10. HET PRIVAAT uit de serie de kabbelende 100

Ik zal eerlijk zijn, ik verdoe ontzettend veel tijd achter de PC. Maar toch is dat niet de enige plek die ik regelmatig frequenteer, de stoel achter het beeldscherm. Ik zit ook wel eens ergens anders. De meer beschaamden onder u zullen mogelijk afhaken. Ik begrijp dat, want ook ik behoor tot het Victoriaanse deel van de bevolking. Dus al die fases van mijnheer Freud, ik lees er wel eens over, maar voor mij is dat geen praat voor bij het koffie-apparaat op het werk. Hooguit zal ik besmuikt toegeven dat er mogelijk iets mis is gegaan in de orale fase gezien mijn verstokte verhouding met de sigaret. Maar over de andere fase in de ontwikkeling houd ik angstvallig mijn mond. Daar praat je niet over. Maar dan toch wel even kabbelen over het kleinste hokje, vraagt u zich af. Misschien omdat ik het eigenlijk een gezellig verblijf vind.

2013-11-24 20.32.20

Zelf heb ik geen aandeel in de entourage op het privaat, de inmiddels vijftig bordjes met spreuken zijn door mijn wederhelft verzameld. Ook de andere attributen of de poster met smarties hebben goedkeuring, maar ik heb er part nog deel aan. Natuurlijk laat ik ook wel eens iets achter op het privaat, maar zoals gezegd, ik praat niet over de anale fase in mijn ontwikkeling. Ik houd het op een variatie van Descartes ‘Ik ontlast, dus ik ben mens’. En juist dat ontlasten, ik bedoel dan ook in contemplatieve zin, maakt het een bijzonder hokje. Even weg van de drukte en verplichtingen, om in alle rust je te kunnen drukken en tot soms geweldige ideeën te komen. Ik weet dat die rust niet iedereen is gegund. Sommigen kunnen alleen nadenken op hun eigen privaat en lopen op het werk of tijdens de vakantie met ingehouden gedachten. Heel schadelijk. Anderen hebben angst dat er ook maar iets van de geestrijke gedachten bij derden terecht komt. Een heel arsenaal aan verhullende geuren begeleiden het private moment. In Japan schijnt er muziek te zijn om het surplus aan decibels te onderdrukken. Of men laat continu de spoeling doorlopen. Ik lees graag de spreuken en probeer af toe een nieuwe te maken. Meestal verdwijnt mijn genialiteit op dit gebied zodra de deur weer opengaat en dat dan weer ontlastend voor mijn sociale omgeving. Je moet er toch niet aan denken dat ik naast de fysieke omgeving van het privaat, ook die gedachten prijs geef.

Eerder in deze serie verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

5. ARNHEMSE LUCHTEN

6. PIPPA DE HOND IS ZEN

7. STILLEVEN

8. BITES VAN HUISELIJKHEID

9. LEVE DE HERFST

9. LEVE DE HERFST uit de serie de kabbelende 100

Wanneer is het nu herfst? Het meest voor de hand liggende antwoord is wanneer de zomer is afgelopen. Als de blaadjes dus vallen en wanneer bij de melancholieke mens de gemoedstoestand richting een dieptepunt gaat. De nachten worden kouder, de dagen korter en de geneugten van een extra deken zorgen ervoor dat je ’s morgens minder fijn uit bed komt. Bovendien, alsof het niet erg genoeg is, komen de feestdagen eraan, die het toch al niet aangename perspectief van doodgaan en afsterven nog eens extra benadrukken. Kortom we zitten diep in de herfst is mijn conclusie. Van een Indian Summer was helaas geen sprake om het sombere gevoelen te kunnen verstoppen. En tegenwoordig constateer ik dat ook paddestoelen geen houvast zijn voor een goed seizoensgevoel, want ik heb ze her en der al in augustus gezien. Maar zonder dieptepunten geen hoogtepunten zeggen ze wel eens. We dragen ook deze herfst manmoedig.

2013-11-20 13.43.18

We vegen alle bewijsstukken van de herfst weg uit de tuin en zien dat er ook nog heel veel van de bomen en struiken moet vallen. Dus meerdere keren per week snel even met de bezem het terras schoonvegen. Onderwijl vraag ik me af waarom de Voorzienigheid niet gezorgd heeft voor één dag waarop al het blad er ineens af is. Het is dan even doorwerken, dat wel, maar het voorkomt de stroperigheid van wekenlang vallende blaadjes. Echter dat laatste zal wel voor de minder flexibelen van geest zijn, opdat zij kunnen wennen aan de verandering van atmosfeer. Zelf prijs ik me gelukkig zeer snel te kunnen anticiperen op veranderingen, dus die slopende afbraak van tuin en natuur kan wat mij betreft gestolen worden. Ik heb het echter niet voor het zeggen, dus tussen de bedrijven door snel even vegen. Straks vergaat me de lust waarschijnlijk als de zoveelste geplande herfstige regenbui op ons neervalt. Koud, nat en waarschijnlijk met veel wind, want zo zijn die buien in het najaar, leer mij het grijze seizoen kennen. Tijdens het vegen moet ik aan Vivaldi denken. Zou hij bij het componeren van zijn ‘Jaargetijden’ ook zo’n dubbel gevoel hebben gehad bij de herfst. Ik denk het wel. Straks maar eens even opzetten, misschien dat ik dan de vraag kan beantwoorden wanneer het echt herfst is. Maar volgens mij weet ik het wel: Het is echt herfst, wanneer je niet meer met blaadjes kan schrijven door de onvoorspelbare wind en een onstuimige hond.

