Wandelen rond de hoogmis. Andreasparochie te GROESSEN

De Kerkgang

 De koude ochtendlucht maakt me meer wakker dan de douche dat heeft gedaan. Het is half tien geweest en de wandeling gaat naar de Andreasparochie in Groessen. Het kost me enige zelfdiscipline, want het is zo’n ‘day after the night before’.  Een feest van een collega die zijn vijftigste verjaardag vierde, zorgde voor enig fysiek ongemak, dus de koude ochtendlucht is erg welkom. Trouwens onder het mom ‘’s Avonds de kerel, ’s morgens de kerel, of gezien het doel van de wandeling kan ik beter zeggen ‘ ‘s Avonds het heertje, ’s morgens het heertje’, laat ik me natuurlijk niet kennen.

Een afstand van ongeveer twee kilometer moet overbrugd worden, dus ik zet er flinke de pas in. Ondanks de nabijheid van het kerkdorpje, kun je met gemak overvallen worden door een gevoel van landelijkheid. Onwillekeurig, of eigenlijk helemaal niet zo onwillekeurig, moet ik denken aan plattelandsjongeren die op zaterdagavond uit gaan en waarschijnlijk veel meer gebruiken dan ik en mogelijk ook nog wel andere spulletjes dan een ‘onschuldig glaasje Grolsch’. Ik denk dan aan oude caravans die op de boerenerven staan, vaak in de ‘Bible Belt’ van Nederland, tenminste ik ken ze van Barneveld en Ede en omstreken.

Hoe zullen deze jongens en meisjes naar de kerk gaan op zondag? En vaak moeten zij ook nog. Wat zullen zij oppikken van een dienst? Als de Andreasparochie nadert, de klokken hadden inmiddels hun uitnodigende werk al gedaan, moet ik helaas constateren dat ik wederom te laat ben. En geloof me, ik heb echt geen nieuwe hoed of jas die getoond moet worden aan de hele kerkgemeenschap door te laat te komen. Trouwens, wie kent me hier in deze kerkgemeenschap, al is de kerk hemelsbreed nog geen kilometer van mijn eigen huis. Ik ben weliswaar te laat, maar fris genoeg om mijn gedachten erbij te kunnen houden. Dat is tenminste wat.

 

De Andreasparochie

 

De keus voor de tweede kerkgang is gemakkelijk gemaakt. Als het bijna twee kilometer lopen is naar de Remigiuskerk midden in Duiven, dan heeft de Andreasparochie net zoveel recht op mijn bezoek. Bovendien zijn de klokken van de Groessense kerk veel beter te horen, mogelijk omdat de decibels niet worden tegengehouden door al te veel bebouwing. Groessen dus, voor wie het niet kent, het is samen met Loo een van de kerkdorpen van de gemeente Duiven. Een hechte gemeenschap met ongeveer 2000 zielen. De gehechtheid heeft vele uitingsvormen. Naast politieke verbondenheid, Lijst Groessen, inmiddels opgegaan in een groter geheel, heeft  jarenlang een prominente rol gespeeld in de plaatselijke politiek. Maar naast de politiek heerst er in Groessen een mentaliteit van:

‘Als de gemeente niets voor ons doet, dan doen we het zelf wel.’

Als inwoner van Duiven kun je het een beetje een Calimero-gevoel noemen, maar niet zonder gevolgen. Een feest is snel georganiseerd en als het jaarlijks moet terugkeren, geen enkel probleem. Moet het meer dan een feest zijn, zo voor elkaar. Ik durf niet te beweren dat de Groessense feesten berucht zijn, maar vanuit mijn woonkamer zijn ze vaak goed te horen. Het geeft iets vertrouwds. Als aan het begin van de herfst de muziek over de velden schalt, dan realiseren we ons:

‘Hé, de maïsfeesten zijn begonnen, het is al weer oktober, wat gaat de tijd toch snel.’

De gemeenschapszin zorgt uiteraard niet alleen voor feesten, maar ook het verenigingsleven is bruisend. Maar ook voor serieuze landelijke politieke zaken speelt de gemeenschap als een geheel een belangrijke rol. De Betuweroute loopt direct ten zuiden van het dorp en heeft ervoor gezorgd dat het dorp deels afgesneden werd van de landelijke buitengebieden. Het protest heeft niet mogen baten. De volgende bedreiging is al aanstaande, want ook het doortrekken van de A15 van Bemmel naar Zevenaar is een ‘zwaard van Damocles’ dat boven de Groeessense gemeenschap hangt. Al vele jaren trouwens.

 

Enkele jaren terug ondervond ik de bereidheid om iets te doen voor elkaar in de verbouwing/ restauratie van de Andreaskerk. Als freelancer van De Gelderlander werd mij gevraagd een verslag te doen van de werkzaamheden. Op een zonnige zomerdag trof ik een aantal vakmensen die vanuit hun eigen bedrijf de handen uit de mouwen staken en mij in een enorme stofwolk de kerk, hun kerk, lieten zien die ze aan het verbouwen waren. De tegels moesten deels uitgehakt worden. Nadien ben ik er niet meer binnen geweest, maar ik was onder de indruk van de schoonheid van deze kerk.

Deze kerk heeft een geschiedenis die stamt van voor het jaar 1000 na Christus. De laatste grote verbouwing dateert van de jaren dertig van de twintigste eeuw. De recente verbouwingen, waar ik een klein beetje getuige van mocht zijn, hebben de kerk gebracht tot een oud gebouw dat voldoet aan de hedendaagse eisen en als een sieraad pronkt in de kleine dorpsgemeenschap.

De kerkbijeenkomst

 Wederom te laat dus, maar ik kan gemakkelijk aanschuiven op de achterste bank met goed zicht op het altaar waar het allemaal gebeurt. Het is behoorlijk leeg in de kerk, bij elkaar tel ik zo’n veertig kerkgangers, waaronder het zevenkoppige kinderkoor dat onder begeleiding van een synthesizer verantwoordelijk is voor de muzikale omlijsting. De terugloop in het bezoek werd trouwens tijdens de Eucharistieviering op een mooie manier ter sprake gebracht. 

Sfeer

Het is dus zeer rustig met hoofdzakelijk mensen van boven de vijftig tot ver boven de vijftig en de dienst is in handen van de parochianen zelf met als voorganger pastor Ria Doornbusch en een andere man die verder niet bij name werd genoemd in de boekjes of de site. Mogelijk is het wel gezegd, maar heb ik het gemist door mijn verlate binnenkomst. Een oudere dame voor mij had door de verschijning van een onbekende oog voor mijn onrustige zoektocht naar een boekje van de kerkdienst en wees mij de juiste plek. Verder bood het gezelschap in de kerk aanwezig weinig reden tot afleiding. Des te meer kon ik de kerk goed in me opnemen en luisteren naar de teksten van de voorgangers.De sfeer werd versterkt toen, mogelijk de pastoor in zijn zondagse kleding, de wierook aanstak waarbij de kerkgangers gevraagd werd hun gebeden mee te laten dwarrelen met de wierook.

‘Heb ik een gebed of een wens’, vraag ik me snel af.

‘O ja, een wens, al betwijfel ik of je de Allesbestierende als een grote Sinterklaas mag aanspreken.’

‘Och, misschien ook wel als je het maar niet al te dwingend doet.’

