meest poëtische namen. Maria, Ster van de zee, prachtig. Minder goed ging het zoeken van informatie over de geschiedenis van de kerk. Op internet heb ik niets gevonden, maar ook in de kerk zelf heb ik weinig historische feiten kunnen vinden. Ik kan ze derhalve niet met u delen of een nuttige link ter beschikking stellen.

Iedereen was, mogelijk door het uur tijdsverschil om negen uur al klaar om te ontbijten en om half tien is in democratische eensgezindheid besloten dat ik niet om half twaalf, maar om tien uur mijn wandeling zou genieten. Ondanks mijn eigen instemming, voorvoelde ik al een race tegen de klok. Snel douchen, scheren en aankleden en dan nog de wandeling naar de kerk binnen een half uur. Een riskante onderneming, maar ik wil, onbekend met de mores van de Engelse kerkganger, een beetje fris tevoorschijn komen.

Met een stevige pas, zonder paraplu tegen de gestaag vallende Britse regen, kom ik iets na tienen aan. Ik had de klokken wel horen luiden, maar was niet zeker of ze bij de Saint Mary behoorden.

‘Shit’ zei ik even in vertwijfeling. Tegelijk dacht ik dat de Engelse taal voor religieuzen een fijner vloekmiddel kende dan in het Nederlandse taalgebied. Al weet ik dat een inmiddels overleden tante van mijn vader die vanaf 1945 in Engeland woonde, hevig verontwaardigd was van het ‘geshit’ van allerlei achterneven en nichten op een familiereünie.

In mijn moment van besluiteloosheid zie ik echter nog meer mensen de kerkdeur inschieten, dus zonder dralen loop ik achter hen aan. Na mij zullen er nog meer mensen volgen.

De dienst

Een beetje verregend, onwennig, zonder een misboekje of een liederenboek en tegen een pilaar aankijkend, zit ik op het eerste bankje dat ik bij na de kerkdeur tegenkwam. Ik moest daarvoor eerst nog in een soort van tussenstuk lopen waar zich meerdere mensen ophielden. Het was mij onduidelijk wat zij deden en of zij een functie hadden. Zij hadden middels twee grote ramen wel zicht op het gebeuren in de kerk.

Acclimatiseren en me instellen op de situatie in het hier en nu was mijn eerste doel. Dat is niet zo heel gemakkelijk onder de gegeven omstandigheden. Bovendien had het kerkbankje, het laatste in de rij minder voet- en beenruimte dan de anderen bankjes. Het nadeel hiervan zou ik later tijdens de dienst nog merken bij het staan, ik kon mijn voeten niet kwijt en om nu op het voetenbankje te gaan staan, terwijl gemiddeld al een halve kop groter was dan de gemiddelde kerkganger, vond ik ook geen optie. Het heeft me een serieus gevecht opgeleverd tegen kramp in mijn rechtervoet. Gelukkig wisselde het staan, zitten, maar ook knielen zich heel geregeld af, dus van een blijvende kwetsuur was geen sprake.

Met het ontbreken van meeleesmogelijkheden, moest ik terugvallen op mijn gehoor en mijn actieve kennis van het Engels. Om met het tweede te beginnen, durf ik te beweren dat ik bijna alles kan zeggen in het Engels dat ik kwijt wil aan mijn gehoor. Fraai is het zeker niet en de grammatica lap ik veelal aan mijn laars. Een probleem heb ik wel met de accenten van onze Britse medemens om te begrijpen wat zij aan mij kwijt willen. De verkiezingsdebatten op de BBC kan ik goed volgen, maar het is me vaker opgevallen dat eenvoudige beleefdheidsfrasen in een winkel me ernstig doen twijfelen aan mijn Engelse taalkennis. Zo ook nu. De priester, die ik de eerste twintig minuten niet zag, was voor mij onverstaanbaar. Hij had een accent, maar welk Engels accent, ik durf het niet te zeggen. Later bleek het te gaan om een Aziatische priester, waarschijn India, maar mogelijk ook de Filippijnen. Bovendien speelt het rondzingen van het geluid me ernstig parten.

