TEM De eerste Portugese wandeling

 

En dan ben je vijftig geworden en je bent niet beter of anders dan alle andere penopauzers. Integendeel zou ik haast zeggen. Wel ben je ervan overtuigd dat ik geen motor gaat kopen en erger nog, lessen nemen op een echte Harley Davidson. Ook heb ik al in een vroegtijdig stadium besloten niet aan de tweede leg te gaan beginnen. Hiervoor was niet zoveel overtuigingskracht nodig. En zeg nu eerlijk, wat is er nu triester dan een grijze kop zichzelf proberen te overstijgen door gemaakt speels en verliefd te doen met een jong wicht van amper dertig of nog groener? Nee, ik had besloten voor mijn vijfenvijftigste een Portugees literair boek te doorgronden. In het Portugees natuurlijk. En daar moet je wel wat voor doen.

20161125_185647

Een Portugees klasje was snel gevonden. Verder heb ik erg veel lol aan allerlei apps op mijn mobiel die de woordenkennis snel opvijzelen. Dus in mijn hoofd babbelde ik er al aardig op los. Met de Portugese lessen is een reisje naar Lissabon natuurlijk een must. Een soort studiereis zullen we maar zeggen, logisch toch? Mijn ‘eerste leg’ had geen vakantiedagen genoeg, dus dan maar alleen. Dat is bovendien beter voor de vorderingen van het Portugees. Het gaat niet om het feesten en de lol, al zit ik aan de rand van de uitgaanswijk Bairro Alto. Aan mij niet besteed, zeker niet de eerste dag en eigenlijk ook niet in mijn eentje. Een mooie reden om allerlei vreemden aan de spreken zou je denken? Maar als je beseft dat in Nederlandse uitgaansgelegenheden ik de Nederlandse taal vaak maar half versta, zie ik weinig heil om het feestbeest uit te gaan hangen. Nee, maar de eerste ontmoeting met de dames van het toeristenoffice op het vliegveld dat zou mijn ding worden. Ik moet immers vrij reizen met de Lisboa-card. Ik had nog wel een vraagje paraat. Maar mijn kop zal aan alle kanten Noord-Europees hebben geseind, in vol Engels werd ik bejegend en in een reflex, of eigenlijk te bang om te hakkelen, schoot ik ook vol vuur in de Engelse taal. Balend van mijn falen en gebrek aan daadkracht droop ik met mijn Lisboa-card richting de metro. Toen besefte ik dat ik geen plattegrond had, herkansing! Bij een andere juffrouw vroeg ik in mijn beste Portugees ‘Tem um mapa dos transportes publicos?‘ En ja ik kreeg het gewenste mee. Achteraf heb ik het in het enkelvoud gevraagd, maar een kniesoor die daar op let. Nu weet ik het tenminste voor altijd. Ik ben niet meer te temmen.

20161125_225956.jpg

Met Tem kun je heel veel. Tem uma cervaja, tem cigarros. Zo eenvoudig is het. Bij het afrekenen was ik zo enthousiast dat ik al wilde vragen heeft u een rekening. Natuurlijk hebben ze die, dus op tijd vroeg ik Posso pagar, por favor. Op weg naar mijn prima onderkomen,  haalde ik nog een biertje. Opeens kwam ik op een mij andere bekende Portugese oneliner: Como se diz……..oftewel ‘hoe zeg je’. Ik wilde een plastic zak voor twee biertjes en twee bananen. Ik had ze gemakkelijk kunnen dragen, maar alles voor progressie in de Portugese taal, dus fuck het milieu. (foda-se o ambiente) Dit laatste is met google translate, want ik weet zo niet of de portugezen dit zo zeggen. Trouwens plastic zak is ‘socco’.

 

Voor de komende dagen heb ik in ieder geval een houvast aan twee zinnetjes, maar verder valt het tegen. Zeker met mijn karakterstructuur waarbij ik in het Nederlands alleen maar zinnige dingen zeg. Dan valt het niet mee om je als vijftiger in Jip en Janneke taal te moeten uitdrukken, en zelfs dat nog niet eens.