Een collega onthulde gisteren dat ze een date had vandaag met een relatief onbekende. Ze had er zin in, ze was verwachtingsvol en ik hoop dat het een positieve ervaring gaat worden voor haar. Het is een wens die van mij mee mag dwarrelen met de wierook. De geur van wierook nestelt zich al snel in mijn neusgaten en ik ben verbaasd over het natuurkundige fenomeen van de verspreiding van de luchtdeeltjes en het tempo waarin dat gaat. Ik weet dan ook maar weinig van natuurkunde.Waar ik ook vrij weinig van weet is fotografie en dat spijt me enorm tijdens de ontbranding van de wierook. Of het bewust is gedaan of toeval, ik weet het niet, maar de zon scheen in stralen door de glas-in-lood ramen. Een gekleurde straal nam de wierookkrinkels mee naar boven. Eerst onder de indruk van de schoonheid van het fenomeen, daarna een vloek onderdrukkend omdat het me zo spijt dat ik niet zo’n goede fotograaf ben om dit vast te leggen. Bovendien, al zou ik het kunnen, dan durf ik de dienst niet op een brute wijze te onderbreken.

 

Thema

Het thema van de bijeenkomst was ‘Een kans geven’ waarbij uit het boek Lucas 13, 1-9 het verhaal verteld werd over een vijgenboom in een boomgaard die na drie jaar nog geen vruchten heeft gegeven. De verbouwer van de boom krijgt de boodschap de boom maar om te hakken. Het is immers zonde van de moeite. Toch wil de boer niet zo ver gaan en vraagt nog om een kans. Misschien volgend jaar als ik mijn best doe. Een kans geven als thema waarbij de pastor ‘zonder naam’ de ontvolking van de kerkgemeenschap aanhaalt en vooral ook de link legt tussen de zeer negatieve berichtgeving over de katholieke kerk. Hij kan zich niet vinden in het onthouden van de hostie aan homo’s, de bezoedeling van kinderen in ’s Heerenberg en de reactie van de katholieke kerk in Ierland, VS en Duitsland die de kerkgemeenschap financieel laat opdraaien voor de geldboetes van het seksueel misbruik bij kinderen door hun priesters.

De pastor benoemt zijn eigen werksituatie waarin hij aangeeft dat de werkvloer de managers moet aansturen, omdat de werkvloer waarschijnlijk beter weet waar het om gaat. Hij roept de parochianen op om de kerkelijk leiders op te voeden en de weg te wijzen hoe het moet. Het aansturen van kerkleiders is een betere reactie dan teleurgesteld weglopen van de katholieke kerk. Zij moeten ook nog een kans krijgen. Hij zal bij het uitspreken van deze woorden ook gedacht hebben hoe de kerk er twintig jaar geleden bij stond. Ook in Groessen heeft de ontkerkelijking zijn sporen nagelaten, ondanks de gemeenschapszin.

   

Overpeinzing

Het opvoeden van de leiders, of ze nu kerkelijk zijn of niet. Het is een zeer actueel thema in tijden dat er door de media gesproken wordt over een gezagscrisis bij politiek leiders. Ook het aanhalen van de kennis van de werkvloer in de zorg, het onderwijs en vele andere maatschappelijke gebieden, is een belangrijk issue. Een managers’ manager zorgt voor bureaucratie, maar een ‘people’s manager (een vreselijk woord trouwens, ik zou liever willen spreken over een voorman of vrouw of voor mijn part een primus inter parus) laat mensen beter functioneren. Zo zouden kerkelijk leiders dat ook moeten doen, zodat parochianen zich weer thuis voelen bij hun kerk.

Maar hoe zit dat dan met die politieke leiderscrisis. Is een politieke partij met een ondemocratisch gekozen leider de oplossing? Is een leider iemand die alleen de ontevredenheid van zijn kiezers laat weergalmen, zonder met oplossingen te komen dan het ideaalbeeld? Is het laten zegevieren van louter ontevredenheid niet gedoemd tot verdere maatschappelijke escalatie?

Er is denk ik niet alleen sprake van een leiderschapscrisis, maar ook een algehele maatschappelijk en culturele crisis.

De wandeling terug

De warme zon op mijn rug, terwijl het aan de schaduwkant tijdens het lopen nog behoorlijk koud is, brengt me gelukkig uit de doemstemming. Onderweg word ik tot twee keer toe aangesproken door totaal onbekende joggers, terwijl ik in een rustig tempo naar huis loop. Geheel toevallig roepen ze beide dat ik maar moet gaan hardlopen.

Ik kijk ze verbaasd na.

‘Jullie moeten maar naar de kerk gaan’, wil ik ze naroepen.

Maar och, dat moeten ze ook zelf weten, misschien werkt hardlopen ook wel heel louterend. Ik weet het eigenlijk wel heel zeker, terwijl ik een sigaret opsteek.

 

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Sprakeloze energie

De eeuwige strijd van een verslaafde, levend tussen hoop en vrees, lijkt het stoppen met roken je te confronteren met een oneindig traag landschap in het verschiet. Dichter Henri Marsman er maar even bijgehaald enkele jaren geleden om deze frustratie te beschrijven. Het heeft tot op heden niet mogen baten.Verlegen

Maar wel een gedichtje in elkaar gefrutseld. Dat dan weer wel.

Denkend aan morgen
zie ik t’einde der tijden
langzaam maar zeker
mijn leven in komen

Eindeloze minuten
mijn maatje vermijden
als een kwelgeest
in angstige dromen

Snakkend naar adem
zuurstofrijke lucht
een giftig gemis
altijd geëerd

Edoch de zieklijke krab
de helse vrucht
van orale fixatie
de longen geteerd

Stoppend met roken
eindigt het leven
wat dan nog rest
is het duivelse pad

chagrijn en depressie
’t Is om het even
de kat of de hond
wie doet mij nog wat

dromend van de zomer
rennend langs het strand
herboren gevonden
sprakeloze energie

Dit kan niet waar zijn
Wat is er aan de hand?
Ben ik dat zelf
die ik daar zie?

Verzamelde Sprakeloesjes

Ooit begonnen met een ingeving van mijn zoon om Sprakeloos met het Arnhemse Loesje te verbinden toen ik zat te broeden hoe ik mijn eigen korte ‘diepzinnige’ ingevingen voor het het blog moest gaan noemen. Na de eerste zijn er inmiddels al meer dan twintig. In het kader van een beter overzicht op mijn Sprakeloos blog zet ik alle Sprakeloesjes maar eens onder elkaar.

Eerste Sprakeloesje (5 oktober 2007)

 Het leven is een heftige strijd, de vraag is alleen welk strijdtoneel je kiest

 ***

 Tweede Sprakeloesje (8 oktober 2007)

 EVENWICHT IS :
TEGEN CONVENTIES IN JE ONTDOEN VAN OVERBODIGE BALLAST

*** 

 Derde sprakeloesje (22 oktober 2007)

EVENWICHT IS:
EEN EEUWIGE ZOEKTOCHT WAARIN JE JE BALANS MOET BLIJVEN HOUDEN.

 *** 

 Vierde Sprakeloesje (20 november 2009)

 MACHTELOOSHEID IS SLECHTS EEN VERKEERDE DEFINITIE VAN PROBLEMEN DIE JE TOCH NIET KUNT OPLOSSEN.

***

 Vijfde Sprakeloesje (29 januari 2008)

Het leven is een zoektocht vol met verborgen sleutels. Bij het zoeken van die sleutels moet je je altijd afvragen of die ene sleutel nu wel nodig is!

 *** 

 Zesde Sprakeloesje (27 maart 2008)

 Een goede zorgmanager* is als een tangodanser die staat ten dienste van zijn danspartner, is amper zichtbaar en treedt op de voorgrond met maar een doel, zijn partner te laten gloreren.* Vul voor zorg ieder willekeurige publieke taak in waarbij leiding moet worden gegeven aan (hoog)opgeleide professionals.

