Begrip, van de dag (83) Tuinfeest

 

TUINFEEST

 

Zomerse geluiden dragen ver in de donkere avond. We schrijven de week tussen kerst en oud&nieuw, een soort week van niets. De meesten hebben vakantie, zijn aan het uitbuiken en wachten op het slotakkoord van 2015 om daarna het nieuwe jaar fris te beginnen met werk, school of in ieder geval goede voornemens. En toch klinken er zomerse geluiden, want ergens bij een van de achterburen is een tuinfeest gaande. Ik ken de aanleiding niet, maar ik denk vooral wat origineel, want waarom moet een tuinfeest in de zomer gehouden worden.

Ik heb geen weet of de feestgangers voorzien zijn van slimme terrasverwarming of dat het een diehard après-ski bijeenkomst is van wintersportgangers die hun geld hebben bespaard omdat er toch geen sneeuw ligt op de meest pistes in de Alpenlanden. Wel feesten zonder de dure uitgave aan reizen, skipassen en een duur chalet. Ik vind het wel geinig zo’n feest op de achtergrond, met gelach en geklets en overigens zonder harde muziek. Misschien zijn het wel hele hippe starters van een initiatief dat we het hele jaar meer en meer gaan ontdekken. Leef je leven buiten in plaats van achter gesloten deuren en ramen. Het weer en het klimaat lijken ons hierin te ondersteunen. Want eerlijk is eerlijk, het valt iedereen op dat we vrolijker worden als het rokjesdag is geweest, we losser in de omgang zijn als de winterjassen niet knellen en we met het hoofd naar beneden ons beschermen tegen regen en wind. De open blik van de gemiddelde mens is een verademing na een lange strenge winter.

Maar als de winter dan uitblijft zullen we ons anders moeten gaan gedragen, de achterburen hebben de eerste stap gezet. Onlangs nodigde ik nog een studievriend uit om in januari met ons te genieten van een stamppotbuffet. Omdat januari niet lukte, zou het februari kunnen worden. Misschien zijn stamppotten dan niet meer gewenst en zullen we de barbecue uit de schuur halen. Waarom niet? Een heel jaar zomerse taferelen, lijkt me geweldig.

Begrip, van de dag (82) Loek Hermans

 

LOEK HERMANS

 

Ik zal eens een geheimpje verklappen. De laatste jaren vind ik er geen barst aan om over politici te schrijven. Voor een blogjesschrijver en politicoloog is dat best vreemd, de Haagse Burelen zouden eigenlijk een bron van inspiratie moeten zijn. Maar alles wat ik kan bedenken door als observant aan de zijlijn een beetje mee te hobbelen met alle hypes, stemt me niet vrolijk. Veel meer dan rioolblaadjes niveau kom ik niet. Aan de andere kant heb ik ook geen hoge pet op van het electoraat. Het kan maar zo zijn dat er een correlatie, de mensen krijgen de leiders die ze verdienen.

Er is zelfs een periode geweest dat ik mezelf de opdracht gaf niet meer over Geert Wilders te schrijven. Het werd te goedkoop, te voor de hand liggend en het leidde in ieder geval niet tot een verheffende discussies. Je was al gauw een multiculti, lid van de Linksche Kerk of een allochtone-knuffelaar. Het deed me niet zoveel, maar Geert Wilders, daar had ik echt schoon genoeg van. Ik denk dat het in 2008 of 2009 is geweest. Mijn individuele cordon sanitaire heeft niets geholpen. Hij werd zelfs gewaardeerd gedoogpartner. Ik kon er niet onderuit om ‘hij die niet genoemd mocht worden’ toch weer te benoemen in mijn blogjes, af en toe.

Vandaag maak ik een uitzondering, Loek Hermans. Hij is van de partij die de laatste jaren vaker ernstige problemen heeft met integriteit. Loek Hermans maakt het echter wel heel bont. Hij is onlangs door de Ondernemingskamer persoonlijk verantwoordelijk gesteld voor zijn aandeel in het wanbeleid bij zorginstelling Meavita. Ik ken niet alle boekhoudkundige details, maar dat lijkt me heel erg. Hij heeft zijn fractievoorzitterschap in de Eerste Kamer er aan moeten geven. Nu ben ik zeker geen voorstander van eens een dief, altijd een dief. Een mens hoeft van mij niet met de mestkar in het publieke domein of eeuwig branden. Maar als zo iemand dan zelf de mestkar kiest om met een plaat voor zijn kop voor het burgemeesterschap in Zutphen te opteren en daar mee weg denkt te komen, dan ben je niet goed wijs. Je gaat vrijwillige op die mestkar zitten en denkt dat de mensheid gek is. Ja dan verdien je zelfs genoemd te worden in mijn blogje. Alstublieft mijnheer Hermans.