Eerder in deze serie verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

5. ARNHEMSE LUCHTEN

6. PIPPA DE HOND IS ZEN

7. STILLEVEN

8. BITES VAN HUISELIJKHEID

TOPTWEET De duistere wereld van de bitcoin

Heeft u ze al in de knip? Natuurlijk niet want het is elektronisch geld. Tot enkele maanden geleden had ik nog nooit van bitcoins gehoord. Ik mag me gelukkig prijzen dat mijn zoons actueler in het leven staan. Van hun zakgeld hebben ze een paar honderdsten van een bitcoin gekocht. Ze hebben €2,50 hebben uitgegeven. Echt zorgen maken voor onverantwoorde uitgaven hoef ik niet. Mijn oudste had onlangs een financieel voordeeltje en overwoog voor 200 dollar een heuse bitcoin te kopen. Hij heeft het niet gedaan. De echte geneugten van het leven drongen zich op, andere uitgaven werden gedaan die meer passen bij een volwassen tiener. Maar hij heeft nu spijt als haren op zijn hoofd, want de prijs voor een bitcoin is in enkele weken al bijna verviervoudigd. In de tijd dat ik dit blogje schreef is er weer veertig dollar bijgekomen.

De bitcoin, hij was vanavond even op het journaal en de piratenpartij heeft een bijdrage geleverd aan giro 555 in de vorm van bitcoins.

bitcoins eind

De meesten van u weten waarschijnlijk nog niet zoveel, of ik ben een dolende ziel die het niet meer begrijpt. Bitcoins zijn een betaalmiddel sinds enkele jaren dat sinds enige tijd behoorlijk aan speculatie onderhavig. Op dit moment is de bitcoin zelfs booming. Mijn zoons volgen het nieuws en ik hoor dus van spectaculaire stijgingen, maar ook diepe dalen. Bij stijging speculeren mijn zoons dat er ergens een grote cokedeal is geweest, die de waarde van de bitcoin doet stijgen. Ook als de Chinezen opstaan, lijkt de prijs van dit betaalmiddel omhoog te schieten. Aziaten houden spreekwoordelijk wel van een gokje, China blijkt geen uitzondering. Enkele jaren terug kon je een bitcoin voor enkele centen kopen. Er zijn verhalen bekend dat een student voor zijn afstudeerproject voor honderd euro heeft aangekocht, afstudeerde en niet meer aan zijn verborgen schat heeft gedacht, tot voor kort. Hij is binnen op zijn 25e levensjaar.

Zou ik het hebben gedurfd als ik nu voor vijftig euro iets soortgelijks zou aantreffen? Ik denk het niet, want ik zou meteen aan oplichting denken. Toch is het raar dat je op je 47e eigenlijk al denkt: ‘Geef mij portie maar aan fikkie, het zal mijn tijd wel duren.’ Maar als ik op mijn 45e actie had ondernomen, was ik nu binnen geweest. Ik blijf voorlopig dus gewoon loonslaaf en luister naar het nieuws dat de verschillende overheden zich druk maken over de impact van het nieuwe betaalmiddel. Het staat immers niet onder controle staat van die overheden. Je thuiszorg maaltijden kun je er al mee betalen, in Amerika zijn de eerste huizen ermee betaald en vanavond zag ik dus dat de Piratenpartij heeft gestort op giro 555. Die jongens zullen het beter begrijpen dan ik. Mijn eigen jongens doen dat trouwens ook. En als u het fijne achter de bitcoin ook niet snapt, dan nog maar even Wikipedia. Succes.

Eerdere TOPTWEETS

Straatvegers logica van een lokale bestuurder

Harde wetenschap via VVD kamerlid Jeanine Hennis

TOPTWEET Stratenvegers logica van lokale bestuurder

En dan zien we het licht. De gymnasiasten onder ons zouden mogelijk Eureka roepen, de cijferfetisjisten een zucht van verlichting slaan, maar politici, zelfs blijkbaar ter linkerzijde van het politieke spectrum, zien vooral de rechtvaardiging van logisch beleid. Op twitter las ik het volgende tweetje van Maurice Hengeveld. Ik was niet de enige die het was opgevallen, want er waren al een aantal ‘retweets’.