Dit zesde sprakeloesje kwam naar boven drijven naar aanleiding van een discussie op verschillende blogs alhier, o.a. bij die van Evelien Tonkens, waarbij de marktwerking in de zorg besproken werd. In deze discussies positioneer ik mezelf als fel tegenstander. Of bovenstaande sprakeloesje nu louter met de marktwerking te maken heeft durf ik niet te beweren, het is wel zo dat de marktwerking in de zorg zorgt voor een managementdynamiek waarbij ego’s in stand gehouden moeten worden en waarbij binding met de ‘corebusiness’ verdwijnt en er sprake is van ware vervreemding met en van de werkvloer.
Als ware hij/zij een tangodanser die niets ontziend of geheel onbewust niet één keer, niet twee keer, maar telkenmale op de tenen van zijn danspartner stapt. Een enkele blauwe teen zal de partner niet van zijn/haar stuk brengen, maar bij herhaling pijnlijke voeten bij de danspartner zal de dans niet ten goede komen.

 ***

 Zevende Sprakeloesje ( 1 april 2009)

 “A dirty mind is a joy forever” is een zeer magere levensslogan voor de bange monogame ‘niet-naast-de-pot-piesende-mens’. Maar het is in ieder geval wat.

 ***

Achtste Sprakeloesje (10 juni 2008 Naar aanleiding van EK in Oostenrijk en Zwitserland)

Het valt me nu pas op, zelfs de kegel van mijn sigaret kleurt oranje in deze tijden.

 ***

Negende Sprakeloesje (13 juni 2008 Naar aanleiding van EK in Oostenrijk en Zwitserland)

 Het moment nu is aangebroken, tijd om mijn ontslag in te dienen als bondscoach. Ik ben niet meer nodig, 15.999.999 zijn er meer dan voldoende op dit moment.

*** 

 Tiende Sprakeloesje ( 8 september 2008)

 Columnisten putten uit de tegenstellingen bij anderen, een schrijver vaart wel bij interne tegenstellingen, en de blogger………….die blogt maar door.

***

Elfde Sprakeloesje ( 2 oktober 2008 Naar aanleiding van de uitverkiezing van de Toppers die naar Moskou mogen voor het Eurovisiesongfestival en de doorbrekende economische crisis)

  Wie zijn nu de echte Toppers, drie  gekken die Nederland te kakken zetten in Moskou, of een stel zeepbelblazers die het onoverwinnelijke marktdenken te kakken zetten. Bah, Toppers……………….. afz. Een tobber 

 *** 

Twaalfde Sprakeloesje (5 november 2008, naar aannleiding van de presidentsverkiezingen in de VS)

 Het toppunt van blanke arrogantie:


Een zwarte je onmeetbare troep laten opruimen en hem uiteindelijk roemen om zijn schoonmaakkwaliteiten, of misschien wel helemaal niet roemen……..
 

  ***

 Nummer dertien is er niet?????

 ***

Veertiende Sprakeloesje (27 november 2008 Naar aanleiding van domme uitspraak van minister Rouvoet)

 Een met klinkende munt terugbetalende fundamentalist en een schaamhaar fetisjist in het kabinet. Hoe leuk is Nederland eigenlijk nog?

 *** 

 Vijftiende Sprakeloesje (8 december 2008)

  “Och, moet je weten, diep in mij zit nog
 
steeds dat stoere wasbordje, je moet het

alleen willen zien.”

 ***

 Zestiende Sprakeloesje ( 19 december 2008 met link omdat beeldmateriaal ook een rolletje

 ***

Zeventiende Sprakeloesje Al fin….ááá( 10 februari 2009 naar aanleiding rel rondom coma patiënte in Italië)

  Eluana

uit coma

morta

 

Italia

een mamma

van 62

No problema

Vive il Papa

  ***

 Achttiende Sprakeloesje, Hossana, God komt voor de klas ( 9 juni 2009)

  ***

Negentiende Sprakeloesje (21 juni 2009)

 Liederlijke kunst:

 Een kort en vluchtig retourtje uit het dagelijkse bestaan of

vooral een ontkennende metafoor ter bevestiging, acceptatie

 en zelfs verheerlijking van de dagelijkse sleur?

 ***

Twintigste Sprakeloesje (4 augustus 2009)

Mijn begrip (en bevattingsvermogen) is oneindig, alleen dat van een jou zit in een andere dimmensie, dus voor mij onbereikbaar. Dus botsen we.

  ***

 Eenentwintigste Sprakeloesje (naar aanleiding van verbijstering over hoge Europese waardering over de zorg in Nederland op 28 september 2009)

 Nederland is de topper als het gaat om de kwaliteit in zorg in Europa.

Hoe erg moet het dan wel niet in andere Europese landen?

Het wordt hier dan hoog tijd voor een equivalent van de Micheal Moore

Status Quo/Whatever you want

 

Het is zo’n typische zondag vol tevredenheid in het huiselijke leven van Dorus. Samen met zijn Dora werd hij pas tegen de klok van tien uur wakker gemaakt door de kinderen.
‘Het is zeker niet verantwoord om nog meer uit de provisiekast te plunderen en dus de verveling begint toe te slaan’ zegt Dorus tegen Dora, terwijl de jongste zich tussen hen in nestelt.
‘Hoe bedoel je?’vraagt het kind tussen hen in.
‘Ja, wat bedoel je eigenlijk te zeggen?’ vraagt ook Dora quasi-verwijtend. Zij adoreert de extra uren slaap mogelijk nog meer dan Dorus en neemt het risico van cariës en overgewicht bij de kinderen op dat moment voor lief.
‘Niets’
Dorus krabt zich eens op zijn hoofd, rekt zich uit en besluit koffie te zetten. Terwijl de koffie pruttelt, neemt hij zijn eerste nicotineshot achter het huis in het zonnetje. Binnen roken is immers al enige tijd in volledig harmonie tot taboe verklaard. Het belooft mooi weer te worden. De constatering van een zonnige dag en de wetenschap dat er geen sociale verplichtingen zijn, stemt Dorus vrolijk.
‘Ik ga vandaag lekker niets doen, wat Dora ook van huishoudelijke plannen heeft’ denkt Dorus met een prettig soort van recalcitrantie.
Maar Dorus heeft af en toe het menselijk inzicht van een Nederlandse premier of welke willekeurige ouderling dan ook.
‘We gaan vandaag lekker niks doen’ zegt Dora, die op de geur van de koffie is afgekomen.

In volledige harmonie kan Dorus zijn krantje lezen, de buxus trimmen en met Dora een beetje bijkletsen en plannen voor de toekomst smeden. Niets staat een genoeglijke dag in de weg of je zou je moeten ergeren aan het lawaai van spelende en krijsende kinderen in de tuin van de buren die met geloofsgenoten hun Goddelijke zondag vieren; of het moet de klussende buurman zijn die zijn tegeltapijt in de tuin met snij- en trilmachines in het gareel probeert te krijgen; of het moet het gillende vriendinnetje zijn van de jongste die haar zin niet krijgt van de kleinste telg van Dorus, hetgeen Dorus erg kan waarderen in zijn jongste zoon. Dit soort onverkwikkelijkheden zijn voor kniesoren, Dorus en de zijnen laten zich hierdoor niet van de wijs brengen.
’s Avonds hoeft er tot ieders grote geluk niet gekookt te worden, want familiefeestelijkheden hebben gezorgd voor een overschot aan bami en nasi van de plaatselijke Chinees. Slechts de magnetron moet aan het werk. Ter vergroting van de feestvreugde en een toepasselijke afsluiting van de dag wordt besloten om het toetje bij het dichtstbijzijnde benzinestation te kopen, dan kan Dorus meteen de auto voor de komende week van brandstof voorzien.

