We beginnen waar we zijn geëindigd….

Omdat we geen kilo extra zijn aangekomen, mogen we de start van de vakantie geheel in traditie beginnen. Na natuurlijk een ritje op de Autobahn en een bezwete wandeling om de stad een beetje te ontdekken. Schnitzel, pommes en een groot glas koud bier…….De vakantie is begonnen. Zum Wohl!

20200811_190825

 

De eerste indruk van Kassel? Tja, de eerste indruk is niet van Kassel zien en dan sterven, maar goed het kan verkeren. Morgen gaan we naar Wilhelmshöhe, schijnt mooi te zijn en het is een jeugdherinnering van mijn egaa, dus die gaan we samen herbeleven. In de verte zagen we het al, dat wordt niet lopen hebben we al besloten.

20200811_201052

Onder het lopen een oud gebouw gezien, was indrukwekkend.

20200811_184301

Volkskunst natuurlijk op de meest onwaarschijnlijke plekken.

20200811_181524

Wat u verder moet weten over Kassel. Ze hebben sinds 1971 een universiteit, de Kassel Huskies spelen een aardig potje ijshockey en de plaatselijke FC (KSV Hessen Kassel) bakt er al jaren niets van en speelt geen rol van betekenis. Verder link ik maar even, heel lui, Wiki voor de ware geïnteresseerden.

O ja, natuurlijk ga ik me morgen figuurlijk onderdompelen in de geschiedenis van de gebroeders Grimm die hun sporen hebben achtergelaten in Kassel. Mogelijk dat we als een ware Hänsel und Gretchen de geest te pakken krijgen en de gebroeders Grimm laten verbleken. In 2088 misschien een standbeeld van ons.

20200811_200010

Tot morgen en namasteetjes!!!!!

Kieken in Hattem, Hoenwaardsepad

20200805_110930

Nog net op tijd voor de aankomende hittegolf want ik had er geen zin meer in. Dat wil zeggen, in het werken. Volgende week begint mijn vakantie. Ik heb voldoende overuren gespaard en die moeten bij voorkeur opgemaakt worden schrijft het protocol voor. Ook de lijst met zaken die voor mijn vakantie afgewerkt moet worden is te overzien, dus wandelen maar. Ik had mijn zinnen gezet op Hattem, het Hoenwaardsepad. Lekker wandelen in mijn eentje met het vooruitzicht later die middag bij moeders pappot aan te schuiven. Ze woont immers in de buurt. 

20200805_113539

Nu vind ik ieder Klompenpad per definitie een cadeautje. Je komt in plaatsen waar je anders nooit komt, je ziet kleine en soms grote verrassingen tijdens het wandelen en wandelen is per definitie een ontspannende bezigheid. Dat laatste heb ik eigenlijk pas sinds een jaar ontdekt dus ik heb nog heel wat te winnen. Nu is het ook bij ieder Klompenpad, het is wat het is. Hier bedoel ik mee, als er weinig water is, dan moet je niet klagen dat er te weinig water is. Is er te veel asfalt volgens de hardline klompenpaders dan trek ik de conclusie dan zullen er geen andere mogelijkheden zijn. Is er op cultuurlandschappelijk of historisch gebied niet zoveel te zien, dan is het er gewoon niet. Toch kan de wandeling best mooi of ontspannen zijn. Het is zoals het is. Maar sommige paden hebben geluk en die hebben van zichzelf veel te bieden. Het Hoenwaardsepad is er zo één. Water, uiterwaarden, stadsgezicht, landhuizen, historische gebouwen en bos. Het was er allemaal. 

20200805_130350

Zoals gebruikelijk hanteer ik mijn mobiel om een stukje op mijn blog van een paar foto’s te voorzien. Een paar foto’s zijn meestal voldoende. De mooiste kiekjes deponeer ik op mijn Instagram account. (titiissprakeloos) Iedere keer ben ik nog in gevecht om de horizon recht te krijgen. Soms lukt dat, vaak ook niet. Het mag mijn pret niet drukken. Met de veelzijdigheid van de wandeling was er op dit pad veel te kieken. Overal zag ik wel weer een plaatje om mijn nog niet ontdekte fotografeertalent te kunnen etaleren. Het is nog niet zover gekomen, hoewel ik zelf tevreden ben hoe de soms wel veertig foto’s een mooie impressie geven van de dag. Zo weet ik over een jaar nog hoe ik de wandelsfeer heb beleefd. 

