Man Cave

Op facebook word je op de hoogte gebracht van allerlei wetenswaardigheden en zo verschijnt al enige tijd dat een van mijn facebookvrienden dol is op de man cave. Had ik daar vorig jaar ook al eens niet iets over geschreven? Even op de documentenzolder kijken en ja hoor. Onderstaande blogje gaat er over.

Gisteren vielen alle puzzelstukje op hun plek. Ik wist in een keer wat er ontbeerde in mijn leven. Een man cave. Een plek waar je als man je mag gedragen als een echte Al Bundy, een plek waar je schaamteloos seksistische grappen mag maken, waar een scheet een uiting van welwillende overgave is en niet iets is om voor te schamen. En een boer is niet meer dan een logisch peristaltisch proces dat inherent is aan het drinken van een goed glas bier. Geen feministische scherpslijperij komt er aan te pas, geen fatsoensrakkers die je storen, gewoon een plek waar een man een man kan zijn. Per slot van rekening ‘A man has got to do what a man has got to do.’

Voorlopig was mijn eigen blog de plek ‘to be’ in dit kader, maar nu weet ik dat dit beter kan. Want op dit blog komen ook vrouwen, mijn moeder leest het per slot van rekening, dus al kan ik de schijn ophouden dat bloggen mijn eigen man cave is, mijn geweten haalt die vermeende testosteronvrijheid dan wel weer in.

Dus deze week maar gewoon een cake op week zes met, vooral liedjes en Europa.

Nederland gaat Europa in en we mogen trots zijn. Sieneke gaat ons vertegenwoordigen met Shallalie. Oef, nu heb ik het moeilijk als mens om hier niets over te zeggen, want het afbreukrisico en een traumatische ervaring voor het arme zeventienjarige kind is levensgroot. Ik wil daar geen bijdrage aan leveren, maar ik wil wel even een momentje stilte om alle verantwoordelijken voor het arme kind alle wijsheid mee te geven om haar netjes te begeleiden. Ik ben er niet TROTS op.

Een liedje van het zelfde kaliber, het is tenslotte bijna carnaval, is “Ik heb een zachte G, maar ook een harde  L” . Het zal vast heel kolderiek zijn in het hosgebeuren, maar mij zakt de boks van mijn reet.

Over Europa gesproken, het is toch maar goed dat Balkenende, die van de Balkende B (= bullshit) niet de eerste Europese president is geworden, want die was vast niet zo daadkrachtig opgetreden als onze Zuiderbuur Herman van Rompuy. Die weet alle Europese leiders wel te mobiliseren voor maandelijks overleg. En dat is hard nodig, want na IJsland met Ice-Save, dreigt door Griekenland de Europese beschaving ruim tweeduizend jaar na dato wederom meegenomen te worden in een eeuwenlange degeneratieve toestand. Toen pikten de Romeinen het nog wel op en stelde het proces nog een tijdje uit. Maar van de Italianen hoeven we ook niets verheffends meer te verwachten.

Misschien kan Nederland ondanks ‘Shallalie’ en die harde L weer eens een deuntje meezingen op het wereldtoneel. Te beginnen met een paar stoere gouden medailles op de Winter Spelen en onze politieke Jolly Joker zal er zeker garen bij spinnen. U weet wel, niet natuurlijk die man uit Venlo met zijn zachte G, over zijn L doe ik verder geen uitspraken. Nee, die ander van Trots op Nederland. Zij zal ongetwijfeld uitgroeien tot de hedendaagse Jeanne D’Arc van het nieuwe Europa. Vandaag heeft ze de eerste stap gezet door haar partij al een nieuwe naam te geven. Trots op Nederland wordt simpelweg TROTS, dus ook op Europa denk ik dan. Misschien wel met ROTS Rita als opvolger van Rompuy. Vandaag kwam ze het soppend vertellen bij ‘De wereld draait Door’ op de haar bekende mediageile wijze.

In 2011 zal ze zeker meedoen met het Eurovisie Songfestival tevens haar carnavalshit. En dan is het dweilen met ‘ Ik heb een harde G, maar ook een natte K….’

Ik zei u toch, mijn blog is ook een beetje mijn man cave.

Sorry mam.

Eigenlijk is Geer W. gewoon een k*tmarokkaan!

Onderstaande stukje schreef ik als nieuwjaarsopening van het blogjaar 2008. Is er veel veranderd sindsdien? Ja, maar eigenlijk ook weer niet. Het kan verkeren.

 

Allereerst wil ik aan alle lezers van dit blog (en natuurlijk de niet lezers) de beste wensen voor 2008 toezenden. Alle (niet)lezers? Ja, alle (niet)lezers dus ook Geert W. en dat deel van de Marokkanen dat zich mag rekenen tot de elitegroep ‘Kutmarokkanen’. Ten tweede kondig ik bij deze één van mijn goede voornemens aan die rechtstreeks betrekking heeft op mijn blogambities namelijk: ‘Na deze bijdrage op 2 januari 2008, waarin sprake is van een heuse anti-Wildersdiarree, zal ik Geert een heel jaar lang niet benoemen, bespreken of tackelen. Een heel jaar lang, volgens mij is dat moeilijker dan stoppen met roken.

In zijn jonge jaren, 3 à 4 jaar terug, plachtte Geert nog te roepen: ‘Ik ben niet tegen de Islam, slechts tegen de uitwassen van de Islam!’ Op zich is dit nog een te rechtvaardigen standpunt. Ik ben ook tegen uitwassen, of dit nu gaat om uitwassen van de Islam, de RKK of politieke bewegingen, ik ben er gewoon op tegen. Nu heeft voortschrijdend inzicht bij Geert ervoor gezorgd dat de Islam in zijn geheel een uitwas is geworden. Een uitwas waarvan? Ik denk van de meest krankzinnige gedachtenkronkels van Geert zelf. In het radioprogramma ‘Standpunt nl’ zei Harry Mens, geen echte representant van de door Geert c.s. in het leven geroepen verfoeide linkse kerk, dat Geert een patiënt van zichzelf is geworden. Duidelijker kan ik het niet beschrijven en in het kader van de privacy-wetgeving zal ik dan ook niet verder roeren in de zieke geest van Geert, een van de redenen om hem dit jaar niet meer te benoemen. Ik gun hem ook zijn zielenrust, na vandaag dan.