Dorus pakt zijn sleutels en bankpas en stapt welgemoed in de auto. De muziek wordt zorgvuldig uitgezocht en eenmaal alleen in de auto mag er van hartelust gerookt worden.
“Waar hebben we zin in vandaag……Nederlandstalig? Te veel gehoord, 80ties verzamel CD…..mhâ, geen zin in, hé, Status Quo dat is lang geleden.”
Op zijn veertiende verjaardag kreeg Dorus een passend cadeau van zijn vrienden, namelijk een jaar lidmaatschap van de Status Quo-fanclub. Het jaar erop kon de contributie natuurlijk niet eigenhandig overgemaakt worden, want sigaretten waren belangrijker dan de adoratie voor de eenvoudige hoenkeboenk-rockers. Toch is sindsdien de liefde voor de nog immer bestaande band altijd sluimerend aanwezig geweest en zoals dat met sluimerende liefdes gaat, ze kunnen altijd weer opsteken.
‘Volume voluit, sigaretje in de hand en het raampje open.’
Na een prachtige simpele opbouw van de muziek met bas, gitaar en drums, schallen de stemmen van Rick Parfitt en Francis Rossi door de auto van Dorus.

Whatever you want
Whatever you like
Whatever you say
You pay your money
You take your choice
Whatever you need

‘Wat ik nodig heb is even onvervalste platte rock van ‘the boys’ en wel goed hard.’ mompelt Dorus.
Op dat moment heeft hij nog amper door welk effect hij heeft op zijn omgeving in de nette nieuwbouwwijk van zijn woonplaats. Kinderen die na het eten nog buiten spelen kijken op van de kabaalbus die aankomt rijden. Hondenuitlaters kijken verbaasd naar de decibels die hun rustige zondagavondwandeling verstoord zien worden. Gezinnen die afscheid nemen van andere gezinnen, die bij elkaar ongetwijfeld ook een fijne zondag hebben gehad, onderbreken hun afscheidsritueel.

Whatever you use
Whatever you win
Whatever you loose

‘Ik heb niets te verliezen’ concludeert Dorus als hij beseft welk een effect hij heeft in de nette burgermanswijk.
Dorus zet de muziek nog een tandje hoger en geniet van zijn tijdelijke status van ruige asociale rocker.
Bij het tankstation verricht Dorus de noodzakelijke handelingen en met vier grote Magnums gaat hij huiswaarts, maar niet zonder hetzelfde nummer van Status Quo op herhaling te blijven zetten. Bijna thuis, zijn trommelvliezen hebben het zwaar te verduren, moet hij wachten op een fietser voordat hij kan inparkeren. Een meisje van een jaar of achttien, met een zwart jasje op een witte broek en vooral veel blote buik kijkt waar het lawaai vandaan komt.
‘Jij kijk mij maar eens zitten, ik ben me er een.” denkt Dorus.
Een besmuikte glimlach verschijnt op het gelaat van de jongedame, terwijl ze doorfietst.
Als Dorus de sleutel uit het contact van de auto doet, houden de rockers ook plotsklaps hun mond dicht.
“Och, ze zal me wel een oude sukkel vinden.’

Eenmaal binnen is een warm onthaal zijn deel en Dorus en de zijnen sluiten de dag gezamenlijk af met een heerlijke Magnum.

Egyptische boontjes & Sugar Snaps

Groot ontmoet klein, heel klein zelfs, oftewel hoe een Sallandse boer kennis krijgt van ‘suger snaps’. Deze informatie, lekker compact in één zin, behoeft enige uitleg.

heel veel sugar snaps

Begin februari begint in Cairo als een gigantisch volksfeest op het Tahrirplein. Tegenstanders van dictator Mubarak geven massaal uiting aan hun ongenoegen van hun president. De gevolgen van de protesten waren (en zijn nog steeds) niet duidelijk, maar de overwinning zal zoet smaken, heel zoet. Het spat van de buis en uit de computer.

Als luisteraar van Radio 1 passeren in dit soort situaties allerhande experts om hun wetenschappelijke licht te schijnen op de ontstane situatie in Cairo. En uiteraard probeer ik me een beeld te vormen van de toestand ter plekke, de gevolgen voor de mondiale verhoudingen en ‘last but not least’, de binnenlandse oordeelsvorming bij de verschillende politici.

 Een slimme journalist vraagt aan een econoom over de economische gevolgen van de anti-Mubarak democratie. We hebben immers begrepen dat de gewone Egyptenaar voorlopig geen stuiver zal verdienen aan de vluchtende toeristen. Maar ook de export naar bijvoorbeeld Nederland bedraagt een half miljard (tegenover een 1, 5 miljard vica versa) en ligt nu stil.

 ‘Maar voorlopig hoeven we geen zorgen te maken, er liggen nog genoeg Egyptische boontjes en ‘sugar snaps’ in het schap van de supermarkten’

 ‘Gelukkig’, denk ik dan als argeloos luisteraar, ‘De wereld staat in brand, maar we hebben nog boontjes.’

Wat sugar snaps zijn, weet ik niet, maar ik ga uit van een exotische zuidvrucht. En ik ga over tot de orde van de dag.

 Vandaag, mijn vrije dag, ben ik helemaal vol van mijn nieuwe speeltjes, Twitter en Facebook, en val meteen met de neus in de explosieve boter. Het gaat helemaal mis in Cairo en middels alle mij ter beschikking staande media ben ik daarvan live getuige. Deze vervreemding ten spijt, er moet ook nog gegeten worden, een persoonlijke dagelijkse strijd in de supermarkt.

 Kippenboutjes staan al vast, vandaag met couscous, een salade en wat gewokte groente. Geen haute cuisine, maar zeer voedzaam. Bij de groenteafdeling doe ik een impulsaankoop en grijp naar de peultjes. Thuis aten we die alleen in de zomer, maar ecologisch als we zijn geworden, hoef dat niet meer.

Tot mijn opperste verbazing stond op de verpakking ‘sugar snaps’ en nog wel uit Egypte.

Revolutie of niet, maar in huize Sprakeloos wordt er vanavond super snaps gegeten, of gewoon peultjes.

 

het eindresultaat, kippenboutjes van de Poelier, of Marianne Thieme hier gelukkig van wordt weet ik niet, verder pearl couscous met paprika, champignons, rode ui, ananas en suger snaps (peultjes)

 Ik vraag me af wie ik nu help met het eten van deze Egyptische delicatesse, de pro- of anti-Mubarak aanhangers. De nabije toekomst zal het leren.

The Alan Parsons Project/NO ANSWERS, ONLY QUESTIONS

 

De Top 2000 is weer begonnen tot  intens genoegen van mij.
Ik was te laat voor mijn persoonlijke top 10, maar een nummer zal er zeker in komen te staan namelijk

No answers only questions
The Alan Parsons Project

Enkele maanden geleden nodigde dit nummer mij uit om een muziekcolumn te schrijven, waarvan hieronder het resultaat.

