Kakelkrant van Sprakeloos 65: Nog een geluk dat het geen herfst is

Ik weet het, je hebt rasoptimisten en droefsnoeten. Hoewel er momenten zijn dat ik me aardig kan profileren als optimist, behoor ik eigenlijk tot het gilde van de droefsnoetigen. Als het wereldnieuws samen komt met enige oneffenheden in het persoonlijke leven of mijn fysieke constitutie is niet even niet 100% dan neig ik naar vormen van (cultuur)pessimisme. Vandaag is het zo’n dag, dus bereidt u voor op een inktzwart stukje. Gelukkig heb ik een afsluiting waarbij het vermoeden bestaat dat er hoop is. Een klein sprankje hoop slechts, maar als de gedachten in een zompig moeras verkeren, is iedere strohalm voldoende om die in ieder geval memoreren. En als je dat kan, ben je geen raspessimist, slechts leidend aan Weltschmerzen.

De koffie (niet meer helemaal vers) en een boterham met hagelslag (al het vlees was al op) stonden naast de opengeslagen krant. De krant die wist te vertellen dat de terroristen in Kenia nu ècht verslagen waren. Je wordt er niet vrolijk van. Vervolgens een uitgebreid verslag van de komedie die wij hier Nederlandse politiek noemen. De ontevredenheid met de gemiddelde kiezer deel ik inmiddels, de keuze om dan maar PVV of SP te stemmen echter niet.Verder op in de krant een stukje over hoe Turkije zomaar in de ‘burgeroorlog’ in Syrië verzeilt kan raken. Ik zal de humanitaire ramp en totale waanzin in Syrië zelf maar niet benoemen. Dan lees ik over doodsbedreigingen aan een Griekse statisticus omdat hij de echte overheidstekorten vaststelde. Dit was echter niet de bedoeling. Boven dit bericht vrolijke foto’s van de VW bus. Maar het begeleidende schrijven leert dat de laatste van deze typerende auto’s in Brazilië van de band komen. Dan is dit ook definief verleden tijd. Al het goede verdwijnt ook. Soms is het leven zwaar k**.

Terug naar de voorkant van de Trouw waarin gewaarschuwd wordt voor de totale inmenging van internet in ons leven. Natuurlijk zijn er voordelen, maar cybercrime ligt op de loer. En dan gaat het niet over het simpele leegroven van je internetbankrekening, maar over het rommelen van je identiteit met alle gevolgen van dien. Wie de film ‘The Net’ uit de jaren negentig zich nog kan herinneren, moet dus vaststellen dat deze thriller slechts een slap aftreksel is van wat ons nog te wachten staat. We worden geleefd door een techniek die we niet meer als mens kunnen regisseren. Het is zoiets als ‘de bureaucratie’ waarbij iedereen zegt dat het noodzakelijk is, maar niemand weet welke gevolgen zijn beslissingen zal krijgen in het geheel. Ik noem het gemakshalve maar de ontzieling van het publieke domein.

Een prachtige foto van koningin Maxima helpt niet om mijn stemming te verbeteren en dat wil wat zeggen. Ik sla de krant dicht en drink mijn inmiddels lauw geworden koffie op.

Dan maar even kijken of facebook en twitter nog iets te bieden hebben voor het gemoed. En ja hoor, het eerste tweetje geeft een link naar een interview met Joris Luyendijk die zich heeft ondergedompeld in het bancaire leven van Londen. Met zijn cultureel antropologische achtergrond schets hij deprimerende doemscenario’s over de crisis die volgens hem nog lang niet ten einde is. We zitten economisch en financieel op een dood spoor is mijn vlotte conclusie uit dit stuk, het moet anders! Joris Luyendijk als onheilsprofeet. De toekomst zal leren of hij achteraf gelijk gaat krijgen of dat we hem zullen vergeten. Het probleem is echter dat het nu nog niet de toekomst is, maar slechts het trieste nu. Soms lijkt de aarde wel een grote humanitaire vuilnisbelt.

herfst 2Ik besluit de computer maar af te sluiten en rook een sigaret in de tuin. (Ja, want ook het stoppen met roken lukt maar niet.) En dan zie ik ineens op deze, nog net niet herfstige dag, onverwacht een een roos bloeien in de tuin. Een roos die ik zelf niet gepland heb en dus bij de buren weg moet komen. Ik had de bloem nog niet eerder waargenomen. Voor vandaag koester ik deze roos maar, onze eigen vuilnisroos als teken dat er toch nog wel licht aan het eind van de tunnel is.

herfst 3

Kakelkrant van Sprakeloos 64: Plofkiprillingen

Heb ik weer? Tegen de tijd dat de jaren gaan tellen en overtollige kilo’s niet vanzelfsprekend eraf gaan met een weekje rustig aan doen, maar een zwaar ascetisch leven is vereist om niet obesed te worden, komen ze bij De Trouw met een nieuwe kwestie. In het besef dat je richting de vijftig gaat, zijn er momenten dat je je gezondheid gaat overdenken. Sommigen doen dat eerder, ik niet. En als je over je eigen gezondheid gaat denken, probeer ik dat in een breder verband te zien. Daarvoor ben je immers ook in de midlifecrisis beland, om na te denken. In mijn geval niet over motoren of een tweede leg, integendeel. Voor een motor heb ik het geld niet en de eerste leg voldoet nog. Nee, over eten. Langzaam dringt het tot me door dat ik eens kritisch moet kijken naar de herkomst van voedsel. De biologische lobby begint zijn vruchten af te werpen. Ergens in mij ontstaat de behoefte om niet alles op mijn bord als een klakkeloze omnivoor naar binnen te werken. Gezond, biologisch en verantwoord eten zou een onderdeel moeten gaan worden van mijn leeftijdsgebonden contemplatie. Zelfs in de mainstream supermarkten is biologisch een wezenlijke marketingstrategie geworden.