Beschavingsoffensief: Trump of Clinton

,,Ik doe niet meer mee.”

Dit is mijn nieuwe levensmotto voor de komende tijd. Met nadruk ‘levensmoto’ want er is geen vezel in mijn lijf die denkt om er in zijn geheel uit te stappen. Integendeel, ik denk met mijn zojuist gekozen motto een voller leven te gaan creëren. Het sluimerde al een tijdje, maar ik had er blijkbaar nog geen woorden aan kunnen geven. Nu wel. Vorig jaar had ik al besloten om me niet meer te mengen in de Zwartepietendiscussie. Nadat al mijn nuances hieromtrent verloren gingen in het misdragen van de grachtengordel èn de Wildersadepten, zag ik af van discussie op dit gebied. Sterker nog, voor mij bestaat het hele sinterklaasfeest niet meer. Klaar, over en uit. Ik doe niet meer mee. Ik zag er toen nog geen levensmotto in, nu wel.

De aanleiding is het circus rond de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Met recht vraag ik me af wie hier nu op zit te wachten? Maar tot mijn verbazing zijn er hele stammen welopgevoede dames en heren die hun nachtrust opofferen om naar de slechtst geregisseerde C-movie te kijken om er de volgende ochtend opgetogen over te discussiëren. Met een nauwelijks verholen opwindingen duiden ze het tweegevecht tussen Trump en Clinton. Ze zoeken in allerlei discutabele onderzoekjes het gelijk van hun favoriet. De massale belangstelling in Amerika en ver daarbuiten geven de hoofdrolspelers het idee dat ze er toe doen. De Amerikaanse presidentsverkiezingen, daar gaat het dus over. Ik denk, ga gewoon slapen. Dit volledig mismaakte festijn, deze totale degradatie van de mensheid is het toch niet waard om bekeken te worden. Hoe meer mensen dit bekijken en belangrijk vinden, des te meer legitimatie deze finale ontmenselijk krijgt. Ik doe dus niet meer mee.

En wat steekt, of, nu ik niet meer mee doe moet ik zeggen stak, is het dedain van de zogenaamde watchers als ze praten over Tokkie-gedrag in eigen land. Wie kijkt er van deze mensen nu naar allerlei platte televisie bij de commerciëlen? Haagse Sjonnies en Anita’s die op vakantie gaan naar Griekenland waarbij hun hoeren en snoeren tot in detail wordt weergegeven. Ouders die meegluren met hun zuipende kroost in Spanje, Utupia of noem het arsenaal aan reallife-series maar op. Dit is voor het pleps, daar kijken ze niet naar. Ze hebben inmiddels hun eigen Tokkie-serie gevonden, de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Geen haar beter en bovendien nog op onmogelijke tijden om er bij te zijn.

Maar Amerika is toch het belangrijkste land in de wereld? Niet lang meer als dit gepruimd wordt. Ik denk dat de Russen niet erg onder de indruk zijn van het beschavingsniveau. China zal op oosterse wijze hun culturele suprematie niet tonen, maar wat zullen ze de Amerikanen en al hun meegenietende watchers heimelijk verachten. Als ik Mexico was zou ik zelf maar een muur bouwen om de Latijns-Amerikaanse culturele waarden te behouden. De Amerikaanse presidentsverkiezingen zijn wat mij betreft van Zimbabwaans niveau waar Mugabe al jarenlang de absolute macht heeft. Zijn wijze om tegenstanders met succes te weren van het hoogste ambt is amper van een lager niveau dan de publiekelijke moddergevechten in de Verenigde Staten. Daar wil je toch niet naar kijken? Je wilt je toch niet verbonden voelen met een Trump of Clinton? Ik niet tenminste, want ik doe niet meer mee. This is not the time of my life.