We schrijven begin jaren tachtig op een willekeurige middelbare school in het oosten van het land. Een enkele dwarrelende hip liep er nog rond, Normaalfans waren in opkomst en de diehards droegen klompen, evenals een selecte groep alternatievelingen. Hoewel het yuppendom nog niet echt was doorgedrongen tot de tieners, waartoe ook ik behoorde, was het gros van de leerlingen gekleed in ‘nette’ kleding. In mijn beleving bestond dat uit een broek, blouse, spencer en een sweater. Een kleine groep accentueerde die netheid door het te overdrijven. Door deze kakkers werd de spijkerbroek veelal vermeden, het dragen van een collegesjaal was een must en zogenaamde Italiaanse schoenen complementeerden de ensembles. O ja, de kleur van de spencer was veelal (zacht) citroengeel. Naast nog een groep hardrockers kende onze school één punker. Van hem was bekend dat zijn ouders zijn afwijking accepteerde tot aan de achterdeur. Voor hij aan de piepers met jus begon, moesten zijn kistjes uit, zijn no-futurejas in de schuur en werd zijn legerbroek vervangen door een decente broek.
Bij iedere groep hoorde wel een muziekstijl, maar op schoolfeesten waren The Police, Specials en Madness razend populair bij een ieder. Nederpop was in opkomst, evenals U2, Phil Collins en Men at Work.
Zie hier een korte situatieschets van de subculturen zoals ik die toen beleefd heb.
Wat ik nu pas weet is dat The Alan Parsons Project ook al heel populair was.

Via een broer van een vriend werd ik geattendeerd op een geweldige band, namelijk ‘The Alan Parsons Project.’
“Nooit van gehoord”, moet ik toen gedacht hebben. Om de beste jongen niet voor het hoofd te stoten, luisterde ik naar zijn nieuwste aanwinst ‘Turn of a Friendly Card’.
Wazig heb ik naar de LP-hoes gekeken, een speelkaart, de ruitenkoning, in een soort van glas-in-loodraam. De muziek schalde uit zijn boxen.
Hij moet mij verwachtingsvol hebben aangekeken, ik voelde dat hij om bevestiging vroeg. En die kreeg hij van mij.
“Apart, maar mooi.”
Meer kon ik er op dat moment niet van zeggen. Om mijn woorden kracht bij te zetten, gaf ik hem een versgekocht ferrochroom cassettebandje, dat ik bij me had voor de LP van Ultravox. Het nummer ‘Vienna’ was immers een grote hit. Achteraf ben ik blij dat mijn moeizaam bij elkaar gespaarde cassettebandje niet aan die bagger van Ultravox is gespendeerd.
Op dat moment wist ik echter ook niet zo goed wat ik met mijn nieuwste aanwinst moest.

Enkele dagen later luisterde ik voor de eerste keer naar de muziek van The Alan Parsons Project. Alleen. Ik werd helemaal gegrepen door de muziek, de opbouw van de nummers en vooral de sfeer die het bij mij opriep. De teksten waren totaal irrelevant voor mij. Kracht en passie kwamen bij elkaar, het versterkte de puberale melancholische stemming zonder er depressief van te worden en als de LP afgelopen was, restte toch een opgeruimd optimistisch gevoel. Voor mij was het vooral muziek om alleen te draaien, niet met vrienden. Ik overdacht de toekomst in het algemeen en die van mezelf in het bijzonder. Optimistische fantasieën werden afgewisseld met een negatieve mensvisie, maar op het eind kwam altijd weer de relativering.

Op school was The Alan Parsons Project eigenlijk helemaal geen gespreksonderwerp. Niemand was fan, er werden geen buttons gedragen en mij was geen enkele top 40-hit bekend. Achteraf weet ik dat velen een soortgelijke verhouding moeten hebben gehad met de muziek van de band, want nog immer is de muziek in vele muziekcollecties van vrienden en bekenden te vinden.

Ik was en bleef een liefhebber op afstand. Zolang het cassettebandje mijn slordige inslag overleefde, gaf ik me van tijd tot tijd over aan de milde melancholische stemming die de muziek bij me opriep. Tot het moment dat het bandje kapot ging, de cd in opmars kwam en ik andere prioriteiten had dan een vervangingsinvestering in de muziek van mijn middelbare schooltijd. Tot 2006. Via de reclameboodschappen werd ik geattendeerd op een verzamel-cd van de band en heel nieuwsgierig liep ik naar de plaatselijke cd winkel en kocht de driedubbel cd met de titel ‘The Dutch Collection’.
De stemming van ruim twintig jaar geleden was meteen weer terug en nog steeds luister ik de muziek het liefst alleen, of in ieder geval in serene rust. Naast de bekende nummers werd mijn aandacht gevestigd op een nummer van de tweede cd met de titel ‘No answers, only questions.’ Muzikaal heel simpel, bijna niet passend bij het symfonische geluid van de band. Vooral de tekst spreekt mij in al zijn eenvoud enorm aan. Dit korte nummertje is pas de laatste jaren geschreven, maar vertolkt uitstekend de stemming en gedachten die ‘Turn of a friendly card’ bij mij opriep, destijds.

Some of us laugh
Some of us cry
Some of us lay back watch the world go by
Some of us fear
Some of us hate
Some of us won’t wake up till it’s too late

The distance between us is a mystery to us all
The difference between us is so small
There are no answers only questions
And we’re all strangers to the truth
But in my minds eye
I have found the reason why
And I carry the burden of the proof

Why do we fight
Why do we fall
Why do we stand there backs against the wall
Why don’t we change
Why don’t we try
Why don’t we turn round help the other guy

The distance between us is a mystery to us all
The difference between us is so small
There are no answers only questions
And we’re all strangers to the truth
But in my minds eye
I have found the reason why
And I carry the burden of the proof

And I carry the burden of the proof

Laatste deel HARRY POTTER/J.K. Rowling

Vandaag was het zover, maanden, zelfs jaren wist ik dat het moment zou komen. Op 23 december 2007, even voordat we de geboorte van Jezus vieren, die de onbevlekte ontvangen Maria door de Allesbestierende zonder tussenkomst van ene Jozef, zo’n 2000 jaar geleden heeft mogen baren, (of in ieder geval in een kribje heeft aangetroffen), op dat moment heb ik het laatste deel van Harry Potter uit.
Waarom zo’n lange aanloop om zoiets triviaals te melden? Tja, ik vraag het mezelf ook een beetje af, of het moet zijn dat ik er van overtuigd ben dat de eeuwigheidswaarde van het Bijbelverhaal niet groter is dan de ongrijpbare spanning en waanzin die Joanna Rowling in de zevendelige serie heeft weten te leggen. Na deze constatering bedenk ik me ineens dat ook Jezus een moedig man moet zijn geweest en door de sorteerhoed vast bij Grifioendor ingedeeld zou zijn, maar bovenal, ook Jezus stierf voor de mensheid, maar dan ook niet echt want zijn herrijzenis wordt ook nog altijd heftig gevierd. Ook Harry Potter, ging dood, maar heeft nog een keuzemenu voorgeschoteld gekregen en koos voor het leven.

Een open einde voor meer delen? Ik weet het niet, voor mij rest nu een enorme leegte, oftewel hoe ga ik verder in het Ielnap-tijdperk. Ielnap-tijdperk? Ja, Is Er Leven Na Potter? Ik denk het wel, maar het zal toch herschikken zijn, want zo’n 7 jaar lang heeft deze persoon min of meer als het vijfde gezinslid met ons meegeleefd, in hoogte en dieptepunten. Harry was er altijd. In 2000 hoorde ik via via (een echte Potterterm trouwens die ik nooit meer op een normale manier kan uitspreken) van een zwangere schoonzus dat ze helemaal verslingerd was geraakt op de boeken van ene JK Rowling. Of Harry Potter me wat zei vroeg ze. Ik ontkende en helemaal lyrisch beschreef ze me de toverwereld op Zweinstein. Ik luisterde plichtmatig en dacht: ‘Jij bent me een partijtje aan het verkindsen nu je zwanger bent.”