En op zo’n moment komt de Trouw in één van haar bijlagen om mijn wereldbeeld hevig door elkaar te husselen. Biologisch voedsel zorgt voor te veel gebruik van beschikbare gronden. Juist de intensieve landbouw kan een antwoord geven op de armoede en hongerbestrijding in mondiaal perspectief. Ik begrijp dus dat het een kwestie van maanden, hooguit enkele jaren is, dat biologisch, slow voedsel ‘old school’ is. Intensieve landbouw en hoogwaardige technologie heeft de toekomst ook voor de hippe vogels die graag met hun handen in de grond wroeten. De romantiek om enkele armetierige peentjes op facebook te zetten als je stabiele bijdrage aan het milieu is zo 2012. Want er is helemaal geen romantiek te ontdekken in de onthaasting van de stedelijke moestuin als de volgende stelling waar zou zijn: ,,Hoe ethisch is het om je eigen gezondheid te prevaleren, boven de noden van de armen in de Derde Wereld?”

Zoals gezegd, intensieve landbouw is het antwoord. Back to basics is slechts egoïstische zelfontplooiing van de happy few in het rijke westen. Het moge duidelijke zijn dat egoïsme niet hip is, dus voor mij geen onbespoten appels meer en zelfs genmanipulatie begint acceptabel te worden. Alles voor de hongerbestrijding voor alle mensen.

Ik vrees echter de dag dat Trouw met een artikel komt waarbij de acceptatie van de plofkip in het vizier komt, want daar zijn we als weldenkenden in Nederland nog niet klaar voor. We gaan ons toch niet verlagen tot het kopen van een goedkoop kippetje voor het plebs.

Kakelkrant van Sprakeloos 63: Following the leader

 

Zeker 60% van de Nederlanders heeft een enorme behoefte aan een sterke leider. Dat is natuurlijk het gevolg van de afkeer die men zegt te voelen voor de hedendaagse politiek in het algemeen en het huidige kabinet in het bijzonder. Maar zo’n krantenkop zou je eigenlijk eens goed moeten proeven en het liefst met de mindset van enkele decennia terug. Het was toen niet denkbaar en nu is het gemeengoed geworden als we dit onderzoek moeten geloven. De dag erop wordt hetzelfde onderzoek min of meer gerelativeerd dat we geen landje zijn van voor een sterke leider. Ik mag het hopen. We dreigen wel een landje te worden dat graag complexe situaties met ‘Jip en Janneke’ oplossingen te lijf wil gaan. In deze context brengt dat een liedje van Walt Disney bij mij naar boven die simpliciteit (en het potentiële gevaar) aangeeft.

 

 

 

Tee Dum Tee Dee

 

a tee dlee ed tee day

 

It’s part of the game

 

Tee Dum Tee Dee

 

The words are easy to say

 

Just a tee Dlee Dum

 

a Tee Dlee Dum tee day

 

Tee Dum Tee Dee

 

A Tee Dle Eedo Tee Di

 

 

Gewoon lekker simpel brengen van de boodschap, de inhoud maakt niet uit, we hoeven het niet te begrijpen als de boodschap maar lekker bekt en goed gebracht wordt, dan geloven we er in. Niet meer nadenken.

 

 

We march along

 

and follow the other guy

 

eaqch thing he does

 

The rest of us have to try

 

with a Tee Dlee Dum

 

a Tee Dle Eedo Tee Di

 

We verlangen blijkbaar naar eenheidsworst en wat goed is voor jou, is blijkbaar ook goed voor mij. Een ander, de leider bepaalt dus wat goed is voor ons lijders.

 

 

We’re following the leader,

 

the leader, the leader

 

We’re follwing the leader

 

wherever he may go

 

We won’t be home

 

till morning

 

We won’t be home

 

till morning, till moring

 

Because he told us so.

 

 

Maar als puntje bij paaltje komt, zijn we er dan wel gelukkig mee met de volgende ochtend? Wat is ‘ons huis’ met een sterke leider? Een leider volgen is niet zomaar een spelletje!

 

 

Tee dum tee dee

 

a tee dlee edo tee day

 

we’re out for fun and

 

this is the game we play

 

come on join in

 

and sing your troubles away

 

with a tee dlee Dum

 

a tee dle dum Tee Day

 

 

Ik kan niet ontkennen dat het algemene voorkomen van ‘Den Haag’ niet zo’n fraai beeld geeft. Laat staan dat er inspirerende vergezichten worden voorgespiegeld. En ik neem gemakshalve aan dat het die ontevredenheid is die mensen doet verlangen naar een sterke leider. Ik prijs me echter gelukkig dat het beeld van die sterke leider voor ieder individu in Nederland waarschijnlijk anders is. En als we dan via verkiezingen allemaal verschillende leiders kiezen, dan zal de schade nog wel meevallen. Hooguit wordt het een grote politieke rotzooi omdat Den Haag een weerspiegeling is van wat de Nederlandse bevolking is (of wil)!…….Dus eigenlijk zo als het nu is of in ieder geval wordt ervaren. Ze hebben daar tegenwoordig de term salonpopulisme voor uitgevonden, in mijn woorden: ,,Lekker kankeren op Den Haag, terwijl we het best goed hebben.” Want zegt het mooie Duitse spreekwoord niet: Was sich liebt, das neckt sich/ und was sich neckts das liebt sich.” Het wordt pas ernstig als de publieke opinie Den Haag niet meer zou geselen en slechts apathisch stompzinnigheden zouden uitstoten.

 

 

Tee Dum Tee Dee

 

a tee dlee ed tee day

 

It’s part of the game

 

Tee Dum Tee Dee

 

The words are easy to say

 

Just a tee Dlee Dum

 

a Tee Dlee Dum tee day

 

Tee Dum Tee Dee

 

A Tee Dle Eedo Tee Di

 

Kakelkrant van Sprakeloos 62: Lachwekkende Deltawerken

 

Voorop gesteld, ik heb absoluut geen technisch inzicht. Mijn schoonvader schrok zich kapot toen hij er achter kwam en mijn eerste verjaarscadeau was een heuse gereedschapskist. Veel wonderen zijn er niet uit die kist gekomen. Daarnaast kan ik ook niet bogen op bovenmatig economisch inzicht. Stel dat ik het wel zou hebben, zat ik nu op de plek van Mark Rutte. Mijn macro-economische kennis is namelijk ruim voldoende om te oordelen dat Mark en zijn clubje er niks van bakt.