 

DENK geïntegreerd

Eigenlijk had ik er helemaal geen zin in. Nadenken over een stuk in de Trouw van vrijdag 7 oktober jl. Het ging over de opbouw van de partij DENK. Alleen de naam is al ongelooflijk pretentieus. Denkend aan DENK, en nu komt er automatisch de neiging om Henri Marsman aan te halen, maar dat is te kaaskopperig, dus dat doe ik maar niet. Ik zie vooral een paar hele pedanterige mannetjes, welbespraakt weliswaar, maar ze hebben schijt aan de kunst der argumentatieleer, maar claimen een aanzienlijk deel van de Turks Nederlandse kiezers voor zich te kunnen winnen. Ja, en natuurlijk Silvana Simons is het uithangbord voor weer andere delen van de ontevreden allochtone kiezers. Het woord allochtoon mag ook niet meer, maar zo lang er geen nadrukkelijk verbod is, kies ik voor duidelijkheid. Silvana Simons dus, ik ga niet meedoen in het bashen van deze vrouw, dat is me te gratuit. Echter het lukt me ook niet om iets positiefs over haar te melden.

Het stuk in de Trouw, 24 uur sudderen mijn gedachten en ik kom tot de conclusie dat DENK een uitermate geïntegreerd bestanddeel vormt van onze samenleving. En dat wil ik wel even met jullie delen.

Allereerst lees ik dat er bewondering is voor de methode van Geert Wilders’ PVV. Zeggen waar het op staat wordt gewaardeerd. Een DENK-aanhanger zegt wel: ,,We zijn de tegenhanger van de PVV.” Ik durf dat te betwijfelen. DENK vist echter net als de PVV in de grote chagrijnige electorale vijver van het Nederlandse ongenoegen. Waarschijnlijk vissen ze op andere vissen, maar toch. De oproep van Mark Rutte om meer te lachen ten spijt, ze delen in ons hedendaagse ongenoegen. Inburgeringspuntje voor DENK.

Mijn geverifieerde feitenkennis over de structuur van de partij is te beperkt. Ze bouwen aan een partijstructuur en dat spreekt in hun voordeel. Dit riekt naar democratie. Maar met de kennis van nu en het zware vermoeden dat mijnheer Erdogan een vinger in de pap heeft, al dan niet via getrouwe vazallen die in Nederland wonen, is zwaar dubieus. Het spreekt natuurlijk boekdelen dat de splitsing van de kamerleden Öztürk en Kuzu gebeurde toen er kritische vragen werden gesteld over de (buitenlandse) financiering van Nederlands Turkse instelling. Op zich is dit kwalijk, maar ze krijgen er weer een inburgeringspuntje bij omdat zodra er een scheet dwars zit, richt men een one-issue partij op. Typisch hedendaags Nederlands waar de polderpolitiek echt definitief op zijn retour is. Geen bruggen bouwen meer, maar verdere polarisering. Lekker niet verder kijken dan je neus lang is typeert de gemiddelde Nederlandse politicus, maar ook de kiezer.

Als derde punt stip ik aan de geluiden van de DENK-bijeenkomst die wel heel nadrukkelijk de totale integratie inluiden. Heel populistisch wordt beweerd dat DENK ook 20 tot 30% aanhang heeft onder de ‘oer-Hollandse’ kiezer. Buiten het feit dat ik geen bespiegeling wil houden over wat nu oer-Hollands is in hun optiek. Ik zou wel eens kunnen roeren in louter discriminatiepraktijken. Wie is die oer-Hollander? Man? Middelbare leeftijd? Stampotminnend? Xenofoob? Ik zeg er maar niets over. Maar in de gelederen van DENK wordt geopperd om de ‘boeren’ in de Achterhoek te hervormen. Die hebben immers nog nooit een allochtoon gezien. En hebbes, het volgende integratiepuntje mag ik toekennen. De grachtengordel spreekt, de grachtengordel van niet oer-Hollandse komaf weliswaar, maar toch. In Doetinchem hebben ze nog nooit een allochtoon gezien. Ik zal niet ontkennen dat de concentraties niet oer-Hollandse medelanders in bijvoorbeeld Doetinchem minder is dan in Amsterdam of Den Haag. Maar misschien hoor je ze daar wat minder, omdat ze een deel van mentaliteit van de oosterling hebben meegekregen. Niet de grote bek en het belerende vingertje? Gewoon hun ding doen in de maatschappij waar ze geboren en opgegroeid zijn? Ik weet het niet zeker, hoor. Desalniettemin een sterk staaltje van het incorporeren van de hedendaagse Randstedelijke Nederlandse mentaliteit.