Toptweet 2 straatvger 2

We moeten bezuinigen omdat er crisis op crisis over de wereld dwarrelt. Op zeker moment moet de overheid de hand op de knip doen, want uiteraard moet het huishoudboekje kloppen; zullen banken gered moeten worden en zullen de jongens en meisjes van de Quote 500 vooral rijker moeten worden. Dus is het logisch dat allerhande publieke taken, bij voorkeur van de laagst betaalden gesanneerd worden. We zien het al een tijdje bij de thuiszorgers, dat MEER MET MINDER MOET. Op de tekentafel weten bedrijfsvoerders van allerhande pluimage ook hoe de hulpverlening in elkaar zit en brengt dat in hapklare brokken aan de man als zijnde een EFFICIËNTIE -SLAG.

straatveger de tweetVandaag via twitter dus ook het sneue verhaal van een straatveger in Den Haag. Als dit de manier van werken is, dan geloof ik dat de oplossing nabij is. We ontslaan alle mensen in de publieke sector, onderwijzers, verpleegkundigen, politie-agenten en ……. o ja, ambtenaren, wethouders en overige politieke bestuurders. Ze krijgen een paar maanden ‘vakantie’ en mogen bij wijze van arbeidsintegratie hun ‘oude’ werk voor minder doen. Ze voorkomen hiermee te kijk gezet te worden als profiteur of lamzak (misschien dat bestuurders voor het eerst voeling houden met wat er onder het volk leeft). En als er niet genoeg bezuinigt is, herhalen we dit proces gewoon een aantal maal.

Bij mij gaat dan echt even het licht uit.

Andere TOPTWEETS:

Harde wetenschap via VVD kamerlid Jeanine Hennis

8.BITES VAN HUISELIJKHEID uit de serie de kabbelende 100

Huiselijkheid kent geen tijd, maar een potje Halma aan tafel onder de lamp die door moeder ontstoken werd, is voor mij geschiedenis, compleet voltooid verleden tijd. Ook samen met je familie op zaterdagavond, gewassen en in de pyjama, met een bakje chips en een glaasje prik naar “Hamelen” kijken; of de Willem Ruis Show, gaf een huiselijk gevoel. Dat heb ik wel gekend, maar is ook al 35 jaar geleden. Je kon meepraten op school, je werk of met de buurvrouw. We keken immers in grote getale, allemaal samen apart in je eigen veilige omgeving. Huiselijkheid kon je namelijk delen. Maar tegenwoordig is de homogeniteit er niet meer. Individualisering, hedonisme zo u wilt, heeft ruimte gemaakt voor eigen invulling van het leven. Maar immer nog is huiselijkheid in vele gedachten een gewaardeerde entiteit. Maar wat is het nu: ‘Eigen haard, goud waard’ of ‘Home is where the heart is’ ?

20131113_192945

Er zijn mensen die beweren dat de evolutie van de techniek lichtjaren verder is dan de emotionele ontwikkeling van de mens. In een sombere bui denk ik dat we een grote verzameling autisten zijn geworden om onszelf in de vluchtigheid van het dagelijkse leven nog op de been te houden. Het aantal keuzemomenten en de oneindige hoeveelheid prikkels die een mens te verduren heeft, past niet bij zijn gevoelsleven. Ik heb er eens een onwetenschappelijk relaas over geschreven. Misschien sombermakend, maar nu verkeer ik eerder in een verbaasde stemming. Zittend achter mijn PC, verwonder ik me over de grote wereld die tot me komt. De dorpsomroeper hebben we niet meer nodig voor nieuws, radio en tv leveren slechts een achterhoede gevecht als het gaat om kennisverwerving. Tegenwoordig komt alles via satelliet en bites. En als ik alles zeg, dan bedoel ik ook alles. Nieuws over de Filipijnen, een misstap van de Amerikaanse president, de agenda van de plaatselijke muziekvereniging, politieke meningen, maar ook films, muziek of porno in alle soorten en maten. Het kan allemaal via dat ene kastje binnenkomen, in de huiskamer, of in mijn geval werkkamer. Niet dat ik enig technisch benul heb, integendeel. Van elektriciteit heb ik al geen weet, hoewel dat er eerder was dan mijn grootouders geboren waren. Mijn wereld komt wel binnen via een adapter op het elektriciteitsnet. Een groot wonder, maar daarmee zitten we toch allemaal in principe weer op één golflengte al we willen. Dat is toch ook best weer heel huiselijk.

