Das Loch von Plagwitz

Aankomen op het station in Leipzig is al een toeristische ervaring. Groot, oud van oorsprong en modern aangepast. We konden Berlijn achter ons laten en verwerken in een treinreis van 5 kwartier. De conclusie, Berlijn is enerverend, dynamisch en heeft ontzettend veel te bieden. Berlijn is ook energieverslindend en we vragen ons af of het wel op alle vlakken goed gaat op termijn met de stad. De problemen van de hele wereld lijken zich samen te pakken in het klein. En zelf heb ik me altijd al afgevraagd waarom het zwerversprobleem in Duitsland zo nadrukkelijk aanwezig is, maar het lijkt per bezoek aan Berlijn wel erger te worden. Ze “schaffen es blijkbaar niet helemaal”. Nu wil ik geen pleidooi houden voor het moet ‘netjes zijn voor de toerist’ in tegendeel, maar je vraagt je toch af, is er niet ergens een gezamenlijk verantwoordelijkheid? Maar goed, ook in Nederland kan het altijd beter.

Goed Leipzig dus, een nieuwe start en episode in onze vakantie en het was een hele aangename verrassing. Mooie gebouwen, mooie museums en vooral ook rustig. Het was niet jachtig, lawaaiig en na Berlijn mogelijk wel wat braaf, maar best levendig. Misschien hadden we dat nodig. Navraag bij het thuisfront leerde dat er ook een ‘hippe’ straat was in Leipzig, de Karl-Heine Straße. Een korte zoektocht leerde dat dit in de wijk Plagwitz lag. Ik kwam een prachtige documentaire tegen uit 1989 een paar dagen voor de Wende, waarin de vraag werd gesteld of Plagwitz nog te redden was? Of eigenlijk of Leipzig nog te redden is. Het antwoord in 2023 is duidelijk, ja dus. Een aanrader deze documentair! Het is een hele hippe wijk geworden met een heus boekje over de geschiedenis en om een wandeling te maken. Dat hebben we gedaan op onze laatste dag.

De Karl-Heine Straße en daarmee Plagwitz heeft iets weg van de Plenslauerberg in Berlijn. Er is, zoals ook in Nederland  in grote steden, maar ook in Berlijn en andere steden in Europa, sprake van gentrificatie. Het is herkenbaar en zichtbaar. In Plagwitz is de renovatie dan ook nog lang niet klaar zoals onderstaande foto laat zien.

Nu zou ik willen zeggen………. en toen werd het zwart, helemaal zwart. Alsof een mooie spannende sociale roman in Plagwitz gaat beginnen. Maar zo was het niet. Ik werd hardhandig geconfronteerd met de nog niet volledige renovatie van de wijk. Kijkend in mijn boekje, naar de gebouwen of anderszins, in ieder geval niet alert genoeg, zag ik een gat bij de bushalte niet. Het Loch van Plagwitz zullen we maar zeggen, om het blogje maar een mooie titel mee te geven. De vakantie dreigde een monsterlijke afloop te krijgen.

Geen zwart gat, maar een dubbel geknikte enkel en een geschaafde knie. Met behulp van Eega en een vriendelijke jonge dame die bij de bushalte kon ik op een muurtje gaan zitten, waar Eega zag dat mijn enkel zienderogen groeide. Met de enkel, groeide ook de lijst met vragen ‘wat nu’. We vroegen het de jonge dame gevraagd die heel logisch antwoord gaf: 112. Dat leek ons een zwaar middel, maar we hadden geen alternatieven, geen auto bij de hand en wisten ook niet iets anders te bedenken. Zij belde ‘einz-einz-zwei’ en vijf minuten later arriveerde een Rettingswagen, weer vijf minuten later werden de eerste onderzoeken gedaan door het ambulancepersoneel. Ik besefte dat een leuke wandelverslag ten einde zou zijn, dus we gooien het maar over een andere boeg, terwijl boven mij de loeiende sirene zijn werk deed om ons naar het Diakonissen Krankenhaus te brengen. Ik zat in de gezondheidsprotocollen van de zorg in Duitsland.