Ik durf daarom ook niets zinnigs te zeggen over een eventuele verheffende boodschap aan mij en mijn kerkgangers. Het voordeel van het mentaal afgesloten zijn van de dienst is dat ik alle tijd heb om mijn omgeving te observeren.

Zicht op het ‘vagevuur’ waar zich actieve kerkgangers ophielden tijdens de dienst

Ik zei het al, na mij kwamen nog meerdere mensen binnen, maar anderen verdwenen weer en kwamen zelfs weer terug. Het was vrij druk in de kerk, zeker voor tweederde deel gevuld met gelovigen en niet alleen ouderen, maar ook gezinnen met jonge kinderen. Mijn kerkbankje deelde ik met een meisje (of vrouw) van zo’n twintig jaar, gekleed in een strakke spijkerbroek, grijs sweatshirt met capuchon en witte sportschoenen. Ze was zeer geconcentreerd bezig met de dienst en volgens mij heeft ze mijn observerende blikken niet waargenomen. Ze zou zomaar een Poolse kunnen zijn. Die conclusie is niet ondenkbeeldig omdat ik met zekerheid weet dat er meerdere ‘slavische koppen’  aanwezig waren, hele gezinnen soms. Het mooie van het gezin voor me, waarbij vader en twee jonge kinderen al aanwezig waren en moeder later aanschoof, zeer nauw betrokken was bij de dienst, maar ook bij elkaar. Intense blikken, strelingen over de nek en een arm om de schouder deden mij geloven dat de viering voor hen een intense familieaangelegenheid is. De Poolse gemeenschap is in de contreien van Hastings dusdanig groot dat het in ieder geval iedere maand een Poolse dienst oplevert in de Saint Mary – Star of the Sea.

Een man aan de andere kant van het kerkpad, was duidelijk ongeschoren en heeft zich niet bovenmatig ingespannen om ‘netjes’ te kerke te gaan. Misschien heeft hij dat ook wel gedaan, maar niet de mogelijkheden om zich anders te presenteren dan hij gedaan heeft. Mogelijk een alleenstaande man voor wie de bewassing zonder een vrouw in zijn leven niet meer zo vanzelfsprekend is. Hij kwam in ieder geval iets zwerverachtig over.

Inmiddels was ik gewend geraakt aan de onrust van binnenkomende mensen via de deur naast mij. De onrust werd groter toen ook de priester met maar liefst vier in hemelsblauw geklede misdienaars en senior accolyten een wandeling ging maken door de kerk en ook in het onbestendige gedeelte achterin kwam via de ene deur en via de deur naast me er weer in de kerk kwam. Nu, op de voet gevolgd door een hele rij jongens en meisjes in de leeftijd van vijf tot acht jaar, sommigen vergezeld door hun ouders anderen min of meer in het gareel gehouden door twee ‘kleuterjuffen’ op leeftijd. Onderwijl werd de muzikale ondersteuning geleid door een goedbedoelde solozangeres die gelukkig het merendeel van de kerkgangers meekreeg, zodat haar vocale capaciteiten, maar vooral het ontbreken hieraan minder opvielen.

Op het moment dat ik na de dienst de foto’s maakte, las ik op de voorste kerkbanken dat deze gereserveerd waren voor deelnemers aan de kinderliturgie. Dat verklaart mogelijk voor een deel de onrust. Maar ook de viering van de Eucharistie leverde weer een stuk onverklaarbare logistiek op, waarbij mensen richting het altaar liepen, maar ook naar achteren om via de andere kerkdeur alsnog de hostie te ontvangen. Ook de mensen achter het glas namen nu actief deel aan de viering van brood en wijn, maar gingen evenzo goed weer terug naar hun plek buiten de kerk.

Zelf bleef ik maar zitten onder het motto:

‘Blijf zitten waar je zit en verroer je niet, houd je adem in en stik niet.’

Nu klinkt dat pathetischer dan het bedoeld is, maar hoewel het geheel voldoende stof oplevert voor een stukje, moet ik helaas zeggen dat ikzelf enige geleiding van een kerkdienst toch erg prettig vind en dat een blinde overgave aan mij niet besteed is.

