Wandelen rond de hoogmis: Vrij Katholieke ChristusPantocrator Kerk te Raalte

Inleiding

Ik ben spaarzaam opgevoed en verspilling is een zonde. Ik durf niet te beweren dat ik dit in alle aspecten nog volg. Het bewustzijn is er echter nog wel. Zo zijn mijn ouders altijd, nu nog steeds, bezig met het doelmatig plannen van uitstapjes. Als je toch van A naar B rijdt, dan neem je C ook meteen mee, want dat ligt op de route, hoef je maar één keer te rijden. Zo wilde ik op zondag 2 oktober mijn ouders een bezoek brengen, wist ik dat mijn echtgenote interesse had om eens een Vrij Katholieke dienst mee te maken en zelf vond ik dat mijn serie ‘Wandelen rond de hoogmis‘ een kwijnend bestaan leed. Bezoek ouders, spirituele interesse bij mijn vrouw en een stukkie schrijven, konden gecombineerd worden in één rit, naar Raalte dus. Op een zomerse zondag in oktober togen wij naar de Vrij Kathollieke Christus Pantocrator Kerk.

Vrije Katholieke Kerk

Zoals ik in eerdere ‘Wandelingen rond de hoogmis’ heb gedaan, bezoek ik een kerkdienst zonder specifiek doel. Ik laat me verrassen door het spirituele aanbod, ik kijk om me heen en laat mijn gedachten gaan. Zelfs bij de uitwerking kan het idee van de wandeling op papier weer helemaal anders worden, al naar gelang de inspiratie ter plekke. De prikkels om een stukje te schrijven kunnen van mezelf komen, de radio op weg naar de kerkdienst of nadien, bijvoorbeeld door een opmerking van mijn zoon.

Sinds kort heb ik een een alles-is-mogelijk telefoon. Er is echter één voorwaarde aan zo’n ding, de eigenaar moet ook compatible zijn en ik heb mijn zoons daarbij nog wel nodig. Zo heb ik een App genaamd dropbox. Een foto die ik maak wordt met een relatief eenvoudig handeling, ongeacht de plek waar ik ben, op mijn computer gedropped. De finesse zit hem in het woord ‘relatief’, want het aantal handelingen voor deze hocuspocus is me toch te groot, dus roep ik de hulp in van mijn zoon. Hij bekijkt de foto’s en leest: ‘Vrij Katholieke Kerk?’ Hij kijkt me bedenkelijk aan en concludeerd spottend: ‘Ze zijn dus behoorlijk katholiek.’

Aan zijn stem hoor ik het puberale geluid. Hij is eigenlijk tegen ieder vorm van godsdienst en we laten hem daar vrij in. De scheiding van Kerk en Staat is voor hem heilig, en dat je op vrijwillige basis iets met een kerk wil vindt hij best, maar begrijpen doet hij het niet. Hij heeft inmiddels voldoende vertrouwen in zijn ouders dat ze niet zomaar in één of ander sektarische gemeenschap belanden, maar verder hij heeft er niets mee.

‘Vrij katholiek, nee dat zijn ze niet’, doceer ik hem.

Maar wat zijn ze dan wel? Ik vaar in deze voor een deel op het kompas van mijn vrouw en heb ter voorbereiding van het schrijven van dit stukje wat foldertjes doorgebladerd. En weet je wat zo fijn is van het ‘lekker niet weten’? Ik krijg zo’n gevoel van een kleine jongen, die er vrede mee heeft het niet te begrijpen, maar geconfronteerd wordt met iets relatief nieuws en pogingen doet die beperkte informatie toch handen en voeten te geven. En omdat ik degene ben die de regie over dit blog heeft, hoeft het nergens aan te voldoen, alleen aan mijn eigen voorwaarde. Ik ga vanuit mijn onkunde, misschien wel beperkte spiritualiteit, u meenemen in een inleidende cursus ‘Vrij Katholiciteit’. En dat heeft dan weer helemaal niets met Rome te maken. Voor velen is dat positief. Ook voor mij, want ik verbaasde me als kind al over het keurslijf van Rome. De hiërarchische opbouw van veel protestantse kerken oordeelde ik als veel positiever, maar daar spat de levensvreugde ook niet door de kerkmuren heen.

De wandeling naar de ‘hoogmis

Op weg naar Raalte speken we kort over de zaken waar mijn vrouw zich mee bezig houdt. Sinds ze serieus yogadocente is, komt haar spirituele interesse meer naar voren. Ik ben vooral volger, niet zozeer van de spiritualiteit, meer van haar en haar kennis. Ze praat over non-dualisme en gnostische stromingen. Ik weet dat er boeken vol geschreven zijn, maar zelf heb ik er nog nooit één ter hand genomen. Op spiritueel gebied ben ik nu eenmaal lui, maar niet ongeïnteresseerd. Dus af en toe pak ik wel enige kennis van haar op. Vooral als het gaat om de vorming van de vroeg katholieke kerk, dat al gebaseerd is op politieke keuzes welke evangeliën wel of niet tot de richtinggevende geschriften moesten behoren. Nieuwe vondsten van oude geschriften geven inzichten die mogelijk de mores van de katholieke kerk niet welgevallig waren en nu zeker niet populair zijn, want het christendom, verankerd in onze samenleving, kent veel waarheden. En deze waarheden zijn niet bijvoorbeeld: Dat Jezus getrouwd was met Maria Magdelena en mogelijk kinderen heeft, dat er aan het laatste avondmaal ook dames aanwezig waren. En het feit dat ik dit interessant vind, om vooral ook een tegengeluid te laten horen tegen het machtsdenken van de Rooms Katholieke Kerk geeft al aan dat mijn nondualistische onderstroom nog niet geworteld is in mij. Meer kennis is noodzakelijk, dus meer gnostische onderbouwing is wenselijk. En dat doen ze ook bij de Vrij Katholieke Kerk middels lezingen op velerlei gebied en met behulp van wijsheden en geschriften, ook die van andere geloven.