Dus waar de wandeling eindigde, roeptoeter ik nu alle mogelijke hulde aan het personeel van de eerste hulp, dat keihard moesten werken, zoals overal in de zorg, om zich te buigen over ongelukjes en ongelukken van die dag. Maar belangrijker nog, wat ben ik blij dat we toch wel heel veel bereikt hebben in Europa. Buiten de gezondheidsprotocollen, hoefde ik met nergens zorgen over te maken. Zodra ik mijn paspoort kon tonen, zou alles in orde komen werd mij verzekerd. Toen na ruim twee uur vastgesteld werd dat er niets gebroken was, kreeg ik krukken en een brace mee, een pijnstiller die in Nederland al sinds de jaren zeventig in onbruik zijn, maar in de rest van de wereld gewoon gebruikt worden. Ze hielpen goed. Ik zou willen zeggen: ,,Ich bin Europäer!” De wandeling maken we later wel af en misschien zoeken we de mogelijkheid nog wel om de jonge dame te bedanken die netjes bleef wachten totdat de Wanderer werd afgevoerd.

De laatste restjes Berlijn in kunst vervat.

Op weg naar het Brücke Museum. Dit was nog elders bij het Techniek-Museum dat we met onze belangstelling links lieten liggen.

De laatste restjes Berlijn vervat in kunst, bekt wel lekker. Het is alleen wel een beetje bezijden de waarheid. Volgens de trouwe logica zou nu Noordwest Berlijn aan de beurt zijn, maar we hebben niet meteen een duidelijk doel voor ogen. Bovendien wat is Berlijn nu zonder kunst. Zeker nu ik een cursus Inleiding in de kunstgeschiedenis heb afgerond. Kan ik de man spelen die Yentl en De Boer zo typerend bezingen “ik heb een man gekend”. Gisteren gingen we op goed geluk naar het Brücke Museum waar een Poolse kunstenares exposeerde met textielcollages. Malgorzate Mirga-Tas. En eerlijk is eerlijk, ik was onder de indruk van deze kunstenares uit Zakopane.

Werk van de Poolse Malgorzate Mirga-Tas

Voor de laatste dag in Berlijn hebben we overwogen om naar Postdam te gaan. De marketing zegt namelijk Berlijn zonder Potsdam is als Parijs zonder Versailles. Bovendien waren de 18 en 19 augustus de grootste jaarlijkse feesten die dit jaar in het teken stonden van Nederland/Oranje. Buiten de entree van €48,- en ongetwijfeld een hoog verantwoord cultureel aanbod, zagen we er van af. Mogelijk krijgen we spijt maar het leek ook iets weg te hebben van een mix van een braderie en een chiquere versie van de Zwarte Cross.

Het reclemadoek was beter zichtbaar dan het echte

Ook de Tentoonstelling van Klimt trok nog steeds aan ons. Het was niet meer mogelijk om kaarten te bestellen en ik had eigenlijk geen zin om een half uur of langer in de rij te gaan staan. Zo besloten we de laatste volle dag in Berlijn, toch maar in de rij te gaan staan voor Gustav Klimt en twee tijdgenoten Max Lieberman en Frans von Stuck. Alle drie hadden ze gemeen dat ze onderdeel werden van een afgescheiden groep kunstenaars buiten de bestaande orde (een secesion). In Wenen was dat vooral vanuit de Jugendstil, in München het symbolisme en in Berlijn het Impressionisme. Mijn kennis gaat nog niet zo ver dat ik de bewering aan durf dat Klimt de puur en alleen Jugendstil vertegenwoordigd, Frans von Stuck het symbolisme en Lieberman het impressionisme. Wel vond ik het werk van Lieberman, de bekendheid van Gustav Klimt ten spijt, het meest indrukwekkend. Frans von Stuck kende ik eigenlijk niet.

Respectievelijk Klimt, Lieberman en Von Stuck

Het “Alte Nationanal Galerie’ op het Museum Insel is sowieso een heel mooi museum qua collectie en gebouw. Het terugkomen meer dan waard. Toch moet ik ook altijd wel lachen om de hype rondom zo’n extra tentoonstelling. Het is er altijd ontzettend druk, mensen willen voorkruipen want niet in de rij willen staan, zijn boos op suppoosten die de orde bewaken die zij denken te moeten ontregelen en last but nog least, iedereen gaat rond het beeld van de tentoonstelling staan, namelijk Judtih van Gustav Klimt. Om de vijf minuten gaat het waarschuwingsalarm af wanneer iemand er te dicht op staat!

Nu nog even iets gemakkelijks eten in de buurt, keus genoeg. Morgen een lang weekend Leipzig.

Vandaag Zuidoost Berlijn: De Müggelsee.