Wandeling terug naar ‘huis’

Het regent nog steeds en ik laat de nieuwste indrukken op me inwerken. Parallel aan de kerkdienst moet ik denken aan de tegeltjeswijsheid ‘Van het concert des levens, heeft niemand een program.’ Ik had weliswaar geen program van de kerkdienst, maar dat is niet zo erg. Ik kan nu fantaseren dat de kinderliturgie te maken heeft met het vieren van May Day, een soort van lenteachtige vruchtbaarheidsfeest dat in Hastings op 1 en 2 mei op bijna carnavaleske wijze is gevierd. Ik weet het niet en dat is niet erg.

Maar de tegeltjeswijsheid over ‘het concert des levens’ moet ik sterk nadenken. Ik heb het gevoel dat de volkswijsheid eigenlijk niet waar is en ook weer wel. Natuurlijk weten we niet wat de volgende dag gaat gebeuren net zoals ik twee weken geleden hoegenaamd niets wist van Hastings, behalve dan van die gebeurtenis in 1066 en op de tweede mei 2010 loop ik als vanzelfsprekend naar ‘huis.’ Maar dat zijn natuurlijk futiliteiten. Weten we niets over het concert des levens? of is alles toch al een beetje voorgecomponeerd? Willen we nu wel of geen programma voor het concert des levens? Houden we wel van onzekerheden of zoeken we juist uitdaging en zijn we thrillseeking, om het maar eens op zijn Engels te zeggen.

Mijn ‘thrill’ voor die middag is om met zijn allen naar Battle te gaan om iets te weten te komen over Willem de Veroveraar.

Inmiddels weet ik dat ik er nog steeds niets meer van weet behalve dat ene jaartal 1066. En dat is dan weer een mooie onverwachte kentering in het leven.

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

 

The winner takes it all/ ABBA en de verkiezingen

Loze woorden, eineloze woorden en af en toe gewoon sprakeloos. De verkiezingscampagne is ten einde al doet iedere partij nog ongelooflijk zijn best om de overwegend cynische kiezers nog te paaien. Ik begrijp een verkiezingscampagne eigenlijk niet. Je oordeelt toch op wat er gebeurt is de afgelopen jaren en daarbij neem je je eigen uitgangspunten als gids.

Mijn uitgangspunten liggen ter linker zijde van het midden, maar twijfel al jaren tussen de drie alternatieven. Groen Links is voor mij nu echt uitgesloten, dus ik heb nog twee smaken over. De PvdA vind ik te lief de laatste tijd, al wil ik graag een rondje thee meedrinken. SP waardeer ik, heb ook wel eens op ze gestemd, maar …… Ik had ze graag samen in een grote sociaaldemocratische partij, maar ja, ik ben ‘slechts’ een kiezer.

SGP en PvdD zijn voor mij om fundamentele redenen uitgesloten, de PVV die slechts profiteert van de op drift geraakte irrationele gevoelens van veel kiezers, vind ik verwerpelijk. Ik kan het zeggen. Ik ben geen staatssecrataris Bleker die teruggeroepen moet worden. Daarmee stel ik dat voor mij CDA en VVD voor jaren lang besmet zijn uitgaande van het ‘oud hollandsche spreekwoord’ van pek en veren.

An sich niets mis met liberalen of christelijke standpunten, integendeel. Maar de VVD heeft zich in toenemende mate hun conservatieve delen ontwikkeld. D66 is een alternatief, maar wint het in mijn overweging nooit (net niet soms) van mijn ware roots. In toenemende mate zien kiezers dat de christelijke waarden en normen bij het CDA bij het grofvuil zijn neergezet, in ieder geval voor de bühne, ik oordeel niet over innerlijke strijd bij de CDA-ers. Ze weten het alternatief CU blijkbaar niet te vinden, ik begrijp dat niet. CU is niet mijn partij, maar sociaaleconomisch stralen ze mededogen uit en dat vind ik te waarderen.

Maar mijn gepeins ten spijt, vanavond zijn er zich zelf verklaarde winnaars, echte winnaars, verliezers die hun wonden likken en zich krachtdadig verdedigen al dan niet de hand in eigen boezem steken. Wordt het vanavond: “The winner take it all?”