Kortom er was geen enkele aanleiding om me in looppas naar de boekenwinkel te begeven. Echter mijn zoon van 6 was wel geïnteresseerd en herinnerde me fijntjes dat hij nog geld van opa en oma in de spaarpot had en wilde wel zo’n boek. Bedankt schoonzus! Het was zondag, maar het station van Nijmegen bood de mogelijkheid, dus in augustus 2000 hadden we een Potter in huis. Nu kon mijn zoon al een Pinkeltje verorberen, maar na enkele bladzijden moest hij opgeven om het zelf te lezen en kwam naar mij toe en verzocht vriendelijk doch dwingend om het voor te lezen. Sindsdien geen Pinkeltje meer voorgelezen aan hem, want ik was na de eerste bladzijden volledig in beslag genomen door de belevenissen van Harry en de zijnen. Ik geloof dat ik het boek vol passie heb voorgelezen, want nu 7 jaar later is dezelfde passie nog steeds bij hem en mij  aanwezig. Lezen en herlezen, voorlezen, de films bekijken, de video’s kopen en natuurlijk om twaalf uur bij de verkoop bij het juiste distributiepunt zijn. Sommige boeken hebben we dubbel, konden we tegelijkertijd beginnen. Mijn zoon heeft zelfs twee keer een poging gedaan om het boek in het engels te lezen. Op zijn elfde moest hij na 100 pagina’s capituleren, maar afgelopen zomer was hij al in zijn ielnap-tijdperk, want de engelse versie heeft hij met glans weten te verslaan.

Is er leven na Potter? We hebben nog twee films tegoed, maar het boek is uit. Voor Joanna Rowling is er in ieder geval leven na Potter. Wat ben ik jaloers op haar creativiteit en ook een beetje op haar bankrekening. Let op mijn woorden, Harry Potter is over twintig eeuwen nog steeds een fenomeen al zullen we het nooit daadwerkelijk te weten komen.

Wandelen rond de hoogmis: H. Remigiuskerk DUIVEN

De Kerkgang

 ‘On a mission’ naar de kerk om een stukje te schrijven. Het eerste blogje zal vanzelfsprekend in mijn eigen woonplaats beginnen. Een wandeling van ongeveer twintig minuten vanaf mijn eigen huis. Het blijkt iets te krap ingeschat, want met het luiden van de klok voor half elf, moest ik nog 50 meter afleggen. Te laat dus en ik schuif ergens achteraan om tegen een pilaar aan te kijken. Voor een volgende keer neem ik me voor hier meer aandacht aan te besteden om zo een strategische plek op een strategisch tijdstip binnen te komen in het belang van betere observaties.

  

Onderweg hoor ik gedurende meer dan vijf minuten de klokken me al welkom heten. Als kind is me verteld dat ze riepen:

‘Komt allen, komt allen!’

Ik hoorde dat er dan ook echt in, als de klokken beierden. Nu niet meer, desalniettemin denk ik welkom te zijn.

  Met een flinke pas loop ik door de nieuwbouwwijken met bijbehorende parkjes en waterpartijen. Sommige mensen groet ik, anderen niet. Duiven is een uit de kluiten gewassen groeigemeente waar het vanzelfsprekend is om mensen te groeten, maar voor hetzelfde geld gebeurt dat niet en dat wordt dan niet als een grove daad van oneindige onbeleefdheid gezien. Het is winderig, maar beslist niet koud. Er schijnt zelfs een waterig zonnetje. Dat hadden de weergoden niet hadden voorspeld. Maar die gaan er dan ook niet over. Het is een typische herfstige, net geen lente, zondag.

De Kerk 

Het doel van de wandeling is de Heilige Remigiuskerk te Duiven. Het oude gebouw is eigenlijk heel atypisch in de overwegend moderne kern van het dorp Duiven. In de vaart der volkeren is er van het oude lintdorp Duiven hoegenaamd niets meer over. Alles heeft moeten wijken voor nieuwbouw en tot overmaat van ramp moet die nieuwbouw weer wijken voor een prestigieus nieuw centrumplan. Dat heeft vier jaar geleden veel politieke commotie veroorzaakt. Het gevolg was dat het toenmalige zittende college (PvdA, VVD en een lokale partij) in zijn geheel vervangen is door het CDA en GroenLinks. Met name de deelname van deze laatste partij is zeer opmerkelijk in de Duivense politieke verhoudingen. Vier jaar later zijn de plannen met tussenkomst van een referendum aangepast. Op het plein voor de kerk zijn de eerste aanzetten voor de werkzaamheden gestart. Aankomende woensdag mag de bevolking van Duiven zich uitspreken of het CDA en GroenLinks verder mogen.

De Remigiuskerk heeft de tand des tijds doorstaan. In de negende eeuw was er al sprake van een kerk in en rond Duiven als onderdeel van een Frankisch Herenhof. In de huidige staat zijn resten (turfstenen) uit de twaalfde eeuw nog te vinden in de fundering van de toren. De bouwstijl uit de vijftiende eeuw is gotisch, met een neogotische uitbereiding aan het begin van de vorige eeuw. (Voor meer informatie volg de link)

Remigius is een Heilige die ik, voordat ik in Duiven kwam, niet kende. De kerk is dus genoemd naar de Heilige Remigius (Saint Remi) van Reims. Hij was bisschop van Reims en ijverde zich sterk voor de uitbereiding van het Christendom in het toenmalige Gallië. Hij doopte koning Clovis l (466-511). De bisschop van Reims is patroonheilige tegen pest, keelpijn, slangen, epidemieën, koorts en religieuze onverschilligheid. Al met al een respectabel rijtje voor één patroon.

Om half elf begon de viering met pastor Mirjam Verschure en pastor Huls. Het thema van de presentatieviering voor aankomende communicanten was ‘Ik ken je wel’. De muzikale omlijsting was in handen van het kinderkoor Do-re-mi-gius onder leiding van een enthousiaste dirigente Anneke Klepper en begeleid door organist Guus van Marwijk.

De dienst, mis of viering

Thema

Voorbereiding op de eerste Heilige Communie, dat belooft een bijeenkomst met veel kinderen. De kerk zat dan ook behoorlijk vol bij mijn binnenkomst. Onder het gezang van het koor ‘Maak een vrolijk geluid voor de Heer’ nam ik zoals gezegd achterin plaats, onbewust een beetje afzijdig van de andere kerkgangers. Met het thema ‘Ik ken je wel’ stelden de kinderen zich publiekelijk voor. Want iemand zijn, een naam hebben, dat is heel belangrijk voor je medemens, maar ook voor God. In begrijpelijke taal gericht op de jonge kinderen wordt uitgelegd wie of wat God is. God is liefde en liefde kun je niet zien, maar wel voelen, de zogenaamde hand van God. En God heeft onze handen nodig om een Goede Herder te zijn, door goed voor elkaar te zijn. Pastor Mirjam Verschure maakt wel meteen duidelijk dat minder fraaie dingen die mensen doen niet de schuld zijn van God, maar van de mensen zelf. Maar God kan wel naast je staan om te helpen het goede te doen.

Ik denk dat de pastor er heel goed in geslaagd is om het een en ander in klare ‘Jip en Janneke-taal’ over te brengen op de kinderen. Ik begrijp het in ieder geval heel goed wat ze wil overbrengen. Over de vastentijd wordt trouwens geen woord gerept, maar dat is ook helemaal niet zo’n leuk thema voor vrolijke jonge aanstaande communicantjes.

Sfeer

De bijeenkomst kenmerkt zich door een informele sfeer, los en vrolijk. Dat doet me denken aan een opmerkelijk teletekst bericht gisteren op tv. Belgische priesters zouden naar Nederland uitwijken om dat de Vlaamse kerk te progressief zou zijn. Qua stijl was de dienst in Duiven verre van conservatief. Maar ook inhoudelijk viel het mij op dat pastor Huls bij de ‘Dienst van de Tafel’ een minieme afwijking maakte ten opzichte van de tekst in het bijbehorende blaadje. God, onze Vader, zoals te lezen was, werd tot twee keer toe aangevuld met Moeder. Het beeld van de man met baard, in de katholieke beleving dan meestal nog een goede man die heel vergevingsgezind is, wordt aangevuld met ‘Moeder’. Misschien begrijp ik het niet helemaal en heb ik een theologische afslag gemist, maar dat komt mij verre van conservatief over.