Begrip, van de dag (81) Oorlog & Vrede

 

OORLOG & VREDE

 

Door een van mijn dierbare Facebookvrienden werd ik gewezen op een artikel van nu.nl over de groeiende wapenexport van de Verenigde Staten. In het verlengde van de USA, groeide ook in andere landen de militaire industrie. De exportgroei van de VS ging met name naar landen als Saoedi-Arabië, Qatar, Zuid Korea en ook Brazilië. Als ik niet gewezen was op dit kleine artikeltje had ik er waarschijnlijk overheen gelezen, of schouderophalend iets gemompeld van ‘is toch bekend of logisch’. Ergens ver weg duikt een term uit mijn studietijd op: MIC oftewel Militairy Industrial Complex.

MIC is in Jip & Janneke-taal de bundeling of vaker nog de vervlechting tussen de politieke top en de militaire industrie. Nota bene president Eisenhouwer waarschuwde hier bij zijn afscheidsrede in 1961 al voor. We mogen stellen dat zijn waarschuwingen in de wind zijn geslagen en dat de vervlechting alleen maar sterker en ondoorzichtiger is geworden zeker na de aanslag op de Twin Towers. Voor de groei van militaire productie en export is, net zoals bij melk, vlees en boormachines, een markt nodig. Als die er niet is, of nog niet voldoende klaar is om de boodschappen te kopen, dan moet er gericht gewerkt worden middels reclame. Wapens worden niet aan de individu gebracht maar als natie geconsumeerd. Dus als nationale eenheid zal vraag en aanbod op elkaar afgestemd moeten worden. In zo’n geval heet dat propaganda, bijvoorbeeld ons bekende Bush jr. met zijn ‘We smoke ‘em out and get them running We zijn nog steeds aan het uitsmoken en ze rennen nog steeds, alleen niet altijd de goede richting op. Dat vraagt om meer, meer en nog meer wapens.

Eisenhouwer, toch niet de meest progressieve Amerikaan, waarschuwde niet voor niets voor het MIC. Vraag kan gecreëerd worden, zeker als de verstrengeling tussen politiek en industrie sterk is zoals in de VS en daarmee de transparantie totaal afwezig. Er moet oorlog zijn wil de oorlogsindustrie groeien, echt louter een economische kwestie. Voor vrede geldt dat misschien ook, maar wat verkoop je dan? Misschien dat we daarom in Nederland ons zo vaak een gidsland voelen, niet omdat we beter zijn, maar om te verkopen, bloemen bijvoorbeeld, vredesbloemen. De marketing van de Amerikanen is vooralsnog beter. Over vraag en aanbod gesproken, op derde kerstdag, verkoopt zo’n artikeltje altijd beter dan op een doordeweekse dag in maart. Vrede zij met u.

 

Begrip, van de dag (80) Thank God I’m a countryboy

 

THANK GOD I’M A COUNTRYBOY

De lijst van de top 2000 doornemend, en uiteraard luisterend, zie ik bijvoorbeeld dat vanavond tussen 8 en 9 John Denver langskomt. Het is niet zo zeer John Denver die opvalt, maar de titel van het liedje ‘Thank God I’m a countryboy. Moet je daar dankbaar voor zijn of is dat een schaamtevolle maatschappelijke status? Ik ben daar niet over uit, dat wil zeggen hoe moet ik mezelf afficheren. Is er in Nederland sowieso nog wel sprake van countryboys en girls? Hooguit in Drenthe schijnt er nog zoiets te zijn als echte stilte en de afwezigheid van lichtvervuiling. En misschien daar ook niet eens.