 

Dit gezegd hebbende, wil ik spreken over de verwaarlozing van de Zeeuwse Deltawerken. Nu kunt u denken, als je van de essentiële zaken geen verstand heb, zwijg en doe wat nuttigs.

 

Maar ik kon me echter niet inhouden van het lachen toen ik hoorde dat de minister Schultz geconfronteerd werd met ernstig achterstallig onderhoud. Ik neem aan dat zij wel technisch en economisch onderlegd is? Een maand geleden sprak ze nog sussende woorden.

 

 

Mij ontbreekt het dan aan technische kennis, maar basislogica is mij niet vreemd. Als je je onderhoud verwaarloosd, krijg je vroeg of laat de rekening gepresenteerd. In de praktijk kan ik mededelen dat ik dit vandaag nog aan den lijve heb mogen ondervinden. Stevige herfstbuien teisteren Nederland in zijn algmeenheid, maar mijn dak in het bijzonder. Het druppels langs het kozijn. Dit wijst op lekkage. Ik moet een dakdekker inschakelen en dus investeren voor de toekomst. Of ik heb gespaard of ik moet lenen, het maakt niet uit, mijn dak moet gerepareerd worden. Dat is logica die ik ook bij de minister (en haar voorgangers) verwacht. Niets is minder waar. Geruchten gaan dat uit langdurige bezuinigingsdrift en anderszins onverschilligheid de technische kennis bij Rijkswaterstaat is weggesijpeld. Rekenkundig zal het huishoudboekje van de Deltawerken wel op orde zijn. Maar lieve domoren, rekenen is geen economie, zover reikt jullie kennis toch ook wel. Investeren, bijhouden en langetermijnvisie zijn de basis voor een goede economie. Met het wegsijpelen van de kennis, dreigt een (economische) tsunami van rampspoed als je niet uitkijkt. Gelukkig hebben de Zeeuwen een gedegen kennis van het Latijn: ‘Luctor et Emergo’.

 

 

Voorlopig zit is met tranen in de ogen van het lachen te luisteren naar het nieuws. Het is echter zo’n hysterische lachbui die weldra overgaat in verdriet, intens verdriet. Want daar waar we vroeger een langere termijn visie hadden om ons land te beschermen tegen het water, bestaat zoiets niet voor de zorg, het onderwijs en tal van andere publieke sectoren. Sterker nog, om rekening te houden met onze kinderen en kleinkinderen moeten we nu straf gaan bezuinigen. De rekening mag immers niet doorgestuurd worden naar de volgende generatie? Naar mijn bescheiden mening heeft de volgende generatie dus vooral deltawerken nodig om kennis in stand te houden en zorg te waarborgen. Of het met gespaard geld gefinancierd wordt of geleend, het maakt me niet uit. Het is klip en klaar dat het moet gebeuren.

 

 

Het is toch een oud gezegde dat ‘de cost gaet voor de baet uyt’? Daar hoef ik geen technisch kennis voor te hebben, of economisch onderlegd te zijn.

 

Boekbespreking: MIJN DROOM VOOR ONS LAND

Met een dubbel gevoel leg ik het grote inspiratieboek voor de koning weg als ik de laatste bladzijde heb gelezen. Wij Nederlanders hebben dromen kenbaar gemaakt als inspiratiebron voor onze nieuwe Koning Willem-Alexander en zijn beminnelijke echtgenote Koningin Maxima. Al die dromen zijn in een boek vervat. Mijn droom voor ons land is daarmee ook weer een inspiratiebron voor ons zelf. Bijvoorbeeld om een blogje (boekbespreking) te maken. En daar zit ‘m de kneep, want eigenlijk ben ik na lezing van de dromen al op weg naar de keuken om flessen azijn te halen. Het gevaar van een zuur stukje van een regelrechte azijnpisser is levensgroot.

Ik zal trachten een balans te zoeken. Want wie ben ik om andermans dromen te bekritiseren, zeker als het gaat om kinderwensen, zal ik de laatste zijn om ze zurig te benaderen. Toch krijg ik hetzelfde jeukerige gevoel dat ook bij Miss-verkiezingen ontstaat bij mij. Je weet dat de mooiste dames achter de coulissen elkaar het liefste de ogen uitkrabben of op zijn minst een gemene haal over andermans (je zegt trouwens nooit andervrouws) mooie snoetje te halen. Eenmaal op het podium pleiten de dames voor wereldvrede, honger uit de wereld en andere lovenswaardige wensen. Ik vind ons volkje namelijk helemaal niet uitblinken in positieve gedachten en medeleven naar anderen. Misschien ook niet minder dan andere landen, maar we staan ons er zo op voor, ook in dit boek. Stiekem denk ik dat de organisatoren van dit initiatief heel hard hebben moeten zoeken naar de positivo’s in ons land om hun dromen in te zenden.

VRIENDELIJKHEID IN EEN KONINGSGEZIND LAND

Ik begrijp best dat als er sprake is van het verzamelen van dromen dat de kans op positivisme groot is. Natuurlijk passen bij kroningsfeestelijkheden geen nachtmerries. Het is niet kies om een Nationaal Horror Boek af te leveren en aan te bieden aan het kersverse koningspaar. Maar er zijn momenten dat ik denk dat zoiets best eens een gezonde spiegel zou kunnen zijn en als inspiratiebron kan dienen om het anders te gaan doen. In de wensen kom ik regelmatig tegen dat we een gidsland waren en weer moeten worden. Ik denk dat we onze invloed behoorlijk overschatten en mogelijk een ander nationaal zelfbeeld hebben dan de rest van de wereld ons ervaart. Is de werkelijkheid van Nederland niet de koopman en de dominee? De combinatie haalt niet altijd het fraaiste naar boven. Zijn we met zijn allen ondanks onze welvaart niet een groep ratten die te dicht op elkaar gehuisvest zijn en daardoor last van elkaar hebben? Om dit niet te laten escaleren hebben we ons bekwaamt in onverschilligheid naar een ander. Hoezo een voortrekkersrol in Europa en de wereld? Heeft het afgelopen decennium niet gezorgd voor zeer negatieve beeldvorming veroorzaakt zelfs op kabinetsniveau met de PVV voorop? Ik denk dat het domineesvingertje op ons zelf gericht moet zijn, een momentje van introspectie lijkt me zeer op zijn plaats. Al jaren hoor ik dat we het gelukkigste volkje van de wereld zijn, een paar Scandinavische landen daargelaten, maar we grossieren in ontevredenheid. We wijzen naar de instabiele politiek, maar ik denk dat onze nationale gemoedstoestand slechts weerspiegeld wordt door diezelfde politiek en niet andersom.