20200805_134625

 

De genoemde afwisseling was prachtig. Verrassend was echter dat het uiterste puntje van de Veluwe bij Hattem ligt, dat realiseer ik me nu pas. Hattem associeerde ik vooral met de rivier. Opvallend was de overgang van de uiterwaarden naar het bosgebied. Dat ging door de ‘buitenwijken’ van Hattem, de suburbs zullen we maar even zeggen. Het is er goed wonen in dit bosrijke gebied. Of hoe zeg je dat ook al weer een beetje dichterlijk, lommerrijk. Want je wandelt in een bos, maar als er huizen in staan heet het ineens lommerrijk. Goed en in één keer was ik in het bos, gewoon dus nog een stukje Veluwe. 

20200805_113347

Hand in hand op het Breeschoterpad

20200804_144203

Het aantal klompenpaden begint harder te groeien dan ik aan vrije tijd heb. Als ik ze alle 128 moet lopen, dan moet ik er nu nog 100 en dat heb ik al eerder gezegd. Komend weekend worden er weer twee vrijgegeven. Dus dan maar wat overuurtjes opnemen. Samen met een revaliderende collega maar even een kort pad geslecht in Renswoude. Voor mij een primeur op klompenpadengebied want voor het eerst kom ik met klompen en rugzak buiten de Gelderse grenzen. Renswoude (U) en Scherpenzeel (Ge) hebben meerdere paden in de aanbieding. Ik had de titel van dit blog natuurlijk ook ‘vreemdgaan met collega op het Breeschoterpad kunnen noemen. Maar dat is zo suggestief en goedkoop om maar lezers te trekken.

20200804_141048

Nee, dan hand in hand, of dat niet suggestief is? Nee zeg ik volmondig en overtuigend. Halverwege vroeg ik hem of hij wist welk woord in de conversatie nog niet is gevallen is. Hij zei zonder nadenken meteen, Feijenoord. En dat klopt. Hij Rotterdammer en ik ook al sinds 1974 door opvoeding bepaald Feyenoordfan, beginnen onze maandagochtend steevast met koffie en de bespreking van het voetbalgebeuren het weekend ervoor. In weinige subjectieve bewoordingen zijn we het altijd met elkaar eens. De laatste maanden is het op dit vlak natuurlijk rustig. Thuiswerken en geen voetbal, dus je zou verwachten dat er heel wat bij te praten was. Maar nee, we waren het heel snel eens. Feyenoord wordt kampioen dus daar lullen we niet over deze middag. Niet lullen maar poetsen. Facta non verba oftewel geen woorden maar daden. hoofdstuk is afgesloten.

20200804_161711

De daad van deze middag was de ruim 6 kilometer slechten en dat was geen probleem voor mijn collega/Feyenoordkamaraad. De volgende keer een of twee kilometers meer en die volgende keer gaat er komen. Don’t know where, don’t know when. Het Breeschoterpad was een korte wandeling zonder veel poeha, rechttoe rechtaan passend bij de club van Nederland. En in de omgeving zijn nog vele klompenpaden te slechten. O ja, het feit dat je niet alleen loopt, herbergt het gevaar dat jezelf ook op de foto komt. Aan selfies doe ik niet, dus bij deze een keer de blogger/wandelaar/kiekjesmaker een keer in actie.

IMG-20200804-WA0002

Voor meer foto’s zie ook mijn Instagram account : titiissprakeloos

Engelenburgerpad, nummer 27.

20200802_123626

Vandaag nummer 27, het magische getal in de pop- en rockscene voor een aantal zeer bekende sterren. Sterren van weleer natuurlijk want bij het 27e levensjaar stokte het. We denken dan bijvoorbeeld aan Kurt Corbain, Janis Joplin en Ami Winehouse om er maar wat te noemen. Nu ben ik niet bijgelovig, maar het feit dat ik 2 X 27 jaar oud ben, maakt mij wel voorzichtig. Ik zal vandaag in ieder geval goed uitkijken voor hekjes, bruggetjes en andere gevaren. En ik weet niet of het door de onbewuste zenuwen kwam, maar bij één hekje ging het bijna mis en een bruggetje vond ik wel wat smal en zonder goede houvast.

20200802_133650

20200802_150323

En dan hadden we nog de stier waarover meerdere voorgangers van het wandelpad spraken. Een boze stier op je pad en er kunnen grote (lichamelijke) problemen ontstaan die me zouden kunnen laten belanden bij de club van (2X) 27. Ik ben de stier niet tegengekomen. Of misschien moet ik stellen dat de stier zich aan mij niet heeft geopenbaard. En afkomstig uit een landelijke omgeving weet ik het verschil tussen een koe en een stier heel goed. Nu zal ik bij andere Engelenburgerpad-wandelaars hun biologische kennis niet in twijfel trekken, maar ik heb alleen pinken en vaarzen van vrouwelijke kunne (dat is dubbel op) gezien die echt in een zondagmiddag-mood waren. Misschien dat dit door de week anders is, want uit die zelfde gememoreerde landelijke omgeving weet ik dat ook koeien best dol kunnen worden.