Aan de andere kant, op het moment dat ik sinds jaren weer op zondag naar een kerkdienst ga, zet de katholieke kerk zichzelf in de negatieve schijnwerpers door moeilijk te doen over het ter communie gaan van homo’s. Dat is dan even lekker, en heel reactionair. Dus in die zin hebben de Belgische priesters gelijk.

Over de communie gesproken, het was bruin brood. Mijn voorkeur ging vroeger altijd uit naar witgebakken hosties. Maar voor mij was het een primeur om het brood te mogen dopen in de wijn. Dit was volgens mij altijd voorbehouden aan de priester.

Een van de jonge communicantjes in spé wilde overigens ook ter communie, of beter gezegd, hij wilde niet alleen achterblijven, terwijl zijn moeder naar voren liep. Persoonlijk had ik de indruk dat er veel jonge aanwezigen nog niet zo vaak de kerk van binnen hadden gezien. Sommigen hadden moeite stil te zijn, anderen stonden op de stoelen om maar niets te missen en zelf werd ik menigmaal aangestaard door een meisje van amper vier jaar, die omgekeerd op haar stoel zat, tenminste als ze geen ruzie maakte met haar oudere broer. En als die dan reageerde, siste ze snel ‘ssstttt’ terwijl ze haar moeder braaf aankeek. Deze jongedame had de Jip en Janneke taal van de pastor nog niet helemaal begrepen. Haar tijd komt vast nog wel.

Met ‘Ik ken je wel’ als thema, zijn wij allen schaapjes van de Goede Herder die onderling allemaal herkenbaar zijn voor God en voor elkaar. Zo leert pastor Mirjam Verschure ons dat. Ik kende niemand van de aanwezigen, des te meer schrok ik bij het Gebed om Vrede dat de tekst van het bijbehorende liedje ‘Geef mij je hand’, ook letterlijk werd genomen. Alle anderen wisten dat blijkbaar wel. Ze gaven elkaar de hand en wensten elkaar vrede. Ik zat wat afzijdig, en sloeg het vriendelijke geroezemoes gade. Maar een oudere collectant, ietwat streng vorsend de kerk in kijkend, sloeg mij blijkbaar gade. Heel vaderlijk stond hij op om ook mij een hand te geven en vrede te wensen. Uiteraard heb ik hem hetzelfde gewenst.

Wegsjokken

Als de laatste noten van het afscheidslied klinken, wordt de bel geluid als teken dat het klaar is voor vandaag. Organisatorisch moeten er nog enige mededelingen gedaan worden aan de communicanten en hun ouders. Dus van een massaal wegsjokken en elkaar bijpraten, zoals ik dat ken van vroeger, was geen sprake. Velen bleven nog even achter. Voor mensen die koffie verwachtten, moesten wachten tot dinsdag. Dan is er na de Eucharistieviering van half tien wel de mogelijkheid tot koffie drinken.

Wat een onmogelijk tijdstip en wie zal er dan zijn, vraag ik me af. Ik verwacht veel minder kerkgangers dan vandaag in de Remigiuskerk.

Het gelijknamige café is er, maar een traditie van kroegbezoek na de kerkdienst bestaat niet. Het Grand café is dan ook gesloten. Het maken van een foto met vooraanzicht is niet mogelijk in verband met de werkzaamheden.

Overpeinzing

De goede gaven tijdens de collecte gingen niet alleen naar de kerk zelf, maar ook naar een spaaractie die ondersteund wordt door de communicanten. Het geld wordt  ingezameld via ‘Wereldkinderen projecthulp China’ onder leiding van Sjaak Kleintjes. Hij benoemt de schrijnende situatie van de vele gehandicapte weeskinderen in China en probeert via de actie een bijdrage te leveren om hun noden te stelpen. Hij vertelt ter verduidelijking een Chinese parabel.

Tijdens een storm, drijven duizenden zeesterren op het strand. Een meisje pakt de zeesterren en zet ze terug. Een oude man beziet haar verrichtingen en zegt:

‘Wat heeft het voor zin, er liggen duizenden zeesterren op het strand?’

Het meisje kijkt de man aan en pakt andermaal een zeester en geeft het diertje de vrijheid terug.

Ze zegt tegen de oude man: ‘Maar voor deze heeft het wel geholpen.’

Op het Remigiusplein kijk ik tegen de dreigende bouwput die mogelijk zal ontstaan de komende maanden. Woensdag mag de Duivense bevolking zich politiek weer uitspreken. Hoe ‘verschillig’ zijn zij over de opbouw van hun dorp en hun woonomgeving? Midden in Duiven staat de kerk van de patroonheilige tegen religieuze onverschilligheid. Misschien dat hij vanaf ‘Boven’ een oogje dicht wil knijpen en er ook even wil zijn voor onverschilligheid in het algemeen, want de verwachting dat meer dan veertig procent belangstelling gaat tonen voor de gemeenteraad is niet erg waarschijnlijk.

Wandeling terug

De eerste wandeling rond de hoogmis is hiermee ten einde. We laten de informatie indalen in de twintig minuten lopen terug. Kunnen we er wat mee, is er een blogje van te maken? Ach, we zullen zien. Het zal nog wel even zoeken zijn naar de vorm.

 

Andere wandelingen:

Hoe het begon; H. Remigius, Duiven; Andreasparochie, Groessen; Pauluskerk, Raalte; Abdij Sion, Diepenveen; Werenfriduskerk, Westervoort ; St. Antonius Abt Parochie, Loo; St. Stevenskerk, NijmegenMartinuskerk, Twello ; St. Mary -Star of the Sea Church, Hasting (GB); Ned. Herv. Kerk, Achlum; Kölnerdomkirche, Keulen; Stephanuskerk, Borne ; Vrij Katholieke Kerk ChristusPantocrator, Raalte, Stephanuskerk, Heel

Reddingsboei voor bakvissen

Ze zijn met zijn tweeën, maar vaak zijn zo ook alleen. Twee jonge vrouwen, meisjes nog eigenlijk, al zullen ze zichzelf zo niet afficheren. Geanimeerd spreken ze met elkaar. Voor de geïnteresseerde observant is de conversatie nauwelijks te volgen. De ene onderdrukte kreet volgt in een rap tempo de andere op.

– ‘Boring les vandaag!’

– ‘Nou zeg, Fokker in een pest humeur.’

– ‘Ga morgen naar Max.’

– ‘Vette tent, lekker dansen.’

In de hoedanigheid van anoniem voyeuristisch gehoor begrijp ik dan dat er geen vriendje in het spel is. Tenminste niet een jongen die Max heet.

– ‘Heb je dit al gehoord?’

Het trendy oordopje wordt van het ene meisjesoor naar de andere getransporteerd. De blonde kijkt verwachtingsvol naar haar vriendin. Als blijk van waardering begint zij onderkoeld maar duidelijk zichtbaar met haar heupen te draaien.’

– ‘Cool!’

– ‘Met wie ga je morgen?’

– ‘Weet nog niet, moet eerst nog nieuwe mascara.’

De donkere jonge vrouw, met opzicht gekleurde vlechten, zorgvuldig om haar hoofd gedrapeerd, duikt in haar tasje, het is amper voor te stellen dat hier ook schoolboeken in kunnen. Ze zullen wel geen huiswerk meer hebben.