Eerder in deze serie verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

5. ARNHEMSE LUCHTEN

6. PIPPA DE HOND IS ZEN

7. STILLEVEN

De kakelkrant van Sprakeloos 70: Het geluk van Nederland

Het geluk van Nederland is niet meer. De economische malaise ettert als een veenbrand aan de fundamenten van de samenleving, maar Nederland was gelukkig. Sinds 2002 hebben we amper nog een serieus te nemen regering gehad, maar Nederland was gelukkig. Twee politieke moorden, sinds Willem van Oranje niet meer gebeurd, maar Nederland was gelukkig. Geen land ter wereld, behoudens Israël en naar we nu weten ook de Verenigde Staten, zet zoveel spionage in op de eigen bevolking, maar het geluk in de Nederlandse samenleving kon niet op. Wij kennen in Nederland geen corruptie zeggen we, maar daar tegenover hebben we een bureaucratie in de publieke sector weten te ontwikkelen die zijn weerga niet kent. Wachtlijsten in de zorg, jeugdigen kunnen niet naar school en hulpbehoevende oude-van-dagen hebben pyjamadagen, als ze al uit hun poep worden gehaald, maar steevast weet de media ons te verblijden met de mededeling dat we een gelukkig en blijmoedig volkje zijn. Terwijl we ons nog immer presenteren als een tolerante open samenleving weten ze in het buitenland inmiddels beter. Onder aanvoering van Mr. Super NL promotor, de heer Wilders, fronst menig buitenlander zorgelijk de wenkbrauwen bij het aanhoren van de benepenheid en xenofobie waarmee we onszelf opnieuw dachten te moeten uitvinden. Kinderen zitten in vreemdelingenbewaring, illegaliteit wordt strafbaar, maar hulp, alternatieven of een gedegen beleid bleef uit. We keken de andere kant uit en waanden ons nog immer gelukkig.

Wie zal het boek gaan schrijven, Het geluk van Nederland?

                                                                                                                                                                                                  De krant zegt het immers, we staan altijd bovenaan in de lijstjes van gelukkigen als het gaat om welvaart en welzijn. Soms moesten we een Scandinavisch land boven ons dulden, maar die hebben last van lange donkere koude winters. Eigenlijk kunnen die Vikingen daarom niet echt gelukkig zijn wisten we in ons hart. Met name de jeugd in Nederland was extreem gelukkig. En als er al eens een wanklank te horen was, betrof het een algemeen gevoel van onbehagen over de ander. Vanuit het hedonistisch perspectief wisten de onderzoekers blijkbaar altijd de gelukkigen te ondervragen. Misschien kwamen ze allemaal uit Wassenaar, of werden de gymnasiasten op de verschillende witte scholen aan een verhoor onderworpen. Mogelijk waren de onderzoeken helemaal niet zo a-select of in het ergste geval werden de uitkomsten gemanipuleerd door, ja door wie? We moesten immers gelukkig zijn, want dat zorgt ervoor dat we niet hoeven te kijken naar de oorzaken van de economische problemen; dat we geen oordeel hoefden te vormen over het wanbeleid van onze respectievelijke regeringen; dat we schamperden over de vermeende wachtlijsten als een luxeprobleem; dat professionals op de verschillende gebieden die hun zorgen uitte slechts dissonante droefsnoeten zijn; dat de acties van Wilders weliswaar onfatsoenlijk worden bevonden, maar niet meer dan een rimpeling op een smetteloos en gelukkig Nederlands blazoen; dat de Vogelaarwijken met en zonder allochtonen uitzonderingen zijn; dat die tokkies en kut-marokkanen ook maar beter bij elkaar kunnen wonen in hun eigen getto zodat we zonder problemen gelukkig de andere kant op mogen kijken. Kortom, we waren domweg gelukkig.

                                                                                                                                                                        Vandaag komt de aap uit de mouw. We schijnen in Europa het meest depressief te zijn. Nu durf ik te stellen dat het gelukkigst zijn in sterk contrast staat met het meest depressieve volkje in Europa. Of het eerst is gelul, of de wetenschap dat we eigenlijk vrij ongelukkig zijn met zijn allen. Zelf heb ik altijd getwijfeld aan de opgesmukte euforie over ons vermeende geluk. Ik zag het niet in mijn dagelijkse leven, integendeel. We zijn een behoorlijk lomp volkje dat met tijden behoorlijk last heeft van elkaar en om de meest stompzinnige zaken discussies aanzwengelt om de ander de zwarte piet toe te spelen. Inderdaad, om ons blazoen te verschonen heeft de Amsterdamse grachtengordel besloten om één van de weinige ongecompliceerde feesten te bezoedelen met een racismeprobleem. Ja daar word je niet gelukkig van. Het is slechts een voorbeeld.