Er is in veel landen sprake van belangentegenstellingen tussen het centrum en de rest van het land. In Engeland, maar vooral ook Frankrijk is dat heel duidelijk. Recent is dat ook bij de verkiezingen in Polen gebleken, waarbij het conservatieve platteland de vooruitgang lijkt te dwarsbomen dat wil zeggen de ontwikkelingen van Warschau in Europa bemoeilijkt. Ook in Nederland kun je zoiets waarnemen tussen Randstad en de rest van Nederland, waarbij Amsterdam zichzelf als het absolute centrum beschouwd en de ‘provincie’ als iets minderwaardigs ziet. Op de keeper beschouwd is Amsterdam natuurlijk niet meer dan een verzameling Nederlanders van elders die zichzelf etiketteren als ‘echte Amsterdammers’ en neerkijken op hun eigen geboortegrond. De autochtone Amsterdammers wonen of in Almere of Purmerend of komen de stad niet uit, denkend dat de echte wereld ophoudt buiten de stadsgrenzen. Hooguit hebben ze weet van anderen die het Amsterdamse dialect niet machtig zijn. Ze noemen dat een spraakgebrek.

Bestaan er nog echte boerenjongens en -meisjes als binnen tien kilometer een stad, autobaan en vaak ook een treinstation in de buurt is? In de praktijk niet volgens mij, alleen in de hoofden van mensen. En ook ik bezig wel eens de woorden ‘Ik ben maar een eenvoudige boer uit Salland’ waarbij boer toch echt als geuzennaam wordt bedoeld. Toch heb ik nooit op een boerderij gewoond, maar ik weet dat melk niet uit pakken komt. In het dorp waar ik vandaan kom speelde de scheiding boeren en burgers wel. Ik was een burger want niet van de boerderij en ik had last van ‘Roalter Wind’ want als je uit de ‘stad’ kwam, kwam je niet van de boerderij en had je stadse fratsen. Nederland is eigenlijk een groot parklandschap, misschien zou ik moeten zingen ‘Thank God I’m a parksideboy’?

 

Begrip, van de dag (79) Kerspakket

kerstpakket

KERSTPAKKET

Op weg naar huis van de laatste werkdag voor kerstmis realiseerde ik dat het gemiddelde kerstpakket enigszins discriminerend is. De man of vrouw met een auto is duidelijk in het voordeel, boven de fietser of de werknemer die gebruik moet maken van het openbaar vervoer. Als hiervoor ook nog een stevige wandeling gemaakt moet worden voordat je bij de trein of van het station naar huis moet lopen, dan is een goed kerstpakket een kwelling. Ik hoefde maar vijf minuten met mijn doos te lopen, het vervoer naar huis had ik geregeld. Desondanks toch ergens een lange rugspier te pakken die me doet herinneren dat ik de trotse bezitter ben van een kerstpakket.

Ambivalentie is het woord dat past bij het begrip ‘kerstpakket’, tenminste voor mij. Natuurlijk vind ik het leuk om iets te krijgen, maar als het voorstel gedaan wordt om de kosten van het pakket aan een goed doel te besteden, vind ik het ook best. Voor sommige bedrijven, maar ook voor werknemers, is het kerstpakket een prestige-object geworden. Bedrijven zien het als marketing naar de buitenwereld om zich te afficheren als een onderneming die zorg heeft voor de werknemers. Aan de andere kant zijn er hele verwende werknemers die een ruim kerstpakket zien als secundaire arbeidsvoorwaarden. Als het tegenvalt dan is er reden tot klagen of misschien wel vakbondsactie.

Zoals gezegd, ik ben tevreden mijn mijn doosje, heel traditioneel, luxe goederen met een blijvend cadeau. Ik heb nadrukkelijk de instructies gekregen om de doos niet te openen voordat ik thuis ben. Eenmaal het plakbond van de doos met de sleutel los geritst, wordt door mijn zoons de inhoud gescanned, uitgepakt en op waarde geschat en zo nodig al genuttigd. Ik vind het best, het is ook hun doos. Voor het nieuwe jaar hebben dus nu een smoothie-mixer, waarbij de beker op het apparaat losgekoppeld kan worden en gebruikt kan worden om gezonde drankjes mee te nemen naar het werk. Ja, allemaal zonder overgieten in een andere beker. Heel handig, nu nog een smoothie maken die goed is tegen de rugklachten om sowieso weer te werken en het kerstpakket voor volgend jaar te verdienen.

Begrip, van de dag (78) All you need

ALL YOU NEED

Laat ik maar met de billen bloot gaan, ‘All you need’ is een hele voor de hand liggende en vooral een goedkoop begrip van de dag. Zichzelf respecterend Nederland kijkt natuurlijk niet, de rest uiteraard wel. Ik hoor sinds een jaar of wat bij de rest. Sinds ik heb geaccepteerd dat al die zogenaamde reality-tv ongelooflijk stom geregisseerd is en de gespeelde spontaniteit van de beeldbuis spat, schaam ik me nergens meer voor. All you need is love is bij ons een van de weinige ankerpunten, buiten de dagelijks gezamenlijke maaltijd, die we normaliter met zijn vieren vieren. Het is ook het vermaak bij uitstek om heerlijk bij uit te buiken.