20200802_135555

Het feit dat ik u dit kan vertellen, betekent dat ik het 27e klompenpad heb overleefd en kan vertellen dat het een prettige wandeling was. Afwisselend, best rustig, zelfs op de Waaldijk veel het best mee, behoudens een enkele motorrijder die van mij elders mogen spelen. Ik werd vooral jaloers op de bewoners van een aantal dijkhuizen. Nu is het al een lieflijke gezicht deze huizen, groot of klein, vanaf de dijk te bewonderen. Dit klompenpad gaf me de mogelijkheid om ze ook van de achterkant te aanschouwen. Ik zou er best willen wonen. Misschien dat ik dan wel vrijwilliger zou worden om het pad in stand te houden of nog mooier maken dan het nu al is.

20200802_154404

 

Meer foto’s te zien op Instagram onder de naam: titiissprakeloos

Schijn een lichtje op: LELLEBEL

Wie kan zich de eerste verjaardag van zijn lief nog herinneren? Ik wel, het was nog heel pril en dan wil je uitpakken om indruk te maken. Tenminste ik wel, al had ik geen cent te makken. Uit mijn geheugen graaf ik een boek. Een heel verantwoorde keus met een woordje van mij. Het boek is uitgeleend, we weten aan wie, maar staat al bijna dertig jaar niet meer in onze boekenkast. Ook had ik een soort van roos voor haar. Geen echte, maar zo’n feestartikel waarbij de bloem bij het uitpakken een sexy lingeriebroekje bevatten. Met de kennis van nu vraag ik me af waar haalde ik het lef vandaan, zo ben ik helemaal niet. Voorts natuurlijk een paar zoete gedichten en een sieraad. Ik wist toen al dat ‘diamonds are a girls best friend’. Al wilde ik dat natuurlijk zijn, ik wist dat ik haar moest delen. Bovendien, diamanten waren natuurlijk te begrotelijk. Grote gekleurde oorbellen moesten het worden.

Ik woonde toen in Nijmegen en het adres was ‘Lellebel’. Meer dan 100 keer was ik de winkel waarschijnlijk al voorbijgelopen, maar nu bleek ik ineens tot de doelgroep te horen en wist de winkel te vinden. Grappige naam trouwens, lellebel, realiseer ik me nu pas, een bel voor in je lel. In de winkel was het minder aangenaam. We schrijven winter 1990 en als enige man in een klein winkeltje met allemaal eksterachtige vrouwen zonder fatsoen werd ik telkens naar de rafelranden van de winkel geduwd. Mijn niet gespeelde bescheidenheid in deze setting legde het af tegen de overmacht aan bazige oestrogenen. Na een half uur had ik eindelijk een setje uitgezocht en was blij dat ik de winkel kon verlaten. Het setje oorbellen completeerde mijn cadeaus voor haar eerste verjaardag met mij. Ik moest er vandaag aan denken toen ik ergens op de radio het woord lellebel hoorde.

 

20200801_212517

 

Een raar woord eigenlijk lellebel, toch maar eens zoeken waar het vandaan komt en hoe het gebruikt wordt. Ik besef terdege dat de zoektocht naar de herkomst van woorden een serieuze aangelegenheid is. Met een snelle zoektocht kan ik niet tippen aan de wetenschappelijke etymologie. Maar ik was nieuwsgierig dus ik waag maar een poging. Ik leer dat het woord voor het eerst officieel gedateerd wordt in 1887 in de betekenis van slonzige vrouw. De synoniemen voor lellebel zijn: 1) Del 2) Slet 3) Sloerie 4) Slons 5) Slonzige vrouw 6) Slordig mens 7) Slordig vrouwmens 8) Slordige vrouw 9) Viezerik. Ik heb niet kunnen achterhalen in welke context het woord voor het eerst gebruikt wordt. Maar de klankleur van het woord lellebel komt wel overeen met de synoniemen die gegeven worden. Het hangt inderdaad een beetje tussen slordig en hoerig in. Bij mij heeft het niet per definitie een negatieve connotatie. Lellebel is misschien wel de vrouwelijke vorm van schavuit? Ik zeg maar wat niet wetende of dit heden ten dagen nog wel mag, het rubriceren in mannelijk en vrouwelijk. Lellebel wordt in ieder geval veel gebruikt in de dragqueen-scene leert een korte studie. In die context is het zeker niet slordig en viezig, eerder zeer verzorgd tot in de puntjes. Misschien dat de overvloed aan uitgelopen make-up op het einde van de avond de typering lellebel wel eer aan doet. Ik kom tot de conclusie dat een chique prostitué nimmer een lellebel genoemd wordt en ook een viezige vrouw zal niet snel uitgescholden worden voor lellebel. Het is er echt iets tussen in, maar wat dat dan precies is?