De Berliner Dom

Een paar kleine tegenvallertjes te verwerken vandaag. Op het einde van de dag hadden we een tijdsslot afgesproken voor het Cold War museum op Unter der Linden. Volgens ons een nieuw museum en het was ook allemaal digitaal en 3-d en up-to-date, flitsend en interactief. De Koude oorlog werd vanuit beide standpunten bekeken werd beloofd. Dat laatste viel wat tegen, maar dat komt waarschijnlijk omdat er in de westerse media meer geschreven en bewaard is gebleven. Verder was het multimediale spektakel een beetje aan de drukke kant. Drie tot vijf filmpjes kijken in een shot. Ik ga daarin niet meer mee, dat lukt me niet op een ontspannen manier. Te oud zullen we maar zeggen. En de informatie vond ik te oppervlakkig of je moest met QR-codes verder onderzoeken misschien. Mogelijk zijn we wat dit onderwerp betreft op een leeftijd dat we het wel weten en niet meer geïnformeerd hoeven te worden. Al met al is de val van de muur al weer ruim dertig jaar geleden. Over tien jaar kunnen veertigers al opa en oma zijn en dan zijn zij van na dè VAL. Voor mij is het als de dag van gisteren. Ik ben van ver voor de VAL. De leeftijd gaat dus hier op meerdere fronten een rol spelen naar nu blijkt. We horen mogelijk niet tot de doelgroep. Wel nog even door het hartje van de stad gelopen en dat is dan toch wel weer indrukwekkend, vooral de Berliner Dom, maar ook het Rode Raadhuis.

Het Rode Raadhuis, waarbij ik me afvraag of ik de schaduw links ben?

Gelukkig hadden we deze dag al een ander uitje gehad in Berlijn. Want ik zie Berlijn soms als een aaneenschakeling van allerlei soorten huiskamertjes. Overal is de sfeer en de entourage anders en toch is het allemaal Berlijn. Vandaag ging de reis naar de wijk Köpenich, in het Zuidoosten van de stad. Hier is het grootste meer (Müggelsee) binnen de grenzen van Berlijn, al hebben we dat meer niet meer kunnen zien. We moesten immers op tijd terug voor de afspraak bij het Cold war museum. Köpenich, kennen jullie dat? Ik vaag, het liedje van de Hauptman van Köpenich die de burgermeester in 1906 heeft gearresteerd en er met de stadskas van door is gegaan. Er is een carnavalsslager van gemaakt en hij kreeg voor zijn daden zelfs een standbeeld. Maar met dat ik liedje hoorde, herkende ik de melodie. Onze Achterhoekse vrienden van Normaal hebben op dezelfde melodie ook een prachtnummer gemaakt. En die wil ik jullie niet onthouden. Van die Duitse Hauptman zoek zelf maar op, denk namelijk niet dat daar veel liefhebbers voor zijn.

Zo komt de geschiedenis weer onverwacht terug in Köpenich. De Hauptman was snel gevonden en het was duidelijk dat het een aardig plaatsje was met een ‘richtige Altstadt’. We vroegen ons hier voor het eerst trouwens serieus af of het verschil tussen oost- en westmentaliteit altijd voelbaar zou blijven. Drie jeugdigen bij het oudste café wisten eigenlijk geen raad wat ze moesten doen met de meerdere koffiedrinkers. Het kan jeugdige desinteresse zijn of de zinnen waren al gericht op het naderende wijnfeest in Köpenich, maar het riekte vooral ook naar gebrek aan klantgerichtheid. Kan zoiets doorgaan op de volgende generatie? Maar dit ter zijde. Ook het zuidoosten van Berlijn was beslecht in deze vakantie.

Slot van Köpenich aan het riviertje de Dahme

En daar is ie dan, de Hauptman van Köpenich

Vandaag Zuidwest Berlijn: De Wannsee

Laat ik eens beginnen met cultuur barbarij. Vandaag heb ik bewust, willens en wetens de kans laten liggen om Nefertiti te ontmoeten. Een mooie dame van 3500 jaar oud heeft niet de kans gehad om mij te ontmoeten. Zo kun je het ook zeggen. Nefertiti een Egyptische schone kan me gestolen worden op een mooie vakantiedag. Nefertiti is ruim 100 jaar geleden gestolen in Egypte en pronkt onrechtmatig in een van de Berlijnse musea. Niet dat dat de reden is haar te negeren. Ik ga het niet fraaier maken, maar ik heb er niets mee. Mijn egaa gaat wel naar het Egyptische museum. Ik bezoek het Duits Historisch Museum een paar honderd meter verderop. Tja de mueumdichtheid is op het Museum Insel ongeëvenaard. Wie niet net zoals ik een cultuurbarbaar wil zijn, verwijs ik naar de navolgende link, jawel over Nefertiti.