Als wij geen verantwoordelijkheid dragen voor de familiefestiviteiten met kerst qua eten, gourmetten we op kerstavond. Heel origineel is dat niet, en zo blijken wij ook maar een standaard gezin gedreven door conventies. Het is niet anders. All you need is love is in zekere zin ieder jaar anders omdat er andere mensen in acteren. De familie Trap uit Oostenrijk ken ik zo onderhand wel, Love Actually hebben we ook al meer dan eens bekeken en voor Sisi ben ik niet in de wieg gelegd. Eigenlijk zou de voetbalcompetitie op kerstavond gewoon doorgang moeten hebben, dat zou nog eens een leuk cultureel antropologisch experiment zijn. Zover is het nog niet.

Het gourmetten is klaar, we zetten All you need is love op pauze en beginnen tegen een uur of negen, zodat we de reclame door kunnen spoelen, met een avondje traantjes wegpinken, ergeren en verbazen. Een traantje wegpinken is natuurlijk logisch, ik ben ook niet van steen. Ergeren en verbazen zit hem vooral in het gespeelde format met name als er drie grietjes naar Canada of Zweden getransporteerd worden in het holst van de nacht. Ze keuvelen dan gezamenlijk over hun prins op het witte paard die in Timboektoe of Nepal woont. En wie komen er aan? U raadt het al. Weet je wat me de laatste jaren het meest opvalt? De cliffhanger tussen de reclames door. Normaliter is dat een tipje van de sluier om na de boodschappen weer verder te kijken. Tegenwoordig is dat vaak het weggeven van de clou waarbij je je als kijker afvraagt, waarom kijk ik nog. Dat vraag ik me sowieso af, maar sommige tradities zijn hardnekkig. Bovendien I need some time om uit te buiken.

Begrip, van de dag (77) Wijzen uit het Oosten

 

WIJZEN UIT HET OOSTEN

Het is de tijd van gastvrijheid en ontheemden, nu en 2000 jaar geleden. Waren het toen de volkstellingen waardoor hordes mensen op drift geraakten, nu heeft dat weer andere oorzaken. Waren het toen herbergiers die nee verkochten aan behoeftigen, nooddruftigen en zwangere vrouwen, tegenwoordig zijn het weer anderen die de poorten gesloten houden. Ik durf het vergelijk niet te maken tussen een stal en een sporthal, de privacy is in een stal beter gewaarborgd om onbevlekt te ontvangen en te baren. Historici beweren trouwens dat Jezus ergens tussen maart en mei geboren zou moeten zijn en dat kerstmis pas in 300-zoveel een christelijke feestdag werd. Een kniesoor die er op let.

De ontheemden in deze dagen komen ook uit het oosten, Syrië en Irak. Uitgaande van het feit dat Jezus daadwerkelijk in Bethlehem is geboren, dan moeten de drie koningen ook uit deze contreien vandaan komen, laten we zeggen zo’n 12 dagen reizen per kameel. Ik weet niet hoe hard een kameel gaat, maar 6 januari aanschouwden Balthasar, Melchior en Caspar het kindje Jezus. Ik durf over de namen van deze Wijzen geen twijfel te zaaien, bovendien ken ik hun koninkrijken niet. Laatst zag ik de oprechte verbazing van een Engelsman die zich afvroeg dat Mathew, Lucas, John en Marcus wel hele typische namen waren voor mannen uit die tijd en die regio. Desalniettemin, Jezus kreeg wierook, mirre en goud. De huidige ontheemden moeten het doen met bed, bad en brood als ze geluk hebben.

Getuigt de stroom uit het oosten wel over wijsheid, mogen we hen wijzen noemen? Het lijkt me evident dat ze vluchten uit het oorlogsgebied en zoeken naar betere leefomstandigheden voor zichzelf en hun familie. Het getuigt van wijsheid en evolutionaire realiteitszin om te zoeken naar die plekken waar veiligheid op de eerste plaats en bestaanszekerheid voor de toekomst gewaarborgd zijn. Is dat hier in Nederland, Duitsland of al die andere ‘herbergen’ in Europa? Zodra een herberg veel ‘sterren’ krijgt komen de wijzen er op af. Ik zie weer een parallel met het verhaal van 2000 jaar geleden. Maar verder, bovenstaande herlezend, is dit een relaas, dat maar geen kerstverhaal wordt. Een een goed kerstverhaal is ook niet gemakkelijk met veel ontheemden en beperkte (houdbaarheid van) gastvrijheid. Och, wie de toekomst kent, heeft de wijsheid in pacht.