Even hoop ik dat het antwoord komt van een heuse bierbrouwerij, de Eeuwige jeugd. Ze hebben een biertje dat Lellebel heet. Het wordt omschreven als: ,,Een licht geel gekleurd bier. Het bier heeft een redelijke schuimkraag. Je ruikt duidelijke aroma’s van Citrus en wat tropsich fruit. Soepel en verfrissend met een lichte prikkel in de nasmaak.”

Dit geeft helaas geen uitsluitsel, het is niet viezig en niet hoerig. Lellebel, het blijft voorlopig een beetje vaag. Maar ik ben altijd bereid dit blog uit te bereiden met goede suggesties en definities.

Moderne slavernij zomaar op vrijdagmiddag!

Doodmoe word ik ervan en doodziek tegelijk. Van die mensen die elke nuance missen in welke discussie dan ook. Die groepen mensen die elkaar onderling maar bevestigen in hun eigen bubbel en de ‘anderen’ verketteren. Of het nu over de landbouwhervorming gaat, de coronamaatregelen of het slavernijverleden van Nederland. Ik heb er geen zin meer in. Inclusie of exclusie, ik heb mijn conclusie getrokken. Ik doe niet meer mee! Ze polariseren maar raak, de ‘goeden’ van links en rechts.

 

IMG-20200728-WA0006

Voor de meesten van ons is het voor hun geestelijke gezondheid beter om in grijstinten te denken. Zwart-wit denken vraagt voor de meesten van ons een ondraaglijke verantwoordelijkheid. Sommigen worden door de omstandigheden helaas gedwongen.

 

Naïef

Dat wil niet zeggen dat ik blind ben voor bijvoorbeeld slavernij. In mijn naïviteit dacht ik op de middelbare school, en nog ver daarna, dat slavernij niet meer bestond en iets uit de geschiedenisboekjes was. De oude Grieken en Romeinen, de horigen in de Middeleeuwen en in het feodale Rusland. Uiteraard werd ik al onderwezen over onze eigen geschiedenis met mondiale slavenhandel van de 17e eeuw tot bijna de twintigste eeuw. Ik heb echter niet het goede geschiedenisonderricht gehad begrijp ik nu. De zinloze discussies, oorverdovende scheldpartijen en publieke veroordelingen op de (sociale) media zullen ongetwijfeld uitmonden in het herschrijven van de geschiedenis. Ik koop over twintig jaar wel een nieuw geschiedenisboek. Als de versie me bevalt zal het in mijn boekenkast prijken, zo niet dan verdwijnt het boek ergens achter in een hoek op de zolder.

Moderne slavernij

De jaren van naïviteit liggen alweer vele jaren achter me. Natuurlijk was er oorlog, armoede en ander sociaal onrecht, maar dat noemde ik geen slavernij. Misschien ten onrechte. Ik schrok daarom van artikelen die ik las de afgelopen jaren over kinderarbeid en vrouwenhandel. Moderne slavernij dus. Maar ook Noord-Koreaanse levens worden ingezet voor het hogere doel van Kim Jung Un in het land zelf en als exportproduct gaan mensenlevens naar het buitenland. Goedkope arbeid om het BNP van de heilstaat een beetje te stutten. Wat te denken van de Oeigoeren in China of de massale uitbuiting van arme buitenlandse arbeiders in Qatar. Ze werken onder zware omstandigheden, deels on(der)betaald en zeker zonder bewegingsvrijheid en met een reëel risico om te sterven tijdens het werk. Wat zullen we genieten met onze Oranje-leeuwen volgend jaar in Qatar!

De rauwe werkelijkheid

En toen kwam de moderne slavernij direct in mijn werksituatie kwam binnenvallen. We schrijven 17 juli 2020 aan de rafelranden van de werkweek. Het is bijna weekend en de gedachten waren al bij de komende vrije dagen. Nog even met een collega kijken naar de stapel adviesrapporten*. De collega ziet dat er in detentie een Spaans sprekende man zit. ,, Leuk, dan kan ik mijn Spaans een beetje ophalen.” Deze Mexicaanse man zat vast voor opium gerelateerde delicten. De fantasie over Escobar-achtige taferelen zat al in onze hoofden. Dat veranderde snel toen mijn collega het proces-verbaal las. Inderdaad Escobar-achtige toestanden, maar dan wel de scenes met de meeste emotionele impact. De man, hij verbouwt citrusvruchten en handelt in jonge stiertjes, heeft vijf kinderen en een echtgenote. Ogenschijnlijk een gewoon Mexicaans gezin, woonachtig in een gebied waar drugskartels het voor het zeggen hebben. Jonge mannen worden daar geronseld en gedwongen te vechten voor het leidende kartel. De man zegt: ,,Laat mijn zoon met rust, ik zal zijn plaats innemen.” De man wordt gedwongen naar Nederland te gaan om in een drugslaboratorium te werken. De gezinsleden zijn het onderpand voor volgzaam gedrag. Als het laboratorium wordt ontmanteld is hij primair verantwoordelijk, zo krijgt hij te horen. Zijn vrouw mag het dorp niet uit op straffe van mishandeling of erger. Bellen vanuit de gevangenis is moeilijk, want de kans dat er wordt meegeluisterd is groot, verzekert de man. Hij is zeer achterdochtig, wie kan hij vertrouwen? De Nederlandse politie, de Nederlandse rechtsstaat, zijn advocaat of misschien de reclassering? De angst voor represailles zit er goed in begrijp ik van mijn collega. Hij heeft immers vaak genoeg gezien waartoe de kartels in staat zijn in het dagelijkse leven. Hij heeft Netflix daarvoor niet nodig gehad.