Op bladzijde 27 van het boek schrijf Mathil Kuiper (1947) als afsluiting van haar droom: ‘Mijn droom voor Nederland is stoppen met vooroordelen en weten dat we met zijn allen deel uitmaken van het stuk grond, de prachtige tuin, het land dat Nederland is. Dagelijks heeft dit land vriendelijkheid nodig, zoals een tuin water.’ Deze droomster hoopt dat Willem Alexander en Maxima de inspiratiebron zullen zijn voor ons. Emriye Yildiz (1961) pleit op pagina 37 naar de terugkeer van de sfeer voor 2000. Een positieve afsluiter op dit gebied (pagina 38) is Ben Visser (1993) die de Samencoupé in de trein bepleit. Een mooie en realistische droom die heel recent vorm heeft gekregen bij de NS.

We blijken met zijn allen nog wel koningsgezind te zijn en hebben klaarblijkelijk geen moeite ook het tegengeluid in deze een kans te geven, zelfs in dit boek. Er zijn dromers die een Republiek voorstaan. Het zou democratischer zijn. Ik heb mijn twijfels, maar als ik moest kiezen tussen Republiek of Monarchie in de huidige vorm, dan laat de Oranjes nog maar een tijd zitten. Ons land met zijn dwalende electoraat kan wel wat ankerpunten gebruiken, en vriendelijkheid. Als ik het koningsgezin op de cover van het boek zie lachen weet ik genoeg. Ik zet de azijnfles snel weer in het keukenkastje. En ik gun Willem-Alexander en Maxima met het vervullen van hun zware taak voldoende rust toe. Hetzelfde geldt voor de drie A-tjes, want op pagina 53 zie ik de afgetrokken vermoeide koppies van de meisjes. Dan denk ik: ‘Arme drommels’.

OPVALLENDE ZAKEN IN ONS DROMENLAND

In het bovenstaande heb ik de azijnfles met beleid gehanteerd en tijdig weggezet. Er zijn ook een aantal zaken die me zijn opgevallen. In het afsluitende woord van Paul Schnabel (CPB) noemt hij het verschil in dromen tussen mannen, vrouwen en kinderen. Wat de categorisering betreft kan ik me scharen bij de mannen. Op bladzijde 74 en 75 heb ik gebiologeerd staan kijken naar de megalomane bouwdromen van Frank Loer (1986), Jaap van Ballegooy (1938) en Johannes Den Dekker (1929). Ik houd daar wel van, vooral als het heel multifunctioneel is en veel mensen ervan kunnen genieten. Uit dit dromenboek is het gedicht van Geert Bax (1964) dat voor mij het meest tot de verbeelding spreekt:

EN PASSANT

O Koning, laat ons land geen schaakbord zijn,

waar hij die koning wordt zijn

stukken schuift naar links of rechts

of erger nog: naar voren.

Laat dit land wat ons bezit

niet worden tot een land van zwart of wit.

Laten torens, paarden, lopers zijn:

cultuur, natuur, de sport.

Laat ons pionnen mensen zijn,

maar nooit de stukken op een bord.

Droom altijd van een land van samen;

samen er iets mooiers van gaan maken.

Bescherm uw Koningin als dame;

laat nooit een ander haar toch schaken.

O Koning, dit moment zal weer voorbijgaan,

dit moment van trouw aan ambt en wet.

Weet dat u en wij als stukken staan,

maar dat een ander ze verzet.

En als ik dus een droom had moeten inzenden, dan is dat de droom van de relativering. Een kleurrijke droom met veel ruimte voor grijstinten, passend bij ons weer en humeur, met plaats voor het onverwachte en het onbekende dat het leven kleurt. Maar ik heb het niet gedroomd, dus wens ik alle dromers en de koning veel inspiratie toe. Het boek gaat in de boekenkast en over x-jaar, bij de kroning van Amalia, zal ik kijken wat er van terecht is gekomen. Misschien pak ik dan mijn kans om als oude man alsnog mijn droom toe te vertrouwen aan ons fijne kolere land.

Mijn filmblik: The Great Gatsby

 

De Amerikaanse literatuur is een blinde vlek voor mij. Dit viel me al eerder op bij het lezen van het geweldige boek van Geert Mak, ‘Reizen zonder John’. John Steinbeck is een naam die ik kende, maar ik had nimmer iets van hem gelezen. Bij F.Scott Fitzgerald hetzelfde laken een pak. Die naam kom je regelmatig tegen in de literatuur evenals de titel ‘The Great Gatsby’. Ik had slechts de klok horen luiden, maar wist niet waar de klepel hing. Mijn ega heeft dit een beetje voor me gerepareerd. Via een leesclub stond ‘The Great Gatsby’ op het programma. Zij was helemaal lyrisch. De film draaide in het filmhuis te Didam(!). Ja, ook daar is een filmhuis tot onze verrassing. Met het zien van de film vrees ik, mijn eigen luiheid in acht nemend, dat van het boek lezen niets terecht zal komen. In ieder geval heb ik de film gezien om mijn gebrek aan kennis op dit gebied te compenseren.

 

 

DICAPRIO

 

Ik vind de film een aanrader. Nu zullen hordes vrouwen alleen al om Leonardo DiCaprio de gang naar de bioscoop hebben gemaakt. Ik moest na tien minuten film door mijn vrouw op de hoogte gebracht worden dat dit ‘DiCaprio’ is. Ook hier mis ik het blijkbaar een inprentingsvermogen om Amerikaanse filmhelden te onthouden. Natuurlijk ken ik de naam en heb “The Titanic” gezien. Maar het beeld van de man en vrouw voor op het dek van het schip is voor mij vooral het beeld van ‘een man en een vrouw’ en niet Leonardo DiCaprio. Ik had dus een ander beeld van deze ‘mooie man’ en herkende hem niet. Hij is in de film Mr. Gatsby.