Begrip, van de dag (76) Blendle

 

BLENDLE

Gisteravond, vroeg in de nacht eigenlijk, het tijdstip dat ik al een uur in bed had moeten liggen, liet ik de tweets van mijn twittervrienden de revue passeren. Een van mijn tweeps, zo heet een twittervriend in het jargon, Alexander Klöpping, kwam langs met een interessante aanbeveling voor een artikel uit de Economist. Ik vraag me af of je van tweeps kunt spreken als Alexander mijn zin en onzin op twitter niet volgt, maar dit terzijde. Deze jongeman lult altijd wel lekker over onderwerpen uit cyberspace die ik net kan begrijpen, maar mijn wereld niet is. Ik druk op het bijbehorende linkje en zie dat ik nog een knop in moet drukken, want het artikel is te lezen op Blendle.

Nu ben ik van deze eeuw, dus ik weet wat Blendle is en het is niet verbazingwekkend dat Klöpping dit berichtje in stuurt, want hij is medeoprichter van Blendle. Via een appje kun je losse artikelen van over de hele wereld kopen en ik kreeg van Alexander Klöpping €2,50 startkapitaal in mijn Blendleportemenee. Ik roep dan heel hard naar mijn zoon, die ook nog wakker op zijn kamer zit. ,,Help je je vader ff?” want bang als ik ben om aan een abonnement te zitten of aan verplichtingen die me niet bevallen. Braaf komt hij naar beneden stommelen, kijkt op mijn scherm en zegt dat het OK is. Mijn beide zoons hebben Blendle. ,,Kijk deze knop is handig, als je het artikel niet leuk vindt, dan kun je je geld terug krijgen.” Ik zie vervolgens een snoepwinkel aan tijdschriften en artikelen.

Vanavond nog maar eens kijken via een mail van mijn vrienden van Blendle. De Volkskrant met een artikel over Wilders, waarin Bert Wagendorp betoogt dat Wilders politiek tuig van de richel is. Ook een stuk over Israël dat je leven gevaar loopt als je linksdenkend bent, uit de NRC.next. Mijn oog valt op een human-interest teks over winnaars van de Postcodeloterij. Ik klik erop, het kost €0,49 en komt uit de bijlage Vrouw van de Telegraaf. Mijn belangstelling is gewekt omdat natuurlijk de Oudejaarstrekking aanstaande is en het heerlijk voelt je te vereenzelvigen met de winnaars. Maar eigenlijk best triest dat je uit het scala van kwaliteitsartikelen juist dit artikel kiest. Snel mijn geld terugvragen, ik leer namelijk snel. Toch voelt dat een beetje als diefstal. Bij deze beloof ik als ik de rond de jaarwisseling een grote prijs win, de rest van mijn leven alle artikelen van Blendle netjes zal betalen.

 

Begrip, van de dag (75) En nog is Polen niet verloren

 

EN NOG IS POLEN NIET VERLOREN

Als vanzelfsprekend zette de helft van de Nederlanders op kerstavond van 1981 een kaars voor het raam. Een kaars als steunbetuiging aan het Poolse volk dat de Staat van Beleg onderging en leek te bezwijken onder het juk van de Sovjet-beer. Onder leiding van Lech Walesa, voorman van Solidarnosc die de haven van Gdanks plat legde, droegen wij ons steentje bij aan het verslaan van het communisme. En we hebben gewonnen. Nog steeds geldt, ‘ en nog is Polen niet verloren’ de eerste regel van het Poolse volkslied, de Dabrowskimars. Het is inmiddels bijna 35 jaar geleden. Dezelfde Lech Walesa, ex-president en Nobelprijswinnaar, waarschuwt op zijn oude dag voor een aanstaande burgeroorlog door het beleid van de huidige machthebbers.