2013-11-06 18.53.16

De bel gaat, twee meisjes van 9, misschien 10 jaar kijken me verwachtingsvol aan. Heel netjes vertellen ze een verhaal dat ze kaarten hebben gemaakt en dat de opbrengst naar het bejaardenhuis in het nabij gelegen Zevenaar gaat voor uitjes en ontspanning. De kaarten kosten maar één euro! Ik schraap het beperkte kleingeld dat we tegenwoordig in huis hebben bij elkaar en koop twee kaarten van de dames. Verheugd lopen ze verder om elders hun geluk te beproeven.

7. STILLEVEN uit de serie de kabbelende 100

Als je er oog voor hebt is je eigen woonomgeving een groot museum. Het stikt van de stillevens in alle soorten en maten. Deze ochtend had ik er in een keer oog voor. Eén blik was voldoende om twee klassieke stillevens te pakken. Misschien is dat wat overdreven meteen, maar het is niet anders. Bloemen in een vaas of fruit in een schaal is het absolute toppunt van stilleven weet ik met mijn beperkte kunstkennis. Ik weet dat ook vissen en zelfs rottingsprocessen als stilleven worden gemarkeerd. Maar dat heb ik niet thuis en als ik het thuis zou hebben, zal het zeker niet in de openbaarheid worden gebracht. Ik concentreer me op bloemen en fruit en constateer dat de bloemen er nog netjes bij staan al ga ik daar verder niet over. Hedenmiddag moet ik de fruitschaal wel even aanvullen. Vanavond is er dus al weer een ander stilleven.

2013-11-06 11.03.43

Een raar woord is dat eigenlijk ‘stilleven’ als je er goed bij nadenkt. Met het stille kan ik nog wel leven – excuseer me voor de woordgrap – maar het woord leven is toch raar. Veel stillevens zijn gewoon ‘dode’ dingen waar weinig leven in zit. Of zou het de achterliggende gedachte moeten zijn van de dode objecten die de toeschouwer aan het denken moet zetten? Bij een schaal met fruit moet ik zoeken of er een appel op ligt en dat zou een verwijzing zijn naar het ‘stout zijn van Eva’? Bij de bloemen is mogelijk een grote florakennis vereist waardoor de diepgang is te ontmantelen? Dan zal ik maar niet gaan nadenken over een fles wijn, vissen of de schoenen van Jopie Huisman om maar eens een dwarsstraat te noemen. Het verstilde moet tot leven komen, iets anders kan ik niet bedenken. Nu, bij het maken van de foto kan ik weinig diepgang met u delen. Mijn stilleven van deze ochtend zegt hoegenaamd niets over mijn zielenroerselen. Desgevraagd kan ik u mededelen dat ik alleen thuis was. Normaliter heb ik geen radio aan en de hond sliep rustig op de bank. Het was stil en met uitzondering van mezelf was er geen leven. Misschien als ik later groot ben en er is nog tijd na mijn arbeidzame leven, ga ik me toeleggen op de schilderkunst. Lekker verstild doorleven met het kliederen van ‘dode dingen’ op het doek. Misschien komt daar de term wel vandaan, bezigheidstherapie voor pensionado’s: Still-leven.

Eerder in deze serie verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

5. ARNHEMSE LUCHTEN

6. PIPPA DE HOND IS ZEN

6. PIPPA DE HOND IS ZEN uit de serie de kabbelende 100

Waarom nemen mensen een hond? Ik kan 101 antwoorden bedenken, en belangrijker, 101 redenen om het niet te doen. Ik ben opgevoed dat een hond vies is, stinkt, kwijlt en overal in zit te wroeten. Bovendien snuffelen ze aan je kruis en als je je ergernis nadrukkelijk kenbaar maakt, zien ze dat ook nog als spelen. Bij binnenkomst van mensen die bang zijn voor honden, gaan honden extra hun best gaat doen om de bangerikken te begroeten en hen welkom te heten in de roedel. Kortom het tij zat niet mee om een echte hondevriend te worden. Dus de vraag is gerechtvaardigd, waarom heb ik een hond? Want af en toe stinkt ze, snuffelt ze aan vieze zaakjes en hondedrollen zijn objectief gezien best smerig, maar verder is ze best lief. Eén moment van onachtzaamheid heeft mij doen besluiten om niet langer tegen een hond in huis te zijn.