Ze laat de blonde iets zien.

– ‘Dit is hele fijne.’

Als bewijs hiervoor kijkt ze haar vriendin met grote ogen aan.

Die knikt, terwijl ze haar hippe telefoontje met ongetwijfeld vele mogelijkheden, maar nu wordt het gekleurde kleinood gebruikt waar het oorspronkelijk voor bedoeld is, want ze zet het ding aan haar oor en begint te praten. Nu niet tegen het donkere meisje, die haar ogen weer normaal doet en mascara weer in haar tas doet.

– ‘Hoi, waar ben je?’

…………

– ‘Wacht op station op trein.’

…………

– ‘Nee, met Carol.’

…………

– ‘Die niet, maar van school.’

…………

– ‘Doe ik, doeg.’

Het donkere meisje, Carol heet ze blijkbaar, heeft ondertussen op de display van haar mobieltje zitten staren. Ze veerde even op bij het horen van haar naam en kijkt nu vragend naar haar vriendin.

– ‘Mijn vriendje.  Nog wel. Wil altijd weten waar ik ben. Gaat hem niks aan.’

– ‘Moet je niet willen, nee toch?’

Onaangekondigd gaat de blonde driftig toetsend een berichtje sturen. Haar vriendin schikt ondertussen het gebreide witte sjaaltje, doet een passend mutsje op haar mooi bevlechte hoofd en kijkt stuurs afwisselend naar de SMS-ende vriendin en haar eigen mobieltje. Alsof ze ieder moment een berichtje verwacht. Misschien wel van de blonde naast haar.

Met een snelle beweging draait ze aan het apparaatje en doet een oordopje in. De blonde is uitgetipt, kijkt nog even naar het resultaat en is klaarblijkelijk tevreden.

Ter verklaring zegt ze.

– ‘Moest even, naar mijn zus.’

Carol, die inmiddels weer een van de oortjes uit heeft gedaan, knikte empathisch met holle en van fijne mascara voorziene ogen.

– ‘Begrijp ik toch?’

Als buitenstaander begrijp je hier helemaal niets van, maar goed het gesprek is ook niet voor buitenstaanders.

Dan komt langzaam de trein binnen.

– ‘Ik moet weg, zie je morgen bij Max.’

– ‘Tuurlijk!’

Een innige vriendinnenknuffel met veel sterktes en successen volgen. Waarvoor is wederom onduidelijk, maar dan scheiden de wegen zich. In ieder geval tot morgen bij Max als er niets tussenkomt.

Carol kijkt haar blonde vriendin nog even na. Haar gezicht straalt zolang ze oogcontact heeft. Zodra de trein weg is, gaat haar gezicht op slot. Als een kleine vamp staat ze ongenaakbaar op het grote perron, wachtend op haar vertrek. Heel even lijkt ze de wereld aan te kunnen, alleen. Dan grijpt ze toch naar haar redding, de telefoon die al die tijd in haar hand heeft gelegen. Ze wordt nu volledig in beslag genomen door het beroeren van de toetsen, af en toe schichtig om zich heen kijkend.

Een hele belangrijke boodschap wordt de wereld ingewerkt, misschien wel naar de zojuist vertrokken blonde. Ze was nog iets vergeten te zeggen. Van de ongenaakbare jonge vrouw is weinig meer over. Een ietwat nerveuze bakvis doet heel hard haar best de wereld aan te kunnen.

Gelukkig komt de trein en kan ze in een nieuwe omgeving opnieuw proberen een hele ongenaakbare vrouw te zijn, met haar mobiel, de reddingsboei voor al het wereldleed van bakvissen.

WINTER IN MADRID/ C.J. Sansom

Een boekbespreking zegt vooral iets over de recensent en op de tweede plaats pas over het boek zelf. Dus als je het boek van C.J. Sansom, Winter in Madrid, denkt te moeten bespreken, dan heeft de lezer recht op een klein beetje achtergrondinformatie. Vooral tijd en plaats waarop het boek gelezen is, is van essentieel belang.

In Spanje, gedurende een korte vakantie, beleef je een historisch politieke thriller die zich afspeelt in één van Spanje’s meest roerige episodes, veel intensiever. In het land waar de taal gesproken wordt die in het boek gebruikt wordt en waar je mensen tegen kunt komen die de burgeroorlog, voorgeschiedenis en de gevolgen hebben meegemaakt. Eenmaal ingezogen in het boek, probeer je na te gaan of een krasse tachtigjarige nu aanhanger is geweest van Franco of tegen hem heeft gevochten als republikein of communist. Of wat te denken van die vriendelijke vrouw die je hielp bij de plaatselijke sigarettenboer. Ze heeft ondanks haar charme een getekende uitdrukking op haar gezicht. Zou het komen door de ellende die Franco in Spanje heeft veroorzaakt? Of kijkt ze met weemoed terug naar die tijd? Een tijd die verdwenen is, nu de Spaanse democratie stevig is verankerd in Europa.

Over Europa gesproken, uit de thriller van Sansom blijkt maar eens te meer hoe Europa al met elkaar verweven was in de jaren dertig van de vorige eeuw. En dan misschien nog niet zo zeer de verschillende natiestaten, maar wel de grote (volks)stromingen zoals het fascisme en het communisme.

Winter in Madrid speelt zich voornamelijk of in de winter van 1940/41. De hoofdpersoon Harry, gewond geraakt bij het militaire débacle van de Engelsen tegen Hitler aan het begin van de Tweede wereldoorlog, voelt de drive om toch iets te doen voor zijn vaderland. Hij besluit daarom ook vrij snel positief te reageren als hem gevraagd wordt zijn oude schoolgenoot van een private Engelse kostschool te bespioneren in het Madrid van na de burgeroorlog. Als dan blijkt dat deze bijna psychotische zonderling ook nog een relatie heeft met de vriendin van een andere schoolvriend Bernie, zijn de persoonlijke drama’s en intriges compleet al is deze Bernie als strijder en kameraad in het Internationale leger tegen Franco vermist en naar het zich laat aanzien omgekomen.

Om het verhaal duidelijk te maken zijn flashbacks noodzakelijk. Deze terugblikken geven een mooi sociaal beeld van Engeland dat nog verwoede pogingen doet om een wereldmacht te zijn. Maar vooral geven ze een beeld van de Spaanse contemporaine geschiedenis. Een feodale maatschappij zoals Spanje was, wordt hardhandig geconfronteerd met de internationale stromingen zoals het communisme en het fascisme. De Spaanse burgeroorlog als een bloedige voorloper van de Tweede Wereldoorlog die nog moest gaan komen.

Persoonlijke intriges, tegen de achtergrond van het Madrid dat steeds armoediger wordt en zich de repressie van de dictatuur van Franco moet laten welgevallen en vooral ook tegen de achtergrond van het diplomatieke en politieke krachtenveld in Europa aan het begin van de Tweede Wereldoorlog, is de leefwereld van de onervaren Engelse spion Harry. Een ongemeen spannend boek voor de klassieke thrillerliefhebber, maar ook voor de lezer die inzicht wil verkrijgen van een stukje Europese moderne geschiedenis. Maar bovenal is het een boek over ethiek en het passeren van de grenzen van menselijke waarden en normen. Een boek voor iedere Europeaan, maar vooral ook voor de Spanjaarden. Want in Spanje begint de tijd een beetje rijp te worden om met reflectie terug te kijken naar hun eigen geschiedenis.

 Winter in Madrid
C.J. Sansom
In het Nederlands vertaald door Ineke van Bronswijk (2007)
Oorspronkelijke uitgave in 2006