Onlangs hebben nationalisten de Poolse parlementsverkiezingen gewonnen, met 39% van de stemmen. Door de verkiezingsdrempel van 5% heeft de PiS (Wet & Rechtvaardigheid) de absolute meerderheid in het parlement. In een sneltreintempo weten ze binnen een maand allerlei veranderingen er door te jagen die anti-Europees zijn, bovendien worden islamitische vluchtelingen als ziekteverspreiders gezien en de wijze waarop stromannen op allerlei sleutelposities worden gezet doet zeer dictatoriaal aan. Een Pools NAVO gebouw wordt militair bezet om de voorzitter tot vertrek te dwingen, hoge rechters van het constitutionele hof worden per direct vervangen, kranten en televisie worden van hogerhand geleid. Onwelgevallige buitenlandse journalisten worden het land uitgezet onder het mom van spionage, dat is wel een heel doorzichtige Sovjet-truc.

Misschien bevreemdt me de Poolse draai met zijn bijna 100% katholieke bevolking me helemaal niet, vanuit het Europese perspectief is het heel zorgelijk. Maar zo kunnen er meer landen opgesomd worden die de EU niet meer lusten en louter binnen de eigen landsgrenzen de wereldproblemen proberen op te lossen. Wat mij hogelijk verbaast is vooral het gebrek aan massale media-aandacht. Er zijn wel artikelen te vinden. Bij de meeste lullige nieuwsfeitjes plopt mijn smartphone op met hyperig nieuws van nu.nl of NOS.nl. Maar de toestand in Polen, met massa-demonstraties is blijkbaar nieuws dat niet grootschalig wordt opgepikt. Heel vreemd, maar goed de Polen blijven waarschijnlijk geloven dat ze nog steeds niet verloren gaan. Het is blijkbaar nog geen tijd voor een kaars voor het raam. En kaarsen, Rusland mag ze niet exporteren, maar wat zouden ze graag willen.

 

links:

Over inval Navogebouw uit de Volkskrant

Uitzetten journalisten op website Polennieuws

Staatscontrole media uit FD

Waarschuwing Lech Walesa via NOS

 

Begrip, van de dag (74) Normaal

 

NORMAAL

Ik was er niet bij gisteravond in het Gelredome, het laatste optreden van Normaal. Ik wilde bijna opschrijven de Achterhoekse formatie Normaal, maar daarmee doe je de jongens tekort, want wie dat nu niet weet heeft de laatste jaren onder een steen geleefd. Bennie Jolink zou afgesloten hebben met ‘Aju, de mazzel’ en in stilte heb ik hem teruggegroet. Ik woon vlak bij, dus misschien heeft ie het gehoord? Normaal, een fenomeen in de Achterhoek en heel ver daarbuiten, maar of Hilversum wakker ligt van het afscheid durf ik te betwijfelen. Andersom is het ook zo, want de uithaal naar SeriousRequest is tekenend voor Jolink. En eigenlijk, diep van binnen geef ik hem 100% gelijk al is het niet zo bon-ton, maar wel ‘allebastents dudelijk’.

Ik ga me nu niet voordoen als de aanhanger in optima forma, want in die veertig jaar ben ik één keer naar een (theater)concert geweest. In het openluchttheater in Eibergen heb ik genoten van het optreden. Er was voor de gelegenheid een gastzangeres, haar naam weet ik niet, die op een heel gedragen manier “Ik zag niks, want ik mos pissen’ zong, prachtig. Op dat moment vond ik het ook nodig om een T-shirt te kopen. De jaren erna heeft menigeen nauwelijks onverholen meesmuilend gekeken naar het shirt. De combinatie van een Normaalshirt met een nette en belegen ambtenarenkop werd niet gepruimd. Het was slechts mijn kleine bijdrage aan de emancipatie van de boerenstand.

Vroeger, als puber in Raalte was Normaal uiteraard een fenomeen. Ik zie de groepen nog fietsen naar de optredens ergens in een weiland. Jongens, knapen en volwassen mannen met hier en daar een boerenmokkel, luid zingend naar Normaal, hun helden. Ik ken de verhalen van grasplaggen gooiende Normaalaanhangers, bier zuipen tot je er bij neer valt en vooral ook bier gooien. Dat laatste vond ik toen al zonde en nu nog steeds. De reputatie van de band was van dien aard dat mijn ouders me geen groen licht gaven voor zo’n concert. Ik was al geen rebellerende puber, maar Normaal was het me blijkbaar niet waard om tegen het ouderlijk gezag in te gaan. Met de kennis van nu zeg ik, jammer, maar we hebben de muziek nog tot in lengte van dagen. Aju, de mazzel Normaal.