Twee exposities in het Duitse museum, waarvan één “Roads (not) Taken interesseerde mij bovenmatig. Oftewel ‘Es hätte auch anders kommen können’ de ondertitel van de expositie. En de laatste 200 jaar heeft Duitsland nogal wat kantelpunten gekend in haar geschiedenis.

Het had ook anders kunnen lopen, een waar woord in de geschiedenis, maar ook in een normaal mensenleven. Ik denk wel eens als ik nu dit of dat niet had gelezen, dan was ik misschien geen liefhebbeer geweest van Simon Carmiggelt. Of als ik die ene bewuste avond in 1990 niet had besloten, ondanks mijn weerstand, toch te gaan stappen, had ik mijn vrouw mogelijk niet gehad. Als ik gewoon naar Nefertiti was gegaan, had ik een heel ander stukje geschreven en had ik Wolf Biermann, de andere expositie in het Museum niet gezien. Een mooi gebouw trouwens dat Duits Historisch Museum, heel modern tussen al die historisch pompeuze gebouwen op het Museum Insel.

Het leven hangt dus van toevalligheden aan elkaar. Het was geen toeval dat ik om half drie mijn vrouw weer tegenkwam, dat was afgesproken en samen gingen we naar de Wannsee, in het zuidwesten van Berlijn. Aldaar was een statige villa die de plek is geweest van de bureaucratische vastlegging van de Holocaust, 20 januari 1942. De vernietiging van Joden in Europa was al gaande, maar op deze plek kwamen alle kopstukken bij elkaar om bureaucratische woorden te geven aan de verschrikkelijke dehumanisering van de mensheid, in het bijzonder de joden. Middels een simpele uitnodiging naar alle kopstukken van het Derde Rijk van Hitler, met een lokkertje van een goed ontbijt, is vastgelegd wat we nu allemaal weten en niet mogen vergeten.

Als ene Adolf nu niet gekund had en de vergadering uitgesteld zou zijn, zou het anders gelopen zijn. We weten het niet. In de literatuur is de vraag al eens gesteld als pappa en mamma Hitler nu eens geen zin hadden gehad op de bewuste avond om elkaar lief te hebben, hoe zou de geschiedenis er dan uit hebben gezien. In ieder geval durf ik dan te stellen dat ik dit stukje niet had geschreven en ook geen ander stukje. Ik was er waarschijnlijk helemaal niet geweest. Maar dat is gissen natuurlijk, of misschien ook wel niet. Met mijn logica was dan echt alles anders gelopen en waren er andere mensen geweest. Wij allemaal!!!!

Echter het lot heeft zo moeten zijn. Ik ben in 1966 geboren uit twee ouders van voor de oorlog, ik heb in1990 mijn huidige reisgenoot ontmoet en samen hebben we besloten vandaag naar de Wannsee te gaan. Misschien heb ik een beetje druk gezet, maar ze was gemakkelijk over te halen.

De sfeer en entourage van de Wannsee is weer een heel ander Berlijn in een bijzondere (historische) omgeving.

Vandaag Noordoost Berlijn: Weissensee

Misschien wel een van de mooiste Europese series, in ieder geval de serie waardoor Netflx een serieus medium is geworden voor mij. Een aantal jaren terug hebben we de serie als volleerde binge-watchers verslonden. Drama en geschiedenis achter elkaar tot en met het heden. Prachtige serie, weet niet of hij nu nog op Netflix te zien is. Berlijn is trouwens helemaal een stad die geschiedenis uitademt aan alle kanten en het heden absorbeert. Wat de toekomst gaat brengen weet ik niet, maar hier ‘meets East en West, South en North. Politiek links en rechts zijn alom vertegenwoordigd, al met al een potentieel explosief geheel. Vooralsnog is het ook een stad van leven en laten leven.

Vandaag maar eens een wandelingetje maken in de buurt van de Weissensee. Het natuurbad ademt een mate van oudewetserigheid uit, in ieder geval een beetje de sfeer van een paar decennia terug. Bij de plek waar je kon zwemmen en ook rondom het hele meer was een ware bordjescultuur in het overdrevene. Verboden op het gras te begeven, verboden te zwemmen buiten de aangegeven punten en je mag de reddingsboei niet mee nemen. Een bordjescultuur die je op sommige campings in Oostenrijk of Duitsland af en toe vaker ziet.