‘Weet je precies waar het is?’

‘Ja natuurlijk, ik heb 16 jaar in Raalte gewoond, maar ik was altijd in de overtuiging dat het de Oud-Katholieke Kerk was die gevestigd was in de Stationsstraat.’ Navraag bij mijn ouders leerde me dat zij dat ook dachten. Niets is minder waar. Het gebouw is van oorsprong een synagoge, maar sinds 1943 definief in onbruik geraakt. Nadien heeft de Vrij Evangelische Kerk het gebouw betrokken en sinds 1985 de Vrij Katholiek Kerk. Een jaar nadat ik uit Raalte vertrok.

De hoogmis’

Entourage

Het is voor de meeste mensen altijd even zoeken naar een houding in nieuwe situaties, bij ons binnentreden in het kerkje is dat niet anders. In een flits tel ik vijf mensen in een ruimte waar volgens mij 27 zitplaatsen zijn. We gaan meteen in de eerste bank zitten en kijken mogelijk onwennig om ons heen. Voordat we ons bewust waren van die onwennigheid, kwam een vriendelijke dame naar ons toe met het nodige lees- en zangvoer en werden we wegwijs gemaakt in het abc van de dienst. Een man, waarvan ik dacht dat het de priester was, heette iedereen welkom, om vervolgens opnieuw op te komen, maar dan nu met de echte priester en nog een misdienaar, of eigenlijk misdienette, al weet ik niet of dat van toepassing is in deze kerk.

Het feit dat we met volgens mij twaalf mensen aanwezig waren, de priester, twee ‘misdienaars’, een organist en een 1 hoofdig koor en 7 kerkgangers, had voor mij als observant een groot nadeel. Ik kon niet terugvallen op de door mij zo gekoesterde anonimiteit. Voor mijn gevoel wordt iedere beweging waargenomen en om nu de helft van de dienst schrijvend door te brengen, vond ik niet erg respectvol. Terugkijkend op mijn korte aantekeningen, moet ik het doen met mijn algemene ervaring. Hetgeen me in eerste instantie opviel is de zang onder begeleiding van het orgel en vol geluid gaf. Nu was het gebouw niet groot, maar de muziek vulde de lichte en heldere kerk. Want tien mensen zongen uit volle borst, er was geen sprake van meemurmelen zoals ik dat regelmatig heb ervaren.

Beperkte observaties

Trouwens ik leerde dat het getal twaalf een magisch, heilig of anderszins een belangrijk getal is. Er wordt gesproken over twaalf leerlingen van Jezus, twaalf aartsengelen, maar ook zijn er twaalf ridders van de ronde tafel en 12 sterrebeelden, en nu dus ook 12 mensen bij mijn première in de Vrije Katholieke Kerk. Dat kan geen toeval zijn.

Bij de start van de dienst werd uitgebreid stil gestaan bij een klein Maria, laten we het kapelletje noemen, en Moeder Gods geëerd. Verder stond de dienst in het teken van Michaël en de Engelen. In verband met de reeds genoemde spirituele luiheid in combinatie met de beperkte aantekeningen, kan ik de dienst lithurgisch niet duiden en ik wil al helemaal niet nadrukkelijk ingaan op allerlei vergelijkingen met de mij meer bekende katholieke kerk. In dit kader benadruk ik dat ik ‘ergens’ heb gelezen ter voorbereiding dat de Vrij Katholieke Kerk uitgaat dat het Christendom geen vervanging is van andere bestaande kerken, maar hooguit een aanvulling.

Met die wetenschap vielen mij de woorden van de priester op dat bij de Vrij Katholieke Kerk engelen bijvoorbeeld geen mensachtige figuren zijn met vleugeltjes. De basis voor het geloof, of mogelijk kun je beter beleving zeggen, is de kracht in ieder mens zelf. Je mag dat wat de priester betreft engelen, noemen. Het zoeken naar kennis en wijsheid moet vanuit de mens zelf komen, daar heeft hij een heel leven voor en als dat niet voldoende is, dan mag hij zijn taak in een volgend leven vervolbrengen. En zie daar, het element van reïncarnatie wordt ingebracht. Nadrukkelijk wordt voor de eerste en enige keer volgens mij het vergelijk met de Roomse Kerk door de priester zelf gemaakt. Rome legt de menselijke verantwoordelijkheid veel meer bij het correct opvolgen van wetten en dictaten voor het Eeuwige Leven. Ik denk dat de Vrij Katholieke Kerk daarmee niet meteen een kerk is voor luie of mensen met een lethargische inslag.

Op zoek naar mijn definitie

Tijdens de dienst ben ik hevig zoekend naar een definitie van het Vrij Katholiscisme. Volgens mij is het een persoonlijke zoektocht met het leven van Jezus Christus als leidraad, waarbij kennis en kunde van andere godsdiensten gebruikt worden, of waarvan kennis mag worden genomen, misschien wel ‘het husselen van meerdere godsdiensten’ of eigenlijk misschien wel een universele zoektocht van, door en met mensen naar het Goddelijke in jezelf.

Dat maakt de communie bijvoorbeeld ook vrij toegankelijk voor iedereen, mits de basishouding er een van respect is. En dat is mooi, heel mooi.

Verder mag gesteld worden dat er tijdens de dienst niet op een minuutje meer of minder wordt gekeken, dus de afspraak met mijn ouders dreigt in het gedrang te komen, hetgeen de nondualistische elementen in mezelf enigszins op de proef stelde.