We heffen het glas, deden een plas en alles bleef zoals het was.

Het gesprek met de reclassering heeft inmiddels plaatsgevonden. Wat kan mijn collega? Wat kunnen wij vanuit onze positie als reclasseringswerkers? Niets is mijn voorlopige conclusie. Uiteraard zullen wij het verhaal van de Mexicaanse man op papier zetten voor de rechtbank. Maar wie kijkt en luistert mee? Ik kan een column schrijven over moderne slavernij. Ik ben mij zeer bewust dat dit wel een zeer beperkte bijdrage is voor het leed van deze man. Maar ik ben wel ‘woke’ voor het bestaan van dit leed, de impact voor zijn gezin en de wetenschap dat er vele Mexicaanse slaven zijn zoals onze client. Gelukkig gebruik ik geen drugs en hoef me als zodanig niet te schamen.

 

*adviesrapporten van de reclassering worden geschreven ten behoeve van de zitting van een verdachte. Een plan van aanpak wordt gepresenteerd al dan niet met een strafadvies.

Plaggenstekerspad met mijn eigen heksje

Deze mooi-weer-wandelaar mocht weer vandaag, het volgende klompenpad en wel met mijn eigen lieve heks. Dit behoeft enige uitleg voordat iedereen op zijn achterste benen gaat staan. Er zijn mensen die heks geen scheldwoord vinden, en mijn heks is er daar een van. Het kwam ter sprake toen we het Plaggenstekerspad begonnen. Dit bleek ook een soort van kabouterroute te zijn voor de vakantie-vierende jeugd in de Veluwse bossen.

20200719_130242

 

De eerste aanwijzing was de keiharde wetenschap dat kabouters uit de bomen springen met een blad als parachuutje. Natuurlijk wist ik dat, maar ineens besefte ik dat ik dat ook wilde. Misschien nadat ik alle klompenpaden gelopen heb, zal ik het juiste gewicht bereiken? Ik heb er graag een geïmporteerd lianenblad voor over. Over honderd wandelingen misschien? Zo kwamen we op sprookjes, heksen en witte wieven. Plaggenhutten spreken natuurlijk tot de verbeelding met zompige moerassen, onwelriekende geuren en vooral veel enge verhalen. Het is niet voor niets dat de schrijver A. den Doolaard voor een belangrijk deel hier zijn werken heeft geschreven.

20200719_144556

De schrijvershut van A. den Doolaard

20200719_152211

Niets van dat alles vandaag. In 1844 telde Hoenderloo niet meer dan 24 plaggenhutten, dat was alles. Nu is het vakantiewelvaart dat de klok slaat, misschien nog wel meer dan anders in deze Coronatijd. Onderweg hoorden we de geruchten al, we moesten bij IJs van Co zijn. Zou heel speciaal zijn? De lange rij voor de winkel, extra indrukwekkend door de anderhalve meter maatschappij, was iets te veel van het goede. We zouden eens uit ons ritme komen. Dat willen we niet.

20200719_145640

De rij ging om het hoekje door, IJs bij Co. Mijn fotografiekunde is onvoldoende om dat mooi in beeld te brengen. Het is wel een stukje historie voor deze ijsmakers die dit al 82 jaar doen. Alleen daarom moeten we zeker een keer terug.

Zondag 19 juli 2020, de dag dat Feyenoord 112 jaar bestaat, zomaar een niet ter zake doend feit, lopen we weer in een prachtig stukje Nederland. Cultuur, natuur en boerenland wisselden elkaar mooi af.