DENK is dus cum laude geslaagd voor hun Nederlands burgerschap, niets staat het uitdragen van hun beperkte boodschap meer in de weg. Populisme, wegkijken, Randstedelijke bevoogding en ontkenning dat 80% nog gewoon oer-Hollands is. We zullen het wel zien in maart 2017. Het politieke landschap zal met DENK gekleurder kunnen worden, niet constructiever.

Beschaaft en Handhaaft

Ik zie puistige Marokkaantjes, s’avonds laat op straat bij de voetbalkooi. Ze spelen hun spelletjes dromend van het Nederlandse elftal, liever nog het Marokkaanse. Vriendjes zitten in groepjes in de buurt en hebben het gezellig. Buitenstaanders worden achterdochtig bekeken, eigenlijk niet geduld. Een stoere scheld ‘hoer’, een nog stoerdere dreigt met zaken waar een 13-jarige Marokkaan van zijn ouders niet over mag denken. En als het uit de hand loopt komt oom agent misschien. De gezamenlijke morele woede tegen de hele wereld komt naar boven. Hun onzekere toekomst maskerend, krijgt de Hermandad het voor de kiezen. Schelden, middelvingers en misschien wordt er eentje meegenomen naar het bureau. De held en statusverhogend voor de volgende keer. Ze zijn een fijne groep vrienden voor het leven. Ze worden echte goede kut-Marokkaantjes en als ze goed hun best doen belanden ze bij de Mocromaffia. De toekomst onzeker, een slechte pers en volhardend in hun anti-maatschappelijke afkeer, maar ze hebben elkaar als troost en vrienden voor het leven.

Ze staan immers toch maar nabij het afvoerputje van de maatschappij.

Elkaar herkennend aan de verbeten trek, wandelen ze ’s zondags in aangewezen reservaten naar hun clubgebouw. Ze weten van elkaar dat het goed is, de buitenwereld deugt niet, want komt immers toch niet in de hemel. De gemeenschap dekt elkaar met de mantel der liefde als het gaat om onverantwoordelijke zaken. De buitenwereld moet zich er niet mee bemoeien. Ze begrijpen incest immers niet en als het over de scheef is, lees ontdekt wordt, dan grijpt de gemeenschap in, liever nog God. De rol van Vrouwe Justitia is te werelds om serieus te nemen. Fundamentalistische enclaves zijn, gelijk het Rijke Roomsche leven, nauwelijks vatbaar voor de wet en kunnen zo hun anachronistische kwaad verspreiden, het liefst achter gesloten deuren en als het moet even in de openbaarheid om weer snel te opteren voor oplossingen in hun eigen sektarisch denken bij vermeende misstanden. De anderen roepen och en wee, veroordelen de strafrechtelijke praktijken en als de storm is overgewaaid dan gaan ze gewoon weer verder in de beslotenheid van hun goddelijke sektes. Ze blijven volharden in hun goddelijke gelijk en dromen van het leven in de hemel.

Ze leven toch maar in gesloten gemeenschappen waar de meesten meestal geen last van hebben.

Ze zijn jong, slim en omringd door de ware zeden en de juist normen, netjes meegekregen vanuit de betere wijken en dorpen in het land. Hun gedrag is voor het oog onberispelijk. Kritiek op al dan niet vermeende arrogantie glijdt van hen af alsof ze opgebouwd zijn uit teflonlagen. Ze hebben immers de macht, de kennis en het immorele gelijk van hun (voor)ouders georven. Op de leeftijd des onderscheids mogen ze nog even spelen. De latere wereld nabootsen, zonder waarlijke verantwoordelijkheden. En alle “zoontjes van” willen meedoen, de boot niet missen voor het machtige leven later. Een paar hersencellen minder maakt niet uit, ze hebben immers toch genoeg, dus drinken ze sloten bier. Hun geweten wordt vertroebeld door de bacchanalen, ze proeven ‘gleuven’ of zo u wilt bespringen herten, spelen niets ontziend bedrijfje en bepalen eigen waarde en normen. En iedereen doet mee, gekker, doller, dwazer. De gezamenlijke drek van immoreel gedrag naar elkaar is het bewijs van vriendschap voor het leven en aanleiding voor een sektarische vrijmetselarij, de rest van de maatschappij verachtend. De hand wordt ze boven het hoofd gehouden, want hun vaders zitten op posities die ze vrijwaren van maatschappelijke hoon voor misdadig en immoreel gedrag. De pappa’s doen dat immers zelf ook dagelijks, op hun eigen legale wijze in politiek, bedrijven en bestuur. Hun kracht, door gebrek aan gebrek aan eigenheid en individualiteit, wordt ruim gecompenseerd door geld, macht en vriendjespolitiek. Hun wereldse gelijk glorieert.