De wandeling terug

Het einde van de dienst vond ik mooi. In het dienstboekje werd er al gewaarschuwd, alsof de Vrij Katholieken ervaring hebben dat er met regelmaat Roomse passanten in hun kerk zitten. Tja, en daar is het vrij gebruikelijk dat na het laatste belletje een ieder zijn eigen leven weer in sjokt. ‘De kerkganger wordt gevraagd te blijven zitten, nadat de priester met zijn gevolg is verdwenen.’ Ze komen terug en in serene rust en met gevoel voor timing, worden alle kaarsen gedoofd. Een fijn introspectief moment. Het is jammer dat we niet in konden/ wilden gaan op de uitnodiging koffie te drinken, want ik wilde toch niet te laat bij mijn ouders aankomen. Een gesprek achteraf met aanwezigen had met zekerheid een ander verhaal opgeleverd. Bovendien hadden ze me mogelijk de volgende termen kunnen uitleggen ‘Checibim’ en Serafim. Nu moet ik het doen met Google. Checibim kan ik al helemaal niet vinden en bij Serafim kom ik terecht bij een Hulporganisatie voor ontwikkelingswerk en een bisschop uit de jaren twintig van de vorige eeuw.

Het is ook goed zo, ik heb de eerste kennismaking als zeer zinvol ervaren.

 

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Kakelkrant van Sprakeloos 25: PvdA mag niet vernieuwen.

 

Vernieuwingsdrang is in zijn algemeenheid vaak misplaatst, heel erg misplaatst. In de praktijk wordt gesproken over vernieuwingsdrang als:

  1. Gemaakte afspraken niet worden nagekomen
  2. En de schuldvraag niet boven tafel mag komen

Actuele geluiden beweren dat de PvdA ook weer toe is aan vernieuwing. Bullshit natuurlijk, de afspraak binnen het sociaaldemocratische gedachtegoed is toch opkomen voor de zwakkeren in de samenleving, of dit nu arbeiders, allochtonen, ouderen of PGB-ers zijn: Samen Delen, de welvaart en het welzijn. Hiervoor is nodig dat er een stabiele en goeddraaiende economie is en blijft. In de jaren negentig heeft de PvdA dat onvoldoende gedaan. Onder Paars en de wereldeconomie is de welvaart wel gegroeid, de eerlijke verdeling was minder en daarmee stonden de welzijnsgevoelens sterk onder druk. Het is de PvdA te verwijten dat ze te ver en te lang zijn meegegaan met hedonistische tendensen en het (extreme) marktdenken gebruikte als hun vervoermiddel. Toen is het verkeerde transportmiddel gekozen om de sociaal democratische principes te vervoeren. Ze hebben schade geleden, maar niet onherstelbaar. In de jaren tachtig werd de sociaaldemocratie te ouderwets gevonden, via prachtige interne boekwerken als Schuivende Panelen moest het allemaal in een nieuw jasje. Maar nieuwe jasjes of niet, het blijft dezelfde drager en die moet zich er comfortabel in voelen en dat geldt nu nog steeds.

De boodschap van Samen Delen is blijkbaar de afgelopen tien jaar niet goed genoeg onder het daglicht gebracht, maar de behoefte is er nog wel, gezien de groei van de SP.

Schade dus door de verkeerde keuze van het transportmiddel, maar Samen Delen is meer dan ooit van belang. Met samen delen bestaat er geen onoverbrugbare kloof tussen mensen, zowel sociaaleconomisch, maar ook cultureel. Zo simpel moet de boodschap blijven. En Job Cohen dat als burgermeester van Amsterdam de boodschap kon uitdragen, kan hij dat wat mij betreft ook als oppositieleider, als een partij maar achter de boodschap blijft staan, Samen Delen. Ik heb geen last van een minder mediageniek optreden van Cohen tegen de inhoudsloosheid van de PVV. Jammer dan, want de PvdA wil natuurlijk ook Samen Delen met Henk en Ingrid, al willen zij dat nu nog niet. Ik heb geen last van een theeslurpende Cohen als dat bijdraagt om de angel uit de vastgelopen sociaal-maatschappelijke verhoudingen te halen. Als er maar duidelijkheid bestaat. En dat is (strategisch) oppositie voeren tegen Rutte 1. Het CDA en de VVD zijn verantwoordelijk voor het gedooggedrocht. Als dat weg kan, liever gisteren nog dan vandaag. Compromissen sluiten met deze regering is meedoen aan de gedoogconstructie, dus per definitie afdwalen van het Samen Delen. Duidelijkheid betekent ook dat de PvdA niet alleen naar het midden van de macht moet kijken, maar ook naar links. De PvdA is misschien wel de grootste blokkade om de SP in de regering te krijgen. Laat die jongens en meisjes meedoen, ze hebben meer overeenkomsten met de PvdA dan leden van het minderheidskabinet. PvdA: “If nothing goes right. Go left.” En ga niet zitten zwetsen over vernieuwingsbehoefte. Misschien heeft Wilders wel eens een keer gelijk en hebben we behoefte aan een bedrijfspoedel, niet voor dit kabinet, maar wel voor heel Nederland.

Mijn filmblik op: Gooische Vrouwen

Als de 21e eeuw het tijdperk van de vrouw wordt; als ik me moet aanpassen aan de Shevolutie en moet accepteren dat ik tot de menssoort behoor dat beperkt kan communiceren….. en Gooische vrouwen staat voor de humor die daarbij hoort, dan heb ik mijn beste portie humor in mijn leven inmiddels gehad. Ik heb zo ontzettend NIET moeten lachen….