 

 

ACTEERPRESTATIES

 

Nu ik de film met DiCaprio gezien heb, kan ik op basis van deze film een oordeel vellen over zijn acteerprestaties, maar bij mij komt geen uitgesproken mening naar voren. Niet in negatieve zin, maar ook niet in positieve zin. Hij vertolkte de hoofdrol als undercoolde rijke gentleman die heel zijn leven inricht om zijn inmiddels getrouwde liefde, opnieuw voor zich te winnen. Dat undercoolde speelt hij goed. Meer opvallend vond ik de rol van de verteller Nick Carraway (Tobey Maguire), ook vrij emotieloos, terwijl de ‘roaring twenties’ voor zijn neus afspelen en hij de onmogelijke liefde van zijn buurman Gatsby dramatisch ziet eindigen. Hij speelde de wat naïeve provinciaal in New York voortreffelijk. Mijn vrouw wees op het taalgebruik van de verteller dat het boek behoorlijk volgt. Het meest in het oog springende vond ik echter de casting in zijn geheel en het neerzetten van het uitzinnige decadente leven van de upperclass in die tijd, grandioos. Intieme feestjes, maar vooral de grote feesten in het kasteel van Mr. Gatsby spatten van het doek af.

 

 

MIJN FILMBLIK

 

Met de roaring twenties op de achtergrond is het verhaal dat de mysterieuze Mr. Gatsby alles in het werk stelt om zijn Daisy voor zich te winnen. Hij gaat hierin ver. Zijn buurman, Nick Carraway, obligatiehandelaar met schrijversambities, wordt ingeschakeld om zijn nicht met Mr. Gatsby in contact te brengen. Carraway waarschuwt zijn rijke en machtige buurman met het gegeven dat hij ‘de geschiedenis niet over kan doen’ of woorden van gelijke strekking. Hij wuift het weg, maar de geliefden komen uiteindelijk niet bij elkaar.

 

Juist deze woorden hebben mij het meest tot nadenken gebracht. Natuurlijk doelt Nick Carraway op de relatie tussen Mr. Gatsby en Daisy, ik denk dan eerder aan geldigheid op macro-niveau. Je hebt namelijk de bekende Franse uitdrukking: l’Histoire se répète. Ik zoek dan onwillekeurig naar gelijkenissen tussen nu en de roaring twenties. Decadentie en het groeien van de (economische) mogelijkheden tot het oneindige. Volgens mij zijn het vooral de achterliggende jaren negentig enigszins vergelijkbaar met die periode en zitten we nu, om het vergelijk door te trekken, midden in de jaren dertig. Zompig roerend in een poel van vooral onmogelijkheden, wachtend op een oplossing of uitweg, hoe desastreus die ook zal zijn.

 

De geschiedenis herhaalt zich en je kunt de geschiedenis niet overdoen, ongetwijfeld allebei waar, maar het spanningsveld tussen die twee is wat mij het meest nadrukkelijk blijft hangen. En de geweldige decadente feesten natuurlijk.

 

EINDOORDEEL

 

De film is beslist de moeite waard, maar nodigt mij niet voldoende uit om ook het boek nog te gaan lezen. De cast als geheel geheel en de indrukwekkende beelden maken voor mij de film compleet. Echt onder de indruk van de acteerprestaties ben ik niet. Googelend leerde ik dat dit al de vierde versie is van The Great Gatsby en er ook al een tv-serie gemaakt is. Ik kan geen vergelijk maken, maar ik kom tot een 7,5 voor deze film.

 

Je mindset resetten, gadverdamme!!!

 

Heeft u de uitdrukking, ‘je mindset resetten’ wel eens goed geproefd? Ik wel, buiten het anglicistische gehalte, smaakt het zinnetje mij niet lekker. Ik heb het dan over de betekenis en het achterliggende gedachtegoed. ‘Je mindset resetten’ heeft iets onnatuurlijks, het ontkrachten van je eigenheid. Ik ben altijd op mijn hoede bij mensen die vinden dat ik of anderen ‘hun mindset moet resetten’. Het heeft iets ongemeen dictatoriaals. Je wordt door de gebruiker van deze opmerking uitgenodigd, of gedwongen je grijzen cellen door elkaar te husselen. ‘Je mindset resetten’ gadverdamme.

 

 

Voor ik doorga met het uiten van mijn ongenoegen, neem ik u even mee naar een andere populaire hedendaagse uitdrukking, ook een anglicisme, namelijk ‘Go with the flow’. In eerste aanleg stuiter ik nog niet van deze uitdrukking. Door het hoge ‘zen-gehalte’ heeft deze wijsheid wel iets sympathieks. Een mens is nu eenmaal nietig in het grote kosmische geheel. Het is dan ook erg onverstandig de pretentie te hebben, dat jij de mensheid kan veranderen. In zulke gevallen is het ‘resetten van je mindset’ of omdenken zo u wilt, mogelijk noodzakelijk. In de volksmond spreken we dan eerder over ernstig mentaal gebrekkigen waarvoor we broeders in witte jassen hebben uitgevonden. Ik ga in mijn anti-begoog over ‘je mindset resetten’ uit van het overgrote gezonde deel van de mensheid. (Ik ben op dit moment in een optimistische bui, dus ik vind gemakshalve dat de meerderheid van de mensen min of meer mentaal in orde is.) Voor deze groep, die gewoon met de flow meegaat, is ‘je mindset resetten’ een fnuikende uitdrukking.

 

 

In tal van situaties worden weldenkende mensen in eerste instantie vriendelijk verzocht hun mindset te resetten, bijvoorbeeld in een (vriendschaps)relaties. Bij discussie of onmin kun je de ander een eigenwijze drol vinden die jou willens en wetens niet begrijpt. Hij denkt verkeerd en moet meegaan in jou denkstramien. Als de ander zijn mindset reset, zal alles goed komen. Indirect impliceer je dat de ander niet goed wijs is, of op zijn minst een onvergeeflijke kronkel heeft. Eén op één is de uitnodiging om je mindset te resetten nog niet zo gevaarlijk, soms zelfs vermakelijk. In een grotere context, bij bedrijven of de maatschappij als geheel, is het niet meer zo vermakelijk.