zwarte piet

Als zo’n lief, dottig puppy groot wordt, ga je je er toch aan hechten. Jouw hond stinkt natuurlijk niet, het is een nette Victoriaanse dame die niet aan je intieme delen gaat snuffelen en bovendien absoluut niet dominant, wel enthousiast en behaagziek. Bovenal brengt ze veel harmonie met zich mee. De hond laat wel van zich horen als ze iets moet, eten, drinken of wanneer de peristaltiek zich aankondigt. Het brengt ritme, maar vooral harmonie, tenminste in ons huis. Nog nimmer een wanklank gehoord over het uitlaten, weer of geen weer. We hebben dan ook een heel bijzondere hond. Volgens mij is het qua ziel een kruising tussen een boeddhistische monnik en de onbevangenheid van Zwarte Piet, al is dat tegenwoordig besmet. In werkelijkheid is haar moeder een blonde Golden Retriever en vader een zwarte Koningspoedel. Een nieuw ras in de maak, de Golden Doodle. Ze is echter pikzwart. Ze was het laatste uit het nestje, dus eigenlijk hadden we geen keus meer. Maar de dankbaarheid dat we haar toch genomen hebben, betaald zich dagelijks uit. Ze straalt ZEN uit, ze is ZEN, kortom een soort Dalai Lama van het Dierenrijk. Dat hebben wij in huis. Ik ben niet zo’n voorstander van het toedichten van menselijke eigenschappen aan dieren, vandaar mij hartgrondige hekel aan de Partij voor de Dieren, dat riekt naar fundamentalisme. Echter met Goddelijke eigenschappen is dat toch wezenlijk anders natuurlijk, dus een klein blogje over onze behaagzieke ZEN-hond mag best wel. Ze heet Pippa De Hond met kapitalen.

Eerder verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME

5. ARNHEMSE LUCHTEN

Zomerschoenen

Licht gebogen kijkt de man naar beneden en vraagt zich vertwijfeld af:

– ,,Zijn ze nu rood, of toch rosse?”

Twintig minuten ervoor was hij in de hem vertrouwde winkel binnengelopen. De man moest een nieuw paar hebben. Zijn vrouw had hem op het hart gedrukt rekening te houden met de zomervakantie. Ze bedoelde dat de nieuwe schoenen ook onder een korte broek moesten passen. Logisch, ook hij vindt het onesthetisch dat de wereldgemeenschap getuige moet zijn van blote benen in degelijke mannenschoenen. Gemakshalve gaat de man er vanuit dat zijn harige benen wel toonbaar zijn. Trouwens, een overbodig verzoek van zijn vrouw, in jaren heeft hij geen degelijke zwarte of bruine stappers gekocht.

– ,,Typische vrouwelijke controlezucht.”

Zijn aankoop van nieuwe schoenen is een welbeproefd procedé. Hij stapt de winkel binnen en gaat naar het rek met maat 45. Op het eerste oog pakt hij een paar geschikte, niet te dure schoenen. Binnen tien minuten staat hij weer buiten met de nieuwe schoenen aan. Hij heeft hiervoor geen vrouw nodig. Altijd zijn het sportieve schoenen, soms blauw, een andere keer met een eigenwijs streepje of een nutteloos versiersel. De laatste keer had hij felrode schoenen gekocht. Een fijn stel en de man mocht diverse complimenten in ontvangst nemen, sommige gemeend, andere met een spottende ondertoon. Het kan hem weinig schelen. Hij is niet modebewust, integendeel. Zelf oordeelt hij over zijn verschijning als weinig opvallend, gewoon een veertiger met overgewicht, meestal met een spijkerbroek en een overhemd, uiteraard door zijn vrouw gekocht via internet. Hij heeft een hekel aan kledingzaken, maar snel even een schoenenwinkel binnenlopen is geen probleem. Bovendien voedt zo’n blitzbezoek zijn afkeer voor de nette schoen van de zakenman of de onopvallende bruine gevallen die ambtenaren vaak dragen. Het allerergste zijn de ‘ballenschoenen’.

– ,,Later als ik groot ben, zoek ik wel uit waar die afkeer vandaan komt.”

Op dit moment heeft de man een ander probleem. In de winkel was hij overtuigd rode schoenen te hebben aangeschaft. Na de goede ervaringen met de vorige, kocht hij wederom rode schoenen, nu geen suède, maar canvas, voor de zomer. Hij was gevallen voor de rode zool. Op de terugweg naar zijn werk, hij had immers de lunchpauze gebruikt voor dit onbeduidende, maar noodzakelijke karweitje, viel het hem op dat mensen naar hem keken. In het volle zonlicht observeerde hij zijn zomerschoenen nog eens goed.

– ,,Ze lijken wel rosse.”

Twee middelbare dames onderbreken hun geanimeerde gesprek en houden de pas even in.

– ,,Mooie schoenen, mijnheer.”

– ,,Euhh, dank u dames.”

Hij tovert een opgeluchte glimlach op zijn gezicht en besluit dat de schoenen rood zijn, ondanks een passerend groepje bakvissen dat besmuikt giechelt terwijl ze naar hem kijken. Zijn lichtvoetige tred wordt zelfs even zwevend als een mooie mediterrane dame van helft zijn leeftijd een volle lach naar hem toezendt.

– ,,Dit zijn sjansschoenen, rode sjansschoenen,” besluit de man.