 

Maar wat is alles, wordt Rutte dan de premier van alle Nederlanders en hoeft hij zijn hand niet meer uit te steken? Of kan hij op zoek naar nog meer gedoogpartners, terwijl de oppositie steeds luider tromgeroffel laat horen.

Wie zijn de winnaars, wie zijn de verliezers? Ik weet het niet. Nu niet, vanavond niet en waarschijnlijk morgen ook niet, al zullen ‘de winnaars’ me iets anders willen laten geloven.

De hand van Fatima/ Ildefonso Falcones

Moslims en christenen, een fijn stel bij elkaar in de huidige tijd, maar zeker ook in het Spanje van de zestiende eeuw. Tegen deze achtergrond heeft Ildefonso Falcones zijn historische roman De hand van Fatima geschreven. Alleen de naam Fatima geeft al beroering in beide geloofsgemeenschappen. Fatima, een veelgebruikte meisjesnaam bij ook hedendaagse moslims en het boegbeeld voor Wilders om tegen te strijden ten faveure van Henk en Ingrid. Maar ook de katholieken hebben veel met de naam Fatima, niet in de minste plaats vanwege de Mariaverschijning in Portugal.

Don Quichot van La Manche door Cervantes geschreven, speelt zich af in dezelfde tijd. De schrijver haalt dit ook aan in zijn werk. De vraag die bij me opkwam, wat is gekker, vechten tegen molens of anderen afmaken om de verering van de juiste God?

  

De hand van Fatima is een boek dat eigenlijk iedere xenofoob van welke religie dan ook zou moeten lezen, om een beetje te begrijpen hoe het niet moet. In dat opzicht is de historische roman van Falcones een heel actueel boekwerk. Vanuit de Vaderlandse geschiedenis weet een ieder dat de Spaanse Inquisitie en voor de Nederlanden met name de Hertog van Alva, een bloederige geschiedenis heeft achtergelaten met zijn Raad van Beroerten. Na het lezen van de hand van Fatima weet ik dat Alva zeker niet de enige is met zeer fundamentalistische kerkelijke leeropvatting met betrekking tot het geloof en vooral ook een genadeloze behandeling van degene die hiervan dreigen af te wijken. Dat was in Nederland al zo waar de Lutheranen en Calvinisten tot ketters werden uitgeroepen. In Spanje was dat niet anders met de daar nog talrijk aanwezige moslims die er na de val van Granada (1492) moesten zien te overleven. Die multiculturele samenleving van Morisken (Moren) en de Spaanse Inquisitie is de achtergrond waarin het verhaal over Hernando (Ibn Hamid) en zijn geliefde Fatima zich afspeelt. En ik kan u verzekeren dat mocht dit boek ooit verfilmd worden dat het een film voor 16 jaar en ouder zal worden. Het is soms ongelooflijk bloederig, maar dat neemt niet weg dat voor mijn gevoel ook zeer goed het tijdsbeeld van Spanje tussen 1568 en pakweg 1630 weergeeft.

De hoofdpersoon Hernando (met als moslimnaam Ibn Hamid) is een zoon van een Moriskische vrouw en een priester, een product van een brute verkrachting. De vrouw trouwt met een man die dit kind eigenlijk niet accepteert. Hernando zal zijn levenlang achtervolgt worden door het dilemma om door de Morisken (zijn eigen volk?) niet geaccepteerd te worden, maar ook door de christenen altijd als een moslim te worden beschouwd. Hij moet net zoals velen in die tijd manoeuvreren tussen het belijden van zijn eigen geloof en zijn trouw zweren aan de enige echte God te weten Allah en tegelijkertijd moet hij opereren als een vroom katholiek (nieuwchristen?) en zich onderwerpen aan de andere enige ware God van de katholieken.

In dit boek zie ik drie lagen die meesterlijk in elkaar overlopen en al naar gelang van de (economische) positie van de hoofdpersoon in meer of mindere mate nadrukkelijk de boventoon voert.