 

Bij reorganisaties of anderszins rare strapatzen van bobo’s in bedrijven, wordt vaak gebruik gemaakt van de wens, of zelfs noodzaak dat de mindset van werknemers gereset moet worden. Vooral bij processen waarbij er andere belangen spelen dan de corebusiness en het gezond boerenverstand van de werkvloer systematisch genegeerd wordt. Heden ten dage gebeurd dat nog wel eens in de publieke sector. De kennis en kunde van professionals wordt genegeerd en als die, de arts, politieman of leerkracht met vakkennis en/of gezond boerenverstand ageert tegen de voorstellen, worden ze bestempeld als inflexibel, star en conservatief. Hun ‘state of mind’ deugd niet en moet worden gereset. Een leger van coaches en human resource medewerkers vinden inmiddels hun emplooi bij het resetten van de ‘onwilligen’. Het gezonde verstand moet uitgedoofd worden en de zogenaamde vrijwillige medewerking van werknemers wordt geëntameerd, mits zij hun mindset resetten ten favoure van het veranderingsproces. Een onzichtbare marionettenspeler moet alle touwtjes in handen hebben en daarmee vooral geen tegenstribbelende actoren. Omdat tegenwoordig in de complexiteit vaak niet meer duidelijk is wie en waar het veranderingsproces begint, ontstaat er een gelatenheid waarbij de individuele onmacht wordt goedgepraat door de verstikkende woorden ‘ik alleen, kan het proces ook niet keren, zo is het nu eenmaal tegenwoordig.’ Om het inleveren van je eigenheid nog enig cachet te geven wordt de uitdrukking ‘go with the flow’ nog wel eens misbruikt. In combinatie met ‘je mindset resetten’ is ‘go with the flow’ een heel misselijkmakende uitdrukking.

 

 

Je mindset resetten is een beledigende uitdrukking die verklaard dat je niet goed wijs bent. Daarentegen als je in staat bent je mindset te resetten oogst je waardering voor je dociele meegaandheid. Omdat jij, alleen jij, de regie moet en mag hebben over het resetten van je mindset, al dan niet met behulp van door jou gekozen derden, is het veelvuldig gebruik door anderen je mindset te resetten misplaatst, misschien wel misdadig. Daarom stel ik voor de uitdrukking niet meer te gebruiken. Je mindset resetten, driewerf gadverdamme.

 

Jezelf opnieuw uitvinden, gadverdamme!!!!

 

Ik ben er weer tegenaan gelopen, een jeukopmerking van jewelste. Dominee Gremdaat zou zeggen: ,,Kent u die opmerking, jezelf opnieuw uitvinden?” Ik zou dan meteen antwoorden: ,,Ja, helaas wel, gadverdamme!” Ik weet niet wie al die Emiel Ratelbandachtige poëzie bedenkt en erger nog, wie dit ook nog in zijn of haar eigen vocabulaire opneemt. Jezelf opnieuw uitvinden is toch niet meer dan het omzetten van het vermaledijde ‘Tjakka’ in bestaande Nederlandse woorden. Nietszeggend en om kotsmisselijk van te worden, want wat wil je daar nu mee uitdrukken.

 

 

Jezelf ontdekken? Je bent wie je bent, met je positieve en negatieve eigenschappen, met je kennis, kunde en ervaring. Veelal is een mens een aardige mengeling van Nature & Nurture, voor de ene wetenschapper meer nature, voor de ander zijn de omgevings- en opvoedingsaspecten belangrijker. Maar beide hebben tot gevolg dat het vooral een kwestie is van zijn. Iets dat er IS, valt niet meer uit te vinden.

 

 

Natuurlijk zou ik mezelf ook wel opnieuw willen uitvinden als dat kan. Ik kan bijvoorbeeld uitvinden dat ik een waardige medespeler ben van Lionel Messie om maar iets te noemen. Of ik vind uit dat ik een volwaardige vervanger zou zijn van de inmiddels bejaarde zanger van Status Quo, Francis Rossi. De uitvinding om mezelf tot de minister-president te transformeren is nog niet bij me opgekomen. Ik zou de slechtste MP allertijden graag vervangen, maar dat is geen kwestie van uitvinden, maar een vurige wens in deze barre tijden. Maar het is wel MIJN wens, van mijn bestaande ik. Niks geen kwestie van uitvinden, zeker niet mezelf.

 

 

Iedere pukkelkop van 16 zou zichzelf wel willen uitvinden om eindelijk eens de blits te maken bij de vrouwtjes op feesten. Maar zijn pukkelkop is een ernstige handicap. Hij kan zich wel willen uitvinden, maar die puisten blijven. Misschien moet hij zich toeleggen op een alles afdoende tonic uit te vinden in plaats van zichzelf. Zo zijn er tal van situaties waarin de gebruikers van ‘jezelf opnieuw uitvinden’ misbruik maken van de goedgelovigheid van mensen die graag willen geloven dat je jezelf opnieuw kan uitvinden. Het woordje opnieuw suggereert trouwens dat ze het al vaker hebben gedaan. Maar de uitvinding was klaarblijkelijk nog niet optimaal. Kinderen die gepest worden moeten zichzelf opnieuw uitvinden. Mislukte relaties worden verholpen met een soort van ‘selfkit’ om jezelf opnieuw uit te vinden. Gezeik op het werk met je baas, dat is geen reden om een hekel te hebben aan je baas, maar jezelf opnieuw uit te vinden. Lulkoek.

 

 

Vroeger hadden ze nog de uitdrukking ‘de bakens verzetten’. Dat is nog een uitdrukking die hout snijdt. Je neemt jezelf mee in een veranderingsproces met een blik op de toekomst of de gewenste richting van je toekomstbeeld. Je kent daarbij je sterke en zwakke punten en daarbij heb je te dealen of er aan te werken. Niets jezelf opnieuw willen uitvinden. Onzin. Stel u eens voor dat ik mezelf opnieuw zou uitvinden als stukjesschrijver voor dat ik dit blog zou schrijven. Denkt u dan echt dat er veel meer mensen zijn dan een paar twitteraars, een enkele toevallige passant en goedbedoelde Facebookvrienden die mijn aversie tegen jezelf uitvinden zouden lezen. Echt niet, dus niet meer gebruiken dat jezelf uitvinden. JEZELF UITVINDEN, DRIEWERF GADVERDAMME. Blijf gewoon jezelf, de meesten hebben daar al genoeg mee te stellen.