Dan de link met de Kutmarokkanen. Geert wil doorlopend meer respect. Hoplá, daar ontwaar ik een déja-vu bij mezelf als hulpverlener. Regelmatig kom ik in aanraking met criminele jonge Marokkanen. Bij een aantal hoef je maar een beetje tegengas te geven of het woord ‘maar’ in de mond te nemen of je word belaagd met de woorden: ‘Respect man, jij discrimineert.’ Eerlijkheid gebied mij te zeggen dat het soms hard werken is om niet de hele groep (criminele) Marokkanen te gaan haten. (Tegenoverdracht heet dat in vakjargon.) Er is echter slechts een heel klein beetje relativeringsvermogen nodig om te concluderen dat de grote groep jonge Marokkaanse justitiabelen ook niet trots is om met politie en justitie in aanraking te zijn gekomen. En dan te bedenken dat ik het overgrote deel van de Marokkanen nooit zal treffen! Slechts een ietsiepietsie relativeringsvermogen is er maar voor nodig. Wat rest, en dat is een feit, er zijn Kutmarokkanen die alleen maar respect willen en geen greintje respect hebben voor anderen. En dat heeft Geert W. ook, hij wil wel respect maar heeft dat zelf niet in zich, of laat het in ieder geval niet zien. Mogelijk een van de symptomen van het patiënt zijn?

Een ander symptoom is de mate van besmettelijkheid, want hij is toch ruim vertegenwoordigd in de Kamer. Wie vertegenwoordigt hij dan? Bange mensen, mensen die heel hard roepen dat de Haagse kliek maar potverteerders zijn die geen weet hebben van het dagelijks lijden van de gewone man in het Nederland dat in ras tempo aan het islamiseren is? Ik weet zeker dat er terecht mensen door het leven gefrustreerd zijn en dat de overheid hen niets te bieden heeft. Ik ken de volkswijken in Arnhem, Nijmegen, Ede en Utrecht. Die mensen neem ik ook niet kwalijk dat ze zich bewust hebben laten infecteren door Wilders. Dat zijn mensen die gemiddeld vaker te maken hebben met Kutmarokkanen, Plurkturken of een schreeuwende blingbling Antilliaan. Soms zien zij echter niet meer dat ook tuig van de richel van Nederlandse afkomst, echte jongens van Jan de Witt, een (belangrijk) aandeel hebben in de narigheid in hun buurt. Het zij zo en het is de taak van een ieder, jawel een ieder, om ook deze terecht gefrustreerde mensen mee te laten delen in de welvaart, maar vooral ook het welzijn.

Ik durf zelfs te beweren dat bijvoorbeeld de nieuwjaarsongeregeldheden, buiten de zogenaamde Vogelaarwijken, voor een belangrijk deel veroorzaakt zijn door Wilders-aanhangers. Een boude uitspraak? Nee hoor, in ieder geval niet ongenuanceerder dan Geert W. dat in de regel denkt te moeten doen. En conform de filosofie van Geert W. behoeft er ook geen nadere uitleg gegeven te worden. Het is gewoon zo.

Moraal van dit verhaal?
Er zijn Kutmarokkanen, Kutturken, Kutantillianen, zo u wilt Kutpolen en Kutnederlanders, maar bovenal zijn er Kutpolitici en die zijn het allerergst. De actie van Doekle Terpstra om iets aan het integratieprobleem te doen, onderschrijf ik dan ook van harte, het is ook een Kutprobleem en er moet samengewerkt worden om alle negatieve symptomen te behandelen.
Zo, vanaf nu zal ik in 2008 Geert W. niet meer noemen op mijn blog. Vanaf nu is het dus ‘Hij die niet genoemd mag worden’, analoog aan de boeken van Harry Potter.

Seks, gadverdamme

De lezer die nu een tirade verwacht, al dan niet geïnspireerd door een strenge edoch rechtvaardige Grote Regisseur, komt bedrogen uit. Ik zal niet pleiten voor strengere waarden en normen, of dat sex behouden moet blijven voor slechts gehuwden. Ook zal ik geen ouderwetse  bakkerpraatjes rondstrooien dat je doof wordt van masturberen dan wel een andere helse ziekte te verduren krijgt. Ook Pauselijke praatjes tegen condoomgebruik zult u hier niet aantreffen.

Maar, ook allen die verwachten hier een pornografisch verhaal aan te treffen, of erger nog deelgenoot te worden van Sprakeloze bedgeheimen, zullen met dit blog niet aan hun gerief komen. Verre van dat, want zij zullen zo mogelijk nog meer teleurgesteld worden dan streng gelovigen in God of Allah.

Seks, gadverdamme gaat hier niet zozeer over ethiek, maar over esthetiek. Niet over de  al dan niet esthetische kant van de daad zelf, maar over de bezoedeling van het woord seks an sich. Seks gadverdamme.

Wat een aanfluiting is de laatste (of voorlaatste) taalvernieuwing toch geweest. Taalverloedering op vele fronten is het gevolg geweest, maar zeker voor de sex. Wie komt er in godesnaam op het idee om sex in seks te laten veranderen. En dat dit idee dan ook nog eens omarmd wordt door vele weledelgeleerde dames en heren Neerlandici uit Vlaanderen en Nederland.

Sex met ks, het ziet er niet uit, maar bovenal is de internationalisering van het woord daarmee verdwenen. We doen het wel op onze eigen Germaanse wijze, de seks, niets geen sex meer. Het heeft iets xenofobisch, seks gadverdamme.

Maar naast het genoemde bezwaar is het vooral ook het zien van het woord ‘seks’. Dan lust je het toch eigenlijk niet meer?

De lettercombinatie ‘ks’ straalt helemaal niets uit, in tegenstelling tot het zwierige van de ‘x’. Prachtig die letter ‘x’, weinig in het publiek gebruikt en toch zo bekend.

Laten we die fraaie letter ‘x’ eens nader beschouwen. In de wiskunde, en inmiddels ook in het figuurlijke taalgebruik, staat de ‘x’ voor het onbekende, of beter gezegd het nog onbekende. De ‘x’ is ervoor om ontdekt te worden. Prachtig toch. Verder staat de x voor het kruis, dit hoeft verder geen betoog. De ‘x’ heeft ook iets geslotens en dat mag van mij, zolang het maar niets verbodens heeft. Kortom de ‘zwierige ‘x’ staat voor ontdekking.