Ze leven met de rug naar de maatschappij, ontberen verantwoordelijkheid en hebben werkelijk schijt aan de rest, maar ze hebben wel de macht binnen en buiten de sociëteit.

Vindicat, oftewel Handhaaft en Beschaaft. Het handhaven lukt ze goed, de beschaving van onze ‘fine fleur’ is ver te zoeken, want immers de basis voor hun handhaving.

Een gifgroene rochel

,,Ik heb het hart nu eenmaal op de tong liggen.”

Ze keek erbij alsof dit een verdienste is van de buitencategorie en daarom al haar gedragingen bij voorbaat gelegitimeerd zijn. Haar vriendinnen knikken meelevend. Ze durven haar niet tegen te spreken al vermoed ik enige gêne. Maar dat kan aan mij liggen, want ook ik was getuige van het betoog van de zichzelf uitgeroepen spontane en rechtdoorzee dame. Ze moet een jaar of vijfentwintig zijn, draagt een leren broek en een naveltruitje met bijbehorende piercing. Ondanks haar leeftijd kan het naveltruitje absoluut niet. Maar ik heb mijn hart niet op de tong, dus heb mijn esthetische wijsheden voor mezelf gehouden.

 

 

Ze had het uitgemaakt. Het slachtoffer was na de voetbalwedstrijd in de kantine blijven hangen en een biertje gedronken met zijn voetbalmaten. Buiten het ernstige feit dat hij niet mee was gekomen naar haar ouders, was hij volgens haar ook nog flink aangeschoten. Met zo’n kreng aan het handje zou ik iedere dag in de voetbalkantine zijn en de biertap rechtstreeks via een infuus in mijn bloedvaten laten vloeien. Ze kijkt gemeen, ze spreekt vals en is helemaal niet mooi. Maar ze heeft dus wel het hart op haar tong. Ze had hem de waarheid gezegd. Hij was een nietsnut die alleen maar aan werken en voetballen dacht. Hij had nooit tijd voor haar. Bovendien had ze tegen haar vriendinnen geroepen na een veelbetekenende stilte: ,, Hij is een loser in bed, hij kan er niks van. Al twee jaar zeg ik precies hoe ik het hebben wil, maar hij luistert niet.” Er volgen details die alleen vrouwen met elkaar en de VIVA delen. Voor mij als buitenstaander is het te intiem. En niet alleen voor mij, maar voor ieder weldenkend mens. De vriendinnen zetten hun empathische gezicht op en ondersteunen het verhaal met ach en wee’s.

Ik leef mee met de hardwerkende voetbalman. Ik ken hem niet, maar hij komt mij steeds sympathieker voor. Misschien is het geen prater en mogelijk een beetje dom. Wie zal het zeggen? Ik gun hem een lieve en zachte vrouw die dan best een beetje te dik mag zijn. Dat is niet zo erg als je lief bent, je mag van mij dan zelfs een vetrol aan de wereld tonen. Want ook te dikke meisjes van 25 mogen van mij een naveltruitje zolang ze het hart maar niet op de tong hebben.