 

 

 

PS. Ik droom er stiekem wel van om een ander opnieuw te kunnen uitvinden. Maar dit terzijde.

 

 

Filmblik Hannah Arendt

INLEIDING

Het is vakantie en ’s ochtends aan het ontbijt wordt door mijn wederhelft het voorstel gedaan die avond naar het filmhuis in Zevenaar te gaan naar een film over Hannah Arendt te gaan. Het filmhuis kende ik wel, al was ik er nog nooit geweest, Hannah Arendt kende ik niet, hoewel ik het affiche van de film wel eerder had gezien. Het filmzaaltje in Zevenaar was een aangename verrassing, beslist de moeite waard om vaker te bezoeken. De film was mogelijk nog een grotere verrassing. Ik moet namelijk bekennen dat ik nog nooit van Hannah Arendt had gehoord, tot deze ochtend. Met de kennis van nu is dat op zijn minst opmerkelijke omdat zij een zeer bekend politiek denker en filosofe is. Als politicoloog had ik haar moeten kennen. Veel tijdgenoten van haar kende ik wel van naam (Heidegger, Camus, Sattre, Husserl, Habermas). Nu moet ik bekennen dat filosofie heel sterk appelleert aan mijn geduld dat onvoldoende aanwezig is. Mogelijk ook omdat mijn intellectuele bagage te beperkt is, kom ik bij de genoemde denkers niet verder dan naamherkenning en wat algemeenheden. Hannah Arendt kende ik dus echt niet. Zou het komen dat ze een vrouw is en dat de wetenschap toch nog overwegend een masculine aangelegenheid is? Wie zal het zeggen, maar de film over haar heeft veel achterstand in kennis en weten (over haar) goedgemaakt. Een prachtige film die de moeite waard is.

KORTE LEVENSLOOP

Hanna Arendt is geboren in de buurt van Hannover (1906). Tot 1933 is ze een aantal keren verhuist binnen het toenmalige Duitsland en ze studeerde in Marburg (deelstaat Hessen), Berlijn en Freiburg. Met een van haar professoren, Heidegger, kreeg ze een liefdesrelatie, al heeft zijn denken (over denken en de vrije wil) een wig in de liefdesrelatie gelegd, mede door zijn (vermeende) steun aan Hitler. Toch blijft ze de rest van haar leven contact met hem houden en onmiskenbaar is de invloed van Heidegger aanwezig op het werk van Arendt. In 1933 moest Arendt vluchten vanwege haar werk in de zionistische beweging. Ze vlucht naar Frankrijk, maar als de Duitsers in mei 1940 dit land binnenvallen, wordt ze door de Fransen (preventief) geïnterneerd. Ze weet uit één van de kampen (Gurs) te vluchten, vindt haar man toevalligerwijs terug en ze vluchten naar de VS alwaar ze in 1951 haar grootste werk schrijft nl. The Origins of Totalitarianism. Ze is een vooraanstaand wetenschapper op verschillende universiteiten in de VS. In 1961 wordt ze gevraagd om als journalist het Eichmann-proces in Israël bij te wonen. Haar bevindingen over met name de persoon van Eichmann in relatie tot de gruwelen van de Holocaust brengen haar in een lastig parket. Over deze episode van haar leven handelt de film.

ESSENTIE

De essentie van de film, of in ieder geval mijn essentie, is het feit dat Hannah Arendt zich verbaast over de onbeduidendheid van de persoon Eichmann gedurende het proces. ‘Hoe kan deze man nu medeverantwoordelijk zijn voor de massavernietiging van Joden gedurende de Tweedewereldoorlog? Hannah Arendt komt tot de conclusie dat Eichmann in ieder geval geen monster is. Zij wordt beticht dat ze Eichmann verdedigt, maar het is vooral haar verbazing over de onnadenkendheid van een individu dat zich mee laat slepen in de machinerie van een (oorlogs)proces. Eichmann geeft in het proces (De film wordt afgewisseld met echte beelden van het proces in Israël in 1961/62) meerdere malen dat hij ‘slechts’ zijn werk deed en dat was de logistiek van de transporten van Joden naar de vernietigingskampen. Dat is voor Eichmann dan ook de reden om zich van schuld vrij te pleiten, want hij was immers niet verantwoordelijk voor de dood van miljoenen Joden. Hij deed slechts zijn werk. Hannah Arendt gelooft in de oprechtheid van Eichmann dat hij daadwerkelijk gelooft in zijn eigen onschuld. Juist dit heeft de (politiek) filosoof in Arendt verbaasd en verbijsterd, maar het heeft haar niet weerhouden haar eigen kijken hierin te bewaren. Hierin stuitte zij op verzet, agressie en zelfs doodsbedreigingen. De hele Holocaust moest toentertijd (en nog steeds een heikel punt) gezien worden als het werk van monsters en het proces moest aangeven dat het goede zal zegevieren. Hannah Arendt wilde niet weten van een vanzelfsprekend ‘goed en slecht’, veel meer was ze geïnteresseerd in het denken van mensen in bepaalde (extreme) omstandigheden. Of misschien wel het uitschakelen van het denken en/of de gewetensfuncties. Dit was niet voorbehouden aan monsters, maar kan een ieder ‘overkomen’ onafhankelijk van plaats en tijd.

DE FILM

Hoewel de film naar huidige maatstaven ‘slow’ was, speet het me dat ik niet de beschikking had over een pauzeknop. Er waren prachtige uitspraken bij, die mij soms iets te snel gingen. In ieder geval te snel om ze nu te kunnen citeren in dit blog. Hannah Arendt en daarmee de inhoud van de film was, zoals eerder gezegd, volkomen nieuw voor mij. Ik kan een ieder met een beetje maatschappelijk engagement aanraden om de film te gaan zien. Of het mij zal uitnodigen om werk van Hannah Arendt te gaan lezen, waag ik te betwijfelen. Ik zei hierboven al, dan wordt mijn ongeduld te zeer aangesproken. Wat dat betreft voel ik me net een middelbare scholier die op basis van de film een boekbespreking probeert te maken. Ik kan echter niet het geduld opbrengen om de filosofische werken van Arendt te gaan bestuderen. Helaas, de hedendaagse tijd slokt me te veel op met ‘druk, druk, druk…….’. We hebben bijna geen tijd om na te denken of langer dan een film stil te staan bij essentiële thema’s.