Voor de rest een fijne wandeling rondom de Weissensee. Het Bertold Brechthuis was gesloten helaas, maar we zijn nog wel naar de grootste Joodse begraafplaats in Europa geweest, nabij de Weissensee in het voormalige Oost-Berlijn. Ondanks het nazi-geweld is een belangrijk deel van de begraafplaats nog in takt gebleven en nog steeds in gebruik. Meer dan veertig hectaren graven, gedenkstenen oud en nieuw. Heel indrukwekkend. Bovendien zijn de stoffelijke overschotten vanuit de verschillende concentratiekampen ook hier naar toe gebracht. Midden in de stad een oase van rust, een plek van contemplatie en bovenal ook een plek om de breekbare geschiedenis van Duitsland, Europa of misschien wel de hele mensheid te overdenken.

Zondagochtend in beweging.

Het was nog vroeg. Hoewel vroeg een relatief begrip is, durf ik te stellen dat zondagochtend om half negen best vroeg is om een wandeling te maken, zeker op je eerste volle dag van de vakantie. Met dat ik de straat overstak naar het Volkspark Hassenheide om de stad een beetje te zien ontwaken, startte een groep twintigers een gezamenlijke hardloopsessie. Zeker 15 jongens en meisjes, deels Engels sprekend, waren ook vroeg. Ik weet niet wat zij de avond ervoor hebben gedaan, maar in ieder geval niet dusdanig belastend dat het een verkwikkende atletiekbijeenkomst in de weg kan staan. Zelf had ik het ook heel rustig gehouden, hoewel het leven op straat zeer nadrukkelijk aanwezig was. In een van de nieuwe hippe wijken van Berlijn Neukölln hadden wij ons onderkomen in een alleraardigst opgeknapt en van alle gemakken voorzien appartementje.

Op het moment van schrijven, met een keukenblokje achter me, helemaal niets mis mee voor 7 dagen.

Na Friedrischain en Prenslauerberg schijnt nu Neukölln hot te zijn, althans dat maak ik op uit de verhalen. Al kunnen die natuurlijk pas jaren na dato doordringen bij een vijftiger. Feit is wel dat het er levendig is, veel restaurants van over de hele wereld zijn er te vinden, veel Turkse winkels en eettentjes uiteraard en een mêlee aan mensen die allemaal uniek willen zijn en zeker zouden opvallen in het straatbeeld van, laten we een willekeurig voorbeeld noemen, Duiven. Hier niet. Veel alternatievelingen, punkachtigen, chaoten, anti-kapitalisten, maar ook toeristen van over de hele wereld, jong en oud. Zij hadden waarschijnlijk ook gehoord dat Neukölln hip was. We hadden Perzisch gegeten. Ik houd van saffraan. De vakantie is begonnen met een goed glas bier natuurlijk.

De wijk bruiste, maar wij gingen naar bed. Nog ff lezen en een discussie of we het leven van de stad naar binnen zouden laten. Uiteraard hadden we geen frisse lucht nodig, want de airco deed het goed. Raampje open en er was lawaai, weldadig lawaai. Raampje dicht en er was rust, weldadige rust. We kozen voor de rust en zo kon ik in alle vroegte de wijk wakker zien worden. Naar het dichtstbijzijnde Stadspark lopen samen met de jonge hardlopers. Ik loop langs al zeer mooi opgeknapte wooneenheden en langs zeer gemütliche stadstuintjes waar het met het juiste gezelschap goed toeven kan zijn. Nu is het er rustig, het is immers zondagochtend.

Ieder zijn smaak, maar ik vind het mooi en sfeervol

Het was rustig in het park, maar het was dan ook groot. De jonge hardlopers waren niet alleen. Eenlingen en koppeltjes liepen er hard. De een in heel kekke outfit, de ander in kungfu kleding en de volgende in gewoon zij dagelijkse kleding. Volgens mij een zwerver die net wakker is geworden, maar heel goed beseft dat je iets aan je lichamelijke fitheid moet doen. Anderen, veelal Afrikanen zaten ook al op bankjes met elkaar te praten. Weer een ander staarde voor zich uit. Een jonge vader met een runningbuggy gleed lang de bospaden om vaderschap, hipheid en gezondheid met elkaar te combineren.