Linda de Mol heb ik hoog staan, laat daar geen misverstand over zijn. Al is het maar dat ik met volle teugen kon genieten, terwijl ik achter de computer heel belangrijke dingen aan het doen ben, dat de kamer gevuld wordt met de ene na de andere lachsalvo van mijn vrouw bij het zien van de serie Gooische Vrouwen. Ik lachte vanzelf mee. Zelf ben ik niet zo’n Gooisch type, de ene ervaring heb ik vorig jaar aan het blog toevertrouwd, een cultureel antropologische verhandeling over Naarden, maar dit terzijde. Mijn vrouw en ik delen veel, maar Gooische vrouwen is voor haar. Ik vind dat goed……

Nu had ik stiekem wel gedacht, misschien moet ik de film wel gaan kijken in de bioscoop, maar honderd van die lachsalvo’s à la mijn vrouw kan mijn gestel niet aan, sowieso denk ik in zo’n oestrogenencircus nog subjectiever zal worden. Sinds deze week hebben we de mogelijkheid om films ‘on demand’ te kijken en in volledige harmonie kozen we voor ‘Gooische Vrouwen’. Dat viel niet mee. Mijn echtgenote had de film al gezien, dus genoot al voordat de eerste beelden langs kwamen. Ik heb heel hard mijn best gedaan om te genieten, maar ik moest niet lachen, nauwelijks glimlachen. Tja, het schijnt erg grappig te zijn om een donkere baby in een Burberry pakje te zien. Mij moest uitgelegd worden wat ‘Burberry’ was. Ook glijden mijn lachspieren niet uit bij een homo met een dalmatiërkapsel, laat staan als hij nichterig door Parijs loopt met een stokbrood handtas. Nee, ik moest niet lachen. Ja, één keer, toen het kunstzinnig busje op weg naar Parijs benzine nodig had en dus vaginaal bevredigd werd. Dat ik juist hier om moest lachen is wel echt iets van Mars.

 

Het einde van de film werd iets beter, een fractie. De verbale communicatie werd minder belangrijk en overgenomen door muziek en beelden. Mannen zijn blijkbaar visueler ingesteld, dus ik kan nog een beetje mee genieten met het feelgood gevoel.

Vrouwenfilms, ik ben er vaker ingetrapt. Nu was ik al op mijn hoede, dus echt teleurgesteld was ik niet. Dat had ik wel bij Bridget Jones Diary, waarbij ik na vijftien minuten echt afhaakte. Na vanavond weet ik het, een vrouwenfilm, niet meer aan beginnen. Wat ik trouwens wel humor vond is dat het Gouden Kalf voor de beste bijrol door Paul Muller als Martin Morero geschonken werd aan een kinderboerderij.

Mijn waardering in cijfers uitgedrukt. Moeilijk, ik vind een zes voor de moeite te veel, zelfs een magere 5,5 staat niet in verhouding tot het geboden amusement. Een 5, ondanks Linda de Mol.

Mijn eerste multiculti-verrassing

Naar aanleiding van de uitzending van Pauw&Witteman van 30 september 2011, maakte ik kennis met Karin Amatmoekrim die haar belevenissen beschrijft als allochtoon op een kakkersgymnasium met honderd procent blanken. 100% – Karin natuurlijk. Haar belevenissen heeft ze in een boek gegoten. Ik zal het zeker gaan lezen. Het deed me denken aan een verhaaltje dat ik schreef in 2004 dat teruggreep op mijn eerste ervaringen met Surinamers. We hebben het dan over 1976 in Raalte.

“Groningen met Groningen, Friesland met Leeuwarden, Drenthe met Assen, Overijssel met Zwolle,……..”
Zo worden alle provincies op aanwijzing van de meester opgedreund. Veel inspiratie heeft de klas niet, gezien het slome tempo. Buiten is het ook ongewoon weer voor april, de zon schijnt en de warmte komt met vlagen binnen via de openstaande ramen, boven in de klas. Ramen die alleen met een lange stok zijn te openen en weer dicht te doen. Deze ochtend heeft de meester voor het eerst dit voorjaar de bovenramen geopend. Een teken voor alle kinderen van de dorpsschool dat de lente echt is begonnen.
“Noord-Brabant met Ben Bosch en Limburg met Maastricht.”
“Hans opletten, buiten is het helemaal niet interessant, hierbinnen gebeurt het. Omdraaien!”
De meester uit op een gedoceerde manier zijn professionele boosheid. Het maakt dan ook niet veel indruk op Hans. Ook andere kinderen proberen te ontwaren waar de aandacht van Hans naar uit gaat.
Ze kijken naar de hoofdingang waar meester Pietersen, het hoofd der school, afscheid neemt van een donkere man. Meester Pietersen is nog zo’n ouderwets hoofd der school dat zelfs in de jaren zeventig al in onbruik dreigde te geraken. Netjes in het pak, een bril die minstens tien jaar uit de mode is en die hem zo mogelijk nog strenger maakt dan hij in de ogen van de meeste kinderen al is.
De donkere man heeft geen last van de strengheid. Hij glimlacht zijn witte tanden bloot en geeft het hoofd der school vriendelijk een hand ten teken dat het gesprek is afgelopen.
“Hè, zwarte piet loopt daar.”
Na deze opmerking van Fred, is er geen houden meer aan. Kinderen verdringen zich voor het raam en kijken met open mond naar de donkere man. Geroezemoes gaat over in gepraat en een enkeling begint zelfs al Sinterklaasliedjes te zingen. Anderen staren gebiologeerd naar buiten. De belevingswereld van velen in de klas is niet ingespeeld op donkere mensen.

De meester overziet de situatie en begrijpt de consternatie. Hij komt tot een wijs besluit als de meeste herrie is overgewaaid.
“Jongens en meisjes, boeken opruimen. De aardrijkskunde les is afgelopen voor vandaag.”
Toch haalt hij een landkaart uit een andere klas. Het is de wereldkaart. De vierdeklassers zijn nog niet zover, dus kijken verbaasd naar hun meester.
“Wie van jullie weet waar Suriname ligt?”
De meeste kinderen kijken glazig naar de landkaart, een enkele wijsneus steekt de vinger in de lucht en hoopt een beurt te krijgen om zo zijn of haar wijsneuzigerheid te tonen.
Gezamenlijk komen de slimmeriken er uit en zo wordt het kennisniveau deze middag onverwacht omhoog gekrikt in de klas.
“De meneer die jullie net zagen, komt uit Suriname.”
De meester legt vervolgens uit dat hij drie dochters heeft en die komen vanaf morgen op school. Eentje in de eerste klas, eentje in de derde klas en eentje in vijfde klas. De vierde klas heeft dus zijdelings te maken met het verschijnsel van donkere klasgenootjes. Toch heeft de meester het verstandig geacht ook zijn klas een eerste les te geven in het multicultureel samenleven.