20200719_145130

20200719_131607

En net toen we het einde naderden stapten twee vrouwen van een inrit en liepen zo’n vijftig meter voor ons. We hadden de kabouter en andere sprookjesfiguren allemaal besproken toen twee exemplaren uit het sprookjesbos zich aan ons toonden. Twee lieve heksen, met haar tot aan het stuitje, allebei. De een blond, de ander rood, naar later bleek waarschijnlijk moeder en dochter. Mijn eigen heks bedacht zich geen moment en vroeg hen of ze op de foto wilden voor haar vrouwengroepen. Geen probleem, maar ik kan moeilijk die foto’s gebruiken voor mijn blog om deze vrouwen te tonen. Daar hebben ze geen toestemming voor gegeven om samen met kabouters genoemd te worden op een willekeurig blog. Jammer. Deze dikke kabouter sjokt dan maar achter zijn eigen heks aan die tevreden is met het beeld dat deze twee vrouwen uitstraalden.

Voor meer foto’s, zie ook instagramacount titiissprakeloos

Mijn ideale sportavond

Ik weet wel hoe het zit in het leven. Uiteindelijk is er helemaal niets veranderd. Dat denken we, maar het gaat gewoon maar door. En omdat er niets veranderd, hanteren we ook maar weer de gewone oplossingsstrategieën. En daar hoort de sportschool voor mij niet bij. Coronatijd heeft bij mij geen levensomslag gemaakt. De rust heb ik niet gevonden, laat staan het licht. Anderen hebben dat wel als ik zo om me heen hoor, zeggen ze. Gelukkig is het ook niet zo dat ik er psychisch aan onderdoor ben gegaan. Zoals ik al zei, er is niet zoveel veranderd. Geen Coronakilo’s bij mij hoor, gewoon een beetje jojo-en in een bandbreedte van zo’n 3 à 4 kilo. Soms er een beetje onder, dan weer naar de bovengrens. En als die nadert, ben ik alert. In het verleden heb ik heel wat loze maandjes contributie voor de sportschool betaald. Dus dat doe ik nooit meer. Begrijp me goed, ieder zijn meug met Arie Boomsma voorop, maar de hedonistische cultuur in de sportschool is aan mij niet besteed. En het is zeker niet alleen om die randfiguren die er  zijn, dat is misschien nog wel het minst erg. Ook de kleedkamercultuur ervaar ik heel erg als zien en gezien worden met je hele hebben en houwen zullen we maar zeggen. Maar het allerergste vind ik misschien wel de wijze van sporten. Met zijn allen op de loopband, handdoekje om, koptelefoon op om je verder af te sluiten en maar kijken naar tv-zenders waar buiten de sportschool verder niemand verder naar kijkt. Bij mij komt het woord degeneratie boven. Bovendien hoe veilig zijn die sportscholen nu eigenlijk in deze coronatijd. Er gaan her en der wel geruchten dat de opkomende broedplaatsen daadwerkelijk van sportscholen komen, Arie Boomsma ten spijt. Ik ben niet het type dat nu gaat cancelen en tot een boycot op te roepen. Misschien is het maar een gerucht. Geruchten en fakenews zijn in tegenwoordig.

20200713_205704

Maar om helemaal veilig te zijn, heb ik mijn eigen sportcircuit voor vanavond uitgezocht. We fietsen een eindje tot buiten het dorp. Dat is stap één. We gaan even zitten om vervolgens met de fiets wat bicepsoefeningen te doen. Als ik oververhit raak kan ik altijd nog in een verse boerensloot springen. Met als ik met mijn fiets boven mijn hoofd sta, bedenk ik dat niemand mij gelooft. Snel een actiefoto, maar daar heb je een ander voor nodig. Een narcistische selfie is aan mij niet besteed en is ook zo onhandig met je fiets in de hand. De fiets maar even in de halter en wachten op een voorbijganger. Maar ik had echt een stil plekje gekozen. Ja wat auto’s, maar om die nu tegen te gaan houden? En dan slaat de twijfel toe. Is het wel een goed idee om op een bankje, bij de bosjes wildvreemden aan te spreken om een foto te maken van een powerliftende dikke man met zijn fiets boven het hoofd. Als er maar geen jonge meisjes langs komen. Die schrikken al bij het zien van een zittende man tegen de bosrand, laat staan als hij vraagt ‘dames mag ik u iets vragen’. Slecht idee, dus na twee sigaretten wachten geef ik het op om een superstrak blog te schrijven met bijbehorende foto.

20200713_211148

Maar het geluk is met me. Op weg naar huis kom ik langs een wetering waar ik even naar de zonsondergang kijk. Twee oudere dames fietsen langs. Ik was blijkbaar betrouwbaar genoeg, want ze stopten ietwat onzeker en wilde wel een foto maken. Met de fiets in de lucht poseer ik voor twee wildvreemde vrouwen. Alles voor de kunst zullen we maar zeggen, en alles voor de sportpromotie van mezelf. Ik ben tevreden met het resultaat en bedank de vrouwen. In onvervalst Duivens vragen ze ‘woar is dat veur?’ Ik zeg zonder blikken en blozen dat het voor de promotie is van de sportschool van Arie Boomsma. Een lege blik is mijn deel. ,,Dat was voor Arie Boomsma” zegt de fotografe die achter haar vriendin aanfietst. ‘Roare keerl’ is haar antwoord. Zou ze het nu over Arie hebben?