Ook als twee gesoigneerde heren hem vriendelijk toeknikken, blijft hij bij zijn beslissing dat het rode sjansschoenen zijn. De collega’s vragen zich af waar zijn goede stemming vandaan komt, maar als ze zijn schoenen zien, weten ze genoeg. ’s Avonds krijgen de zomerschoenen de goedkeuring van zijn vrouw. Ze moest eens weten wat de schoenen teweegbrengen. De man houdt wijselijk zijn mond. Zijn zoon, meestal paraat met een snijdende opmerking over zijn nieuwste aanwinsten, zwijgt gelukkig.

20131102_134027

Enkele dagen later is er een schoolfeest. Zijn zoon wacht het moment af waarop zijn moeder weg is en vraagt tussen de bedrijven door:

– ,,Pap, mag ik je nieuwe schoenen lenen. Ze zijn ontzettend hip.”

Zorgvuldig heeft hij het moment afgewacht en de woorden gewogen. In zijn beleving is het woord hip dat het beste past bij zijn vader. Zijn moeder is er niet om er een stokje voor te steken en met het opzichtige gevlei over de schoenen, is hij zeker van zijn zaak.

– ,,Wees er zuinig op, ze moeten mee voor op vakantie.”

’s Avonds ziet de man zijn rode schoenen weggaan. De drager van zijn sjansschoenen loopt met gepaste trots de deur uit.

– ,,Ik zie je morgenvroeg wel, je hoeft niet op me te wachten vannacht.”

Dat was de man ook niet van plan, hij wenst zijn zoon een fijn feest toe en pesterig zegt hij nog:

– ,,Morgenvroeg? Morgenvroeg zal wel in de middag worden, want de uitdrukking ‘s Avonds de kerel, ‘Morgens de kerel! ken je zeker niet?”

Zijn zoon reageert niet.

De volgende ochtend wordt de man gewekt door galmend gezang van zijn zoon die onder de douche staat. Bij het ontbijt kijkt hij zijn vader triomfantelijk aan met een blik die zegt ‘Hier staat de kerel!’. Tijdens de ochtendkoffie en de broodjes, kondigt het ochtendzonnetje aan dat hij een afspraak heeft om te gaan fietsen die middag. De man en zijn vrouw kijken elkaar zo verbaasd aan dat zoonlief begrijpt dat dit enige toelichting vereist.

– ,,Ik ga fietsen met Sarah, van school, je weet wel.”- ,,Oh, Sarah van school……?”

De man kent geen Sarah van school. Hij gaat ervan uit dat zijn vrouw meer weet. De sportieve instelling van zijn zoon daarentegen bevreemdt hem des temeer. Maar het vraagstuk is snel opgelost als andermaal gevraagd wordt zijn rode zomerschoenen beschikbaar te stellen. Voor zijn vrouw kan reageren, werpt hij haar een strenge blik toe en zegt tegen zijn zoon dat het goed is. De man beseft dat hij geen prille liefde in de weg mag staan, zeker niet die van zijn zoon met ‘Sarah van school’. Zijn vrouw weet hij te overtuigen dat de blauwe schoenen van vorig jaar nog wel kunnen en dat hun zoon voorzichtig is met zijn nieuwste aanwinst. Ondertussen heeft hij zich verzoend dat hij zijn zomerschoenen voorlopig niet zal dragen. Zoiets voelen vaders aan, zeker bij zoons met rode schoenen

– ,,Komt Sarah ook hier?” vraagt zijn vrouw nieuwsgierig.

– ,,Nee, want jullie doen dan altijd zo stom.’

Het gezicht van zijn zoon kleurt bijna net zo rood als de schoenen, maar de beslissing zijn ouders niet voor te stellen aan ‘Sarah van school’ is definitief.

20131102_133850

Die zomer gaan de rode zomerschoenen gewoon mee op vakantie al zitten ze niet aan de voeten van de man. Lopend door de straten van het Portugese vakantieplaatsje ziet hij zijn zoon op de rode schoenen lopen, een aantal meters achter hen aan. De arme jongen probeert zijn gevoel ergens anders te willen zijn, te onderdrukken. Hij fleurt helemaal op als ‘Sarah van school’ weer apt of sms’t. Hij kan niet wachten totdat hij met de rode schoenen weer fietstochtjes kan maken.

De man moet eerlijk toegeven, de schoenen zien er nog heel netjes uit, amper bezoedeld ondanks de vele fietstochtjes.

Inmiddels heeft de man nieuwe schoenen, voor de winter. Een soort bergschoenen, blauw met een geel stiksel. Zijn rode schoenen zijn naar school en op het eind van de week gaan ze op kamp. Ter kennismaking wordt het schooljaar opgeleukt met een survivalweekend in de Ardennen.