Het allereerst ben ik onder de indruk van de historische beschrijving van de tijdsgeest en de hoeveelheid geschiedkundige feiten die de schrijver etaleert. Met het lezen van het boek heb ik een goede indruk gekregen van de economische en sociale ordening van het Spanje van die tijd, maar ook de onderlinge verhoudingen tussen de bevolkingsgroepen, de verschillende economische lagen en tussen mannen en vrouwen. Het is op dusdanige wijze beschreven dat je echt mee kunt voelen met de hoofdpersonen. Maar ook de internationale verwevenheid tussen de verschillende Europese landen, en daarbuiten, is mij opgevallen en (internationale) politieke feiten worden automatisch meegenomen in het werk van Falcones.

De tweede laag zou ik willen beschrijven als een mengeling van een helden- en liefdesepos, waarbij de liefde tussen Hernando en Fatima eeuwig lijkt, maar hevig op de proef wordt gesteld door de omstandigheden. Bovendien heeft Ildefonso Falcones van de hoofdpersoon een man gemaakt die zich uiteindelijk in alle omstandigheden weet te redden door zijn flexibele intelligente geest, heldhaftigheid en standvastigheid in geloof. Met alleen deze laag zou ik niet tevreden zijn geweest als lezer, maar door de verstrengeling met de historische achtergrond en de zoektocht naar het ware geloof, wordt ook dit enorm spannend en wel bijna 1000 pagina’s lang.

De spirituele en laatste laag dus, waarbij aan de ene kant de onverdraagzaamheid tussen de religies voorop staat, maar waarbij Hernando naast zijn haat jegens de katholieken, ook op zoek is naar de overeenkomsten tussen de beide geloofsovertuigingen. Hij voert deze strijd op macro niveau, maar ook in zichzelf wordt hij regelmatig overrompeld door twijfels. Zijn zekerheid vindt hij in het feit dat er eigenlijk maar één God is, die van Abraham, maar vooral ook de waardering en/of verering van Maria (Maryam) in beide geloven.

De hand van Fatima

La mano de Fátima (2009)

Ildefonso Falcones

Uitgeverij Luitingh-Sijthoff

2010 

Kortom een boek dat niet in een avond is uit te lezen, maar dat je voor een langere periode een schaduwleven geeft naast je eigen leven. Onwillekeurig zitten de verwikkelingen van de hand van Fatima in je poriën. De vragen komen in je op of er zoveel is veranderd sinds de Spaanse Inquisitie en of de mensen daadwerkelijk anders zijn geworden door de Verlichting? Zo zijn er vele vragen die boven borrelen en die qua beantwoording alle kanten op kunnen. Een vraag die ook boven komt is de kwestie of dit boek literatuur is met kapitalen? Ik heb me tijdens het lezen niet kunnen betrappen op bewondering voor een zin of de schrijfstijl in het algemeen. Wel wilde ik vooral door in het verhaal en daarin ligt ook de kracht van het boek. Ik weet trouwens helemaal niet waar goede literatuur aan moet voldoen, wel waar een goed boek aan moet voldoen en dat is helemaal in orde bij De hand van Fatima.

Ildefonso Falcones

Dalida/ Parole Parole

Na even een beetje mee te hebben gedaan aan mijn eigen twitterdiarree, ben ik wel weer met beide voeten op de grond. Het leven is toch eigenlijk veel te mooi voor loze woorden. Natuurlijk vind ik mijn eigen woorden het allerbelangrijkste, maar ze versterven toch in cyberspace.

Ter relativering en een stukje innerlijke contemplatie:

Parole, parole van Dalida

C’est étrange,
Je ne sais pas ce qui m’arrive ce soir,
Je te regarde comme pour la première fois.
Encore des mots toujours des mots
Les mêmes mots
Je ne sais plus comme te dire,
Rien que des mots
Mais tu es cette belle histoire d’amour…
Que je ne cesserai jamais de lire.
Des mots faciles des mots fragiles
C’était trop beau
Tu es d’hier et de demain
Bien trop beau
De toujours ma seule vérité.
Mais c’est fini le temps des rêves
Les souvenirs se fanent aussi
Quand on les oublie
Tu es comme le vent qui fait chanter les violons
Et emporte au loin le parfum des roses.
Caramels, bonbons et chocolats
Par moments, je ne te comprends pas.
Merci, pas pour moi
Mais tu peux bien les offrir à une autre
Qui aime le vent et le parfum des roses
Moi, les mots tendres enrobés de douceur
Se posent sur ma bouche mais jamais sur mon coeur
Une parole encore.
Paroles, paroles, paroles
Écoute-moi.
Paroles, paroles, paroles
Je t’en prie.
Paroles, paroles, paroles
Je te jure.
Paroles, paroles, paroles, paroles, paroles
Encore des paroles que tu sèmes au vent
Voilà mon destin te parler….
Te parler comme la première fois.
Encore des mots toujours des mots
Les mêmes mots
Comme j’aimerais que tu me comprennes.
Rien que des mots
Que tu m’écoutes au moins une fois.
Des mots magiques des mots tactiques
Qui sonnent faux
Tu es mon rêve défendu.
Oui, tellement faux
Mon seul tourment et mon unique espérance.
Rien ne t’arrête quand tu commences
Si tu savais comme j’ai envie
D’un peu de silence
Tu es pour moi la seule musique…
Qui fit danser les étoiles sur les dunes
Caramels, bonbons et chocolats
Si tu n’existais pas déjà je t’inventerais.
Merci, pas pour moi
Mais tu peux bien les ouvrir à une autre
Qui aime les étoiles sur les dunes
Moi, les mots tendres enrobés de douceur
Se posent sur ma bouche mais jamais sur mon coeur
Encore un mot juste une parole
Paroles, paroles, paroles
Écoute-moi.
Paroles, paroles, paroles
Je t’en prie.
Paroles, paroles, paroles
Je te jure.
Paroles, paroles, paroles, paroles, paroles
Encore des paroles que tu sèmes au vent
Que tu es belle!
Paroles, paroles, paroles
Que tu est belle!
Paroles, paroles, paroles
Que tu est belle!
Paroles, paroles, paroles
Que tu est belle!
Paroles, paroles, paroles, paroles, paroles
Encore des paroles que tu sèmes au vent

DUEL van Joost Zwagermans

Een prangende, maar onbeantwoorde vraag blijft bij me achter na het lezen van ‘Duel’ een werk van Joost Zwagerman. In het Boekenweekgeschenk laat Zwagerman een tolk opdraven die voor de hoofdpersoon, Jelmer Verhooff, het een en ander laat vertalen vanuit het Sloveens. Nu ben ik op de hoogte dat de Slavische talen plastischer èn bloemrijker formuleren dan in het Nederlands gebruikelijk is. En omdat Sloveens een Slavische taal is, blijven de Slovenen blijkbaar niet achter. De fragmenten in het boekje Duel waren hoogst vermakelijk. Mijn vraag is of Zwagerman zelf echt het Sloveens meester is?  Ik weet het niet, maar wat ik wel weet is dat het een lekker boekje is voor een zonnige middag in de tuin. Dat heeft Zwagerman netjes gedaan voor heel boekkopend Nederland.

In 1989 kreeg ik mijn eerste Zwagerman cadeau. Ik weet nog dat ik na het lezen een onbevredigend gevoel had. Ik vond het een slap aftreksel van ‘Less then zero’ van Bret Easton Ellis dat overigens ook niet aan mij besteed was. Leegte is een karakteristiek dat ik nog in mijn hoofd heb, dus geen aanrader om meer boeken van hem te kopen. Toen kreeg ik een paar jaar later ‘De buitenvrouw’ en ik was aangenaam verrast. Sindsdien heb ik eigenlijk nooit meer iets van Zwagerman gelezen. Hij ontpopte zich meer als een BN-er dan als schrijver, hoewel ik de bloemlezing van de Nederlandse en Vlaamse literatuur (2005) ernstig mis in mijn boekenkast.

Ruim vijftien jaar later weer een echte Zwagerman, ‘Duel’ dus. Het meest uit het oogspringende voor mij was de uiterste vermakelijke, maar zeer harde kritiek van Zwagerman op de moderne kunst. Dit valt bij mij al snel in goede aarde, zeker wanneer het niet in de categorie valt: ‘Dat kan mijn zoontje van drie ook’. In ‘Duel’ wordt de kritiek op moderne kunst nooit plat, daarentegen is het elitaire van de kunst de kop van Jut voor Zwagerman.