Eenmaal in de trein zaten ze te ver van me af om de monoloog van de heks nog te kunnen volgen. Ik had dus tijd om na te denken of het goed is je hart op de tong te hebben? Ik heb geen eenduidig antwoord. Zelf heb ik mijn hart niet op de tong. Soms is dat lastig, maar vaak is dat ook prima zo. Als ik me bovenmatig inspan voel ik het hart wel eens in mijn keel. Eigenlijk is dat misschien wel de plek waar mijn hart figuurlijk het meeste zit. De keel kun je meer dan je tong beheersen. Als emoties opkroppen dan heb je de keus, je slikt het ongemak maar eens weg en heel af en toe, kun je de keuze maken om zo’n emotionele gifgroene rochel aan de openbaarheid te geven. Heel rationeel en overwogen maak je lucht door eens duidelijk te maken wat je ervan denkt. Niet dat gedoe van alles dat voor in je mond ligt delen met anderen en zeker niet te vaak. Daar komt alleen maar ellende van. En nog een voordeel, naveltruitjes zal ik niet dragen, een win-win situatie voor mijn omgeving.

Begrip, van de dag (205) Castelo Branco- Portugal

 

20160713_104128

 

 

CASTELO-BRANCO- PORTUGAL

 
De planning voor vandaag is om alle musea die we gisteren en eergisteren niet gezien hebben goed te maken in Castelo Branco. Op voorhand weten we niet echt wat het stadje op dit terrein te bieden heeft, maar we gaan ‘in the blind’ met uitzondering van het museum van de heilige kunst, dat hebben we wel gezien na Fatima. Het eerste bezoek brachten we aan de bisschoppelijke beeldentuin uit de 18e eeuw. Een beauty van een tuin waar de uitdaging bestond om de foto’s zo stabiel mogelijk te maken. Ik vind dat best lastig met een hoesje om je mobiel dat je in balans moet brengen. Verder is de beweging op de knop meestal van dien aard dat je het toestel toch even beweegt en de compositie is uit balans. Buiten een sikkeneurige juffrouw die ons slechts vier euro liet betalen en een tuinman die het liefst door je heen wilde lopen, was het de vier euro meer dan waard. We waren ongeveer de enige, maar toen we weggingen moest een stel Portugese kleuters rondgeleid worden. Ik was blij voor ons zelf, maar vond het sneu voor de kinderen. Er tegenover was in het eveneens mooie stadspark een speeltuin, dat is toch veel interessanter voor die koters.

 

20160713_131544

 

Bij het tweede museum waren ze mogelijk nog onvriendelijker en verveelder, maar ze lieten ons toe. De leider van het stel liep zelfs naar de meterkast om de lampen overal aan te doen. Een tijdelijke expositie moest de historische steentjes en gebruiksvoorwerpen opleuken. . We besloten lopend het kasteel op de berg te beslechten op het heetst van de dag. Tussendoor wel bankjes gevonden in de schaduw om toch nog iets van een siesta gevoel te krijgen. Een mooi uitzicht over de stad kregen we als beloning en het kasteel van de Tempeliers, met Moorse invloeden. Onderweg zagen we het volgende museum dat bezocht moest worden te weten Fundacao Manuel Cargaleiro. We hadden geen idee, het had een historisch museum kunnen zijn, maar ook over de plaatselijke folklore. De buitenkant gaf niets prijs, maar wij waren dan ook zulke sukkels die niet wisten wie Manuel Cargaleiro was.

20160713_104840

 

Hoogst vriendelijk werden we ontvangen, de prijs sloeg nergens op want wederom twee euri per peroon en bovendien een bevlogen gids die in goed verstaanbaar Engels ons alle geheimen ontrafelde van misschien wel de grootste nog levende kunstenaar van Portugal. Hij is in de omgeving van Castelo Branco geboren en schijnt een mondiale reputatie te hebben die zijn weerga niet kent. Tegels en tegelschilderijen van Cargaleiro vinden zijn oorsprong in de pottenbakkunst uit de omgeving vermengd met invloeden van bijvoorbeeld Dali en vele anderen schilders en poëten. Een zin aan hem gelieerd en te vinden in zijn werken vond ik prachtig: Esta era a porta da vizin ha que eu nonca congé ci. (Dit is de deur van de buurman die ik nooit ontmoet heb) Manuel Cargaleiro, die naam moet ik maar eens onthouden.