Overbodig verzoekt de man voorzichtig te zijn met ‘zijn’ rode schoenen als hij zijn zoon wegbrengt voor het weekend. In de verte vangt de man een blik op van ‘Sarah van school’ hoewel ze nog steeds geen kennis hebben gemaakt. Per ongeluk had hij zijn rode schoenen die zomer een keer zien fietsen. Achterop de fiets zat een beeldschoon meisje met opvallend lang kastanjebruin haar. Ze viel op, ook in de grote massa. Tevreden kijkt hij naar het stoere gezicht van zijn zoon en dan naar de rode zomerschoenen. Ze passen hem ook beter.

– ,,Ik zie je over een paar dagen, dan haal ik je op.”

20131102_134113

Op zondagavond staat hij bij school, onopvallend zoals zijn zoon dat wenst. Als de bus arriveert, stappen jongens en meisjes uit de bus. Ze overschreeuwen hun vermoeidheid om te tonen hoe leuk het is geweest. Zijn zoon is aan het dollen met andere jongens, terwijl ze hun bagage uit de bus pakken. Geen Sarah van school te zien in de buurt van zijn zoon.

Terwijl de man helpt de rugzak in de kofferbak te doen, kan hij zich niet inhouden.

– ”Waar is Sarah?’

Hij stelt de vraag zachtjes om zijn zoon niet voor gek te zetten. Die kijkt hem even gepijnigd aan, heel even maar.

,,Sarah wie? Ik ken helemaal geen Sarah.”

Hij neemt luidruchtig afscheid van zijn vrienden voordat hij de auto instapt. Op dat moment kan hij toegeven aan zijn vermoeidheid en zwijgt de rit naar huis, een zeer begrijpelijk zwijgen. De man stelt dan ook geen vragen. Even voor ze thuis zijn zegt de zoon:

– ,,Sorry pa, maar je schoenen waren de eerste dag al helemaal nat en onder de modder. Ik had bovendien nieuwe blauwe sokken aan en die hebben afgegeven. Ik heb de schoenen maar achtergelaten. Je kon ze niet meer aandoen. Sorry.”

Even is de man stil, heel even maar en zegt dan:

,,Jammer, maar als het op is, dan is het op. Trouwens de zomer is toch ten einde.”

5. ARNHEMSE LUCHTEN uit de serie de kabbelende 100

En dan kom je uit je werk, de afstand naar het station is niet voldoende om mijn werkbalast van die dag van me af te gooien. Waarom bestaat er eigenlijk niet een cooling down voor werksituaties en dan in de baas zijn tijd natuurlijk. De cooling down van ’s avonds languit op de bank liggen is natuurlijk gesneden koek. Maar echt in mezelf gekeerd ben ik echter ook weer niet niet, blijkt uit de opmerkzaamheid mijn omgeving waar te nemen. De hele dag had het gestormd, al mochten we in het oosten des lands amper meepraten vergeleken met de windsnelheden langs de kust. Toch leverde het een pracht van een foto op. Tenminste ik was zelf lyrisch over de ondergaande zon in de razende wolkpartijen waarbij de aanstormende donkere woestenij nog even wordt tegengehouden door het laatste zonlicht van de dag. De herfst dient zich definitief aan, de zomer heeft uiteindelijk verloren.

wind en zon

De lucht doet me vooral denken aan het gedicht van Liselore Gerritsen dat wij passend vonden toen onze oudste zoon werd geboren. We plaatsten enkele regels ervan op het geboortekaartje.

oktoberkind oktoberkind

opdat je niet vergeet

de allerlaatste zoete braam

is de eerste die jij eet

een laatste warme zonnestraal

verwarmd jou eerste dag

en een laatste zwaluw die vertrekt

is de eerste die jij zag

dat is waarom een oktoberkind

niet geloofd in laatste dingen

’t zal een herfstdag als een lentedag bezingen

De aanstormende herfst maakt mij op zijn zacht gezegd melancholisch, waarbij de seizoensgebonden dip altijd op de loer ligt. Ik ben dan ook geboren in mei, dat verklaard voldoende. Maar met de schoonheid van dit natuurgeweld en met de herinnering aan het optimisme van het oktoberkind, zal ik me er wel door heen slaan, de aankomende donkere maanden. Want als zelfs de lucht boven Arnhem zo mooi kan kleuren, dan moet het wel goed komen. De foto is gemaakt op het mooiste plekje van Arnhem zoals insiders zullen herkennen, aan de Sonsbeekzijde van het station. Hier vertrekt de trein naar Nijmegen, beter is er niet in de Gelderse hoofdstad. Ik mijmer in stilte hoe mooi de lucht op dat moment zou zijn met zicht op de Waal en Sint Stevenstoren. De kwestie is derhalve: Arnhemse luchten of het Arnhemse niet luchten. Dan komt de forens in mij naar boven, ik wandel naar het perron, want Arnhemse luchten of niet, de trein vertrekt ook zonder mij.

Eerder verschenen:

1. KNIPBEURT

2. PEURNO AAN DE MUUR

3. HET BRILLENPERSPECTIEF

4. CANDY CRUSH CALVINISME