Neukölln op zondagochtend, met in het achterhoofd het kritische Berlijn-boek van Juli Zeh (Onder buren). De prachtige eigentijdse roman ten spijt, ik genoot. Het Hassenheidepark heeft een openlucht bioscoop, speeltuintjes, een skatebaan en aan de overkant een zwembad en tennisbanen. 200 jaar geleden was hier de eerste grote openbare turn-manifestie onder leiding van de middelbare school docent Jahn. Hij is altijd nog groots aanwezig in het park en zijn drang tot lichaamsbeweging krijgt navolging. Ook door mij op zondagochtend in Neukölln. Een wijk in ontwikkeling, een wijk dat snel gecentrificeerd dreigt te worden en een wijk waar gewandeld kan worden.

Fladderende Baldadigheid op het Braakhekkebultenpad

Dat is me een veelbelovende titel, of niet. Toen ik de auto uitstapte had ik net naar politiek commentaar geluisterd over de BBB in de verschillende Provinciale Staten. Zelf ben ik geen fan, verre van dat, maar ik ben ook geen fan van de grachtengordelbevindingen over de staat van het land, laat staan de landbouwstaat. Eigenlijk weet ik er zoals 90% van de Nederlanders niet zoveel van af. Ik weet dat ik van klompenpaden houd, als ik even niet op let een oostelijke tongval heb, maar me ook zorgen maak. Bij een van de andere wandelingen werd ik door een familielid geattendeerd: ,, Sta eens stil en luister!” Ik luisterde, maar hoorde niets. Dat zei ik dan ook tegen mijn wandelgenoot. “Ja en dat is heel gek, je hoort geen enkele vogel en dat was 25 jaar geleden echt heel anders.” Mijn wandelgenoot bij die wandeling keek zorgelijk. Het zou te maken hebben met pesticiden? Zoals ik al zei, ik hoor bij die 90% feitelijk onwetenden.

In Harfsen was er wel vogelgeluid en op zeker moment was er ook een enkel vlindertje! Vlindertje? Opeens besefte ik dat ik in het vroege voorjaar wat vlinders heb gezien, maar verder eigenlijk helemaal niet zoveel. Niet tijdens de wandelingen, maar ook niet in mijn eigen tuin. Vreemd, in voorgaande jaren vielen de fladderaars me altijd wel op, zeker als ze heel vroeg in het seizoen zichtbaar waren, maar ook diep in november heb ik ze wel zien vliegen. Vreemd. Nu weet ik dat de stand van de insecten zeer zorgelijk is als ik de natuurliefhebbers moet geloven. En al weet ik niet van de hoed en de rand, ik begrijp wel dat het ecosysteem gebaat is bij stabiliteit en insecten zijn een belangrijk bestanddeel in de voedselketen. Ik gooi het voorlopig maar op de vele regen die in het voorjaar is gevallen en dat daarom veel rupsen niet uitgekomen zijn? Weet ik veel, maar dat zei ik al.

Voorlopig geniet ik van het boerenlandschap en een rustiek klompenpad in Harfsen en ik ga niemand nu de schuld geven van het ontbreken van vlinders dit jaar. Ik kan het ook niet met iemand delen, want in alle rust liep ik vandaag in mijn eentje, vandaar dat ik het maar even met u deel.

Een korte boodschap voor de vrijwilligers, aan bordjes gedurende de wandeling geen gebrek, hulde daarvoor, maar zoals bovenstaande foto laat zien, volgens mij een beetje vandalisme in the middle of nowhere? Zullen we het baldadigheid noemen van een wandelende oudere wandelaar?

Plaatjes en Kletspraatjes: Zo in mijn Sas in Sas van Gent

Jezus Christus!! Dat was letterlijk wat ik dacht toen ik de voormalige Cuyperskerk in Sas van Gent betrad. Nu loop ik wel vaker een kerk binnen en zeker nu ik enkele dagen herschoold ben in Romaanse en Gotische bouwstijlen. Ik had goed opgelet dus herkende de neogotische stijl uit duizenden. Bij binnenkomst stond een bord Markt 4. Dat is apart, want een soort van bloemenkraam vormde de entree. En toen kwam ik binnen en dacht ….ja dat had ik al gezegd, Jezus Christus. Zo’n 2000 jaar geleden leefde er een man voor wie deze kerk ook gebouwd is. Deze man ontstak in woede bij het zien dat zijn tempel was ontaard tot een plek van wereldse handel. Dat was natuurlijk……ja, ik had hem al genoemd. En ik, ik vond het mooi, heel mooi. Mijn nieuwe architectonisch kennis deed niet meer ter zake, ik kon meteen mijn stoffige bijbelkennis oppoetsen en ik zag dat het goed was.