Dan ‘ks’. Als we dit uiteenrijten dan blijft over de letter ‘k’. Een keiharde letter als u het mij vraagt. Was het niet Robert Long in het begin van de jaren tachtig, mogelijk al eerder, die de hele wereld in de letter K wist te persen. Hij had geen ongelijk, want de letter K die stond voor Kroeg, Kerk, Kut en Kapitaal. Onmiskenbaar hele belangrijke zaken die alle vier op een of andere wijze met sex te maken kunnen hebben. Maar de opsomming als geheel is keihard en veel te werelds. Dat dekt de lading niet.

Dan de letter ‘s’. Mijn eerste en enige opwelling is de slang. En of Eva  nu daadwerkelijk het kwaad in de wereld heeft veroorzaakt door middel van de verleidelijke praatjes van de slang, is me om het even. De metafoor van de slang en het kwaad staat gegrift in menig gedachtegoed. Het mag en kan dus niets met sex te maken hebben.

Als persoonlijk argument heb ik nog dat mijn vriendinnetje van de lagere school de initialen KS had. En ik kan u verzekeren, het was (en mogelijk is) een lief meisje, maar het had helemaal niets met sex te maken.

Kortom seks, gadverdamme, daarmee komen we niet verder in het Nederlandse taalgebied. Te hard, te onpersoonlijk en te xenofobisch. Ik denk dat we de seks maar snel moeten veranderen in sex. Maar ik denk niet dat dit seksloze kabinet hiertoe snel een wetsvoorstel zal indienen.

 

Mensen in Naarden…..zijn anders!

Een Nederlandse volkswijsheid zegt dat nergens zoveel dialecten worden gesproken als in Nederland. Op zijn minst zit hierin een kern van waarheid. Iedere tien kilometer levert een andere tongval op. Sterker nog, de ‘verkeerde’ uitspraak van het ene dorp kan een bewoner verderop witheet maken of het zorgt voor ongekende hilariteit. Sociaalhistorische en geografische oorzaken liggen hieraan ten grondslag. Nederland is een lappendeken van de meest uiteenlopende tongvallen. Voor hen die uit regionen komen die zich voorstaan het ABN perfect te beheersen, zijn er mijnerzijds twee zeer uiteenlopende adviezen. Allereerst, wees eens kritisch en pers alle zelfreflectie uit je arrogante lichaam. Zo niet, en dat is de tweede optie, ‘Keep on dreaming.’

Met de verschillende tongvallen ontwikkelen zich ook bijpassende zeden en gewoontes. Iedere streek heeft zijn eigen mores met daarover een sausje Nederland, of wat daar ook voor door moet gaan. Een Groninger is onmiskenbaar een Groninger, een Fries een Fries en Limburgers en Brabanders zijn reservebelgen, maar overal voelt het als Nederland.

Dit gezegd hebbend, durf ik de stelling aan, de mensen in Naarden zijn anders. Qua taal, zeden en mores. Ze verschillen van de mensen in mijn dorp, ook zijn ze compleet onvergelijkbaar met de inwoners uit mijn geboortedorp of de andere plekken waar ik gewoond of geleefd heb. Dat is niet erg hoor, slechts een constatering. Het is best mooi trouwens.

Naarden buiten de dorpskern

Afgelopen zaterdag had ik een afspraak in Bussum en de tijd vooraf besteedde ik in Naarden-Vesting. Buiten de stadswallen parkeerde ik mijn auto en liep naar het plaatsje. Twee zeer kakkineuze dames kruisten mijn pad

‘Echt lekker gegeten heb ik in Chiang Mai, je weet wel, in het Noorden van Thailand.’

De andere dame knikte instemmend, ze wist waarschijnlijk precies om welk, nog niet door toeristen ontdekte, eettent het ging. Echter voor mij als buitenstaander geen alledaagse conversatie. Ineens besefte ik dat Naarden, ik was er nooit geweest, behoort tot ’t Gooi. Een blogje werd ter plekke geboren onder de werktitel; “De mensen in Naarden, zijn anders.” Met een vooropgezette strategie zou ik Naarden-Vesting benaderen.

Zo gezegd zo gedaan, hieronder volgt een klein cultureel antropologisch studieverslag. Participerende observatie van weliswaar onwetenschappelijk niveau, maar toch.

Natuurlijk ga ik geen foto’s van de makelaarsetalage tonen, dat is goedkoop. Ook ga ik geen kasten van huizen beschrijven, die zijn elders ook te vinden. Nee, ik vermoedde, na het gesprek van het oudere tweetal met geblokte broeken met een ongetwijfeld heel duur rashondje meetronend (ik ken het ras niet, maar elders zou het een hoerehondje of een kuttelikkertje worden genoemd, maar dit terzijde) dat Naarden anders is. Je kan het zien, je kan het horen en als ons reukvermogen beter zou zijn, kan je het beslist ruiken. Al is het maar omdat het Hummer-gehalte onwijs groot is.

Trouwens de hoeveelheid auto’s dat zich door de pittoreske straatjes wurmde is esthetisch onverantwoord. Het toeristengeld is blijkbaar niet nodig om de economie in Naarden levendig te houden, want leuk slenteren is er niet bij, tenzij je een Hummerdood wil eindigen.

Ik had het overigens getroffen, want de Sint kwam aan in Naarden. Naast de Hummers waren de buggy’s ook in grote aantallen te bewonderen. Ik ben geen kenner van buggymerken, maar menig babytransporter zag eruit alsof het de prijs van een Hummer benaderde.

Daar komt ie straks, ook in Naarden

Gezinnen, of vaker nog twee gezinnen, liepen richting de aankomst van de Goed Heiligman. De vrouwen, frivool chique gekleed, het is immers slechts zaterdagmiddag, liepen voorop met hun in Oillily, Petite Louie of in andere dure merkkleding gestoken kinderen, strak vastgebonden in hun kinderhummer.

 ‘Marie-Louise blijft maar imponeren met haar Prada-spulletjes. Zò niet 2010, maar ze heeft het niet door. Ze wil erbij horen, maar…….’

 De gedragsalternatieven voor Marie-Louise, die er kennelijk niet bij is, kreeg ik niet te horen. Ik werd in beslag genomen door het gesprek van de mannen erachter. Dertigers met suède jassen en een fleurige sjaal om hun hals. Het was de heren, ondanks hun relatief jonge leeftijd, aan te zien dat het goede leven sneller gaat dan de bezoekfrequentie aan de sportschool.

‘Weet je wat het is Sébàs? We moeten de BV verkopen met schuld en al. Het is slechts zoeken naar de juiste investeerder.’