VERBANDEN

Ieder boek, film of gebeurtenis wordt door een ieder uiteraard gerelateerd aan je eigen referentiekader op basis van je socialisatie-proces. Het idee dat Arendt naar aanleiding van het Eichmann-proces aangeeft dat individuen in staat zijn een (essentieel) radertje te vormen in een gruwelijk proces, zorgt voor verbanden naar het heden. Ik refereer dan niet aan grootse (politieke) gebeurtenissen, maar naar het alledaagse leven. Zorgt de inrichting van veel processen in het arbeidsproces van nu, met een toename van digitalisering, ook niet voor een soortgelijke machinaties? In de zorg, het onderwijs en vele andere werkterreinen wordt de werkende mens vaak gereduceerd tot een radertje in het systeem, maar wat doet dat met het verantwoordelijkheidsgevoel voor het geheel? Ik moest er naar aanleiding van deze film zomaar aan denken.

Voor meer achtergrondinformatie over de film en acteurs, klik op de volgende link.

Eindbeoordeling is een verdiende 8

Weldadige wereldvrede met kokosolie

 

Zeker weten doe ik het niet, maar wij hebben de weg naar wereldvrede gevonden. En dan niet via conferenties op hoog niveau, geheime besprekingen tussen wereldleiders of militaire interventies in de vele mondiale brandhaarden. Gewoon op huis-, tuin en keukenniveau bestrijden wij de mores van het oorlogvoeren. Ze zeggen toch niet voor niets, verbeter de wererld, begin bij jezelf. Sinds dit weekend gaan we dat in gezinsverband in de praktijk brengen, met kokosolie.

 

 

In een aandrang om iets gezonder te leven en onze ecologische voetafdruk te verkleinen, weet de marketing via vele wegen ons te verleiden. Sinds kort hebben wij biologische kokosolie. Gewoon omdat het beschikbaar gesteld was door de dichtstbijzijnde supermarkt. Het predicaat geurloos en biologisch heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat het in ons winkelwagentje belandde. We waren al jaren af van de boter om te bakken en braden, olijfolie gebruikten we. Dat was gezonder. Nu zijn we, naar het schijnt, overgestapt naar de kokosolie om te bakken en braden.

 

Maar wat wil het geval, de kokosolie is voor veel meer geschikt dan alleen bakken en braden. Nu weet ik dat cosmetische producten vaak met kokos wordt aangeprezen. Het ruikt lekker en het geeft in ieder geval een exotisch gevoel als je je haren wast met kokosshampoo. De geur zal ongetwijfeld uit een chemische laboratorium komen, maar voor ons, niet kritische consument, maakt dat weinig uit. Maar sinds vandaag niet meer. Want een klein onderzoekje leert dat de kokosolie ook gebruikt kan worden voor de verzorging van de huid. In één keer kunnen alle huidverzorgende producten van onze badkamer geweerd worden door de Biologische Kokosolie. Twee vliegen in één klap, een sterke vereenvoudiging van ons boodschappenbeleid, ecologisch verantwoord, mogelijk een bezuiniging en heel gezond. Dus eigenlijk vier vliegen in één klap. We winnen in ieder geval tijd door ons nu nog te richten op één product voor de huidverzorging en bakken en braden. Voor alle marketingmanagers ten spijt die ons allerlei vernieuwde en verbeterde producten willen aansmeren voor zowel de keuken als de badkamer, wij hebben de rust gevonden in Biologische Kokosolie.

 

 

Tevreden als we zijn met de zojuist verworven inzichten, speuren we nog even verder op internet om de juistheid van onze beslissing bevestigd te zien. En wat schetst onze verbazing. Het helpt tegen jeugdpuistjes en spataderen, ja zelfs tegen aambeien, psoriasis en ander dermatologisch ongemak. We kunnen nog meer producten verbannen en we geven ons helemaal over op de biologische kokosolie. Maandagochtend, zullen wij met een flinke doos naar het ‘chemisch afval’ rijden om ons te ontdoen van alle rommel die we al jaren gekocht hebben. Daarna zorgen we voor een passende voorraad van het biologische wondermiddel. Wat kan het leven toch eenvoudig zijn. Een allesomvattend ZEN-gevoel maakt zich meester van me. De inwendige mens wordt aangesterkt door biologische kokosolie waarmee we nu alles bakken en braden, het uiterlijk wordt versterkt en verfraaid door diezelfde olie.

 

Maar dan slaat de schrik om het hart. Zal er altijd wel voldoende kokosolie zijn en dan nog wel biologische? Want als wij enthousiast zijn, zullen ook anderen dit ongetwijfeld worden. Ook zij willen gezonde voeding, een veerkrachtige huid zonder rimpels en een passende olie voor alle dermatologische ongemakken. Ik vrees in eerste instantie het ergste, maar dan komt er ook een Eureka gevoel. De kokosnoot groeit toch vooral in die gebieden die wij ‘de 3e wereld’ plachten te noemen? Een tropisch vakantieparadijs daargelaten, associeer ik de kokosnoot met relatieve armoede en behendige Afrikanen die een klapperboom inklimmen om aan hun dagelijkse voedsel te komen. Ik krijg vergezichten dat juist het arme deel van de wereld door ons kokosoliegebruik, nieuwe kansen krijgt aangeboden. Niets geen acties voor nooddruftigen, maar een krachtige economische impuls door het opzetten van een kokosnootimperium door de derde wereld zelf. Wij moeten met zijn allen aan de Biologische Kokosolie en wel per direct. Geef het een kans voor de wereldvrede of zoals je het met een variant op het nummer van Third World, Now that we found zou kunnen zeggen:

 

 

Let’s give coconuts a try

 

Let coconuts control, control your destiny

 

Owe it to ourselves, yes we do

 

Live happy eternally