In het dorp wonen eigenlijk geen donkere mensen. In de nabijgelegen provinciestad kun je ze wel zien. Meestal zijn ze dan niet eens zo donker. Ze bewonen een huizenblok nabij het station en komen uit Turkije, al worden ze meestal wel zwarten genoemd. Dus enige uitleg van de meester is wel op zijn plaats. Duidelijk is echter dat ook de meester niet precies weet hoe hij zijn klas duidelijk moet maken dat het heel gewone kinderen zijn en dat ze Nederlands spreken. De meester komt ook uit het dorp.
“Dus gewoon mee spelen net als met alle andere kinderen.”
Dit waren zijn laatste woorden toen de bel ging.

Bij het naar buiten gaan heerste er een opgewonden stemming in de klas. Maar ook in andere klassen heeft de aardrijkskundeles langer geduurd dan gebruikelijk.
“Mijn vader zegt dat ze in Suriname nog in bomen wonen.”
Een ander beweert:
“Ze lopen daar allemaal op blote voeten en zijn beresterk.”
“Ja en ze kunnen allemaal judo en zijn heel snel.” zegt weer een ander.
Het hoofd der school maant een ieder tot rust, maar laat zijn strenge blik achterwege. Ook een streng hoofd der school begrijpt de opgewonden stemming een beetje. Hij is ook niet geheel gerust over de pedagogische aanpak, die vooraf strategisch is gepland met alle onderwijskrachten.

De volgende ochtend om half negen stroomt het schoolplein langzaam vol. Het is nog steeds prachtig voorjaarsweer. De opwinding en nieuwsgierigheid van gisteren hangt nog steeds op het schoolplein. Niemand mag naar binnen want een donkere vader, de man van gisteren, een donkere moeder en drie donkere meisjes worden ontvangen door het hele onderwijsteam. Het hoofd der school heeft duidelijk de regie, want breed gesticulerend wijst hij naar de juf van de eerste klas die het jongste meisje een hand geeft. Zo wordt er ten overstaan van meer dan honderd kinderen een soort pantomime opgevoerd.
Want bijna het hele schoolplein is naar de ramen toegestroomd. Overwegend blonde koppies en snotneusjes staan met hun voorhoofd tegen de ruiten het toneelstuk gade te slaan. De pantomime wordt van zeer mild commentaar voorzien door de aanwezige kinderen.
“ Jeetje, wat zijn ze donker.”
“ Wat een leuke vlechtjes heeft dat kleine meisje.”
“  Die grote heeft een stadse spijkerbroek aan.”

Het hoofd der school heeft door dat er een enigszins absurde situatie ontstaat en neemt een kloek besluit. De drie meisjes worden afgevoerd door ieder hun eigen meester en juf en de deur wordt voor de overige kinderen tien minuten te laat opengedaan. Alle kinderen worden geacht zo snel mogelijk naar een eigen klas te gaan.

In het eerste daaropvolgende speelkwartier dringen grote groepen kinderen zich op aan de Surinaamse meisjes. Met een mengeling van nieuwsgierigheid en gehoorzaamheid, de meester had immers gezegd dat je gewoon met ze kon spelen, hebben de meisjes vriendinnetjes in overvloed. De jongens bekijken de situatie op een afstand, maar al snel is de aantrekkingskracht van een bal groter dan die van donkere meisjes. Want donker of niet, het blijven meisjes per slot van rekening.

Het heeft amper een week geduurd en de nieuwigheid is eraf en de situatie normaliseert zich. De eerste les in multicultureel samenleven heeft het dorp met glans doorlopen.

Ik vraag me wel eens af, hoe zou het de meisjes zijn vergaan en hoe hebben zij het ervaren?

Kakelkrant van Sprakeloos 24: Suske & Wiske dreigen uit te sterven.

Goed, ik geef het grif toe dat ik ze ook verwaarloosd heb en mogelijk niet zonder reden. De laatste die ik gelezen had, zo’n 25 jaar geleden, vond ik al erg slapjes. Maar tot mijn veertiende heb ik ze verslonden, Suske & Wiske. Spannend en toch voorspelbaar, met een beetje historie en vooral op zijn tijd humor. Tenminste dat vond ik. Tot diep in mijn studententijd vertelde ik na een flinke sloot bier in een melige bui, altijd hetzelfde grapje. Een mopje gestolen van Lambik, ik weet niet meer welk album, maar het ging als volgt:

  • Weet je het verschil tussen een eekhoorn en een vulpen?
  • Nee? Nu, hetgeen het eerst in de boom is, is de eekhoorn.
  • Weet je het verschil tussen twee eekhoorns en een vulpen?
  • De twee die het meest op elkaar lijken zijn de eekhoorns.
  • En weet je het verschil tussen drie eekhoorns en een vulpen?
  • Waarmee je schrijft is de vulpen.

Dit ging dan gepaard met een schaterende Lambik. Eenmaal in de olie had ik jaren na dato nog steeds de slappe lach. Of mijn gehoor dat ook grappig vond, deed totaal niet ter zake voor me.