De zwager van ‘Sebas’ knikte instemmend en zei bondig:

‘Durfkapitaal dat is het.’

 

 

 De hoofdstraat met een Piet? Geen echte hoor.

Zo was ik ongevraagd getuige vane intiem familietafereeltjes van Sinterklaas vierende gezinnen. Onderwijl werd mij een folder aangeboden door iemand van GroenLinks en ik begreep dat door een herindeling gemeenteraadsverkiezingen noodzakelijk zijn. De nieuwe gemeente mag zijn eigen VVD-ers kiezen en GroenLinks pakt nog wat politieke kruimels. Ik ben benieuwd. Even verderop deelde een Zwarte Piet met een raar hesje pepernoten uit aan de vele kinderen. Het rare hesje bleek een bodywarmer met een VVD logo.

Tja, als de VVD landelijk niets uit te delen heeft, doen ze het maar op plaatselijk niveau, pepernoten. Ze waren mogelijk nog over van de bouwfraude-affaire.

 

 Ethische kwestie, kan dit of niet?

Op het einde van de hoofdstraat kwam ik uit bij de plaatselijke snackbar, een imposant wit gebouw met de naam van Paul Fagel erop. Ik moest nog eten, maar vaag wist ik dat Paul Fagel enige landelijke bekendheid geniet en dat zoiets op de menukaart is terug te zien, als er al een prijslijst zichtbaar is voor de argeloze snackbarbezoeker.

 De wagen voor de rijtoer van Sinterklaas, voor de plaatselijke snackbar

De wagen waarin Sinterklaas vervoerd gaat worden staat naast het etablissement opgesteld. Later ontdekte ik, naïef als ik ben, dat dit slechts een van de wagens was voor de Sinterklaasstoet die later die middag op gang ging komen. Het kan zomaar zijn dat de Sint en Piet voor Naarden en omgeving een extra tandje moet bijzetten om hun werk voor vijf december te klaren.

De rest van de karavaan, voor het overwerk dat in Naarden gedaan moet worden

De eerste gelovigen stonden al aan de waterkant met vaders, moeders, opa’s en oma’s te wachten.

– ‘Oma Chaterina, oma Catherina weet je hoeveel Rodiricks wij op school hebben?

– ‘Nee, Fréderique, ik weet het niet, twee of drie.’

– ‘Nee, veel meer, volgens mij wel zes. En er is maar een Fréderique en dat ben ik. In groep acht zit er ook een, maar dat is met een k, dat telt niet.’

Terug in de nauwe straatjes zag ik iets zeer bevreemdends, bijna tegenatuurlijk voor Naarden. De autodichtheid moest voor de aankomst van Sinterklaas drastisch omlaag. Zelfs in Naarden is autootje pesten voor deze gelegenheid klaarblijkelijk toegestaan, maar dat dit niet gemakkelijk zal gaan, werd voorzien. Twee sleepdiensten waren erg actief en de verkeersregelaars hadden het druk om dwarsliggers duidelijk te maken dat hun gemotoriseerde pronkstukken voor die middag niet welkom waren.

De autorijder is even niet de baas in Naarden

Naast de jengelende Sinterklaasliedjes, hoorde ik na een korte wandeling op de vestingwallen ook andere muziek door het plaatsje dreunen. Nederlandstalig, eigenlijk heel volks, ik kon het bijna niet plaatsen in Naarden. Op het moment dat ik langs de beats wandelde, even voorbij een grote binnentuin met een Comeniusbeelden, ontwaarde ik een groepje mensen die hun (Sinterklaas)feestje vieren.  Decorumverlies? Of eigenlijk heel gewoon? Het zouden zomaar Friezen, Brabanders of Amsterdammers kunnen zijn die feesten bij een huis genaamd ‘Het Bastion’.

Is hier het wetenschappelijk bewijs dat de uitzondering de regel bevestigt?

 Feestje bij het Bastion?

Ik besloot terug te lopen naar de auto en werd nog een keer geconfronteerd met een zeer plaatselijk fenomeen, de moderne bakfiets. Onlangs hoorde ik een cabatier, volgens mij was het Yup van ’t Hek, die tekeer ging tegen moeders met bakfiets vol kroost. Ik vond Yup hierin nog al histerisch in zijn stelling dat dit nietsontziende vrouwen zijn met een air ‘de wereld is van mij, want ik ben moeder’. Yup was blijkbaar al in Naarden geweest, ik nog niet. Elders zijn ze ook te zien, maar eerder als uitzondering.

Nu, buiten de vestingwallen, kwamen ze met zwermen tegelijk in allerlei soorten en maten, allemaal op Sinterklaas afgebakfietst. Ik was te verbaasd om nog snel mijn fototoestel te grijpen. Ik moet het doen met die ene foto die ik reeds in Naarden had gemaakt.

 

 

 De voorhoede van de bakfietsenplaag diende zich al aan, de rest van de zwerm zou snel volgen. Zouden hier in Naarden aparte fietsparkeerplaatsen voor zijn?

 De mensen in Naarden, zijn anders. Je ziet het, je hoort het en je proeft het. Jammehgr dat de Gooise ‘r’ niet op het toetsenbord staat.

Meiden, gadverdamme

Sommige woorden en uitdrukkingen smaken gewoon niet. Ongetwijfeld is het een vreemde afwijking van me, maar het is niet anders. Ik kan er mee leven, al komt het zuur me af en toe naar boven als ik geconfronteerd word met een woord dat een sterke aversie oproept. Ik denk dat het te vergelijken is met vloeken voor leden van de “Bond tegen Vloeken”. Ik weet het niet zeker, maar zoiets moet het zijn. 

 

Maar zoals het vaker is met smaak, naarmate je ouder wordt, kan die veranderen. Ik ben bijvoorbeeld opgevoed met de woorden macaroni en spaghetti. Wanneer we als gezin dan het woord pasta hoorde, dan proesten we het uit. Kale kak vonden we dat en dat terwijl ik echt niet uit een arbeidersmilieu kom. Wel was het ‘doe maar gewoon, je bent niet beter dan een ander.’ En pasta was een rariteit voor mensen die eens op vakantie waren geweest in Italië en die om interessant te doen het woord pasta te pas en te onpas gebruikten. ‘Kijk eens hoe mondiaal wij zijn en denken’. Gadverdamme dacht ik toen.

Wij aten op zaterdag gewoon een bord macaroni, heerlijk bereid door moeder Sprakeloos. Tegenwoordig krullen mijn tenen niet meer bij het horen van het woord pasta. Het kan verkeren.