Even verder stond nog een andere kerk, een voormalige hervormde kerk op de Oostkade. Deze is verworden tot een reclamebureau met de welluidende naam Recht door Zee. Aan duidelijkheid niets te wensen al denk ik dat er geen reclame voor de Allesbestierende wordt gemaakt. Sas van Gent, ik mag er graag rondlopen zonder de flauwe woordspeling te maken dat ik in mijn Sas ben. Een mengeling van (oude) industrie, historie tot in de Gouden Eeuw, visserij en ook vergane glorie. Ik zag al vervallenheid in gebouwen en straten van na de tweede wereldoorlog. En toch zie je de stad terugvechten. Vechten tegen een imago, een imago dat niet zorgt voor busladingen vol toeristen, maar toch. Wie het wil zien, er is wel schoonheid en er zijn bezienswaardigheden genoeg.

Monument voor het carnalvierende Sas van Gent, De Betekoppen

Het is prijzenswaardig dat de kerken een nieuwe bestemming krijgen. De gesloten kerken mogen dan een teken zijn van ontkerkelijking, maar de traditie van carnaval is ruim aanwezig in Sas van Gent. Dat dan weer wel en ook de seksindustrie kan open en bloot bestaan in een kleine plaats als Sas. Dat was om de frivole Belgen te lokken heb ik me laten vertellen, want het conservatisme vierde daar lang hoogtij. Ik mag aannemen dat zij ook een wel een inhaalslag hebben gemaakt. Zo niet, dan kunnen ze nog terecht in Sas voor de vleeschlijke genoegens. Voor de hemels genoegens zullen ze hun heil elders moeten zoeken. Ik was er graag voor de gehele entourage.

Plaatjes en Kletspraatjes: Groen, snot en baardmannen

Vandaag ga ik het eens over de typering van de gemiddelde collega wandelaar hebben. Geen diepgravende studie hoor, maar een hele oppervlakkige beschouwing, daar ben ik veel beter in. En dan met name de mannelijke alleengaande wandelaar. Het is mij de afgelopen jaren opgevallen dat de meeste alleengaande mannen die ik tijdens het wandelen tegen kom een baard hebben. En van die baarden is het overgrote deel grijs. Niet allemaal vader Abraham baarden, vaak netjes verzorgd, soms ook iets minder. In een aantal gevallen is het gewoon een luiheid van enkele weken niet scheren, of niets en niemand dringt aan op een frisse scheerbeurt, of ze zijn stuk voor stuk stronteigenwijs. Voor de stereotypering die mij op dit moment het beste uitkomt: het zijn 50-plus mannen die al wandelend een onafhankelijk beeld van zichzelf hebben en massaal dus met gezichtsbeharing de Nederlandse wandelgebieden intrekken. Zo die staat.

Nu ben ik 50 plus en daar is niets meer aan te doen. Ik trek met enige regelmaat de wandelschoenen aan en ik ben in principe lui aangelegd als het om scheren gaat. Ik heb de onhebbelijke gewoonte om niet graag bij een groepje te horen, zeker geen groepje die door mezelf vilein wordt gedefinieerd. Dus ik neem me na de laatste wandeling voor om me te scheren voor dat ik de natuur in trek. Ja, ik ben me er eentje. 50+, wandelaar en geheel onafhankelijk………

Nu zijn de laatste twee korte wandelingen wat minder afgelopen, ik werd getroffen door hooikoorts. Vorig jaar was het al weer erger, terwijl de laatste tien jaar de klachten toch wat afnamen. 2023 is het jaar van de wedergeboorte van de hooikoorts. Daar horen preventief dus even geen wandelingen meer bij. En als het dan toch kriebelt om in beweging te moeten komen, dan is scheren voor de persoonlijke hygiëne en een zelfstandig ego sterk aan te raden. Dus gisteravond een wandeling in de Achterhoek (Rondje Idinkbos in Sinderen) met naakte wangen. En de hooikoortsduivel heb ik in de luren kunnen leggen. Hedenochtend neemt die wel wraak, dus een tweede wandeling maar even uitgesteld dit weekend.

Het was warm, droog en nog overwegend groen. Bovenal was het rustig, heel rustig en de term rustiek Wandelen in de Achterhoek kwam in me op. Ook geen baardmannetjes gezien trouwens. Ook vrouwelijke wandelaars deze keer niet tegen gekomen. Of ik een typering heb voor alleenstaande dames in de bossen? Jawel, maar in een tijd van #metoo ben ik daar voorzichtig mee. Laten we het er op houden dat ze iets minder tanig zijn dan het gemiddelde baardmannetje.