Begrip, van de dag (204) Coimbra-Portugal

20160712_134142

 

 

COIMBRA – PORTUGAL

 

Na een donkere parkeerplaats te hebben beslecht, bleken we midden in de stad Coimbra terecht te zijn gekomen. Om half elf ’s ochtends al. Dat impliceert dus al een rit van meer dan een uur, ontbijten in Fatima en uitchecken in het hotel annex Dominicanerklooster, een aanrader overigens. We worden oud, we hebben haast, dat wil zeggen op vakantie een gat in de dag slapen vinden we zonde. Tja, en misschien kun je dan ook concluderen dat een gat in de nacht zuipen er niet van gekomen is. Uitrusten en bijslapen ondanks dat je in Portugal bent is het devies. Overdag met het levenstempo van de Portugezen heeft ook wel iets fysiek temporiserends. De geest volgt hopelijk vanzelf.20160712_135732

Coïmbra blijkt de derde stad van Portugal te zijn na Lissabon en Porto.Buiten de parkeerproblemen heeft het iets overzichtelijks. Gewoon lekker rondslenteren, een kerkje bezoek, koffie met pasteitjes nuttigen en weer slenteren. Veel harder kan trouwens ook niet, want wat alle grote steden in het land gemeen hebben, is een enorm stijgingspercentage en dus ook afdalingsperikelen. Mijn stappenteller maakt overuren, maar daarmee kunnen we ook een biertje meer drinken.

20160712_134857

De musea laten we links liggen, we overwogen nog de Universiteitsbibliotheek in te gaan, het staat immers op de werelderfgoedlijst. De rij voor de kassa was niet uitnodigend. Misschien later, mogelijk dat we een van onze zonen kunnen overhalen er een paar maanden te studeren. Een reden om terug te komen. Mogelijk zingen ze dan net als de studenten uit de stad prachtige liederen om het winkelend publiek te vermaken. Tenminste ik denk dat het studenten zijn die hiermee hun geld verdienen. Ik had soortgelijke groepen al eerder in Lissabon gezien. Close harmony, strijkinstrumenten en dans en trommelen, echt fijn .entertainment. Ik geef altijd, want romantisch als ik ben denk ik dat de arme Portugese student zo zijn studie moet bekostigen. Misschien is het gewoon een hoogstaand culturele uitingsvorm waarvoor ze ziel en zaligheid weggeven.

 

Begrip, van de dag (203) Fatima-Portugal

 

20160711_105824

 

FATIMA-PORTUGAL

 

Om nu te zeggen dat ik iets met Maria heb, durf ik niet te beweren. Mijn eigen Maria natuurlijk, maar verder niet. Nu wilde mijn eigen Maria naar Fatima om daar onze vakantie te beginnen. Ik vond (en vind) het best. Ik ben er nooit geweest, het weer is er hetzelfde als in de rest van Portugal en een hotel was gemakkelijk te vinden. Gekscherend heb ik het na de eerste indrukken een oude wijvenvakantie genoemd. Niet om denigrerend te doen, maar slechts een feitelijke constatering. Zeker vijftig procent van de toeristen, pelgrims zo u wilt, was de zestig gepasseerd en van vrouwelijke kunne.

Het hele circus in Fatima is gebaseerd op een Maria-verschijning in 1917. Drie herderskinderen waren de gelukkige, Jacinta en Francesco Marto en hun nicht Lucia dos Santos. Voor de eerste twee werd de Spaanse Griep al snel het wederzien met moeder Maria. Lucia werd zuster en bijna honderd. In het midden van het stadje is een enorm plein met daaromheen een basiliek en andere grootste kerkelijke gebouwen. Ondanks het feminiene karakter van Maria heeft de grootsheid en de leegte van het plein bijna een communistisch, misschien wel mannelijk karakter. En niet alleen het wonder Maria heeft zich in Fatima geopenbaard, ook is hier hartstochtelijk gebeden voor het einde van het communisme. En ook dat is gelukt en als eeuwig bewijs is een stukje van de Berlijnse muur onderdeel van de Fatima cultuur geworden.