Maar niet altijd. Het woord ‘Meid’ of ‘Meiden’ doet mij walgen. Ik schijn ongeveer de enige te zijn. Ik krijg er vooral hele feodale associaties bij. Een keukenmeid was zo’n ongeschoold meisje dat ondanks haar talenten voor een habbekrats moest werken bij welgestelde families. In de Engelse literatuur komen ze nogal eens voor, die meiden. Ook in Nederland had een beetje boer een meid die de boerin rondom het huis een handje hielp. Tegenwoordig hebben we dat niet meer en soortgelijke werkzaamheden zijn nu vastgelegd in Cao’s en hebben verhullende benamingen als interieurverzorg(st)er, hulp in de huishouding etc. Het tijdperk van de meid is definitief voorbij in Nederland. Tenminste dat vind ik als weldenkend mens met enig historisch besef.

Niets is minder waar. Al meer dan twintig jaar erger ik me groen en geel aan het oprukkende en niet meer te stuiten woord ‘Meiden’. Een moeder spreekt trots over haar meiden. Hedendaagse powergirls (ook zoek jeukterm trouwens) gaan graag een avondje stappen met ‘de meiden’. Maar niet alleen tieners smaken dit genoegen, ook oudere generaties hebben de term genormaliseerd. Het klinkt in mijn optiek verschrikkelijk pathetisch als een troepje menopauzers giechelend mededeelt dat ze het weekendje ervoor met de meiden zijn wezen stappen. Gadverdamme, ik wil me er geen voorstelling van maken.

De populariteit van het woord ‘meiden’ is natuurlijk de schuld van het feminisme uit de jaren zeventig, de tweede golf geloof ik. Ik heb niets tegen feministen, maar als ze aan de taal komen, moeten ze dat wel doen met enig historisch besef. Meisje was blijkbaar niet goed genoeg meer. Het is taalkundig gezien een verkleinwoord, dus kleinerend. In ieder geval niet acceptabel tegenover het stoere woord ‘jongens’. Meisje werd onterecht geassocieerd met frêle, zacht en hulpeloos, dus werd het meiden. Niet alleen jongens zijn stoer, ook meisjes staan hun ‘mannetje’ om te beginnen door zich te laten aanspreken als meiden.

Gadverdamme, gadverdamme en nog eens gadverdamme.

Als die feministen dan zo nodig stoer willen doen, dan hadden ze een ander woord moeten introduceren. Niet een scheldwoord met denigrerende associaties tot een soort geuzennaam bombarderen. Nu is het helemaal ingeburgerd en dit blogje is een hopeloos achterhoedegevecht. We zijn er mooi mee aangemaakt, vooral ik dan. Mag een stoere meid dan op haar toekomst zijn voorbereid, ik zal de rest van mijn leven rennies moeten gebruiken om me te wapenen tegen onverwachte confrontaties met meiden.

Smerig blog met prachtige muziek/Bruce Springsteen NY-serenade

Ik zal er niet omheen draaien, de herkomst van dit blogje is min of meer onsmakelijk, maar o zo oprecht. De basis is gelegd op het privaat.
Ik begrijp dat dit enige uitleg vereist en ik zal dan ook letterlijk met mijn billen bloot gaan. Vandaag 17 januari 2009 is het weekend en ik moet helaas toegeven aan een lichte griepaanval. Niet ernstig hoor, maar een beetje verhoging, watten in mijn hoofd en mijn peristaltiek werkt niet optimaal.

Gevolg is dat ik een beetje doelloos zit te surfen. Hier en daar lees ik wat en op de achtergrond luister ik naar de verschillende youtube muziekjes. Sinds enige tijd heeft mijn oudste zoon een draadloze koptelefoon die ik vandaag dan voor het eerst gebruik. Ik draai wat onbekende klassieke muziek, luister naar wat ABBA hits en herinner me in een keer een tip van een medeblogster. Zij wist mij te enthousiasmeren voor een nummer van Bruce Springsteen dat ik niet kende namelijk New York City Serenade uit 1973. Ik was diep onder de indruk. Heb het geregeld gedraaid en blijf het een machtig nummer vinden. Dus met mijn draadloze koptelefoon zit ik te genieten van de muziek, denkend aan New York en de VS. Ik ben er nooit geweest, maar het is natuurlijk een land dat tot de verbeelding spreekt. In positieve en negatieve zin weliswaar, maar met de muziek van Bruce Springsteen overheerst vandaag het positieve of in ieder geval het hoopvolle.

Dan ineens spelen mijn darmen op. Ik wil mijn koptelefoon afzetten om me even af te zonderen, per slot van rekening ‘a man has got to do, what a man has got to do’. Dan realiseer ik me dat ik gewoon kan weglopen met koptelefoon op. Het voelt vreemd, eigenlijk net zoals met eten naar de WC gaan, hetgeen mij vroeger door mijn ouders terecht verboden is. Maar mijn ouders zijn niet aanwezig en muziek is geen voedsel.

Terwijl ik mijn ongemak zo gemakkelijk mogelijk probeer te trotseren, brengt de muziek me in gedachte bij de aanstaande president Obama. Ongerichte gedachten weliswaar, maar toch hoop ik dat Obama nooit weet zal krijgen dat hij op zulke plekken in iemands denkwereld aanwezig is.

Dan zingt Bruce:
‘Hook up to the train
And hook up to the night train
Hook it up
Hook up to the train
But I know that she won’t take the train, no she won’t take the train
Oh she won’t take the train, no she won’t take the train
Oh she won’t take the train, no she won’t take the train
Oh she won’t take the train, no she won’t take the train’

Mijn lichte ijlende gedachten maken ervan:
“Haak aan en stap op de trein
Haak aan en stap op de trein
Sluit je aan
Sluit aan bij de trein
Ik weet dat we moeten aansluiten, iedereen neemt de trein
Iedereen neemt de trein, de trein van hoop
Iedereen neemt de trein, de trein van hoop
Iedereen neemt de trein, iedereen neemt de trein.

Ik zie Obama als machinist van een trein die heel moeizaam op gang zal komen, maar met waarachtige hoop dat ie gaat rijden. Rijden voor veel mensen in Amerika en voor velen daarbuiten. Dat hij en al zijn passagiers zullen afrekenen met de luxe privétreintjes die slechts enkelen op hun plaats van bestemming zal brengen.