Hedenochtend hoorde ik dat de nazaten van Willy van der Steen, de schepper van de striphelden, het moeilijk hebben. De nalatenschap bepaalt dat er een vast stramien is, waarin de strips gegoten moeten worden. Het past blijkbaar niet meer in de hedendaagse stripcultuur. En eigenlijk kan ik me er wel iets bij voorstellen. Suske en Wiske zijn brave seksloze kinderen van onbestemde leeftijd. Tante Sidonia een heks met een bijpassende neus, schoenen als surfplanken en een kapsel dat doet denken aan een hedendaags Nederlands politicus. Jerommeke is ook uit de tijd, want de hoeveelheid sportschoolboys die een vergelijkbaar torso hebben en tevens dezelfde herseninhoud, is ook legio. Lambik is mogelijk het meest tijdloos, maar zijn kale kop heeft al jaren navolging in de maatschappij, bovendien wie moppert er tegenwoordig niet. Ik denk dat de mate van identificatie met de hoofdpersonen beperkter is geworden. Lezen kinderen nog wel dat soort strips nu de mogelijkheden van cartoons op tv oneindig groot zijn. Zal de stripcultuur, net zoals de literaire leescultuur, verminderen? Het zou mij best aardig lijken Suske en Wiske in een hedendaagse politieke cultuur te plaatsen. Of dit nu België of Nederland is, maakt niet uit. De eerste versie in Nederland zou kunnen heten: “De meedogenloze gedoger. Helaas kan ik niet tekenen, alleen maar blogjes schrijven. Jammer.

Kakelkrant van Sprakeloos 23: Moet ik het verdorie weer over Rob Oudkerk hebben?

 

Het is niet de eerste keer dat ik de sterke behoefte, misschien wel levensnoodzaak, voel om te fulmineren tegen oud PvdA politicus Rob Oudkerk. Wat werd ik gisteravond (26 september) weer een partij misselijk bij het aanhoren van die man bij de Pauw&Witteman. En mijn groeiende antipathie heeft niets te maken dat hij in het verleden de zwakste en meest afhankelijke vrouwen van de straat heeft bezoedeld, helemaal niets, al vind ik dat ook niet getuigen van innerlijke kracht.

Nee, ik ga echt over mijn nek bij Oudkerk als goeroe, vermomd als lector Leefstijlverandering bij Jongeren, zit te preken. Gisteravond gooide hij weer een balletje op om ongezonde levensgewoonten separaat aan pakken. Roken, drinken, vetzucht en gebrek aan beweging wil ook dominee Oudkerk gaan criminaliseren.

Wie is deze man, (nog net) babyboomer, die ons de les moet lezen. Natuurlijk is roken ongezond, ik kan er over mee praten; Natuurlijk is te dik zijn slecht, nog even en ik kan er over meepraten; Natuurlijk is te weinig bewegen niet best, ik zou ook liever meer bewegen dan mijn bureaustoel constant warm te houden. Trouwens, topwielrenster Marianne Vos, ook aan tafel bij P&W, memoreerde dat ook topsport erg ongezond is.

Je moet ook wel een hele druiloor zijn om het tegendeel nog te beweren. Rob Oudkerk is echter ook een druiloor, en stekeblind. Een druiloor omdat hij zijn gewichtsverlies als een overjarige gekerstende EO-er predikt. “Ik heb het licht gezien, dus JIJ MOET ook het licht zien, op wrake van de gesel OUDKERK, dus straf via de zorgpremie. Stekeblind omdat hij amechtig zijn best deed het probleem los te zien van de context van de Nederlandse samenleving. Bevoogdend, betuttelend en vooral hautain kakelt hij zijn bevindingen in de ether over roken en vetzucht. Man, kijk eens om je heen hoe de samenleving georganiseerd is, hoe armoede vetzucht met zich meebrengt, immers goedkoper, hoe verslavingsgedrag, naast een belangrijke genetische (!) component, ook voor een deel met (culturele) armoede heeft te maken. Zie je als gewezen sociaaldemocraat niet meer hoeveel mensen sowieso moeite hebben op alle fronten aan het ideaal plaatje te voldoen. Ze moeten de ideale partner zijn, uitstekende opvoeders, fijne collega’s, sociale buren, betrokken dorpsgenoten en als het om kinderen gaat worden ze al helemaal rondgeslingerd door 1001 ongezonde levensopties. Pak die context aan en vervuil de ether niet met je extreem liberale “eigen schuld, dikke bult-evangelie”.

Ik kan nog wel een lijstje maken, naast alcohol, vet en nicotine dat ook bestraft moet worden. Wielrenster Vos noemde topsport al, maar wat te denken van sport in het algemeen. Als huisarts weet u vast wel hoe de EHBO-posten en huisartsenpraktijken in de weekeinden en de maandagochtend eruit zien. Welke risico’s loop je als je te hard rijd, te veel en te hard werkt, of te fundamentalistisch je eigen gelijk zit te prediken. Ongezondleven-lijstjes zijn oneindig te maken, leven is één groot risico, waarbij het einde vaststaat. Een leefbare samenleving is de enige garantie voor minder expansieve kosten in de zorg. O ja, nog iets dat helpt de gezondheidskosten te reduceren en dat is het ophogen van de gelden voor de Openbare GGZ te verhogen. Zij kunnen dan de Rob Oudkerken uit onze samenleving van de buis weren, dat scheelt in ieder geval heel veel extra maagzuurremmers.

 

Kakelkrant van Sprakeloos 22: Het hondenasiel op het Binnenhof.

 

Het is genoegzaam bekend dat Geert Wilders eigenlijk niemand serieus neemt, vooral zijn eigen kiezers niet. Henk en Ingrid hebben nog weinig kunnen genieten van hun grote Roerganger, tenminste niet op politiek gebied. Zoveel heeft Geert nog niet weggehaald. Misschien zien zij in de clown Wilders wel een man van formaat. Hedenochtend bij de algemene beschouwingen was het weer zover, vooral heel veel pesten, maar weinig inhoud. En och, als Geert zijn eigen publiek meeneemt in de kamer, dan zullen er zeker mensen lachen als hij Job Cohen een poedel noemt. Een hondje dat af en toe mag keffen, maar snel weer in de schoot van het gedoogmonster kruipt. Geert Wilders heeft heel goed door dat er voor Henk en Ingrid weinig te genieten valt, dus hij projecteert zijn eigen gedoogbeleid op Job Cohen, de poedel.

Maar als ik van de Tweede Kamer nu eens een hondenkennel maak en de poedel is al bekend, wat zijn dan de andere honden in het blafconcert van de Algemene Beschouwingen. Ik ga een poging wagen, al ben ik kynologisch niet zo goed onderlegd als Geert Wilders zelf uiteraard.