 

Joost Zwagerman

Duel

Stichting Collectieve Porpaganda van het Nederlandse boek

2010

De hoofdpersoon Jelmer Verhooff is directeur van een vooraanstaand Amsterdams museum. (Gemakshalve ga ik als lezer voorbij aan ieder vergelijk, al heb ik het Rijksmuseum steeds voor ogen) In zijn afsluitende expositie laat de directeur twintig kunstwerken naschilderen en exposeren in zijn museum alvorens de hele tent voor onbeperkte tijd moet sluiten vanwege een verbouwing. Een van de kunstenaars schildert het beroemde werk van Mark Rothko, untitled no. 18 op fenomenale wijze na. Ver na de finale expositie komt Verhooff, via een oude restaurateur, er achter dat het doek van Rothko er niet meer is, maar dat slechts de nageschilderde versie in het bezit is van het museum. De verdenkingen gaan meteen naar Emma Duiker, de schepper van het kopie. In plaats van naar de politie te gaan, stapt Verhooff naar de kunstenares. Zij blijkt het origineel ook niet meer te hebben in Amsterdam. Het doek is onder regie van Emma Duiker een wereldreis aan het maken, niet langs vermaarde kunsthallen en musea, maar gewoon onder de mensen op de verschillende plaatsen in de wereld. Ongewild wordt Verhooff deelgenoot van het project van Duiker, die het elitaire van de kunst hekelt en een nieuw kunstproject maakt met het beroemde schilderij van Rothko door de gangen van het schilderij inclusief de reacties van een zeer uiteenlopend publiek nauwgezet in beeld te brengen.

Verhooff wordt gemangeld tussen bewondering voor het idee van de kunstenares en zijn verantwoordelijkheid voor het doek als museumdirecteur. Hij probeert zonder dat de pers er lucht van krijgt het schilderij uit Slovenië terug te halen.

Het staat buiten kijf dat Joost Zwagerman er een lekker lezend verhaal van heeft gemaakt. Met zijn manier van schrijven haalt hij de luchtbellen uit de kunstwereld en via Emma Duiker wordt de kunst naar de gewone man en vrouw gebracht. Juist dat laatste sluit aan bij mijn belevingswereld en daarom kan ik dit boekje erg waarderen.

Zelf zakt bij mij de broek af als allerlei lompe opmerkingen worden gemaakt over moderne kunst, al ben ik beslist geen kenner, integendeel zelfs. Maar mocht ik in de gelegenheid zijn iets te zien, dan zal ik het niet nalaten om het in ieder geval te bekijken. Het werk van Rothko ken ik niet en bij het schilderij untitled no. 18 moet ik eerlijk toegeven dat ik het beeld wel op mijn netvlies had zonder daar de naam van de kunstenaar aan te koppelen.

Erger nog dan lompe opmerkingen vind ik het afstotelijke ‘ons-kent-ons’ elitaire gedrag van kunstkenners en soms ook kunstenaars. Met dedain minachten zij allen die de kunst (of hun kunst) niet zouden begrijpen, terwijl ze handig inspelen op allerlei a-culturele rijkaards die de kunst gebruiken voor prestige of investeringen voor nog dommere rijkaards.

Kunst moet terug naar het volk, net zoals boeken en films die voor iedereen te bewonderen zijn.

En zo bewijs ik maar weer eens dat een boekbespreking vaak niet meer is dan een boekervaring gebaseerd op mijn eigen socialisatieproces. Over moderne kunst gesproken, ik ben er van overtuigd dat heel veel mensen ook ‘Untitled no. 18 van Rothko als verwerpelijke kunst zullen beschouwen. Ik zelf zou het doek eigenlijk eerst eens goed moeten bekijken. Zo heeft Zwagerman met dit boekje alleen al gezorgd voor een klein stukje democratisering van de kunst door mij ooit eens bewust te laten kijken naar een echte Rothko.