Och ik zal inderdaad ijlen, maar het is wel leuk om eventjes te dromen van wereldvrede, al heeft het niets te maken met het nummer van Bruce Springsteen en al helemaal niets met de harde realiteit.

 

 

Billy he’s down by the railroad tracks
Sittin’ low in the back seat of his Cadillac
Diamond Jackie, she’s so intact
As she falls so softly beneath him
Jackie’s heels are stacked
Billy’s got cleats on his boots
Together they’re gonna boogaloo down Broadway and come back home with the loot

It’s midnight in Manhattan, this is no time to get cute
It’s a mad dog’s promenade
So walk tall or baby don’t walk at all

Fish lady, oh fish lady
She baits them tenement walls
She won’t take corner boys
They ain’t got no money
And they’re so easy
I said “Hey, baby
Won’t you take my hand
Walk with me down Broadway
Well mama take my arm andÊ move with me down Broadway”
I’m a young man, I talk it real loud
Yeah babe I walk it real proud for you
Ah so shake it away
So shake away your street life
Shake away your city life
Hook up to the train
And hook up to the night train
Hook it up
Hook up to the train
But I know that she won’t take the train, no she won’t take the train
Oh she won’t take the train, no she won’t take the train
Oh she won’t take the train, no she won’t take the train
Oh she won’t take the train, no she won’t take the train
She’s afraid them tracks are gonna swallow her down
And when she turns this boy’ll be gone
So long, sometimes you just gotta walk on, walk on

Hey vibes man, hey jazz man, play me your serenade
Any deeper blue and you’re playin’ in your grave
Save your notes, don’t spend ‘em on the blues boy
Save your notes, don’t spend ‘em on the darlin’ yearlin’ sharp boy
Straight for the church note ringin’, vibes man sting a trash can
Listen to your junk man
Listen to your junk man
Listen to your junk man
He’s singin’, he’s singin’, he’s singin’
All dressed up in satin, walkin’ past the alley

(Waarom weet ik niet, maar bij het verhuizen van blogs vanuit vkblog naar hier, in de mood van Amerika, aanleiding onbekend. U ook, lees en luister dan ook naar:

Amerika Doen, gadverdamme

Boekbespreking Brug der Zuchten van Richard Rosso

Amerika doen, gadverdamme

Als ik mezelf in de spiegel bekijk, hoop ik een tolerante man te zien. Aan de andere kant, iedere columnist van welk niveau dan ook is in wezen een vervelende moralist. De betere columnisten weten hun boodschap goed te verpakken. Deze column is wat het verpakkingsaspect een heel matige column. Sterker nog mijn onverbloemde waarden en normen en vooral mijn onvervalste intolerante ergernis druipt ervan af. Iedere zin is er van doorspekt als ik niet uitkijk. Ik probeer ervoor te waken en de nuances te blijven zien. Echter, bij het horen dat iemand ‘Amerika heeft gedaan’ of op de vraag aan een willekeurige gesprekspartner ‘heb jij Amerika ook gedaan?’ krijg ik bijna spontaan uitslag en mijn zenuwstelsel wordt gekieteld zoals mierzoete jam een holle kies kan belasten. Amerika doen, gadverdamme.

Waarom zeggen mensen dat? Ik weet nog wel dat tot diep in de jaren tachtig er in Nederland heel schamper werd gedaan over Amerikaanse toeristen. Wanneer je ze sprak, dit was bijna onmogelijk want hun tijdschema was ongeveer 3 hoofdsteden per dag, hadden ze het over: ‘I’m doing Europe.’
Een mengeling van ongeloof, afschuw en medelijden was hun deel. Deze cultuurarme sukkels deden Europa en wij wisten wat dat inhield. Een luttel uurtje werden ze vrijgelaten in Amsterdam en als ze op tijd terug waren bij de bus, werden ze vervoerd naar Volendam of de Kinderdijk. ’s Middags lunchen in Antwerpen om vlak voor de overheerlijke French fries een blik te werpen over de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog in Noord Frankrijk. ’s Avonds slapen in Parijs, maar niet zonder het aanschouwen van de kanten onderbroeken en blote (liberale) tieten in de Moulin Rouge. De volgende ochtend nog even souvenirs kopen en dan met het vliegtuig naar Milaan, Rome of Barcelona. En zij ‘are doing Europe’ in die tijden.
Met nauwelijks gemaskeerde superioriteitsgevoelens bekeken wij, Europeanen, de cultuurarme Yanks alsof we allen geoefende antropologen waren. En nu ruim twintig jaar later ‘doet een groeiende groep Amerika’. Het is om spontaan de bibberkoorts van te krijgen.

Nu is het genoegzaam bekend dat als er één land is dat bewust of onbewust de Amerikanen (bijna) blindelings volgt, dat dit Nederland is. Volgens mij heeft dat iets met koopmannen en dominees te maken, maar dit terzijde. Een letterlijke overname van ‘doing Europe’ is natuurlijk ‘Amerika doen’, zo volgzaam zijn we natuurlijk wel. Maar als het nu alleen een taalkwestie is, dan zou ik er nog mee kunnen leven en niet geneigd zijn een stukje te schrijven. Volgens mij is er meer.

Ter vergelijk, u gaat op vakantie naar Zuid Frankrijk, de Spaanse Costa’s of Griekenland, hoe kondigt u dat aan in de kantine van uw bedrijf?”We gaan de Procence doen, of we overwegen Kreta te doen of wat te denken van we doen Andalusië.?’ Uw collega’s zullen u in het meest gunstige geval meewarig laten uitpraten. Zo niet als u aangeeft dat u Amerika wenst te bezoeken. Dan is het vanzelfsprekend dat u ‘Amerika doet’. U gaat er niet op vakantie, u heeft er geen prettig verblijf maar u doet Amerika. Wat is dat dan Amerika doen? Ik zou het niet weten hoor, tenminste als ik het vervolg hoor van het ‘Amerika doen’, dan hoor ik in principe niets anders dan welke willekeurige andere vakantiebestemming. Sommigen verkeren in een specifieke stad, vaak New York, anderen trekken door het land of tenminste een deel ervan. Het rondtrekken en verblijven op meerdere plaatsen zijn trouwens vaak ook al ‘deeldoegebieden’
Heb jij New York gedaan? En Las Vegas? Ik heb de Grand Canyon gedaan, en jij? En een volgende keer doe ik ook de Niagarawatervallen en overweeg Los Angeles te doen. Gadverdamme. Van mijn part duik je dagen in het stadsleven van New York, smijt je al je geld weg in Las Vegas, geniet je van de Niagarawatervallen, ziet de zon opkomen boven de Crand Canyon en reis je van staat tot staat, maar DOE het in vredesnaam niet.