 

20160711_130346

En als we het over de katholieke kerk hebben en zeker over een Mariaverschijning is de commercie nooit ver weg. Tientallen, misschien wel honderden, winkeltjes met prullaria van allerlei snit. Rozenkransen, beeldjes en andere noodzakelijkheden voor een fijne pelgrimage. De winkeltjes worden veelal bemand door jongeren die weinig interesse vertonen in hun koopwaar. Het lijkt wel of hun leven op on-hold staat. De jeugdwerkloosheid in Portugal is enorm, maar op basis van de relatief beperkt aantal toeristen moeten ze het daar niet hebben. De stad staat vol met megalomane hotels die leeg lijken of zelfs gesloten. Om de stad liggen parkeerplaatsen voor duizenden, totaal ongebruikt te wezen. De middenstanders lijden wat af, net als de pelgrims die een deel van de route op het heilige plein of naar de plek van de Mariaverschijning knielend doen. Maar overal was het relatief rustig.  Er moet snel weer een wonder gebeuren om Fatima commercieel weer interessant te maken. Het feit dat de Portugezen Europees kampioen zijn geworden doet hier niets aan af, ook dat is een wonder, maar niet genoeg.

Begrip van de dag (202) Alles voor de kunst

kuiten

 

ALLES VOOR DE KUNST

 

Voor de kunst mag veel, tenminste dat zeggen de scheppers ervan. Nu wil ik mezelf in de veste verte geen kunstenaar noemen. Een blogjespoeper hooguit, maar wel een schepper dus. Ik ga niet heel ver, maar vandaag durfde ik de privacy te schenden. De stewardess heb ik stiekem van achteren genomen. Niet met de bedoeling om haar heel vunzig up-skirt te fotograferen. Dat durf ik echt niet. Bovendien zou zo’n foto mijn bedoelingen echt niet verduidelijken.

 

Het beroep van stewardess is ondanks de realiteit vaak nog omkleed met een aura van mondaine vrouwen met een sexy uitstraling. Ze zijn in de volksgedachten hautain en gewillig tegelijk. Ze worden gezien als topmodellen die het net niet gemaakt hebben, rondborstig en een slanke taille met mooie billen die nimmer te dik zijn. Dat laatste was vandaag niet het geval, naast een aantal stewards, werd ik steeds geconfronteerd met de heupen van de twee vrouwelijke leden van het vrouwelijke cabinepersoneel. Nu weet ik dat bij Ryanair de stoelen dicht op elkaar gezet worden en het gangpad misschien wel iets smaller is dan bij andere luchtvaartmaatschappijen, maar bij iedere ronde werd ik geconfronteerd met het zachte vrouwenvlees van de twee.

 

Terwijl ik zat te lezen en heel zedig niet steeds opkeek, wist ik na een half uur wie van de tweede mijn schouder beroerde. De een net iets vol slanker dan de ander. Het beroep van stewardess krijgt daarmee toch weer wat sexy allure. Want niet alleen ik, maar alle passagiers zullen een aantal keren met de bilpartij geconfronteerd worden. Zullen alle passagiers even netjes omgaan met dit gegeven. Hoe zullen de dames zelf deze onbedoelde maar duidelijk aanwezige intimiteit opnemen. Beroepsgedeformeerd als ze zijn, misschien geheel neutraal. Het is in ieder geval mooi dat the girl next door nu ook gewoon stewardess kan worden. En om dat te bewijzen moest ik deze foto wel  maken, vandaar.

Begrip, van de dag (201) Soms

Soms

 

 

SOMS

 

Heel soms mag je je er met een Jantje van Leiden van afdoen. Nummer 201 is weinig tekst, maar de foto moet het doen. Nee, geen hoogstandje, maar wel diep groen met mijn eigen groene vingers in elkaar gezet. Idyllisch zou je het bijna kunnen noemen. Eigenlijk helemaal geen reden om op vakantie te gaan. Dat doen we dan weer wel. Om op het einde van dit jaar het 365e begrip af te hebben, is een gemakkelijk begrip toegelaten. Mijn dierbaren in het groen.