Emiel Roemer/ SP–>een echte Sint Bernard

 

Een lobbes, een goedzak en doet altijd een duit in het zakje voor de onderdrukten en nooddruftigen. Vaatje rum (of andere hartversterkende middelen) altijd bij de hand. .

 

Jolande Sap/ Groen-Links–>een echte Ierse Setter

Op het eerste oog een prettige hond, leuk om te zien, maar wel zenuwachtig. In een zenuwbui, laat ze haar valse tanden zien. Ze kan gemeen bijten, ook in zaken waarin je beter niet kunt bijten. Die ervaring maakt haar dan nog zenuwachtiger.

 

Alexander Pechtold/ D66–>een echte Golden Retriever

Schrander, tikje arrogant met behoud van speelsigheid, maar wel op eigen voorwaarden. Als het zijn eigen weg gaat, dan dreigen alle positieve eigenschappen als sneeuw voor de zon te verdwijnen.

 

Kees van Staaij/ SGP–>Een echte Keeshond

Gedegen, ouderwets en past goed in het decor van Ot en Sien. Daar voelt hij zich dan ook het beste thuis. Hij is heel lief voor bekenden in eigen kring, maar fel en vervelend naar andersoortigen.

 

Stef Blok(VVD) & Syband van Haersma Buma (CDA)–> Echte trouwe herdershonden

Loyaal tot op het bot, ze houden trouw de wacht bij het gedoogmonster, kabinet Rutte 1. Ze halen fel uit als iemand het benadert en zoals echte honden betaamd, ze vragen niet af wat ze bewaken. Ze bewaken.

 

Mark Rutte (minister-president)–>een echt schoothondje

Welgemanierd, maar onecht en niet oprecht. Een schoothondje dus, het ziet eruit om op te eten, maar heeft ondertussen hele nare scherpe tandjes. De gevleugelde uitspraak van Godfried ‘was ik maar twee hondjes, dan konden we samen spelen’ geldt ook voor hem.

 

Maxime Verhagen (vice-minister-president) –>een echte teckel

Kynologisch een probleem, want ratachtige hondjes doemen op. Op zijn nachtkastje ligt echter de biografie van Norbert Schmelzer, zijn grote held. Dus de teckel past bij hem.

 

En bij een hondenkennel past goede leiding. Marianne Thieme vertrouw ik heel weinig toe, maar een goede hondentrainster zal ze toch zeker zijn. Meehuilen bij al het leed dat de viervoeters zal overkomen. Ze is voor mij de Akela van de honden, de moeder van het stel, de oorsprong ofwel de wolf. Haar eerste taak is, buiten het slechten van alle ruzies, op zoek gaan naar een vermist hondje, namelijk het slobhondje, waarvan de ware identiteit op dit moment erg onduidelijk is. Vermist en gemist dus.

 

 

 

Missen we verder nog wat? O ja, de vechthond. Het beest dat vecht om te vechten, zonder duidelijk doel. Het existeert op basis van slechte vibraties en boezemt bij sommigen ontzag in, maar is bij weinigen geliefd. Ben benieuwd of de grote Kynoloog Wilders zich hierin kan vinden.

 

Kakelkrant van Sprakeloos 21: De Jager en zijn cijfers, what’s new?

 

‘We are a great nation’

Dit zul je niet zo snel horen uit de mond van de Nederlander. Somberheid troef op dit moment en een goede reden om te klagen is snel gevonden. Wat deze zaken betreft ben ik een uitstekende afspiegeling van de gemiddelde Nederlander. De diepte van mijn misantropische bui maakt dat ik soms mild gestemd ben en op andere momenten een ‘cultuurpessimist’ van het zuiverste water.

Hedenmiddag mogen we weer de sombere boodschap aanhoren van in zwart geklede mannen en dames in ‘kekke’ hoedjes, uitgesproken door ons aller Hoedjeshoofd, oftewel Hare Maje. En weet u, dat de klankkleur van de boodschap me meer doet dan de kale cijfertjes. Ik zal u dat nader uitleggen.

Ik ben van 1966 en in de periode van Joop Den Uyl werd ik een beetje maatschappelijk bewust. De oliecrisissen uit die periode bracht veel sombere gezichten, maar de financiële impact ontging me volledig. Dat is maar goed ook, ik was een kind, en genoot van het rolschaatsen op de autoloze zondagen. Kabinet Van Agt/Wiegel stond in het teken van bezuinigingen (Bestek 81). De periode Lubbers in de jaren tachtig was dit niet anders. Dus de bijborende minister van Financiën (voornamelijk Fons Van der Stee en Onno Ruding) hadden voornamelijk zure cijfermatige boodschappen. Het is de mannen niet aan te rekenen. Vervolgens kwam Wim Kok, aanvankelijk ook niet zo heel optimistisch. Toch heeft hij ooit voorgesteld de wave te beginnen, een echte trendbreuk. Toen mocht Gerrit Zalm het koffertje hanteren. Aanvankelijk had hij de wind nog in de zeilen, maar goed, Zalm heeft het vermogen om de slechtste boodschappen nog met een aanstekelijk schaterlach te presenteren. Bij Wouter Bos kwam de somberheid er weer keihard in door de kredietcrisis. De cijfermatige verwachting is ook voor de komende jaren niet goed.

Mijn conclusie is dus dat ik, uitzonderingen, daargelaten, al ongeveer 30 jaar geconfronteerd word met magere cijfers op Prinsjesdag. Bezuinigen, afslanken, ombuigen of ‘eerst het zuur, dan het zoet’, geeft er maar een kwalificatie aan, of je hebt Prinsjesdag samengevat. De sombere cijfers van De Jager, die we inmiddels allemaal al kennen, maken geen indruk meer. It’s business as usual.