Het staat zo armetierig, terwijl het vaak ook nog opschepperig bedoeld is ter vergroting van het eigen ego dat niet voldoende heeft aan een prettige vakantie in de Verenigde Staten, maar ‘Amerika moet doen’. Driewerf gadverdamme, gadverdamme en nog eens gadverdamme.

En ik doe nu een biertje om een beetje los te komen van mijn ergernis en zo mijn zenuwstelsel te doen laten rusten.

(Waarom weet ik niet, maar bij het verhuizen van blogs vanuit vkblog naar hier, in de mood van Amerika, aanleiding onbekend. U ook, lees en luister dan ook naar:

Bruce Springsteen – NY Serenade 

Boekbespreking van Richard Rosso/ Brug der Zuchten

All you need is ….blogggg /voor alle blogverslaafden

In herhaling voor de echte blogverslaafde en misschien ter gelegenheid van een mogelijke doorstart van vkblog, een gouwe ouwe om de verslaving te benadrukken.

Is het mogelijk om je titel van een nieuw blog triester te beginnen? Ik denk het niet, maar ongetwijfeld zijn er creatieve geesten in het bloggerswereldje die dit kunnen overtreffen. Ik zou zeggen doe je best, maar ik verbaas me voorlopig nog over de tranentrekkende titel die ik zelf zojuist heb bedacht voor dit blog.

Ik loop tegen het einde van de kerstdagen en al jaren zijn dit niet mijn meest favoriete dagen. De najaarsdepressie nauwelijks het hoofd kunnen bieden, moet ik me vanaf begin november al verheugen op de feestdagen. Drukke winkels in het vooruitzicht, cadeautjes kopen en jezelf helemaal klem vreten omdat je toch niets anders te doen hebt. Kilo’s vliegen eraan, terwijl een goede week later het stoppen met roken toch al kilo’s extra gaat opleveren. Gemakshalve denken we daar maar niet aan, we moeten eerst met het kerstgedoe zien af te rekenen.

Hoe? Gewoon de handel over je heen laten komen en mezelf steevast gebrek aan regie verwijten. Verplichte bijeenkomsten met mensen waarvan je normaal gesproken best wel wat kunt hebben, maar als ze massaal bij elkaar zijn rondom brunch of diner, dan zakt de moed me in de schoenen. Het is maar goed dat de gemiddeld kerstboom niet zo sterk is om het lichtsnoer om de nek te hangen en met zicht op de piek het einde te accepteren, als symbolisch hoogtepunt.

Over lichtpuntjes gesproken, die waren er wel en dat is op zich misschien nog wel triester dan de titel van dit blog. Eerste lichtpunt was gisteravond, ‘the Sound of Music’. Ik heb de film al vijf keer gezien, maar nog nooit zo genoten als deze keer. Steeds meer vallen me geniale details op die mij doen besluiten dat dit the Sound of Music in mijn top 10 lijstje thuishoort. Zelden zoiets moois door de mensheid gemaakt denk ik dan diepgeroerd. Of zouden het toch slechts de omstandigheden zijn die me in deze weke richting duwen? Ik overwoog gisteravond zelfs even mijn huwelijk te ontbinden, want een hetero die zo overtuigd is van de Sound of Music moet toch wel een latente homo zijn. Een nacht slapen en het vooruitzicht op een tweede kerstdag deden mij weer in de realiteit belanden.

 

Het tweede lichtpunt op tv was Love actually met hoofdrolspeler Hugh Grant. Britse Humor, zoetgevooisd dat wel, maar een ware ‘feel goodmovie’ en die had ik nodig, somber en volgevreten als ik was/ben. Helaas onderbroken door reclame, maar het voordeel is dan weer dat die voor dit blog gebruikt kan worden.

Twee films in de donkere dagen die het nog leefbaar hebben gemaakt, zeer triest al zeg ik zelf. Maar om dit dan weer te delen met anderen in de blogwereld is het toppunt. All you need is blog? Kerstfeest, een traditioneel familiefeest hoe gaan we dat doen in 2009, het jaar van de tradities. Als je al zo moeilijk om kunt gaan met de meest voor de handliggende traditie zoals het kerstfeest, dan wordt het een moeilijk blogjaar in 2009 als je je bedenkt een titel als ‘All you need is blog’.

Nu de film is afgelopen zal ik maar eens beginnen met om me iets tradioneler op te stellen in navolging van de boodschap van Love Acually: All you need is love……..vooral ook na de kerstdagen want dat gleed door mij vingers weg de afgelopen dagen.

 

Moeten we ineens porno kijken?

 

Soms zijn er van die berichten die mijn wereldbeeld totaal in verwarring brengen. Laatst was er weer zo’n flits op de radio. ‘Porno kijken is goed voor de aanmaak van dopamine en daarmee testosteron’. Viagra is een onnodige toevoeging aan het dieet van de man die minder kan en/of meer wil. Een uurtje porno kijken op het internet heeft dezelfde uitwerking op de testosteronspiegel. Dus de makers van viagra voeren de komende jaren slechts een achterhoede gevecht. Porno is namelijk in grote hoeveelheden zonder al te veel moeite op het internet te vinden.

Dat staat dan haaks op de bevindingen van psychologen die beweren dat er ook zoiets als porno-impotentie bestaat. De overvloed, het onrealistische sexgebeuren dat door de gemiddelde mens niet is na te bootsen, kan alleen maar tot enorme teleurstellingen leiden. En dan hebben we het nog niet over de volmaakte vrouwenlichamen, al dan niet geholpen door de plastische chirurgie, of mannen met jannen van minstens ‘7 inches or more’.

En alsof dat nog niet genoeg is, ook het feministische gedachtegoed uit de zeventiger jaren heeft, al dan niet geholpen door onze calvinistische inslag, geleid tot een ambivalente verhouding ten aanzien van sex in het algemeen en pornografie in het bijzonder. Daarom kijken we het op internet, volgens onderzoeken, massaal. Natuurlijk wel heimelijk, mannen iets meer dan vrouwen. En mochten we de schaamte voorbij zijn en we bekijken het publiekelijk, dan zijn we of geobsedeerd, of viespeuken. Tenzij we kunstminnend zijn, want dan heet het geen porno meer, maar wordt er een maatschappelijk statement gemaakt.