 

Ik beloof…….

In mijn maandelijkse column op het intranet van mijn werkgever (reclassering Leger des Heils) hieronder de weergave.

 

Bij mijn vorige column werd er al gemord: Kan het over iets anders gaan dan de coronacrisis? Nee, vond ik. Ook nu blijkt waar het hart van vol is. Dus ik ga niet beloven dat het niet over Corona gaat. Ter compensatie beloof ik niet over politiek, economie en voetbal te schrijven of dat ik als verdekt colporteur ga fungeren. Een faire deal. Toch?

Tijdens de lockdown werd uitgeroepen: ‘We komen er ‘ineens’ achter dat er onvoldoende opvang is voor dak- en thuislozen’. We wisten dat het beleid ruim onvoldoende was voor de inmiddels 40.000 mensen die onvrijwillig op straat leven. Met de slogan ‘Thuisblijven, hoe dan?’ vroeg het Leger des Heils aandacht voor de nood voor 10.000 structurele woonplekken voor de groepen die tijdelijk bivakkeerden in hotels en de ingerichte sporthalen. Onze directeur verscheen op diverse plekken in de media en ieder dag opende ik mijn computer nog met het bericht van de campagne. De overheid deed een belofte: in 2022 moet het doel gerealiseerd zijn. De campagne zou eigenlijk actief moeten blijven totdat de 10.000 woningen zijn gerealiseerd. Ik beloof hierbij dat ik ieder jaar voor de zomervakantie een vervolg zal schrijven op deze column, zolang het nodig is.

40.000 menselijke verhalen

Ik besef dat daarmee niet al het leed verdwenen is. Er zullen altijd Swiebertjes blijven, er zullen altijd mensen door pech tijdelijk huisvestingsproblemen hebben en ook verslavingsproblemen sluit je niet uit door 10.000 woningen. Achter de 40.000 daklozen schuilen 40.000 menselijke verhalen. Een aanpak op maat is nodig. En dan beloof ik je, dat het werk van de reclassering er anders uit gaat zien bij de realisering van de beloofde huizen. Mijn ervaring is dat bij tijdige constatering van (huisvestings)problemen en een passende huisvestingsoplossing veel mensen niet hoeven te stelen, wel een uitkering kunnen krijgen en hun leven al dan niet met tijdelijke ondersteuning opnieuw kunnen opbouwen.

Ook voor mensen met LVB of andere psychische problemen is het hebben van passende huisvesting sterk recidive verminderend. Ik word al helemaal blij dat er wordt gesproken over passende huisvesting met bijbehorende begeleiding in plaats van uitbreiding van maatschappelijke opvang. Maatschappelijke opvang is een pleister voor een te grote wond.

Fantoomgroei

Twee weken geleden wilde ik hiermee mijn column naar een einde brengen, totdat ik hoorde van het boek Fantoomgroei van de auteurs Sander Heijne en Hendrik Noten. Het boek heeft als ondertitel: ‘Waarom we steeds harder werken voor steeds minder’. Ik was op slag verliefd op het woord Fantoomgroei en uiteraard heel geïnteresseerd in de uitleg waarom de economie sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw booming is, maar de meeste mensen niet meeprofiteren.

Overtuig jezelf

Ook ik dacht altijd ‘we hebben het toch goed’. Misschien wel beter dan dertig jaar geleden. Tegelijkertijd beseffen en voelen steeds meer mensen dat de publieke sector is uitgekleed. We zien het in het onderwijs, de stand van de verpleegkundige zorg, de ouderenzorg en hoe we met onze daklozen omgaan. Economische groei is dus niet gelijk aan welzijn. In dit zeer leesbare boek, ook voor niet politicologen, economen of historici, wordt op een duidelijke manier de vraag beantwoord waar het verschil tussen het gevoel van niet mee te kunnen komen en de exorbitante economische winsten die bij een beperkt deel van de mensheid terecht komt. Dit wordt dus fantoomgroei genoemd. Ik ga zoals beloofd geen economisch relaas houden, ook zijn de uitkomsten niet richting een specifieke politieke voorkeur geschreven. Overtuig jezelf maar.

Als je niet geïnteresseerd bent, moet je het vooral niet aanschaffen. Ik zeg niet aanschaffen! Ik wil het trouwens best uitlenen hoor.

Zoals een groot denker uit Amsterdam ooit heeft gezegd, ieder nadeel heb zijn voordeel. Zo is het misschien ook wel met de coronacrisis. Jammer dat die denker bij de verkeerde club speelde, maar zoals beloofd: ik ga het ook niet over voetbal hebben.