De achterliggende somberheid stemt tot meer hoofdbrekens. Dat we als Nederlanders niet op zijn Amerikaans gaan ‘yellen’  ‘We are a great nation’ is geen ramp, maar als de somberheid in de poriën gaat sluipen, dan wordt het pas echt erg.

Kakelkrant van Sprakeloos 20: Rattevanger, mag deze Rat ook mee?

Ik kakel wel, maar dientengevolge ben ik geen rat. Zonder omhaal van woorden lek ik de strekking van mijn brief aan het CPB en de verschillende andere eerbiedwaardige instituten aan u door. Ik ben het zelf die lekt, het is maar dat u het weet. Hiervoor heb ik geen spindokters nodig, zelfs geen gerenommeerde krant. Ik gebruik gewoon mijn eigen Kakelkrant. Daar kan Maxime Verhagen nog een puntje aan zuigen. Want als het over cijfermatige ontevredenheid gaat, denk ik veel meer recht van spreken te hebben dan dat Limburgse mannetje dat acteert als een groot politicus. Verhagen wiens partij veel minder dan 10 procent van de virtuele kiezers vertegenwoordigt, onder de duim wordt gehouden door een ander raar Limburgs mannetje en in de schaduw staat van ’s land grootste PR-marionet. Maxime Verhagen reageert zijn onkunde en onmacht af door te spuien naar de brenger van de slechte boodschappen, het CPB, terwijl hij en passant zijn vileine boodschap waarschijnlijk ook nog doorlekte naar de Telegraaf.

Ik schreef hedenmiddag over mijn ontevredenheid aan het CPB ten aanzien van:

  • de hoogte en doelmatigheid van de door mij te ontvangen PGB gelden voor mijn zoon
  • de belachelijke hoeveelheid geld die in bureaucratische processen wordt gestopt zodat mensen als Maxime Verhagen denkt beleid te kunnen maken en te kunnen controleren. De corebusiness doet niet meer ter zake, bijvoorbeeld in de GGZ. Geld wordt ingezet in nutteloze procedures, systemen, interim-managers, onderzoeksbureaus en afkoopregelingen voor Jan Doedels die ver boven de Balkenende-norm krijgen, niet verdienen uiteraard.

Ook heb ik een brief geschreven naar de belastingdienst omdat ik te weinig terug krijg op basis van verkeerde cijfers inzake het loongebouw waarbij ik kan onderbouwen dat ik te weinig verdien. Verder heeft de Radboud Universiteit in Nijmegen een gepeperde brief van mij gekregen omdat ik met terugwerkende kracht niet eens ben met de beoordeling van mijn scriptie. Bovendien mocht het onderwijs beter, toen al, zodat ik niet van die rare stukjes zou hoeven te schrijven. Het zijn zo maar enkele zaken, waarover ik jarenlang gezwegen heb. Maar nu een Excellentie een aanval op de instituties doet, kan ik niet achter blijven. Een goed voorbeeld doet goed volgen.

 

Ik heb nog één suggestie voor een boze brief van de hand van Verhagen zelf, namelijk, misschien kan hij het CPB laten uitrekenen of in de Raad van Elf, naast de Oppernar, wel elf ministers zitting hebben. Ook kan hij laten uitrekenen hoeveel het iedere Nederlander kost dat ze die bruine schaduw rondom dit kabinet blijven gedogen. Meten is namelijk weten.

Kakelkrant van Sprakeloos 19: Gangbang van dit kabinet

 

De liefde van de PVV voor de regering is zeer betrekkelijk. Dat wist een ieder die maar een greintje mensenkennis heeft. De liefde is zeker niet onvoorwaardelijk en dat is ook goed te zien aan de krampachtige lichaamshouding van de verschillende CDA en VVD politici. Eigenlijk willen ze niet, maar dorsten geen nee te zeggen. De PVV-ers hebben ogenschijnlijk minder last van de koelte binnen het gedoogconstruct. Wilders gaf  andermaal woorden aan zijn verhouding met het CDA en de VVD door te spreken van een verstandshuwelijk.

Er is natuurlijk niets mis met een verstandhuwelijk an sich al heeft het mijn voorkeur niet, een beetje gevoel erbij lijkt me wel prettig. En weet je, als je zo overduidelijk koketteer dat het gevoelsmatig niets voorstelt, is dat niet goed voor de mensen die er afhankelijk van zijn. In een gewoon huwelijk zijn dat vaak de kinderen, in dit geval is dat de samenleving als geheel. Tja, beslissingen moet je met je verstand èn je hart nemen, ook in de politiek, want anders resteert slechts kilte.

 

Verhagen voorzag dit en prompt reageert hij op Wilders’ uitspraak. In zijn visie is er sprake van een LAT-relatie en niet zomaar een LAT-relatie, maar een open LAT-relatie. Anderen mogen als het uitkomt, meehelpen het huwelijk (of de relatie) te consumeren. Als er meerderheden nodig zijn worden GroenLinks of de PvdA van harte uitgenodigd. Een soort gang-bang is dat in mijn voorstelling. Al blijft het tot op heden nog beperkt tot een enkele beurt van slechte kwaliteit. Vraag dat maar aan Jolande Sap en haar Kunduz- vrijage.

Nee, dat hele gedoogmonster is vooralsnog een grote ‘Dark Room’ waar af en toe een muurbloempje verwachtingsvol in de donkere diepte kijkt, maar van een echte gang-bang is ogenschijnlijk nog geen sprake, al doet Maxim Verhagen wel heel stoer als wannebee gangbanger.

 

Ik heb het niet zo op die openlijke ‘Spuiten en Slikken’ taal, maar als ze zo nodig moeten, denken ze dan wel aan de bescherming. Want als braaf burger word ik wel graag beschermd tegen welke (seksuele) escapade van deze regering. De vraag is alleen, wanneer beginnen ze over die bescherming? Van mij mag er in ieder geval één grote condoom over Rutte 1 heen, want je kunt er nooit vroeg genoeg over praten.