Echter nu met de nieuwe wetenschappelijke gegevens moet porno in een heel ander daglicht gezien worden. Het is goed voor je libido en daarmee goed voor je relatie zoals we in het actuele spotje over libidoklachten moeten geloven. Bovendien houdt het de apotheek buiten de deur, hetgeen ook goed is voor de staatskas en in ieder geval zal je Spamfilter minder overuren hoeven te maken.

In hetzelfde bericht wordt echter ook gewag gemaakt van acties die je niet moet doen. Je kinderen knuffelen is absoluut schadelijk voor je dopamine aanmaak, dus dat is uit den boze. Houd je kinderen dus vooral op afstand.

In verwarring lees ik het bericht na op internet. Ik vraag me dan altijd af welke machten het onderzoek gefinancierd hebben. Zou de porno-industrie om gelden verlegen zitten en hiermee nieuwe bronnen willen aanboren? Of in het geval van porno-impotentie, zou het een stevige feministische kliek paarse tuinbroeken zijn in nauwe samenwerking met christelijke partijen die ons doen laten geloven dat porno je potentie verdrijft?

Ik weet het echt niet. Het is zomaar een berichtje dat ik met u wil delen en ik ga over tot de orde van de dag, ik ga verder met ……….bloggen.

Onze eigenste Araneus Diadematus

 

Het is weer herfstig aan het worden, daarom een kort verhaaltje over onverwachte genoegens van dit jaargetijde. Een In Memoriam aan een ex-huisgenoot.

Sinds kort hebben we gezinsuitbreiding. Nee, u hoeft ons niet te feliciteren, wacht u even op nadere uitleg. Het zit zo, eind augustus begint de kans op herfstachtig weer toe te nemen. Zo ook bij ons. De struiken in de tuin en de gemeentegazons laten steeds meer spinnenwebben zien. Soms komen deze spinnen ook naar binnen en zijn een plaag voor iedere huisvrouw. Als ik mezelf als representant mag beschouwen van alle mannen, dan hebben mannen minder last van deze nuttige insectenverdelgers. Ik zie de webben pas als ik er op gewezen wordt, althans binnen. Buiten is een ander verhaal.
Vroeger maakte ik de webben buiten stuk zonder te beseffen welk leed ik daarmee aanrichtte voor het ecologische evenwicht in het algemeen en voor de spin in kwestie in het bijzonder. Met een takje draaide je een rondje en daarmee ving je het spinnenrag. Bij voldoende aanbod had je een spiegelachtige substantie die erg stevig was.

Inmiddels ouder geworden, voel ik die behoefte niet meer om dat spinnenrag te verzamelen. Bij ons keukenraam zat sinds eind augustus ook een enorm groot spinnenweb. Het feit dat de spin gekozen heeft voor de goede zijde van het glas is voor de spin van levensbelang geweest. Onze spin is een zogenaamde Araneus diadematus, oftewel een kruisspin. De eerste keer dat we kennismaakten met het beestje was toen hij op een zonnige ochtend bij het openen van het rolgordijn in de keuken midden in het web zat te wachten op zijn prooi. Het beestje was niet zo groot, en zelfs iemand met een beetje afkeer van spinnen zou niet diep onder de indruk zijn geweest. In de ochtendzon was het kruis op zijn lijfje duidelijk te zien. Geboeid bekeken we de verrichtingen van de spin. Aan de natuurlijke omgeving van de spin mochten geen veranderingen worden aangebracht, zo hadden we besloten.
Iedere ochtend en avond, tijdens de keukenwerkzaamheden, zagen we onze Araneus diadematus. Vaak zagen we hem rustig wachtend in zijn web zitten. Soms was hij even weg, maar met een beetje zoeken, vonden we hem een eindje verder, in de periferie van zijn jachtterrein. Een mug of vlieg en soms een trage wesp werd dan vakkundig ingepakt, om op een voor onze huisspin welgevallig moment opgepeuzeld te worden. Ons kleine huisdiertje groeide gestaag en eind september stelden we trots vast:
“Onze Araneus diadematus heeft het goed, een echte Araneus diadematus van Jan de Witt.”
Het lijfje had al zeker de grootte van een flink vogelei en samen met zijn pootjes imponeerde hij. Hij zou nog groter worden.
Maar naast de lusten, komen ook de lasten bemerkten we al spoedig. Het natuurlijke afval dat deze spin veroorzaakte begon op te vallen. We hadden nooit gedacht dat een spin zoveel rotzooi kon veroorzaken. Het anders redelijk heldere, witte kozijn werd smoezelig. Spinnenpoep, voedselresten en andere ondefinieerbare organische substanties ontsierden het kozijn.
Nu wonen we in een nette nieuwbouwwijk waar de sociale controle aan ons voorbijgaat. Dus we besloten onze huisspin zijn gang te laten gaan. Buren moesten dan maar denken dat we aan het verslonzen waren.
Met één ding hadden we echter geen rekening gehouden. In verband met jonge kinderen, die net als wij het lief en leed van de Araneus diadematus nauwlettend in de gaten hielden, komen op gezette tijden moeder of schoonmoeder op bezoek. Als de kinderen dan op school zitten, zijn het beide types die de tijd nuttig willen besteden. Onbaatzuchtig bemoeien ze zich dan even met het huishouden van een jong gezin. Wij maken geen bezwaar.
Het moet eind oktober zijn geweest dat bij thuiskomst, na een arbeidzame dag, de ogen van mijn schoonmoeder verwachtingsvol glinsterden. Ze volgde mijn binnenkomst nauwgezet om te kijken of ik door had dat de orde in ons huishouden enigszins hersteld was. Ik zag het en was oprecht blij.
“Ik heb de ramen aan de buitenkant ook maar even gedaan. Dat was wel nodig.”
Ja, dat was wel nodig, dat wel…….

Ik heb maar niets gezegd. De volgende ochtend, terwijl de koffie pruttelde, deed ik het rode rolgordijn naar boven. De zonnestralen verlichtten de keuken en weerkaatsten op de helderwitte kozijnen, dat wel. Maar we misten Sebastiaan, want zo noemden we onze Araneus diadematus postuum. Hij is vernoemd naar zijn illustere voorvader, Sebastiaan van Annie M.G. Schmidt. Een spin die wel naar binnen durfde. Ook hij kwam noodlottig aan zijn einde.