De Culemborgse Universiteit van het klompenpad.

20200620_153749Afgelopen zaterdag durfde ik het weer aan, de hooikoorts negerend met behulp van de chemie. Dat is gelukt, al is de weerslag de dagen erna nadrukkelijk aanwezig. Vandaar niet de dag zelf een stukje, maar twee dagen later.

Zoals de titel al aangeeft, dit keer aanbeland in Culemborg, het Goilberdingerpad. En op het einde had het pad een primeur voor dit jaar, we konden een hapje eten bij Caatje aan de Lek. Een ietwat dubbelzinnige naam, maar het eten was er niet minder om. We hadden geluk, want de reserveringen waren van dien aard dat we konden profiteren van beide tijdslots en er dus lang genoeg een tafeltje vrij was om veilig te eten. Zo gaat dat dus anno de post-lockdown.

20200620_153049

In eerdere versies van mijn wandelingen maak ik soms gewag van vogels, planten en voor de vergezichten gebruik ik mijn telefoon voor een kiekje. Van alle drie heb ik op de keeper beschouwd weinig kaas gegeten. Van de plantkunde moet ik het doen met mijn middelbare schoolkennis, die schiet tekort. Sinds kort heb ik wel een appje om dit tekort te ondervangen. Maar erg tevreden ben ik niet. Je maakt een foto’s en laat het plantje of bloemetje determineren door dat appje. Er komen suggesties naar boven, die soms niet juist zijn, of met een Latijnse vermelding komen. Daar heb ik dan geen zin in omdat ter plekke te vertalen in gewoon Nederlands. Qua vogels is mijn kennis sowieso altijd al beperkt geweest. Eigenlijk zou ik eens met een vogelaar moeten wandelen. Hoewel, mijn ogen zijn wel heel slecht om op grote afstanden echt iets zinnigs te onderscheiden. Misschien is een vogelaar wel paarlen voor de zwijnen. In Culemborg hebben we in ieder geval reigers, buizerds en een andere roofvogel gezien. Een valk, een sperwer of……..wie zal het zeggen. Maar ook in de uiterwaarden heb ik met zekerheid meerdere water- of weidevogels gezien en gehoord, maar welke?

20200620_181009

 

Een klompenpad is dus eigenlijk ook soort oefenschool om je biologische kennis te verrijken. Om daar nog foto’s van de maken met je mobieltje is weer een andere gave. Soms lukt dat, maar vaak is de horizon toch niet helemaal recht. Hoe doen andere mensen dat met hun mobieltje, want op het moment dat ik druk, vaak te enthousiast, beweegt het kreng in mijn hand. Het gevolg, rivieren en meertjes lopen uit het beeld en platte polderlandschappen krijgen haast een heuvelachtig karakter. Ik doe het ermee en schaam me er niet voor ze op dit blog te plaatsen. De tien mooiste komen op Instagram (account: titiissprakeloos).

20200620_140649

De kers op de taart in Culemborg waren de geschiedkundige lessen. Restanten van de Hollandse Waterlinie kwam je tegen. (Slot Everdingen) Een heuse kogelvanger van de Duitsers ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, ik wist helemaal niet van het bestaan in dit formaat. Maar het allerinteressantste vond ik de geschiedenislessen van De Korte Meent. Een mengeling van wonen, tuinieren en recreëren langs het wandelpad in de buurt van Everdingen. Het was romantisch en tegelijkertijd een beetje triestig. In eerste aanleg dacht ik, goh best aardig zo’n huisje hier. Lekker afgelegen en rustig. Het ene huisje was in een betere staat dan andere, sommige waren echt gebouwd voor de recreatie. Maar als je dan leest dat dit vroeger een achterafbuurt was zoals de klompenpadapp het beschrijft dan voel je dat ze bedoelde een achterbuurt in de volksmond. Armoede, ongeschooldheid en mogelijk veel ellende in het begin van het industriële tijdperk. In derde instantie heb ik die kennis tot me genomen en denk, een mooie historische plek waar het best goed toeven moet zijn, tijdelijk of definitief. Wie er vroeger woonde is te vinden op de volgende link: oud bewoners van de Korte Meent.

20200620_173500

En dan hebben we het over de geschiedenis, heel hedendaags is natuurlijk hoe de economie middels een snelweg (A2) onderdeel uit maakt van je zaterdagmiddagwandeling. Ik ga niet ontkennen dat je het verkeer niet hoort op sommige plekken, maar het is in mijn optiek nimmer storend en een echte fotograaf zou er prachtige plaatsje van kunnen maken.

20200620_161250

Het Goilberdinger is eigenlijk een soort generalistische universitaire opleiding, tenminste dat maak ik mezelf maar wijs.