De tijd is klaar voor de Zelfscanbarbaar

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik een fel tegenstander ben van de zelfscankassa. Zo dat is gezegd, voordat ik in dit betoog ga uitweiden over allerlei randzaken, dit moet vooral duidelijk zijn. Ik vind zelfscankassa ’s heel verschrikkelijk. Waarom? Ik kan natuurlijk allerlei hoogdravende argumenten aanhalen en die heb ik ook wel, maar allereerst vind ik het onterend om gecontroleerd te worden voor het oog van de hele goegemeente. Zo’n snotneus die amper droog achter de oren is die vraagt: ,,Mag ik uw tas even controleren.” Ik weet het, zo’n kind doet zijn werk. Maar waarom moet er gecontroleerd worden? Tja,  het blijkt dat er massaal meer gestolen wordt dan voorheen. Goh, dat had nu niemand gedacht?  Ik zou wel eens willen weten hoeveel efficiënter het winkelproces nu is geworden voor de grootgrutters. Mogelijk is er gedacht dat er minder mensen nodig zijn? Misschien is dat zo, al is het genoegzaam bekend in de publieke sector dat de overhead voor een belangrijk deel bestaat uit controle van allerlei ondoorzichtige bedrijfsprocessen die onuitvoerbaar zijn, maar door een oerwoud aan vinkentellers kan het in goede banen worden geleid, gecontroleerd worden. Ik heb het dan nog niet over de onderliggende algoritmes die er aan ten grondslag liggen. Het wordt een stuk gezelliger in de maatschappij als er nog meer onnodige controles zijn.

Zou een 18-jarige het trouwens leuk vinden om met een rood hoofd te moeten vragen of de tas van een midlifecriser even open moet? Of die van een agressieve leeftijdgenoot? Of van je moeder; of van dat lekkere ding uit 5 Havo? Of van al die mensen, jong en oud, die zich per ongeluk vergissen? Ik denk het niet.

Gewoon in een rijtje staan bij de kassa is een manier van onthaasten, we ontdekken dat niet alles meteen klaar is. Bovendien hoeven we over tien jaar niet te schrikken als iemand eens vriendelijk goedendag tegen je zegt omdat we al jaren gewend zijn nurks de boodschappen langs de zelfscanner te halen zonder oogcontact en met oordopjes op. Hé, die mijnheer zei ‘goedenmiddag’ tegen me, wat een perverse viespeuk is dat. Laten we de politie bellen. En ik ga echt niet pleiten voor de kletskassa’s die er en der geïntroduceerd werden door goedbedoelde kruideniers. Maar dat is nu voltooid verleden tijd met de ontmenselijking van het boodschappenproces. Hoewel de Action heeft het experiment gestaakt begrijp ik.

Mijn moeder van 87 vindt het allemaal geen probleem. Bij iedere controle met een 100% positieve score bij haar supermarkt kreeg ze een cadeautje. Ook ik kreeg wel eens een zak chips mee, want wat moet een 87-jarige nu met 10 zakken chips. De laatste tijd heb ik echter geen chips meer mee gekregen. Moet ik me zorgen maken? Nee hoor, volgens mij is een deel van de consumenten om en willen ze de conservatieven waaronder ondergetekende laten geloven dat het allemaal heel normaal is. Dus ze geven geen cadeautjes meer voor goed gedrag. Nee, nu gaat het pestgedrag ingezet worden. Ik en vele metgezellen zullen lang moeten wachten bij de steeds spaarzaam wordende bemensde kassa’s. Maar ik ben en blijf geen selfscanfan. Ik vind het raar, dus noem ik mezelf een zelfscanbarbaar. Lekker 20e eeuws weltfremd kijken en wachten tot iemand opmerkt dat er ook nog normale mensen zijn. Zelfscanbarbaar, dat proeft wel lekker en ik weet zeker dat ik niet de enige ben, verre van dat.

Afgelopen zaterdag werd in de Taalstaat op Radio 1 een pleidooi gehouden voor het woord graaiflatie. Ik voel dat 2023 klaar is voor een ander woord, zelfscanbarbaar. Ik ga ervoor……maar aan de andere kant vind ik dat de maatschappij  ook wel toe is aan een echt relevante zelfscanmethodiek. Niet van de boodschappen maar van de hedendaagse mens zelf. Dat is dan voor 2024.